CConstaterende datMaasdriel
Koppel je AI →
Document · PDF

Raadsvoorstel belastingverordeningen 2024

Gemeenteraad 14 december 2023, gemeente MaasdrielBij agendapunt: Belastingverordeningen 20243.522 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Samenvatting raadsvoorstel

Onderwerp

: Belastingverordeningen 2024

Kern van het raadsvoorstel Jaarlijks stelt de raad aan het einde van het jaar de belastingverordeningen voor het volgende jaar vast. De wijzigingen in de verordeningen bestaan uit tariefswijzigingen, beleidsmatige wijzigingen en redactionele wijzigingen. De aanstaande Omgevingswet heeft ingrijpende gevolgen voor hoofdstuk 2 van de legesverordening. Naar aanleiding van deze wet zijn producten vervallen, aangepast of toegevoegd. Belangrijkste/grootste gevolgen hebben te maken met de nieuwe mogelijkheid om milieuleges te heffen en het veranderen van producten in de ‘voorfase’. Met voorfase bedoelen we de fase van informeel overleg tussen gemeente (en/of omgevingsdienst) en initiatiefnemer vóórdat een omgevingsvergunning of een wijziging omgevingsplan is aangevraagd. Ook de aan de Omgevingswet gekoppelde Wet kwaliteitsborging bouwen brengt veranderen met zich mee voor hoofdstuk 2 de legesverordening. De Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb), ook wel kortweg Wet kwaliteitsborging genoemd, verplaatst de toetsing aan de bouwtechnische eisen van een bouwwerk van de gemeente naar een onafhankelijke partij, de zogenoemde kwaliteitsborger. Dit geldt nog niet voor alle bouwwerken.

Uitgangspunt bij de tariefswijzigingen is dat alle tarieven in 2024 worden geïndexeerd met 4,6%, met uitzondering van de tarieven die een landelijk wettelijk tarief kennen en de tarieven waarvoor expliciet is besloten geen of een afwijkende indexering toe te passen. De tarieven in de legesverordening voor aanvragen die worden uitgevoerd door de Omgevingsdienst Rivierenland (ODR) zijn geïndexeerd op basis van de stijging van de uurtarieven van de ODR. Met het opstellen van deze legesverordening is uitvoering gegeven aan het extra verhogen van de kostendekkendheid voor omgevingsvergunningen zoals in de kaderbrief 2024 is opgenomen.

Gerelateerde raadsstukken 1. Legesverordening 2024 2. Verordening standplaatsen en marktgelden 2024 3. Verordening lijkbezorgingsrechten 2024 4. Verordening onroerende-zaakbelasting 2024 5. Verordening rioolaansluitrechten 2024 6. Verordening verblijfsbelasting 2024 7. Verordening watertoeristenbelasting 2024 8. Verordening riool- en waterzorgheffing 2024 9. Verordening hondenbelasting 2024 10. Verordening precariobelasting 2024

Raadsvoorstel

Onderwerp

: Belastingverordeningen 2024

Zaaknummer

: 849678

Datum collegevergadering

: 31 oktober 2023

Datum raadsbesluit

: 14 december 2023

Datum raadsvergadering

: 14 december 2023

Portefeuillehouder

: Wethouder De Raaf

Inlichtingen bij

: Bedrijfsvoeringseenheid Bommelerwaard, afdeling Financiën, Metin Demir

Voorstel 1. Vast te stellen de: 1. Legesverordening 2024 2. Verordening standplaatsen en marktgelden 2024 3. Verordening lijkbezorgingsrechten 2024 4. Verordening onroerende-zaakbelasting 2024 5. Verordening rioolaansluitrechten 2024 6. Verordening verblijfsbelasting 2024 7. Verordening watertoeristenbelasting 2024 8. Verordening riool- en waterzorgheffing 2024 9. Verordening hondenbelasting 2024 10. Verordening precariobelasting 2024 2. De begroting 2024 te wijzigen door: a. € 143.000 extra OZB woningen en niet-woningen toe te voegen aan het begrotingsresultaat b. € 12.000 extra indexering overige belastingen en leges toe te voegen aan het begrotingsresultaat

Inleiding Jaarlijks stelt de raad aan het einde van het jaar de belastingverordeningen en de legesverordening voor het volgende jaar vast. Zonder deze vaststelling kunnen we niet heffen. De wijzigingen in de verordeningen bestaan uit tariefswijzigingen, beleidsmatige wijzigingen en redactionele wijzigingen. De aanstaande Omgevingswet heeft ingrijpende gevolgen voor hoofdstuk 2 van de legesverordening. Naar aanleiding van deze wet zijn producten vervallen, aangepast of toegevoegd. Belangrijkste/grootste gevolgen hebben te maken met de nieuwe mogelijkheid om milieuleges te heffen en het veranderen van producten in de ‘voorfase’. Met voorfase bedoelen we de fase van informeel overleg tussen gemeente (en/of omgevingsdienst) en initiatiefnemer vóórdat een omgevingsvergunning of een wijziging omgevingsplan is aangevraagd.

2

Ook de aan de Omgevingswet gekoppelde Wet kwaliteitsborging bouwen brengt veranderen met zich voor hoofdstuk 2 de legesverordening. De Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb), ook wel kortweg Wet kwaliteitsborging genoemd, verplaatst de toetsing aan de bouwtechnische eisen van een bouwwerk van de gemeente naar een onafhankelijke partij, de zogenoemde kwaliteitsborger. Dit geldt nog niet voor alle bouwwerken. Uitgangspunt bij de tariefswijzigingen is dat alle tarieven in 2024 worden geïndexeerd met 4,6%, met uitzondering van de tarieven die een landelijk wettelijk tarief kennen en de tarieven waarvoor expliciet is besloten geen of een afwijkende indexering / tariefstelling toe te passen. De tarieven in de legesverordening voor aanvragen die worden uitgevoerd door de Omgevingsdienst Rivierenland (ODR) zijn geïndexeerd op basis van de stijging van de uurtarieven van de ODR. Met het opstellen van deze legesverordening is uitvoering gegeven aan het extra verhogen van de kostendekkendheid voor omgevingsvergunningen zoals in de kaderbrief 2024 is opgenomen. In het bestuursakkoord is opgenomen dat in 2022 / 2023 de mogelijkheid wordt onderzocht om te komen tot een volledige kostendekkendheid van de leges (momenteel zit het op 66%). Hier is in dit voorstel nog geen rekening mee gehouden.

Reden hiervoor was alle onduidelijkheid over de invoering van de Omgevingswet (meermaals uitgesteld) en nu met name de onduidelijkheid met betrekking tot de (wijze van) invoering van de Wet kwaliteitsborging bouwen (Wkb). Bij de eerstvolgende actualisatie is het streven om door te groeien in de richting van 90%, conform de afspraak in het coalitieakkoord. Het doel is uiteindelijk te komen tot een volledige kostendekkendheid van de leges. In oktober 2023 heeft een debat plaatsgevonden in de Eerste Kamer over de invoering van de Wkb. De Eerste Kamer is akkoord gegaan met toezeggingen vanuit de minister en acht verdere behandeling niet noodzakelijk. Daarmee is duidelijkheid gekomen over de gefaseerde invoering van de Wkb: -

De wet gaat op 1 januari 2024 in voor nieuwe bouwwerken in gevolgklasse 1. Dat is de laagste risicoklasse waar bijvoorbeeld eengezinswoningen en kleinere bedrijfspanden onder vallen.

-

De door de minister gedane toezeggingen bestaat uit een invoeringstoets voor verbouwactiviteiten. Medio 2024 zal hierover een debat worden gevoerd. Als de invoeringstoets positief wordt beoordeeld, worden verbouwactiviteiten per 1 januari 2025 onderdeel van de Wkb. Dat betekent dat gedurende heel 2024 verbouwactiviteiten niet onder de Wkb vallen.

Dat maakt dat een onderzoek naar de volledige kostendekkendheid op dit moment onhandig/onuitvoerbaar is.

Participatie N.v.t

3

Argumenten 1.1 De belasting- en legesverordeningen 2024 ter vaststelling aan te bieden aan de raad. De raad stelt de belasting- en legesverordeningen voor de start van het belastingjaar vast. De uitgangspunten worden hieronder gepresenteerd. Indexering tarieven De tarieven van de belastingen en heffingen worden verhoogd met de Bruto Binnenlands Product (BBP) index van het jaar 2024. Het beleid hiervoor is beschreven in de paragraaf lokale heffingen in de begroting 2024-2027. In de begroting 2024-2027 is de index uit de meicirculaire 2023 gebruikt (3%). Deze index werd de afgelopen jaren aangepast met de actuele gegevens uit de septembercirculaire bij de vaststelling van de belastingtarieven. In de septembercirculaire 2023 komt de prijsindex BBP voor 2024 uit op 3,3%. Uit de septembercirculaire 2023 blijkt ook dat de prijsindex BBP voor 2023 is uitgekomen op 6,2%. Dit is 1,3% hoger dan de index van 4,9%, die in de tarieven voor 2023 is verwerkt. Om dit verschil te corrigeren komt de index voor 2024 uit op 4,6% (3,3% + 1,3%). Uitzonderingen op indexpercentage van 4,6% Uitgangspunt bij de tariefswijzigingen is dat alle tarieven in 2024 worden geïndexeerd met 4,6%, met uitzondering van de tarieven die een landelijk wettelijk tarief kennen en de tarieven waarvoor expliciet is besloten geen of een afwijkende indexering toe te passen.

Beleidsmatige en overige wijzigingen Jaarlijkse worden de volgende verordeningen integraal opnieuw vastgesteld: 1. Legesverordening 2. Standplaatsvergoedingen en marktgeldenverordening 3. Verordening lijkbezorgingsrechten 4. Verordening onroerende-zaakbelasting 5. Verordening rioolaansluitrechten 6. Verordening verblijfsbelasting 7. Verordening watertoeristenbelasting 8. Verordening riool-en waterzorgheffing 9. Verordening hondenbelasting 10. Verordening precariobelasting Naast de indexering van de tarieven zijn de volgende wijzigingen verwerkt. 1. Legesverordening De tarieven in de verordening worden geïndexeerd met 4,6%, m.u.v. de wettelijk vastgestelde landelijke tarieven. Voorbeelden hiervan zijn tarieven voor rijbewijzen, paspoorten, uittreksels en de verklaring omtrent gedrag. Hierbij wordt het wettelijk voorgeschreven tarief gevolgd. Voor een aantal wettelijk vastgestelde tarieven is het tarief voor 2024 op het moment van opstellen collegeadvies nog niet definitief. Dit kan tot aanpassingen leiden, die zo spoedig mogelijk worden verwerkt in het raadsvoorstel (nota van wijziging) en de betreffende verordening.

4

De tarieven voor de aanvragen die de ODR uitvoert, indexeren we met 4,6%, behalve voor de buitenplanse activiteiten uit artikel 2.6 lid 9 van de legesverordening (zie toelichting Omgevingswet hieronder). We volgen hierbij de indexering van de uurtarieven van de ODR. Ten slotte is de indeling van de legesverordening flink gewijzigd door nieuwe wet- en regelgeving en door een nieuwe opbouw van de modelverordening van de VNG. Zo zijn bijvoorbeeld de titels gewijzigd in hoofdstukken en is de indeling nieuw op basis van paragrafen. Door veranderingen in wet- en regelgeving en in definities van bepaalde producten kunnen de producten uit de Legesverordening 2024 niet goed vergeleken worden met de producten van de Legesverordening 2023. Om die reden is dit jaar geen was-wordt tabel gemaakt. Om u toch een beeld te geven van de belangrijkste veranderingen in de nieuwe verordening geven wij u in dit voorstel (hieronder) hierop een toelichting voor hoofdstuk 2 (Dienstverlening en besluiten in het kader van de Omgevingswet). Kostendekkendheid leges De kostendekkendheid van de leges mag per afzonderlijk hoofdstuk niet meer zijn dan 100%. Hieraan voldoen we. Zoals gebruikelijk is bij het opstellen van de begroting 2024 de kostendekkendheidstabel opgenomen in de paragraaf lokale heffingen op basis van de gegevens die op dat moment bekend waren.

Bij het opstellen van de legesverordening is de kostendekkendheidstabel herzien naar de actuele situatie.

Op hoofdlijnen zien de hoofdstukken er als volgt uit: Hoofdstuk 1 Algemene dienstverlening (bijv. burgerlijke stand, reisdocumenten en Nederlandse identiteitskaarten en Rijbewijzen Hoofdstuk 2 Dienstverlening en besluiten in het kader van de omgevingswet Hoofdstuk 3 Dienstverlening vallend onder de dienstenrichtlijn en niet vallend onder hoofdstuk 2 (zoals horeca, organiseren evenementen, markten en standplaatsen. In de begroting 2024-2027 is een aanvullende kostendekkendheid van de leges in hoofdstuk 2 opgenomen. Dit was in de kaderbrief 2024 opgenomen als één van de oplossingsrichtingen om het begrotingssaldo op peil te houden. Dit is in de verordening 2024 verwerkt. Omgevingswet In verband met de inwerkingtreding van de Omgevingswet per 1 januari 2024 is een geheel nieuwe legesverordening en tarieventabel voorbereid. De verordening en tarieventabel 2024 is grotendeels gebaseerd op de nieuwe modelverordening van de VNG. Afwijkingen van de modelverordening in hoofdstuk 2 hebben vooral te maken met lokale werkwijzen/producten.

5

Denk daarbij bijvoorbeeld aan de verschillende producten uit de voorfase van informeel overleg tussen gemeente (en/of omgevingsdienst) en initiatiefnemer vóórdat een omgevingsvergunning of een wijziging omgevingsplan is aangevraagd. Vanaf de inwerkingtreding van de Omgevingswet ontstaat de mogelijkheid leges te heffen voor milieubelastende activiteiten. Wij stellen voor gebruik te gaan maken van deze heffingsmogelijkheid. Ook de provincies hebben besloten hiervoor leges te gaan heffen. De tarieven zijn afgeleid vanuit de kosten die de ODR in rekening brengt voor de milieubelastende activiteiten. Deze kosten zijn als tarief in de tarieventabel 2024 opgenomen. Verder stellen wij voor om twee nieuwe producten toe te voegen aan de voorfase: 1) de intake; en 2) de omgevingstafel. Deze producten zijn beide optioneel, maar bieden aanvullende dienstverlening voor onze inwoners en ondernemers ten opzichte van het ‘vooroverleg’ en het ‘principeverzoek’.

Nieuw is de splitsing van de huidige activiteit bouwen, in bouwactiviteiten en een ruimtelijke toets. Deze splitsing is noodzakelijk door de inwerkingtreding van de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb), die gelijktijdig met de Omgevingswet in werking treedt. Deze Wet zorgt voor een indeling van bouwwerken in gevolgklassen. Voor bouwwerken in gevolgklasse 2 is het tarief gelijk aan het tarief in 2023. Voor bouwwerken in gevolgklasse 0 en 1 geldt wettelijk alleen nog het tarief voor de ruimtelijke toets. Hierdoor treedt een opbrengstderving op. De huidige tarieven van de ruimtelijke toets zijn naar rato van de verlaging van de verhaalbare lasten verlaagd. Onder de Omgevingswet geldt tot slot een plicht om bepaalde verleende omgevingsvergunningen (die niet passen in het omgevingsplan) binnen 5 jaar te verwerken in het omgevingsplan. Hier zijn kosten aan verbonden (ambtelijke uren). Om deze kosten te verhalen op de aanvragers van deze vergunningen is het advies om voor dit type vergunning het tarief met 5% te verhogen naast indexatie (artikel 2.6 lid 9 van de legesverordening).

2. Standplaatsvergoedingen en marktgeldenverordening Eerder is door uw raad besloten om de weekmarkt aantrekkelijk te houden en daarom worden de marktgelden niet geïndexeerd. De tarieven voor standplaatsen zijn wel geïndexeerd. De bepalingen voor energiegebruik zijn wel gewijzigd. Tot 2023 werd door de weekmarkt kosteloos gebruik gemaakt van de gemeentelijke stroomvoorzieningen. Zij betalen wel stageld maar nog geen energievergoeding. Vanaf 2024 gaat de weekmarkt ook een energievergoeding betalen en wordt er bij zowel de weekmarkt als standplaatshouders direct de kostprijs doorberekend wanneer er een slimme meterkast aanwezig is. Voor standplaatshouders waar geen slimme meterkast beschikbaar is, wordt zoals voorheen een geïndexeerd dagtarief berekend als energievergoeding.

6

Dit doet recht aan het principe dat de vervuiler betaalt. Zo zal bijvoorbeeld een viskraam meer stroom gebruiken dan een kaaskraam

3. Verordening lijkbezorgingsrechten Naast de indexering zijn er geen overige wijzigingen.

4. Verordening onroerende-zaakbelasting De verordening onroerende-zaakbelasting van Maasdriel kent drie tarieven, voor:  gebruikers van niet-woningen  eigenaren van woningen  eigenaren van niet-woningen. Het algemene beleidsuitgangspunt bij de OZB van Maasdriel is: als de WOZwaarden stijgen dan dalen de tarieven recht evenredig. Omgekeerd uiteraard ook. De verhoging van de opbrengst bovenop indexering is dus alleen van toepassing op de autonome groei van het aantal objecten, dus de nieuwe panden die erbij gekomen zijn en verbouwingen die tot waardestijgingen leiden. De verwachte waardeontwikkeling in Maasdriel is door de Belastingsamenwerking Rivierenland (BSR) ingeschat op:  woningen 5%  niet-woningen 1% De waardeontwikkeling kan in werkelijkheid afwijken doordat:  niet alle woningen zijn getaxeerd en gecontroleerd  de verkoopprijzen van het afgelopen jaar (januari t/m december 2022) hebben een flinke schommeling in de markt laten zien. Om bovenstaande redenen heeft de BSR daarom een voorzichtige inschatting gemaakt en geeft de BSR aan dat de afwijking (in %) tussen de voorlopige waardeontwikkeling en de definitieve waardeontwikkeling die BSR doorgaans in december afgeeft groter kan zijn dan andere jaren. Pas bij het opleggen van de aanslagen zijn de definitieve opbrengsten vrij nauwkeurig te bepalen.

Een tarief kan niet meer omhoog, maar wel omlaag bijgesteld worden in het jaar dat de verordening van kracht is. Eind 2023 komt BSR met de informatie waarmee de definitieve tarieven berekend kunnen worden. Als een verlaging van tarief nodig is, zullen we dit begin 2024 aan de raad voorleggen. De tarieven voor 2024 zijn als volgt berekend. Tarief 2023 Niet-woningen gebruikers Woningen eigenaren Niet-woningen eigenaren

Waardeontwikkeling 1% 5% 1%

0,2301% 0,0877% 0,2929%

7

Index

Tarief 2024

4,6% 4,6% 4,6%

0,2383% 0,0874% 0,3033%

In de begroting 2024 is rekening gehouden met een index van 3% voor de OZB op woningen en niet-woningen. De ophoging naar 4,6% levert een extra (voorlopige) opbrengst van € 323.000 op. Daarvan is €180.000 al ingeboekt bij de kaderbrief, dit betekend dat er voorlopig €143.000 extra opbrengst gehaald gaat worden. Of deze extra opbrengst ook gehaald wordt is afhankelijk van de werkelijke waardestijgingen en extra objecten. Dit weten we in de loop van 2024, na de aanslagopleggingen. De volgende voorbeeldberekening van de OZB 2024 laat zien dat de correctie van de waardestijging op het tarief ook bij een hogere woningwaarde niet meer dan index wordt doorberekend in de onroerende-zaakbelasting. OZB 2023 Gemiddelde woningwaarde Tarief OZB Stijging Percentage t.o.v. 2023

Waardeontwikkeling 5%

€ 391.259 0,0877% € 343

OZB 2024 € 410.822 0,0874% € 359 € 16 4,6%

5. Verordening rioolaansluitrechten Ten aanzien van deze verordening zijn er in 2024 geen wijzingen ten opzichte van 2023.

6. Verordening verblijfsbelasting Bij de Bestuursrapportage 2022 is incidenteel €200.000 budget vrijgemaakt om de basis voor het opleggen van verblijfsbelasting op orde te brengen. Onder andere door hier tijdelijk extra capaciteit op in te zetten. Dit project is gestart met het aanstellen van een projectleider die is begonnen in 2023. Deze heeft inmiddels enkele belangrijke zaken in beeld gebracht, waaronder de mogelijkheid om het heffen en innen van de verblijfsbelasting over te dragen aan de gemeenschappelijke regeling BSR in Tiel. Daarnaast zijn de gegevensbestanden geactualiseerd en worden er ruim 100 extra controles uitgevoerd. De begrote kosten om het heffen en innen van de verblijfsbelasting over te dragen aan de gemeenschappelijke regeling BSR bedragen jaarlijks € 11.000. Omdat het heffen en innen van de verblijfsbelasting over is gegaan van de GR BVEB naar GR BSR wordt de bijdrage aan de GR BVEB verlaagd en wordt een bijdrage aan de GR BSR gedaan en hoeven de tarieven naast indexatie hiervoor niet opgehoogd te worden om deze kosten te dekken. De gemeente moet ook na deze overdracht blijven controleren, handhaven en gegevens uitwisselen in samenwerking met de BSR. In het verleden is hier te weinig aandacht voor geweest. Ook na het incidentele budget willen we extra controles uitvoeren en dit brengt structurele kosten met zich mee.

Het advies is daarom om de tarieven naast indexatie eenmalig met € 0,10 te verhogen. Intensiever controleren heeft een positief effect op de potentiële opbrengst.

8

7. Verordening watertoeristenbelasting Conform de verblijfsbelasting is het advies om de tarieven te indexeren en eenmalig te verhogen met €0,10.

8. Verordening Riool- en Waterzorgheffing Een gespecialiseerd bureau in gemeentelijke heffingen heeft de rioolheffingsverordening juridisch aangepast, en daarbij een aantal wijzigingen aangebracht zodat vanaf 2024 ook de gebruikersheffing kan worden opgelegd in de enkele situaties waar dat in 2023 niet kon. Tevens zijn deze wijzigingen met BSR afgestemd om ook de uitvoering te kunnen borgen. Het gaat hierbij om de volgende wijzigingen: - Om de optie tot forfaitaire aftrek (46 m3 per persoon per huishouden) te regelen in de verordening van 2024 voor meerdere situaties, bijvoorbeeld voor de situaties waarin meerdere percelen/WOZ-objecten één gezamenlijke watermeter hebben; - Om voor de situatie wanneer meerdere niet-woningen één gezamenlijke watermeter hebben vast te leggen dat de totale hoeveelheid afgevoerd water gedeeld wordt over het aantal percelen/WOZ objecten. Naast bovenstaande wijzingen is er een uitvoeringsregeling toegevoegd voor de veehouderij en fruitteelt, of voor andere gevallen waar (vermoedelijk) afwijking is tussen het ingenomen en geloosde water. Vanaf 2024 worden deze uitgenodigd om voorafgaand aan de aanslagoplegging aangifte te doen, zodat op basis van het daadwerkelijk afgevoerde water kan worden geheven. Voor de duidelijkheid: er zijn géén inhoudelijke wijzigingen gedaan ten aanzien van de rioolheffing.

Het stuk is juridisch robuust gemaakt zodat we kunnen heffen zoals bedoeld. Conform het kostendekkingsplan (raad oktober 2022) behorende bij het Water- en Rioleringsplan 2022-2026 zijn de gebruikerstarieven verhoogd met 5%. De verhoging van het tarief is in deze verordening gezet op 5%. De tariefstijging is bedoeld om de kosten uit het WRP voor riool- en waterzorg af te dekken. De tarieven worden niet nog eens extra geïndexeerd met 4,6% (inflatie). Afspraak bij het vaststellen van het WRP was om een evaluatie te hebben over de verhogingen van de tarieven van riolering. De evaluatie is nog niet gebeurd, maar vindt plaats in 2024. Er is dan een goed inzicht op de inkomsten o.b.v. nieuwe heffingsverordening. Dat inzicht is er nu nog niet, omdat de huidige manier van heffen vanaf 2023 van kracht is.

9. Verordening hondenbelasting Naast de indexering zijn er geen overige wijzigingen.

10. Verordening precariobelasting De raad heeft op 30 maart 2023 de Verordening precariobelasting 2023 gewijzigd vastgesteld. Tijdens de raadsvergadering is toegezegd aan de raad dat er een beleidsregel wordt opgesteld om een uitzondering te kunnen maken voor verenigingen en dorpshuizen (artikel 4 lid d). De afdeling juridische zaken heeft geadviseerd om de verordening precariobelasting 2023 niet te wijzigen maar om dit samen te voegen met het voorstel 2024. In de Verordening precariobelasting 2024 wordt daarom een aanpassing voorgesteld om een vrijstelling mogelijk te maken voor verenigingen en dorpshuizen. Ook worden de tarieven geïndexeerd.

9

1.2 Uitvoeringsregeling rioolheffing Maasdriel 2024 wordt vastgesteld door het college Het college is het bevoegd orgaan om de uitvoeringsregeling vast te stellen.

Kanttekeningen/risico’s 1. Het niet vaststellen van de belastingverordeningen 2024 leidt ertoe dat de tarieven niet worden geïndexeerd en/of geactualiseerd. Inclusie N.v.t Programma duurzaamheid N.v.t. Financiën (incl. BTW-effect) Het voorstel beoogt de opbrengsten te realiseren zoals opgenomen in de begroting 2024. In de begroting is uitgegaan van een index van 3%. Toepassing van de index van 4,6% op de onroerende-zaakbelasting van woningen en niet-woningen levert op jaarbasis € 143.000 op. De indexering van de overige leges en belastingen met 4,6% in plaats van 3% levert € 12.000 extra op. Of deze opbrengsten ook daadwerkelijk worden gehaald wordt pas duidelijk als de werkelijke heffingen en belastingen worden opgelegd. Bij de bestuursrapportage rapporteren wij hierover.

Bedrijfsvoering Juridische zaken Team Juridische zaken heeft een review gedaan op de belastingverordeningen. Voor de rioolheffing heeft een extern bureau de verordening juridisch geoptimaliseerd.

Uitvoering Planning N.v.t Handhaving N.v.t Communicatie De vastgestelde belastingverordeningen 2024 worden digitaal bekendgemaakt in het Gemeenteblad. Evaluatie / controle Conform het Besluit begroting en verantwoording (BBV) vindt in de jaarrekening en de begroting verantwoording plaats, onder andere in de paragraaf lokale heffingen.

10

Nota van wijzigingen

Bijlagen Raadsbesluit 1. Legesverordening 2024 2. Verordening standplaatsen en marktgelden 2024 3. Verordening lijkbezorgingsrechten 2024 4. Verordening onroerende-zaakbelasting 2024 5. Verordening rioolaansluitrechten 2024 6. Verordening verblijfsbelasting 2024 7. Verordening watertoeristenbelasting 2024 8. Verordening riool- en waterzorgheffing 2024 9. Verordening hondenbelasting 2024 10. Verordening precariobelasting 2024 11. Was wordt lijst verordeningen 2024

11

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13458659/2