Raad - Septembercirculaire 2022 - technische vragen D66
Tekst van het document
Raadsvoorstel Septembercirculaire 2022 Technische vragen Fractie D66
Er is een extra post opgenomen voor loon- en prijsstijgingen. Die bedraagt in 2022 € 290.000 en voor de latere jaren telkens € 548.000. Voor de € 290.000 in 2022 lees ik dat dit prijsstijgingen zijn van enerzijds energie (€150.000) en anderzijds een bedrag van € 140.000 voor 1,6 procent hogere prijzen voor andere inkopen dan energie. Mede door het samenvoegen van loonstijgingen en prijsstijgingen in één totaalbedrag is het voor de latere jaren onduidelijk in hoeverre we met deze wijzigingen zijn "ingedekt" tegen de komende loon en prijsstijgingen. Daarom heb ik de volgende vragen: Hoeveel van de € 548.000 is voor hogere lonen en hoeveel voor hogere prijzen? Is dit voor de jaren 2023 tot en met 2026 telkens dezelfde verdeling? Dit bedrag is bedoeld voor hogere prijsstijgingen. Het indexatie-percentage hiervan ligt op 6,5% ten opzicht van 3% ten opzichte van waar in de begroting 2023 rekening is gehouden. Het indexatiepercentage voor lonen is nagenoeg ongewijzigd gebleven (Septembercirculaire 2022 versus Meicirculaire 2022). Wat betreft het deel voor hogere lonen: met welke loonsverhogingen (in procenten) wordt in de periode 2023 tot en met 2026 nu rekening gehouden? Bij het opstellen van de Programmabegroting 2023 is bij de doorrekening van de salarissen rekening gehouden met een stijging van 3,6%.
Welk risico ziet u voor als de nu voorziene loonsverhogingen niet toereikend blijken? Op dit moment zijn de CAO-onderhandelingen nog in volle gang. Er is nog weinig zicht op de uitkomsten daarvan. In de Programmabegroting 2023 is rekening gehouden met een stijging van 3,6%. Als uit de onderhandelingen een hoger percentage komt worden gemeenten daarvoor grotendeels gecompenseerd via de circulaires van het gemeentefonds. Wat betreft het deel voor hogere prijzen: zitten hier ook hoger dan eerder geraamde prijzen voor inkoop energie in? In de Programmabegroting 2023 is op een drietal manieren rekening gehouden met de gestegen energieprijzen. - Het energiebudget is structureel met € 100.000 verhoogd - Er is een egalisatiereserve Energiecrisis gevormd ter grootte van € 800.000 voor incidentele extra energiekosten in de jaren 2023 en 2024. - Het thema is benoemd in de paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing De stelpost is van € 548.000 is bedoeld voor prijsstijgingen anders dan energie. En wat betreft prijsstijgingen die niet inkoop energie betreffen: met welke prijsverhogingen (in procenten) wordt in de periode 2023 tot en met 2026 nu rekening gehouden? Er wordt rekening gehouden met 6,5% aan prijsverhogingen. Dit is exclusief het gedeelte voor de energieprijzen.
Welk risico ziet u in het geval de nu voorziene prijsverhogingen niet toereikend blijken? In het weerstandsvermogen van de begroting is daar een passage aan gewijd. We weten niet of de prijsstijgingen grondstoffen zich voortzet. Voor 2023 houden we rekening met een structurele stijging van de materiële kosten van € 1.154.000. Dit is als volgt opgebouwd en afgedekt: • € 100.000 aan verhoging van het energiebudget • € 506.000 als toevoeging aan de stelpost via de Kaderbrief 2023-2026 • € 548.000 als toevoeging aan de stelpost via dit raadsvoorstel Op dit moment denken wij het risico voldoende te hebben afgedekt. Wanneer dit niet het geval, komen wij bij u terug.