Nota van zienswijzen Oostenbroekweg 7 en 19 Velddriel
Tekst van het document
Nota van zienswijzen Ontwerpbestemmingsplan ‘Buitengebied herziening 2023, Oostenbroekweg 7 en 19’ Gemeente Maasdriel
Maasdriel, juli 2023
Inleiding Het ontwerpbestemmingsplan ‘Buitengebied herziening 2023, Oostenbroekweg 7 en 19’ heeft ingevolge artikel 3.6 van de Wet ruimtelijke ordening van 16 maart 2023 tot en met 26 april 2023 ter inzage gelegen. Gedurende deze periode is één zienswijze ontvangen. Hoewel samengevat weergegeven, is de zienswijze volledig beoordeeld en beantwoord.
Zienswijze 1 De zienswijze is bij brief van 17 april 2023, ontvangen op 18 april 2023, ingediend door ARAG SE Nederland namens XXX wonende aan XXX te (XXX) XXX. 1.1 Zienswijze; Overlast Reclamant uit in de zienswijze zijn onvrede over de overlast die hij ervaart van de bedrijven aan de Oostenbroekweg 7 en 19, terwijl handhaving naar de mening van reclamant tekortschiet. Reactie op zienswijze In het kader van het vaststellen van een bestemmingsplan wordt getoetst aan de goede ruimtelijke ordening. Lopende handhavingsprocedures of handhavingsprocedures die in het verleden hebben gespeeld vormen daarbij geen toetsingskader. Het voorliggende bestemmingsplan is conserverend van aard. Dat wil zeggen dat al vergunde activiteiten juridisch-planologisch worden vastgelegd. Het bestemmingsplan is getoetst aan de geldende beleidskaders en de milieu- en omgevingsaspecten zijn onderzocht. Daaruit is gebleken dat er sprake is van een goede ruimtelijke ordening. De zienswijze leidt niet tot aanpassingen aan het bestemmingsplan. 1.2 Zienswijze; Vergunningen In dit deel van de zienswijze uit reclamant zijn kritiek op de al verleende vergunningen en gedane meldingen. Daarnaast geeft reclamant zijn mening over de bestuurscultuur. Reactie op zienswijze De al verleende vergunningen waar reclamant kritiek op uit zijn onherroepelijk.
Als reclamant het niet eens was met die vergunningen, dan had het op zijn weg gelegen om gebruik te maken van de rechtsbeschermingsprocedures die golden ten aanzien van die vergunningen. Nu de vergunningen onherroepelijk zijn kan en mag de gemeenteraad uitgaan van de juistheid van die vergunningen bij de vaststelling van voorliggend bestemmingsplan. Daarnaast heeft de toets aan de goede ruimtelijke ordening plaatsgevonden en blijkt dat er geen strijd is met de goede ruimtelijke ordening als het bestemmingsplan wordt vastgesteld. De mening van reclamant over de bestuurscultuur wordt ter kennisgeving aangenomen. De zienswijze leidt niet tot aanpassingen aan het bestemmingsplan. 1.3 Zienswijze; Aanleiding voor postzegelplan Reclamant geeft de aanleiding weer voor het opstellen van voorliggend bestemmingsplan en uit zijn kritiek op de acceptatie van losse grondstoffen. Reactie op zienswijze Door de jaren heen zijn diverse milieuvergunningen verleend aan de bedrijven die zijn gelegen aan de Oostenbroekweg 7 en 19 in Velddriel. Beide bedrijven waren opgenomen in het bestemmingsplan ‘Buitengebied herziening 2016’. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft – kort gezegd – bij uitspraak van 15 september 2021 (ECLI:NL:RVS:2021:2062) de plandelen met betrekking tot bovengenoemde percelen vernietigd en de gemeenteraad opgedragen een nieuw
bestemmingsplan vast te stellen. Die vernietiging was gelegen in het enerzijds vaststellen van een bestemmingsplan waarin de bereiding van verse compost uit losse bestanddelen niet was toegestaan (zoals de milieuvergunningen dat wel toestaan) en anderzijds de motie van de gemeenteraad van 26 juni 2019 (met kenmerk 2019-35) waarin wordt opgeroepen ervoor te zorgen dat de milieutechnisch vergunde activiteiten, waaronder het bereiden van verse compost uit losse bestanddelen, juridisch-planologisch worden vastgelegd in een postzegelbestemmingsplan. Het voorliggende bestemmingsplan is een uitwerking van bovengenoemde uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en de motie van de gemeenteraad. In het bestemmingsplan wordt daarom de bereiding van verse compost uit losse bestanddelen toegestaan, omdat die bereiding milieuhygiënisch aanvaardbaar is geacht in de milieuvergunningen. Daarnaast is het bestemmingsplan getoetst aan de geldende beleidskaders en zijn de milieu- en omgevingsaspecten onderzocht. Niet is gebleken dat het bereiden van verse compost uit losse bestanddelen in strijd is met de goede ruimtelijke ordening. De zienswijze leidt niet tot aanpassingen aan het bestemmingsplan.
1.4 Zienswijze; (gebrek aan) toezicht en handhaving In dit deel van de zienswijze uit reclamant zijn onvrede over de wijze waarop vergunningverlening, toezicht en handhaving is georganiseerd. Naar de mening van reclamant zijn omwonenden de dupe van het volgens hem versnipperde bevoegd gezag. Reactie op zienswijze In het kader van het vaststellen van een bestemmingsplan wordt getoetst aan de goede ruimtelijke ordening. De wijze van organiseren van vergunningverlening, toezicht en handhaving vormt daarbij geen toetsingskader. De zienswijze leidt niet tot aanpassingen aan het bestemmingsplan. 1.5 Zienswijze; Borging goed of aanvaardbaar woon- en leefklimaat Volgens reclamant wordt een goed woon- en leefklimaat niet geborgd in het bestemmingsplan. Reactie op zienswijze Zoals hierboven al aan de orde is gekomen is het bestemmingsplan conserverend van aard. Dat wil zeggen dat al vergunde activiteiten juridisch-planologisch worden vastgelegd. Het bestemmingsplan is getoetst aan de geldende beleidskaders en de milieu- en omgevingsaspecten zijn onderzocht. Voornoemde toets is in eerste instantie uitgevoerd door gemeente en Omgevingsdienst Rivierenland. Daarna is het conceptbestemmingsplan getoetst door een onafhankelijke derde; advies- en ingenieursbureau Witteveen + Bos. Die toets heeft geleid tot aanpassingen aan het conceptbestemmingsplan en tot het bestemmingsplan dat nu voorligt.
Uit niets blijkt dat er geen sprake is van een goed woon- en leefklimaat in de omgeving van het plangebied. De mening van reclamant dat een goed woon- en leefklimaat niet is geborgd, wordt dan ook niet gevolgd.
De zienswijze leidt niet tot aanpassingen aan het bestemmingsplan. 1.6 Zienswijze; Falende overheid Reclamant stelt dat bepaalde fouten in verleende omgevingsvergunningen moeten worden hersteld. Daarnaast stelt hij dat het bestemmingsplan niet voldoet aan de Omgevingsvisie Bommelerwaard. Reactie op zienswijze Zoals hierboven al aan de orde is gekomen zijn de in het verleden verleende vergunningen onherroepelijk. Die vergunningen staan in deze bestemmingsplanprocedure niet ter discussie. Daarnaast heeft de toets aan de goede ruimtelijke ordening plaatsgevonden en blijkt dat er geen strijd is met de goede ruimtelijke ordening als het bestemmingsplan wordt vastgesteld. Ten aanzien van de Omgevingsvisie Bommelerwaard onderbouwt reclamant niet waarom het bestemmingsplan daarmee in strijd zou zijn. Dat is overigens ook niet het geval. Uit de Omgevingsvisie blijkt dat een duurzaam toekomstperspectief voor de glastuinbouw (lees: paddenstoelenteelt) vraagt om concentratie en een schaalomvang met als doel hoogwaardige voorzieningen enerzijds en een kwaliteitsinpassing anderzijds. Het voorliggende bestemmingsplan ziet op het juridisch-planologisch bestendigen van de vergunde situatie voor twee bestaande champignon- en substraatbedrijven.
De bestaande vergunde situatie wordt vastgelegd en op de locatie Oostenbroekweg 19 worden kleinschalige ontwikkelingsmogelijkheden mogelijk gemaakt binnen de bestaande bedrijfskavel. Dit is passend in het principe van zorgvuldig ruimtegebruik. Tot slot wordt voorzien in een landschappelijke inpassing van het geheel. Deze landschappelijke inpassing zal het aanzicht op de bedrijfsgebouwen verbeteren waardoor de ontwikkeling bijdraagt aan een kwaliteitsverbetering van het terrein en de directe omgeving. Daarnaast worden de parkeervoorzieningen aan de voorzijde ingepast. De landschappelijke inpassing is erop ingestoken de kwaliteiten van het Drielsche Broek, waarin het plangebied is gelegen, te versterken. Van strijd met de Omgevingsvisie Bommelerwaard is gelet op het bovenstaande geen sprake. De zienswijze leidt niet tot aanpassingen aan het bestemmingsplan. 1.7 Zienswijze; Stikstof/natuur Reclamant is van mening dat onvoldoende is onderbouwd dat het bestemmingsplan niet zou leiden tot een toename van stikstofdepositie. Reactie op zienswijze Reclamant stelt slechts dat onvoldoende is onderbouwd dat het bestemmingsplan niet zou leiden tot een toename van stikstofdepositie. Reclamant onderbouwt zijn stelling niet.
Terwijl in de toelichting op het bestemmingsplan de volgende onderbouwing is opgenomen: ‘De toekomstige ontwikkelingen leiden niet tot een toename van de stikstofdepositie ten aanzien van het gebruik. Deze ontwikkelingen zijn enkel bedoeld voor een efficiëntere bedrijfsvoering. De uitbreiding het bouwvlak, die in geborgd is in de wijzigingsbevoegdheid, is bedoeld om een werkplaats en een bedrijfshal waarmee het (spoel)watersysteem beter kan
worden ingericht. Daarnaast is dan ook het ontsmetten met stoom niet meer nodig. Er kan namelijk maximaal gebruik worden gemaakt van de natuurlijke temperaturen. Dit leidt tot aanzienlijke verlaging van het gasverbruik wat een positieve invloed heeft op de stikstofdepositie. Voor de beoogde uitbreiding van bebouwing binnen het bestaande bouwvlak geldt dat deze dient om de vergunde hoeveelheid grondstoffen te kunnen verwerken en de vergunde hoeveelheid substraat te kunnen verwerken. Hiermee is evenmin sprake van additionele stikstofdepositie. Zorgvuldigheidshalve is een stikstofdepositieberekening uitgevoerd voor de toekomstige situatie, waarin ook (onverplicht) de toepassing van de wijzigingsbevoegdheid is meegenomen. Deze rapportage is opgenomen in de bijlagen. Uit de berekening volgt dat er geen deposities >0,00 mol/ha/j op stikstofgevoelige habitats van Natura 2000-gebieden optreden als gevolg van het plan. Negatieve effecten vanwege stikstofdepositie op Natura-2000 gebieden kunnen derhalve uitgesloten worden. Er is geen passende beoordeling noodzakelijk.’. Van belang is dat vaststaat dat hetgeen het bestemmingsplan toelaat (hoewel niet vereist inclusief de wijzigingsbevoegdheid) niet zal leiden tot een toename van stikstofdepositie ten opzichte van hetgeen aan activiteiten is vergund. De zienswijze leidt niet tot aanpassingen aan het bestemmingsplan.
1.8 Zienswijze; Fauna Reclamant merkt op dat volgens hem beschermde soorten zijn verdwenen als gevolg van illegale bouwwerken. Reactie op zienswijze De stelling van reclamant staat niet in de weg aan de (uitvoerbaarheid) van het bestemmingsplan. De percelen zijn al lange termijn intensief in gebruik ten behoeve van beide bedrijven en zijn verhard of bebouwd. Om die reden is op voorhand vast te stellen dat de gronden niet geschikt zijn als leef- of foerageergebied van beschermde flora- en faunasoorten. Dat de gronden niet geschikt zijn als leef- of foerageergebied als gevolg van al gerealiseerde, uitgevoerde werken doet aan die conclusie niet af.
Besluit De zienswijze leidt niet tot aanpassing van het plan. ***