Kerkdriel Noord, Paddenstoelenbuurt Bijlagen bij toelichting Bijlage 7 Verkennend bodem- en asbestonderzoek en nader asbestonderzoek
Tekst van het document
Verkennend bodem- en asbestonderzoek en nader asbestonderzoek Veersteeg 23 te Kerkdriel Kadastrale gegevens: gemeente Maasdriel, sectie N, nummer 3238, 3236 en 3240
Projectnummer: Datum:
20192120 17 augustus 2020
Verkennend bodem- en asbestonderzoek en nader asbestonderzoek Veersteeg 23 te Kerkdriel Kadastrale gegevens: gemeente Maasdriel, sectie N nummer, 3238, 3236 en 3240
Opdrachtgever Gemeente Maasdriel de heer B. Wouda Postbus 10000 5330 GA Kerkdriel Adviesbureau
Projectleider
MILON bv
S. Coomans MSc
Rembrandtlaan 4 5462 CH Veghel info@milon.nl / www.milon.nl 073 - 5477253 Status definitief Datum 17 augustus 2020 Projectnummer 20192120
Versie 3
Kwaliteitscontrole Mirjam van de Giessen
Inhoudsopgave 1 Inleiding .................................................................................. 3 1.1 Algemeen .......................................................................... 3 1.2 Aanleiding en doel .............................................................. 3 1.3 Opbouw van het rapport ...................................................... 3 1.4 Betrouwbaarheid en onafhankelijkheid .................................. 3 2 Milieuhygiënisch vooronderzoek .............................................. 5 2.1 Algemeen .......................................................................... 5 2.2 Afbakening en locatiegegevens ............................................. 5 2.3 Gebruik, potentiële bronnen en uitgevoerde onderzoeken ........ 8 2.4 Bodemkwaliteitskaart, bodemopbouw en geohydrologie ........ 11 2.5 Hypothese ....................................................................... 11 3 Uitvoering verkennend bodemonderzoek .............................. 13 3.1 Onderzoeksstrategie ......................................................... 13 3.2 Veldwerkzaamheden ......................................................... 13 3.3 Zintuiglijke waarnemingen ................................................. 14 3.4 Laboratoriumwerkzaamheden ............................................
14 3.5 Analyseresultaten ............................................................. 15 3.6 Bespreking van de resultaten ............................................. 17 4 Uitvoering verkennend asbestonderzoek ............................... 19 4.1 Onderzoeksstrategie ......................................................... 19 4.2 Veldwerkzaamheden ......................................................... 19 4.3 Zintuiglijke waarnemingen ................................................. 20 4.4 Laboratoriumwerkzaamheden ............................................ 21 4.5 Interpretatie en toetsing .................................................... 21 4.6 Bespreking van de resultaten ............................................. 22 5 Uitvoering nader asbestonderzoek ........................................ 23 5.1 Onderzoeksstrategie ......................................................... 23 5.2 Veldwerkzaamheden ......................................................... 23 5.3 Zintuiglijke waarnemingen ................................................. 24 5.4 Laboratoriumwerkzaamheden ............................................ 24 5.5 Toetsing nader asbestonderzoek ......................................... 25 6 Samenvatting en conclusies .................................................. 26
Bijlagen 1. Topografische overzichtskaart 2. Situatietekening 3. Profielbeschrijvingen 4. Analysecertificaten 5. Toetsing analyseresultaten 6. Relevante gegevens 7. Verklaring onafhankelijkheid
1
Inleiding
1.1
Algemeen
MILON bv te Veghel heeft, in opdracht van de heer B. Wouda namens Gemeente Maasdriel te Kerkdriel, een verkennend bodem- en asbestonderzoek en een nader asbestonderzoek uitgevoerd ter plaatse van het perceel Veersteeg 23 te Kerkdriel. Het verkennend bodemonderzoek wordt uitgevoerd volgens onderzoeksprotocol NEN 5740 en het verkennend en nader asbestonderzoek wordt uitgevoerd volgens onderzoeksprotocol NEN 5707.
1.2
Aanleiding en doel
De aanleiding voor het uitvoeren van de onderzoeken wordt gevormd door de voorgenomen bestemmingsplanwijziging van de locatie. Doel van het verkennend bodemonderzoek is het verkrijgen van inzicht in de bodemopbouw en actuele milieuhygiënische kwaliteit van de grond en het grondwater. Het doel van het asbestonderzoek is, met een relatief geringe onderzoeksinspanning, na te gaan of de verdenking van de bodem met asbest terecht is. Het nader asbestonderzoek is uitgevoerd in verband met de resultaten van een eerder uitgevoerd verkennend asbestonderzoek. Het doel van het nader asbestonderzoek is tweeledig, namelijk inzicht krijgen in: ▪ de aanwezigheid van asbest en het bepalen van de asbestconcentratie; ▪ de ernst en omvang (horizontale en verticale verspreiding) van de (eventuele) asbestverontreiniging.
1.3
Opbouw van het rapport
In onderhavige rapportage komen de volgende aspecten aan de orde: ▪ ▪ ▪ ▪ ▪
de resultaten van het vooronderzoek (hoofdstuk 2); de resultaten van het verkennend bodemonderzoek (hoofdstuk 3); de resultaten van het verkennend asbestonderzoek (hoofdstuk 4); de resultaten van het nader asbestonderzoek (hoofdstuk 5); de conclusies en aanbevelingen (hoofdstuk 6).
De bijbehorende tekening, boorprofielen, analysecertificaten en toetsingstabellen zijn als bijlagen in deze rapportage opgenomen.
1.4
Betrouwbaarheid en onafhankelijkheid
De veldwerkzaamheden zijn uitgevoerd onder de BRL SIKB 2000 “Veldwerk bij milieuhygiënisch bodem- en waterbodemonderzoek”, protocol 2001 “Plaatsen van handboringen en peilbuizen, maken van boorbeschrijvingen, nemen van grondmonsters en waterpassen”, protocol 2002 “Het nemen van grondwatermonsters” en protocol 2018 “Maaiveldinspectie en monsterneming van asbest in bodem”. MILON bv is gecertificeerd volgens dit procescertificaat.
Projectnummer: 20192120 Datum: 17 augustus 2020
Pagina 3 van 25
Het onderzoek is geheel onafhankelijk uitgevoerd. MILON bv is geen eigenaar van de onderzoekslocatie en is financieel niet gelieerd aan de opdrachtgever. Het onderzoek is met de grootst mogelijke nauwkeurigheid en conform de daarvoor opgestelde normen en richtlijnen uitgevoerd. Hierbij wordt opgemerkt dat een bodemonderzoek slechts bestaat uit een steekproef waarbij een relatief gering aantal boringen en analyses worden uitgevoerd. Daarom kan niet geheel uitgesloten worden dat op de locatie een verontreiniging aanwezig is die bij dit onderzoek niet is aangetroffen. MILON bv acht zich niet aansprakelijk voor eventueel hieruit voortvloeiende (financiële) schade.
Projectnummer: 20192120 Datum: 17 augustus 2020
Pagina 4 van 25
2
Milieuhygiënisch vooronderzoek
2.1
Algemeen
Het vooronderzoek is uitgevoerd conform de NEN 5725:2017 nl Bodem - Landbodem – Strategie voor het uitvoeren van milieuhygiënisch vooronderzoek Het doel van het vooronderzoek is inzicht krijgen in de mogelijke aanwezigheid van verontreinigingen ter plaatse van de onderzoekslocatie. Hierbij wordt een inschatting gemaakt van de aard, mate, oorzaak en ligging van mogelijke verontreinigingen. Ook kunnen de resultaten van het vooronderzoek worden gebruikt bij de interpretatie van de resultaten van het bodemonderzoek. Om dit doel te bereiken wordt relevante informatie over de onderzoekslocatie en eventueel de beïnvloeding vanuit de directe omgeving verzameld, geanalyseerd en geïnterpreteerd. Uiteindelijk dienen in het vooronderzoek de onderzoeksvragen uit de NEN 5725 “Opstellen hypothese over de bodemkwaliteit ten behoeve van uit te voeren bodemonderzoek” beantwoord te worden. Ten behoeve van het vooronderzoek zijn de volgende bronnen geraadpleegd: • Informatie opdrachtgever en eigenaar; • Informatie overheid inzake bodemonderzoeken, ophooglagen, vergunningen, (voormalige) brandstoftanks en andere mogelijke relevante informatie; • Website Bodemloket; • Historisch topografisch kaartmateriaal, website topotijdreis; • Actuele luchtfoto’s (Google Earth en Bing Kaarten); • Grondwaterkaart van Nederland/DINOloket; • Kadaster.
Voorafgaand aan de uitvoering van het veldwerk is een terreininspectie uitgevoerd. De resultaten van deze inspectie zijn opgenomen in onderhavig hoofdstuk.
2.2
Afbakening en locatiegegevens
Het onderzoeksgebied voor het vooronderzoek is geografisch afgebakend tot de onderzoekslocatie en de aangrenzende percelen tot 25 meter vanaf de grens van de onderzoekslocatie. In verticale richting is de locatie afgebakend tot 10 meter beneden maaiveld. Gezien de ligging en het gebruik van de locatie in relatie tot het doel van het onderzoek wordt deze afbakening voldoende geacht. De onderzoekslocatie is gelegen ter plaatse van het perceel Veersteeg 23 te Maasdriel. In tabel 1 zijn de locatiegegevens weergegeven.
Projectnummer: 20192120 Datum: 17 augustus 2020
Pagina 5 van 25
Tabel 1: Overzicht locatiegegevens Adres locatie
Veersteeg 23
Kadastrale gegevens locatie
gemeente Maasdriel, sectie N, perceelnummers 3238, 3236 en 3240
Coördinaten Rijksdriehoekstelsel
x: 150505
Oppervlakte locatie (in m2)
7.510
www.planviewer.nl/kaart
Oppervlakte bebouwd (in m2)
777
www.planviewer.nl/kaart
Huidig gebruik
wonen met tuin
Verhardingen
klinkers
y: 421028
www.planviewer.nl/kaart
https://pdokviewer.pdok.nl
De regionale ligging van de onderzoekslocatie is weergegeven op de topografische overzichtskaart in bijlage 1 en de luchtfoto in figuur 1.
Figuur 1: luchtfoto met globale ligging onderzoekslocatie (rood omrand) bron: Google Maps
De onderzoeklocatie ligt binnen de bebouwde kom. De directe omgeving bestaat ten noorden en ten westen hoofdzakelijk uit woonbebouwing en ten zuiden en oosten uit agrarische percelen en champignonkwekerijen. Voor een indruk van de onderzoekslocatie wordt verwezen naar figuur 2.
Projectnummer: 20192120 Datum: 17 augustus 2020
Pagina 6 van 25
Figuur 2: huidige situatie (6 foto's)
Projectnummer: 20192120 Datum: 17 augustus 2020
bron: locatie-inspectie MILON bv
Pagina 7 van 25
2.3
Gebruik, potentiële bronnen en uitgevoerde onderzoeken
Gebruik en potentiële bronnen Vanaf 1900 tot 1962 is volgens historisch kaartmateriaal de locatie altijd agrarisch in gebruik geweest. Vanaf 1962 is de eerste bebouwing zichtbaar. In 2000 is het huidige woonhuis op de locatie gerealiseerd. Uit informatie van de omgevingsdienst is dit gedeelte van het terrein aangemerkt als verdacht voor de aanwezigheid van asbest en kas/boomgaard.
Figuur 2: Asbestkansenkaart (2011) Bron: topotijdreis
Figuur 3: Boomgaard/kas (bron ODR)
Figuur 4:
Tijdens het inspecteren van het terrein bleek dat de meest noordelijke schuur en de kas gelegen op het zuiden van het terrein zijn gesloopt. Ter plaatse van de voormalige kas werd tijdens de terreininspectie nieuwe bebouwing gerealiseerd. Op 17 december 2018 is door de gemeente Maasdriel een omgevingsvergunning verleend aan de eigenaar het perceel ten behoeve van de sloop van deze gebouwen en de realisatie van bebouwing ter plaatse van de voormalige kas. In de omgevingsvergunning wordt aangeven indien asbest vrijkomt bij de sloop, een sloopmelding of sloopvergunning dient te worden aangevraagd. Zowel bij de gemeente als de omgevingsdienst is geen sloopmelding noch sloopvergunning bekend. Derhalve kan ervan uitgegaan worden dan de voormalige bebouwing vrij was van asbest. Daarnaast was de kas niet voor 1988 aanwezig. Derhalve is de kans klein dat daadwerkelijk asbesthoudende materialen in de kas zijn gebruikt. De verleende omgevingsvergunning is bijgevoegd in bijlage 6. Op de zuidelijke perceelsgrens is tijdens de inspectie een grondwal waargenomen. Naar opgave van de gemeente Maasdriel en op basis van luchtfoto’s is te zien dat de grondwal tussen 2014 en 2015 is aangelegd. De grond die gebruikt is voor het aanleggen van de grondwal is afkomstig van het perceel kadastraal bekend als gemeente Maasdriel, sectie , nummer 3255.
In 2012 is door RMB een verkennend bodemonderzoek (rapportnummer 226288) uitgevoerd op de percelen die zuidelijk (perceel N 3241) en westelijk (percelen N207 (ged.), N3383 en N3462) grenzend aan de onderzoekslocatie. Tijdens de veldwerkzaamheden zijn in de grond sporadisch bijmengingen met puin waargenomen. Op het perceel ten zuiden van de onderzoekslocatie zijn in ge boven- en ondergrond geen verhoogde gehaltes aangetoond. Op de percelen ten westen zijn ten hoogste licht verhoogde gehaltes aan zware Projectnummer: 20192120 Datum: 17 augustus 2020
Pagina 8 van 25
metalen in de bovengrond gemeten. In de ondergrond zijn geen van de onderzochte parameters in een verhoogd gehalte aangetoond. In het grondwater zijn licht verhoogde concentraties aan barium, nikkel en xylenen gemeten. Aanvullend onderzoek wordt niet noodzakelijk geacht. Door de gemeente Maasdriel is op 6 augustus 2014 toestemming gegeven om de onderzoekslocatie op te hogen (brief met kenmerk 140418). De grond is afkomstig van de percelen ten westen van de onderzoekslocatie. Deze grond voldoet op basis van het onderzoek uit 2012 aan bodemfunctieklasse wonen. Voor zover bekend hebben ter plaatse van de toegepaste grond geen bodembedreigende activiteiten plaatsgevonden. Derhalve voldoet de grondwal aan bodemfunctieklasse wonen. Voor zover bekend blijft de grondwal in de toekomst ter plaatse gelegen. Het onderzoek en de brief van de gemeente Maasdriel zijn bijgevoegd in bijlage 6. In figuur 4 zijn deze luchtfoto’s weergeven. De locatie van de grondwal is hier rood omrand.
Figuur 4: Luchtfoto 2014
Luchtfoto 2015
(Bron: gemeente Maasdriel)
Uitgevoerde bodemonderzoeken Binnen de onderzoekslocatie is één bodemondezoek uitgevoerd. tot op heden geen bodemonderzoeken uitgevoerd. In de omgeving zijn meerdere bodemonderzoeken uitgevoerd. De onderzoeken betreffen: 1. Verkennend bodemonderzoek Kloosterstraat te Kerkdriel (Verhoeven Milieutechniek bv, rapport met nummer B08.3521, d.d. 2 juli 2008); 2. Verkennend bodemonderzoek Kloosterstraat 7 te Kerkdriel (Verhoeven Milieutechniek bv, rapport met nummer B09.3913, d.d. 13 augustus 2009); 3. Verkennend en aanvullend bodemonderzoek Kloosterstraat 7 te Kerkdriel (Verhoeven Milieutechniek bv, rapport met nummer B11.4552, d.d. 3 maart 2011); 4. Verkennend en nader bodemonderzoek en verkennend onderzoek asbest Kloosterstraat 9 te Kerkdriel (Verhoeven Milieutechniek B.V., rapport met nummer B11.4552, d.d. 3 maart 2011); 5. Plan van aanpak bodemsanering Locatie: Bodemverontreiniging met koper en zink Kloosterstraat 9 te Kerkdriel (Koenders & Partners adviseurs en procesmanagers bv, rapport met nummer 110460, d.d. 1 juni 2011);
Projectnummer: 20192120 Datum: 17 augustus 2020
Pagina 9 van 25
6. Rapport voortgang bodemsanering, Locatie: Bodemverontreiniging met koper en zink Kloosterstraat 9 te Kerkdriel (Koenders & Partners adviseurs en procesmanagers bv, rapport met nummer 110460, d.d. 29 augustus 2011); 7. Rapport nader bodemonderzoek, locatie bodemverontreiniging met zink Kloosterstraat 9 te Kerkdriel (Koenders & Partners adviseurs en procesmanagers bv, rapport met nummer 110460-A, d.d. 22 maart 2012); 8. Plan van aanpak bodemsanering fase ll, Restant bodemverontreiniging met zink Kloosterstraat 9 te Kerkdriel (Koenders & Partners adviseurs en procesmanagers bv, rapport met nummer 140032, 11 maart 2014); 9. Nader bodemonderzoek nabij Kloosterstraat 7/9 (brandspot) te Kerkdriel (Koenders & Partners adviseurs en procesmanagers bv, rapport met nummer 150200, d.d. 22 mei 2015); 10. Nader onderzoek asbest, Kloosterstraat 9 te Kerkdriel (Bodex Milieu bv, rapport met nummer BM.1014334/NOA/msc.01, d.d. 11 november 2014); 11. (Actualiserend) verkennend (water)bodemonderzoek plangebied Kerkdriel-Noord te Kerkdriel (Koenders & Partners adviseurs en procesmanagers bv, rapport met nummer 150238, d.d. 11 juni 2015); 12. Verkennend bodemonderzoek Veersteeg ong. Kerkdriel (RMB, rapport met nummer 75021386, d.d.30 oktober 2012).
Tijdens de onderzoeken in 2008 en 2009 zijn ten hoogste licht verhoogde gehaltes en concentraties aan zware metalen en PAK aangetoond in de grond en het grondwater. In 2010 is door een brand het achterste deel van de champignonkwekerij afgebrand (perceel Maasdriel N 2349). Uit het verkennend en nader bodemonderzoek in 2010 blijkt dat de (droogstaande) sloot sterk verontreinigd is met koper en zink. Naar alle waarschijnlijkheid is deze verontreiniging ontstaan door de brand, waarbij verontreinigd bluswater in de sloot terecht is gekomen. Ter plaatse van de brandspot en het overige terrein zijn maximaal lichte verontreinigingen aangetoond. Ten behoeve van de sterke verontreiniging met koper en zink is een plan van aanpak voor bodemsanering opgesteld. Voor koper is de saneringsdoelstelling bereikt. Op de locatie is nog een sterke restverontreiniging met zink achtergebleven. Deze restverontreiniging is in 2012 opnieuw ingekaderd. In 2014 is een plan van aanpak voor de restante van de zinkverontreiniging opgesteld. De omgevingsdienst Rivierenland heeft aangegeven dat deze verontreiniging voldoende is gesaneerd. In mei 2015 is ter plaatse van de brandspot op het maaiveld een asbestverdachte golfplaat aangetroffen en is een gewogen asbestgehalte aan 168 mg/kgds gemeten in de bovengrond.
Daarnaast blijkt dat ter plaatse van de brandspot een sterke verontreiniging aanwezig is met barium, koper en zink. De omgevingsdienst Rivierenland heeft aangegeven dat deze verontreiniging voldoend is gesaneerd. Op het perceel achter Kloosterstraat 9 is in 2014 een sterke verontreiniging met asbest tot een diepte van 0,30 m-mv over een oppervlakte van 265 m² aangetoond. Onbekend is of deze verontreiniging is gesaneerd. Op en nabij de huidige onderzoekslocatie is in 2015 een verkennend (water)bodemonderzoek uitgevoerd. Tijdens het onderzoek zijn plaatselijk bijmengingen met puin aangetroffen. Plaatselijk zijn licht verhoogde gehaltes aan zware metalen, PAK, PCB en bestrijdingsmiddelen aangetoond in de grond. De incidentele zinkspot ter plaatse van het perceel Hoorzik 30 is in dit onderzoek geactualiseerd. Aanbevolen wordt om deze spot te Projectnummer: 20192120 Datum: 17 augustus 2020
Pagina 10 van 25
saneren bij herontwikkeling van de locatie. Naar opgave van de gemeente Maasdriel is de spot gesaneerd. Derhalve wordt geen invloed verwacht op de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem binnen de onderzoekslocatie.
2.4
Bodemkwaliteitskaart, bodemopbouw en geohydrologie
De onderzoekslocatie heeft een globale hoogteligging van circa 3,72 m+NAP. De gegevens van de bodemopbouw tot 25 m-mv zijn verkregen van DINOloket (uitgifte portaal van TNO, Geologische Dienst Nederland). Vanaf maaiveld tot circa 7,7 m-mv bestaat de bodem uit Holocene afzettingen (complexe eenheid, bestaande uit een afwisseling van zandige klei, midden en fijn zand, klei en veen en weinig grof zand). Hieronder is tot 14,6 m-v de formatie van Kreftenheye (zandige eenheid, hoofdzakelijke bestaande uit midden en grof zand, met weinig zandige klei, fijn zand en grind en een spoor klei en veen) aanwezig. Vervolgens is de formatie van Beegden (zandige eenheid, hoofdzakelijk bestaande uit grof zand, grind en midden zand, weinig zandige klei en fijn zand) aanwezig. Volgens opgave van de provincie ligt het onderzoeksgebied niet in een waterwingebied, grondwaterbeschermingsgebied of boringvrije zone. Het aanwezig zijn van ongeregistreerde onttrekkingen in de directe omgeving is niet bekend en wordt derhalve niet uitgesloten. Voor zover bekend wordt binnen het onderzoeksgebied geen grondwater onttrokken. Uit de bodemkwaliteitskaart van de gemeente Maasdriel blijkt dat de onderzoeklocatie is gelegen in een gebied waarin de bodemkwaliteit op onbelaste percelen naar verwachting zal voldoen aan de bodemkwaliteitsklasse AW2000.
De onderzoekslocatie is gelegen in de bodemfunctieklasse AW2000 (landbouw/natuur).
2.5
Hypothese
Op basis van de verkregen informatie uit het vooronderzoek is de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem binnen de onderzoekslocatie niet eerder vastgesteld. Uit het vooronderzoek blijkt dat een gedeelte van de locatie verdacht op het voorkomen van verontreinigingen met respectievelijk asbest en bestrijdingsmiddelen. Derhalve wordt voor het verkennend bodemonderzoek, conform de NEN 5740, de locatie onderzocht met de onderzoeksstrategie voor een verdachte locatie, diffuse bodembelasting, heterogeen verdeelde verontreiniging op schaal van monsterneming (VED-HE). Aangezien het achterterrein van de locatie verdacht is op het voorkomen van organochloorbestrijdingsmiddelen, worden de analyses van de bovengrond aangevuld met OCB. Voor het overige worden binnen de onderzoekslocatie geen andere stoffen verwacht dan de parameters uit het standaardpakket grond en het standaardpakket grondwater. Het voorterrein is verdacht op het voorkomen van asbest. Derhalve wordt het verkennend asbestonderzoek conform de NEN 5707 uitgevoerd met de onderzoeksstrategie voor verdachte locatie, diffuse bodembelasting, heterogeen verdeeld. Opgemerkt wordt dat op basis van het uitgevoerde onderzoek in 2012 en de afwezigheid van bodembedreigende activiteiten de grondwal naar verwachting voldoet aan Projectnummer: 20192120 Datum: 17 augustus 2020
Pagina 11 van 25
bodemfunctieklasse wonen. Derhalve wordt het niet zinvol geacht onderzoek uit te voeren ter plaatse van de grondwal.
Projectnummer: 20192120 Datum: 17 augustus 2020
Pagina 12 van 25
3
Uitvoering verkennend bodemonderzoek
3.1
Onderzoeksstrategie
Het verkennend bodemonderzoek is uitgevoerd conform de NEN 5740:2009+A1:2016 nl bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek – Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond. Op basis van de verkregen informatie uit het vooronderzoek en gestelde hypothese wordt het bodemonderzoek uitgevoerd conform de onderzoeksstrategie voor een verdachte locatie, heterogeen verontreinigd (VED-HE). De veldwerkzaamheden en de te analyseren grond- en grondwatermonsters zijn vastgesteld op basis van de totale oppervlakte van de onderzoekslocatie en zijn weergegeven in tabel 2. Tabel 2: Veldwerkzaamheden en analyses Locatie
opp. (m2)
Gehele terrein
7.510 m2
Boringen en peilbuizen
Laboratorium (analyses)*
tot 0,5 m-mv
tot 2,0 m-mv
peilbuis
grond
17
4
2
4x standaardpakket 2x OCB
grondwater 2x standaardpakket
* Het standaardpakket voor grond bestaat uit barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel, zink, PAK, PCB, minerale olie, lutum en organisch stof. Het standaardpakket voor grondwater bestaat uit barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel, zink, minerale olie, vluchtige aromatische en vluchtige gehalogeneerde koolwaterstoffen.
3.2
Veldwerkzaamheden
De veldwerkzaamheden zijn onder certificaat uitgevoerd door MILON bv, conform de vigerende versie van de BRL SIKB 2000 en protocollen 2001 en 2002. MILON bv is voor deze werkzaamheden gecertificeerd door Normec Certification (nummer EC-SIK-20269) en is erkend door het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat. Op 20 januari 2020 zijn de veldwerkzaamheden uitgevoerd door de heer R.P.W.M. (Ruud) van Galen en de heer A. (Antoon) Kokkes, beide erkend en ervaren veldwerker en medewerker van MILON bv. De veldwerkzaamheden zijn ondersteund door de heer W. (Wesley) Deenen, veldwerker in opleiding bij MILON bv. Veldwerkers van MILON bv zijn opgeleid voor het herkennen van asbesthoudende materialen. Tijdens de veldwerkzaamheden zijn de volgende werkzaamheden uitgevoerd: ▪ het verrichten van handboringen en plaatsen van peilbuizen conform tabel 2; ▪ het zintuiglijk beoordelen, beschrijven en het bemonsteren van de grond per 0,5 meter of gelijkwaardige laag; ▪ het afpompen van het grondwater in de peilbuis na plaatsing.
Projectnummer: 20192120 Datum: 17 augustus 2020
Pagina 13 van 25
Op 27 januari 2020 heeft de bemonstering van het grondwater plaatsgevonden, uitgevoerd door de heer N.A.P. (Niels) van Rooij, erkend en ervaren veldwerker en medewerker van MILON bv. Hierbij zijn de volgende werkzaamheden uitgevoerd: ▪ het bepalen van de grondwaterstand; ▪ het afpompen van het grondwater in de peilbuis, waarbij gelijktijdig de zuurgraad, geleiding en troebelheid van het grondwater zijn gemeten; ▪ het bemonsteren van het grondwater. Ten behoeve van de analyse van zware metalen is het grondwater tijdens de grondwaterbemonstering gefiltreerd middels een 0,45 μm filter.
3.3
Zintuiglijke waarnemingen
Ter plaatse van de onderzoekslocatie is gedeeltelijk een verharding met klinkers aanwezig. Het perceel N 3238 is volledig verhard met klinkers. Door de eigenaar van het perceel is geen toestemming verleend om verhardingen te verwijderen ten behoeve van het onderzoek. Derhalve is niet bekend wat onder de verhardingen aanwezig is. Ter plaatse nieuwbouwlocatie is eveneens een betonverharding aanwezig. Voor het overige is het terrein geheel onverhard. De bovengrond bestaat overwegend uit matig humeuze, matig zandige klei. De ondergrond bestaat hoofdzakelijk uit zwak zandige klei. Ter plaatse van boring 17 is asbestverdacht materiaal in de bodem aangetroffen. Voor meer informatie betreffende de bodemopbouw en de zintuiglijke waarnemingen wordt verwezen naar de boorbeschrijvingen in bijlage 3. Voor de ligging van de boorpunten wordt verwezen naar de situatietekening in bijlage 2. In tabel 3 zijn de resultaten van de uitgevoerde veldmetingen tijdens de grondwaterbemonstering weergegeven. Tabel 3: Veldmetingen en zintuiglijke waarnemingen Peilbuis
Filterstelling (m -mv)
Grondwaterstand (m -mv)
pH (-)
EGV (µS/cm)
Troebelheid (NTU)
01
2,70 - 3,70
2,49
6,9
836
4,83
02
2,60 - 3,60
2,56
7,0
703
44,5
De gemeten zuurgraad (pH) en geleidingsvermogen (E.G.V.) zijn als normaal te beschouwen voor de waargenomen bodemopbouw en de ligging van de locatie. Opgemerkt wordt dat de troebelheid in het grondwater uit peilbuis 02 hoger is dan de waarde die voor grondwater als normaal wordt geacht (< 10 NTU). Een verhoogde troebelheid kan in sommige gevallen leiden tot een overschatting van de concentratie van matig/slecht oplosbare organische parameters. Tijdens de monsterneming van het grondwater zijn zintuiglijk geen bijzonderheden waargenomen die zouden kunnen duiden op een mogelijke bodemverontreiniging.
3.4
Laboratoriumwerkzaamheden
De grond- en grondwatermonsters zijn ter analyse aangeboden aan SYNLAB Analytics & Services B.V. te Rotterdam. SYNLAB Analytics & Services B.V. is door de Raad voor Accreditatie (RvA) geaccrediteerd conform NEN-EN-ISO/IEC 17025:2005 (onder nummer
Projectnummer: 20192120 Datum: 17 augustus 2020
Pagina 14 van 25
L028) en erkend door het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat voor de 'Analyse milieuhygiënisch bodemonderzoek' (AS3000). Van de in het veld genomen en separaat verpakte grondmonsters zijn, in opdracht van de projectleider van MILON bv, in het laboratorium mengmonsters samengesteld. In tabel 4 zijn per mengmonster de individuele grondmonsters en de zintuiglijke waarnemingen weergegeven. Tabel 4: Monstersamenstelling en zintuiglijke waarnemingen Analysemonster
Monstertraject (m -mv)
Deelmonsters
Zintuiglijke waarnemingen
Aangevraagde analyses
MM01
0,00 - 0,30
02 (0,00 - 0,30) 03 (0,00 - 0,30) 05 (0,00 - 0,30)
resten wortels
Standaardpakket aangevuld met OCB
MM02
0,00 - 0,30
07 (0,00 - 0,30) 09 (0,00 - 0,30) 10 (0,00 - 0,30) 14 (0,00 - 0,30)
resten wortels
Standaardpakket aangevuld met OCB
MM03
0,00 - 0,50
12 (0,00 - 0,50) 17 (0,00 - 0,50) 21 (0,00 - 0,50) 23 (0,00 - 0,50)
matig wortelhoudend, zwak wortelhoudend
Standaardpakket
MM04
0,50 - 1,00
01 (0,50 - 1,00) 02 (0,50 - 1,00) 07 (0,50 - 1,00) 17 (0,50 - 1,00)
resten wortels
Standaardpakket
- : geen bijzonderheden waargenomen; sporen/resten: <1% antropogene bijmenging; zwak: 1%-5% antropogene bijmenging; matig: 5%-15% antropogene bijmenging; sterk: 15%-50% antropogene bijmenging.
Alle analysecertificaten zijn opgenomen in bijlage 4. In de bijlage van deze certificaten zijn opmerkingen geplaatst omdat verschillen zijn geconstateerd met de te hanteren richtlijnen. Beïnvloeding van de betrouwbaarheid van de analyses wordt echter minimaal geacht.
3.5
Analyseresultaten
Toetsingskader Wet bodembescherming (Wbb) Voor de bepaling of (en in welke mate) bodemverontreiniging aanwezig is, zijn toetsingswaarden opgenomen in de Regeling bodemkwaliteit en de Circulaire bodemsanering. In deze beleidstukken wordt onderscheid gemaakt in twee verschillende toetsingsniveaus: ▪ het toetsingsniveau waarbij sprake is van een duurzame en goede bodemkwaliteit waarbij geen noemenswaardige risico’s bestaan voor het ecosysteem en er geen sprake is van belasting door lokale verontreinigingsbronnen. Getalsmatig wordt dit voor grond ingevuld door de achtergrondwaarde (AW), voor grondwater door de streefwaarde (S); ▪ het toetsingsniveau dat aangeeft waarboven ernstige vermindering of dreigende vermindering optreedt van de functionele eigenschappen die de bodem heeft voor mens, dier en plant. Getalsmatig wordt dit voor zowel grond als grondwater ingevuld door de interventiewaarde (I). Voor de toetsing van de analyseresultaten is gebruik gemaakt van BOTOVA-gevalideerde software. De analyseresultaten van de grond en het grondwater zijn respectievelijk getoetst Projectnummer: 20192120 Datum: 17 augustus 2020
Pagina 15 van 25
aan testcode T12 (Beoordeling kwaliteit van grond volgens Wbb) en T13 (Beoordeling kwaliteit van grondwater volgens Wbb). Voordat de meetwaarden van grond kunnen worden getoetst aan de achtergrond- en interventiewaarden dienen deze op basis van het lutum- en/of organisch stofgehalte van de bodem gecorrigeerd te worden naar gestandaardiseerde meetwaarden (GSSD). Voor grondwater vindt geen correctie plaats. Om de mate van verontreiniging aan te geven wordt een indexwaarde berekend (Index grond = (GSSD - AW) / (I - AW) en Index grondwater = (GSSD - S) / (I - S)). In tabel 5 is weergegeven wat deze indexwaarde betekend, welke termen worden gehanteerd en hoe overschrijdingen worden weergeven in de toetsingstabellen. In de tabel wordt de indexwaarde tussenhaakjes achter de verhoogde parameter weergegeven. Tabel 5: Mate van bodemverontreiniging en weergave in tabellen indexwaarde
betekenis
weergave in tabellen
<0
niet verontreinigd / niet verhoogd Een negatieve waarde voor de index houdt in dat de gestandaardiseerde waarde lager is dan achtergrond- of streefwaarde. Er is sprake van een goede bodemkwaliteit en geen sprake van een verontreiniging.
-
>0 <0,5
licht verontreinigd / licht verhoogd Een indexwaarde tussen de 0 en 0,5 betekend dat de gestandaardiseerde meetwaarde hoger is dan de achtergrond- of streefwaarde, maar (ver) onder de interventiewaarde ligt. Ondanks de lichte verhoging kan voor de parameter uitgegaan worden van verwaarloosbare risico's.
>AW of >S
>0,5 <1,0
matig verontreinigd / matig verhoogd. Een indexwaarde tussen de 0,5 en 1,0 betekend dat de gestandaardiseerde meetwaarde (dicht) bij de interventiewaarde ligt. Mogelijk is sprake van een ernstige verontreiniging. Afhankelijk van de specifieke situatie geeft deze waarde aanleiding voor het uitsplitsen van een mengmonster en/of het uitvoeren van een aanvullend of nader onderzoek.
> index
>1,0
ernstig verontreinigd / sterk verhoogd. Bij een indexwaarde boven de 1 ligt de gestandaardiseerde meetwaarde boven de interventiewaarde. Voor de parameter is sprake van een ernstige vermindering of dreigende vermindering van de functionele eigenschappen die de bodem heeft voor mens, plant of dier.
>I
Toetsing van de analyseresultaten De toetsing van de analyseresultaten voor de (boven- en onder)grond en het grondwater is weergegeven in bijlage 5. Een samenvatting van de toetsing is weergegeven in tabel 6 en tabel 7. In deze tabellen zijn uitsluitend de verhoogde parameters en de bijbehorende indexwaarde weergegeven.
Projectnummer: 20192120 Datum: 17 augustus 2020
Pagina 16 van 25
Tabel 6: Toetsing van de analyseresultaten (grond) Analyse- Monstertraject Deelmonsters monster (m -mv) MM01 0,00 - 0,30 02 (0,00 - 0,30) 03 (0,00 - 0,30) 05 (0,00 - 0,30) MM02 0,00 - 0,30 07 (0,00 - 0,30) 09 (0,00 - 0,30) 10 (0,00 - 0,30) 14 (0,00 - 0,30)
MM03
0,00 - 0,50
12 (0,00 - 0,50) 17 (0,00 - 0,50) 21 (0,00 - 0,50) 23 (0,00 - 0,50)
MM04
0,50 - 1,00
01 (0,50 - 1,00) 02 (0,50 - 1,00) 07 (0,50 - 1,00) 17 (0,50 - 1,00)
Zintuiglijke waarnemingen resten wortels
> AW en <= I
Index > I >0,5 -
koper (0,02) cadmium (-) DDE (som) (0,04) resten wortels PCB (som 7) (0,06) nikkel (0,02) koper (0,34) zink (0,3) cadmium (0,04) kwik (0,01) lood (0,09) Som 21 gamma-HCH (0,02) DDE (som) (0,18) DDT (som) (0,06) drins (aldrin+dieldrin+endrin) (0,01) matig PCB (som 7) (0,04) wortelhoudend, zwak nikkel (0,02) wortelhoudend koper (0,11) zink (0,08) cadmium (0,01) resten wortels nikkel (0,09) -
-
-
-
-: het gehalte is lager of gelijk aan de betreffende toetsingswaarde; >AW: het gehalte is hoger dan de achtergrondwaarde, maar de indexwaarde is maximaal gelijk aan 0,5 (licht verontreinigd); Index >0,5: het gehalte is hoger dan de achtergrondwaarde en de indexwaarde is hoger dan 0,5, maar maximaal gelijk aan 1 (matig verontreinigd); >I: het gehalte is hoger dan de interventiewaarde (ernstig verontreinigd).
Tabel 7: Toetsing van de analyseresultaten (grondwater) Analysemonster
Filterstelling (m -mv)
> S (+index)
Index >0,5
>I
01-1-1
2,70 - 3,70
barium (0,09)
-
-
02-1-1
2,60 - 3,60
barium (0,12) naftaleen (-)
-
-
-: de concentratie is lager of gelijk aan de betreffende toetsingswaarde; >S: de concentratie is hoger dan de streefwaarde, maar de indexwaarde is maximaal gelijk aan 0,5 (licht verontreinigd); Index >0,5: het gehalte is hoger dan de streefwaarde en de indexwaarde is hoger dan 0,5, maar maximaal gelijk aan 1 (matig verontreinigd); >I: het gehalte is hoger dan de interventiewaarde (ernstig verontreinigd).
3.6
Bespreking van de resultaten
Grond Tijdens de veldwerkzaamheden zijn in de boven- en ondergrond zintuiglijk geen bijmengingen waargenomen. Ter plaatse van boring 17 is wel asbestverdacht materiaal aangetroffen. Analytisch zijn in de bovengrond licht verhoogde gehaltes aan koper, cadmium, nikkel, zink, kwik, lood, PCB en verschillende OCB’s aangetoond. In de ondergrond is een licht verhoogd gehalte aan nikkel gemeten. Zware metalen en PCB Projectnummer: 20192120 Datum: 17 augustus 2020
Pagina 17 van 25
Voor de licht verhoogde gehaltes aan zware metalen en PCB is geen verklaring voorhanden. Ter plaatse van de onderzoekslocatie zijn geen bijmengingen waargenomen of waarnemingen gedaan die dergelijke gehaltes kunnen verklaren. Opgemerkt wordt dat de gemeten gehaltes gering zijn en geen aanleiding vormen tot vervolgonderzoek. OCB De licht verhoogde gehaltes aan OCB zijn zeer waarschijnlijk te wijten aan het gebruik van bestrijdingsmiddelen in het verleden op het achterterrein. Opgemerkt wordt dat de aangetoonde gehaltes gering zijn en geen aanleiding vormen tot vervolgonderzoek. Opgemerkt wordt dat ter plaatse van het klinkerpad (perceel N 3238) geen onderzoek is uitgevoerd aangezien door de eigenaar van het perceel geen toestemming is verleend ten behoeve van het onderzoek verhardingen te verwijderen. Derhalve is geen beeld verkregen van de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem onder het klinkerpad. Gezien de resultaten van het vooronderzoek en het verkennend bodemonderzoek worden onder de klinkerverharding geen noemenswaardige verontreinigingen verwacht. Naar opgave van de opdrachtgever en de eigenaar van het perceel, blijft het klinkerpad in de toekomst ter plaatse gelegen in de toekomstige bestemming. Derhalve wordt onderzoek onder klinkerverharding niet noodzakelijk geacht.
Grondwater Tijdens de veldwerkzaamheden zijn in de bodem geen bijzonderheden waargenomen die duiden op een mogelijke verontreiniging van het grondwater. Analytisch zijn in het grondwater licht verhoogde concentraties aan barium en naftaleen gemeten. De overige onderzochte parameters zijn niet in verhoogde concentraties aangetoond. Barium Barium is een zwaar metaal dat als spoorelement van nature in het grondwater voorkomt. Voor de lichte verhoging ten opzichte van de streefwaarde is geen eenduidige verklaring voorhanden. Omdat barium in de grond niet verhoogd is gemeten en geen locatie specifieke bron kan worden aangewezen, wordt het waarschijnlijk geacht dat het hier een verhoogde achtergrondconcentratie betreft. Bij vele bodemonderzoeken op onverdachte locaties zijn (regionaal) eveneens van nature verhoogde zware metalen concentraties aangetoond. Naftaleen Voor de licht verhoogde concentratie aan naftaleen is geen exacte verklaring voorhanden. Opgemerkt wordt dat de aangetoond concentratie aan naftaleen zeer gering is en geen aanleiding vormt tot vervolgonderzoek. Toetsing hypothese Door de aangetoonde licht verhoogde gehaltes of concentraties in de grond en het grondwater dient de opgestelde hypothese ‘verdachte locatie’ te worden aanvaard.
Projectnummer: 20192120 Datum: 17 augustus 2020
Pagina 18 van 25
4
Uitvoering verkennend asbestonderzoek
4.1
Onderzoeksstrategie
Het verkennend asbestonderzoek is uitgevoerd conform de NEN 5707+C1:2016 Bodem – Inspectie en monsterneming van asbest in bodem en partijen grond. Op basis van de verkregen informatie uit het vooronderzoek en gestelde hypothese wordt het asbest in bodemonderzoek uitgevoerd conform de onderzoeksstrategie voor een onderzoeksstrategie voor een verdachte locatie, diffuse bodembelasting, heterogeen verdeeld. De veldwerkzaamheden en de te analyseren monsters zijn vastgesteld op basis van de totale oppervlakte van de onderzoekslocatie en zijn weergegeven in tabel 8. Tabel 8: Veldwerkzaamheden en analyses Locatie
oppervlakte (m2)
voorterrein
3.500 m2
Aantal asbestgaten
Laboratorium (analyses)
tot 0,5 m-mv
gaten doorzetten tot 2,0 m-mv
grond(meng)monsters
12
2
3x asbest in grond
Maaiveldinspectie Gestart wordt met het uitvoeren van een maaiveldinspectie. Een maaiveldinspectie is essentieel om de locatie op te delen in homogene (deel)locaties zodat de effectiviteit van het onderzoek wordt vergroot. Daarnaast kan de maaiveldinspectie worden gebruikt om een schatting te geven van het asbestgehalte in de toplaag. In de uitvoeringsfase van het asbestonderzoek worden conform de NEN 5707 laagsgewijs proefgaten gegraven, waarbij de vrijkomende grond wordt gezeefd of uitgeharkt. Eventuele asbestverdachte materialen (> 20 mm) welke niet door de zeef of hark gaan, worden per proefgat verzameld en in gesloten plastic zakken aan het laboratorium aangeboden voor onderzoek op de aanwezigheid van asbest. Van de fijne grondfractie (< 20 mm) wordt een mengmonster samengesteld van minimaal 10 kilogram droge stof en analytisch onderzocht op het gehalte en soort asbest. Indien in één of meer proefgaten zintuiglijk asbest wordt aangetroffen, zullen de verdachte monsters apart geanalyseerd worden.
4.2
Veldwerkzaamheden
De veldwerkzaamheden zijn onder certificaat uitgevoerd door MILON bv, conform de vigerende versie van de BRL SIKB 2000 en protocol 2018. MILON bv is voor deze werkzaamheden gecertificeerd door Normec Certification (nummer EC-SIK-20269) en is erkend door het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat. Op 20 januari 2020 zijn de veldwerkzaamheden uitgevoerd door de heer R.P.W.M. (Ruud) van Galen,de heer A. (Antoon) Kokkes, beide erkend en ervaren veldwerker en medewerker van MILON bv. De veldwerkzaamheden zijn ondersteund door de heer W. (Wesley) Deenen, veldwerker in opleiding bij MILON bv. Veldwerkers van MILON bv zijn opgeleid voor het herkennen van asbesthoudende materialen.
Projectnummer: 20192120 Datum: 17 augustus 2020
Pagina 19 van 25
Tijdens de veldwerkzaamheden zijn de volgende werkzaamheden uitgevoerd: ▪ het uitvoeren van een visuele maaiveldinspectie; ▪ het laagsgewijs graven van proefgaten conform tabel 8; ▪ het zeven en inspecteren van het uitgegraven grondmateriaal; ▪ het verzamelen van asbesthoudende materialen (> 20 mm); ▪ het samenstellen van verzamelmonsters (< 20 mm); ▪ het herstellen van de gegraven gaten.
4.3
Zintuiglijke waarnemingen
Het te inspecteren maaiveld is vrij van objecten, vegetatie en waterplassen. Ten tijde van de visuele inspectie was het droog en was er voldoende daglicht. De geschatte inspectieefficiëntie is weergegeven in tabel 9. Tabel 9: Schatting van de inspectie-efficiëntie Type grond
Conditie maaiveld
Zand
Droog, los en geen vegetatie
90 % – 100 %
Zand
Vochtig, vastgereden en/of matige vegetatie
70 % – 90 %
Klei/leem en veen
Droog, los en geen vegetatie
70 % – 90 %
Klei/leem en veen
Vochtig, vastgereden en/of matige vegetatie
50 % – 70 %
Inspectie-efficiëntie* klassen
schatting X
De resultaten van de maaiveldinspectie wijken niet af van de gestelde onderzoekshypothese. De onderzoeksopzet hoeft niet te worden aangepast en er hoeft geen overweging plaats te vinden om direct door te gaan tot het uitvoeren van een nader onderzoek asbest. Inspectie en monsterneming bodem Tijdens de maaiveldinspectie zijn geen asbestverdachte materialen aangetroffen. De bovengrond bestaat overwegend uit matig humeuze, matig zandige klei. De ondergrond bestaat hoofdzakelijk uit zwak zandige klei. Zintuiglijk zijn zwakke bijmengingen met puin waargenomen. Al het ontgraven materiaal uit de proefgaten is gezeefd en geïnspecteerd, waarbij in proefgat A17 asbestverdacht is waargenomen. In de overige proefgaten zijn geen asbestverdachte materialen aangetroffen. Het asbestverdachte materiaal en de fijne fractie uit de proefgaten zijn separaat verpakt. Op basis van de zintuiglijke waarnemingen zijn door de monsternemer in het veld verschillende verzamelmonsters samengesteld zoals weergegeven in tabel 10. Voor meer informatie betreffende de bodemopbouw en de zintuiglijke waarnemingen wordt verwezen naar de profielbeschrijvingen in bijlage 3. De ligging van de proefgaten is weergegeven op de situatietekening in bijlage 2.
Projectnummer: 20192120 Datum: 17 augustus 2020
Pagina 20 van 25
4.4
Laboratoriumwerkzaamheden
De verzamelmonsters en eventueel asbestverdacht materiaal zijn ter analyse aangeboden aan SYNLAB Analytics & Services B.V. te Rotterdam. SYNLAB Analytics & Services B.V. is door de Raad voor Accreditatie (RvA) geaccrediteerd conform NEN-EN-ISO/IEC 17025:2005 (onder nummer L028) en erkend door het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat voor de 'Analyse milieuhygiënisch bodemonderzoek' (AS3000). De monsters zijn in het laboratorium geanalyseerd op asbest en de asbestverdachte materialen op het soort, gewicht en gehalte asbest. Eventuele mengmonsters zijn samengesteld in opdracht van de projectleider van MILON bv. In tabel 10 zijn de monsters en de zintuiglijke waarnemingen weergegeven. De analysecertificaten zijn opgenomen in bijlage 4. Tabel 10: Monstersamenstelling en zintuiglijke waarnemingen Analysemonster
Proefgaten (traject, cm-mv)
Opmerkingen / veldwaarnemingen
MMA1
A01 (0,00-0,50) A15 (0,00-0,50) A16 (0,00-0,20) A22 (0,00-0,50) A23 (0,00-0,50)
zwak puinhoudend, zwak tot matig wortelhoudend
MMA2
A18 (0,00-0,50) A19 (0,00-0,50) A20 (0,00-0,50) A21 (0,00-0,50)
zwak puinhoudend, zwak tot sterk wortelhoudend
A17
A17 (0,00-0,50)
zwak wortelhoudend
A17 AVM
A17 (0,00-0,50)
56 gram vlakke plaat
- : geen bijzonderheden waargenomen; sporen/resten: <1% antropogene bijmenging; zwak: 1%-5% antropogene bijmenging; matig: 5%-15% antropogene bijmenging; sterk: 15%-50% antropogene bijmenging.
4.5
Interpretatie en toetsing
De analyseresultaten worden geïnterpreteerd conform hoofdstuk 6.6 van de NEN 5707. Bij een verkennend asbestonderzoek worden namelijk uitsluitend indicatieve asbestgehalten (gewogen) berekend. Indien het indicatieve gehalte asbest in grond groter is dan 0,5 x interventiewaarde (oftewel 50 mg/kg gewogen asbest) dient een nader onderzoek asbest uitgevoerd te worden conform NEN 5707. Bij lagere indicatieve gehalten (< 50 mg/kg gewogen asbest) mag niet van een verontreiniging met asbest worden gesproken en is een nader onderzoek asbest niet noodzakelijk. Het analysecertificaat is weergegeven in bijlage 4 en de berekening van het gewogen asbestgehalte in bijlage 5. De toetsing van de analyseresultaten is weergegeven in tabel 11.
Projectnummer: 20192120 Datum: 17 augustus 2020
Pagina 21 van 25
Tabel 11: Analyseresultaten verkennend asbestonderzoek Toetsing van de analyseresultaten Analyse monster
MMA1
MMA2
A17
Proefgaten (m-mv)
Gemeten asbestgehalte mg/kg ds
Totaal gewogen asbestconcentratie
<20 mm
>20 mm
Totaal
mg/kg ds
A01 (0,00-0,50) A15 (0,00-0,50) A16 (0,00-0,20) A22 (0,00-0,50) A23 (0,00-0,50)
<2
<2
<2
<2
-
A18 (0,00-0,50) A19 (0,00-0,50) A20 (0,00-0,50) A21 (0,00-0,50)
<2
<2
<2
<2
-
A17 (0,00-0,50)
<2
110,1
110,1
110,1
>I
Toetsing
-: geen gehalte boven de detectielimiet aangetoond; > I: gehalte > interventiewaarde. Een nader asbestonderzoek is noodzakelijk.
4.6
Bespreking van de resultaten
Ter plaatse van enkele proefgaten zijn bijmengingen met puin waargenomen. Al het ontgraven materiaal uit de proefgaten is gezeefd en geïnspecteerd, waarbij in proefgat A17 asbestverdachte plaatmateriaal is aangetroffen. Analytisch is in de fijne fractie van de samengestelde mengmonsters geen asbest aangetoond. In proefgat A17 is asbest aangetoond boven de norm voor nader onderzoek. Nader onderzoek is noodzakelijk Toetsing hypothese Doordat het indicatieve gehalte asbest in bodem hoger is dan de norm van nader onderzoek dient de opgestelde hypothese ‘verdachte locatie’ behouden te blijven. Er wordt gesproken van een verontreiniging met asbest. Nader onderzoek is noodzakelijk.
Projectnummer: 20192120 Datum: 17 augustus 2020
Pagina 22 van 25
5
Uitvoering nader asbestonderzoek
Een nader asbestonderzoek wordt uitgevoerd conform NEN 5707, waarbij met proefsleuven bepaald wordt wat de aard van de verontreiniging, de omvang en de ruimtelijke verdeling is. De proefsleuven hebben een minimale breedte van 30 centimeter. De lengte van de sleuven is vrij te bepalen, echter moeten één of meerdere sleuven een totale lengte van minimaal 2 meter per oppervlakte van 200 m 2 worden onderzocht. De diepte van de sleuven moet corresponderen met de dikte van de verdachte bodemlaag. De te onderzoeken (deel)locaties worden opgedeeld in ruimtelijke eenheden (RE’s) van maximaal 1000 m2. Per ruimtelijke eenheid dienen 5 proefsleuven gegraven te worden, hier kan om gegronde reden vanaf geweken worden.
5.1
Onderzoeksstrategie
Op basis van de resultaten uit het verkennend asbestonderzoek (hoofdstuk 4), is een nader onderzoek uitgevoerd volgens NEN 5707. Uit het verkennend asbestonderzoek blijkt dat ter hoogte van proefgat A17 plaatmateriaal is aangetroffen met een concentratie die de norm voor nader asbestonderzoek overschrijdt. Derhalve dient een nader onderzoek asbest uitgevoerd te worden met een risicobeoordeling. Voor het bepalen van de onderzoeksstrategie zijn een aantal onderzoeksvragen opgesteld welke op basis van het nader onderzoek beantwoord moeten worden, te weten: ▪ wat is de ernst van de asbestverontreiniging; ▪ wat is de omvang van de asbestverontreiniging. De onderzoekslocatie betreft één ruimtelijke eenheid; ter plaatse van proefgat A17. Op basis van de beschikbare gegevens wordt de locatie onderzocht als asbestverdacht. Met het graven van proefsleuven wordt de ernst van de verontreiniging ter hoogte van proefgat A17 bepaald en wordt een eventuele verontreiniging ingekaderd te worden. In tabel 12 zijn de veldwerkzaamheden en analyses weergegeven. Tabel 12: Veldwerkzaamheden en analyses Deellocatie
NEN 5707
veldwerkzaamheden
laboratorium
oppervlakte (m2)
aantal proefsleuven
aantal te onderzoeken verzamelmonsters
<100
5
4
Deellocatie 1
5.2
Veldwerkzaamheden
De veldwerkzaamheden zijn onder certificaat uitgevoerd door MILON bv, conform de vigerende versie van de BRL SIKB 2000 en protocol 2018. MILON bv is voor deze werkzaamheden gecertificeerd door Normec Certification (nummer EC-SIK-20269) en is erkend door het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat. Op 20 april 2020 zijn de veldwerkzaamheden uitgevoerd door de heer A.P.J. (Antoine) Franken en de heer N.A.P. (Niels) van Rooij, beide erkende en ervaren veldwerkers en medewerkers van MILON bv. De veldwerkzaamheden zijn ondersteund door de heer W. (Wesley) Deenen, veldwerker in opleiding bij MILON bv. Projectnummer: 20192120 Datum: 17 augustus 2020
Pagina 23 van 25
Alle veldwerkers van MILON bv zijn opgeleid voor het herkennen van asbesthoudende materialen. Tijdens de veldwerkzaamheden zijn de volgende werkzaamheden uitgevoerd: ▪ het machinaal (met overdruk) graven en inspecteren van proefsleuven conform tabel 12; ▪ het zeven en inspecteren van het uitgegraven grondmateriaal; ▪ het verzamelen van asbesthoudende materialen (> 20 mm); ▪ het samenstellen van verzamelmonsters (< 20 mm); ▪ het herstellen van de gegraven sleuven.
5.3
Zintuiglijke waarnemingen
Zintuiglijk is in het opgegraven materiaal ter plaatse van proefsleuf SL04 asbestverdacht materiaal aangetroffen. Opgemerkt wordt dat ten zuiden van SL04 geen extra sleuf is gegraven omdat hier bebouwing aanwezig was. De bodem ter plaatse van de inspectiesleuven bestaat uit zwak humeus, zwak zandige klei. In tabel 13 is een verzicht van de zintuiglijke waarnemingen weergeven. Tabel 13: zintuigelijk waargenomen bijzonderheden Sleuf
Diepte sleuf (m -mv)
Monstertraject (m -mv)
Grondsoort
Opmerkingen / veldwaarnemingen
SL01
1,00
0,00 - 0,50
Klei
-
SL01
1,00
0,50-1,00
Klei
-
SL02
0,50
0,00 - 0,50
Klei
-
SL03
0,50
0,00 - 0,50
Klei
-
SL04
0,50
0,00 - 0,50
Klei
1x plaat 20 gram
SL05
0,50
0,00 - 0,50
Klei
-
- : geen bijzonderheden waargenomen; sporen/resten: <1% antropogene bijmenging; zwak: 1%-5% antropogene bijmenging; matig: 5%-15% antropogene bijmenging; sterk: 15%-50% antropogene bijmenging.
Voor de ligging van inspectiesleuven wordt verwezen naar de situatietekening in bijlage 2. Voor meer informatie betreffende de bodemopbouw en de zintuiglijke waarnemingen wordt verwezen naar de boorbeschrijvingen in bijlage 3.
5.4
Laboratoriumwerkzaamheden
De verzamelmonsters en eventueel asbestverdacht materiaal zijn ter analyse aangeboden aan Eurofins Analytico B.V. te Barneveld. Eurofins Analytico B.V. is door de Raad voor Accreditatie (RvA) geaccrediteerd conform NEN-EN-ISO/IEC 17025:2005 en erkend door het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat voor de 'Analyse milieuhygiënisch bodemonderzoek' (AS3000). Het analysemonster van SL01, ter hoogte van proefgat A17, is niet geanalyseerd aangezien hier geen asbestverdacht materiaal is aangetroffen en in het verkennend onderzoek geen asbest in de fijne fractie is aangetoond. De individuele monsters van de sleuven eromheen zijn onderzocht om de omvang van de mogelijke verontreiniging te bepalen. In sleuf SL04 is zintuiglijk asbestverdacht materiaal aangetroffen. Deze sleuf is eveneens ingezet om de mate van de verontreiniging te bepalen. In tabel 14 is de selectie van de monsters weergeven. Tabel 14: Monstersamenstelling en zintuiglijke waarnemingen Projectnummer: 20192120 Datum: 17 augustus 2020
Pagina 24 van 25
Analysemonster
Monstertraject (m -mv)
Deelmonsters
Aangevraagde analyses
Doel onderzoek
SL02
0,00 - 0,50
SL02 (0,00 - 0,50)
Grond Kwantitatief
Bepalen omvang
SL03
0,00 - 0,50
SL03 (0,00 - 0,50)
Grond Kwantitatief
Bepalen omvang
SL04
0,00 - 0,50
SL04 (0,00 - 0,50)
Grond Kwantitatief
Bepalen mate en omvang
Asbestonderzoek plaatmateriaal SL05
5.5
0,00 - 0,50
SL05 (0,00 - 0,50)
Grond Kwantitatief
Bepalen omvang
Toetsing nader asbestonderzoek
De analyseresultaten worden getoetst conform hoofdstuk 6.6 van de NEN 5707. Bij een nader asbestonderzoek worden uitsluitend indicatieve asbestgehalten (gewogen) berekend. Indien de gewogen asbestconcentratie meer dan 100 mg/kg d.s. bedraagt is er sprake van een geval van ernstige bodemverontreiniging Hiervoor geldt geen volumecriterium. Daarbij dient een risicobeoordeling te worden uitgevoerd om te bepalen of er onaanvaardbare risico’s zijn. Bij lagere concentraties mag niet van een verontreiniging van asbest worden gesproken. De toetsing is weergegeven in tabel 15. In bijlage 4 en 5 zijn de analysecertificaten en de toetsing opgenomen. Tabel 15: Analyseresultaten asbestonderzoek Inspectiesleuf
Doel onderzoek
toetsing van de analyseresultaten gemeten asbestgehalte (mg/kg d.s.) >20 mm
< 20 mm
Totaal gewogen asbestconcentratie
toetsing
SL02
Bepalen omvang
-
<0,5
<0,5
<I
SL03
Bepalen omvang
-
<0,5
<0,5
<I
SL04
Bepalen mate en omvang
1,21
<0,4
1,21
<I
SL05
Bepalen omvang
-
<0,7
<0,7
<I
<I: geen sprake van een asbestverontreiniging.
Interpretatie analyseresultaten Zintuiglijk is in het ontgraven materiaal ter plaatse van sleuf SL04 asbestverdacht materiaal aangetroffen. In proefsleuf SL04 is asbest boven de detectiegrens maar onder de interventiewaarde aangetoond. Opgemerkt wordt dat ten zuiden van SL04 verder onderzoek niet mogelijk was vanwege de aanwezig bebouwing. Gezien de geringe concentraties aan asbest die zijn aangetoond, is naar verwachting geen sterke verontreiniging met asbest aanwezig. Binnen de onderzoekslocatie is historisch gezien geen directe oorzaak aanwezig die deze lichte verhoogde concentratie aan asbest kan verklaren. In de sleuf SL04 zijn eveneens geen ander bijmengingen waargenomen waardoor die deze concentratie aan asbest kunnen verklaren. Derhalve is onbekend hoe de bodem verontreinigd is geraakt met asbest. In de overige onderzochte sleuven is geen asbest aangetoond boven de detectiegrens. Op basis van de gegevens kan niet van een verontreiniging met asbest worden gesproken. Aanvullend of nader onderzoek wordt niet zinvol geacht.
Projectnummer: 20192120 Datum: 17 augustus 2020
Pagina 25 van 25
6
Samenvatting en conclusies
Door MILON bv te Veghel is, in opdracht van de heer B. Wouda namens Gemeente Maasdriel te Kerkdriel, een verkennend bodem- en asbestonderzoek en een nader asbestonderzoek verricht volgens de onderzoeksprotocollen NEN 5725, NEN 5740 en NEN 5707. De onderzoekslocatie betreft het perceel Veersteeg 23 te Kerkdriel. Het onderzoek is uitgevoerd in verband met de voorgenomen bestemmingsplanwijziging teneinde inzicht te verkrijgen in de bodemopbouw en de actuele milieuhygiënische kwaliteit van de grond en het grondwater.. Vooronderzoek Vanaf 1900 tot 1962 is volgens historisch kaartmateriaal de locatie altijd agrarisch in gebruik geweest. Vanaf 1962 is de eerste bebouwing zichtbaar. In 2000 is het huidige woonhuis op de locatie gerealiseerd. Uit informatie van de omgevingsdienst is dit gedeelte van het terrein aangemerkt als verdacht voor asbest en kas/boomgaard. Derhalve wordt voor het verkennend bodemonderzoek, conform de NEN 5740, de locatie onderzocht met de onderzoeksstrategie voor een verdachte locatie, diffuse bodembelasting, heterogeen verdeelde verontreiniging op schaal van monsterneming (VED-HE). Aangezien het achterterrein van de locatie verdacht is op het voorkomen van organochloorbestrijdingsmiddelen, zijn de analyses op de bovengrond aangevuld met OCB.
Voor het overige worden binnen de onderzoekslocatie geen andere stoffen verwacht dan de parameters uit het standaardpakket grond en het standaardpakket grondwater. Het voorterrein is verdacht op het voorkomen van asbest. Derhalve wordt het verkennend asbestonderzoek conform de NEN 5707 uitgevoerd met de onderzoeksstrategie voor verdachte locatie, diffuse bodembelasting, heterogeen verdeeld. Opgemerkt wordt dat op basis van het uitgevoerde onderzoek in 2012 en de afwezigheid van bodembedreigende activiteiten de grondwal naar verwachting voldoet aan bodemfunctieklasse wonen. Derhalve wordt het niet zinvol geacht onderzoek uit te voeren ter plaatse van de grondwal. Onderzoeksresultaten verkennend bodemonderzoek Tijdens de veldwerkzaamheden zijn in de boven- en ondergrond geen bijmengingen die duiden op een mogelijke verontreiniging van de bodem. Ter plaatse van boring 17 is asbestverdacht materiaal aangetroffen. In tabel 16 zijn de analyseresultaten samengevat. Het onderzoek heeft geleid tot een goed beeld van de bodemkwaliteit van de onderzoekslocatie. Er zijn geen noemenswaardige verontreinigingen aangetroffen. Tabel 16: Onderzoeksresultaten grond en grondwater Bodemlaag
Parameter*
Toetsing
bovengrond
koper, cadmium, nikkel, zink, kwik, lood, PCB, DDE, DDT, drins (aldrin+dieldrin+endrin) en gamma-HCH
licht verhoogd
ondergrond
nikkel
licht verhoogd
grondwater
barium en naftaleen
licht verhoogd
*: uitsluitend de verhoogde parameters zijn weergeven
Projectnummer: 20192120 Datum: 17 augustus 2020
Pagina 26 van 25
Opgemerkt wordt dat voor enkele metalen, PCB en OCB de waarde voor bodemfunctieklasse wonen wordt overschreden. Daarnaast wordt opgemerkt dat ter plaatse van het klinkerpad (perceel N 3238) geen onderzoek is uitgevoerd aangezien door de eigenaar van het perceel geen toestemming is verleend ten behoeve van het onderzoek verhardingen te verwijderen. Derhalve is geen beeld verkregen van de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem onder het klinkerpad. Gezien de resultaten van het vooronderzoek en het verkennend bodemonderzoek worden onder de klinkerverharding geen noemenswaardige verontreinigingen verwacht. Naar opgave van de opdrachtgever en de eigenaar van het perceel, blijft het klinkerpad in de toekomst ter plaatse gelegen in de toekomstige bestemming. Derhalve wordt onderzoek onder klinkerverharding niet noodzakelijk geacht. Onderzoeksresultaten verkennend asbestonderzoek Ter plaatse van enkele proefgaten zijn bijmengingen met puin waargenomen. Al het ontgraven materiaal uit de proefgaten is gezeefd en geïnspecteerd, waarbij in proefgat A17 asbestverdacht plaatmateriaal is aangetroffen. Analytisch is in de fijne fractie van de samengestelde mengmonsters geen asbest aangetoond. In proefgat A17 is asbest aangetoond boven de norm voor nader onderzoek. Nader onderzoek is derhalve noodzakelijk geacht.
Nader asbestonderzoek Bij het nader asbestonderzoek zijn vijf proefsleuven gegraven teneinde de verontreiniging met asbest zowel horizontaal als verticaal af te perken (SL01 t/m SL05). Zintuiglijk is in het ontgraven materiaal ter plaatse van sleuf SL04 asbestverdacht materiaal aangetroffen. In proefsleuf SL04 is asbest boven de detectiegrens maar ruim onder de interventiewaarde aangetoond. Binnen de onderzoekslocatie is historisch gezien geen directe oorzaak aanwezig die deze lichte verhoogde concentratie aan asbest kan verklaren. In de sleuf SL04 zijn eveneens geen ander bijmengingen waargenomen waardoor die deze concentratie aan asbest kunnen verklaren. Derhalve is onbekend hoe de bodem verontreinigd is geraakt met asbest. In de overige onderzochte sleuven is geen asbest aangetoond boven de detectiegrens. Op basis van de gegevens kan niet van een verontreiniging met asbest worden gesproken. Conclusies en aanbevelingen Het onderzoek heeft geleid tot een goed beeld van de bodemkwaliteit ter plaatse van de onderzoekslocatie. Ter plaatse zijn ten hoogste licht verhoogde gehaltes en concentraties aangetoond. Vervolgonderzoek wordt niet zinvol geacht. Ter plaatse van het klinkerpad is geen onderzoek uitgevoerd. Gezien de resultaten van het verkennend bodemonderzoek wordt hier geen verontreiniging verwacht.
Gezien in de toekomst het klinkerpad in deze staat blijft behouden, wordt onderzoek niet noodzakelijk geacht. Tijdens het verkennend asbestonderzoek is ter plaatse een indicatief asbestgehalte boven de norm van nader onderzoek aangetroffen. De locatie is daarmee verdacht op het voorkomen van een verontreiniging met asbest. Nader onderzoek is noodzakelijk en is uitgevoerd. In het nader onderzoek is asbest boven de detectiegrens aangetoond. Door de aanwezige bebouwing is verder onderzoek niet mogelijk. Gezien de geringe gehaltes aan asbest die zijn aangetoond, is naar verwachting geen sprake van een verontreiniging met
Projectnummer: 20192120 Datum: 17 augustus 2020
Pagina 27 van 25
asbest binnen de onderzoekslocatie. Aanvullend of nader onderzoek wordt niet zinvol geacht. Algemeen wordt opgemerkt dat dit verkennend bodemonderzoek geen bewijsmiddel is zoals bedoeld in het Besluit bodemkwaliteit. Afhankelijk van de bestemming en toepassing bij afvoer van de grond kan een partijkeuring (AP04) noodzakelijk zijn.
Projectnummer: 20192120 Datum: 17 augustus 2020
Pagina 28 van 25
Bijlagen
Bijlage 1
Topografische overzichtskaart met ligging onderzoekslocatie Deze kaart is noordgericht
Ligging onderzoekslocatie
Bijlage 2
Bijlage 3
Legenda (conform NEN 5104) grind
klei
geur
Grind, siltig
Klei, zwak siltig
Grind, zwak zandig
Klei, matig siltig
geen geur zwakke geur matige geur sterke geur
Grind, matig zandig
Klei, sterk siltig
Grind, sterk zandig
Klei, uiterst siltig
Grind, uiterst zandig
Klei, zwak zandig
uiterste geur
olie geen olie-water reactie zwakke olie-water reactie matige olie-water reactie sterke olie-water reactie Klei, matig zandig
Klei, sterk zandig
zand
uiterste olie-water reactie
p.i.d.-waarde >0
Zand, kleiïg
>1 >10 Zand, zwak siltig
>100
leem
>1000
Zand, matig siltig