memo 1 Toelichting afweging woningbouw vs richtlijnen afstanden veeteelt en spuitzones dd2805 - definitief
Tekst van het document
Memo nav commissie RO d.d. 14 mei 2023 Door de commissie is aanvullende informatie gevraagd over de wijze waarop het college het GGD advies heeft gewogen ten opzichte van de toekomstige realisatie van woningbouw in het plan Appelgaerde en het aangrenzende plan voor ouderenhuisvesting. In het onderstaande een aanvulling op hetgeen in de toelichting van de bestemmingsplannen Appelgaerde en Hogeweg nabij 26 is verwoord. 1. Noodzaak tot ruimtelijke ontwikkeling. De vraag naar woningen voor verschillende doelgroepen Maasdriel en in de kern Rossum is evident en bekend. Vanuit de woningbouw bezien is uitbreiding in deze windrichting de enige mogelijkheid. Rossum is, zoals zoveel kernen in Maasdriel, ingeklemd tussen dijken. Al sinds de structuurvisie wordt deze richting voorstelbaar geacht. De uitbreiding is nodig om te voorzien in de woningbehoefte van Maasdriel. Maar ook voor de leefbaarheid en in stand houding van de voorzieningen in Rossum is deze uitbreiding noodzakelijk. De vraag naar zorgwoningen voor ouderen is groot en zal in de nabije toekomst toenemen. In de regio Bommelerwaard is er een tekort aan dergelijke woonvormen. We hebben vooralsnog geen ander initiatief in Maasdriel om aan deze maatschappelijke opgave te voldoen. De grote wens naar woningen in Rossum wordt bevestigd tijdens de druk bezochte bewonersavonden (beiden keren ca.
80 -140 belangstellenden) voor beiden plannen. De vraag is vooral wanneer wordt het plan gerealiseerd en waar kan men zich inschrijven voor een woning. 2. De nabijheid van een Geitenhouderij. Er liggen twee geitenhouderijen in de omgeving van het plangebied. De afstanden tussen de geitenhouderijen en de dichts bijzijnde nieuw te bouwen woningen zijn respectievelijk 380 meter HC de Jonghweg 12) en 600 meter (Molenstraat 37 en HC de Jonghweg ongenummerd). De gemeente heeft de GGD Gelderland-Zuid gevraagd een advies over de plannen uit te brengen vanuit een gezondheidsbeschermend en gezondheidsbevorderend oogpunt. De incidentie van longontstekingen nabij geitenhouderijen Sinds januari 2018 is het programma Veehouderij en Gezondheid en Omwonenden III (VGO-III) gestart1. Uit dit onderzoek komt naar voren dat bewoners van veedichte gebieden, met meer dan 15 veehouderijen binnen een straal van één kilometer van hun woning, ongeacht het type veehouderij, vaker een verminderde longfunctie hebben. Bij beide plannen is geen sprake van stapeling van meer dan 15 veebedrijven. Verder blijkt uit het VGO onderzoek dat in een straal van twee km rond geitenhouderijen een verhoogde incidentie van longontstekingen voorkomt. Daarbij is er een relatie met de afstand; hoe dichter mensen bij een geitenhouderij wonen, des 1
https://www.rivm.nl/veehouderij-en-gezondheid/onderzoek-veehouderij-en-gezondheid-omwonenden-vgo
te groter het risico op longontsteking. Het risico is met name binnen 500 meter van een geitenhouderij verhoogd. Daarom adviseert de GGD een minimale afstand van 500 meter tussen de geitenhouderij en nieuw te bouwen woningen te hanteren. De oorzaak van het verhoogde risico op longontsteking rond geitenbedrijven is vooralsnog onbekend. In de commissievergadering is door de wethouder een toelichting gegeven op wat het verhoogd risico voor longontsteking cijfermatig betekent 2 . Hieruit kwam naar voren dat in regio’s met weinig intensieve veehouderij per jaar per 100.000 inwoners ongeveer 1400 (1,4%) mensen een longontsteking krijgen. Dit is Community Acquired Pneumonia (CAP); longontstekingen die veroorzaakt worden door factoren buiten het ziekenhuis. Longontstekingen ontstaan door bacteriën, virussen of schimmels. Er zijn risicofactoren die bijdragen aan het sneller verkrijgen van een longontsteking, zoals; leeftijd, drugs- en alcoholgebruik, roken, luchtverontreiniging, lasdampen, verminderde afweersysteem, het al hebben van een ziekte (neurologisch, longziekten, HIV, etc.) en medicijngebruik (corticosteroïden, etc.). In regio’s met veel intensieve veehouderij zijn dat 1800 (1,8% mensen3). Mensen die in de buurt van een geitenhouderij wonen hebben iets meer kans op een longontsteking dan bij overige veehouderijen.
De GGD en/of andere onderzoeksinstituten hebben tot nu toe niet kunnen aantonen wat een exact bewijsbare veilige afstand is waarmee rekening gehouden moet worden voor de realisatie van woningbouw of andere functies. Enerzijds wordt dus verondersteld dat er een verhoogde kans tot longontsteking is in de nabijheid van een geitenhouderij anderzijds is er geen directieve regelgeving. Vooralsnog wordt dus een minimale afstand van 500 geadviseerd. Dit advies is niet bindend. Uit eerder Veehouderij en Gezondheid en Omwonenden onderzoek komt naar voren dat er ook positieve gezondheidseffecten zijn door de nabijheid van veeteeltbedrijven. Zo komt er minder astma voor en hebben mensen in mindere mate last van allergieën.
3. Q-koorts Bedrijven met meer dan 50 melkgeiten- en of melkschapen zijn verplicht hun dieren te vaccineren. Q-koorts komt vooral voor tijdens de geboorte van lammetjes en kalfjes. De bacterie verspreidt zich via de lucht. Er zijn geen veilige afstanden bekend. Geadviseerd wordt om indien het om kwetsbare groepen gaat tijdens het lammeren afstand te houden. Uit het VGO-onderzoek komt naar voren dat het erg onwaarschijnlijk is dat de hogere kans op longontstekingen worden veroorzaakt door Q-koorts. 4. De toekomst van de geitenhouderijen in Rossum/Hurwenen. Het huidige aantal vergunde geiten op de locaties Molenstraat 27 , H.C, de Jonghweg 12 ongenummerd ligt vast en wordt begrensd door de ‘geitenstop’ uit de provinciale verordening én het uitbreidingsverbod uit het geldende omgevingsplan (voorheen bestemmingsplan Buitengebied). Dat betekent dat de geitenhouderij in de huidige 2
https://www.rivm.nl/veehouderij-en-gezondheid/vragen-en-antwoorden#VGOIII2 Afhankelijk van de onderzoeksregio. Er is gecorrigeerd voor andere factoren die van invloed kunnen zijn op het krijgen van longontsteking, zoals leeftijd. 3
omvang mag blijven bestaan, maar niet in geiten mag uitbreiden. Wanneer er revisie plaatsvindt op de vergunningen, zal er logischerwijs gesteld worden dat de best beschikbare technieken moeten worden gebruikt om emissie verder te verminderen. 5. Aansprakelijkheid Tijdens de commissievergadering werd de vraag gesteld of de gemeente aansprakelijk kan worden gesteld voor ziekte als gevolg van de nabijheid van een geitenhouderij wanneer de raad de bestemmingsplannen vaststelt. Aansprakelijkheid van de gemeente zou zijn grondslag vinden in onrechtmatige daad ex artikel 6:162 Burgerlijk Wetboek. Er zou dan sprake moeten zijn van schade door: “een doen of nalaten in strijd met een wettelijke plicht of met hetgeen volgens ongeschreven recht in het maatschappelijk verkeer betaamt..”. Bovendien zou de schade aan de gemeente toegerekend moeten kunnen worden. Dat is het geval als de schade de schuld van de gemeente is of volgens de wet of maatschappelijke opvattingen voor rekening van de gemeente dient te komen. In het kader van bovenstaande speelt het beginsel van formele rechtskracht een wezenlijke rol. Als een besluit formele rechtskracht heeft, dan betekent dit dat er in beginsel van uit dient te worden gegaan dat het besluit zowel wat betreft zijn wijze van totstandkoming als wat betreft zijn inhoud in overeenstemming is met de wettelijke voorschriften en algemene rechtsbeginselen.
Dit betekent dat als het bestemmingsplan onherroepelijk is het besluit geacht mag worden rechtmatig te zijn. Dit is – zo blijkt uit de jurisprudentie van de Hoge Raad – het geval als tegen het (voor de betrokkene negatieve) besluit bestuursrechtelijke rechtsmiddelen hebben opengestaan en deze niet hebben geleid tot een herroeping of vernietiging van dit besluit. Met andere woorden, als er beroep tegen het bestemmingsplan wordt ingesteld waarbij aangevoerd wordt dat er geen sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat vanwege de gezondheidsrisico’s in relatie tot de afstand van het plan tot de geitenhouderij, en het vaststellingsbesluit in stand blijft dan is een aansprakelijkheidsrisico vrijwel uitgesloten. Of de bestemmingsplannen op het gebied van gezondheid stand houden hangt af van de motivering bij de belangenafweging die de raad maakt. “Het beoordelen van een voor de maatschappij al dan niet aanvaardbaar risico is primair een bestuurlijke taak. “Zoals hiervoor is weergegeven, zijn aspecten van volksgezondheid een bij de vaststelling van een plan mee te wegen belang. Het is aan de raad om te bepalen op welke manier hij de gevolgen voor de gezondheid daarbij betrekt (vergelijk onder meer de uitspraak van 7 oktober 2020, ECLI:NL:RVS:2020:2391)”.
Tot slot is er door beide ontwikkelaars toegezegd dat zij kandidaat-kopers erop wijzen dat deze plannen nabij een geitenhouderij zijn. Dat geldt ook voor de mededelingsplicht die makelaars hebben en de onderzoeksplicht van de potentiële koper. Deze plichten onthoudt de gemeente uiteraard niet om zorg te dragen voor een goede ruimtelijke ordening. Maar door deze plichten kunnen kandidaat-kopers zelf de
bewuste keuze maken of zij het door uw raad vastgestelde woonklimaat aanvaardbaar vinden.4
5. De overige onderwerpen uit het advies van de GGD. -
Spuitzones:
Het toepassen van bestrijdingsmiddelen bij boomgaarden is gebonden aan wettelijke regels. Deze worden in acht genomen. Zo ook het advies van de GGD om 50 m afstand te houden voor woningbouw. Het gaat om plekken waar langdurig wordt verbleven zoals bijvoorbeeld woningen, scholen en kinderopvang. In het meest noordwestelijk deel van de Appelgaerde wordt niet gebouwd zolang de wet- en regelgeving en het gebruik van het type bestrijdingsmiddel niet verandert. Er ontbreekt regelgeving voor de aanwezigheid van openbaar (verblijfs) groen en/of speelterreinen in een spuitzone. Speelplekken zijn volgens de regel van de wet geen plekken waar sprake is van langdurig verblijf. Het speelterrein in het plan Appelgaerde wordt pas dan aangelegd wanneer de openbare ruimte woonrijp wordt gemaakt, dit volgt op de bouw van de woningen. Het plan biedt voldoende ruimte om speelgelegenheid in een ander deel van het plangebied te realiseren. Ondanks dat er geen regelgeving is voor speelplekken kan bij de verdere uitwerking van het inrichtingsplan de plek voor spelen op een andere plek in het plan worden gerealiseerd. De bestemming groen laat spelen in het gehele plan toe. Aanpassing van het bestemmingsplan is niet nodig.
- Geluid: De wet en regelgeving voor geluid is in zekere zin verder ontwikkeld dan deze is voor de gezondheidseffecten als gevolg van de veehouderij. Het bestemmingsplan voldoet aan deze wet - en regelgeving. De ontwikkelaar heeft toegezegd daar waar mogelijk rekening te houden met geluidbelasting op de enkele gevels waar sprak zou zijn van een verhoogd geluidsniveau. Ook geldt dit bij de verdere inrichting van het plan. Nadat het bestemmingsplan is vastgesteld wordt het inrichtingsplan verder uitgewerkt, met aandacht voor groen, bestrating etc.
6. Conclusies afweging tbv een goede ruimtelijke ontwikkeling. We hebben gemeend in het kader van een goede ruimtelijke ordening het bestemmingsplan voor woningbouw aan de raad voor te leggen. De woningnood is hoog en het risico voor gezondheidsschade gering. Met de nu beschikbare kennis en op basis van deze argumenten, is de vermoedelijke jaarlijkse kans op longontsteking door nabijheid van intensieve geitenhouderij 0,4%. Het college adviseert aan uw raad dit risico maatschappelijk aanvaardbaar te achten. Daarentegen is Maasdriel zich bewust van de prevalentie van ziekten als gevolg van bestrijdingsmiddelen of de nabijheid van een geitenhouderij.
4
Hoever gaat de zorg- en mededelingsplicht van de makelaar? - TLC International Law
De woonopgave in Maasdriel blijft onverminderd hoog. Voor Rossum maar ook voor de nieuwbouwplannen in Hurwenen (bijvoorbeeld Hart van Hurwenen) is de aanwezigheid van de geitenhouderij een feit. Zo ook voor al bestaande bouw. Bij elk plan past het om steeds opnieuw een afweging te maken wat mogelijk en/of wenselijk is.
Deze memo is toegevoegd aan de stukken behorende bij de bestemmingsplannen Appelgaerde en Hogeweg nabij nummer 26, naar aanleiding van de door uw raad gestelde vragen in de commissie naar een aanvullende weging tussen het belang van woningbouw vs. de kans op gezondheidsschade.