Kerkdriel Noord, Paddenstoelenbuurt Bijlagen bij toelichting Bijlage 2 Beeldkwaliteitplan
Tekst van het document
GEMEENTE MAASDRIEL
KERKDRIEL Paddenstoelenbuurt beeldkwaliteitplan
1
Compositie 5 stedenbouw bv Boschstraat 35 4811 GB BREDA
2
telefoon:
076-5225262
finternet:
www.c5s.nl
email:
info@c5s.nl
Opdrachtgever:
Gemeente Maasdriel
Projectnummer:
160560
Datum:
15 oktober 2020
Referentie:
160560bkp17
i n h o u d s o p g av e
1. Inl e i d i n g 2. P la n t o e l i c h t i n g
5
9
3. B e e l d k w a l i t e i t b e b o u w i n g
1 5
4. B e e l d k w a l i t e i t o p e n b a r e r u i mt e 2 1
3
EEG
VEERST
ERSTRA
KLOOST
EG
GHW
EL IN
AT
LUTT
HOORZIK
Stedenbouwkundig plan Paddenstoelenbuurt met ten westen daarvan de Kersenbuurt (het licht gekleurde deel)
4
1
I n leidi n g
SITUERING EN BEGRENZINGEN PLANGEBIED
KARAKTERISTIEK
Kerkdriel Noord is gelegen ten noordwesten van de kern
Het stedenbouwkundig concept voor Kerkdriel Noord, zowel
Kerkdriel in de gemeente Maasdriel. Net als de eerdere
voor de eerste als de tweede fase, is “Kleurrijk dorp”.
•
grootschaligere uitbreidingen van Kerkdriel gaat het hier om een locatie die is opgespannen tussen oude ruimtelijke
Kenmerken van het concept “ Kleurrijk dorp” zijn:
structuren. De Hoorzik en de Veersteeg zijn historische oost –
•
Wonen
in
een
dorp
----
rust,
ruimte,
veel ruimte voor groen en water •
Informele, ontspannen routes voor langzaam verkeer
•
Centrale groen-blauwe zone als ruggengraat
• groen
en
De structuur is afwisselend, informeel en kleinschalig met
De gekozen opzet heeft een grote mate van flexibiliteit en is makkelijk faseerbaar
geborgenheid
“Kleurrijk dorp” beschrijft de ambitie voor het gewenste
het plangebied Kerkdriel Noord aan de zuidzijde, de Veersteeg
•
Kleurrijk staat voor variatie en differentiatie
woonmilieu. Het vormt de basis voor de beeldkwaliteitseisen
aan de noordzijde, de Luttel Inghweg aan de westzijde en de
•
Grote variatie in woningen en architectuur
voor de bebouwing en de inrichting van de openbare ruimte.
west verbindingen die eindigen op de dijk. De Hoorzik begrenst
Kloosterstraat aan de oostzijde. Openbare wegen begrenzen Kerkdriel Noord dus aan vier zijden. Langs deze wegen is veel bestaande bebouwing aanwezig. Deze bebouwing blijft grotendeels behouden en is ingepast waardoor de plangrens een grillig verloop kent. Kerkdriel Noord bestaat uit twee fasen. Dit beeldkwaliteitplan betreft de tweede fase met de naam Paddenstoelenbuurt. Deze tweede fase wordt begrensd door de Hoorzik aan de zuidzijde, de Kloosterstraat aan de oostzijde, de Veersteeg aan de noordzijde en de Kersenbuurt aan de westzijde.
5
welstandsvrij regime beeldkwaliteitplan
Welstandsregimes
6
BEELDKWALITEITPLAN
gericht, maar wanneer in specifieke gevallen niet aan de
gegroeid’ en een zeer grote diversiteit aan woonbebouwing
Het beeldkwaliteitplan geeft inzicht in de gewenste identiteit
uitwerkingsregels kan worden voldaan en de voorgenomen
en gevelbeelden is besloten de woningen aan de Hoorzik,
van de wijk en de vertaling ervan in de uitstraling van de
ontwikkeling, de geest van dit beeldkwaliteitplan indachtig,
net als in de Kersenbuurt, welstandsvrij te bouwen waardoor
architectuur en de inrichting van de openbare ruimte. Dit
zeker wel gewenst is, kan het bevoegd gezag, na inwinning
de diversiteit van de lintbebouwing versterkt wordt. Aan de
is verwoord en verbeeld middels een set spelregels. Deze
van advies van diegenen die de bouwplannen toetsen aan
Veersteeg wordt binnen het plangebied slechts één vrijstaande
spelregels gaan onder andere over stedenbouwkundige
dit beeldkwaliteitplan, besluiten om af te wijken van de
woning op een ruime kavel ontwikkeld waarmee aangesloten
aspecten, bebouwingstypologie, architectonische uitstraling,
uitwerkingsregels.
wordt bij de korrel van de aangrenzende woningen. Voor de architectonische uitwerking van deze woning dient gebruik te
kapvorm, rooilijn, bouwhoogte, positionering en oriëntatie
worden gemaakt van de regels in dit beeldkwaliteitplan.
van de bebouwing, kleurstelling en materiaalgebruik en
Relatie met welstandsnota
erfafscheidingen.
In dit beeldkwaliteitplan zijn, naast een algemene beschrijving van
de
stedenbouwkundige
opzet,
concrete
criteria
Het beeldkwaliteitplan dient ter inspiratie voor iedereen die bij
opgenomen voor de nadere architectonische uitwerking. Deze
het verdere ontwerp- en ontwikkelingsproces betrokken is om
criteria worden door de welstandscommissie gehanteerd bij de
een bijzonder woongebied met maximaal toekomstperspectief
beoordeling van de bouwplannen. Dit beeldkwaliteitplan dient
te realiseren. Daarnaast fungeert dit beeldkwaliteitplan als
daardoor, na vaststelling door de gemeenteraad, als onderdeel
formeel toetsingskader. Het gaat hierbij om het vastleggen en
van de welstandsnota te worden beschouwd.
waarborgen van de gewenste identiteit. Welstandsvrij Naar de letter of de geest?
In de welstandsnota van de gemeente Maasdriel (september
De ervaring heeft geleerd dat een beeldkwaliteitplan als te
2004) zijn de Veersteeg en de Hoorzik aangeduid als
benauwend voor een deugdelijke planontwikkeling ervaren
‘lintbebouwing’. Kenmerkend voor bebouwingslinten is dat
kan worden. De oorzaak hiervan ligt in het feit, dat bij het
de woonbebouwing zeer divers is doordat deze organisch
opstellen van het beeldkwaliteitplan lang niet alle mogelijke
gegroeid is. Het gevelbeeld van de bebouwingslinten wordt
ontwikkelingen
gestelde
gekenmerkt door een grote mate aan variatie in positionering,
uitwerkingsregels zouden in dergelijke gevallen een goede
voorzien
kunnen
bouwvolume en -hoogte, kapvorm, vormgeving en kleur- en
planontwikkeling
onmogelijk
worden.
kunnen
De
Daarom
materiaalgebruik. Het welstandsbeleid is erop gericht het
wordt benadrukt dat dit beeldkwaliteitplan naar de geest
maken.
karakter van de lintbebouwing te behouden en waar nodig te
gelezen dient te worden. De uitwerkingsregels zijn daarop
versterken. Gezien de bestaande karakteristiek van ‘organisch
7
Stedenbouwkundig plan Paddenstoelenbuurt (indicatieve verkaveling)
8
2
P L AN T O E L I C H T I NG
RUIMTELIJKE HOOFDOPZET Het plan kent in hoofdlijnen een tweedeling: een oost- en een westzijde die van elkaar gescheiden worden door een groenzone met een watergang. Oostelijk deelgebied In
dit
deelgebied
worden
zowel
de
Hoorzik
als
de
Kloosterstraat begeleid door woningbouw bestaande uit een combinatie van vrijstaande woningen en twee-onder-één kapwoningen die elkaar op speelse wijze afwisselen. Het binnengebied heeft een overzichtelijke hoofdzet die gekenmerkt wordt door een gerende groene ruimte die begeleid wordt door (rij)woningen. Deze ruimte opent zich naar de centale groene ruimte die de Paddenstoelenbuurt scheidt/ verbindt met de Kersenbuurt. Daarnaast is er sprake van een interne verkeersstructuur die eveneens begeleid wordt door
westelijk deelgebied
oostelijk deelgebied
woningen. Westelijk deelgebied Dit deelgebied wordt gescheiden van het oostelijke deelgebied door
een
representatieve
groene
ruimte
met
daarin
opgenomen een watergang die onderdeel is van de totale groen- en waterstructuur van Kerkdriel Noord. Het noordelijke deel bestaat uit een aantal vrijstaande kavels die zowel de interne verkeersstructuur als de Veersteeg begeleiden. Het zuidelijke deel vormt de overgang naar de Kersenbuurt en wordt, met uitzondering van de zuidzijde (Hoorzik), omringd door groen en water. Het vormt een soort van schiereiland waarbij de woningen op het groen en water georiënteerd zijn en parkeren uit het zicht op het binnenterrein is gesitueerd.
Ruimtelijke hoofdopzet
9
Verkeersstructuur Het plangebied wordt ontsloten middels de bestaande aanliggende wegen te weten de Kloosterstraat aan de oostzijde, de Hoorzik aan de zuidzijde en de Veersteeg aan de noordzijde. Het oostelijke deel van het plangebied bestaat uit een heldere verkeersstructuur waarbij ter hoogte van de centrale groene ruimte een doorgaande ontsluiting voor de auto ontbreekt waardoor er geen directe verbinding is tussen de Veersteeg en de Hoorzik. Het ‘schiereiland’ in het westelijke deel wordt middels één ontsluiting via het oostelijke deel ontsloten en eindigt in het binnengebied waar geparkeerd wordt. De randen aan de buitenzijde, grenzende aan het groen en water, worden begeleid door een trottoir. Voor
de
auto
worden
de
plandelen
Kersenbuurt
en
Paddenstoelenbuurt intern niet verbonden. Beide plandelen staan via de bestaande wegen Veersteeg en Hoorzik met elkaar in verbinding. Voor het langzaamverkeer is centraal in het plangebied een route gesitueerd die via de groene structuurdrager de Paddenstoelenbuurt met de Kersenbuurt verbindt. PARKEREN Parkeerplaatsen zijn zowel in het openbare gebied als op eigen terrein geprojecteerd. Aangezien het verkavelingsplan uitgaat van een flexibele invulling, kan naar gelang het aantal woningen dat uiteindelijk gerealiseerd wordt het aantal benodigde parkeerplaatsen toe- of afnemen. Het openbaar parkeren vindt plaats op binnengebieden, in clusters tussen de bebouwing en als langsparkeren in het straatprofiel. Verkeersstructuur
10
Groen- en waterstructuur De verkeersstructuur wordt begeleid door bomen. De gerende groenzone in het oostelijke deel wordt voorzien van enkele bomen en een wadi. De overgang met de Kersenbuurt wordt vormgegeven door een grote groene ruimte die omzoomd is door waterpartijen en watergangen. In deze groene ruimte is een grote diversiteit aan bomen aanwezig die gestrooid zijn in een onregelmatig verband waardoor er een parkachtige sfeer ontstaat. Parkeren in het binnengebied in het westelijke deel wordt gecombineerd met enkele bomen in een losse structuur.
Groen- en waterstructuur (situering bomen is indicatief)
11
BOMENSTRUCTUUR Er worden verschillende boomsoorten en boomgroottes toegepast. De verkeersstructuur wordt begeleid door een eenduidige boomsoort. De overgang met de Kersenbuurt wordt gevormd door water en gazon en is voorzien van diverse inheemse boomsoorten in verschillende groottes die in een losse setting ten opzichte van elkaar worden gesitueerd. Aan de bomenstructuur, zoals die is weergegeven op de afbeelding, kunnen geen rechten worden ontleend. Het groenontwerp en de bijbehorende schakering zijn indicatief. Nadat het verkavelingsplan definitief is, worden in het inrichtingsplan de definitieve boomsoorten en exacte situering bepaald.
Bomenstructuur (indicatief)
12
BEBOUWINGSSTRUCTUUR Een
grote
diversiteit
aan
woningtypologieën
wisselen
elkaar op een ontspannen manier af. De woningen staan in een verspringende rooilijn om de dorpse karaktersitiek te benadrukken. Aan de Veersteeg, Kloosterstraat en Hoorzik worden uitsluitend vrijstaande woningen en twee-onder-één kapwoningen gerealiseerd. Het binnengebied kenmerkt zich door een grote diversiteit aan woningtypologieën. De gemiddelde kaveldiepte van de woningen bedraagt circa 25 meter. Met deze maat wordt zo veel mogelijk flexibiliteit geboden. Dat wil zeggen dat, naar gelang de behoefte op de woningmarkt, er ingespeeld kan worden op de vraag. Zo kunnen er ten opzichte van de indicatieve verkaveling in het stedenbouwkundig
plan
bijvoorbeeld
twee-onder-één-kap
woningen gerealiseerd worden in plaats van rijwoningen, en andersom. Bij het eventueel omzetten van de woningtypologieën dient voldaan te worden aan de gemeentelijke parkeernorm.
Rooilijnen (indicatief)
13
welstandsvrij regime beeldkwaliteitplan binnengebied regime beeldkwaliteitplan hoekkavels
Welstandsregimes
14
3
beeldkw a liteit - b e b o u w i n g Beeldkwaliteitseisen versus welstandsvrij Het plangebied kent drie welstandsregimes: een welstandsvrij deel, dat geldt voor het merendeel van de woningen aan de Hoorzik en de Kloosterstraat en twee verschillende welstandsregimes voor het middengebied en de hoekkavels. De criteria zijn gebaseerd op het verkrijgen van een dorpse karakteristiek. Naast een variatie aan woningtypen is er ook een grote samenhangende diversiteit in kleurgebruik, verspringende rooilijnen en architectuurvormen mogelijk. welstandsregime binnengebied Situering en oriëntatie •
woningen zijn met de voorgevel gericht naar de openbare weg
•
gevels van woningen die grenzen aan de openbare ruimte hebben een meerzijdige oriëntatie. Deze gevels hebben voldoende transparantie. Geen gesloten ‘dichte’ zijgevels
•
woningen mogen in een verspringende rooilijn gesitueerd worden
•
bijgebouwen dienen terugliggend ten opzichte van het hoofdgebouw te worden geplaatst
Stedenbouwkundig plan (indicatieve verkaveling)
15
Bouwmassa •
de bouwhoogte is maximaal 2 bouwlagen met kap
•
woningen hebben een kap (tussen de 30 en 60 graden), waarbij ook een mansardekap is toegestaan. De kaprichting is vrij
•
een bouwblok met rijwoningen bestaat maximaal uit 8 woningen. Indien het bouwblok uit 5 rijwoningen of minder bestaat, mogen deze in dezelfde rooilijn gesitueerd worden. Indien het blok uit meer dan 5 woningen bestaat, dient er maximaal vanaf rijwoning 3 een significante verspringing van minimaal 80 cm in de rooilijn plaats te vinden
•
uitzonderingen
op
bovenstaande
worden
door
eventueel
gevormd
te
criteria realiseren
sociale huurwoningen in de vorm van benedenbovenwoningen. Hierbij is een bouwhoogte van 3
Meerzijdige oriëntatie bij hoekwoningen
Onderscheid binnen gevelindeling
Dubbele woningen zijn afzonderlijk herkenbaar door variatie in kapvorm, kleurgebruik en/of een verspringing in de rooilijn
Onderscheid binnen een rij door kleurgebruik, kapvorm, gevelindeling en een verspringing in de rooilijn
bouwlagen toegestaan. Om de bouwmassa te geleden
een
rij
door
kleurgebruik,
kapvorm
en
dient per twee beukmaten een significante “knip” in de gevel gerealiseerd te worden. Verschijningsvorm en architectuur •
de architectuur is dorps, eigentijds/traditioneel, waarbij woningontwerpen zich kenmerken door een lokaal passende herinterpretatie van dorpse architectuur. Kenmerken hiervan zijn: sobere detaillering, rustig en harmonieus gevelbeeld en natuurlijk materiaalgebruik
•
woningen hebben onderling een mate van individuele verschijningsvorm
•
vrijstaande woningen onderscheiden zich onderling en van de naastliggende woningen door een verschil in kapvorm en/of bouwhoogte en/of goothoogte en/of gevelindeling en/of kleurgebruik
16
•
bij dubbele woningen zijn de afzonderlijke woningen herkenbaar
door
variatie
in
de
kapvorm
en/of
gevelindeling en/of kleurgebruik en/of materiaalgebruik en/of verspringing in de rooilijn •
bouwblokken
met
rijwoningen
bovenwoningen
onderscheiden
en/of
zich
beneden-
onderling
van
elkaar maar ook binnen een bouwblok onderscheiden de individuele woningen zich van elkaar door kapvorm en/of gevelindeling en/of kleurgebruik Materiaal- en kleurgebruik •
kappen worden afgedekt met dakpannen of riet (géén kunstriet). Als voor een dakafdekking met pannen wordt gekozen, zijn deze gebakken. Geglazuurde, glimmende pannen zijn niet toegestaan. Toegestaan zijn de kleuren rood-bruin en antraciet (zwart)
•
de kleuren van de gevels passen bij de dorpse uitstraling. Toegestaan zijn de kleuren wit (geen lichtgeel) en
Dorpse kleurstelling
lichtgrijs voor gekeimd metselwerk en stucwerk, het gevelmetselwerk bevindt zich in het kleurenspectrum van rood, aarderood, rood genuanceerd naar rood-bruin, rood-paars (aubergine) naar bruin en antraciet •
kleuren en materialen die sterk met de omgeving contrasteren zijn uitgesloten
Kleurenspectrum van het gevelmetselwerk
17
Detaillering
Erfafscheiding
•
•
het afwerkingsniveau is hoogwaardig en de detaillering is passend bij de architectuur
•
erkers,
aan-
en
uitbouwen
erfafscheiding
dient
in
de
vorm
van
een
groenvoorziening, hagen of te begroeien hekwerken, aan en
dakkapellen
zijn
ondergeschikt aan het hoofdgebouw en passen binnen de architectuur van de woning
Hagen en/of begroeide hekwerken vormen de overgang naar de openbare ruimte
18
een
de zijde van het bouwperceel dat grenst aan de openbare ruimte, uitgevoerd te worden
welstandsregime hoekkavels Situering en oriëntatie
Materiaal- en kleurgebruik
Detaillering
•
•
•
•
woningen zijn met de voorgevel gericht naar de openbare
het afwerkingsniveau is hoogwaardig en de detaillering is
kunstriet). Als voor een dakafdekking met pannen wordt
gevels van woningen die grenzen aan de openbare ruimte
gekozen, zijn deze gebakken. Geglazuurde, glimmende
hebben een meerzijdige oriëntatie. Deze gevels hebben
pannen zijn niet toegestaan. Toegestaan zijn de kleuren
ondergeschikt aan het hoofdgebouw en passen binnen de
rood-bruin en antraciet (zwart)
architectuur van de woning
voldoende transparantie. Geen gesloten ‘dichte’ zijgevels •
de dakbedekking bestaat uit dakpannen of riet (géén
weg
bijgebouwen dienen terugliggend ten opzichte van het
•
hoofdgebouw te worden geplaatst
passend bij de architectuur •
erkers,
aan-
en
uitbouwen
en
dakkapellen
zijn
de kleuren van de gevels passen bij de dorpse uitstraling. Toegestaan zijn de kleuren wit (geen
Erfafscheiding
lichtgeel)
•
en
lichtgrijs
voor
gekeimd
metselwerk
een
erfafscheiding
dient
in
de
vorm
van
een
Bouwmassa
en stucwerk, het gevelmetselwerk bevindt zich in
groenvoorziening, hagen of te begroeien hekwerken, aan
•
de bouwhoogte is maximaal 2 bouwlagen met kap
het
de zijde van het bouwperceel dat grenst aan de openbare
•
woningen hebben een kap (tussen de 30 en 60 graden),
genuanceerd naar rood-bruin, rood-paars (aubergine)
waarbij
naar bruin en antraciet
ook
een
mansardekap
is
toegestaan.
De
kaprichting is vrij
•
kleurenspectrum
van
rood,
aarderood,
rood
ruimte, uitgevoerd te worden
kleuren en materialen die sterk met de omgeving contrasteren zijn uitgesloten bij
een
de architectuur is dorps, eigentijds/traditioneel, waarbij
•
is
afwijking
woningontwerpen zich kenmerken door een lokaal
materiaal- en kleurgebruik in overleg mogelijk. Zo
passende
architectuur.
kunnen bijvoorbeeld zinken daken of houten gevels
Kenmerken hiervan zijn: sobere detaillering, rustig en
worden toegepast, afhankelijk van de opzet van de
harmonieus gevelbeeld, eenvoudige kappen en natuurlijk
woning binnen het ‘dorpse karakter’. Hiervoor geldt
materiaalgebruik
maatwerkadvisering.
Verschijningsvorm en architectuur •
•
herinterpretatie
van
dorpse
hoogwaardige van
architectonische
bovenstaande
uitwerking
criteria
over
woningen hebben onderling een mate van individuele verschijningsvorm
19
20
4
B E E L D K WA L I T E I T - openbare ruimte
Het plangebied kent een zeer grote variatie in woningtypes, architectuur en kleurgebruik. Dit levert een speels en dorps karakter op. De inrichting van de openbare ruimte zorgt voor samenhang waarbij de volgende kernwoorden gelden: dorps, rust, ruimte, groen en kleinschaligheid. De rustige en samenhangende inrichting van de openbare ruimte wordt verkregen door het verschil in materiaal- en kleurgebruik te beperken en aan te sluiten bij het kleur- en materiaalgebruik zoals toegepast in de Kersenbuurt.
Materialisering Rijbaan hoogwaardige betonstraatsteen of met 100% natuurstenen toplaag, kleur donker rood/bruin/paars, keperverband Parkeervakken - haaks betonstraatsteen of open verharding (bijvoorbeeld grasbetonstenen) Parkeervakken - langs betonstraatsteen of open verharding (bijvoorbeeld grasbetonstenen)
21
Verkeersstructuur In het gehele plangebied wordt de rijbaan qua kleur- en materiaalgebruik eenduidig vormgegeven wat voor rust en samenhang vormt. De rijweg bestaat uit een hoogwaardige betonstraatsteen, of met een 100% naartuurstenen toplaag, in de kleur donker rood/bruin/paars en in keperverband gestraat. Wanneer de rijbaan begleid wordt door een trottoir is deze vormgegeven door een grijze trottoirtegel (bij voorkeur 20x20cm) die in halfsteensverband wordt gestraat. Het wegprofiel wordt voorzien van trottoirbanden. Langsparkeren is hierbij geregeld in parkeervakken (bestraat dan wel in een open verharding). Haaksparkeerplaatsen in het plangebied worden bestraat dan wel vormgegeven door een open verharding zoals grasbetonstenen.
Principeprofiel ontsluiting
22
WEGPROFIEL MET TROTTOIRBANDEN: DONKER ROOD/BRUIN/PAARS BETONSTRAATSEEN KEPERVERBAND
HAAKSPARKEREN: BESTRAAT OF OPEN VERHARDING
LANGSPARKEREN IN PARKEERVAKKEN: BESTRAAT OF IN OPEN VERHARDING
GRIJZE TROTTOIRTEGEL HALFSTEENSVERBAND
DONKER ROOD/BRUIN/PAARS BETONSTRAATSTEEN KEPERVERBAND
PARKEREN BESTRAAT OF IN EEN OPEN VERHARDING
ÉÉNRICHTINGSVEKREER
Referentie parkeren indien sprake is van een open verharding
Dorpse verlichting met vloeiende lijnen
Principeprofiel groene zone oostelijk deelgebied
23
Het groen en water in het plangebied ondersteunen de dorpse sfeer. Het groen bestaat voornamelijk uit gras, hagen en bomen. Centraal in het plangebied is open water gesitueerd met flauwe kind en- natuurvriendelijke oevers, deels voorzien van rietoevers en bloemrijk grasland. Onderdeel van de groeninrichting is een centraal gesitueerde grote groene ruimte. Een ruimte om te spelen, voetballen, struinen en ontdekken. Speeltoestellen hebben een natuurlijke uitstraling. In deze groene ruimte is een grote diversiteit aan bomen aanwezig die gestrooid zijn in een onregelmatig verband waardoor er een parkachtige sfeer ontstaat. Aan de kop van dit ‘eiland’ bevindt zich aan de noordwest zijde een uitkijkplaats.
UITKIJKPLAATS SPELEN LANGZAAMVERKEERSVERBINDING
Uitkijkplaats
24
Centrale groenzone
De plekken waar de centrale langzaamverkeersverbinding, die
de
verbinding
vormt
tussen
de
Kersenbuurt
en
Paddenstoelenbuurt, een watergang kruist met een brug of een duiker is een bijzondere plek in de openbare ruimte. Deze bijzondere plekken zijn belangrijk voor de beleving en herkenbaarheid van de wijk en vragen extra aandacht bij de uitwerking van het stedenbouwkundig plan en inrichtingsplan voor de openbare ruimte. Eventuele bruggen zijn slank en transparant vormgegeven waarbij het water als doorgaande lijn herkenbaar is. Gebouwen ten behoeve van de nutsvoorziening worden in nader overleg met de gemeente ingepast. De uitstraling van deze gebouwen past in de omgeving.
Slanke en transparante bruggen
Natuurlijk spelen
25
26