Raadsvoorstel Belasting en legesverordeningen 2025
Tekst van het document
Samenvatting raadsvoorstel
Onderwerp
: Belasting en legesverordeningen 2025
Kern van het raadsvoorstel Jaarlijks stelt de raad aan het einde van het jaar de belastingverordeningen en de legesverordening voor het volgende jaar vast. Zonder deze vaststelling kunnen de tarieven niet aangepast worden. De wijzigingen in de verordeningen bestaan uit tariefswijzigingen, beleidsmatige wijzigingen en redactionele wijzigingen. De wijzigingen in de belasting en legesverordeningen zijn in de was-wordt lijst opgenomen. Uitgangspunt bij de tariefswijzigingen is dat alle tarieven in 2025 worden geïndexeerd met 3,4%, met uitzondering van de tarieven die een landelijk wettelijk tarief kennen en de tarieven waarvoor expliciet is besloten geen of een afwijkende indexering/tariefstelling toe te passen. Voorgesteld wordt om de onroerendezaakbelasting voor woningen en niet woningen te laten stijgen met de indexatie van 3,4% en een aanvullende verhoging van 5,29%. De verordeningen verblijfs- en waterverblijfsbelasting te laten stijgen naar het Gelderse gemiddelde van € 1,83 per persoon per overnachting. De tarieven voor vaste (lig)plaatsen stijgen ook naar het Gelderse gemiddelde. Tenslotte wordt voorgesteld om de tarieven van de legesverordening hoofdstuk 2 (Omgevingswet) te laten stijgen met 10%. Gerelateerde raadsstukken 1. Legesverordening 2025 2. Verordening standplaatsen en marktgelden 2025 3. Verordening lijkbezorgingsrechten 2025 4.
Verordening onroerende-zaakbelasting 2025 5. Verordening rioolaansluitrechten 2025 6. Verordening verblijfsbelasting 2025 7. Verordening waterverblijfsbelasting 2025 8. Verordening riool- en waterzorgheffing 2025 9. Verordening hondenbelasting 2025 10. Verordening precariobelasting 2025
Raadsvoorstel
Onderwerp
: Belasting en legesverordeningen 2025
Zaaknummer
: 1060296
Datum collegevergadering
: 29 oktober 2024
Datum raadsbesluit
: 19 december 2024
Datum raadsvergadering
: 19 december 2024
Portefeuillehouder
: Wethouder De Raaf
Inlichtingen bij
: Bedrijfsvoeringseenheid Bommelerwaard, afdeling Financiën
Voorstel 1. Vast te stellen de: 1. Legesverordening 2025 2. Verordening standplaatsen en marktgelden 2025 3. Verordening lijkbezorgingsrechten 2025 4. Verordening onroerende-zaakbelasting 2025 5. Verordening rioolaansluitrechten 2025 6. Verordening verblijfsbelasting 2025 7. Verordening waterverblijfsbelasting 2025 8. Verordening riool- en waterzorgheffing 2025 9. Verordening hondenbelasting 2025 10. Verordening precariobelasting 2025
Inleiding Jaarlijks stelt de raad aan het einde van het jaar de belastingverordeningen en de legesverordening voor het volgende jaar vast. Zonder deze vaststelling kunnen de tarieven niet aangepast worden. De wijzigingen in de verordeningen bestaan uit tariefswijzigingen, beleidsmatige wijzigingen en redactionele wijzigingen. De wijzigingen in de belasting en legesverordeningen zijn in de was-wordt lijst opgenomen. Participatie N.v.t. Argumenten Indexering tarieven De tarieven van de belastingen en heffingen worden verhoogd met de Bruto Binnenlands Product (BBP) index van het jaar 2025. Het beleid hiervoor is beschreven in de paragraaf lokale heffingen in de begroting 2025-2028. In de begroting 2025-2028 is de index uit de meicirculaire 2024 gebruikt (2,3%). Deze index werd de afgelopen jaren aangepast met de actuele gegevens uit de septembercirculaire bij de vaststelling van de belastingtarieven. In de septembercirculaire 2024 komt de prijsindex BBP voor 2025 uit op 2,7%. Uit de septembercirculaire 2024 blijkt ook dat de prijsindex BBP voor 2024 is uitgekomen op 4,0%. Dit is 0,7% hoger dan de index van 3,3%, die in de tarieven voor 2024 is verwerkt. Om dit verschil te corrigeren komt de index voor 2025 uit op 3,4% (2,7% + 0,7%).
Uitzonderingen op indexpercentage van 3,4% Uitgangspunt bij de tariefswijzigingen is dat alle tarieven in 2025 worden geïndexeerd met 3,4%, met uitzondering van de tarieven die een landelijk wettelijk tarief kennen en de tarieven waarvoor expliciet is besloten geen of een afwijkende indexering/tariefstelling toe te passen. Verhogen inkomsten van de gemeente Naar aanleiding van het amendement A2024-08 heeft de raad aan het college gevraagd een advies uit te brengen over mogelijkheden voor structurele verhoging van de opbrengsten. Het college heeft in het raadsvoorstel voor de programmabegroting 2025-2028 voorgesteld om bepaalde opbrengsten naast indexatie te verhogen. Het gaat om de verhoging van de tarieven van hoofdstuk 2 van de legesverordening (meeropbrengst €100.000), de ozb (meeropbrengst €532.000) en de verblijfsbelasting (meeropbrengst €300.000) . De voorgestelde verhogingen zijn verwerkt in de door de raad vastgestelde begroting 2025-2028. Beleidsmatige en overige wijzigingen Jaarlijks worden de volgende verordeningen integraal opnieuw vastgesteld: 1. Legesverordening 2. Verordening Standplaatsen en marktgelden 3. Verordening lijkbezorgingsrechten 4. Verordening onroerende-zaakbelasting 5. Verordening rioolaansluitrechten 6. Verordening verblijfsbelasting 7. Verordening waterverblijfsbelasting 8. Verordening riool-en waterzorgheffing 9. Verordening hondenbelasting 10.
Verordening precariobelasting Naast de indexering en verhoging van de tarieven zijn de volgende wijzigingen verwerkt. 1. Legesverordening De tarieven van hoofdstuk 1 en 3 in de verordening worden geïndexeerd met 3,4%, m.u.v. de wettelijk vastgestelde landelijke tarieven. Voorbeelden hiervan zijn tarieven voor rijbewijzen, paspoorten, uittreksels en de verklaring omtrent gedrag. Hierbij wordt het wettelijk voorgeschreven tarief gevolgd. Voor een aantal wettelijk vastgestelde tarieven is het tarief voor 2025 nog niet definitief bekend gemaakt. Dit kan tot aanpassingen leiden, die zo spoedig mogelijk worden verwerkt in het raadsvoorstel (nota van wijziging) en de betreffende verordening. Het voorstel is om de tarieven van hoofdstuk 2 te verhogen met 10%. Dit zorgt voor structurele extra inkomsten van €100.000. Kostendekkendheid leges De kostendekkendheid van de leges mag per afzonderlijk hoofdstuk niet meer zijn dan 100%. Hieraan voldoen we. Zoals gebruikelijk is bij het opstellen van de begroting 2025 de kostendekkendheidstabel opgenomen in de paragraaf lokale heffingen op basis van de gegevens die op dat moment bekend waren. Bij het opstellen van de legesverordening is de kostendekkendheidstabel herzien naar de actuele situatie en is hierbij rekening gehouden met de voorgestelde tariefsverhoging van 10%.
Op hoofdlijnen zien de hoofdstukken er als volgt uit: Hoofdstuk 1 Algemene dienstverlening (bijv. burgerlijke stand, reisdocumenten en Nederlandse identiteitskaarten en Rijbewijzen Hoofdstuk 2 Dienstverlening en besluiten in het kader van de omgevingswet Hoofdstuk 3 Dienstverlening vallend onder de dienstenrichtlijn en niet vallend onder hoofdstuk 2 (zoals horeca, organiseren evenementen, markten en standplaatsen. Het uitgangspunt in het bestuursakkoord is kostendekkendheid van de leges, waarbij alle toerekenbare kosten worden doorberekend. Op deze manier betaalt de aanvrager alle kosten die samenhangen met de dienstverlening, en komen deze kosten niet ten laste van de algemene middelen van de gemeente. Met name hoofdstuk 2 (dienstverlening vallend onder de fysieke leefomgeving/omgevingsvergunningentitel) is hierin belangrijk. Door de opbrengsten binnen dit hoofdstuk met € 100.000 te vergroten stijgt de kostendekkendheid richting de afgesproken ambitie voor de raad. Omgevingswet De omgevingswet startte per 1 januari 2024. Er is nog niet voldoende data beschikbaar om de aantallen aanvragen vergunningen exact in te schatten. Aan het einde van 2023 zijn er veel aanvragen binnengekomen die onder de oude Wet ruimtelijke ordening vielen en de afhandeling van deze aanvragen zijn in 2024 afgewikkeld.
Het eerste halfjaar van 2024 zijn er weinig aanvragen geweest onder de nieuwe omgevingswet waardoor er onvoldoende data beschikbaar is om de aantallen voor 2025 exact in te schatten. De effecten van de omgevingswet kunnen we daardoor nog niet meten. De komende jaren kunnen we, rekening houdend met de effecten van de Omgevingswet, een betere schatting verwerken in de begrotingen en toewerken naar volledige kostendekkendheid.
2. Standplaatsvergoedingen en marktgeldenverordening Eerder is door uw raad besloten om de weekmarkt aantrekkelijk te houden en daarom worden de marktgelden niet geïndexeerd. De tarieven voor standplaatsen zijn wel geïndexeerd met 3,4%.
3. Verordening lijkbezorgingsrechten Naast de indexering van 3,4% zijn er overige wijzigingen geweest. Deze wijzigingen zijn opgenomen in de was-wordt lijst.
4. Verordening onroerende-zaakbelasting De verordening onroerende-zaakbelasting van Maasdriel kent drie tarieven, voor: gebruikers van niet-woningen eigenaren van woningen eigenaren van niet-woningen.
Het algemene beleidsuitgangspunt bij de OZB van Maasdriel is: als de WOZwaarden stijgen dan dalen de tarieven recht evenredig. Omgekeerd uiteraard ook. De verhoging van de opbrengst bovenop indexering is dus alleen van toepassing op de autonome groei van het aantal objecten, dus de nieuwe panden die erbij gekomen zijn en verbouwingen die tot waardestijgingen leiden. De verwachte waardeontwikkeling in Maasdriel is door de Belastingsamenwerking Rivierenland (BSR) ingeschat op: woningen 10,60% niet-woningen 0,40% De waardeontwikkeling kan in werkelijkheid afwijken doordat: niet alle woningen zijn getaxeerd en gecontroleerd de verkoopprijzen van het afgelopen jaar (januari t/m december 2023) een flinke schommeling in de markt laten zien. Om bovenstaande redenen heeft de BSR daarom een voorzichtige inschatting gemaakt en geeft de BSR aan dat de afwijking (in %) tussen de voorlopige waardeontwikkeling en de definitieve waardeontwikkeling die BSR doorgaans in december afgeeft groter kan zijn dan andere jaren. Pas bij het opleggen van de aanslagen zijn de definitieve opbrengsten vrij nauwkeurig te bepalen. Een tarief kan niet meer omhoog, maar wel omlaag bijgesteld worden in het jaar dat de verordening van kracht is. Eind 2024 komt BSR met de informatie waarmee de definitieve tarieven berekend kunnen worden.
Als een verlaging van tarief nodig is, zullen we dit begin 2025 aan de raad voorleggen. De tarieven voor 2025 zijn als volgt berekend. Tarief 2024 Niet-woningen gebruikers Woningen eigenaren Niet-woningen eigenaren
0,2371% 0,0882% 0,3018%
Waardeontwikkeling 0,40% 10,60% 0,40%
Index 3,4% 3,4% 3,4%
De extra verhoging van de OZB met 5,29% komt uit het voorstel van het college aan de raad naar aanleiding van amendement A2024-08 waarin het college om een advies wordt gevraagd voor verhoging van structurele opbrengsten. Door de tarieven te laten stijgen met 5,29% wordt een meeropbrengst behaald van €532.000. Deze meeropbrengst is verwerkt in de vastgestelde begroting 2025-2028. Of deze extra opbrengst ook gehaald wordt is afhankelijk van de werkelijke waardestijgingen en extra objecten. Dit weten we in de loop van 2025, na de aanslagopleggingen.
Extra verhoging 5,29% 5,29% 5,29%
Tarief 2025 0,2571% 0,0868% 0,3273%
De volgende voorbeeldberekening van de OZB 2025 laat zien dat de correctie van de waardestijging op het tarief ook bij een hogere woningwaarde niet meer dan de index en de extra verhoging wordt doorberekend in de onroerendezaakbelasting. OZB 2024 Gemiddelde woningwaarde Tarief OZB Stijging Percentage t.o.v. 2024
€ 404.494 0,0882% € 356,76
Waardeontwikkeling 10,60%
Extra verhoging 5,29%
5. Verordening rioolaansluitrechten Ten aanzien van deze verordening zijn geen wijzingen ten opzichte van 2024.
6. Verordening verblijfsbelasting / 7. Verordening waterverblijfsbelasting Door het project verblijfsbelasting is met behulp van een incidenteel budget een inhaalslag uitgevoerd op de heffing en inning van deze belastingsoort. Dit resulteert in structureel hogere baten. De uitvoering van de verblijfsbelasting en waterverblijfsbelasting is sinds 1-1-2024 overdragen aan de BSR. De gemeente moet (ook na de overdracht) wel blijven controleren, handhaven en gegevens uitwisselen in samenwerking met de BSR. In het verleden is hier te weinig aandacht voor geweest. Intensiever controleren heeft een positief effect op de potentiële opbrengst. Ook na afloop van het project willen we extra controles blijven uitvoeren en dit brengt structurele kosten met zich mee. Het tarief voor een overnachting wordt in 2025 € 1,83 en voor een vaste standplaats € 265,44. Voor de waterverblijfsbelasting in jachthavens wordt het tarief € 1,83 per etmaal en voor een vaste ligplaats € 62,57 per jaar. Het verhogen van de tarieven levert structureel een meeropbrengst op van €300.000. Deze meeropbrengst is verwerkt in de vastgestelde begroting 20252028.
8. Verordening Riool- en Waterzorgheffing (inclusief uitvoeringsregeling rioolheffing Maasdriel 2024) Naast de aanpassing van de tarieven voor het eigenaren en gebruikersdeel uit de jaarschijf 2025 van het Water- en rioleringsplan 2022-2026 zijn er geen overige wijzigingen.
9. Verordening hondenbelasting Naast de indexering van 3,4% zijn er geen overige wijzigingen.
10. Verordening precariobelasting Naast de indexering van 3,4% zijn er geen overige wijzigingen.
OZB 2025 € 447.370 0,0868% € 388,31 € 31,55 8,84%
Kanttekeningen/risico’s 1. Het niet vaststellen van de belasting en legesverordening 2025 leidt ertoe dat de tarieven niet worden geïndexeerd en/of geactualiseerd.
Inclusie N.v.t.
Programma duurzaamheid N.v.t.
Financiën (incl. BTW-effect) De structurele opbrengst van €532.000 voor de ozb van woningen en nietwoningen, de structurele verhoging voor de (water) verblijfsbelasting van €300.000 en de structurele verhoging van €100.000 voor de kostendekkendheid van de leges hoofdstuk 2 zijn verwerkt in de vastgestelde begroting 2025-2028.
Bedrijfsvoering Juridische zaken Als de belastingverordeningen niet in de raadsvergadering van 19 december 2024 worden vastgesteld, kunnen de nieuwe tarieven niet met ingang van 2025 worden toegepast. De vastgestelde belastingverordeningen 2025 worden digitaal bekendgemaakt.
Uitvoering Planning N.v.t. Handhaving N.v.t. Communicatie De vastgestelde belastingverordeningen 2025 worden digitaal bekendgemaakt in het Gemeenteblad Evaluatie / controle Conform het Besluit begroting en verantwoording (BBV) vindt in de jaarrekening en de begroting verantwoording plaats, onder andere in de paragraaf lokale heffingen.
Nota van wijzigingen
Bijlagen 1. Legesverordening 2025 2. Verordening Standplaatsen en marktgelden 2025 3. Verordening lijkbezorgingsrechten 2025 4. Verordening onroerende-zaakbelasting 2025 5. Verordening rioolaansluitrechten 2025 6. Verordening verblijfsbelasting 2025 7. Verordening waterverblijfsbelasting 2025 8. Verordening riool-en waterzorgheffing 2025 9. Verordening hondenbelasting 2025 10. Verordening precariobelasting 2025 11. Was-wordt lijst legesverordening 2025