CConstaterende datMaasdriel
Koppel je AI →
Document · PDF

memorandum rekenkamercommissie Rubens - 31 mei 2021

Commissie Ruimte 1 juli 2021, gemeente MaasdrielBij agendapunt: Memorandum rekenkamercommissie Feitenonderzoek Dossier Rubens13.385 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Memorandum feitenonderzoek Dossier Rubens

31 mei 2021

Memorandum feitenonderzoek Dossier Rubens 31 mei 2021

Inhoud

I

Opdracht en uitvoering

blad 1

II

Memorandum

3

III

Feiten

4

Bijlage Initiatiefvoorstel van de raad (met notitie van de Rekenkamercommissie)

Frank Hordijk

Frank Hordijk 2021.05.31 22:36:13 +02'00'

Memorandum

Memorandum feitenonderzoek Dossier Rubens 31 mei 2021 Blad 1 van totaal 26

I

Opdracht en uitvoering

Opdracht en begeleiding Met het voorliggende memorandum rapporteren wij de uitkomsten van het door ons verrichte feitenonderzoek inzake het dossier Rubens. De woorden ‘wij’ en ‘ons’ refereren aan de Rekenkamercommissie van de gemeente Maasdriel, die bij besluit van de raad van 9 juli 2020 het verzoek kreeg het onderzoek uit te voeren. Het terzake ingediende initiatiefvoorstel van de raad, inclusief een in het kader daarvan door de Rekenkamercommissie opgestelde notitie (zonder bijlage), zijn als bijlage bij dit memorandum opgenomen. De Rekenkamercommissie kent in Frank Hordijk het enige lid. Hij heeft het onderzoek uitgevoerd in samenwerking met Peter van Loon. Hordijk heeft zich uiteraard gehouden aan de kaders die voor de invulling van zijn rol als Rekenkamercommissie spelen, maar heeft zich vanaf de voorbereiding enkele nadere beperkingen opgelegd (en gevolgd), samenhangend met het zogenoemde persoonsgerichte karakter van het onderzoek (zie de notitie in de bijlage). Het onderzoek is procesmatig begeleid door een commissie van vijf raadsleden, die driemaal (digitaal) heeft vergaderd. Uitvoering, afbakening en accenten Het onderzoek is op hoofdlijnen volgens inhoudelijke en procesmatige planning uitgevoerd.

Hordijk en Van Loon zijn in alle opzichten uitstekend ondersteund door ambtelijk medewerkers Jolanda van den Oetelaar en Berry van Schijndel, alsmede door raadsgriffier Hermie van Ommeren. In het onderzoek zijn de voornaamste feitelijke gebeurtenissen geïnventariseerd die zich hebben afgespeeld van de start van de contacten met Rubens tot in het najaar van 2013. Daarbij is – zie ook de uitgangspunten in de bijlage bij dit memorandum – bijzondere aandacht uitgegaan naar de mate waarin de gemeente zich ambtelijk en bestuurlijk, voorafgaand aan het (laten) nemen van specifieke besluiten, bewust was van mogelijke alternatieven en risico’s (en die wel of niet documenteerde). Er is geen analyse uitgevoerd van de overwegingen die eerst de rechtbank en later het gerechtshof hebben geleid tot de besluiten in het vonnis uit 2014 respectievelijk het arrest uit 2016, volgend uit de procedures die startten met de dagvaarding van 9 december 2013. Tijdens de uitvoering van het onderzoek is steeds op de achtergrond overwogen of bij besluiten en andere gebeurtenissen een specifiek (persoonlijk) belang zou kunnen hebben gespeeld. Daarvan is niets gebleken.

Memorandum feitenonderzoek Dossier Rubens 31 mei 2021 Blad 2 van totaal 26

Gesprekspartners Voor het verkrijgen van een (nog) beter beeld van en bij het op basis van documentatie opgebouwde feitenoverzicht zijn in totaal negen personen benaderd voor het voeren van een informatief gesprek: drie voormalige ambtelijk medewerkers van de gemeente, één huidige medewerker, een bestuurder van Rubens, een voormalig raadslid en de drie volgtijdelijk voor het dossier verantwoordelijke wethouders. Drie van de bovenbedoelde negen personen zijn op onze uitnodiging ingegaan. Met voormalig wethouder Gerard van den Anker, die in die hoedanigheid alleen voor de totstandkoming van de overeenkomst met Rubens verantwoordelijk is geweest, is een kort telefoongesprek gevoerd. Ton Verachtert, portefeuillehouder in het college ten tijde van het sluiten van de overeenkomst met Grekas, heeft ons een uitgebreid mailbericht gestuurd. Voormalig wethouder Jos Huizinga, die het dossier vanaf augustus 2011 bestuurlijk coördineerde – in het bijzonder waar het gaat om de achtereenvolgende ‘herijkingen’ van het woningbouwprogramma – gaf per mail aan geen zinvolle bijdrage aan het onderzoek te kunnen leveren.

Concept Een concept van dit memorandum is op 6 mei 2021 voor feitelijk wederhoor – dus gericht op het wegnemen van een fout of het aanvullen van een (nog) onvolledig punt – na een voorafgaand van hen verkregen bevestiging van geheimhouding van dat concept voorgelegd aan drie van de vier bovenbedoelde (voormalige) ambtelijk medewerkers, aan het voormalige raadslid en aan de drie genoemde vroegere wethouders, alsmede aan Jolanda van den Oetelaar en Berry van Schijndel. De daarop verkregen reacties zijn beoordeeld en waar nodig verwerkt in de voorliggende versie.

Memorandum feitenonderzoek Dossier Rubens 31 mei 2021 Blad 3 van totaal 26

II

Memorandum

Met de in het vervolg van dit memorandum verwoorde feiten is getracht volledig invulling te geven aan het verzoek van de gemeenteraad van Maasdriel van 9 juli 2020. Wij hebben dit memorandum, in lijn met alle voorafgaande en ook tussentijdse contacten, willen opstellen met als doel de leden van de raad, de leden van het college en andere betrokkenen zelf leerpunten te kunnen laten ontlenen uit het omvangrijke, langlopende en uit meerdere (direct of indirect samenhangende) onderwerpen bestaande het Rubens-dossier. Het gaat dan om leerpunten die bij toekomstige grote en soms ook kleinere dossiers kunnen worden betrokken, gericht op een (nog) beter functioneren van de gemeente Maasdriel. Het is aan de lezer van dit memorandum om de erin verwoorde feiten te wegen tegen de achtergronden die in de periode 2008 tot en met 2013 aan de orde waren, en die op elementen voor zowel scherpte als nuance kunnen zorgen: naast een veelheid aan (geregeld ingehuurde) medewerkers waren drie wethouders (van wie twee relatief kort) en direct of indirect vier burgemeesters bij het dossier betrokken. Het memorandum is chronologisch-thematisch opgebouwd en zo compact mogelijk gehouden. Omwille van de leesbaarheid spelen kleine overlappingen of juist ‘sprongen in de tijd’, die uiteraard herkenbaar zijn gepresenteerd. Redactioneel is steeds de tegenwoordige tijd gehanteerd.

Als dat niet expliciet is aangegeven, dan kunnen met name bij aangehaalde brieven (kleine) verschillen spelen tussen de data van opstellen, vaststellen en/of verzenden. Hordijk en Van Loon hebben getracht zoveel mogelijk ‘waardevrij’, want feitelijk te schrijven. Tegelijk is ook bij een feitenrelaas niet ieder (impliciet) oordeel te vermijden: nog los van het gebruik van bepaalde woorden zit al in de keuze om specifieke stukken, aangereikte mail-contacten en wat dies meer zij wel of niet als relevant aan te merken een inhoudelijke afweging besloten. Vanzelfsprekend kan niet worden gegarandeerd dat het gepresenteerde beeld volledig is. De onderzoekers hebben niet het minste signaal dat hen informatie is onthouden, maar hebben (met de ambtelijk medewerkers die het archief hebben willen ontsluiten) ook moeten vaststellen dat (1) niet steeds een logische ordening van de gemeentelijke dossiers kon worden vastgesteld, (2) het langjarige verloop van de Rubens-casus de uitgevoerde zoektocht geregeld logisch hinderde en dat (3) hoe dan ook veel aanvullend relevante communicatie, zonder twijfel ook met raadsleden, mondeling, telefonisch c.a. en/of via niet-gearchiveerd mailverkeer is verlopen – en waarin mogelijk uiterst relevante afwegingen aan de orde zijn geweest.

Memorandum feitenonderzoek Dossier Rubens 31 mei 2021 Blad 4 van totaal 26

III

Feiten

2008

Samenwerkingsovereenkomst met Rubens

Het ‘dossier Rubens’ begint eind 2007. In die periode spelen de eerste contacten tussen de bestuurders van Rubens Ontwikkeling B.V. (hierna: Rubens, als zodanig opgericht op 28 januari 2008) en de gemeente Maasdriel. Ambtelijk wordt actief – door het reageren op en aanpassen van meerdere concepten – bijgedragen aan de brief die de gemeente, gedateerd 29 februari 2008, van Rubens ontvangt. In die brief wordt gevraagd om planologische medewerking (wijziging van het bestemmingsplan) voor het ‘ontwikkelen van woningen’ in het gebied tussen de H.C. de Jonghweg en de Hogeweg in Rossum. Rubens meldt gespecificeerd de status van de verschillende percelen: de verwerving is volop gaande. Rubens ‘wil graag inzetten op het bereiken van een samenwerkingsovereenkomst met de gemeente Maasdriel’. Op of rond 28 februari 2008 ontvangt de gemeente ook de offerte die bureau BRO heeft opgesteld voor Rubens, waarin is aangegeven via welke stappen voor het bedoelde gebied kan worden gekomen tot het opleveren van een stedenbouwkundig plan, een beeldkwaliteitsplan, een inrichtingsplan en een voorontwerp-bestemmingsplan. In maart 2008 werken de gemeente en Rubens intensief aan (concepten van) de beoogde samenwerkingsovereenkomst. Verantwoordelijk wethouder Gerard van den Anker laat zich geregeld over de voortgang informeren. Rubens geeft aan dat er schot zit in de verdergaande aankoop van de percelen.

Na (wederzijds) diverse toetsingen gaat de samenwerkingsovereenkomst naar het college, dat op 22 april 2008 akkoord gaat. De overeenkomst wordt – namens de gemeente door burgemeester Ada Boerma – de dag daarna getekend 1. In de samenwerkingsovereenkomst zijn de later veelvuldig aangehaalde bepalingen opgenomen dat ‘de gemeente bereid is planologische medewerking te verlenen’ en dat ‘de gemeente de in het project begrepen woningen zal inpassen in het gemeentelijk woningbouwprogramma’, alsmede dat ‘de gemeente zich zal inspannen om te komen tot een herziening van het vigerende bestemmingsplan, teneinde de realisering van het project mogelijk te maken’. Daarbij is geen expliciete einddatum genoemd. Ook het aantal te bouwen woningen (‘het bouwprogramma’) is niet vermeld. Wel is verwezen naar een uit te voeren ‘beoordeling van de economische haalbaarheid van het project’,

1

De overeenkomst bevat de woorden ‘Aldus in tweevoud getekend te Kerkdriel op 23 april 2008’, met daaronder de handtekeningen van de vertegenwoordigers van de gemeente en van Rubens. Ambtelijk is aangegeven dat de overeenkomst pas meerdere maanden later feitelijk zou zijn ondertekend.

Memorandum feitenonderzoek Dossier Rubens 31 mei 2021 Blad 5 van totaal 26

waarvan de (positieve) uitkomst als voorwaarde is gesteld voor de voorziene planologische medewerking. Uit de diverse documentatie blijkt niet dat, door wie ook, in de aanloop naar het sluiten van de overeenkomst een (expliciete) inventarisatie en afweging van mogelijke risico’s is uitgevoerd 2. Het sluiten van dit type overeenkomst is een bevoegdheid van het college. Er is geen (voorafgaand) contact met de raad. Uit de stukken blijkt niet dat het college heeft overwogen de raad te vragen naar mogelijke ‘wensen en bedenkingen’.

2010

Overeenkomsten met Grekas

Al in 2004 (maar mogelijk eerder) spelen de eerste ideeën voor woningbouw op de gronden van een glastuinbouw-onderneming in de zogenoemde Weteringshoek in Rossum. Door een aantal kadastrale mutaties is het spoor niet eenvoudig te volgen, maar in de kern is sprake van percelen in eigendom van de gemeente – al dan niet voortkomend uit het beheer van het vermogen van het tot 1965 actieve ‘Algemeen Fonds voor Maatschappelijke Zorg der Gemeente Rossum’, ofwel het Algemeen Burgerlijk Armbestuur Rossum. In 2007 en 2008 vinden gesprekken plaats met bouwonderneming Van Wanrooij, die tot niets leiden. In maart 2009 komt Grekas B.V. in beeld, dat bij brief van 14 mei 2009 de gemeente Maasdriel vraagt om planologische medewerking ‘ten behoeve van de realisering van een woningbouwplan van circa 70 grondgebonden woningen’. Op 29 september 2009 neemt het college het ‘beginsel-besluit’ tot verkoop aan Grekas van ruim 0,9 hectare grond. Grekas wil de bedoelde woningen bouwen op specifiek die grond, in combinatie met de (aanliggende) grond waarop het tuinbouwbedrijf is gevestigd. Uit het onderliggende collegevoorstel blijkt dat het tuinbouwbedrijf al door Grekas is aangekocht. Over de verkoopprijs van de gemeentelijke grond is ambtelijk (in één slag) onderhandeld. Ook in september 2009 wordt de Commissie Ruimte via een presentatie bijgepraat over de plannen van Rubens.

Hoewel het college in precies die periode het bovenbedoelde besluit neemt, logischerwijs als vertrekpunt voor de beoogde ontwikkeling in de Weteringshoek, blijft Grekas ongenoemd. Voor de vergadering van het college van 17 augustus 2010, dus ruwweg een jaar later, is ambtelijk en in wisselwerking met Grekas de combinatie voorbereid van een koop-verkoopovereenkomst van de percelen en een samenwerkingsovereenkomst voor het woningbouwplan ‘Weteringshoek Rossum’.

2

Hordijk doelt hier op de risico’s die de gemeente, bij of na het afsluiten van de overeenkomst, in brede zin zou kunnen lopen (met name beleidsmatig-planologisch, juridisch en financieel). In de overeenkomst zijn wel de gebruikelijke causale voorbehouden c.q. ontbindende voorwaarden opgenomen (specifiek inzake de aspecten planschade, bodem en grondwater).

Memorandum feitenonderzoek Dossier Rubens 31 mei 2021 Blad 6 van totaal 26

Het college gaat akkoord, waarna de beide stukken op 19 augustus 2010 namens de gemeente worden getekend door burgemeester Arno Frankfort. Verantwoordelijk wethouder is Ton Verachtert, die een paar maanden eerder (in april 2010) Gerard van den Anker is opgevolgd. In de samenwerkingsovereenkomst is, kort samengevat, vastgelegd langs welke lijnen de gemeente en Grekas willen komen tot 73 woningen (waarvan 27 voor ‘starters’). Artikel 7a bepaalt dat Grekas ‘het eerder door de gemeente Maasdriel voorgestelde woningbouwprogramma’ moet uitvoeren, waarbij wordt verwezen naar een voorontwerp van het bestemmingsplan ‘Weteringshoek, herziening 2004’. In de overeenkomst is ook bepaald dat ‘de gemeente de 73 (…) woningen zal inpassen in het gemeentelijk woningbouwprogramma als prioritair plan’ 3, waaraan in het collegevoorstel voor 17 augustus 2010 – zonder nadere duiding – de woorden ‘in het belang van Grekas’ zijn toegevoegd. Het slopen van de ‘solitaire glastuinbouwkas’ staat als beoogd effect vermeld, maar er wordt niet verwezen naar het (mogelijke) milieurendement dat daaruit zou kunnen volgen – dat enkele jaren later, ten tijde van de herijking van het woningbouwprogramma, (alsnog) als argument wordt aangevoerd. Overigens staan in artikel 7a van de overeenkomst aantallen woningen genoemd die niet optellen of anderszins leiden tot een totaal van 73.

In de collegestukken noch in de ambtelijke voorbereiding is een overzicht en/of beoordeling van de voornaamste beleidsmatig-planologische, financiële en/of juridische risico’s zichtbaar. Ook in het kader van de overeenkomst met Grekas heeft geen (onverplichte) voorafgaande afstemming met de raad plaatsgevonden. Visie Maasdriel 2020+ In het collegevoorstel staat dat ‘het realiseren van woningbouw volledig past in het visiedocument ‘Maasdriel 2020+’. Dat is in die zin correct dat in die visie, vastgesteld in juni 2008, een expliciete groeiambitie voor het aantal inwoners van de gemeente is opgenomen, waaraan een bouwopgave van 2.500 tot 3.000 woningen ‘voor de komende decennia’ is verbonden. Los van de typen woningen die het project Weteringshoek moet opleveren moet tegelijk worden vastgesteld dat Rossum, anders dan de clusters Hedel-Ammerzoden en Velddriel-Kerkdriel, in dezelfde visie nadrukkelijk niet als ‘groeikern’ is aangemerkt.

3

Een voormalige wethouder heeft gevraagd of wij hier de ‘definitie’ willen hanteren die in de overeenkomst met Grekas is opgenomen. In die overeenkomst staan de woorden ‘… prioritair plan, met dien verstande echter dat dit programma aan de initiatiefnemer geen beperkingen zal opleggen in de vorm van faseringseisen of andere eisen die verkoop kunnen hinderen.’ Hoewel de gemeente mogelijk heeft beoogd het begrip ‘prioritair’ te omschrijven wijst ‘met dien verstande’ op een gestelde voorwaarde. Los van het gegeven dat de misschien beoogde definitie lastig kan worden geduid (en afgezien van het weinig logische ‘echter’) hebben de woorden ‘… dat dit programma …’ geen rol gespeeld in het (verdere) verloop van het dossier.

Memorandum feitenonderzoek Dossier Rubens 31 mei 2021 Blad 7 van totaal 26

Woningbouwprogramma 2010-2019 – rapport Companen (2009) In de eerste helft van 2010, dus nog voor het tekenen van de overeenkomst met Grekas, wordt ambtelijk gewerkt aan de notitie ‘Woningbouwprogramma 2010-2019’. Via die notitie stemt de raad op 14 oktober 2010 met tien tegen negen stemmen in met een ‘kwantitatief woningbouwprogramma’ waarin – gespecificeerd per kern – bouwplannen worden voorzien tot een totaal 1.755 woningen in de jaren tot en met 2019 (waarvan er dan, aldus het raadsvoorstel, ‘in de praktijk 1.500 zullen worden gerealiseerd’). In de notitie wordt benadrukt dat voor de clusters Hedel-Ammerzoden en Kerkdriel-Velddriel een groeiambitie is vastgesteld die ‘gerealiseerd dient te worden’. De notitie bevat diverse voorbehouden, onzekerheden, interpretaties en schattingen. De inhoud steunt deels op de uitkomsten van een breed opgezet woningmarktonderzoek in en voor de Bommelerwaard, dat in 2009 is uitgevoerd door bureau Companen, terwijl die uitkomsten tegelijk op diverse punten minder tot niet relevant, eenduidig en/of bruikbaar worden genoemd. Companen oordeelt weinig verhuld over de door Maasdriel gehanteerde ambitie (die in de notitie feitelijk wordt vastgehouden): ‘Wij kunnen op grond van de beschikbare gegevens de ambitie van de gemeente Maasdriel om een zeer aanzienlijk vestigingsoverschot te realiseren onderzoeksmatig niet onderbouwen’.

In de notitie worden de reeds ‘harde’ woningbouwplannen in Maasdriel vergeleken met enerzijds de vraag naar woningen en met anderzijds de ambitie, voortkomend uit de visie Maasdriel 2020+. Tussen de diverse aantallen wordt verwezen naar de noodzaak om de juiste typen woningen te bouwen: huur versus koop, sociaal versus vrije sector en appartementen versus grondgebonden. Die noodzaak wordt, feitelijk uit onmacht, niet nader uitgewerkt: ‘Een groot probleem is dat de gemeente nauwelijks de mogelijkheid heeft om in kwalitatieve zin (…) te sturen. Er zijn reeds zoveel projecten in een vergevorderd stadium, veelal met schriftelijke afspraken met ontwikkelende partijen, dat hierin bijna niet kan worden bijgestuurd’. Los van het bovenstaande – en met de aantekening dat de cijfers alleen als totalen zijn gepresenteerd – blijkt uit een bijlage bij het Companen-rapport, die ook als (directe) bijlage bij de notitie is gevoegd, dat in Rossum in 2009 een grote vraag speelt naar ‘appartementen met lift’ en ‘seniorenwoningen’, beide in het huursegment, terwijl in het koopsegment en daarbinnen primair bij ‘vrijstaande woningen’ een fors overschot aan de orde is.

Memorandum feitenonderzoek Dossier Rubens 31 mei 2021 Blad 8 van totaal 26

Tegen deze achtergrond – waaruit tenminste enkele contra-signalen blijken – besluit het college, als vermeld in augustus 2010, tot het aangaan van een prioritair uit te voeren overeenkomst met Grekas: bouwen van grondgebonden woningen in de Weteringshoek, bedoeld voor de verkoop, in de niet-groeikern Rossum, terwijl ruim een jaar eerder voor dezelfde kern een overeenkomst met een andere ontwikkelaar is gesloten met eenzelfde strekking en idem voorziene doorwerking 4.

2011-2012

Richting (eerste) herijking

Contacten met provincie en regio In 2011 slaat de ‘groeistemming’ snel en stevig om. Nadat eerder (ook in regionaal verband) diverse signalen zijn afgegeven 5 stuurt de provincie Gelderland op 7 april 2011 een brief aan (ook) Maasdriel, waarin wordt gewezen op de forse afwijkingen die in de zes Gelderse regio’s spelen tussen de noodzakelijk geachte toename van de woningvoorraad versus de zogenoemde plancapaciteit, beide voor de periode 2010-2020. Een ingevoegde tabel spreekt boekdelen: in de regio Rivierenland bestaan (voorlopige) bouwafspraken voor in totaal 22.100 woningen, tegenover een behoefte van 9.800 woningen (een verhouding van 225 %). De provincie verlangt dat in regionaal verband wordt gewerkt aan een programma dat een maximale verhouding van 120 tot 130 % toont, waardoor – ermee rekenend dat een deel van de plannen uiteindelijk wordt afgeblazen – ernstig ongewenste effecten worden vermeden. De provincie vraagt de gemeente(n) om voorlopig geen nieuwe bestemmingsplannen voor uitleglocaties in procedure te brengen en dreigt met bestuurlijk ingrijpen als niet snel tot nieuwe, kwantitatief fors teruggebrachte kaders wordt gekomen. In augustus 2011 neemt Jos Huizinga als nieuwbenoemd wethouder (van buiten) de primaire bestuurlijke verantwoordelijkheid voor het woningbouwprogramma over van Ton Verachtert.

4

Bewust in een voetnoot: meerdere respondenten hebben (ons) aangegeven dat, kort en populair gesteld, indertijd een sfeer heerste waarin de gemeente Maasdriel gegeven de zelfgestelde ambities content was met iedere bouwonderneming die een samenwerkingsovereenkomst wilde sluiten. Bouwers zouden zodanig volle portefeuilles hebben gehad dat veel plannen alsnog ‘uitvielen’, waardoor het risico op ‘overproductie’ niet reëel werd geacht en ook geen scenario’s werden verkend c.q. doorgerekend waarin van een teveel aan (mogelijk) te bouwen woningen werd uitgegaan.

5

Een voormalig wethouder heeft ons gemeld dat de ‘regionale overcapaciteit’ al op 28 juni 2010 aan de orde kwam in een overleg binnen de Regio Rivierenland.

Memorandum feitenonderzoek Dossier Rubens 31 mei 2021 Blad 9 van totaal 26

Op 22 december 2011 gaat een brief van de Regio Rivierenland naar de provincie. De brief bevat een bevestiging van het aantal woningen dat voor de periode 2010-2019 mag voorkomen in plannen van de gemeente Maasdriel, waarbij wordt gerekend op 30 % ‘planuitval’: 1.430. Elders in de brief staat vermeld dat de gemeenten in de regio, exclusief Tiel, (al) in de zomer van 2011 ‘gezamenlijk de omvang van de regionale plancapaciteit hebben teruggebracht tot een volume dat aansluit op de marktvraag’. Op 31 januari 2012 besluit het college van Maasdriel de brief ter kennisneming aan de raad te sturen. In het daarbij gevoegde memorandum ligt de nadruk op de (aanstaande) kwalitatieve regionale afstemming van de bouwproductie, waarbij wordt verwezen naar ‘maatschappelijke vraagstukken’ als de vraag naar sociale huur en ‘zorg voor mensen op de onderste treden van de woonladder’. De bedoelde aantekeningen zijn ingebracht door Companen, dat de brief van de Regio heeft voorbereid. Het ook in Maasdriel in dat verband noodzakelijk geachte ‘adequate woonbeleid’ komt in de periode daarna (nog) niet verdergaand uit de verf, hoewel in het zogenoemde KWP3 uit 2010 al is vastgesteld dat regionaal vooral het aandeel sociale huur in de plannen achterblijft bij de behoefte daaraan.

Pas in 2015 komt een ‘Woonagenda regio Rivierenland’ tot stand (waarin overigens geen specifieke accenten voor Maasdriel zijn opgenomen). Structuurvisie en Plan-MER Na een langdurige voorbereiding, inclusief een inzage-periode die in april en mei loopt, stelt de raad op 20 oktober 2011 een nieuwe (om meerdere redenen noodzakelijke) Structuurvisie en Plan-MER vast. Ondanks de signalen van Companen (2009), de worsteling met het woningbouwprogramma (2010) en de door de provincie gegeven aanwijzingen (eerder in 2011) handhaaft Maasdriel expliciet de in de ‘Maasdriel 2020+’ (van 2008) verwoorde ‘verhoogde bouwambitie naar 2.500 tot 3.000 extra woningen in 2030’. Uit het raadsvoorstel: ‘Ofschoon nu al vaststaat dat het realiseren van het droombeeld van de visie onder de huidige economische omstandigheden meer tijd vraagt, wil dat nog niet zeggen dat daarmee aan de ambitie afbreuk wordt gedaan’. Uit hetzelfde voorstel: ‘De actuele ontwikkelingen op het gebied van de woningbouwprogrammering zijn meegenomen’, waarmee zal zijn gedoeld op één zin op blad 64: ‘In het kwantitatieve woningbouwprogramma 2010-2019 is vastgesteld dat vanaf 2010 tot 2019 in Maasdriel circa 1.500 woningen moeten worden toegevoegd’. In de tekst van de visie is (herhaald) verwoord dat vooral zou moeten worden gebouwd in de clusters Hedel-Ammerzoden en Kerkdriel-Velddriel.

Die voorkeur komt onder de noemer ‘Effectenbeoordeling ruimtegebruik’ ook terug in het MER-deel van het document. In het in de Structuurvisie opgenomen projectenoverzicht, aldus mede vastgesteld in de raad van 20 oktober 2011, zijn de projecten Rubens en Weteringshoek opgenomen voor respectievelijk 150 en 70 woningen, te bouwen in de periode 2011-2013. In de Structuurvisie staat tegelijk aangegeven dat de raad ‘zich op 28 juni 2012 zal buigen’ over ‘een voorstel tot (een eerste) actualisatie van het projectenplan’, waarmee wordt gedoeld op het herijkingsdocument waarvan de voorbereiding na de zomer van 2011 is gestart.

Memorandum feitenonderzoek Dossier Rubens 31 mei 2021 Blad 10 van totaal 26

De raad wordt niet gewezen op eventuele risico’s die uit het vaststellen van de Structuurvisie c.a. zouden kunnen voortkomen. Uit de stukken en behandeling blijkt niets van de mogelijkheid van claims, die twee dagen later wel in een ambtelijk stuk wordt genoemd (zie hierna). Projectopdracht herijking De herijking van het woningbouwprogramma wordt vanaf oktober 2011 (in een later raadsvoorstel noemt het college september 2011 als beginmaand) opgepakt door een werkgroep, met een ingehuurde RO-deskundige als trekker-coördinator. De concept-projectopdracht is gedateerd 18 oktober 2011, dus twee dagen voordat de raad de ongewijzigd ambitieuze Structuurvisie vaststelt. In de projectopdracht worden geen doekjes gewonden om de noodzaak van een herijking. Er wordt direct een stevige piketpaal geslagen (in casu van 1.430 woningen). Tegelijk wordt expliciet gewezen op het risico van claims uit de hoek van partijen waarmee overeenkomsten zijn gesloten. Uit de projectopdracht: Het resultaat van het project is de vaststelling door de raad van een nieuw, herijkt maar dynamisch woningbouwprogramma voor de gemeente Maasdriel voor de periode tot 2020. (…) Het resultaat (heeft) alleen betrekking op woningen.

Het effect van het projectresultaat is dat er een realistische, dynamische en evenwichtige bouwprogrammering ontstaat voor de periode tot 2020, waardoor aan de verschillende groepen woningzoekenden adequate huisvesting kan worden geboden en de grondexploitaties gezond zijn. Het gemeentebestuur van Maasdriel heeft zich met het oog op de Toekomstvisie 2020+ actief op de woningbouwmarkt begeven met als doel ca. 3.000 nieuwe woningen te bouwen teneinde uit te groeien naar een gemeente met ca. 26.000 inwoners (in 2020) en 29.000 inwoners (in 2030). In dat verband zijn gronden aangekocht en samenwerkingsovereenkomsten met ontwikkelaars (met daarin bouwclaims) gesloten. Als gevolg van enerzijds de provinciale eis tot maximering van het aantal woningen en anderzijds de marktomstandigheden is het noodzakelijk deze ambitie bij te stellen en te volstaan met 1430 geplande nieuwe woningen in de periode tot 2020. Bij het uitvoeren van de oorspronkelijke hogere ambitie in het woningbouwprogramma zal een aanwijzing volgen van de provincie. Bovendien is sprake van scheefgroei. Het is van groot belang, dat vraag en aanbod op de woningmarkt met elkaar in evenwicht worden gebracht. Daarnaast zijn er ook problemen van financiële aard. De gronden die in het verleden zijn aangekocht drukken fors op de begroting (hoge boekwaarde) en deze dienen gedekt te worden door opbrengsten uit de woningbouw.

De gemeente heeft zich in samenwerkingsovereenkomsten vastgelegd om medewerking te verlenen aan bouwplannen van ontwikkelaars/ bouwers en het niet gestand doen van die afspraken kan leiden tot schadeclaims.

Memorandum feitenonderzoek Dossier Rubens 31 mei 2021 Blad 11 van totaal 26

Commissie Ruimte – 2 november 2011 Op verzoek van Jos Huizinga, die aangeeft dat ‘de situatie na 2008 drastisch is veranderd en dat dat zo blijft’, verkent de Commissie (de) bij de herijking te hanteren ‘wegingscriteria’. De VVDvertegenwoordiging vraagt terzake aandacht voor ‘de behoefte en achterstand per kern’. Tussentijdse ambtelijke versies In versies van het herijkingsdocument, opgesteld en met onder anderen Jos Huizinga besproken in december 2011, staat inzake Rossum-Noord een ‘marktbehoefte’ van 51 woningen, die zou moeten worden ingevuld met de 73 woningen in Weteringshoek (dus van Grekas). Mede gezien de bij grondpositie die de gemeente inzake Weteringshoek heeft wordt voorgesteld het ‘programmatische knelpunt, zowel in aantal als omdat geen huurwoningen zijn voorzien’, op te lossen door Rubens ‘te temporiseren of in reserve te houden’. Daarbij is aangegeven dat ‘de ontwikkelaar bereid is het programma aan te passen’. Inzake Grekas wordt (zonder duiding) gewezen op de prioritaire afspraak. Begin januari 2012 krijgt de gemeente (in twee brieven) op verzoek adviezen van de huisadvocaat.

Die wijst met zoveel woorden op de expliciete inspanningsverplichting die bij de gemeente ligt om ‘de projecten (bedoeld zijn in ieder geval Rubens en Grekas 6) planologisch mogelijk te maken.’ De gemeente heeft terzake geen resultaatverplichting, stelt de advocaat, maar mag de te geven medewerking niet zomaar ‘in de tijd temporiseren’. ‘Wel zou de gemeente via haar publiekrechtelijke verantwoordelijkheid/ beleidsvrijheid bij toetsing van het plan tot de conclusie kunnen komen dat het project economisch niet haalbaar is in verband met de veranderende marktomstandigheden en geen planologische medewerking kan verlenen’, aldus de advocaat. ‘Definitief concept’ Op 21 februari 2012 stemt het college in met de ‘Concept-rapportage Herijking Maasdriel 2012’. In die versie (waaraan nog meerdere ambtelijke versies vooraf zijn gegaan) is Rubens terug in beeld en is Weteringshoek (Grekas) ongewijzigd gehandhaafd. Inzake Rossum wordt geconcludeerd: Op zowel het kwantitatieve als kwalitatieve vlak is in deze kern sprake van frictie. Gelet op de juridische verplichtingen en het financiële belang dienen de beide plannen echter te worden voortgezet. Het is wel zaak dat in overleg met de ontwikkelaars naar een meer op de behoefte afgestemde programma en fasering wordt gestreefd.

In een samenvattend overzicht staan voor Rossum het ‘toegestane’ bouwvolume van 51 versus het ‘in plannen’ opgenomen aantal van 227 (bestaande uit 154 voor Rubens en 73 voor Grekas).

6

Toevoeging door Hordijk.

Memorandum feitenonderzoek Dossier Rubens 31 mei 2021 Blad 12 van totaal 26

2011-2012

Correspondentie met Rubens

In september 2011 speelt er veel tegelijk: (1) Jos Huizinga is nog maar net begonnen als wethouder, (2) de Structuurvisie wordt afgerond, (3) het herijkingsproces gaat van start en (4) Rubens meldt zich bij de gemeente. Rubens doet dat bij brief van 19 september, waarin staat aangegeven dat een samenwerking is aangegaan met Herkon B.V. en dat conform de in 2008 afgesloten overeenkomst is gekomen tot ‘een evenwichtig programma van diverse woningtypes in het plan’. Rubens verwacht de eerste woningen in 2014 te kunnen opleveren en het plan daarna, in fasen van circa 25 woningen, in 2024 af te ronden. Rubens verzoekt de procedure tot wijziging van het bestemmingsplan te starten en geeft aan, met verwijzing naar ‘recent door wethouder Huizinge geuite wensen’, desgewenst bereid te zijn tot ‘finetuning’ van het programma. De gemeente laat de brief onbeantwoord. Rubens voelt nattigheid en laat Pharos Advocaten op 30 november 2011 een stevige aangetekende brief sturen (die pas op 20 februari 2012 is ingeboekt 7). Kort samengevat:   

volgend op het afsluiten van de samenwerkingsovereenkomst in 2008 is (ook in samenwerking met de gemeente) alles gedaan om nu richting vergunningverlening te kunnen gaan in recente contacten met de gemeente is gebleken dat een herijking gaande is, waarin ook het project van Rubens op basis van ‘nieuwe afwegingscriteria’ zou worden beoordeeld Rubens wil best ‘op vrijblijvende basis nadenken over de toekomst’, maar houdt de gemeente aan de (bindende) afspraken uit de samenwerkingsovereenkomst, in casu voor het gehele project.

Op 23 december 2011 – ruim 3,5 jaar na het tekenen van de samenwerkingsovereenkomst, waarin zoals eerder in dit memorandum is aangegeven terzake geen (tussentijdse) fatale datum is opgenomen – dient Rubens het voorontwerp-bestemmingsplan in dat inhoudelijk de weg zou moeten vrijmaken voor het bouwen van de nog ongewijzigd geplande 154 woningen. Rubens doet daarbij het gebruikelijke verzoek om het voorontwerp in procedure te brengen. De gemeente reageert opnieuw niet. Pharos stuurt op 17 februari 2012 een volgende aangetekende brief. Daarin is (herhaald) aangegeven dat Rubens er alles aan heeft gedaan om het plan het gewenste vervolg te geven. Intussen heeft Rubens vernomen van de plannen inzake Weteringshoek. De advocaat schrijft naar aanleiding daarvan: Hieruit blijkt (…) dat dit project – dat later in ontwikkeling is gekomen en bovendien naast het plangebied van cliënte ligt – met medeweten en goedvinden van de gemeente wél zal worden

7

Ambtelijk wordt gewezen op een andere (eerdere) datum van inboeken. Die sluit niet aan bij het op het originele document geplaatste stempel-met-datum.

Memorandum feitenonderzoek Dossier Rubens 31 mei 2021 Blad 13 van totaal 26

doorontwikkeld. Kennelijk wordt hier met twee maten gemeten en lijkt het gehele herijkingsproces als rookgordijn bedoeld te zijn. Pharos stelt de gemeente namens Rubens op voorhand aansprakelijk voor alle geleden en nog te lijden schade, die voor het moment (voortkomend uit diverse gemaakte kosten) op ‘meer dan € 1 miljoen’ wordt gesteld. De gemeente komt in actie en stuurt op 23 februari 2012 een brief terug aan de advocaat. Namens het college wordt gemeld dat ‘de gemeente de gesloten samenwerkingsovereenkomst zal respecteren’. Daarnaast is de termijn aangegeven waarbinnen de in december 2011 ingediende stukken zullen worden beoordeeld en wordt aangekondigd dat ‘alle ontwikkelaars’ (ook) op 23 februari 2012 de uitkomsten van het herijkingsproces ter beoordeling krijgen toegezonden. ** Op 21 februari 2012: 

stemt het college in met de ‘Concept-rapportage Herijking Maasdriel 2012’. In dat concept zijn de projecten van Rubens en Grekas (Weteringshoek), los van een voorgenomen ‘streven naar een meer op de behoefte afgestemde programma en fasering’, integraal gehandhaafd (ook in een cijfermatig overzicht voor de gemeente als geheel). Er is volgens het document in Rossum een bouwvolume van 51 woningen ‘toegestaan’, maar tegelijk is vermeld dat voor 227 woningen (154 plus 73) ‘harde plannen’ aan de orde zijn

zijn de brief van Rubens uit september 2011, de in december 2011 ingediende stukken en de twee aangetekende brieven van Pharos uiteraard bekend

verkeert de bovenbedoelde brief, waarin het college onverkort meldt dat de samenwerkingsovereenkomst zal worden gerespecteerd, al in de voorbereidende routing.

Uit de diverse beschikbare stukken blijkt niet van een inventarisatie van de mogelijke risico’s, van welke aard ook, volgend uit of anderszins samenhangend met 

het collegebesluit van 21 februari 2012, en/of met

de inhoud van de brief die twee dagen later, ondertekend door een ambtelijk medewerker, namens het college naar Pharos gaat.

Memorandum feitenonderzoek Dossier Rubens 31 mei 2021 Blad 14 van totaal 26

Januari tot en met mei 2012

Herijking in college Aandacht vanuit raad Herijking afgetast bij ‘stakeholders’

College – instemming met concept Als vermeld stemt het college op 21 februari 2012 in met het concept van de herijking. In de toelichting op de aan het college voorgestelde beslispunten staan diverse opvallende passages:  ‘… bij de totstandkoming van de Structuurvisie is al duidelijk geworden dat de eerdere doelstellingen te ambitieus waren.’ Desondanks krijgt de raad eind 2011 een versie van die visie voorgelegd waarin de ‘oude’ ambities nog onverkort zijn opgenomen.  ‘… Maasdriel mag (afgesproken met de provincie en de regio) in de periode 2010-2019 in totaal 1.430 woningen realiseren. Van dit aantal wordt 30 % aan planuitval toegerekend, dus effectief gaat het om 1.100 woningen.’ In het herijkingsdocument zelf wordt gesproken over ‘de 1.100 woningen die volgens afspraken met de provincie (…) mogen worden gebouwd.’ 8 De rekensom is niet correct uitgevoerd. Los van de verwarring die het woord ‘realiseren’ geeft: als moet worden uitgegaan van 1.100 feitelijk te bouwen woningen, voortkomend uit plannen waarvan 30 % uitvalt, dan zou het uitgangspunt 1.100 / 0,7 = 1.570 geplande woningen zijn. Overigens leidt 1.430 * 0,7 tot 1.000 en niet tot 1.100. Ergo: er speelt een niet-onderkend, maar hoe dan ook aanzienlijk cijfermatig vraagstuk.  ‘… de werkgroep gaat uit van 1.252 woningen versus het toegestane aantal van 1.430 woningen’.

In het herijkingsdocument zelf ‘komen we op een totaal van zo’n 1.320 woningen’, met de aantekening dat ‘deze plannen voor een deel echt hard zijn’. Afgezet tegen 1.430 geeft dat ‘enige speelruimte (circa 100 woningen)’. De diverse cijfers zijn niet consistent. In de toelichting wordt (weer afwijkend) gesproken van een marge van ‘ongeveer 180 woningen’.

8

Onderstrepingen door Hordijk.

Memorandum feitenonderzoek Dossier Rubens 31 mei 2021 Blad 15 van totaal 26

 ‘Het kwalitatieve programma is nog niet concreet vast te stellen. (…) Er is sprake van een te fors gehalte aan dure koop en het sociale huursegment is ondervertegenwoordigd. (…). Mocht overleg met de desbetreffende ontwikkelaars, waarmee contracten zijn gesloten, niet het gewenste effect sorteren, dan zou alsnog gekozen kunnen worden voor een beter op de markt afgestemd plan dat nu nog in reserve wordt gehouden.’ Vrij vertaald: er ligt (ook) kwalitatief een groot probleem, we gaan praten met ontwikkelaars met wie al concrete afspraken zijn gemaakt (en waarvan we dus de kwalitatieve invulling ook weten), en als dat niets oplevert ruilen we de projecten in kwestie in voor ‘betere’ plannen – zonder enige indicatie van de problemen, risico’s en/of concrete schade die dat zou kunnen geven.  ‘Er is een afboeking van gemeentelijke gronden nodig van circa € 2,5 miljoen. Dekking: inzet geblokkeerde reserve nieuw beleid = € 1.500.000 en inzet reserve grondexploitaties = € 965.000. Saldo = € 0’. Niet is vermeld dat de financiële positie van de gemeente Maasdriel in één klap € 2,5 miljoen minder stevig wordt – logischerwijs omdat de tot (vrijwel) € 0 teruggebrachte reserves niet (meer) voor andere doeleinden kunnen worden ingezet.

Raad – informatie en vragen De herijking houdt de raad, en in het bijzonder de VVD-fractie intussen zeer bezig. Vanuit de VVD-fractie krijgt het college, in de aanloop naar de vergadering van de Commissie Ruimte op 11 januari 2012, een lijst met elf veelomvattende vragen voorgelegd. Als voorbeelden: 1. Kunt u op schrift en op kaart inzichtelijk maken hoe, uitgedrukt in percentages en werkelijke aantallen, voor de gehele gemeente en uiteengezet per kern, het woningenbestand (gerealiseerd en vergund op 1 Jan. 1999). Een en ander gespecificeerd naar sociale huur, sociale koop en reguliere koopwoningen c.q. vrije sector? 2. Graag op schrift en op kaart inzichtelijk maken welke bouwplannen er op dit moment binnen de gemeente op stapel staan? In de vergadering wordt een besloten bijeenkomst voor de ‘vakspecialisten’ van de fracties toegezegd, die plaatsvindt op 23 januari 2012. De VVD vindt de op 11 en 23 januari 2012 verkregen antwoorden niet voldoende, verlangt een spoedige schriftelijke beantwoording en trekt via de griffie aan de bel nadat is opgevangen dat de gewenste reactie pas na de behandeling van de concept-herijking in het college (gepland voor 21 februari 2012) zal plaatsvinden, ‘gezien er een gevoelig antwoord naar de steller gaat’ (aldus een ambtelijk mailbericht, gericht aan de projectleider, met CC aan Jos Huizinga).

Memorandum feitenonderzoek Dossier Rubens 31 mei 2021 Blad 16 van totaal 26

Het college stuurt op 23 februari 2012 (alsnog) een brief met antwoorden op de vanuit de VVD-fractie gestelde vragen naar de raad. De teneur van de antwoorden is veelal ‘vragen zijn erg gedetailleerd, past niet in de werkplanning’ en ‘dat zult u beantwoord zien als u de herijking toegestuurd krijgt’. De raad besluit op 1 maart 2012 kennis te nemen van het concept van de herijking (die op dat moment voor het indienen van zienswijzen bij de ‘stakeholders’ uitstaat – zie hierna). Raadslid Ton van Rooij (VVD) neemt – om een mogelijke (schijn van) verstrengeling van het publieke met zijn persoonlijke belang te vermijden – bij het desbetreffende agendapunt niet deel aan de discussie en besluitvorming. In of bij de stukken is geen inventarisatie en/of uitwerking opgenomen van de risico’s die gemeente (mogelijk) loopt. Uit het dossier blijkt niet dat de raad (al) op de hoogte is van de brieven die namens Rubens van Pharos Advocaten zijn ontvangen 9. Stakeholders Enkele dagen na de vaststelling van het concept ‘Herijking Maasdriel 2012’ door het college gaat het document ‘voor het indienen van een schriftelijke zienswijze’ naar de bij de diverse plannen betrokken ontwikkelaars. In een tussentijds mailbericht (van 25 januari 2012), door een ambtelijk medewerker verstuurd aan die zogenoemde stakeholders, is die route aangekondigd.

De bedoelde medewerker stuurt dat bericht enkele minuten later door naar wethouder Jos Huizinga en naar 23 collega’s, voorzien van de aanwijzing om ontwikkelaars die (toch) zouden ‘proberen hun project te bepleiten, ambtelijk of bij de wethouder’ te wijzen op het uitgangspunt dat alleen schriftelijk mag worden gereageerd. Overigens vinden (al) op 29 augustus en 18 oktober 2011 bijeenkomsten plaats waarin de gemeente bij de diverse ontwikkelaars en ook de corporaties ‘input ophaalt’ voor de bij de herijking te maken afwegingen. De gemeente ontvangt zestien zienswijzen. Rubens – gezien de redactie van de tekst bijgestaan door advocaat Pharos – reageert uitgebreid en stellig:      

er is geen onderbouwing voor de herijking als geheel (zie onder meer de recent vastgestelde Structuurvisie, waarin Rubens onverkort is opgenomen) de gemeente had zich eerder moeten realiseren beter geen nieuwe overeenkomsten te sluiten er liggen onverkort na te komen contractuele afspraken de gemeente handelt onjuist door Weteringshoek als ‘focusproject’ aan te merken er is meer dan een instemmingsverplichting, en er ligt al een bestemmingsplan 10.

9

Ambtelijk is aangegeven dat (de fractievoorzitters uit) de raad mogelijk wel tussentijds ‘vertrouwelijk mondeling’ zijn geïnformeerd.

10

Hiermee wordt gedoeld op de op 23 december 2011 door Rubens ingediende stukken.

Memorandum feitenonderzoek Dossier Rubens 31 mei 2021 Blad 17 van totaal 26

De ambtelijke reactie is ambivalent. ‘De gemeente zal de contractuele afspraken met Rubens geheel respecteren, maar dat geldt ook voor de afspraken die met de concurrerende ontwikkelaar in Rossum zijn gemaakt’, zo is opgenomen in de stukken die zijn voorbereid voor de vergadering van het college van 8 mei 2012. Ook wordt gesteld dat … ‘in de overeenkomst wel degelijk sprake is van ‘slechts’ 11 een inspanningsverplichting.’ Het door Rubens ingediende bestemmingsplan zou inmiddels in voorontwerp-procedure zijn gebracht. De gemeente concludeert dat ‘gelet op de juridische situatie (contractuele verplichtingen) is doorgegaan met het project conform het afgesproken programma. De kwalificatie ‘doorgaan met het project en bezien of aanpassing programma en fasering mogelijk is’ wordt daarom ook veranderd in ‘doorgaan conform programma’.’ Het college stelt het (beperkt) aangepaste document vast op 8 mei 2012. Het voorstel bevat nog het saillante ‘detail’ dat het totaal aan afboekingen, die de gemeente in verband met de eigen grondposities moet doorvoeren, (nog steeds) afgerond € 2,5 miljoen beloopt. Maar: er blijkt een herwaardering mogelijk van een aantal gemeentelijke eigendommen, goed voor minimaal hetzelfde bedrag. Probleem opgelost, ook hier zonder de aantekening dat de gemeente Maasdriel dezelfde € 2,5 miljoen minder vermogend c.q.

solvabel is geworden: de aldus gevonden ‘dekking’ is al verwerkt in de jaarrekening over 2011. Of toch niet? Het college krijgt voor de vergadering van 15 mei 2012 een versie voorgelegd waarin de ‘verliezen’ bijna € 700.000 kleiner zijn en uitkomen op ruim € 1,8 miljoen. Als ‘dekking’ wordt weer teruggegrepen op de reserve grondexploitaties, die tot € 0 wordt aangewend, wat bijna € 1,4 miljoen oplevert. Waar het resterende tekort van ruwweg € 400.000 vandaan moet komen blijft in het midden, maar het (gehele) financiële effect van de herijking is (opnieuw, maar kennelijk gewijzigd) al wel ‘verwerkt in de jaarrekening 2011’. De nu door het college vastgestelde versie wordt eind mei 2012 (ook) verzonden naar de diverse ‘stakeholders’. In de begeleidende brief is verwoord dat de raadsbehandeling van de herijking plaatsvindt in de Commissie Ruimte (14 juni) en vervolgens in de raad (28 juni). De diverse – onduidelijke en/of inconsistente – getalsmatige uitgangspunten zijn ongewijzigd gebleven. In de stukken wordt het complimentje genoemd dat Maasdriel op 27 maart 2012 in een ambtelijk overleg voor de gevolgde aanpak van de provincie zou hebben gekregen. Voor de goede orde: inzake het kwalitatieve vraagstuk – huur versus koop, sociaal versus vrije sector en appartementen versus grondgebonden woningen – is nog altijd geen begin van een oplossing gevonden.

11

De aanhalingstekens zijn overgenomen uit de stukken, dus niet (hier) geplaatst door Hordijk.

Memorandum feitenonderzoek Dossier Rubens 31 mei 2021 Blad 18 van totaal 26

Juni 2012

Herijking in commissie en raad

De Commissie Ruimte bespreekt het herijkings-document op 14 juni 2012. Bij de stukken is een memo gevoegd waarin wordt gewezen op het bestaan van ‘correspondentie van belangenbehartigers van zowel Rubens als Grekas, waarbij over en weer via een beroep op de wet openbaarheid van bestuur informatie is opgevraagd en waarbij bedenkingen zijn geuit tegen de handelwijze van de gemeente.’ 12 In het memo noch in andere stukken is een rechtstreekse verwijzing naar de aansprakelijkstelling door Pharos (namens Rubens) verwoord. In dezelfde vergadering komt het voorstel aan de orde waarin de raad wordt gevraagd in te stemmen met een aangepast projectenoverzicht, als deel (hoofdstuk 7) van het gecombineerde document Structuurvisie en plan-MER. In het aangepaste overzicht is de volledige paragraaf 7.1 blanco gelaten. In die paragraaf – die aldus impliciet ongewijzigd is gebleven – is in de versie die in oktober 2011 door de raad is vastgesteld een specificatie van alle (lopende) woningbouwplannen opgenomen. Zoals eerder in dit memorandum aangegeven betreft dat onder meer de projecten Rubens en Weteringshoek, die staan vermeld voor respectievelijk 150 en 70 woningen, te bouwen in de periode 2011-2013. Op 28 juni 2012 komt het herijkings-document in de raad aan de orde.

Het raadsvoorstel wordt unaniem aangenomen, maar dat gebeurt met inbegrip van twee (ook) voor de geplande projecten in Rossum relevante amendementen. Op basis van amendement 2012-11 wordt de conclusietekst bij de projecten Rubens (‘doorgaan met het project conform programma’) en Grekas-Weteringshoek (‘doorgaan met het project, maar bezien of aanpassing programma mogelijk is’) gewijzigd in: ‘Doorgaan met het project en in de samenwerkingsovereenkomst met de ontwikkelende partijen (alsnog) vast te leggen dat de realisatie van de bouwvolumes t.g.v. de bestemmingsplan realisatie dusdanig gefaseerd verloopt dat geen negatieve financiële impact wordt veroorzaakt in de ontwikkeling van Kerkdriel Noord en de doelstelling van het met de Regio Rivierenland afgestemde bruto aantal woningen t/m 2019 van 1430 niet te boven wordt gegaan.’ Amendement 2012-17 leidt tot het besluit ‘Om in de niet groeikernen feitelijk niet meer woningen te bouwen dan de lokale behoefte conform het uitgangspunt in 2020+’. Het aangepaste hoofdstuk 7 van de Structuurvisie wordt in dezelfde raadsvergadering op (tussentijds) verzoek van het college ‘richtinggevend’ (kennelijk in plaats van stellig) vastgesteld.

12

Zie verderop in dit memorandum.

Memorandum feitenonderzoek Dossier Rubens 31 mei 2021 Blad 19 van totaal 26

De amendementen komen aan de orde op een moment dat de raadsvergadering, de laatste voor het zomerreces, al meerdere uren (sinds 16.30 uur) onderweg is. Daarbij wordt het agendapunt door de voorzitter onderbroken omdat de wethouder zich voor het voorbereiden van een reactie op een aantal gestelde vragen enige tijd uit de vergadering terugtrekt. Als laatste punt op de agenda staat het afscheid van het op dat moment langstzittende raadslid, waaraan de voorzitter ruim aandacht wil kunnen geven. De amendementen worden niet (stellig) ontraden. Al snel na de vergadering blijkt echter dat de inhoud ervan het college voor twee lastig te combineren opgaven stelt: enerzijds het nakomen van de overeenkomsten met Rubens en Grekas, anderzijds het aantal nieuw te bouwen woningen in Rossum beperken tot 51. Het college is ‘not amused’ en stuurt op 30 juli een brief aan de raad waarin wordt gemeld dat ‘de besluitvorming in uw gemeenteraad impliceert dat de woningbouwprogrammering bijgesteld dient te worden’, wat ‘pas in september’ kan gebeuren.

Memorandum feitenonderzoek Dossier Rubens 31 mei 2021 Blad 20 van totaal 26

2012 en 2013

Rubens versus gemeente Maasdriel

WOB-verzoek namens Rubens Op 6 maart 2012 dient Pharos Advocaten namens Rubens een WOB-verzoek in. Met verwijzing naar het concept van de herijking, waaruit Rubens (nogmaals) concludeert dat de ontwikkeling van de Weteringshoek voorrang krijgt boven Rubens, vraagt de advocaat naar alle relevante stukken inzake Grekas. De gemeente beantwoordt het WOB-verzoek, door verzending van de gevraagde documentatie, op 27 maart. Start herziening bestemmingsplan Op 10 april 2012 besluit het college de procedure tot herziening van het bestemmingsplan, die is vereist om het project-Rubens doorgang te kunnen laten vinden, te doen aanvangen. In het collegevoorstel wordt verwezen naar de in februari door Pharos verzonden aansprakelijkstelling. Twee ambtelijk medewerkers laten een ‘persoonlijke beleidsopvatting’ optekenen. Het college stemt (ook) in met het versturen van een brief naar Pharos waarin de ‘doorstart’ van de procedure wordt bevestigd, maar waarin ook de volgende passage is opgenomen. Die is voor meerdere uitleg vatbaar: Wij maken een nadrukkelijk voorbehoud waar het gaat om de beslissing de vaststellingsprocedure van het bestemmingsplan door te zetten door het ontwerp van het bestemmingsplan ter inzage te leggen.

Deze beslissing is mede afhankelijk van een nadere onderbouwing van de economische uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan, die nog niet is aangetoond, maar kan ook andere aspecten betreffen, die onder meer in het kader van het vooroverleg en de inspraak naar voren kunnen komen.’ De brief is door het college geaccordeerd op 10 april 2012, maar wordt (ongewijzigd) pas op 4 mei 2012 verstuurd. WOB-verzoek namens Grekas Grekas laat zich niet onbetuigd: bij brief van ConsortArchitects wordt op 12 april 2012 een WOB-verzoek met betrekking tot het Rubens-dossier ingediend. Een maand later (14 mei) stuurt de gemeente de door Grekas gevraagde stukken. Daarin is ook de ‘aansprakelijkstelling op voorhand’ van Pharos (van 17 februari 2012) opgenomen.

Memorandum feitenonderzoek Dossier Rubens 31 mei 2021 Blad 21 van totaal 26

‘Schetsboek’ Rubens Op de dag van de behandeling van de herijking in de Commissie Ruimte (14 juni 2012) stuurt Rubens (zelf, dus niet via de advocaat) een brief naar een ambtenaar en ‘de raadsleden’. Rubens verwijst naar een gesprek van twee dagen eerder en meldt ‘vooralsnog voldoende aanknopingspunten te zien om onze ontwikkeling in Rossum in samenwerking met de gemeente te actualiseren naar de huidige en toekomstige woningbehoefte. Derhalve zullen wij een eerste aanzet maken voor een nieuwe stedenbouwkundige opzet.’ Die aanzet volgt op 20 juli 2012 in de vorm van een zogenoemd Schetsboek, dat op verzoek van Rubens door een landschapsarchitect aan de gemeente wordt gestuurd. Rubens pakt door en praat op 6 september 2012 met Jos Huizinga en een ambtenaar. In een brief van een week later klinkt optimisme door om ‘in overleg in Rossum een woningbouwproject ten uitvoer te brengen.’ Rubens is ‘zeker bereid om onze ontwikkeling in Rossum in samenwerking met de gemeente te actualiseren.’ Tegelijk wijst Rubens op de ‘verstrekkende gevolgen van de (…) amendementen (…)’, die deel uitmaken van de besluitvorming over de herijking in de raad van 28 juni 2012. Rubens geeft aan dat terzake juridisch advies zal worden ingewonnen bij Pharos. Op 24 september 2012 presenteert Rubens een zogenoemd Schetsboek. Daarin komt, vrijwel uitsluitend visueel, een ‘eerste fase’ met 57 woningen voorbij.

Uit het gemeentelijke dossier blijkt niet dat het (achterliggende) plan op enig moment is gedeeld met de raad. Een ambtelijke reactie op het Schetsboek is opgenomen in een memorandum van 5 december 2012, waarin staat aangegeven dat ‘dit afhankelijk van de beoordeling van een verder uitgewerkt en gemaatvoerd stedenbouwkundig plan en van een concept beeldkwaliteitsplan als opmaat kan worden gezien voor het opstellen van een bestemmingsplan.’ ** Van oktober 2012 tot medio mei 2013 gebeurt er niets op de as Rubens-gemeente. Bij de gemeente volgen de ontwikkelingen zich in dezelfde periode snel op, met als (voorlopig) eindresultaat de geactualiseerde projectenlijst die het college op 14 mei 2013 vaststelt 13. Waar eerst nog sprake was van 25 door Rubens te bouwen woningen (en ook 25 door Grekas) ziet Rubens in die lijst dat de gemeente definitief voorrang geeft aan Grekas (dat de volle behoefte van 50 woningen in Rossum mag invullen).

13

Zie verderop in dit memorandum.

Memorandum feitenonderzoek Dossier Rubens 31 mei 2021 Blad 22 van totaal 26

Eerst Grekas, dan Rubens Rubens (met drie personen) uit in een gesprek op 22 mei 2013 (met twee ambtelijk medewerkers) groot ongenoegen over de gang van zaken. De gemeente verwijst naar de Structuurvisie, waarin staat aangegeven dat Rossum geen groeikern is. Rubens stelt dat het ‘jarenlang aan het lijntje is gehouden’. Op het ingediende bestemmingsplan is vanuit de gemeente geen enkele reactie gekomen. In tegenspraak met de brief van 4 mei 2012 is het plan niet in procedure gebracht ‘omdat dit niet voldoende onderbouwd was en dus het eind niet zou halen’, aldus het ambtelijk opgestelde gespreksverslag. De gemeente geeft nog aan dat ‘er niet is afgeserveerd, maar dat er sprake zal moeten zijn van volgtijdelijke realisatie gelet op de woningbehoefte in Rossum en de huidige recessie van de woningmarkt.’ De gemeente zegt er niet bij dat die woningbehoefte al in 2009 bekend was (uit het Companen-rapport, dat de gemeente inmiddels weer als vertrekpunt hanteert), dus nog voorafgaand aan het maken van afspraken met Grekas. Correspondentie van en met advocaat Rubens Rubens neemt een andere advocaat in de arm. Ubink Vastgoedadvocatuur stuurt de gemeente op 8 juli 2013 een uitgebreide brief. Daarin worden de stellingen betrokken die in 2014 door de rechtbank Gelderland en in 2016 door het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden worden onderschreven.

Kort samengevat – de gemeente, aldus Ubink:      

geeft geen invulling aan de verplichtingen uit de afgesloten overeenkomst laat Rubens de dupe zijn van (kwantitatieve) keuzes voor specifieke kernen stelt in mei 2013 zelfs dat er op de schaal van de gemeente als geheel ruimte is voor nieuwe initiatieven handelt (ook) in strijd met de conclusie (inzake Rubens) in de in juni 2012 door de raad vastgestelde herijking hanteert door te verwijzen naar de met Grekas gesloten (en letterlijk te prefereren) overeenkomst een oneigenlijk argument om Rubens minimaal langjarig te ‘parkeren’ is aansprakelijk, en wordt (via de brief) ook aansprakelijk gesteld, voor de schade die Rubens lijdt.

Overigens, zo vermeldt de brief, blijft Rubens onder voorwaarden bereid te praten over het alternatieve plan dat in september 2012 is gepresenteerd (het zogenoemde Schetsboek). De gemeente reageert op 11 juli 2013 neutraal, in die zin dat in een korte brief aan Ubink een afspraak voor (nader) overleg wordt aangekondigd. Uit het dossier kan niet worden opgemaakt of de (aldus) beoogde afspraak is doorgegaan.

Memorandum feitenonderzoek Dossier Rubens 31 mei 2021 Blad 23 van totaal 26

Op 8 oktober 2013 stuurt de gemeente een tweede, nu ook inhoudelijke reactie op de brief van Ubink van 8 juli 2013. De gemeente wijst de aansprakelijkstelling af. De gemeente daagt Rubens uit, als het de plannen voor Rossum toch (onverkort) zou willen doorzetten, te komen met een bestemmingsplan dat ‘zodanig overtuigend is onderbouwd’ dat het ‘de toets van de Raad van State uiteindelijk in beroep zal doorstaan.’ Aanvullend doet de gemeente het voorstel ‘in gemeen overleg met de (…) gemeente te werken aan de opstelling van het bestemmingsplan ten behoeve van de realisering van het plan van circa 75 woningen’, waarmee op het Rubens gepresenteerde alternatieve plan wordt gedoeld, met de aantekening ‘dat het opnemen van een fasering waar het uitvoering betreft daarbij wel lijkt geboden.’ Met andere woorden: Rubens moet hoe dan ook wachten – en mag intussen toekijken hoe Grekas het project Weteringshoek uitrolt. Ubink reageert drie weken later (op 28 oktober 2013), herhaalt de door Rubens gestelde eisen (die neerkomen op het nakomen van de samenwerkingsovereenkomst) en stelt te hopen dat het dispuut niet tot een gerechtelijke procedure zal (moeten) leiden. Met een brief van 17 december 2013, verzonden op 30 december 2013, stuurt de gemeente Ubink een antwoord, met als strekking: wij hebben niets toe te voegen aan onze brief van 8 oktober 2013.

Intussen heeft de tweede partij achter het Rubens-initiatief, dat is Herkon B.V., zich per brief met een eigen advocaat bij de gemeente gemeld. Op dezelfde 17 december 2013 (en verzonden op dezelfde 30 december 2013) meldt de gemeente Herkon niet als partij inzake het Rubens-initiatief te zien 14. Uit het dossier blijkt niet of (c.q. wanneer en hoe) de raad van de ontwikkeling van het geschil met Rubens op de hoogte blijft.

Najaar 2012 tot zomer 2013

Herziening herijking Geactualiseerde projectenlijst (‘programma’)

Na de besluitvorming van 28 juni 2012 moet worden gekomen tot een ‘herziene herijking’. Die komt op 25 oktober 2012 in het college, bedoeld om de behandeling ervan in de raad al op 1 november (de begrotingsvergadering) te kunnen laten plaatsvinden. Conform het raadsbesluit wordt ‘de lokale woningbehoefte als uitgangspunt genomen’, waarbij de kwantitatieve ruimte wordt ingezet voor de groeikernen. Het college verwijst met nauwelijks verholen ergernis naar de opnieuw vanuit de provincie te verkrijgen instemming, omdat ‘het voor de provincie nu onvoldoende helder is welke bouwprogrammering de gemeente Maasdriel wenst aan te houden.’

14

Herkon is bij brief van 19 september 2011 door Rubens als samenwerkingspartner aangekondigd. De gemeente heeft daar tussentijds afwijzend noch instemmend op gereageerd. De rechtbank Gelderland steunt later (in het vonnis uit 2014) de visie van de gemeente: er spelen geen verplichtingen jegens Herkon.

Memorandum feitenonderzoek Dossier Rubens 31 mei 2021 Blad 24 van totaal 26

Het college wil vanaf nu de regie in eigen hand te houden – de raad zou nog alleen ‘de kaders’ mogen vaststellen, waarbij overigens wordt verwezen naar de besluiten die al op 28 juni 2012 zijn genomen – en wil de raad over de verdere uitwerking nog alleen ‘regulier informeren.’ Het college noemt nog dat meerdere ontwikkelaars zich sinds eind juni ‘gestimuleerd voelden de gemeente ‘op te zoeken’ 15’, soms met aangepaste bouwplannen. Voor het eerst zegt het college, na consultatie van de huisadvocaat, dat de gemeente zich planologisch moet 16 inspannen voor het programma uit de gesloten samenwerkingsovereenkomsten, ‘en dat wij dus niet op eigen initiatief dwingend kunnen temporiseren / faseren of het programma kunnen aanpassen.’ Het college heeft het over het ‘riskeren’ van een ingebrekestelling en/of schadeclaim, maar meldt tegelijk niet dat Rubens al tijden eerder een aansprakelijkstelling op voorhand heeft laten sturen. De spagaat, waarin het college zich bevindt, komt tussentijds tot uitdrukking in de ‘mededelingen’ die het college schriftelijk doet voor de vergadering van de Commissie Ruimte op 10 oktober 2012.

Het college meldt dat Rubens en Grekas ‘zich oriënteren op een bijstelling van hun programma en fasering, maar tegelijkertijd doen zij ook onderzoek naar hun juridische positie.’ Het college stelt ook dat ‘wij gehouden kunnen 17 worden aan de twee samenwerkingsovereenkomsten’, gericht op het bouwen van 154 respectievelijk 73 woningen. Het woord kunnen valt op: de raad heeft een paar maanden eerder, op 28 juni 2012, met zoveel woorden besloten dat de gemeente zich aan de beide overeenkomsten zou moeten houden. Los van de nog steeds moeilijk te volgen aantallen voor de gemeente als geheel wordt voor Rossum teruggegrepen op de 51 woningen uit het Companen-rapport. Zoals eerder aangegeven: het bedoelde rapport stamt van eind 2009, dus nog van voor het afsluiten van de verkoop- en ‘prioritair’ uit te voeren samenwerkingsovereenkomst met Grekas, gericht op de Weteringshoek. De nu herziene herijking, noodzakelijk geworden door de besluiten van 28 juni 2012, omvat een voorstel voor het bouwen van 50 woningen in Rossum: 25 door Rubens, 25 door Grekas. Het college stuurt de herziene herijking tegelijk naar de raad en naar de diverse stakeholders (dus de ontwikkelaars en de corporaties). Het raadsvoorstel wordt besproken in de Commissie Ruimte op 21 november 2012.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10209808/1