Memo Dorpshuisfunctie HRC14 - geanonimiseerd
Tekst van het document
Memo Aan: Van: Datum: Aanleiding:
College van Maasdriel 11 maart 2024 Brief d.d. 25 februari 2024 van Dorpsraad Hurwenen
De aanleiding Op donderdag 14 maart a.s. staat het voorstel: Mogelijkheid tot bouw van het dorpshuis en clubhuis van HRC’14. Voorgesteld wordt om voor de realisatie van de dorpshuisfunctie een aanvullend budget van € 143.800,- beschikbaar te stellen (…). Met deze extra bijdrage kan de dorpshuisfunctie in het clubgebouw van HRC’14 worden gerealiseerd. Wordt deze extra bijdrage niet toegekend, dan kan er geen dorpshuisfunctie worden gecreëerd. En zal de gemeente opzoek moeten naar een andere invulling van de dorpshuisfunctie in Hurwenen. Dit in verband met de geplande sloop van dorpshuis De Kil. In de brief van 25 februari jl. geeft de Dorpsraad aan hier niet in te kunnen stemmen. Zij zijn van mening dat de gemeente hiermee in strijd handelt met de Participatiewet en de algemene beginselen van behoorlijk bestuur. De feiten Op 1 september 2020 hebben partijen een vaststellingsovereenkomst getekend, waarin afspraken zijn gemaakt met betrekking tot het onderbrengen van de dorpshuisfunctie van Hurwenen in het toekomstige clubhuis van HRC’14. Op het terrein van de Dorpshuis De Kil rust een woonbestemming. In het bestemmingsplan voor HRC’14 is de dorpshuisfunctie meegenomen. Beide bestemmingsplannen zijn inmiddels onherroepelijk. Status beleidsregels Juridisch gezien zijn beleidsregels geen algemeen verbindende voorschriften.
In een beleidsregel worden geen rechtstreekse verplichtingen aan burgers of bedrijven opgelegd. Beleidsregels zijn wel bindend voor het bestuursorgaan dat de beleidsregel heeft opgesteld. Burgers en bedrijven mogen erop vertrouwen dat de beleidsregels worden gevolgd. Maar de Algemene wet bestuursrecht verplicht ook, om niet volgens de beleidsregels te handelen wanneer dat door bijzondere omstandigheden gevolgen heeft die niet in verhouding staan met het doel van de beleidsregel. In het geval van Hurwenen is gekozen voor de locatie bij HRC’14. Dit is net gelegen buiten de kern van Hurwenen. De keuze voor deze locatie is tot stand gekomen in overleg met alle toenmalige gebruikers van Dorpshuis De Kil. De afspraken daarover zijn vastgelegd in de vaststellingsovereenkomst van 1 september 2020. Deze afspraken zijn vervolgens vertaald naar de bestemmingsplannen voor het terrein van Dorpshuis De Kil en de realisatie van het sportcomplex HRC’14. Hiermee is het besluit om de dorpshuisfunctie net buiten de kern te realiseren, op een zorgvuldige en gemotiveerde wijze tot stand gekomen. In de plannen voor het clubhuis wordt verder rekening gehouden met 200m2 BVO voor de realisatie van de dorpshuisfunctie. Dat is in overeenstemming met het vastgoedbeleid Participatie De omgeving vroeg bij een project betrekken, vergroot het draagvlak en voorkomt vaak bezwaren in een later stadium.
Daarom is het voor een initiatiefnemer vaak verstandig om aan participatie te doen. Participatie betekent: meningen inwinnen over het voorgenomen initiatief. De initiatiefnemer moet bij het aanvragen van een omgevingsvergunning aangeven of hij aan participatie heeft gedaan en wat de resultaten zijn. Dit aanvraagvereiste omvat geen verplichting voor de aanvrager om aan participatie te doen. Participatie door de initiatiefnemer bij de voorbereiding van een omgevingsvergunning is vrijwillig. Het antwoord op de eerste vraag hierboven mag dus ook 'nee' zijn. Het bevoegd gezag mag niet weigeren om een aanvraag in behandeling te nemen (buiten behandeling laten) of weigeren de vergunning te verlenen, omdat er geen participatie is geweest. De bedoeling van artikel 7.4 is namelijk alleen om de
initiatiefnemer te stimuleren om na te denken over participatie. Als hij aan participatie doet, moet het bevoegd gezag weten wat de resultaten zijn. Meer dan dat houdt de plicht niet in. De omgevingsvergunning voor het clubhuis is nog niet aangevraagd. Op dit moment kan dan ook nog niet beoordeeld worden of HRC’14 hieraan heeft voldaan. Zoals hiervoor aangegeven mag een vergunning niet geweigerd worden omdat er geen participatie is geweest. Mogelijkheden rechtsgang door Dorpsraad In het Brabants Dagblad van 4 maart jl. geeft de Dorpsraad aan naar de rechter te stappen als de gemeenteraad op 14 maart a.s. instemt met het voorstel om extra geld ter beschikking te stellen voor de bouw van het clubhuis met dorpshuisfunctie van HRC’14. Zoals hiervoor aangeven zijn de bestemmingsplannen voor de betreffende locaties onherroepelijk. De dorpsraad kan hiertegen geen procedure meer instellen. Wel kan tegen de nog aan te vragen omgevingsvergunning voor de bouw van het complex bezwaar en beroep worden ingesteld. Als het complex binnen de regels van het bestemmingsplan gerealiseerd kan worden lijkt de kans op een gegrond bezwaar of beroep klein. Tegen het besluit van de gemeenteraad om extra geld beschikbaar te stellen staat geen bezwaar of beroep open. Wat dan nog kan, is de dat Dorpsraad de gemeente dagvaardt op grond van onrechtmatige daad.
Om de onrechtmatige daad te laten slagen moet er aan een vijftal eisen worden voldaan. De eisen zijn: - er moet sprake zijn van een onrechtmatige daad; - de onrechtmatige daad moet aan de dader zijn toe te rekenen; - er moet schade zijn; - er moet een causaal verband zijn tussen de onrechtmatige daad en de schade; - de geschonden norm moet beschermen tegen de veroorzaakte schade (relativiteit). Het zijn cumulatieve eisen, dat wil zeggen dat er pas sprake is van een onrechtmatige daad indien aan al deze eisen wordt voldaan. Er moet dus sprake zijn van een onrechtmatig besluit van de gemeente. De dorpsraad zal aan moeten tonen dat het besluit om extra geld ter beschikking te stellen onrechtmatig is. Aan dit besluit liggen eerdere politieke keuzes ten grondslag. De bestemmingsplanbesluiten die hier betrekking op hebben zijn vastgesteld en onherroepelijk. De vraag die overblijft is welke onrechtmatige daad de gemeente gepleegd heeft. Het kan zijn dat partijen zich onvoldoende betrokken voelen bij het proces wat nu is gelopen. Hier zal in het vervolgtraject wellicht meer aandacht voor moeten zijn. Maar dat geeft nog niet dat de besluiten van de gemeente onrechtmatig zijn. De kans van slagen voor de Dorpsraad met het instellen van een dergelijke rechtszaak, lijkt dan ook klein.