Kadernota UBR
Tekst van het document
Uitvoeringsorganisatie Breedbandnetwerk Rivierenland (UBR)
KADERNOTA 2027
Uitgangspunten voor de exploitatie en de balans plus financiële doorrekeningen periode 2027 -2031
Uitvoeringsorganisatie Breedbandnetwerk Rivierenland is een samenwerkingsverband (gemeenschappelijke regeling) van 7 gemeenten, te weten Culemborg, Maasdriel, Neder-Betuwe, Tiel, West Betuwe, West Maas en Waal en Zaltbommel.
Tiel, november 2025
1
Uitvoeringsorganisatie Breedbandnetwerk Rivierenland (UBR)
Inleiding Deze Kadernota is het document dat door de gemeenschappelijke regeling Uitvoeringsorganisatie Breedbandnetwerk Rivierenland (UBR) aan de gemeenteraden wordt aangeboden en waarin een financiële doorrekening is opgenomen met actuele prognosecijfers van de meerjarenbegroting. De doelstelling van de UBR is om alle 8.813 zogenaamde witte adressen in het buitengebied van de 7 deelnemende gemeente te voorzien van een toekomstvaste internetaansluiting zonder eigen bijdrage van de bewoners en zonder gemeentelijke bijdrage. Om dit te realiseren heeft de UBR een lening afgesloten voor 100% van de (aanleg-) kosten welke wordt betaald en afgelost uit de verhuur van dit netwerk aan de markt. De UBR functioneert zonder financiële bijdrage van de deelnemende gemeenten en “drukt” als zodanig niet op de begroting van de desbetreffende gemeenten. De prijsstelling voor een abonnement is ondanks de hoge aanlegkosten gelijk aan een abonnement in de kernen van de gemeenten. Voorgaande heeft de UBR weten te realiseren door een laag tarief op de langlopende lening (30 jaar rentevast), de afschrijving te laten plaatsvinden over een periode van 50 jaar en de operationele kosten laag te houden door een zeer kleine maar efficiënte bedrijfsvoering in te richten. De lage rente op de lening is mede mogelijk door de garantstelling van de deelnemende gemeenten op deze lening.
De positieve resultaten van de UBR zorgen ervoor dat het risico van de gemeenten jaarlijks afneemt door de opbouw van een reserve. Bij de start is begroot dat de Debt Service Coverage Ratio na 15 jaar (2035) de gewenste hoogte van 1,2 heeft bereikt. Door te blijven sturen op een hoog deelnamepercentage en lage uitvoeringskosten ligt de UBR nog steeds prima op schema. De aanleg van het nieuwe breedbandnetwerk was gepland voor 2020 en 2021. Door verschillende omstandigheden in 2020 waaronder de wereldwijde corona pandemie en de stikstofproblematiek is er pas in april 2020 gestart met de aanleg van het breedbandnetwerk in de buitengebieden van de 7 deelnemende gemeenten. Er wordt in de opdracht onderscheid gemaakt in reguliere, dijkadressen en dijkversterkingsadressen. Voor de reguliere adressen is de initiële aanlegplanning (24 maanden) met in acht neming van de vertragingen in Q1 van 2020 niet gehaald. De reguliere adressen zijn in 2024 geheel gerealiseerd. Voor de dijkadressen geldt dat deze medio 2025 gereed zijn gekomen. Eind 2025 is ruim 99% van het netwerk gereed en zijn de “restadressen” met name adressen met een bijzonderheid. Deze bijzonderheid kan zijn:
1.
Het adres ligt in een dijkversterkingsgebied (TIWA of GOWA)
2.
Het adres wacht op een toestemmingsverklaring van een eigenaar van een omliggend perceel (privé gronden) of op de uitspraak van de ACM over de gedoogplicht.
3.
Een storing of technische belemmering.
2
Uitvoeringsorganisatie Breedbandnetwerk Rivierenland (UBR) Percentage aansluitingen HC
2020 Q4 2021 Q1 2021 Q2 2021 Q3 2021 Q4 2022 Q1 2022 Q2 2022 Q3 2022 Q4 2023 Q1 2023 Q2 2023 Q3 2023 Q4
Prognose/realisatie aansluitingen HC aan het eind van het kwartaal 232 1.362 1.881 2.348 3.407 3.956 4.500 4.795 5.505 5.875 6.187 6.463 6.757
Percentage aansluitingen HA
3% 19% 26% 32% 47% 54% 62% 65% 74% 79% 84% 87% 91%
Prognose/realisatie aansluitingen HA aan het eind van het kwartaal 185 1.068 1.257 1.850 2.623 3.225 3.735 3.969 4.664 5.000 5.328 5.558 5.743
2024 Q1 2024 Q2 2024 Q3 2024 Q4 2025 Q1 2025 Q2 2025 Q3 2025 Q4 2026 Q1 2026 Q2 2026 Q3 2026 Q4
6.948 7.080 7.174 7.238 7.272 7.292 7.295 7.304 7.330 7.360 7.390 7.400
94% 96% 97% 98% 98% 98% 98% 99% 99% 99% 99% 100%
5.995 6.203 6.323 6.361 6.431 6.477 6.532 6.532 6.532 6.532 6.532 6.532
86% 88% 87% 88% 88% 89% 89% 89% 89% 89% 88% 88%
80% 78% 67% 79% 77% 82% 83% 83% 85% 85% 86% 86% 85%
Vanaf het 4e kwartaal 2020 zijn de eerste aansluitingen operationeel en genereert de UBR inkomsten uit de verhuur van vezelparen. Het aantal deelnemende adressen in het project zijn 8.813 adressen homes passed (HP). De UBR heeft circa 7.400 aanmeldingen homes connected (HC) waarvan naar verwachting 84% (conform begroting 6.216) ook een abonnement zal afnemen, homes activated (HA). Op dit moment ligt het percentage abonnementen 5% hoger op 89%. In 2026 zal naar verwachting de laatste 1% zal worden aangesloten conform voorgaande tabel . Over geheel 2026 wordt gemiddeld 84% actieve gebruikers begroot (6.216). Vanaf begin 2026 komt de UBR van de aanlegfase in de beheerfase voor deze adressen. Alle initiële 8.813 adressen zijn dan minimaal Homes Passed (HP) aangesloten. 7.400 daarvan zijn ook Homes Connected (HC). Voor de resterende circa 1.400 adressen die dan nog niet HC zijn aangesloten wordt er geen actief beleid gevoerd in 2026 om deze alsnog aangesloten te krijgen. Wel wordt er een desk ingericht voor aanvragen voor een nieuwe aansluiting. Deze aanvragen zullen worden doorgeleid naar de aannemer die voor rekening van de aanvrager de aansluiting zal realiseren. De investeringsbedragen zijn gebaseerd op de uitkomsten van de aanbesteding. Voor de aanlegfase is in totaal een investeringsbedrag van € 37.300.000 gebudgetteerd.
Daarnaast is voor de periode daarna een reservering voor de investeringskosten van na-aansluitingen, inbebouwing en degeneratie opgenomen van € 200.000. Er is voor de aanleg een fixed fee afgesproken per aansluiting. Het aantal aansluitingen ligt fractioneel lager dan het begrote aantal (8.813 versus 8.880). Het totale investeringsbudget in de begroting is toereikend voor de gehele
3
Uitvoeringsorganisatie Breedbandnetwerk Rivierenland (UBR)
aanleg. Over de hele looptijd is gerekend met een investeringsbudget van in totaal € 37.500.000. Het is de verwachting dat de uitloop van de aanleg (tot Q4 2026) niet zal leiden tot een aanpassing van onderstaande specificatie van het investeringsbudget. De specificatie van het investeringsbudget (afgerond) is als volgt: * * * *
*
Voorbereidingskosten: Kosten van onderzoek en ontwikkeling die in de periode van 2016 t/m 2019 zijn voorgefinancierd door Regio Rivierenland Kosten aanleg Overige kosten in de investeringsfase: Bouwrente + projectkosten Onvoorzien: Stelpost om tegenvallers/meerwerk bij de initiële realisatie van de investeringen op te kunnen vangen Budget investeringsuitgaven in de aanlegfase Voorziening voor na-aansluitingen en dergelijke Totaal investeringsbudget
€ €
1.000.000 34.200.000
€
1.100.000
€ € € €
1.000.000 37.300.000 200.000 37.500.000
Voor de bekostiging van de aanlegkosten van het breedbandnetwerk hebben we een langlopende financieringsovereenkomst met de BNG Bank afgesloten met een totale looptijd van 50 jaar. In 2020 en 2021 vond financiering van de investeringsuitgaven plaats via een krediet in rekeningcourant met een bouwfaciliteit van € 37.500.000. De rekening-courant werd in de eerste 2 jaar ook aangewend voor de financiering van op investeringsfacturen betaalde BTW, die de UBR achteraf (na indiening van de BTW-aangifte) uitbetaald krijgt door de belastingdienst. In januari 2022 vond een omzetting plaats naar financiering door middel van een langlopende lening. Op deze manier heeft de UBR in de aanlegfase optimaal geprofiteerd van de lage rentestand. De langlopende lening bedraagt € 35.000.000 vanaf 2022 en heeft een looptijd van 48 jaar. De lening wordt lineair afgelost. De UBR loopt geen renterisico voor het langlopende deel van de financiering, omdat ze het rentepercentage van de lening voor 30 jaar heeft vastgelegd op 0,835% voor de periode 2022 tot 2052. De UBR houdt een kortlopende kredietfaciliteit ter grootte van € 2.500.000 aan, waarmee de totale financieringsbehoefte van € 37.500.000 is ingevuld. Afhankelijk van de renteontwikkelingen kan de UBR ook dit deel in de toekomst langlopend (her)financieren.
De kosten van onderzoek en ontwikkeling, die door Regio Rivierenland zijn voorgefinancierd vanaf 2016, zijn na de oprichting van gemeenschappelijke regeling UBR overgebracht naar de nieuwe organisatie (UBR). Het betreft voorbereidingskosten die op grond van de wettelijke voorschriften (BBV) in de balans als immateriële vaste activa opgenomen moeten worden en waarvoor een afschrijvingstermijn geldt van maximaal 5 jaar. De overige investeringsuitgaven voor het breedbandnetwerk worden geactiveerd in de balans bij de materiële vaste activa en afgeschreven in 50 jaar, waarbij rekening gehouden wordt met de restwaarde van het breedbandnetwerk. Afgeschreven wordt vanaf het moment van realisatie van het breedbandnetwerk. De afschrijvingen lopen in de aanlegfase geleidelijk op en lopen daarmee in de pas met de gefaseerde oplevering en realisatie van het breedbandnetwerk. Dit is overeenkomstig de wettelijke voorschriften (BBV) en daarmee wordt ook een goede matching bereikt tussen inkomsten en afschrijvingslasten. In de investeringsplanning is voorzien dat in 2031 het volledige investeringsbudget van € 37.500.000 is besteed. De (structurele) afschrijvingslasten bedragen vanaf 2031 € 516.880 per jaar (rekening houdend met de restwaarde van het breedbandnetwerk).
4
Uitvoeringsorganisatie Breedbandnetwerk Rivierenland (UBR)
Belangrijke punten ten aanzien van de begroting en aanvullingen ten opzichte van Kadernota 2026: • Er is een kleine afwijkingen ten aanzien van het beoogde aantal van de 8.880 glasvezelaansluitingen eind 2025. Dit aantal is medio 2025 gecorrigeerd naar 8.813 waarvan 74% actief (HA) eind 2025. • De tijdige realisatie aanleg van het breedbandnetwerk (gereed binnen 2 jaar na aanvang) is niet gehaald door diverse vertragingen. Voorgaande resulteert in 2025 in een fractioneel lager aantal gerealiseerde aansluitingen dan begroot. • Eind 2025 is het netwerk voor circa 99% gerealiseerd. • De 1% nog te realiseren aansluitingen in 2026 betreffen adressen die voornamelijk zijn gelegen in dijk versterking gebieden (TIWA en GOWA) en adressen met een technische belemmering/geen toestemming particuliere grondeigenaar of lopende procedure bij de ACM. • Er sprake van een (tijdelijke) onderbesteding ten opzichte van het begrote investeringsbudget door de achterstand in de realisatie. • Er is voor de aanleg een fixed fee afgesproken per aansluiting. Het aantal aansluitingen is iets lager dan het begrote aantal. Het totale investeringsbudget in de begroting hoeft niet te worden bijgesteld. • Ondanks de vertraging in de aanleg is er geen sprake van een achterstand in de begrote inkomsten in 2025 en 2026. • De projectkosten zullen door de vertraging van de aanleg doorlopen in 2026.
De post onvoorzien is nog voldoende om binnen budget te blijven. • In de jaarrekening 2025 wordt verslag gedaan en verantwoording afgelegd over de werkelijke financiële uitkomsten en het gerealiseerde resultaat in 2025. • Op 23 augustus 2022 heeft de ACM haar besluit om de ODF tarieven van KPN/Glaspoort niet te reguleren kenbaar gemaakt. Doordat de ACM de tarieven niet gaat reguleren is het voor de UBR ook niet noodzakelijk om deze tariefstelling te volgen. Immers in de goedkeuring van de Europese Commissie is opgenomen dat de UBR enkel gereguleerde tarieven zal volgen. Voor de vaststelling van het ODF tarief van de UBR in 2026 wordt in het AB/DB van december 2025 een advies voorgelegd. • De transitie van “koper naar glas” zal zorgdragen voor nog meer gebruikers op het UBRnetwerk. Voorgaande is in de strategie notitie van 2023 aangemerkt als kans in de komende 5 jaar. Naast de ruim 7.400 aanmeldingen tot nu toe is er een potentieel van ruim 1.400 adressen die nog verglaasd kunnen worden. Voor die resterende circa 1400 adressen die nog niet HC zijn aangesloten wordt er geen actief beleid gevoerd in 2026 om deze alsnog aangesloten te krijgen. Wel wordt er een desk ingericht voor aanvragen voor een nieuwe aansluiting. Deze aanvragen zullen worden doorgeleid naar de aannemer die voor rekening van de aanvrager de aansluiting zal realiseren.
• In de begroting vanaf 2026 is de post degeneratiekosten onderdeel van het budget naaansluitingen.
5
Uitvoeringsorganisatie Breedbandnetwerk Rivierenland (UBR)
Belangrijkste punten voor wat betreft de financiële en operationele inrichting van de UBR ➢ ➢ ➢ ➢
Sturen op een efficiënte bedrijfsvoering met een zo laag mogelijke operationele kosten. Sturen op het binnen het investeringsbudget afronden van de aanleg van het breedbandnetwerk. Sturen op het zo spoedig mogelijk afronden van alle breedbandnetwerkaansluitingen bij de zogenaamde “witte” aansluitingen. Structureel een sluitende (meerjaren)begroting waarbij als uitgangpunt geldt dat er geen beroep wordt gedaan op de gemeentelijke begroting
De financiën van dit programma De gehanteerde uitgangspunten voor de begroting zijn hierna samengevat. • • • • •
•
• •
•
•
• •
• • • •
In totaal worden 8.813 aansluitingen in de buitengebieden van 7 gemeenten gerealiseerd. Inwoners betalen geen kosten voor de aanleg van hun aansluiting. Inwoners in de buitengebieden betalen prijzen die gelijk zijn aan de tarieven die in de kernen worden gehanteerd. Er wordt geen ‘buitengebiedstoeslag’ toegepast. De deelname van de inwoners in de buitengebieden is op basis van de uitkomsten aanmeldcijfers voor 2026 bepaald en ingeschat op 6.216. In de financiële doorrekeningen is het aantal deelnemers in meerjarig perspectief gemaximeerd op 6.216. Het totale investeringsbudget bedraagt € 37.500.000 en is gebaseerd op de uitkomsten van de aanbesteding. In het budget is ook een bedrag voor onvoorzien opgenomen (€ 1.000.000) en een voorziening voor na-aansluitingen, inbebouwing en toekomstige degeneratie (€ 200.000). De opbrengsten uit de verhuur van vezelparen zijn overeenkomstig de jaarlijks in december vastgestelde tarieven door het AB. De opbrengsten en de operationele kosten worden in de meerjarenbegroting doorgerekend met een jaarlijkse indexering van 1,5%. Voor 2026 is de indexering voor de opbrengsten vastgesteld op 2,1%. Voor 2025 was deze eveneens 2,1%. Voor de kosten is de indexering voor 2025 2,1% en 2026 1.5%.
De restwaarde van het breedbandnetwerk aan het eind van de looptijd van de lening bedraagt € 1.200 per aansluiting, in totaal een bedrag van € 10.656.000, waarop niet wordt afgeschreven. De rente van de lening van € 35.000.000 met een looptijd van 48 jaar (looptijd van 2022 tot 2070) is in januari 2020 overeengekomen met de BNG Bank en bedraagt 0,835%. De rente staat voor 30 jaar vast vanaf 2022. In de investeringsfase is een kredietfaciliteit in rekening-courant beschikbaar als bouwdepot tegen gunstige rekening courant condities. Voor de additionele financiering van € 2.500.000 vanaf 2022 houden we vooralsnog vast aan continuering van een faciliteit in rekening-courant, waarbij is gerekend met een rente van 3,5%, overeenkomstig de huidige rentestand. Het is de verwachting dat deze rekening courant pas medio 2026 (deels) zal worden getrokken. Voor de gehele faciliteit geldt een bereidstellingsprovisie van 0,09% over het niet opgenomen deel van het beschikbare bedrag. Gestreefd wordt vermogenstekorten in de eerste jaren van de exploitatie, te voorkomen. Realisatie van een positieve cashflow die voldoende is om de aflossingstermijnen van de lening te kunnen betalen. De liquiditeitspositie moet de UBR in alle jaren in staat stellen om aan de betalingsverplichtingen te voldoen.
In de aanlegfase van het breedbandnetwerk is via een kortlopend bankkrediet een kapitaalbuffer gecreëerd van waaruit de (investerings-) betalingen kunnen worden gedaan.
6
Uitvoeringsorganisatie Breedbandnetwerk Rivierenland (UBR)
Meerjarig exploitatie-overzicht van baten en lasten Hierna is een meerjarig overzicht opgenomen van de exploitatie. Er is bewust gekozen voor een tijdspad van 5 jaar, om de gemeenteraden voldoende inzicht te geven in de geraamde exploitatieuitkomsten op middellange termijn. Hierdoor kan worden vastgesteld dat de financiële cijfers in overeenstemming zijn met de geformuleerde uitgangspunten, niet alleen in de eerste jaren, maar ook op de lange(re) termijn.
Geraamde exploitatiecijfers: (* € 1.000) Baten: Opbrengst verhuur vezelparen
2027
2028
2029
2030
2031
1.614
1.638
1.663
1.688
1.713
Lasten: Afschrijvingen 1) Rentelasten 2) Beheerkosten Incidentele lasten Totaal geraamde lasten
515 276 494
516 260 501
516 249 509
517 237 517
517 219 524
1.285
1.277
1.274
1.271
1260
Resultaat vóór belastingen
329
361
389
417
453
Vennootschapsbelasting
71
80
87
94
103
Resultaat ná belastingen
258
281
302
323
350
Toelichting bij de meerjarenbegroting: 1) In de eerste jaren wordt afgeschreven vanaf het moment dat de aanleg van het breedbandnetwerk is geoperationaliseerd. De realisatie en oplevering vindt gefaseerd plaats, waardoor de afschrijvingslasten geleidelijk in de begroting worden verantwoord. In de periode van 2027 t/m 2031 blijven de afschrijvingen redelijk constant.
2) We betalen bereidstellingsprovisie van 0,09% over het niet opgenomen deel van de kredietfaciliteit. Vanaf 2022 betalen we 0,835% rente over de langlopende lening van € 35 mljn, waarop jaarlijks € 729.167 wordt afgelost.
7
Uitvoeringsorganisatie Breedbandnetwerk Rivierenland (UBR)
Baten en lasten In de begroting 2027 is geen budget opgenomen voor incidentele lasten en baten. De opbrengsten in 2027 en de jaren daarna zijn (ruim) voldoende voor een structureel overschot van de exploitatie. De positieve resultaten lopen op, omdat de rentelasten afnemen en de omzet door de indexatie van de tarieven oploopt. Onvoorziene uitgaven In het investeringsbudget van € 37.500.000 is een bedrag voor onvoorziene uitgaven opgenomen van € 1.000.000. Dit budget wordt voor een groot deel aangewend voor de bekostiging van Leges en Degeneratiekosten die buiten de opdracht van aanbesteding vallen, de controle eindoplevering van het netwerk en overige projectkosten. De exacte hoogte is op het moment van schrijven van deze kadernota nog niet bekend maar de verwachting is dat het project in 2026 binnen het beschikbare budget kan worden afgerond. Voor operationele kosten is een bedrag voor onvoorziene uitgaven gebudgetteerd van ca. € 2.200. Dit bedrag stijgt elk jaar met de toegepaste indexering (1,5%).
Risico's De gepresenteerde exploitatiecijfers zijn ramingen en uiteraard kan (en zal) de werkelijkheid hiervan afwijken. We verwachten niet dat er tekorten ontstaan. De financiële risico's zijn beperkt en er is voorzichtigheid betracht bij de financiële doorrekeningen. Als voorbeelden hiervan kunnen worden genoemd: •
het deelnamepercentage is in meerjarig perspectief gemaximeerd op 70% (niveau dat bereikt is in 2024) en inmiddels een paar procent hoger ligt. Het is de verwachting dat het werkelijk deelnamepercentage structureel daarop of ligt daarboven zal liggen de komende jaren.
•
in het totale investeringsbudget van € 37.500.000 zijn bedragen opgenomen voor tegenvallers en meerwerk (€ 1.000.000 voor onvoorziene investeringsuitgaven welke nagenoeg is uitgenut) en een voorziening voor de lasten van na-aansluitingen, inbebouwing en toekomstige degeneratie (€ 200.000).
•
De inkomsten stijgen jaarlijks met een tariefindex (geraamd op 1,5%), terwijl voor de afschrijvingen en rentelasten geen kostenindexering toegepast hoeft te worden. Zo wordt de marge tussen de opbrengsten en de lasten steeds gunstiger. Bovendien nemen de rentelasten jaarlijks af als gevolg van de betaalde aflossingstermijnen van de lening (vanaf 2022).
8
Uitvoeringsorganisatie Breedbandnetwerk Rivierenland (UBR)
Geprognosticeerde balansen Hierna zijn in meerjarig perspectief de geprognosticeerde balanscijfers opgenomen vanaf het eerste jaar van de oprichting van de UBR. 2027
Balanscijfers 31 december (* € 1.000)
2028
2029
2030
2031
ACTIVA Immateriële vaste activa
1000
1000
1000
1000
1000
Cum. afschrijvingen
1000
1000
1000
1000
1000
0
0
0
0
0
Materiële vaste activa
36.420
36.440
36.460
36.480
36.500
Cum. afschrijvingen
2.647
3.163
3.679
4.195
4.711
Boekwaarde MVA
33.773
33.277
32.781
32.285
31.789
157
160
162
165
165
0
0
0
0
0
Liquide middelen
105
198
309
473
638
Vlottende activa
262
358
490
638
803
Totaal activa
34.035
33.635
33.252
32.923
32.592
1.136
1.393
1.675
1.978
2.301
257
282
303
323
349
1.393
1.675
1.978
2.301
2.650
Boekwaarde IVA
Debiteuren Omzetbelasting (BTW)
PASSIVA Algemene bedrijfsreserve Resultaat Eigen vermogen Bouwkrediet BNG Bank
0
0
0
0
0
Lening BNG (vanaf 3e jaar)
30.807
30.078
29.349
28.620
27.891
Kredietfaciliteit BNG Bank 1)
1.695
1.732
1.768
1.836
1.875
Totaal van de financiering door BNG Bank
32.502
31.810
31.117
30.456
2.9766
Omzetbelasting (BTW)
68
69
71
72
72
Vennootschapsbelasting
71
80
87
94
103
Overige vlottende passiva
139
149
158
166
175
34.035
33.635
33.252
32.923
32.592
Totaal passiva
1)
9
Uitvoeringsorganisatie Breedbandnetwerk Rivierenland (UBR)
Toelichting ontwikkeling liquiditeitspositie
De cashflow die vanuit de exploitatie van de UBR wordt gegenereerd, is positief. De investeringsuitgaven worden volledig door leningen gefinancierd. Vanaf 2022 worden aflossingsbetalingen gedaan (ruim € 729.000 per jaar), maar als gevolg van de positieve cashflow (netto-resultaat + afschrijvingslasten) blijft het saldo liquide middelen ruim positief. Als het saldo liquide middelen op middellange termijn verder oploopt door de positieve resultaten, komen middelen beschikbaar om de leningen versneld af te lossen. Dan realiseren we ook een extra voordeel bij de rentelasten en een hoger exploitatie-overschot. Toelichting ontwikkeling solvabiliteitspositie
Het eigen vermogen is structureel positief, er is alleen een klein aanloopverlies in 2020 geweest. In de eerste jaren, waarin de aanleg van het breedbandnetwerk word gerealiseerd, wordt een vermogensbuffer opgebouwd die kan worden ingezet om eventuele toekomstige exploitatieverliezen te kunnen dekken. Na een looptijd van de lening van 23 jaar is een vermogenspositie opgebouwd die samen met de (geschatte) marktwaarde van het netwerk gelijk is aan de uitstaande lening van het breedbandnetwerk.
Weerstandsvermogen De 7 gemeenten die deelnemen in de UBR zijn voor hun aandeel aansprakelijk als vermogenstekorten zouden ontstaan of de UBR niet in staat is om aan de aflossingsverplichtingen van de lening te voldoen. Het gemeentelijk aandeel wordt berekend op basis van de stemverhouding, overeenkomstig de bepalingen zoals opgenomen in de gemeenschappelijke regeling Uitvoeringsorganisatie Breedbandnetwerk Rivierenland. Met de voorliggende ramingen zoals opgenomen in deze Kadernota 2027 is zichtbaar gemaakt dat de UBR nagenoeg vanaf de start van de aanleg van het breedbandnetwerk kapitaal en vermogen opbouwt en aan alle betalingsverplichtingen kan voldoen. Op de langere termijn groeit het eigen vermogen en neemt het saldo liquide middelen verder toe als gevolg van de oplopende exploitatieoverschotten. Het is daarom niet te verwachten dat de deelnemende gemeenten vanuit hun eigenaarschap of garantiestelling voor de lening financiële nadelen zullen ondervinden.
10