CConstaterende datMaasdriel
Koppel je AI →
Document · PDF

maasdriel.raadsinformatie.nl/document/11050177/1/Maasdriel_Cli%C3%ABntervaringsonderzoek_Jeugd_2020

Commissie Samenleving en Financiën 21 juni 2022, gemeente MaasdrielBij agendapunt: Clientervaringsonderzoek Jeugd6.319 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Cliëntervaringsonderzoek Jeugd Gemeente Maasdriel

| 1 | Conceptrapport Cliëntervaringsonderzoek Jeugd – gemeente …

rapport | 13 december 2021

Partners in verbetering

Cliëntervaringsonderzoek Jeugd Gemeente Maasdriel

Inhoudsopgave Samenvatting

1

H1 | Inleiding

4

1.1

Aanleiding onderzoek .................................................................................. 4

1.2

Doelgroep ................................................................................................. 4

1.3 1.4

Privacy ...................................................................................................... 5 Steekproef en respons ................................................................................ 5

1.5

Referentiegroep ......................................................................................... 5

1.6

Leeswijzer ................................................................................................. 5

H2 | Toegankelijkheid van voorzieningen

6

H3 | Uitvoering van de hulp

8

3.1

De kwaliteit van de zorg .............................................................................. 8

3.2

De kwaliteit van de hulpverleners ............................................................... 10

H4 | Effect van de hulp

11

4.1

Opgroeien ............................................................................................... 11

4.2

Zelfstandigheid ........................................................................................ 12

4.3

Zelfredzaamheid ...................................................................................... 13

4.4

Meedoen in de eigen omgeving .................................................................. 14

H5 | Wat gaat goed en wat kan beter?

15

5.1

Wat gaat goed? ........................................................................................ 15

5.2

Wat kan beter? ........................................................................................ 16

Colofon

23

Dit document (inclusief eventuele bijlagen) is opgesteld door BMC en de (auteurs)rechten met betrekking tot de inhoud en het format van dit document berusten bij BMC. Dit document is uitsluitend bedoeld voor gebruik door de opdrachtgever en mag niet worden gepubliceerd of aan anderen ter beschikking worden gesteld zonder uitdrukkelijke voorafgaande toestemming van BMC.

Samenvatting Uw gemeente heeft deelgenomen aan het Cliëntervaringsonderzoek Jeugd. Een onderzoek naar de ervaringen van jeugdhulpcliënten is vanaf 2016 verplicht voor alle gemeenten in Nederland. Uw gemeente heeft daarbij gekozen voor de modelvragenlijst (MCJO). De vragenlijst gaat in op thema’s als toegankelijkheid van voorzieningen, uitvoering van de zorg en effecten van de zorg op het opgroeien, de zelfstandigheid, de zelfredzaamheid en het meedoen in de eigen omgeving. De resultaten van dit onderzoek geven inzicht in de ervaringen van jongeren en ouders die jeugdhulp ontvangen. De resultaten worden vergeleken met een referentiegroep van andere gemeenten die dezelfde vragen hebben gesteld. Omdat uw gemeente in een eerder jaar ook het Cliëntervaringsonderzoek Jeugd heeft laten uitvoeren, kunnen de resultaten met dat jaar vergeleken worden. In de weergave van de resultaten zijn de antwoorden van jongeren en ouders samengenomen. Vanwege het beperkte aantal respondenten hebben de resultaten van dit onderzoek een indicatief karakter.

Toegankelijkheid van voorzieningen Jongeren en ouders is gevraagd naar de toegankelijkheid van de voorzieningen. Van de respondenten geeft 64% aan dat zij weten waar zij terechtkunnen als zij hulp of ondersteuning nodig hebben. 36% geeft aan dat zij niet of zelden weten waar ze voor hulp terechtkunnen. In de refentiegroep weet een groter aandeel waar zij terechtkunnen. Respondenten geven aan snel geholpen te worden nadat zorg of ondersteuning nodig is gebleken, 56% geeft aan vaak of altijd snel geholpen te zijn. In de referentiegroep is dit 66%. Van belang is dat jongeren en ouders het gevoel hebben dat zij de zorg en ondersteuning kunnen krijgen die nodig is. Een meerderheid van de respondenten geeft aan dit gevoel te hebben, namelijk 65%. Dit is lager dan in de referentiegroep waar dit 75% is. Jongeren (72%) hebben over het algemeen iets meer dan hun ouders (64%) het gevoel dat zij de zorg en ondersteuning krijgen die ze nodig hebben. We zien dat ten opzichte van de vorige meting het aandeel respondenten dat vaak of altijd als antwoord geeft op de vraag of ze weten waar ze terechtkunnen voor hulp en of ze snel geholpen zijn iets is toegenomen. De toegankelijkheid van voorzieningen wordt in die zin dus iets positiever gewaardeerd dan voorheen. In vergelijking met de referentiegroep scoort uw gemeente echter op alle fronten lager.

Uitvoering van de zorg Cliënten is gevraagd hoe zij de zorg of hulp ervaren. Hierbij is ingegaan op de zorg in het algemeen en op de hulpverlener. Een meerderheid van de respondenten is overwegend positief over de zorg of hulp. Zo geeft 68% van de respondenten aan dat zij goed geholpen worden bij vragen en problemen.

| 1 | rapport Cliëntervaringsonderzoek Jeugd – gemeente Maasdriel

Een belangrijk onderdeel daarvan is dat jongeren en ouders medezeggenschap ervaren. Een meerderheid van de respondenten ervaart dit ook. Zo zegt 74% dat beslissingen over de hulp samen met hen genomen worden. Daarbij is onder ouders een groter aandeel (76%) deze mening toegedaan dan onder jongeren (62%). Ook is goede samenwerking tussen verschillende (hulpverlenende) organisaties een belangrijke voorwaarde voor goede jeugdhulp. Van de respondenten geeft 61% aan dat de verschillende organisaties goed samenwerken. Bij dit aspect zijn het de jongeren waar een groter aandeel de stelling positief beantwoordt (76%) dan de ouders (58%). Ten opzichte van de vorige meting is het aandeel respondenten dat vaak of altijd als antwoord geeft bij de meeste onderdelen iets afgenomen. De kwaliteit van de zorg wordt dus iets minder positief ingeschat. Ten opzichte van de referentiegroep scoort uw gemeente beduidend minder positief. Een meerderheid van de respondenten spreekt zich positief uit over de hulpverleners. Het gaat hierbij om zeer veel verschillende soorten hulpverlening. De kennis van medewerkers is goed (71% is hier tevreden over), men heeft het idee serieus te worden genomen (74%) en de behandeling is volgens de meeste respondenten respectvol (84%). Ten opzichte van de vorige meting is het aandeel respondenten dat vaak of altijd antwoordt op alle drie de stellingen kleiner geworden.

De waardering voor de kwaliteit van de hulpverleners is dus afgenomen. Ook in vergelijking met de referentiegroep scoort uw gemeente op alle onderdelen minder positief.

Effect van de hulp Het grootste effect van de hulp voor jongeren lijkt te zijn bereikt op het gebied van opgroeien. Door de hulp voelt de jongere zich beter (81%), is het gedrag volgens ouders en jongeren verbeterd (77%), gaat het thuis beter (75%) en voelt de jongere zich veiliger (69%). Ten opzichte van de vorige meting zien we dat de effecten van de hulp bij het opgroeien in dezelfde mate worden ervaren. Ook in vergelijking met de referentiegroep worden de effecten in ongeveer dezelfde mate ervaren. Op het gebied van zelfstandigheid weet 67% van de respondenten een beetje of veel beter wat zij willen dankzij de hulp. Ook zegt 67% vaker te zeggen wat zij nodig hebben dankzij de hulp. 71% ervaart dat er beter of veel beter naar hen geluisterd wordt door de hulp. Ten opzichte van de vorige meting zien we dat de effecten van de hulp op zelfstandigheid in dezelfde mate worden ervaren. Ook in vergelijking met de referentiegroep worden de effecten in ongeveer dezelfde mate ervaren. 65% van de respondenten ziet als effect dat zij door de hulp beter hun problemen kunnen oplossen en 64% kan beter voor zichzelf opkomen dankzij de hulp. 65% heeft door de hulp meer vertrouwen in de toekomst. Ten opzichte van vorig jaar zien we een afname van een positief ervaren effect van de hulp op het beter kunnen oplossen van problemen en het voor zichzelf opkomen.

In vergelijking met de referentiegroep worden in mindere mate positieve effecten van de hulp op de zelfredzaamheid ervaren.

| 2 | rapport Cliëntervaringsonderzoek Jeugd – gemeente Maasdriel

72% van de respondenten geeft aan dat het door de hulp een beetje of veel beter gaat (met het kind) op school, werk of dagbesteding. Volgens 47% besteedt het kind de vrije tijd een beetje of veel beter dankzij de hulp. Volgens 46% is de relatie van het kind met vrienden en anderen een beetje of veel beter geworden door de hulp. Ten opzichte van de vorige meting worden de positieve effecten van de hulp op het meedoen in de eigen omgeving in minder sterke mate ervaren. Ook in vergelijking met de referentiegroep worden de positieve effecten in minder sterke mate ervaren.

| 3 | rapport Cliëntervaringsonderzoek Jeugd – gemeente Maasdriel

H1 | Inleiding 1.1

Aanleiding onderzoek

Vanaf 2016 zijn gemeenten vanuit de Jeugdwet verplicht om een cliëntervaringsonderzoek te (laten) uitvoeren onder jeugdhulpcliënten. De Jeugdwet verwijst voor de grondslag hiervan naar de Wmo. In de Regeling Jeugdwet zijn de eisen verder uitgewerkt. Er is gekoerst op een beperkt aantal vragen, rekening houdend met de verschillende doelgroepen, verschillende hulpvormen en de wettelijke eisen, die vastliggen in paragraaf 3 van de Regeling Jeugdwet. Met de uitvoering van dit onderzoek, gebruikmakend van de Modelvragenlijst Cliëntervaring Jongeren en Ouders (MCJO), voldoet u aan deze verplichting.1 Met dit onderzoek wordt de cliëntervaring met betrekking tot de uitvoering van de jeugdhulp in beeld gebracht en wordt gevraagd in hoeverre gestelde resultaten en effecten van de jeugdhulp behaald worden in de ogen van de cliënt (jongere of ouder/verzorger). Het onderzoek gaat in op thema’s als toegankelijkheid van voorzieningen, uitvoering van de zorg en effecten van de zorg op het opgroeien, de zelfstandigheid, de zelfredzaamheid en het meedoen in de eigen omgeving. We benadrukken dat het gaat om de cliëntervaring. Deze kan afwijken van het beeld dat een hulpverlener heeft of wat in zorgplannen of verslagen wordt weergegeven. Het oordeel van de cliënt zelf is echter van groot belang voor het beleid, de doorontwikkeling van beleid en de uitvoering.

1.2

Doelgroep

De doelgroep van dit onderzoek zijn jongeren (12-23 jaar) en ouders met kinderen (van ongeboren tot 18 jaar) die in het kader van de Jeugdwet gebruikmaken van hulp in uw gemeente. Zoals in de Jeugdwet omschreven kan het hierbij gaan om individuele voorzieningen, overige voorzieningen, kinderbeschermingsmaatregelen en jeugdreclasseringsmaatregelen. De gestelde vragen in dit onderzoek zijn voor jongeren en ouders hetzelfde. De vragenlijsten verschillen enkel in taalgebruik. Dit rapport geeft de resultaten voor jongeren en ouders samen weer. De tabellenbijlage toont de resultaten voor jongeren en ouders apart. Voor de leeftijdscategorie 12-18 jaar zijn zowel jongeren als ouders aangeschreven. Dat betekent niet dat de jongere en ouder uit hetzelfde huishouden altijd beide hebben deelgenomen aan dit onderzoek. De cliëntervaring van ouders en jongeren kan dan ook niet één-op-één vergeleken worden.

De Modelvragenlijst Cliëntervaring Jongeren en Ouders (MCJO) is op verzoek van de VNG ontwikkeld door Stichting Alexander in samenwerking met de Universiteit van Amsterdam, met medewerking van de gemeenten Alkmaar, Enschede, ’s-Hertogenbosch, Hoorn, Maastricht, Tilburg en Utrecht, de landelijke cliëntenorganisaties vertegenwoordigd in de ‘Landelijke Werkgroep Cliëntenparticipatie’ en de ‘Landelijke Werkgroep Kwaliteit en Toezicht’. 1

| 4 | rapport Cliëntervaringsonderzoek Jeugd – gemeente Maasdriel

1.3

Privacy

De privacy van jeugdhulpcliënten is een belangrijk aandachtspunt in dit onderzoek. Er zijn meerdere maatregelen genomen om de privacy van respondenten te waarborgen en te voldoen aan de eisen van de AVG. In alle communicatie is benadrukt dat het onderzoek anoniem is, dat de resultaten niet herleid worden naar individuele personen en dat de gegeven antwoorden geen consequenties hebben voor de hulp die men ontvangt. Voor de uitvoering van het onderzoek heeft de gemeente Maasdriel met BMC een verwerkersovereenkomst afgesloten.

1.4

Steekproef en respons

Op aanwijzing van BMC heeft de gemeente alle inwoners die jeugdhulp ontvangen aangeschreven. In totaal zijn 625 ouders van kinderen van ongeboren tot 18 jaar aangeschreven. Daarnaast zijn 326 jongeren tussen de 12 en 23 jaar aangeschreven. In uw gemeente hebben in totaal 171 ouders en jongeren deelgenomen aan dit onderzoek door een (online) vragenlijst in te vullen. Dat is een responspercentage van 18%. De resultaten van uw gemeente zijn op basis van deze respons indicatief met een betrouwbaarheidsniveau van 85% en een foutmarge van 5%. Een betrouwbaarheidsniveau van 85%, met een foutmarge van 5% betekent dat als het onderzoek 100 keer wordt uitgevoerd, de resultaten in 85 van de 100 gevallen 5% of minder van elkaar afwijken. We spreken van betrouwbare resultaten bij een betrouwbaarheidsniveau van 95%.

1.5

Referentiegroep

In bijlage 1 is een tabellenoverzicht opgenomen met daarin de totale uitkomsten, de uitkomsten voor jongeren en ouders apart en de uitkomsten van de referentiegroep. De referentiegroep betreft het gemiddelde van alle cliënten in gemeenten die hetzelfde onderzoek hebben laten uitvoeren door BMC. De referentiegroep bestaat uit 22 gemeenten2. In de figuren worden de resultaten van uw gemeente weergegeven in kleur. De resultaten van de referentiegroep worden met bruintinten weergegeven.

1.6

Leeswijzer

Hoofdstuk 2 gaat in op de ervaringen van respondenten met de toegankelijkheid van voorzieningen, gevolgd door hoofdstuk 3 over de uitvoering van zorg. Hoofdstuk 4 laat het effect van de hulp zien. In hoofdstuk 5 staat beschreven wat goed gaat en wat beter kan. In bijlage 1 staan de tabellen met de onderzoeksresultaten uitgesplitst naar jongeren en ouders.

De referentiegroep bestaat uit de gemeenten: Smallingerland, Aalten, Apeldoorn, Duiven, Maasdriel, Voorst, Westervoort, Alkmaar, Enkhuizen, Drechterland, Stede Broec, Waddinxveen, Best, Valkenswaard, Lelystad, Oost Gelre, Heeze-Leende, Rijssen-Holten, Berkelland, Bronckhorst, Sittard-Geleen, Montferland. 2

| 5 | rapport Cliëntervaringsonderzoek Jeugd – gemeente Maasdriel

H2 | Toegankelijkheid van voorzieningen In dit hoofdstuk komt aan bod hoe de respondenten de toegang tot de jeugdhulpvoorzieningen hebben ervaren. Weten ze waar zij terechtkunnen, zijn ze snel geholpen en is passende hulp beschikbaar? Er zijn verschillende verwijzers die kinderen toegang kunnen bieden tot jeugdhulp. Dit zijn huisartsen, jeugdartsen, gespecialiseerde artsen, Gecertificeerde Instellingen en gemeenten, bijvoorbeeld via een Centrum voor Jeugd en Gezin of een sociaal (wijk)team. Ook hebben maatschappelijke organisaties die ouders en kinderen kunnen verwijzen naar het juiste kanaal hier een belangrijke rol. Denk aan scholen, vrijwilligersorganisaties, welzijnsorganisaties en andere zorgprofessionals of aanbieders. Figuur 1

Toegankelijkheid van voorzieningen (N = 163, 164, 166)

Altijd

Vaak

Soms

Nooit

Ik weet waar ik terechtkan als ik hulp nodig heb

Ik ben snel geholpen

Ik kan de hulp krijgen die ik nodig heb/die mijn kind nodig heeft

De cliënten is gevraagd of ze weten waar ze terechtkunnen als ze hulp nodig hebben. 64% van de respondenten weet vaak of altijd waar ze terechtkunnen als er hulp nodig is. 36% weet niet (altijd) waar ze terechtkunnen voor hulp. Snelheid van handelen is belangrijk. Door vroegsignalering kan ergere problematiek worden voorkomen. Daarnaast is van belang dat ouders en kinderen zich gehoord voelen en dat ze snel weten waar ze aan toe zijn. Daarom is er gevraagd naar de snelheid waarmee ze geholpen zijn, nadat de jongere of ouder zich met een vraag had gemeld. 56% van de respondenten is snel geholpen. 34% vindt dat zij soms of nooit snel geholpen zijn.

| 6 | rapport Cliëntervaringsonderzoek Jeugd – gemeente Maasdriel

Tot slot geeft de figuur weer of de respondenten de hulp konden krijgen die zij nodig hebben. Passende hulp is van belang om de geformuleerde doelen te halen, maar ook om de beleidsdoelen als zelfredzaamheid, zelfontplooiing en veiligheid te realiseren. 73% van de respondenten zegt vaak of altijd de hulp te kunnen krijgen die zij nodig hebben. Bij 27% van de respondenten is dit soms of nooit het geval. We zien dat ten opzichte van de vorige meting het aandeel respondenten dat vaak of altijd als antwoord geeft op de vraag of ze weten waar ze terechtkunnen voor hulp en of ze snel geholpen zijn iets is toegenomen. De toegankelijkheid van voorzieningen wordt in die zin dus iets positiever gewaardeerd dan voorheen. In vergelijking met de referentiegroep scoort uw gemeente echter op alle fronten lager.

| 7 | rapport Cliëntervaringsonderzoek Jeugd – gemeente Maasdriel

H3 | Uitvoering van de hulp In dit hoofdstuk komen de cliëntervaringen met de uitvoering van de hulp aan bod. Worden jeugdhulpcliënten goed geholpen, krijgen ze voldoende informatie over de hulp, worden beslissingen over de hulp in gezamenlijkheid genomen, werken de verschillende organisaties goed samen en wat vinden respondenten van de kwaliteit van de hulpverleners?

3.1

De kwaliteit van de zorg

Gemeenten hebben met de gecontracteerde aanbieders afspraken gemaakt over een goede kwaliteit van zorg. Aanbieders moeten voldoen aan minimale standaarden om de gestelde doelen, zoals vastgelegd in de Jeugdwet, te kunnen behalen en ervoor te zorgen dat de hulp het afgesproken beoogde effect oplevert voor kinderen en ouders. Hieronder volgen de uitkomsten van enkele vragen die over de kwaliteit van zorg gaan. Figuur 2

Uitvoering - kwaliteit van de zorg (N = 167, 166, 163, 142)

Altijd

Vaak

Soms

Nooit

Ik word goed geholpen bij mijn vragen en problemen

Ik krijg voldoende informatie over de hulp

Beslissingen over de hulp worden samen met mij genomen

De verschillende organisaties werken goed samen om mij/en mijn kind te helpen

Bovenstaande figuur toont de ervaringen van respondenten met betrekking tot de hulp die ze krijgen bij hun vragen en problemen. 68% van de respondenten vindt dat ze vaak of altijd goed worden geholpen bij hun vragen of problemen. 32% vindt dit niet (altijd).

| 8 | rapport Cliëntervaringsonderzoek Jeugd – gemeente Maasdriel

Informatievoorziening over de hulp is heel belangrijk. Zo weten jongeren en ouders wat ze van de hulp kunnen verwachten. 64% van de respondenten krijgt voldoende informatie over de hulp. 36% krijgt dat soms of niet. Vervolgens is gevraagd of jongeren en ouders ervaren dat beslissingen over de hulp samen met hen worden genomen. 74% van de respondenten ervaart dat beslissingen over de hulp vaak of altijd samen met hen worden genomen. Daarbij is onder ouders een groter aandeel (76%) deze mening toegedaan dan onder jongeren (62%). Indien er verschillende organisaties betrokken zijn bij de hulp voor een jongere of een kind is het van belang dat zij samenwerken om hem of haar goed te kunnen helpen. Het doel is om te werken volgens het principe één gezin, één plan, één regisseur. 61% van de respondenten die van verschillende organisaties hulp ontvangen, ervaart dat deze goed samenwerken om hem of haar te helpen. 39% ervaart dat soms of niet. Bij dit aspect zijn het de jongeren waar een groter aandeel de stelling positief beantwoord (76%) dan de ouders (58%). Ten opzichte van de vorige meting is het aandeel respondenten dat vaak of altijd als antwoord geeft bij de meeste onderdelen iets afgenomen. De kwaliteit van de zorg wordt dus minder positief ingeschat. Ten opzichte van de referentiegroep scoort uw gemeente beduidend minder positief.

| 9 | rapport Cliëntervaringsonderzoek Jeugd – gemeente Maasdriel

3.2

De kwaliteit van de hulpverleners

De kwaliteit van en de klik met de hulpverlener bepaalt in hoge mate het effect van de hulp. Wat vinden de jongeren en ouders van de hulpverleners die hen ondersteunen? Figuur 3

Uitvoering – kwaliteit van de hulpverleners (N = 167, 162, 161)

Altijd

Vaak

Soms

Nooit

De hulpverleners weten genoeg om mij/en mijn kind te kunnen helpen

Ik voel mij serieus genomen door de hulpverleners

Ik word met respect behandeld door de hulpverleners

Allereerst is naar de kennis van de hulpverlener gevraagd. 71% van de respondenten vindt dat de hulpverleners vaak of altijd genoeg kennis hebben om hen te kunnen helpen. 30% vindt dat niet of soms. Vervolgens is gevraagd of ze zich serieus genomen voelen door de hulpverleners. 75% van de respondenten voelt zich vaak of altijd serieus genomen door de hulpverleners. 25% voelt zich soms of nooit serieus genomen. Tot slot is gevraagd of jongeren en ouders zich met respect behandeld voelen door de hulpverleners. 84% van de respondenten voelt zich vaak of altijd met respect behandeld door de hulpverleners. 16% van de respondenten voelt zich soms of niet respectvol behandeld door de hulpverleners. Ten opzichte van de vorige meting is het aandeel respondenten dat vaak of altijd antwoordt op alle drie de stellingen kleiner geworden. De waardering voor de kwaliteit van de hulpverleners is dus afgenomen. Ten opzichte van de referentiegroep scoort uw gemeente op alle onderdelen minder positief.

| 10 | rapport Cliëntervaringsonderzoek Jeugd – gemeente Maasdriel

H4 | Effect van de hulp In dit hoofdstuk komen de effecten van de jeugdhulp op het opgroeien, de zelfstandigheid, de zelfredzaamheid en het meedoen aan de eigen omgeving aan bod. Worden met de doelen van de Jeugdwet, zoals naar vermogen mee kunnen doen, één gezin, één plan, één regisseur en hulp op maat, de gewenste effecten bij de kinderen en jongeren bereikt?

4.1

Opgroeien

Aan jongeren en ouders is gevraagd wat het effect van de jeugdhulp is op het opgroeien. In de modelvragenlijst zijn deze effecten opgesplitst in diverse enquêtevragen. Figuur 4

Effect van de hulp bij het opgroeien (N = 153, 141, 145, 121)

Veel beter

Beetje beter

Hetzelfde gebleven

Beetje slechter

Veel slechter

Door de hulp voel(t) ik mij/mijn kind zich beter

Door de hulp gaat het beter met mijn gedrag/het gedrag van mijn kind

Door de hulp gaat het thuis beter

Door de hulp voel(t) ik mij/mijn kind zich veiliger

Het door respondenten meest ervaren effect van de hulp bij het opgroeien is dat het kind zich beter voelt. 81% ervaart dit effect. Het effect op de verbetering van het gedrag en het effect op de verbetering van de thuissituatie worden ook door veel respondenten ervaren (77% en 75%). Een verbetering in het zich veilig voelen wordt door 69% ervaren. Ten opzichte van de vorige meting zien we dat de effecten van de hulp bij het opgroeien in dezelfde mate worden ervaren. Ook in vergelijking met de referentiegroep worden de effecten in ongeveer dezelfde mate ervaren.

| 11 | rapport Cliëntervaringsonderzoek Jeugd – gemeente Maasdriel

4.2

Zelfstandigheid

De volgende figuur toont in welke mate respondenten ervaren dat de hulp effect heeft op hun zelfstandigheid/de zelfstandigheid van hun kind. Figuur 5

Effect van de hulp op de zelfstandigheid (N = 140, 142, 141)

Veel beter

Beetje beter

Hetzelfde gebleven

Beetje slechter

Veel slechter

Door de hulp weet ik beter wat ik wil/mijn kind wat hij/zij wil

Door de hulp zeg ik vaker wat ik nodig heb/zegt mijn kind vaker wat hij/zij nodig heeft

Door de hulp wordt er beter naar mij geluisterd/voelt mijn kind zich beter gehoord

67% van de respondenten zegt door de hulp een beetje of veel beter problemen te kunnen oplossen. Ook kan 67% beter voor zichzelf opkomen dankzij de hulp. 71% heeft een beetje of een veel beter vertrouwen in de toekomst door de hulp. Ten opzichte van vorige meting zien we dat de effecten van de hulp op zelfstandigheid in dezelfde mate worden ervaren. Ook in vergelijking met de referentiegroep worden de effecten in ongeveer dezelfde mate ervaren.

| 12 | rapport Cliëntervaringsonderzoek Jeugd – gemeente Maasdriel

4.3

Zelfredzaamheid

Jongeren en ouders is gevraagd naar het effect van de hulp op hun eigen zelfredzaamheid. De volgende figuur toont de ervaringen van respondenten op de diverse enquêtevragen die samen zelfredzaamheid meten. Figuur 6

Effect van de hulp op de zelfredzaamheid (N = 119, 105, 119)

Veel beter

Beetje beter

Hetzelfde gebleven

Beetje slechter

Veel slechter

Door de hulp kan ik beter mijn problemen oplossen

Door de hulp kan ik beter voor mezelf opkomen

Door de hulp heb ik meer vertrouwen in de toekomst

65% van de respondenten zegt door de hulp een beetje of veel beter problemen te kunnen oplossen. Ook kan 64% beter voor zichzelf opkomen dankzij de hulp. 65% heeft een beetje of een veel beter vertrouwen in de toekomst door de hulp. Ten opzichte van de vorige meting zien we een afname van een positief ervaren effect van de hulp op het beter kunnen oplossen van problemen en het voor zichzelf opkomen. In vergelijking met de referentiegroep worden in mindere mate positieve effecten van de hulp op de zelfredzaamheid ervaren.

| 13 | rapport Cliëntervaringsonderzoek Jeugd – gemeente Maasdriel

4.4

Meedoen in de eigen omgeving

Hulp kan er ook aan bijdragen dat kinderen beter kunnen meedoen in de eigen omgeving. In dit onderzoek is ook naar de effecten van de hulp hierop gevraagd. Figuur 7

Effect van de hulp op meedoen in de eigen omgeving (N = 139, 129, 131)

Veel beter

Beetje beter

Hetzelfde gebleven

Beetje slechter

Veel slechter

Door de hulp gaat het beter (met mijn kind) op school, werk of dagbesteding

Door de hulp besteed ik mijn/besteedt mijn kind zijn/haar vrije tijd beter

Door de hulp is mijn relatie/de relatie van mijn kind met vrienden en anderen beter geworden

72% van de respondenten geeft aan dat het door de hulp een beetje of veel beter gaat (met het kind) op school, werk of dagbesteding. Volgens 47% besteedt het kind zijn of haar vrije tijd een beetje of veel beter dankzij de hulp. Volgens 46% is de relatie van het kind met vrienden en anderen een beetje of veel beter geworden door de hulp. Ten opzichte van de vorige meting worden de positieve effecten van de hulp op het meedoen in de eigen omgeving in minder sterke mate ervaren. Ook in vergelijking met de referentiegroep worden de positieve effecten in minder sterke mate ervaren.

| 14 | rapport Cliëntervaringsonderzoek Jeugd – gemeente Maasdriel

H5 | Wat gaat goed en wat kan beter? 5.1

Wat gaat goed?

Aan het einde van de vragenlijst is aan cliënten gevraagd aan te geven wat zij vinden dat op dit moment goed gaat bij de hulp en begeleiding die ze ontvangen. We hebben deze opmerkingen in een top 5 gezet. Tabel 1

Wat gaat goed? Opmerking

1

Luisteren/serieus genomen/gehoord voelen

2

Hulpvaardigheid

3

Aansluiting hulp op hulpvraag/maatwerk/oplossinggericht

4

Effect van de ondersteuning

5

Uitleg/advies/ handvatten

Hieronder staan per opmerking enkele citaten weergegeven. Deze zijn illustratief voor het totaal aan opmerkingen over wat er goed gaat. 1.

‘Hij vond het fijn om er naartoe te gaan. Het gevoel dat ie gehoord werd denk ik door mensen die buiten het gezin staan.’ ‘In mijn ervaring is er goed naar mij geluisterd en werd er meer duidelijk voor me, zodat ik verder kon.’ ‘Dat ze naar je luisteren en begrijpen hoe moeilijk je het hebt en alles voor je kind willen doen dat ze het beter gaat begrijpen wat ze doet.’ ‘Er wordt goed geluisterd en geholpen op maat.’ ‘Ze luisterde goed en probeerde echt mee te denken.’ ‘Een open vriendelijk gesprek. Een luisterend oor.’

2.

‘De betrokkenheid van de hulpverleners. Ik voelde dat ik gehoord werd en ze deden hun best. Niet altijd lukte het om adequaat de hulp te verlenen omdat het elders niet wil vlotten.’ ‘Een fijne medewerkster die met ons het beste probeert te doen voor onze zoon.’ ‘Persoonlijk en betrokken.’ ‘Ze nemen echt de tijd voor je.’ ‘Ze waren er echt altijd voor je.’

3.

‘Er wordt rekening gehouden met “het probleem” en dingen worden duidelijk in kleine stapjes gedaan.’ ‘Dat onze hulpverlener precies in de gaten heeft gehad wat goed voor ons is. Ze heeft ook goed haar best gedaan om de juiste hulp in schakelen.’ ‘We kreeg hulp op maat.’ ‘Ze wisten precies wat ze nodig had.’

| 15 | rapport Cliëntervaringsonderzoek Jeugd – gemeente Maasdriel

4.

‘Het geeft me meer zelfvertrouwen.’ ‘Ze kan beter zichzelf uiten waar ze last van heeft.’ ‘Het probleem en oorzaak is gevonden en van daaruit zijn de oplossingen gekomen.’ ‘De goede en intensieve begeleiding gaf een goed gevoel.’

5.

‘Hele praktische adviezen.’ ‘Er was een verzoek om ons als ouders te begeleiden in gesprekstechnieken naar ons kind en daarbij hebben wij praktische tips en handvatten gekregen.’ ‘Tips van derden om met een bepaalde moeilijke situatie beter om te gaan.’ ‘Goede adviezen bij de problemen waar we tegenaan lopen.’

5.2

Wat kan beter?

Cliënten is gevraagd aan te geven wat zij vinden dat op dit moment beter kan aan de hulp en begeleiding die ze ontvangen. We hebben deze opmerkingen in een top 5 gezet. Tabel 2

Wat kan beter? Opmerking

1

Snelheid/duur aanvraag

2

Aansluiting hulp op hulpvraag/maatwerk/oplossingsgericht

3

Deskundigheid, professionaliteit, kennis

4

Toegang jeugdhulp

5

Nazorg, continuiteit zorg

Het grootste aantal opmerkingen over wat beter kan, heeft betrekking op de snelheid waarmee de ondersteuning gestart is, de wachttijden waar zij mee te maken hebben. Hieronder staan per opmerking enkele citaten weergegeven. Deze zijn illustratief voor het totaal aan opmerkingen over wat beter zou kunnen. 1.

‘De wachttijd voordat kind terechtkon voor de intake. Vervolgens de grote afstand tot de hulporganisatie.’ ‘De gevraagde hulp is na tien maanden nog steeds niet van de grond gekomen.’ ‘Het is jammer dat er een wachttijd moet zijn. Al is het maar om alleen al direct gehoord te worden is fijn. Ik denk dat het toch vaak al flink problematisch is als er echt hulp wordt gevraagd.’ ‘De goedkeuring voor hulp, heeft veel te lang geduurd!’ ‘We moesten best lang wachten voordat we aan de beurt waren.’ ‘Dat het een tijd duurt voordat je bij de goede hulp terechtkomt.’

2.

‘Sommige ingehuurde organisaties sloegen de plank gedeeltelijk mis en zorgden voor extra spanning. En het duurde een half jaar voordat ze inzagen dat ze de verkeerde behandeling hadden ingezet voor ons kind.’

| 16 | rapport Cliëntervaringsonderzoek Jeugd – gemeente Maasdriel

‘De wachttijden en het zoeken naar de goede hulpverlening/passende oplossingen. Soms is het een te zwakke oplossing, maar daar kom je vaak weer veel later achter en dan is er weer veel tijd verloren gegaan.’ ‘Wij hebben de indruk dat er niet is begrepen hoe ernstig de situatie was en wij echt hulp nodig hadden toen we hierom vroegen. Door alle lange weken van wachtlijsten, tekort aan personeel enz enz werd de situatie thuis alleen maar slechter.’ ‘Weinig hulp of meedenken vanuit de gemeente. Weinig oog voor situatie van het kind, bang om geld te moeten uitgeven aan een kind met een beperking.’ ‘Hulp sloot niet altijd aan op de specifieke vraag van mijn kind.’ 3.

‘Ze kende de regels niet goed met betrekking tot Sociaal Medische Indicatie (SMI).’ ‘Er is veel te weinig kennis aanwezig en veel te veel tunnelvisie. Helaas ziet de gemeente haar eigen beperkingen niet en wordt er slecht/niet geluisterd naar ouders.’ ‘De kennis is onvoldoende.’

4.

‘Het was lastig om uit te zoeken hoe ik tot hulp moest komen, huisarts wist het ook niet goed.’ ‘De weg om hulp te krijgen. De procedure vooraf.’ ‘De gemeente moet dienstverlenend zijn en doortastend worden. De gemeente gaat ten onder aan hun eigen regeltjes. Als ouder van een hulpbehoevend kind heb je al een hele weg achter de rug om te accepteren dat je kind hulpbehoevend is en dat je hulp nodig hebt. Dan moet de gemeente het loket zijn om je te helpen en de weg te wijzen. Tot op de dag van vandaag heeft de gemeente alleen een ontmoedigingsbeleid en afpoeierbeleid getoond.’ ‘Hoe het is gegaan voor ik hulp kreeg. Dit duurde te lang en ik werd niet geholpen/begrepen. Het voelde alsof ik niet welkom was bij de gemeente. De gemeente moet helpen en niet wegsturen. De gemeente heeft geen idee hoe het is om hulp te moeten vragen.’

5.

‘Tijdens het traject was dit prima, maar ik zou ook graag de slotconclusie vanuit de behandelaar willen weten.’ ‘Nadat de sessies klaar waren, word je losgelaten. Er wordt niet meer geëvalueerd hoe het gaat en of er nog nazorg nodig is.’ ‘Toen ze 18 werd, stopte de hulp ineens!’ ‘Nazorg, maak me zorgen maar er is te weinig personeel om dit op te pakken nadat ik zelf een melding gemaakt heb.’

| 17 | rapport Cliëntervaringsonderzoek Jeugd – gemeente Maasdriel

Bijlage 1

Tabellen met onderzoeksresultaten

In de zesde kolom staan de totalen van de uitkomsten van jongeren en ouders gezamenlijk. In de tweede kolom staan de uitkomsten van jongeren apart, gevolgd door de uitkomsten van ouders in de vierde kolom. In de een na laatste kolom is het gemiddelde over alle gemeenten die het onderzoek door BMC hebben laten uitvoeren, weergegeven. In de tabellen zijn de stellingen zoals geformuleerd in de vragenlijst voor jongeren opgenomen. Voor ouders gaan deze stellingen over hun kind. Tabel 3

Achtergrondgegevens Jongeren 2020

N

Jongen Meisje Moeder Vader Anders

49% 51%

35 35

12 t/m 17 jaar 18 t/m 22 jaar

71% 29%

70% 30% 0%

N

Jongeren en ouders 2020

137 137 137

49% 51% 70% 30% 0%

35 35

0 t/m 3 jaar 4 t/m 11 jaar 12 t/m 17 jaar Korter dan 3 maanden Tussen de 3 en 6 maanden Tussen de 6 en 12 maanden Langer dan een jaar

Ouders 2020

71% 29% 4% 59% 38%

112 112 112

4% 59% 38%

N (samen) 2020

Jongeren en Jongeren en ouders 2016 ouders 2015 Geslacht 35 61% 68% 35 39% 32% 137 76% 83% 137 12% 12% 137 11% 5% Leeftijd kind (vragenlijst jongeren) 35 86% 35 14% Leeftijd kind (vragenlijst ouders) 112 5% 112 50% 112 45% Duur hulp

Referentiegroep jongeren 2020

Referentiegroep ouders 2020

Referentiegroep jongeren en ouders 2020

N (samen) 2020

77% 20% 3%

44% 56% 77% 20% 3%

489 489 1.890 1.890 1.890

87% 13%

644 644

2% 55% 43%

2% 55% 43%

1.900 1.900 1.900

44% 56%

87% 13%

24%

33

17%

132

19%

165

9%

10%

8%

11%

11%

2.684

21%

33

11%

132

13%

165

17%

21%

13%

14%

14%

2.684

12%

33

19%

132

18%

165

18%

21%

20%

23%

23%

2.684

42%

33

53%

132

51%

165

56%

49%

58%

51%

53%

2.684

| 18 | rapport Cliëntervaringsonderzoek Jeugd – gemeente Maasdriel

Tabel 4

Toegankelijkheid van voorzieningen (% vaak/altijd)

Jongeren

Ouders

Jongeren

N

Jongeren

Jongeren

en ouders

(samen)

en ouders

en ouders

Referentiegroep

N

Referentiegroep Referentiegroep

jongeren en

(samen)

2020

N

2020

N

2020

2020

2016

2015

jongeren 2020

ouders 2020

ouders 2020

2020

59%

32

65%

131

64%

163

59%

76%

73%

73%

73%

3.411

55%

31

56%

133

56%

164

52%

64%

68%

65%

66%

2.799

72%

32

64%

134

66%

166

67%

73%

81%

73%

75%

2.820

Jongeren

N

Jongeren

Jongeren

Referentiegroep

N

en ouders

(samen)

en ouders

en ouders

Referentiegroep Referentiegroep

jongeren en

(samen)

Ik weet waar ik terechtkan als ik hulp nodig heb Ik ben snel geholpen Ik kan de hulp krijgen die ik nodig heb/die mijn kind nodig heeft Tabel 5

Uitvoering van de kwaliteit van zorg (% vaak/altijd)

Jongeren

Ouders

2020

N

2020

N

2020

2020

2016

2015

jongeren 2020

ouders 2020

ouders 2020

2020

60%

35

70%

132

68%

167

73%

82%

84%

82%

82%

3.756

76%

29

58%

113

61%

142

61%

64%

72%

70%

71%

3.191

61%

33

65%

133

64%

166

67%

74%

79%

80%

79%

3.746

62%

32

76%

131

74%

163

78%

86%

83%

89%

87%

3.812

Ik word goed geholpen bij mijn vragen en problemen De verschillende organisaties werken goed samen om mij/mij en mijn kind te helpen Ik krijg voldoende informatie over de hulp Beslissingen over de hulp worden samen met mij genomen

| 19 | rapport Cliëntervaringsonderzoek Jeugd – gemeente Maasdriel

Tabel 6

Uitvoering van de kwaliteit van hulpverleners (% vaak/altijd)

Jongeren

Ouders

Jongeren

N

Jongeren

Jongeren

en ouders

(samen)

en ouders

en ouders

Referentiegroep

N

Referentiegroep Referentiegroep

jongeren en

(samen)

2020

N

2020

N

2020

2020

2016

2015

jongeren 2020

ouders 2020

ouders 2020

2020

74%

34

70%

133

71%

167

79%

81%

82%

82%

82%

3.764

73%

33

75%

129

75%

162

84%

88%

88%

88%

88%

3.793

88%

32

84%

129

84%

161

92%

97%

95%

95%

95%

3.809

Referentiegroep

N

Referentiegroep Referentiegroep

jongeren en

(samen)

De hulpverleners weten genoeg om mij/mij en mijn kind te kunnen helpen Ik voel mij serieus genomen door de hulpverleners Ik word met respect behandeld door de hulpverleners Tabel 7

Effect van de hulp bij het opgroeien (% een beetje/veel beter geworden)

Jongeren

Door de hulp voel(t) ik mij/mijn kind zich beter

Ouders

Jongeren

N

Jongeren

Jongeren

en ouders

(samen)

en ouders

en ouders

2020

N

2020

N

2020

2020

2016

2015

jongeren 2020

ouders 2020

ouders 2020

2020

75%

32

83%

121

81%

153

81%

79%

81%

84%

83%

3.705

64%

28

81%

113

77%

141

72%

73%

74%

80%

79%

3.281

62%

29

79%

116

76%

145

80%

77%

70%

79%

77%

3.300

57%

23

71%

98

69%

121

66%

71%

54%

71%

67%

2.127

Door de hulp gaat het beter met mijn gedrag/het gedrag van mijn kind Door de hulp gaat het thuis beter Door de hulp voel(t) ik mij/mijn kind zich veiliger

| 20 | rapport Cliëntervaringsonderzoek Jeugd – gemeente Maasdriel

Tabel 8

Effect van de hulp op de zelfstandigheid (% een beetje/veel beter geworden)

Jongeren

Door de hulp weet ik beter wat ik wil/mijn kind wat hij/zij wil

Ouders

Jongeren

N

Jongeren

Jongeren

en ouders

(samen)

en ouders

en ouders

Referentiegroep

N

Referentiegroep Referentiegroep

jongeren en

(samen)

2020

N

2020

N

2020

2020

2016

2015

jongeren 2020

ouders 2020

ouders 2020

2020

55%

29

70%

111

67%

140

62%

67%

69%

73%

72%

2.977

60%

30

69%

112

67%

142

69%

74%

68%

75%

73%

3.054

53%

30

76%

111

71%

141

70%

72%

66%

79%

75%

3.007

Door de hulp zeg ik vaker wat ik nodig heb/zegt mijn kind vaker wat hij/zij nodig heeft Door de hulp wordt er beter naar mij geluisterd/voelt mijn kind zich beter gehoord Tabel 9

Effect van de hulp op de zelfredzaamheid (% een beetje/veel beter geworden)

Jongeren

Door de hulp kan ik beter mijn problemen oplossen Door de hulp kan ik beter voor mezelf opkomen Door de hulp heb ik meer vertrouwen in de toekomst

Ouders

Jongeren en

N

Jongeren

Jongeren

ouders

(samen)

en ouders

en ouders

Referentiegroep

N

Referentiegroep Referentiegroep

jongeren en

(samen)

2020

N

2020

N

2020

2020

2016

2015

jongeren 2020

ouders 2020

ouders 2020

2020

55%

31

69%

88

66%

119

76%

66%

73%

74%

74%

2.376

46%

28

56%

77

53%

105

60%

58%

67%

63%

65%

2.128

54%

28

68%

91

65%

119

65%

69%

68%

74%

72%

2.422

| 21 | rapport Cliëntervaringsonderzoek Jeugd – gemeente Maasdriel

Tabel 10

Effect van de hulp op meedoen in de eigen omgeving (% een beetje/veel beter geworden)

Jongeren

Ouders

Jongeren

N

Jongeren

Jongeren

en ouders

(samen)

en ouders

en ouders

Referentiegroep

N

Referentiegroep Referentiegroep

jongeren en

(samen)

2020

N

2020

N

2020

2020

2016

2015

jongeren 2020

ouders 2020

ouders 2020

2020

74%

27

80%

112

79%

139

77%

81%

71%

78%

76%

3.267

48%

27

62%

102

59%

129

51%

54%

45%

56%

53%

2.818

48%

25

60%

106

58%

131

62%

62%

51%

59%

57%

2.867

Door de hulp gaat het beter (met mijn kind) op school, werk of dagbesteding Door de hulp besteed ik mijn/besteedt mijn kind zijn/haar vrije tijd beter Door de hulp is mijn relatie/de relatie van mijn kind met vrienden en anderen beter geworden

| 22 | rapport Cliëntervaringsonderzoek Jeugd – gemeente Maasdriel

BMC Databankweg 26D 3821 AL Amersfoort Postbus 490 3800 AL Amersfoort (033) 496 52 00 info@bmc.nl www.bmc.nl KvK BMC Advies 32078667 IBAN NL91ABNA0504035754 BTW NL80.86.63.598 B.01

Colofon

13 december 2021 Classificatie Naam adviseur Projectnummer Correspondentienummer

: : : :

Vertrouwelijk Simon Wajer PO018990 DH-1012-1316

Kijk voor meer informatie ook eens op onze website www.bmc.nl

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://maasdriel.raadsinformatie.nl/document/11050177/1/Maasdriel_Cli%C3%ABntervaringsonderzoek_Jeugd_2020