memorandum Rubens - 31 mei 2021
Tekst van het document
Uit de notulen van die vergadering blijkt dat het alternatieve plan van Rubens, als ‘Schetsboek’ gepresenteerd op 24 september 2012, niet aan de orde komt. Na discussie over twee van de vier voorgelegde beslispunten wordt besloten tot een (verdergaande) behandeling in de raad van 6 december 2012. Die behandeling gaat uiteindelijk niet door: het voorstel is voortijdig van de agenda gehaald 18.
15 16 17 18
De aanhalingstekens zijn overgenomen uit de stukken, dus niet (hier) geplaatst door Hordijk. Ook deze onderstreping volgt het origineel. Deze onderstreping is van Hordijk. Op dit punt is het arrest van het Gerechtshof van 8 november 2016 niet correct, waar wordt gesproken van een ‘raadsbesluit van 6 december 2012’.
Memorandum feitenonderzoek Dossier Rubens 31 mei 2021 Blad 25 van totaal 26
Vooralsnog vindt geen (nadere) besluitvorming in de raad plaats. Het college laat in de eerste maanden van 2013 een herbeoordeling uitvoeren van alle initiatieven uit het overzicht van eind 2012. Mede op aangeven van de raad wordt in dat verband bijzondere aandacht gegeven aan de projecten die in diverse stukken als ‘kwakkelend’ worden aangeduid. Op 14 mei 2013 besluit het college tot vaststelling van de notitie ‘Actualisatie herijking woningbouwprogramma tot 2020’. De notitie omvat een tabel waarin plannen zijn opgenomen die optellen tot 923 te bouwen woningen. Los van de hardheid – of niet – van de diverse eerder gehanteerde kwantitatieve kaders c.q. uitgangspunten: er gloort plotseling licht voor het (kunnen) opnemen van nieuwe plannen, in verband waarmee ‘inmiddels met diverse initiatiefnemers overleg wordt gepleegd’, waarbij het de ‘inzet’ is om te komen tot een samenwerkingsovereenkomst. Het college meldt nog dat het planaanbod niet evenredig is verdeeld over de kernen en niet volledig aansluit bij de berekende behoefte per kern. Het aspect kwaliteit van de te bouwen woningen – huur versus koop, sociaal versus vrije sector en appartementen versus grondgebonden – blijft consequent buiten (integrale) beschouwing. Voor Rossum is bepaald dat ‘vanuit het perspectief van haalbaarheid en uitvoerbaarheid’ de projecten Rubens en Weteringshoek volgtijdelijk worden geprogrammeerd.
De behoefte (51) voor Rossum wordt tot 2020 toegewezen aan Weteringshoek (Grekas) vanwege het te bereiken milieurendement (sloop van de kas van het glastuinbouwbedrijf), de verbetering van de woon- en leefomgeving (door het beëindigen van die onderneming) en het bijkomstig generen van inkomsten voor de gemeente (door de verkoop van de percelen in kwestie). De Commissie Ruimte ontvangt een informatiebrief, verzonden op 17 mei 2013. Die wordt besproken in de vergadering van 21 augustus 2013. Vanuit de VVD-fractie komen meerdere vragen. De antwoorden daarop volgen een week later schriftelijk van wethouder Jos Huizinga.
Memorandum feitenonderzoek Dossier Rubens 31 mei 2021 Blad 26 van totaal 26
2014
Raadsbesluit Procedure
Rubens dagvaardt de gemeente op 9 december 2013. Uitsluitend ter (beoogde) versteviging van de juridische positie in het geschil met Rubens vraagt het college de raad ‘in te stemmen met het bekrachtigen’ van de laatste versie van het woningbouwprogramma (de projectenlijst), zoals dat in mei 2013 door het college is vastgesteld en vervolgens ter kennisneming aan de Commissie Ruimte is gestuurd. De raad is op de hoogte van de dagvaarding en besluit op 30 januari 2014 conform het voorgelegde voorstel. ** De rechtbank Gelderland spreekt op 27 augustus 2014, kort samengevat, uit dat de gemeente Maasdriel toerekenbaar tekort is geschoten in de nakoming van de samenwerkingsovereenkomst met Rubens, gesloten in 2008. Op 8 november 2016 stelt ook het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden de gemeente in het ongelijk. Het hof bekrachtigt het vonnis van de rechtbank.
**
Memorandum feitenonderzoek Dossier Rubens 31 mei 2021 Bijlage
Bijlage
Initiatiefvoorstel van de raad (met notitie van de Rekenkamercommissie)
MEMO l
Aan
: Presidium
Opsteller
: Griffier
Datum
: 6 mei 2020
Onderwerp
: Initiatiefvoorstel Onderzoek kwestie Rubens
Naar aanleiding van de grote schadeplicht van de gemeente naar aanleiding van de ‘kwestie Rubens’ hebben de fractievoorzitters aangegeven een onderzoek, vanuit de raad, te willen laten doen door de heer Hordijk. De heer Hordijk is directeur van de rekenkamercommissie Maasdriel en heeft, in principe, positief gereageerd op het verkennend verzoek dat hem is gedaan via de griffier. Hij heeft dit toegelicht in een brief (zie bijlage 1 bij dit memo). In het presidium op 10 maart is gesproken over een notitie van de griffier, waarin werd voorgesteld om het onderzoeksvoorstel via een motie aan de raad voor te leggen. Het presidium adviseerde de fracties een gezamenlijk opgesteld Initiatiefvoorstel te maken, opdat een gezamenlijk Raadsbesluit kan worden genomen. Bijgaand ontvangt u een concept raadsvoorstel en raadsbesluit. Indien de fracties dit initiatiefvoorstel willen indienen dan wordt dit voorstel aan het college voorgelegd. Het college krijgt de gelegenheid om binnen vier weken schriftelijk wensen en bedenkingen aan de raad kenbaar te maken of te laten weten dat ze dit niet zal doen. (zie het reglement van orde Maasdriel, artikel 29)i. Vervolgens kan het voorstel op de agenda van de gemeenteraad van 9 juli worden geplaatst om te worden vastgesteld.
Bijlagen: 1. Brief van de heer Hordijk 2. Concept Raadsvoorstel 3. Concept Raadsbesluit
i Artikel 29. Initiatiefvoorstel
1. Raadsleden dienen initiatiefvoorstellen schriftelijk in bij de voorzitter. Deze brengt een ingediend voorstel zo spoedig mogelijk ter kennis van het college. 2. Het college kan binnen vier weken nadat het ter kennis is gesteld van een voorstel schriftelijk wensen en bedenkingen met betrekking tot het voorstel ter kennis van de raad brengen. 3. Nadat het college schriftelijk wensen of bedenkingen ter kennis van de raad heeft gebracht of kenbaar heeft gemaakt hiertoe niet te zullen overgaan, dan wel nadat de in het tweede lid gestelde termijn is verlopen, worden deze voorstellen op de agenda van de eerstvolgende raadsvergadering geplaatst. Als de schriftelijke oproep hiervoor reeds verzonden is wordt het voorstel op de agenda van de daaropvolgende raadsvergadering geplaatst.
M
MAASDRIEL Aan: de gemeenteraad
Uw brief van
25 mei 2020
Telefoonnummer 14 0418
Uw kenmerk Ons kenmerk
Team Ruimtelijke Ontwikkeling
642030
Kerkdriel
16 juni 2020
Verzenddatum
Onderwerp
1 8 JUNI 2020
Reactie initiatiefvoorstel onderzoek kwestie Rubens
Op 25 mei 2020 heeft u op grond van het Reglement van Orde voor de raad aan ons college de gelegenheid geboden binnen vier weken schriftelijk wensen en bedenkingen kenbaar te maken ten aanzien van een voorgenomen initiatiefvoorstel tot het laten onderzoeken van het dossier Rubens. Onze reactie treft u hieronder aan. Kerkstraat 45 Postbus 10.000 5330 GA Kerkdriel T: 140418 F: 0418 638 800 infouimaasdriel.nl www.maasdriel.nl IBAN: NL47BNGH0285 0819 26
Wij zijn blij met het voorgenomen initiatief. Net als u betreuren ook wij de uitkomst in het dossier met de uitspraak van 16 oktober 2019 en hopen wij dat een uitkomst als deze ons in de toekomst, in welke kwestie dan ook, bespaard blijft. Een onderzoek c.q. evaluatie van het dossier ten aanzien van het verloop daarvan kan daarin een belangrijke bijdrage leveren tot het herkennen en erkennen van verbeterpunten en/of aandachtspunten. Wij geven u in overweging terughoudend te zijn met de openheid over dit onderzoek en het starten van het onderzoek. Dit vanwege de lopende gesprekken met Rubens om tot nieuwe afspraken over het woningbouwplan en het uitgekeerde schadebedrag te komen. Het onderhandelingsproces nadert zijn einde maar het is vooralsnog niet met zekerheid te stellen of een afronding vóór de raadsvergadering van 9 juli bereikt is. Aanvullend attenderen wij u op een aantal belangrijke zaken vanuit ons perspectief op dit onderzoek: - Bepaal vooraf als raad wat de reikwijdte van het onderzoek is en welke onderzoeksvraag voor u centraal staat. In haar voorstel geeft de Rekenkamercommissie aan een zuiver feitenonderzoek uit te voeren. De Rekenkamercommissie zal dus niet in gaan op vragen die tot een concluderend, oordelend en/of adviserend antwoord zouden moeten leiden.
In het raadsvoorstel komt dit niet heel duidelijk naar voren en het is van belang de verwachtingen van de raad over het onderzoek goed te verwoorden in het raadsvoorstel. Ook is het van belang op voorhand een proces af te spreken hoe dan wél een concluderend, oordelend en/of adviserend antwoord wordt verkregen. Ook de later door de raad
Bijlagen
Een afschrift van dit document is ook verstuurd aan
aan het feitenonderzoek te verbinden conclusies moeten transparant en langs geobjectiveerde maatstaven tot stand komen. - In dit dossier is veel werk verricht door ambtenaren en verschillende externe adviseurs. Het dossier is dus omvangrijk. Een analyse van het dossier kan al flink veel tijd van de onderzoeker vergen. Houd daar rekening mee in aanpak of evt. budget. - Externe adviseurs kunnen niet verplicht worden om aan het onderzoek mee te werken, of kunnen daar mogelijk kosten voor in rekening brengen. - Wij zijn het meest gebaat met een onderzoeksresultaat dat concrete aanbevelingen geeft waar en hoe we verbeterpunten kunnen realiseren. Het (feiten)onderzoek voorziet daar nu (nog) niet in. Wij ontvangen heel graag de definitieve onderzoeksopzet en de -planning zodat we daar in onze medewerking ook rekening mee kunnen houden. Tot slot wensen wij u wijsheid toe in het onderzoek.
Burgemeester en wethouders van Maasdriel, (taris,
dj
jurg^meester,
GT. Wildei
Ons kenmerk: «product_kenmerk» Kerkdriel, «document_ModelRegistratiedatum»
Pagina 2 van 2
Raadsvoorstel Kenmerk:
Gemeenteraad
9 juli 2020
Kerkdriel, 12 mei 2020,
Initiatiefvoorstel Onderzoek schadeplicht gemeente naar aanleiding van plan ‘Rubens’ te Rossum
Beslispunten 1. De rekenkamercommissie te verzoeken de kwestie Rubens te onderzoeken. 2. Een extra budget te reserveren van € 20.000 t.l.v. het begrotingsresultaat of onvoorziene uitgaven 2020 3. Een begeleidingscommissie uit het midden van de raad te benoemen voor dit onderzoek, bestaande uit: P. van Liempt; P.J.T.W. van Boxtel, N.J. Hooijmans, C. van Drunen, T. van Engelen. Inleiding Met de Raadsinformatiebrief van 31 oktober 2019, verzonden op 5 november 2019, heeft het college van burgemeester en wethouders van Maasdriel de gemeenteraad geïnformeerd over de uitkomst van de zogenoemde schadestaatprocedure inzake het woningbouwplan van Rubens Ontwikkeling B.V. Hoewel de bedoelde procedure mogelijk nog een vervolg krijgt, is die uitkomst helder: de gemeente is veroordeeld tot het per direct betalen van een forse schadevergoeding. Kernvraag Een feitenonderzoek gericht op het inventariseren en rapporteren van alle relevante (bekende of juist onbekende) omstandigheden, interne en externe adviezen, ambtelijke en bestuurlijke communicatie, (voorgenomen) besluiten van college en raad, (wel of niet gedocumenteerde) analyses van risico’s en wat dies meer zij, die direct of indirect (mede) hebben geleid tot het gerechtelijke vonnis van de Rechtbank Gelderland van 16 oktober 2019.
Beoogd effect Op basis van de uitkomsten kan de raad met voorstellen komen, dan wel het college te vragen dergelijke voorstellen te doen, die zijn gericht op het verkleinen van het risico dat de gemeente Maasdriel een uitkomst als die van het Rubens-dossier – al dan niet op geheel andere beleidsterreinen – in de toekomst nogmaals overkomt. Argumenten De gang van zaken rond dit dossier heeft de gemeente schade opgeleverd. Hier moet lering uit worden getrokken. Kanttekeningen Het college voert momenteel overleg met Rubens om eventuele compensatie van de schade te bewerkstelligen. Bedrijfsvoering Financieel Om dit onderzoek te kunnen uitvoeren is een extra budget noodzakelijk voor de rekenkamercommissie. Het structurele budget voor de rekenkamerfunctie bedraagt € 10.500. Voor 2020 zijn al opdrachten verstrekt en dat betekent dat er geen budget is voor het onderzoek Rubens. groot € 20.000. De vijf fracties willen echter dat dit onderzoek in 2020 wordt uitgevoerd en dat
1 van 2
betekent dat er een extra budget moet komen van € 20.000 t.l.v. het begrotingsresultaat of onvoorziene uitgaven 2020. Personeel en organisatie Duurzaamheid Communicatie Communicatie over het onderzoek vindt plaats nadat het college zijn besprekingen met Rubens heeft afgesloten. Juridische zaken De raad verzoekt de rekenkamercommissie dit onderzoek te doen. De rekenkamercommissie, zijnde de heer Hordijk voert dit onderzoek uit conform de Verordening op de rekenkamercommissie
Namens de fracties: SSM: Bart de Leeuw CDA: Marinus Robbemondt VVD: Ko Hooijmans PvdA/GL: Kees van Drunen D66: Tom van Engelen
Bijlage(n) voorstel Team Steller
: 1. Raadsbesluit 2. Memo rekenkamercommissie 3. Reactie college B&W op : Griffie : H.P. van Ommeren
Kerkdriel, 12 mei 2020
2 van 2
Raadsbesluit Kenmerk:
Raadsbesluit De raad van de gemeente Maasdriel, gelezen het initiatiefvoorstel van de fracties SSM, CDA, VVD, PvdA/GL en D66, gelet op, de verordening rekenkamercommissie Maasdriel besluit : 1. De rekenkamercommissie te verzoeken de kwestie Rubens te onderzoeken. 2. Een extra budget te reserveren van € 20.000 t.l.v. het begrotingsresultaat of onvoorziene uitgaven 2020. 3. Een begeleidingscommissie uit het midden van de raad te benoemen voor dit onderzoek, bestaande uit: P. van Liempt; P.J.T.W. van Boxtel, N.J. Hooijmans, C. van Drunen, T. van Engelen.
Aldus besloten in de openbare raadsvergadering van 9 juli 2020, De gemeenteraad voornoemd, de griffier,
de voorzitter,
mw. drs. H.P. van Ommeren
H. van Kooten
Gemeente Maasdriel Mevrouw drs Hermie van Ommeren, griffier van de raad Postbus 10 000 5330 GA Kerkdriel
Culemborg, 17 april 2020 Referentie: jMAA81-b
Geachte mevrouw Van Ommeren,
Betreft:
Voorstel feitenonderzoek dossier Rubens
Met verwijzing naar onze recente contacten: graag uw aandacht voor ons voorliggende voorstel. In het voorstel wordt vrij geschakeld tussen ‘De Rekenkamercommissie’, ‘wij’ en ‘Hordijk’.
Wij wachten uw reactie met veel belangstelling af.
Met vriendelijke groet,
Frank Hordijk
Hordijk & Hordijk, adviseurs voor organisatie en financiën B.V. Pelmolenweg 47 4105 XM Culemborg Telefoon 0345 – 533 083 Handelsregister 11033207 IBAN NL29 ABNA 0433 4199 97
Voorstel feitenonderzoek dossier Rubens Naar aanleiding van besprekingen in het presidium van de gemeenteraad van Maasdriel op 21 januari en 10 maart 2020
1
Situatie en verzoek
Met de Raadsinformatiebrief van 31 oktober 2019, verzonden op 5 november 2019, heeft het college van burgemeester en wethouders van Maasdriel de gemeenteraad geïnformeerd over de uitkomst van de zogenoemde schadestaatprocedure inzake het woningbouwplan van Rubens Ontwikkeling B.V. Hoewel de bedoelde procedure mogelijk nog een vervolg krijgt, is die uitkomst helder: de gemeente is veroordeeld tot het betalen van een forse schadevergoeding. Het presidium van de raad is voornemens de raad te adviseren om, ter besluitvorming in de raadsvergadering van 11 juni 2020, een motie in te dienen waarin wordt gevraagd om rond het Rubensdossier een feitenonderzoek te laten uitvoeren. Dat onderzoek moet kort gezegd zijn gericht op het inventariseren en rapporteren van alle relevante (bekende of juist onbekende) omstandigheden, interne en externe adviezen, ambtelijke en bestuurlijke communicatie, (voorgenomen) besluiten van college en raad, (wel of niet gedocumenteerde) analyses van risico’s en wat dies meer zij, die direct of indirect (mede) hebben geleid tot het gerechtelijke vonnis van de Rechtbank Gelderland van 16 oktober 2019. Het gaat daarbij nadrukkelijk niet, of in elk geval niet primair om juridische feiten, visies, standpunten of overwegingen: het presidium wil dat de raad vooral de brede aanpak van het dossier kan gaan overzien en die waar aan de orde (beter) kan gaan beoordelen.
Uiteraard afhankelijk van de uitkomsten kan de raad het college vervolgens mogelijk vragen met voorstellen te komen, die zijn gericht op het verkleinen van het risico dat de gemeente Maasdriel een uitkomst als die van het Rubens-dossier – al dan niet op geheel andere beleidsterreinen – in de toekomst nogmaals overkomt. Het presidium stelt de raad voor de Rekenkamercommissie van Maasdriel te verzoeken het bedoelde feitenonderzoek uit te voeren. De Rekenkamercommissie – dus ondergetekende, Frank Hordijk – heeft in een informeel contact met de griffier aangegeven in beginsel met een dergelijk verzoek te willen instemmen, mits de Rekenkamercommissie de ruimte heeft en houdt om te werken volgens de eigen normen, met als kernpunten: (1) volledig onafhankelijk, (2) alleen gericht op de feiten en (3) maximaal zorgvuldig. Voor het onderzoek komt een budget beschikbaar dat wordt toegevoegd aan de (reguliere) ruimte die de Rekenkamercommissie voor het kalenderjaar 2020 heeft (nota bene: uitgaande van de herbenoeming van Hordijk per 1 september 2020).
Blad 2 van totaal 6 bij brief jMAA81-b van 17 april 2020
2
Voorstel
Hordijk heeft veelvuldig onderzoeken als het nu gewenste uitgevoerd. Wij benaderen dergelijke onderzoeken strikt als zogenoemde feitenonderzoeken: we brengen zo helder en volledig mogelijk alle relevante feiten in beeld, samengebracht in een compact memorandum, waarbij de verschillende paragrafen zijn ingericht op thema en tijdlijn. Wij voelen ons comfortabel bij het voorbereiden van memoranda met uitsluitend feiten. Hoewel ook die niet volledig waardenvrij kunnen zijn – alleen al in de keuze van wat wel of juist niet wordt opgenomen zit een oordeel verscholen waar het gaat om de relevantie van informatie voor de lezer – presenteren wij die feiten zonder daaraan zelf conclusies te verbinden. Maar: juist daardoor maken wij het mogelijk dat de gebruikers van onze memoranda gericht kunnen komen tot eigen, waar aan de orde genuanceerde of juist aangescherpte bevindingen, conclusies en/of verzoeken aan het college. Wij stellen voor:
het dossier Rubens ‘van begin tot einde’ en met alle noodzakelijke diepgang door te nemen, waarbij de focus doorlopend ligt bij de (zichtbare of juist niet zichtbare) aanpak van, c.q. regie op dat dossier. Wanneer was welke informatie voor wie beschikbaar? Wat is daarmee op welk moment en door wie gedaan? Welke analyses, adviezen, concepten of dergelijke zijn wanneer en door wie voorbereid, afgestemd en richting besluitvorming door college en/of raad gebracht? Hoe en op welke momenten zijn college en raad (tussentijds, nader) geïnformeerd, teneinde de besluitvorming door die organen steeds afgewogen en verantwoord te kunnen laten plaatvinden? Op welke momenten, door wie en met welke resultaten is tussentijds gevraagd en gezocht naar mogelijke alternatieven? Wie waren in welke perioden ambtelijk en bestuurlijk verantwoordelijk voor de voortgang en inhoud van het dossier, en op grond waarvan blijkt de invulling, borging en (in voorkomende gevallen) beheerste overdracht daarvan?
uitsluitend vragen als de bovenstaande te beantwoorden, en dus niet in te gaan op vragen die tot een concluderend, oordelend en/of adviserend antwoord zouden moeten leiden. De Rekenkamercommissie beoogt ervoor te zorgen – maar kan dat uiteraard niet garanderen – dat de raad het college op basis van het op te leveren memorandum kan verzoeken de niet-feitelijke vragen op te volgen die (aanvullend) zijn opgenomen in de notitie die op 10 maart 2020 in het presidium is besproken (‘hoe had het anders moeten gaan’ en ‘wat kan de gemeentelijke organisatie, het college en de raad in het vervolg anders doen, zodat een dergelijke situatie niet weer kan ontstaan’)
dat te doen in samenwerking met de griffie. Die samenwerking zal dan vooral bestaan uit het voor ons (laten) verzamelen van stukken en het regelen van afspraken met te spreken actoren (onder wie mogelijk ook vroegere bestuurders en ambtelijk medewerkers, met die verstande dat ieders medewerking expliciet vrijwillig zal moeten zijn – waardoor betrokkenen ook kunnen weigeren om met ons te praten). Wij moeten onvermijdelijk toegang hebben tot alle door ons gewenste stukken, waaronder ook prints van e-mails, informele aantekeningen of dergelijke.
Blad 3 van totaal 6 bij brief jMAA81-b van 17 april 2020
Wij moeten tevens de vrijheid hebben om alle personen, van wie wij verwachten mogelijke relevante feiten aangereikt te krijgen en/of bij wie wij verwachten specifieke feiten te kunnen valideren, met een verzoek om medewerking te benaderen (zie ook hieronder)
binnen circa drie maanden na de start van het onderzoek – die doorlooptijd is beslist nodig, zeker als die mede de zomerperiode beloopt, nog afgezien van mogelijke belemmeringen door coronaperikelen – het concept van een compact memorandum op te leveren. Dat concept doorloopt vervolgens de gebruikelijke route van aanbieden voor ambtelijk en (daarna) bestuurlijk wederhoor. Bij dat laatste vraagt de Rekenkamercommissie om een schriftelijke bestuurlijke reactie, die in beginsel integraal als bijlage wordt opgenomen in de definitieve versie van het memorandum, waaraan de Rekenkamercommissie (mogelijk) een kort nawoord toevoegt
de (te verwachten) behandeling in een cyclus van de gemeenteraad op de gebruikelijke wijze te laten plaatsvinden, (dus) inclusief een door de Rekenkamercommissie te geven toelichting.
Het door de Rekenkamercommissie op te leveren memorandum wordt pas openbaar op het moment dat de raad, daarin geadviseerd door de griffie, dat passend vindt. Uiteraard draagt de Rekenkamercommissie (tussentijds) maximaal bij aan een vertrouwelijke voortgang en afronding van het onderzoek. Wij verrichten het onderzoek met uiterste zorgvuldigheid en maken dat zo breed als nodig is, maar tegelijk in geen enkel opzicht groter dan noodzakelijk. De Rekenkamercommissie onderhoudt met niemand anders dan zijn gesprekspartners enig contact, en verwijzen bij elke ‘externe vraag’ naar de griffie of, als dat de keuze van de raad zou zijn, naar een specifiek lid van het college.
3
Persoonsgericht onderzoek
In aanvulling op, en ter explicitering van de bovenstaande passage over het wederhoor: de Rekenkamercommissie moet individuele betrokkenen (extra) ruimte kunnen geven – en dat waar nodig uiteraard ook doen – voor het reageren op specifieke, wel of niet in het memorandum opgenomen feiten. Op elementen zal het onderzoek mogelijk kwalificeren als zogenoemd persoons-gericht onderzoek volgens de uitgangspunten van de Nederlandse Beroepsorganisatie van Accountants, waarvan Hordijk als registeraccountant lid is, en waaraan hij zich in alle gevallen conformeert. Zie in dit verband de bij deze brief gevoegde bijlage. Wij krijgen de vrijheid om geselecteerde (beoogde) gesprekspartners rechtstreeks te benaderen met een verzoek om medewerking. In dat verzoek, dat in beginsel via een mail-bericht zal gaan, geven wij expliciet aan: (1)
in welke context die medewerking wordt gevraagd
Blad 4 van totaal 6 bij brief jMAA81-b van 17 april 2020
(2)
dat wij zijn gehouden aan onze plicht tot geheimhouding, maar tegelijk geen verschoningsrecht kennen. Wij kunnen niet uitsluiten dat wij in een eventuele gerechtelijke procedure, waarin direct of indirect door ons gerapporteerde feiten worden betrokken, op specifieke vragen moeten antwoorden (en/of op specifieke elementen een toelichting moeten geven)
(3)
dat relevante informatie, die wij in een gesprek opdoen, alleen in breder verband en – tenzij specifieke feiten of omstandigheden geen ruimte voor enige andere optie laten – niet herleidbaar tot uitlatingen van een specifieke gesprekspartner in het door ons op te stellen memorandum wordt opgenomen
(4)
dat wij in of na ieder gesprek alle ruimte geven voor het (ons) aanreiken van, of anderszins attent maken op aanvullende (mogelijk) relevante feitelijkheden, die wij steeds passende aandacht zullen geven
(5)
dat wij van alle te voeren gesprekken een geluidsopname, maar geen uitgeschreven verslag maken. Vanzelfsprekend kan een gesprekspartner een ‘digitaal afschrift’ van de opname van het met haar of hem gevoerde gesprek ontvangen
(6)
dat hun eventuele medewerking aan ons onderzoek in alle gevallen vrijwillig is, waarbij die medewerking ook tussentijds zou kunnen worden gestaakt
(7)
dat wij, als dat door ons richting een specifieke gesprekspartner passend c.q. noodzakelijk wordt geacht, ruimte zullen geven voor het maken van eventuele aantekeningen bij een concept van (delen uit) ons op te leveren memorandum (wederhoor).
Bij een onderzoek als het onderhavige speelt vrijwel altijd een cyclus van (nadere) dossiervorming, voortkomend uit de gesprekken, en enkele aanvullende en/of tweede of derde gesprekken (soms om bijkomende issues te delen, in andere gevallen ter validatie of nadere duiding). U geeft ons op voorhand de ruimte om ook in casu te doen wat nodig is.
4
Onderzoeker(s) en budget
De Rekenkamercommissie stelt voor de diverse in het kader van het onderzoek te verrichten werkzaamheden te laten uitvoeren door ondergetekende. Waar nodig laat hij zich bijstaan en/of fysiek vergezellen door een uitvoerend medewerker van zijn bureau (mogelijk is dat Daniël Hordijk, van de tweede generatie Hordijk binnen ons bureau). Frank Hordijk start het onderzoek uiteraard pas nadat, door tussenkomst van de griffie, overeenstemming is bereikt over de precieze opvolging van de motie die de gemeenteraad van Maasdriel naar verwachting – en hopelijk raadsbreed – zal aannemen op 11 juni 2020. De Rekenkamercommissie en de griffie hebben vervolgens doorlopend contact over de planning van de uitvoering en de afronding.
Blad 5 van totaal 6 bij brief jMAA81-b van 17 april 2020
Vanzelfsprekend besteden wij geen uur meer aan het onderzoek dan noodzakelijk is, maar kunnen wij voor een onderzoek als het beoogd-onderhavige uitsluitend afspreken dat onze inzet op basis van werkelijk bestede tijd in rekening wordt gebracht. Als indicatie: wij gaan vooralsnog uit van circa vijftien te besteden werkdagen of 120 uur. De inzet van Frank Hordijk wordt verrekend tegen een tarief van € 150 (exclusief omzetbelasting, maar inclusief bijkomende kosten), die van een uitvoerend medewerker tegen € 60. De aangegeven € 150 is het bedrag waarmee Hordijk ‘ruw’ rekent voor zijn reguliere Rekenkamer-inzet in Maasdriel, en is daarmee flink lager dan wat richting veel andere opdrachtgevers van zijn bureau wordt gehanteerd.
5
Ter afronding
De Rekenkamercommissie zou het eervol vinden het door het presidium c.q. de raad gevraagde onderzoek, op de aangegeven wijze en onder de beschreven voorwaarden, te mogen uitvoeren. Wij wachten uw reactie met belangstelling af en zijn uiteraard bereid tot het geven van antwoorden op uw eventuele vragen.
Hoogachtend en met vriendelijke groet,
Frank Hordijk
Blad 6 van totaal 6 bij brief jMAA81-b van 17 april 2020