Raadsvoorstel Mandaatbesluit mer-beoordeling
Tekst van het document
Samenvatting raadsvoorstel
Onderwerp
: Mandaatbesluit mer-beoordeling
Kern van het raadsvoorstel Aan de gemeenteraad wordt een mandaatbesluit milieueffectrapportage-beoordeling (hierna mer-beoordeling) voorgelegd. Met dit mandaatbesluit wordt het college bevoegd om een mer-beoordelingsbesluit te nemen bij ruimtelijke besluiten waarvoor de raad bevoegd is. Deze werkwijze was voor de invoering van de Omgevingswet de standaard. De raad behoudt zijn rol op het nemen van de ruimtelijke besluiten zelf (zoals onder andere vaststellen omgevingsvisie en omgevingsplan) en het college is bevoegd voor de technische voorbereiding (het besluit over de mer-beoordeling). Gerelateerde raadsstukken *
Raadsvoorstel
Onderwerp
: Mandaatbesluit mer-beoordeling
Zaaknummer
: 1575129
Datum collegevergadering
: 19 mei 2026
Datum raadsbesluit
: 2 juli 2026
Datum raadsvergadering
: 2 juli 2026
Portefeuillehouder
: Wethouder De Raaf
Inlichtingen bij
: Gemeente Maasdriel, afdeling Ruimtelijke Ontwikkeling MSD
Voorstel 1. Het Mandaatbesluit mer-beoordeling Maasdriel vast te stellen en het college daarmee met terugwerkende kracht per 1 december 2025 mandaat te verlenen tot het nemen van een mer-beoordelingsbesluit en het verrichten van feitelijke handelingen met betrekking tot de mer-procedure als bedoeld in artikel 16:36 en artikel 16.43 van de Omgevingswet. Inleiding In een mer-beoordeling beoordeelt het bevoegd gezag of de milieugevolgen van een ruimtelijk besluit zo groot zijn dat het noodzakelijk is om een mer op te stellen. Bij een plan (zoals een omgevingsvisie, programma of omgevingsplan) heet deze beoordeling de ‘plan-mer-beoordeling’ en bij een project (zoals een projectbesluit of omgevingsvergunning, soms ook omgevingsplan) de ‘project-mer-beoordeling’. De wetgeving rond de mer is aangepast met de inwerkingtreding van de Omgevingswet per 1 januari 2024. Onder de oude wetgeving was het college bevoegd om o.a. voor een bestemmingsplan een mer-beoordelingsbesluit te nemen. Onder de Omgevingswet is dit aangepast. Alleen het bevoegd gezag dat gaat over de vaststelling van het besluit dat nodig is voor het betreffende plan of project, mag een mer-beoordelingsbesluit hierover nemen. Het is mogelijk om deze bevoegdheid te mandateren aan het college, indien uw gemeenteraad bevoegd gezag is voor het vaststellen van het besluit.
Voor enkele wijzigingen van het omgevingsplan is een mer-beoordelingsbesluit noodzakelijk. Zonder mandaatbesluit is de gemeenteraad het bevoegd gezag om dit besluit te nemen. Voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet was dit uw college. Zonder mandaatbesluit is dus een extra besluit van de gemeenteraad nodig, wat leidt tot vertraging van de procedure. Daarom wordt voorgesteld deze bevoegdheid te mandateren aan het college. Omdat de oude werkwijze na de inwerkingtreding van de Omgevingswet is voortgezet, zijn er sinds 1 januari 2024 tot op heden meerdere merbeoordelingsbesluiten genomen door het college. Ten tijde van het nemen van deze besluiten bestond onduidelijkheid over de vraag of de bevoegdheid als gevolg van de wetswijziging daadwerkelijk nog bij het college lag. Daarbij speelde ook tijdsdruk
2
een rol, aangezien de betreffende ontwerp TAM-omgevingsplannen uiterlijk vóór 1 januari 2026 ter inzage moesten worden gelegd en er op dat moment onvoldoende gelegenheid was om nader juridisch onderzoek naar de bevoegdheidsverdeling te verrichten. Uit nader onderzoek is inmiddels gebleken dat deze bevoegdheid als gevolg van de wetswijziging bij de gemeenteraad is komen te liggen en dat de betreffende merbeoordelingsbesluiten derhalve door de gemeenteraad hadden moeten worden genomen. Dit voorstel strekt er mede toe deze besluiten met terugwerkende kracht te bekrachtigen.
Participatie Niet van toepassing. Argumenten 1.1 Het college was onder de oude wetgeving bevoegd om een merbeoordelingsbesluit te nemen. Voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet was het college bevoegd om als voorbereidende bestuursorgaan een mer-beoordelingsbesluit te nemen. Dit hield in dat het college voorafgaande aan de terinzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan een mer-beoordelingsbesluit nam en dit besluit samen met het ontwerpbestemmingsplan ter inzage legde. De raad nam uiteindelijk het besluit over de vaststelling van het bestemmingsplan. 1.2 Onder de Omgevingswet is een mandaatbesluit nodig om onnodige vertraging in het planproces te voorkomen. Onder de Omgevingswet is niet langer opgenomen dat ook het voorbereidende bestuursorgaan bevoegd is om een mer-beoordelingsbesluit te nemen. In de Memorie van Toelichting bij de Omgevingswet wordt ook expliciet aangegeven dat indien een ander bestuursorgaan dan het “bevoegd gezag” verantwoordelijk is voor de voorbereiding van het besluit, dat moet worden geregeld via mandaat. Afdeling 10.1.1 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) geeft hiertoe de mogelijkheid. Ter illustratie een voorbeeld hoe het werkt als het college dit mandaat niet heeft. De procedure voor de wijziging van het omgevingsplan (voorheen: bestemmingsplan) is niet veranderd onder de Omgevingswet.
De gemeenteraad stelt de wijziging van het omgevingsplan vast. Het college is nog steeds bevoegd om de ontwerpwijziging ter inzage te leggen. Echter, dient het in voorkomend geval een merbeoordelingsbesluit van de raad bij te voegen en niet langer van het college. De gemeenteraad dient dan dus op een eerder moment een besluit te nemen. Een nadeel hiervan is dat dit leidt tot vertraging in planprocedures. Het mer-beoordelingsbesluit beperkt zich alleen tot de ‘aanzienlijke milieueffecten’, dit is een milieutechnische toets. Het is geen besluit over de aanvaardbaarheid van een ontwikkeling. Uw gemeenteraad zal hier uiteindelijk – nadat het plan ter inzage heeft gelegen – een besluit over nemen. Ook dit is een reden om de bevoegdheid te mandateren.
3
1.3 Bekrachtiging van door het college genomen mer-beoordelingsbesluiten benodigd. Omdat de oude werkwijze vóór de Omgevingswet is voortgezet zijn er tussen de inwerkingtreding van de Omgevingswet (1 januari 2024) en tot op heden meerdere mer-beoordelingsbesluiten genomen door het college. Deze beoordelingsbesluiten hadden volgens de wetswijziging door de raad moeten worden genomen. Door het mandaatbesluit met terugwerkende kracht in te stellen vanaf 1 december 2025 kunnen deze besluiten worden bekrachtigd. Dit betreffen de mer-beoordelingsbesluiten voor de woningbouwprojecten van De Haar II en Alem Zuid welke respectievelijk 9 december 2025 en 16 december 2025 zijn genomen door het college. Kanttekeningen/risico’s 1.1 Tijdige betrokkenheid van de raad vraagt blijvende bestuurlijke zorgvuldigheid. De raad blijft als mandaatgever te allen tijde bevoegd een verleend mandaat in een individueel geval in te trekken. Voor een adequate uitoefening van deze bevoegdheid is het evenwel noodzakelijk dat de raad tijdig kennis kan nemen van voorgenomen besluitvorming. In de praktijk wordt de raad veelal eerst na besluitvorming door het college geïnformeerd, waardoor de mogelijkheid om vooraf gebruik te maken van de bevoegdheid tot intrekking van het mandaat in voorkomende gevallen feitelijk beperkt kan zijn.
Het college onderkent deze bestuurlijke kanttekening en zal bij de toepassing van het mandaat terughoudend en zorgvuldig handelen. Indien sprake is van politiek gevoelige, maatschappelijk impactvolle of anderszins bestuurlijk relevante aangelegenheden, zal het college de raad vooraf consulteren, zodat de raad tijdig in positie wordt gebracht. Inclusie Niet van toepassing. Programma duurzaamheid Niet van toepassing. Financiën (incl. BTW-effect) Dit voorstel heeft zelf geen financiële gevolgen. Bedrijfsvoering Niet van toepassing. Uitvoering Planning Het mandaatbesluit treeft in werking de dag na bekendmaking en werkt terug tot en met 1 december 2025. Handhaving Niet van toepassing.
4
Communicatie Het mandaatbesluit mer-beoordeling wordt bekendgemaakt in het Gemeenteblad via www.officielebekendmakingen.nl. Evaluatie / controle Niet van toepassing. Nota van wijzigingen Niet van toepassing. Bijlagen -
Raadsbesluit Mandaatbesluit mer-beoordeling
5