Opinierende nota werkversie omgevingsvisie versie Maasdriel
Tekst van het document
Opiniërende nota
Onderwerp
: Werkversie omgevingsvisie Bommelerwaard
Datum collegebesluit
: 25 mei 2021
Datum opiniërende commissie
: 16 juni 2021
Portefeuillehouder(s)
: Wethouder De Vries
Zaaknummer
: 183970
Opsteller
: Edith Vos, Auke Sybesma en Vanessa Mommers
U uit te spreken over: De werkversie van de omgevingsvisie Bommelerwaard. Samenvatting Het college van Burgemeester en Wethouders legt een werkversie van de omgevingsvisie voor de Bommelerwaard voor aan de gemeenteraad ter bespreking in een opiniërende bijeenkomst. De werkversie is een tussenstap in het proces met als doel om de raad een beeld te geven van de opbouw van de visie en de wijze waarop de kernopgaven worden uitgewerkt. Het is een werkvisie en daarmee een document dat nog niet af is. We doen een voorstel voor een paar leidende principes die de samenhang tussen de kernopgaven weergeven. We signaleren botsende belangen tussen kernopgaven en geven aan waar sprake is van ‘couleur locale’. Inleiding: Wat ging vooraf? U stemde op 8 april 2021 in met de kernopgaven voor de omgevingsvisie Bommelerwaard. Ook nam u kennis van de waardenkaart. De gemeente Zaltbommel stemde op 29 april 2021 in met de kernopgaven. Medio april 2021 ontvingen de raadsleden van de Zaltbommel en u een informatienota over de planning van de omgevingsvisie. Daarin lieten wij u het volgende weten: Wij leggen u op 11 november 2021 een ontwerp-omgevingsvisie ter besluitvorming voor in plaats van in juli 2021. De reden hiervoor is dat een zorgvuldige uitwerking van de opgaven voor de omgevingsvisie meer tijd vraagt; De vaststelling van de omgevingsvisie vindt plaats in de nieuwe raadsperiode.
Het ter inzage leggen van de ontwerpvisie vindt wel binnen de huidige raadsperiode plaats; In juni/juli leggen wij een ‘werkversie’ van de omgevingsvisie ter bespreking aan u voor. Dat doen wij met deze opiniërende nota en de opiniërende raadsbijeenkomst. Deze nota is relatief uitgebreid. Wij geven u hiermee een handvat om de werkversie van de omgevingsvisie goed te kunnen doornemen. De Omgevingswet verplicht u om uiterlijk in 2024 een omgevingsvisie vast te stellen. Hoewel de planning is gewijzigd ten opzichte van de oorspronkelijke planning, blijven wij ruim binnen de wettelijke termijn.
Wat ligt aan u voor? Voor u ligt een ‘werkversie’ van de omgevingsvisie voor de Bommelerwaard. De werkversie is een tussenstap tussen de door u vastgestelde kernopgaven en de op 11 november 2021 vast te stellen ontwerp omgevingsvisie. Het gaat dus om een document dat nog niet af is. Waarom een werkversie voorleggen? Wij willen u een beeld te geven van de manier waarop wij de vastgestelde kernopgaven uitwerken tot een ontwerp-omgevingsvisie. Tussen de besluitvorming over de kernopgaven (8 april 2021) en de besluitvorming over het ontwerp (11 november 2021) zit bijna een half jaar. Daarom willen u halverwege dit proces een beeld te geven van: 1. De opbouw van het totale visiedocument; 2. De wijze waarop de kernopgaven verder worden uitgewerkt in de visie en daarmee een indruk geven hoe het document eruit gaat zien qua inhoud, opzet en abstractieniveau. Bij de behandeling van de kernopgaven in de raad gaf u ons een aantal aandachtspunten mee: 1. In de kernopgaven worden soms termen gebruikt die zeer breed te interpreteren zijn (bijvoorbeeld ‘zoveel mogelijk’ en ‘voldoende bereikbare’). In de uitwerking beschrijven wij aan hoe wij invulling geven aan deze termen aansluitend bij het abstractieniveau van een visie; 2. De omgevingsvisie gaat over de hele Bommelerwaard, maar raadsleden vragen ook aandacht voor de ‘couleur locale’ (lokale verschillen).
In de uitwerking geven wij het aan als opgaven in de gemeenten anders worden ingevuld (zie ook kopje ‘couleur locale’ in deze nota); 3. De kernopgaven hangen sterk met elkaar samen, zorg dat deze samenhang in de visie tot uitdrukking komt. De samenhang tussen de kernopgaven komt vooral tot uitdrukking in een aantal leidende thema’s (zie ook kopje in deze nota). In de vervolgfase van de omgevingsvisie nemen wij hiervoor een apart hoofdstuk op. Vragen aan raadsleden In deze opiniërende nota vragen wij u om een mening te vormen over de onderstaande vragen. Een aantal vragen lichten wij verderop in deze nota nader toe.
Hoe kijkt u aan tegen de manier waarop wij de kernopgaven uitwerken in de werkversie (aansluitend bij het abstractieniveau van de visie)? De kernopgaven binnen de thema’s 1 ‘klimaat, duurzaamheid en landschap’ (groen) en 2 ‘landbouw, economie, toerisme en cultuurhistorie’ (paars) zijn een slag verder uitgewerkt dan de thema’s 3 ‘milieu, gezondheid en leefbaarheid’ (roze), roze en 4 ‘wonen, welzijn en voorzieningen’ (rood);
De thema’s ‘gezondheid’ en ‘klimaat’ zien wij gezien hun urgentie en vele raakvlakken met overige opgaven als ‘leidende thema’s’ in de omgevingsvisie. Dit motiveren wij bij het kopje ‘samenhang tussen kernopgaven: leidende thema’s’. Ziet u deze thema’s ook als leidende thema’s en ziet u daarnaast nog een ander urgent thema dat in uw ogen leidend zou moeten zijn?
Hoe kijkt u aan tegen de ‘botsende belangen’ (potentieel strijdige belangen: ruimteclaims op het buitengebied, inbreiding t.o.v. uitbreiding, aanpak woningbouwopgave t.o.v. klimaatbestendige, gezonde leefomgeving) tussen de kernopgaven en hoe denkt u in dat kader over de balans tussen gebruikswaarde, belevingswaarde en toekomstwaarde
2
(voor toelichting op deze begrippen zie hierna) ?
Heeft u ideeën over een pakkende titel voor de omgevingsvisie?
Hoe zijn we omgegaan met bestaand beleid? De omgevingsvisie Bommelerwaard sluit aan en bouwt voort op bestaand gemeentelijk beleid. Afhankelijk van de status van het beleid nemen wij de hoofdlijnen uit het beleid over, verwijzen we ernaar of geven we aan dat voor een onderwerp beleid gemaakt wordt of gaat worden. Drie beleidsstukken krijgen in het bijzonder aandacht in deze omgevingsvisie. Dat zijn de Woonvisie, het Zon- en Windbeleid en het Masterplan Maas. Voor de eerste twee stukken is dat omdat het gaat om uitwerking van twee belangrijke (deel)thema’s binnen de Bommelerwaard. Het betreffen ook twee zeer recente stukken. Inhoudelijk moeten de omgevingsvisie en deze twee beleidsstukken op elkaar aansluiten. Het Masterplan Maas krijgt speciale aandacht omdat dit een integraal gebiedsplan is. Hierin wordt expliciet de keuze gemaakt om toerisme in belangrijke mate bepalend te maken voor de inrichting van het gebied. Ook dat heeft gevolgen voor bestaande ruimtelijke functies. Opzet werkversie omgevingsvisie Als bijlage bij deze notitie treft u de werkversie van de ontwerp-omgevingsvisie aan. Dit document is nog niet af, maar geeft wel een indruk van hoe de ontwerpvisie eruit gaat zien. In de inhoudsopgave ziet u hoe het document is opgebouwd. Op sommige plekken vindt u dus nog een ‘PM’. Deze teksten worden in een later stadium ingevuld.
De visie is uiteindelijk primair digitaal toegankelijk. Om deze reden zijn de teksten zo compact mogelijk gemaakt en zijn de hoofdstukken (en de kernopgaven) losse ‘bouwstenen’ die straks gekoppeld kunnen worden aan de waardenkaart en de visiekaart. Het streven is om het uiteindelijke product zo toegankelijk mogelijk te maken. De eerste drie hoofdstukken omvatten een inleiding, een terugblik op het participatietraject en een proceswijzer. Die laatste is bedoeld voor inwoners en ondernemers die een ruimtelijk initiatief hebben dat niet past binnen het bestemmingsplan (en t.z.t. het omgevingsplan). In de proceswijzer wordt aangeven op welke manier de gemeenten met hun initiatief om zal gaan en wat daarin van hen verwacht wordt. De bijgevoegde proceswijzer is een voorbeeld. De definitieve proceswijzer wordt pas geschreven nadat er een aantal ‘botsproeven’ zijn gedaan. Dan volgt een hoofdstuk waarin beschreven wordt wat de bewoners van de Bommelerwaard kenmerkt (met aandacht voor de ‘couleur locale’, welke ‘waarden’ karakteristiek zijn voor de Bommelerwaard en waar juist de lokale verschillen liggen.
Het hoofdstuk dat de kernopgaven beschrijft is het meest omvangrijk, omdat hier iedere kernopgave uitgewerkt wordt aan de hand van vier vragen en een actielijst: Welke ontwikkelingen spelen er? Wat willen we bereiken? Waar willen we dat bereiken? Hoe gaan we dat bereiken? De visie eindigt met een aantal hoofdstukken waarin ingegaan wordt op uitvoeringsaspecten en financiële aspecten. De omgevingsvisie bevat een waardenkaart en een visiekaart. Waardenkaart Op de waardenkaart geven wij gebieden aan die zich kenmerken door vergelijkbare aanwezige waarden en kwaliteiten. Per gebied (‘waarde’) beschrijven wij deze waarden en
3
kwaliteiten. Deze kenmerkende waarden willen wij behouden en waar mogelijk versterken. De informatie die op de waardenkaart staat is grotendeels gebaseerd op al bestaande stukken, zoals de landschappelijke analyses uit de structuurvisies van de beide gemeenten (de gebieden komen voor een groot deel overeen met de gebiedsindeling uit de structuurvisies buitengebied van de gemeenten), het landschapsplan, bestaand beleid en input uit het participatietraject. Het is daarbij ook een kaart met het abstractieniveau van de Bommelerwaard en gebieden zijn niet op perceelniveau begrensd. Het is geen visiekaart. Verder bekijken wij of de initiatieven bijdragen aan versterking aan de waarden die wij op de waardenkaart afbeelden en beschrijven (of, anders geformuleerd, doen zij geen afbreuk aan de waarden). Wij voeren nog een controle uit of alle opmerkingen die u heeft gemaakt, zijn verwerkt in de waardenkaart en of de kaart geen inhoudelijke onjuistheden bevat. Visiekaart Op de visiekaart geven wij een (globale) ruimtelijke vertaling van de kernopgaven weer. De kaart is abstracter dan de waardenkaart. Een eerste versie van de visiekaart is in de stukken opgenomen, zodat u zich een beeld kunt vormen hoe deze kaart eruit komt te zien. Het is nadrukkelijk een eerste versie, die nog een verbeterslag krijgt.
Nieuwe initiatieven leggen we ook naast de kernopgaven en de visiekaart: sluiten ze daarbij aan en passen zij binnen de visiekaart. Samenhang tussen kernopgaven: leidende thema’s Bij de conceptuitwerking van de kernopgaven merkten wij dat enkele thema’s bij vrijwel elke opgave terugkomen. Deze thema’s vormen een rode draad door de gehele omgevingsvisie. Wij noemen dit de ‘leidende thema’s. Hieronder lichten wij dat toe. Gezondheid Aandacht voor een gezonde leefomgeving is niet nieuw maar door de Omgevingswet wel hoger op de agenda gekomen. Deze wet zet gezondheid prominent op de fysieke agenda. In de Omgevingswet wordt het centrale begrip – de fysieke leefomgeving – namelijk breed geïnterpreteerd, beschermen van de gezondheid valt hier ook onder. Dit biedt een kans om gezondheidsbeleid en ruimtelijk beleid te verbinden en te borgen in de omgevingsvisie. Een gezonde leefomgeving wordt als prettig ervaren en nodigt uit tot gezond gedrag. Een gezonde leefomgeving bestaat uit een afwisseling van bebouwing met groen, plekken met rust en stilte en verkoelend water, aantrekkelijke en gevarieerde openbare ruimten die uitnodigen tot bewegen, spelen, sport, gezond eten, het ontmoeten van buurtgenoten, een breed voorzieningenaanbod en een goede bereikbaarheid met de fiets en openbaar vervoer.
Dit laat zien dat het thema gezondheid een link heeft met een groot deel van de kernopgaven, bijvoorbeeld in de volgende opgaven: een klimaatbestendige leefomgeving een goed woonklimaat een schone leefomgeving de inrichting van onze leefomgeving stimuleert ontmoeting en een gezonde levensstijl. Dit maakt dat wij gezondheid zien als één van de leidende thema’s zien. Klimaat Het klimaat verandert. Dat heeft tot gevolg dat het weer vaker extreem is en dat kenmerkt zich in periodes van hitte, droogte en hevige neerslag. Het extreme weer heeft een negatief
4
effect op de gezondheid van inwoners en kan leiden tot financiële schade voor inwoners en bedrijven (bijvoorbeeld schade aan gewassen door hagel of het onderlopen van kelders als gevolg van hevige regenval). Daarmee heeft klimaatverandering een aanzienlijk effect op de leefomgeving. Dit vraagt om het aanpassen van onze leefomgeving aan een ander klimaat (adaptatie). Dat kan leiden tot andere (ruimtelijke) keuzes. Vanuit het rijk wordt erop gestuurd dat de gemeenten werken aan het meer klimaatbestendig (en waterrobuust) inrichten van de fysieke leefomgeving en hierbij met elkaar samenwerken. De effecten van klimaatverandering zijn immers gebiedsoverstijgend. Hiervoor worden onder meer op regionaal niveau Ruimtelijke Adaptatie Strategieën (RAS) ontwikkeld en op lokaal niveau de Lokale Adaptatie Strategieën (LAS). Het klimaatbestendig maken van de leefomgeving heeft een groot aantal raakvlakken met andere thema’s en beleidsvelden, zoals het in beeld brengen van geschikte nieuwe locaties voor wonen en werken en het inrichten van deze gebieden (met voldoende groen en ruimte voor water). Daarnaast speelt het thema klimaat een belangrijke rol bij de toekomst voor de agrarische sector.
Tegelijkertijd biedt een meer klimaatbestendige inrichting met meer (open) ruimte, groen en water ook kansen voor het creëren van ruimte en voorzieningen voor onze inwoners om te sporten, te bewegen en te ontmoeting (gezondheid) en het aantrekkelijker maken van de woonomgeving (meer groen). Het omgaan met klimaatverandering is verder onlosmakelijk verbonden met het stimuleren van het gebruik van duurzame energie om hiermee de CO2-uitstoot terug te dringen. De energietransitie biedt op zichzelf ook economische kansen. Het grote aantal beleidsthema’s dat beïnvloed wordt door de noodzaak om te anticiperen op de gevolgen van het veranderende klimaat, maakt dat wij ‘klimaat’ (klimaatbestendigheid) als een ‘leidend thema’ van de omgevingsvisie beschouwen. ‘Couleur locale’ Nadere aanscherping kernopgaven in Zaltbommel De gemeenteraad van Zaltbommel heeft op 29 april 2021 de kernopgaven op een aantal onderdelen aangescherpt (zie bijlage). Dat betekent dat bij de uitwerking van de kernopgaven verschillen kunnen optreden tussen de gemeenten. In de werkversie zijn wij op dit vlak nog geen (grote) verschillen tegengekomen. Accentverschillen koers buitengebied en uiterwaarden Maasdriel Met het Masterplan Maas en de visie op Recreatie & Toerisme 2018-2022 is ingezet op het benutten van de kwaliteiten die de ligging aan de Maas biedt.
De rode draad daarbij is het omarmen van de Maas, waarbij de speerpunten zijn gericht op het versterken van de relatie met de Maas en het vergroten van het toeristisch recreatief potentieel. Met dit masterplan heeft Maasdriel een transitie in gang gezet van een agrarische gemeente richting toerisme. Dit heeft gevolgen voor ruimtelijke keuzes in het buitengebied. De aandacht verschuift van de gebruikswaarde van het buitengebied naar de belevingswaarde ervan. Toeristen en recreanten vinden een aantrekkelijk landschap namelijk van belang. Dat betekent dat de kwaliteiten die het Maasdrielse landschap aantrekkelijk maken behouden, versterkt en verder ontwikkeld moeten worden. We koesteren de kwaliteiten van het buitengebied en benutten kansen om deze te verbeteren voor zowel agrariërs, als recreanten en passanten. Dit heeft als consequentie dat de invulling van het buitengebied langzaam aan transformeert, waarbij bestaande rechten worden gerespecteerd. Er komt meer aandacht voor landschappelijke waarden en toeristische ontwikkelingen.
5
Zaltbommel Het buitengebied in de gemeente Zaltbommel blijft zich kenmerken door een sterk agrarisch karakter: tuinbouw op de oeverwallen en in de kommen (grondgebonden) veehouderijen. Er is geen sprake, zoals in Maasdriel, van een verschuiving naar meer op de ‘belevingswaarde’ (toerisme) gerichte ontwikkeling. Grondgebonden agrarische bedrijven krijgen ruimte om zich verder te ontwikkelen, mits dat milieutechnisch mogelijk is en als dat gepaard gaat met een verduurzaming, landschappelijk wordt ingepast en als op andere locaties bebouwing wordt gesaneerd. Wel zijn andere, meer kleinschalige ontwikkelingen zoals toeristische activiteiten of ontwikkelingen via functieverandering, mogelijk als dat niet leidt tot belemmering van agrarische bedrijvigheid. De tuinbouw blijft het primaat houden binnen de intensiveringsgebieden. Daarnaast mag de realisatie van duurzame energievoorzieningen (zoals zonnevelden) niet leiden tot vermindering van landbouwgronden. Botsende belangen In haar recente rapport1 constateert het Planbureau voor de Leefomgeving het volgende: “Het nieuwe kabinet staat voor grote opgaven op het gebied van de leefomgeving.
Er moet een groot aantal nieuwe woningen worden bijgebouwd, om de opwarming van de aarde te beperken moeten er locaties worden gevonden voor windmolens en zonnepanelen, en door klimaatverandering, de landbouw, woningbouw en bedrijvigheid staat de draagkracht van de bodem, het water en de biodiversiteit onder grote druk. Al deze opgaven komen samen op het beperkte grondgebied van Nederland. Het aanpakken ervan is een ingewikkelde puzzel, niet alleen omdat voor bestaande en nieuwe functies ruimte moet worden gevonden, maar ook omdat daarbij rekening moet worden gehouden met de interactie tussen het benodigde ruimtegebruik.” Deze opgaven zijn ook herkenbaar voor de Bommelerwaard. Het planbureau geeft aan dat de combinatie van realiseren van al deze ruimtelijke opgaven én het tegelijkertijd behouden of zelfs verbeteren van de omgevingskwaliteit vraagt om het zoeken naar een nieuwe balans tussen gebruikswaarde (economische benutting), belevingswaarde (perspectief van de burger) en toekomstwaarde (ecologische duurzaamheid). In de hieronder geschetste ‘botsende belangen’ zijn deze drie ‘waarden’ telkens te onderscheiden. Een voorbeeld: bouwen we nieuwe woningen in bestaande gebied (inbreiding), dan wordt daar de leefomgeving compacter en minder groen. Dat zal gevolgen hebben voor de leefomgeving van inwoners (belevingswaarde), maar ook voor de klimaatbestendigheid (toekomstwaarde).
Uitbreiding kan echter ten koste gaan van open gebied dat agrarisch gebruikt wordt (benuttingswaarde) of nu een veelgebruikt wandelgebied is (belevingswaarde) of een cultuurhistorische- of natuurfunctie heeft (toekomstwaarde). Voor agrarisch gebied gelden vergelijkbare dilemma’s. Om als agrariër je bedrijf toekomstbestendig te houden kan het noodzakelijk zijn dat hij/zij moet intensiveren (benuttingswaarde). Dit heeft echter gevolgen voor het landschap (bijv. grotere kavels, stallen of meer teeltondersteunende voorzieningen) en daarmee voor de belevingswaarde. Het intensiever benutten van bodem en water kan gevolgen hebben voor de toekomstwaarde van die systemen (draagkracht van bodem- en watersysteem). Het niet meewerken aan intensivering kan echter tot gevolg hebben dat agrarische bedrijven onvoldoende toekomstperspectief hebben in de Bommelerwaard.
1
“Grote opgaven in een beperkte ruimte. Ruimtelijke keuzes voor een toekomstbestendige leefomgeving” (PBL, april 2021, Den Haag )
6
Ruimteclaim op het buitengebied Botsende belangen zien we met name in het buitengebied. De agrarische sector is belangrijk voor het landschap en is economisch van belang. Tegelijkertijd zijn er verschillende andere sectoren die ook een claim op de ruimte leggen, bijvoorbeeld voor wonen, recreëren, natuur, duurzaamheid etc. Landelijk is de discussie over een transitie van de landbouw actueel. Doorgaan op de huidige voet en een te eenzijdige nadruk op productie lijkt niet langer volgehouden te kunnen worden. Daarnaast stellen wij gezondheid voor als één van de leidende thema’s. Een gezonde en leefbare omgeving bestaat echter niet zonder natuur. Dit betekent ook iets voor onze keuzes in met name het buitengebied: behouden wij het buitengebied zoveel mogelijk voor de agrarische sector of vinden wij het aanvaardbaar dat het buitengebied gedeeltelijk ‘verkleurt’ (voor wonen, groen, energie of toerisme). Bijvoorbeeld zones rond de kernen en/of natuurgebieden. Daarnaast komt uit gesprekken met samenwerkingspartners de vraag of gemeenten ruimte willen bieden voor ‘experimentele ontwikkelingen’, zoals teeltondersteunende voorzieningen in combinatie met zonnepanelen. Een richting die impact heeft op het landschap, maar wel een kans biedt om duurzaamheidsambities en agrarische ontwikkeling te koppelen.
Uitbreiding versus inbreiding Vanwege het belang om de kernen leefbaar te houden (met ruimte voor bewegen en ontmoeten) en het streven naar een klimaatbestendige openbare ruimte (met ruimte voor groen en water) stellen wij voor om niet per definitie eerst te kijken naar ‘inbreiding’ in plaats van ‘uitbreiding’. Het uitbreiden van kernen (voor wonen en werken) zou alleen toegestaan moeten worden als dat dit klimaatbestendig gebeurt, met ruimte voor groen en water en als het landschappelijk ingepast wordt. Woningbouwopgave ten opzichte van een klimaatbestendige, gezonde leefomgeving Uit de samenleving en de uitwerking van de kernopgaven blijkt de wens en noodzaak tot een voortvarende aanpak van de woningbouwopgaven (kwantiteit en kwaliteit). Anderzijds ligt er de opgave om nieuwe wijken klimaatbestendig en duurzaam in te richten met ruimte voor groen en ontspanning. Dat gaat gepaard met (hogere) kosten, een grote claim op de ruimte (mogelijk ten koste van landbouwgronden) en zal meer tijd en inspanning vergen. Dit kan botsen met de ambitie om de woningbouwopgave zo spoedig mogelijk op te pakken. Thema’s voor nadere uitwerking Wij leggen u een werkversie voor. Dat betekent onder meer dat wij nog een aantal thema’s verder moeten uitwerken. Dat geldt in elk geval over de volgende thema’s: Kernopgave benutten strategische ligging A2 en spoor.
Dit vraagt om een uitwerking in bijvoorbeeld een afzonderlijke visie of een programma. Daar komen wij bij de ontwerpvisie op terug; De Omgevingswet biedt voor het thema milieu mogelijkheden voor flexibilisering, bijvoorbeeld om verschillende normen te hanteren voor verschillende gebieden. Dat vraagt om een nadere verkenning. Wij komen er bij de ontwerpvisie op terug hoe wij dat willen aanpakken; De kernopgaven 9 en 12 (thema wonen) moeten wij beter laten aansluiten op de ambities uit de nieuwe woonvisies van de gemeenten; Het onderwerp externe veiligheid moeten wij nog verwerken in de uitwerking van de kernopgaven.
7
Strategische visie U heeft op 8 november 2018 een motie aangenomen waarin u vraagt om een strategische toekomstvisie op te stellen voor de Bommelerwaard. Aanleiding hiervoor was onder meer een extern onderzoek waarin de belangrijkste strategische vraagstukken en opgaven voor de Bommelerwaard in beeld gebracht zijn. Wij kozen ervoor om dit traject te integreren in het proces voor de omgevingsvisie. Wij constateerden namelijk aanzienlijke overlap. Bij de start van het omgevingsvisietraject in 2020 zijn we uitgebreid met inwoners in gesprek gegaan over thema’s met betrekking tot de fysieke ruimte. In de ontwerpvisie nemen wij een paragraaf op in hoeverre de strategische opgaven en de opgehaalde reacties aansluiten bij de uitwerking van de kernopgaven uit de omgevingsvisie. Op basis daarvan kunt u dan beoordelen of hiermee is tegemoetgekomen aan uw vraag om een strategische toekomstvisie op te stellen. Vervolg: Wij nemen uw reacties op de werkversie van de omgevingsvisie mee en verwerken die in de ontwerp-omgevingsvisie. Ook nemen we de nog uit te werken thema’s hierin mee. Ook gaan wij met nog enkele samenwerkingspartners het gesprek aan om aanvullende informatie uit te wisselen. De ontwerp-omgevingsvisie ligt op 11 november 2021 aan u ter vaststelling voor. De visie wordt vervolgens ter inzage gelegd.
De exacte datum en termijn nemen wij op in het voorstel voor besluitvorming over de ontwerp-omgevingsvisie. De omgevingsvisie kent geen einddatum. Deze omgevingsvisie is een ‘Omgevingsvisie 1.0’. De visie wordt periodiek geëvalueerd en indien nodig geactualiseerd. Deze werkwijze sluit aan bij de filosofie uit de Omgevingswet. Communicatie: Digitaal platform Wij publiceren de gewijzigde planning van de omgevingsvisie inclusief processtappen op het platform www.toekomstbommelerwaard.nl. Daarop plaatsen we te zijner tijd ook de ontwerpomgevingsvisie. Participatie bij ontwerp-omgevingsvisie In werkversie is een hoofdstuk opgenomen hoe de visie tot stand is genomen. De ontwerpomgevingsvisie ligt te zijner tijd ter inzage. Bij de ontwerp-omgevingsvisie kan eenieder een zienswijze indienen. Wij organiseren een informatiebijeenkomst over de ontwerpvisie voor onze inwoners. Hierop komen wij bij besluitvorming over de ontwerpvisie terug. Bijlagen: 1. Werkversie Omgevingsvisie Bommelerwaard (concept 6 mei 2021) 2. Bommelerwaardenkaart concept (in hogere resolutie) 3. Bommelervisiekaart concept (in hogere resolutie) 4. Nadere aanscherping kernopgaven Zaltbommel 5. Bommelerwaard cijfers (in hogere resolutie)
BURGEMEESTER EN WETHOUDERS VAN MAASDRIEL de secretaris, de burgemeester, G.T. Wildeman H. van Kooten
8