CConstaterende datMaasdriel
Koppel je AI →
Document · PDF

Kadernota 2025-2028 - raad 4 juli 2024

Informatiebijeenkomst 5 juni 2024, gemeente MaasdrielBij agendapunt: Bespreken Kadernota 2025 en proces tot 4 juli 2024 (besluitvormende bijeenkomst)14.163 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Kadernota 2025-2028

Inhoudsopgave Inleiding 1 De staat van Maasdriel 1.1 Financieel perspectief op de going concern

3 5 6

1.2 Financieel meerjarenperspectief dankzij 4 kengetallen

8

1.3 Investeringen en ambities

13

1.4 Conclusie

18

1.5 Financieel handelingsperspectief

19

2 Aandachtspunten 3 Opzet begroting 4 Financieel-technische uitgangspunten 5 Financieel meerjarenperspectief 2025-2028 6 Noodzakelijke voorstellen voor aanvullende activiteiten en beleid Bijlage 1: Rapport begrotingsscan

22 25 27 29 32 45

Kadernota 2025-2028 - 2

Inleiding Met deze kadernota wordt u geïnformeerd over het kader voor het opstellen van de programmabegroting 2025. Wij informeren u in deze Kadernota over de volgende onderwerpen: • Hoofdstuk 1: De staat van Maasdriel • Hoofdstuk 2: Aandachtspunten • Hoofdstuk 3: Opzet begroting • Hoofdstuk 4: Financieel-technische uitgangspunten • Hoofdstuk 5: Financieel meerjarenperspectief 2025-2028 • Hoofdstuk 6: Noodzakelijke voorstellen voor aanvullende activiteiten en beleid

Kadernota 2025: Voorloper van de Programmabegroting 2025 De kadernota is het document waarmee richting wordt gegeven aan het opstellen van de programmabegroting 2025. Wij laten u zien welke beleidsmatige en financiële ontwikkelingen wij wensen en verwachten. Het doel van deze kadernota is uw raad te informeren over het totaaloverzicht van de autonome ontwikkelingen, de noodzakelijke voorstellen voor aanvullende activiteiten en beleid en de daaruit volgende financiële positie van de gemeente.

Ontwikkelingen in het gemeentefonds De meicirculaire 2024 vormt de basis voor de Programmabegroting 2025. Daarin zijn drie belangrijke ontwikkelingen om te noemen: de nieuwe financieringssystematiek, de herijking van het gemeentefonds en de financiële verhoudingen tussen Rijk en gemeenten. De meicirculaire komt uit na het versturen van de kadernota. Via een raadsinformatiebrief stellen wij uw raad op de hoogte van de uitkomsten voor bespreking van de kadernota in de raad. In het hoofdstuk Aandachtspunten leest u hier meer over. Financieel toezicht door de Provincie Gelderland De Nederlandse gemeenten staan onder toezicht van de provincies. De gemeente Maasdriel streeft naar de lichtste vorm van toezicht, namelijk repressief toezicht. De provincie ziet erop toe dat de gemeente een sluitende begroting heeft voor het komende jaar of een sluitende meerjarenraming uiterlijk in het laatste jaar van de vierjarenbegroting. Repressief toezicht is toezicht achteraf. Bij deze vorm van toezicht is geen goedkeuring van de besluiten door de provincie nodig. De intensiteit van repressief toezicht is laag wanneer: • De gemeente in de begroting voor het aankomende jaar (2025) een evenwicht kent tussen de structurele uitgaven en inkomsten; • Het evenwicht op tijd wordt hersteld in de meerjarenraming, uiterlijk in 2028 als de begroting in 2025 niet structureel en reëel in evenwicht is.

Voor 1 januari 2025 neemt onze toezichthouder een besluit over de toezichtvorm voor 2025. Repressief (regulier) toezicht is standaard. Dit geldt als de begroting voldoet aan de eisen.

Kadernota 2025-2028 - 3

Aan uw raad vragen wij u de kaders waarmee de begroting 2025-2028 wordt opgesteld. Als college stellen we voor om samen te streven naar een vierjarenperspectief dat in ieder jaar sluitend is. De kadernota wordt uitgewerkt in de programmabegroting 2025 waarover u in november 2024 besluit. Namens het het college van Maasdriel, Michiel Alexander de Raaf Mei 2024

Kadernota 2025-2028 - 4

1 De staat van Maasdriel Financieel perspectief bieden is een opgave voor iedereen Financiën is te belangrijk om aan enkelen over te laten. Zeker in een tijd waarin er grote opgaven op gemeente Maasdriel af komen, zijn complexe en volledige boekwerken niet voldoende. Sinds medio 2023 bereidt de afdeling financiën de P&C-stukken voor onder de 5 R-en: Rust, Ritme, Reinheid, Regelarmer en Rechtmatig. Dit nieuwe hoofdstuk is het resultaat van deze nieuwe houding. We moeten financiële voorbereidingen treffen voor het ravijnjaar 2026. Daarnaast moeten we, gezien de rentestand sinds 2022 weer stijgt, keuzes maken in welke investeringen we kunnen doen. Dit alles is nauw verweven met het bestuurskrachtonderzoek. Hierbij is financiën (enkel) een belangrijke graadmeter wat de financiële capaciteit is; de staat van Maasdriel. Komende P&C-stukken zult u dit hoofdstuk vaker terugzien om een update te geven waar we staan in Maasdriel: de staat van Maasdriel. Als Maasdriel kunnen we scherp aan de wind zeilen. Dat hebben we in het verleden niet anders gedaan. Nu wordt dat weer van ons verwacht. Daarvoor zijn we niet te laat. Door slimme keuzes te maken, zetten we het roer om naar een socialer, zakelijker en rechtvaardiger Maasdriel. Maar dat lukt alleen samen. Daarom nodig ik graag alle raads- en commissieleden uit om “de staat van Maasdriel” te lezen.

Leeswijzer De staat van Maasdriel zal u wegwijs maken in de financiële keuzes voor komende jaren. Allereerst wordt het overzicht gegeven van afgelopen jaar. Vervolgens kijken we naar de meerjarenperspectieven door middel van de kengetallen. Daarna lopen we door de projecten & investeringen om te zien welke impact zij hebben op de financiën. Afsluitend volgt er een conclusie van de eerdere drie doorzichten en aanbevelingen voor uw raad om tot een beter financieel perspectief te komen. Bijlage 1: rapport begrotingsscan JE Consultancy

Kadernota 2025-2028 - 5

1.1 Financieel perspectief op de going concern Winst- en verliesrekening: Een financieel overzicht dat inzicht geeft Een winst- en verliesrekening van de gemeente is een financieel overzicht dat inzicht geeft in de inkomsten (baten) en kosten (lasten) van een gemeente over een boekjaar. Deze bedragen zijn voorafgaand aan het jaar begroot, soms tussentijds bijgesteld (B) en kunnen nu vergeleken worden met het werkelijke resultaat (W). Door inzicht te geven in de financiële stromen, toont de gemeente aan hoe zij middelen heeft ingezet om haar doelstellingen te bereiken, bevordert de transparantie en vertrouwen in het lokale bestuur. De informatie uit de winst- en verliesrekening wordt gebruikt voor de besluitvorming en beleidsontwikkeling. Het helpt de gemeente bij het plannen van toekomstige activiteiten, het stellen van prioriteiten en het toewijzen van middelen op een effectieve en efficiënte manier.

Componenten van de winst- en verliesrekening • Inkomsten: Dit omvat alle bronnen van inkomsten voor de gemeente, zoals de bijdragen uit het gemeentefonds, lokale belastingen/heffingen, leges, subsidies en overige inkomsten. • De lokale heffingen (afvalstoffen- en rioolheffing) en leges moeten worden besteed aan de taak waarvoor de middelen worden ontvangen. Lokale belastingen zijn vrij inzetbaar. • Kosten: Dit deel laat zien waaraan de gemeente haar geld uitgeeft, zoals personeelskosten, onderhoud van infrastructuur, sociale dienstverlening, en subsidies aan verenigingen en instellingen. • Resultaat: Het verschil tussen de totale inkomsten en kosten. Dit kan een overschot of een tekort zijn, wat aangeeft of de gemeente binnen haar budget heeft gewerkt.

Waaraan wordt het geld in de begroting besteed? De begroting na wijziging had in 2023 een omvang van circa € 90 miljoen. Het grootste gedeelte van de begroting is nodig om structurele wettelijk en structurele lokale taken uit te voeren. Dit zijn medebewindstaken (uitvoeren van deze door het Rijk opgedragen activiteiten ) en autonome taken (taken die de gemeente naar eigen inzicht

Kadernota 2025-2028 - 6

kan invullen, zonder dat deze door de centrale overheid zijn opgelegd). De begroting wordt voor een klein deel aangevuld met incidentele projecten die in een periode van één of meerdere jaren worden uitgevoerd. Waar komt het geld vandaan en hoe werkt dit? De gemeente ontvangt voor de uitvoering van de medebewindstaken en autonome taken een bijdrage uit het gemeentefonds. Het gemeentefonds is ontworpen om gemeenten de noodzakelijke financiële middelen te verstrekken om deze taken uit te voeren wat bijdraagt aan de financiële autonomie van gemeenten, stelt hen in staat om te voorzien in de specifieke behoeften van hun inwoners en om effectief te reageren op lokale uitdagingen en kansen. Dit principe is gebaseerd op het idee van financiële gelijkwaardigheid, wat betekent dat elke gemeente, ongeacht haar grootte of welvaart, in staat moet zijn om haar inwoners een vergelijkbaar niveau van openbare diensten en voorzieningen te bieden. Daarom moeten lokale keuzes worden gemaakt waaraan deze middelen worden besteed. Indien de gemeente een hoogwaardig voorzieningenniveau nastreeft en daar bovenop veel (incidentele) projecten opneemt in de begroting, dan moeten deze idealiter worden bekostigd door de lokale belastingen of door het aantrekken van vreemd vermogen.

Deelconclusie 1: Winst- en verliesrekening Maasdriel heeft JE Consultancy gevraagd een begrotingsscan uit te voeren; op zoek naar ruimte. “Binnen de begroting is nauwelijks tot geen ruimte voor keuzes in de exploitatie. De begroting en de realisatie worden bij de jaarstukken tegen elkaar afgezet. We zien in de analyse van de laatste jaarstukken dat de realisatie slechts beperkt afwijkt van de begroting. Het overgrote deel van de begroting wordt conform uitgevoerd en het jaarrekeningresultaat wordt dan ook veroorzaakt door een handvol incidentele mee- en tegenvallers. Maasdriel heeft de afgelopen jaren te maken gehad met overschotten in de exploitatie. Dat heeft met name te maken met de grote toename van de rijksuitkeringen. Budgettaire ruimte in de begroting is niet voorhanden. Ruimte om te versoberen of de omvang van autonome en wettelijke taken is slechts beperkt aanwezig.” (bron: begrotingsscan, JE consultancy) Een versobering, bezuinigen dus, zou daardoor niet leiden tot meer effectiviteit dan wel meer efficiëntie. Maasdriel zeilt al scherp aan de wind en loopt eerder risico dat in wettelijke taken te weinig wordt geïnvesteerd om resultaten te behalen en binnen de beoogde termijn. We zijn dus als Maasdriel goed bezig wat betreft de going

concern. Eventuele financiële ruimte is dan ook niet te vinden. Wel groeit de begroting (winst- en verliesrekening) jaarlijks door kostenstijgingen. Autonome loonstijgingen (cao-ontwikkelingen), prijsontwikkelingen (inflatie), bijstellingen van de begrotingen van onze eigen gemeenschappelijke regelingen en structurele ontwikkelingen in het lopende beleid (wettelijk en niet wettelijk) zorgen voor deze groei. Daarnaast komen er medebewindstaken bij die de gemeente uit moet voeren. Het beleid en de financiën van de gemeente worden hierop aangepast. Dit zorgt voor een uitbreiding van onze begroting. Deze uitbreidingen staan genoemd in de kadernota.

Kadernota 2025-2028 - 7

1.2 Financieel meerjarenperspectief dankzij 4 kengetallen Kengetallen: Informatie over de financiële gezondheid en de risico's In Nederland moeten gemeenten vijf verplichte financiële kengetallen opnemen in hun begroting en jaarstukken. Met behulp van vier kengetallen; netto schuldquote, solvabiliteit, structurele exploitatieruimte en belastingcapaciteit, geven we inzicht in het financiële meerjarenperspectief. Het kengetal grondexploitatie laten we buiten beschouwing omdat de gemeente momenteel enkel één actieve grondexploitatie heeft. De kengetallen geven inzicht in de financiële positie van de gemeente en zijn bedoeld om de raadsleden, maar ook burgers, beter te informeren over de financiële gezondheid en de risico’s. Het samenhangend bekijken van de financiële kengetallen is belangrijk voor een grondige beoordeling van de financiële positie en duurzaamheid van een gemeente. Elk kengetal belicht een ander aspect van de financiële huishouding. Hier volgt een uitleg over hoe deze kengetallen in samenhang kunnen worden gezien. Daarna gaan we in op de staat van de kengetallen binnen onze gemeente.

Kengetallen • Netto schuldquote • Sovabiliteit • Structurele exploitatieruimte • Grondexploitatie • Belastingcapaciteit

Samenhang tussen de kengetallen De netto schuldquote geeft een beeld van de schuldenlast van de gemeente. De solvabiliteit moet worden gezien in relatie tot de schulquote. Een hoge schuldquote gecombineerd met een lage solvabiliteitsratio kan wijzen op potentieel financieel risico, omdat het aangeeft dat de gemeente een groot deel van haar bezittingen heeft gefinancierd met schulden in plaats van met eigen vermogen. En vice versa uiteraard. De structurele exploitatieruimte is een directe indicator van de operationele financiële gezondheid van de gemeente. Het toont aan of de gemeente haar structurele lasten kan dekken met haar structurele baten. In samenhang met de solvabiliteitsratio en schuldquotes geeft het een beeld van de duurzaamheid van de financiële positie van de gemeente. De belastingcapaciteit is belangrijk om de andere kengetallen in context te plaatsen. Het toont ook de mate waarin een gemeente afhankelijk is van belastinginkomsten en de druk die dit op de burgers legt.

1.2.1 Netto schuldquote Wat betekent het? Netto schuldquote is het percentage wat de schuldenlast is in verhouding tot de jaarlijkse totale inkomsten. De schulquote bestaat uit de deling : schuld / inkomsten.Dit helpt te begrijpen hoe gezond de financiën van de gemeente zijn. Een hoge netto schuldquote betekent dat de gemeente relatief veel schulden heeft vergeleken met haar inkomsten, wat risicovol kan zijn. Als de netto schuldquote tussen 100% en 130% ligt, is de gemeenteschuld hoog. Hij moet niet verder stijgen. Als de netto schuldquote boven de 130% uitkomt, dan bevindt de gemeente zich in de gevarenzone. Blijft de netto schuldquote stijgen, dan is er sprake van onhoudbare gemeentefinanciën. Als de netto schuldquote na enkele jaren weer daalt, dan is er wel sprake van houdbare gemeentefinanciën.

Kadernota 2025-2028 - 8

Netto schuldquote: De staat van Maasdriel De netto schuldquote van Maasdriel wordt in de begroting steeds hoger en is daarmee onhoudbaar. Er worden steeds meer investeringen gepland. Daardoor zijn externe financieringen nodig. De groei van de inkomsten blijft achter. De rentelasten stijgen vanwege hoger wordende rentepercentages. In 2020 en 2021 was de rente voor gemeentelijke leningen negatief (men kreeg geld bij). Inmiddels zijn de rentestanden flink gestegen. Door vertraging in uitvoering, zijn kortlopende leningen omgezet in langlopende leningen. Dat is wettelijk verplicht. De rentelast van langlopende leningen is hoger en drukt op de begroting. Dit heeft overigens geen invloed op de ratio van de netto schuldquote. Maar onverlet is dat de gemeente gemeentelijke inkomsten nodig heeft om de schuldenlast en de gevolgen van de schuldenlast (rente) te betalen. Daarbij valt de schuldquote op werkelijke basis de laatste jaren steevast lager uit dan op begrote basis. Dat komt met name doordat laatste jaren minder werd geleend dan eerst verondersteld werd omdat er minder gerealiseerd is dan verwacht én doordat er laatste jaren vaker incidentele baten waren (denk aan: COVID, energietoeslag, Oekraïnegelden). Beide redenen leiden financieel tot een betere netto schuldquote, maar zijn maatschappelijk geen positieve situaties.

Overigens wordt de netto schuldquote de laatste jaren in stijgende mate – onhoudbaar - begroot, terwijl het resultaat achterblijft. Dit komt doordat er meer investeringen (ambities) gepland staan, dan er uitgevoerd kunnen worden.

1.2.2 Solvabiliteit Wat betekent het? Solvabiliteit is het percentage hoeveel het totaal vermogen uit eigen vermogen bestaat. Een solvabiliteitsratio van 25% betekent dat 25% van het vermogen uit eigen geld bestaat, en 75% van de schulden zijn die nog moeten worden afbetaald. Een solvabiliteit van boven de 50% wordt als sterk ervaren. Een solvabiliteit onder de 20% wordt beoordeeld als risicovol. Het volume aan schulden is dan dermate groot dat de gemeente kwetsbaar wordt bij onverwachte situaties. Solvabiliteit kan verhoogd worden door minder schulden aan te trekken of meer eigen vermogen te genereren.

Kadernota 2025-2028 - 9

Solvabiliteit: De staat van Maasdriel De solvabiliteit van Maasdriel is laag en in de begrootte vooruitzichten blijft dit zo. Daarbij is de solvabiliteit de laatste jaren op werkelijke basis steeds hoger dan begroot. Dit heeft twee oorzaken. 1) Doordat er minder gerealiseerd is dan aanvankelijk werd verwacht. Het gevolg is dat er daardoor minder werd geleend dan eerst verondersteld werd in de begroting. Dat is ook (maar dan andersom) terug te zien in de netto schuldquote waarbij de verwachte leningen groter zijn dan daadwerkelijk is geleend. 2) Doordat er laatste jaren vaker incidentele baten waren (denk aan: COVID, energietoeslag, Oekraïnegelden). Beide redenen leiden financieel tot een betere solvabiliteit, doordat de reserves toenemen, maar zijn

maatschappelijk geen positieve situaties. Geld blijft over omdat minder is gerealiseerd. Er blijven immers ambities liggen omdat ze niet uitgevoerd zijn en bij de incidentele baten behoren incidentele extra taken.

1.2.3 Structurele exploitatieruimte Wat betekent het? Structurele exploitatieruimte is een indicator voor de ruimte die een gemeente heeft om lasten te dragen. Met andere woorden; de structurele exploitatieruimte toont aan of je je eigen broek kan ophouden zonder je spaarvarken te gebruiken. Zolang het percentage boven 0% is, is dit het geval én is er - financieel - ruimte voor nieuw beleid zonder dat dit drukt op algemene reserve. Wordt hier geen aanspraak op gemaakt, kan de gemeente haar eigen vermogen laten groeien wat leidt tot een betere solvabiliteit en netto schuldquote. Een negatieve structurele exploitatieruimte (-0%) wordt beoordeeld als risicovol. De kosten zijn dan groter dan de inkomsten en maakt de gemeente extra kwetsbaar. Structurele exploitatieruimte kan verbeteren door minder kosten te maken, zoals minder te lenen (minder rentelasten) en/óf meer inkomsten te genereren. Als het voor een investering nodig is een lening aan te trekken, maar deze investering structurele inkomsten genereert, dan draagt deze investering niet bij aan een negatieve structurele exploitatieruimte.

Kadernota 2025-2028 - 10

Structurele exploitatieruimte: De staat van Maasdriel De structurele exploitatieruimte van Maasdriel is laag. Dit betekent dat onze portfolio van investeringen & projecten niet leiden tot structurele inkomsten. De investeringen moeten dus uit andere inkomstenbronnen betaald worden, zoals ozb, verblijfsbelasting en Rijksmiddelen (die voor wettelijke taken bedoeld zijn). Zowel de begroting als het resultaat schommelt tegen de 0%. De positieve resultaten uit het verleden komen door incidentele meevallers die zich meerjarig laten zien. Een negatieve exploitatieruimte moeten worden voorkomen; bijsturen is dus noodzakelijk. Kostenverlaging op wettelijke taken lijkt volgens de begrotingsscan lastig: “Maasdriel geeft op nagenoeg alle terreinen aanzienlijk minder uit dan vergelijkbare gemeenten. Vandaar dat er ook geen breed beeld te geven is van mogelijke begrotingsruimte.” (bron: begrotingsscan, JE Consultancy) Het verbeteren van de structurele exploitatieruimte moet dus gevonden worden door meer inkomsten te genereren.

1.2.4 Belastingcapaciteit Wat betekent het? Belastingcapaciteit is het percentage van hoe de gemiddelde woonlasten in Maasdriel (ozb, riool, afvalstoffenheffing) zich verhouden tot het landelijk gemiddelde. Bij 100% is Maasdriel gelijk aan het landelijk gemiddelde. Hoe hoger dit percentage, des te meer belasting wordt op de Maasdrielse inwoners geheven, ten opzichte van het landelijk gemiddelde. Dit is overigens niet alleen de belasting die de gemeente heft. Ook het waterschap (riool, watersysteem) als de AVRI (afvalstoffenheffing) tellen mee in de belastingdruk. Dat betekent dat wanneer Maasdriel inwoners niet zwaarder belast met lokale heffingen, de belastingdruk toch kan stijgen door andere heffingen. Een belastingcapaciteit hoger dan 105% is ongewenst omdat inwoners niet extra belast kunnen worden. De rek is er dan uit, waardoor de weerbaarheid afneemt. De belastingcapaciteit kan verbeteren door inwoners minder zwaar te belasten.

Kadernota 2025-2028 - 11

Belastingcapaciteit: De staat van Maasdriel De belastingcapaciteit van Maasdriel is hoger dan gemiddeld. Dat het resultaat hoger is dan begroot, komt met name vanwege het feit dat laatste jaren de lokale heffingen voor afvalstoffen en riool zijn gestegen. De gemeentelijke belastingen zijn minder gestegen. Deelconclusie 2: Kengetallen De netto schuldquote en solvabiliteit geven beiden hetzelfde beeld. Er worden meer investeringen verwacht dan in werkelijkheid gerealiseerd worden. Het geeft financieel gezien een beter resultaat, maar maatschappelijk geen positieve situatie. Er is werk blijven liggen. Daarbij wordt dit effect in zichtbaarheid gedempt vanwege incidentele meevallers. Vanuit de structurele lijn zijn de inkomsten voor Maasdriel relatief laag omdat er nagenoeg evenveel inkomsten zijn als kosten. De structurele exploitatieruimte is laag omdat investeringen en projecten niet leiden tot structurele inkomsten. De belastingcapaciteit gaat de komende jaren weliswaar toenemen, maar dat is vanwege belastingverhogingen van bijvoorbeeld waterschap en afvalstoffendienst. Dat zien we dus niet terug in een meer structurele ruimte binnen onze financiën. Gemeentelijke belastingen, zoals de OZB, zijn al jaren stabiel of worden sinds kort verbeterd zoals de verblijfsbelasting.

Kadernota 2025-2028 - 12

1.3 Investeringen en ambities Om opgaven te realiseren, worden er leningen aangetrokken. Dat betekent dat, financieel gezien, er drie totaal bedragen zijn; het totaal aan opgaven, het totaal aan wat financieel geleend kan worden waarbij de rentelasten betaald kunnen worden en het totaal bedrag dat Maasdriel kan realiseren. Voor gemeente Maasdriel is het totaal bedrag dat gerealiseerd kan worden in de komende 4 jaar ongeveer 28 miljoen euro; de realisatiekracht. Voor de komende 4 jaar kan ongeveer 40 miljoen aan leningen worden aangetrokken waarbij de rentelasten, zonder problemen, structureel betaald kunnen worden. Dit betekent dat Maasdriel, financieel gezien, meer kan lenen dan het kan uitvoeren. Het totaal aan opgaven is echter ongeveer 112 miljoen euro.

1.3.1 Opgaven versus financiële kracht en realisatiekracht In de praktijk betekent dit dat van alle opgaven die Maasdriel heeft, een derde gefinancierd kan worden en een vierde gerealiseerd. Theoretisch gezien heeft Maasdriel voor de komende 20 jaar aan opgaven op de plank liggen. Elke nieuwe opgave komt daar extra bij. Om deze situatie te overzien zijn er twee voor de hand liggende oplossingen: 1) realisatiekracht vergroten. 2) opgaven bijstellen.

Kadernota 2025-2028 - 13

Realisatiekracht vergroten wordt momenteel onderzocht, maar lijkt - financieel gezien - niet zondermeer makkelijk te zijn. Volgens de begrotingsscan zijn er geen taakvelden waarop bezuinigd kan worden om zo meer capaciteit vrij te maken voor de opgaven. Daarbij staat in de begrotingsscan aangemerkt dat een gemeente met een omvang als Maasdriel doorgaans een realisatiekracht tussen de 5 á 7,5 miljoen heeft. (bron: begrotingsscan, JE consultancy) Financieel gezien is er beperkte ruimte om meer capaciteit bij te zetten, zeker als dit vanwege de hogere kosten met externe inhuur is. Meer structurele inkomsten zouden, financieel gezien, deze ruimte verder vergroot kunnen worden. Dit zou alleen ingezet kunnen worden om de realisatiekracht vergelijkbaar te maken met de financiële kracht; het verschil met de opgaven is te groot.

1.3.2 Investeringen en projecten portfolio Het totaal aan investeringen in de periode 2024-2027 hebben een omvang van 112 miljoen euro. De gemeente heeft verschillende soorten investeringen. Deze zijn voor dit document onderverdeeld in drie hoofdcategorieën: wettelijke investeringen, structurele taken als gevolg van lokaal beleid en investeringen die gericht zijn op lokale (nieuwe) ambities.

Kadernota 2025-2028 - 14

50 miljoen aan wettelijke investeringen Wettelijke taken zijn de opgaven die Maasdriel krijgt vanuit het Rijk. Deze investeringen zijn verplicht en voorgeschreven door de nationale wetgeving. De gemeente heeft weinig tot geen keuze in het al dan niet uitvoeren van deze projecten. Meestal komt hier vanuit het Rijk ook de middelen bij, in het gemeentefonds, om deze taak uit te voeren dan wel te implementeren. De VNG voert een lobby bij het Rijk dat de beschikbaar gestelde middelen niet voor alle wettelijke taken voldoende is. Voorbeelden van wettelijke investeringen zijn: • Investeringen in de openbare ruimte, zoals het onderhoud van wegen en openbare verlichting. • Investeringen in riool- en watertaken. • Investeringen in onderwijsfaciliteiten

Kadernota 2025-2028 - 15

31 miljoen aan structurele taken als gevolg van lokaal beleid Dit type investering omvat projecten die voortvloeien uit het (in het verleden) vastgestelde beleid van de gemeente en die gericht zijn op het structureel verbeteren van de gemeentelijke voorzieningen. De gemeente doet meer dan wettelijk noodzakelijk is. Deze taken worden slechts deels gedekt uit Rijksmiddelen. Aanvullingen hiervoor zijn noodzakelijk uit lokale belastingen. Voorbeelden van structurele taken zijn: • Uitbreiding/verbetering van de wegeninfrastructuur of onderwijsfaciliteiten. • Het gemeentelijk verkeers- en vervoersplan • De vervanging/renovatie van sportvelden

31 miljoen aan (nieuwe) lokale ambities Deze categorie omvat investeringen die specifiek zijn gericht op het verwezenlijken van nieuwe doelen en ambities die de gemeente heeft gesteld. Deze projecten zijn vaak innovatief en gericht op toekomstige ontwikkelingen. Het Rijk keert geen middelen uit voor deze ambities. Ze dienen dus volledig betaald te worden uit de lokale belastingen. Voorbeelden van lokale ambities zijn: • Investeringen in recreatieve faciliteiten • Projecten zoals verplaatsing van de zandbedrijven

Deelconclusie 3: Willen versus kunnen Het is belangrijk om deze investeringen te onderscheiden en te inventariseren wat wettelijk is, wat structureel is en welke lokale ambities er zijn. Juist omdat het verschil tussen realisatiekracht en totaal aan opgaven dusdanig groot is, heeft keuzes maken consequenties. Het aantal vervangingsinvesteringen die Maasdriel heeft voor de wettelijke en structurele opgaven in 2023 was ongeveer 7 miljoen. De realisatiekracht van 2023 was ook 7 miljoen, wat passend is bij een gemeente met deze omvang (bron: begrotingsscan, JE Consultancy). Dat betekent dat alle wettelijke en structurele opgaven konden worden uitgevoerd. In de jaarrekening van 2023 is te lezen dat er ook is geïnvesteerd in lokale ambities. Inherent hieraan is dat hierdoor wettelijke en structurele taken niet zijn uitgevoerd. De combinatie van grafieken laat een aantal verschillende zaken zien:

Kadernota 2025-2028 - 16

1) Onoverbrugbaar verschil tussen realisatiekracht en investeringen De grafiek laat een verschil zien tussen de omvang van de investerings- en projectenportfolio en de uitvoeringskracht. Dit betekent dat we veel meer investeringen hebben dan we kunnen uitvoeren.

2) Onoverbrugbaar verschil tussen financiële kracht en investeringen De grafiek laat een verschil zien tussen de omvang van de investerings- en projectenportfolio en de financiële draagkracht. Dit betekent dat we veel meer investeringen hebben dan we kunnen lenen.

3) Stapeling aan wettelijke taken overschrijden zowel realisatiekracht als financiële kracht De grafiek laat zien dat de som van wettelijke taken de financiële draagkracht en realisatiekracht overschrijdt. Deze stapeling is ontstaan doordat wettelijke taken zijn uitgesteld, vertraagd in uitvoering of omdat de realisatiekracht is ingezet voor andere opgaven, zoals structurele taken of lokale ambities. Daardoor loopt Maasdriel achter bij de uitvoering van de wettelijke taken. De grondslag van deze investeringen zit in de nationale wet- en regelgeving. De achterstand is een risico voor onze gemeente omdat het beheer van de kapitaalgoederen (wegen, vastgoed, openbare verlichting, riool en gemeentelijk vastgoed) niet op orde is. Het is van belang om inzichtelijk te krijgen om welke taken dit gaat en te prioriteren hoe zij uitgevoerd gaan worden.

4) Structurele taken uit lokaal beleid en lokale ambities zijn niet zondermeer te financieren Bovenwettelijke investeringen die voortkomen uit structurele taken van lokaal beleid of uit lokale ambities maken het verschil tussen de totale som van investeringen en wat geleend dan wel uitgevoerd kan worden, nog groter. De gemeente kan keuzes maken bij investeringen binnen de structurele taken en lokale ambities. Uw raad kan een eerder vastgesteld lokaal beleid omkeren, afschalen naar de wettelijke basis en een andere keus maken bij de investeringen in lokale (nieuwe) ambities.

Kadernota 2025-2028 - 17

1.4 Conclusie Kijkende naar de Winst en Verliesrekening is Maasdriel in staat om de inkomsten en kosten goed te begroten. De verschillen zijn voornamelijk afkomstig door incidentele inkomsten en onverwachte/onvoorziene uitgaven. Dit betekent ook dat er geen budgettaire ruimte is. “Maasdriel is een gemeente die nauwelijks begrotingsflexibiliteit heeft: Op vrijwel geen taakvelden heeft u veel keuzevrijheid, dat wil zeggen dat de wettelijke verplichtingen voor die taakvelden u ruimte voor keuzes zouden geven.” “Wel kunt u de inkomsten verhogen tot een gemiddeld tarief. Dat levert ruim 1 miljoen euro op.” (bron: begrotingsscan, JE consultancy) De kengetallen geven in het meerjarenperspectief aan dat het aantal investeringen dat gepland is, groter is dan kan worden gerealiseerd. Opgaven, ook wettelijke taken, worden overgeheveld naar het volgende jaar. Dat is financieel gezien positief, maar betekent in werkelijkheid dat we meer willen dan we kunnen realiseren. Daarbij, leiden de gedane investeringen niet tot structurele inkomsten. Inwoners worden wel zwaarder belast door lokale belastingen, afvalstoffenheffing en waterschap, maar die leiden niet tot gemeentelijke inkomsten. Dat betekent dat alle investeringen, wettelijk, structureel en lokale ambities voornamelijk moeten worden betaald uit de Rijksuitkeringen die bedoeld zijn voor wettelijke taken.

Gemeente Maasdriel springt hier al jaren slim mee om; we zeilen scherp aan de wind wat betreft onze wettelijke taken. Een toename van investeringen, die voornamelijk uit structurele taken en lokale ambities komen, zetten de wettelijke taken wel steeds meer onder druk. Er zijn immers geen middelen meer voorhanden om deze extra’s ook als extra te financieren. De rek is er uit. Opgaven stapelen zich op, waarbij niet alleen ambities worden uitgesteld, maar er ook achterstallig onderhoud komt op wettelijke en lokale beleidstaken. Er is dan ook een risicovolle achterstand in de wettelijke taken die stapelen tot boven het niveau van realisatiekracht. Hierdoor kunnen we niet alle wettelijke taken op tijd realiseren. Door meer ambities te stellen dan gerealiseerd kunnen worden, stapelen we ambities en ontstaat een investeringsboeggolf. “Uw investeringsboeggolf die u jaarlijks meeneemt belast uw organisatie zeer. Wij adviseren u deze boeggolf eerst weg te werken alvorens nieuwe ambities op te nemen door eerst de bestaande projecten en budgetten af te ronden.” … “De organisatie kan er niks meer bij hebben. En dat ligt niet aan het feit dat de medewerkers niets willen.” (bron: begrotingsscan, JE consultancy) Bijsturen is noodzakelijk, omdat de verschillen tussen realisatiekracht, financiële kracht en opgaven te groot zijn om te overbruggen.

Een vierde van de opgaven kunnen we op dit moment realiseren. En dat zien we terug in het omgevingsbeeld over de gemeente; het tast ons imago aan als vakbekwame en betrouwbare overheid.

Kadernota 2025-2028 - 18

1.5 Financieel handelingsperspectief Vanuit financiën is er een handelingsperspectief te bieden met maatregelen die deze cijfers en grafieken in positieve zin zullen beïnvloeden. De lijst is niet limitatief en staat los van het bestuurskrachtonderzoek. Het zijn enkel maatregelen die financiële uitwerking hebben. Mogelijk zal vanuit het bestuurskrachtonderzoek eenzelfde aanbevelingen worden gedaan, aangezien financiën een belangrijke graadmeter is voor bestuurskracht.

Wat Rust, Reinheid, Regelmaat, Regelarmer en Rechtmatigheid al hebben opgeleverd Er is een financieel protocol in werking gesteld. Dit protocol geeft aan wat in college- en raadsvoorstellen de financiële paragraaf beschreven moet zijn. Indien uw raad nog geen besluit heeft gegeven, of budget heeft toegekend, worden deze voorstellen zoveel mogelijk – vanuit financieel oogpunt– verzameld voor behandeling bij de kaderbrief. Zodoende heeft uw raad de mogelijkheid om integraal te kiezen en investeringen met elkaar te vergelijken. Hierdoor zijn ook de financiële effecten, bijvoorbeeld in de kengetallen, direct inzichtelijk. Het is raadzaam als uw raad deze houding ondersteund en hier rekening mee houdt bij moties en amendementen. Investeringen en initiatieven worden voortaan getoetst aan de CorVus-index. Simpel gezegd geeft deze index een waardering hoeveel de lasten zijn ten opzichte van het aantal Maasdrielse inwoners die er baat bij hebben. Hoe hoger de index, des te meer deze maatschappelijke opgave kost per inwoner. Uiteraard is dit geen sluitende toets en mogen principes of maatschappelijke doelen geld kosten. Wel is het een richtinggevende index om aan te geven hoeveel het realiseren van een maatschappelijke opgave kost per hoofd. Met structurele inkomsten kan de index overigens gunstiger, naar beneden, worden bijgesteld. Het is raadzaam als uw raad deze houding ondersteund.

Vuistregel bij de CorVus-index is: CorVus-index = (Totale kosten / 10) - (structurele inkomsten) ------------------------------------------------------aantal Maasdrielse inwoners die er baat bij hebben De constante 10 wordt aangehouden om de totale kosten om te zetten naar jaarlijkse lasten rekening houdend met afschrijving en rente. Een specifieke index kan berekend worden wanneer alle variabelen bekend zijn.

Aanbevelingen voor uw raad om tot een beter financieel perspectief te komen Het is raadzaam om de lijst van investeringen door uw raad te laten beoordelen. Financieel gezien zijn hiervoor een aantal aanbevelingen raadzaam. • Gezien de som van wettelijke taken groter is dan de realisatiekracht, is het raadzaam om wettelijke taken te prioriteren, en te toetsen op effectiviteit. Welke wettelijke taken moeten nu gerealiseerd worden om aan de wettelijke kaders te blijven voldoen. • Het is aan te bevelen de effectiviteit van structureel beleid te toetsen. Daarbij zou het raadzaam zijn te toetsen of het mogelijk en wenselijk is af te schalen naar de wettelijke basis, evenals hier structurele inkomsten voor te vinden.

Kadernota 2025-2028 - 19

• Het is raadzaam scherpere keuzes op lokale ambities te maken. Daar lokale ambities geen wettelijke basis hebben, kan hiernaar niet worden terug geschaald. Wel is goed om bij deze ambities te zoeken naar verdienmodellen zodat er structurele inkomsten zijn. • Het is raadzaam om meer inkomsten te genereren, zodat er meer financiële ruimte ontstaat en de solvabiliteit en netto schuldquote verbeteren. Zeker bij structurele taken en lokale ambities waarbij geen Rijksmiddelen voorhanden zijn. • Het is raadzaam om lokale ambities te inventariseren op de leeftijd van het initiatief. Is dit nog steeds een langgekoesterde wens? Of staat het alleen nog in de boeken als een goed idee van destijds en nu een oud idee waar de wens van verloren is gegaan? Zeker bij projecten die nog niet zijn opgestart. Al gestarte projecten kunnen overigens ook worden getoetst hierop, al is het dan belangrijk in welke fase het project zich bevindt en welke kosten er zijn als een project eerder wordt beëindigd, dan wel afgeschaald naar de wettelijke basis. • Het faseren van wettelijke taken, structureel beleid en lokale ambities is raadzaam. De totale som van 112 miljoen aan opgaven is geraamd voor de eerst komende 4 jaar. Fasering van projecten over een langer termijn zal de totale som van opgaven verdelen over een meer behapbare dosis werk per jaar.

Dit is echter alleen raadzaam nadat alle eerdere aanbevelingen zijn doorlopen, én er scherpe afspraken worden gemaakt in uw raad over nieuw toe te voegen investeringen door lokaal beleid of ambities. Anders zou met dit besluit de boeggolf aan investeringen, door het stapelen van ambities, voor komende jaren in stand worden gehouden en mogelijk zelfs worden verergerd. De bovenstaande aanbevelingen verhouden zich tot de 3 categorieën van wettelijke taken, structureel beleid en lokale ambitie op de wijze:

Kadernota 2025-2028 - 20

Voorbeeld: Er is 500.000 euro nodig voor een initiatief waarbij 500 Maasdrielse inwoners baat bij hebben. De CorVus-index is dan (500.000/10)/500 = 100 €/capita. Om de CorVus-index gunstiger te maken, wordt het initiatief aangepast. Er kunnen nu 1000 inwoners gebruik van maken, wat de index halveert tot 50€/capita. Daarbij wordt rond het initiatief een jaarlijks evenement georganiseerd waarbij bezoekers entree betalen. Verwacht wordt dat dit leidt tot inkomsten van 20.000 €/jaar. De CorVus-index is dan ((500.000/10) – (20.000) / 1000 = 30 €/capita.

Kadernota 2025-2028 - 21

2 Aandachtspunten Notities commissie BBV Er zijn nieuwe notities van de commissie BBV gepubliceerd: • Notitie grondbeleid in de begroting en jaarstukken 2023. • Notitie rente 2023. • Notitie overhead 2023. In 2024 werkt de commissie BBV waarschijnlijk aan een nieuwe notitie over de Balans. Ook komt er een nieuwe versie van de Notitie Verbonden partijen. Bij het opstellen van de planning & controldocumenten houden we rekening met de notities van de Commissie BBV. Indien nodig wordt de financiële verordening van de gemeente hierop aangepast.

Ontwikkelingen in het gemeentefonds De meicirculaire 2024 vormt de basis voor de Programmabegroting 2025. De meicirculaire komt uit na het versturen van de kadernota. Via een raadsinformatiebrief stellen wij uw raad op de hoogte van de uitkomsten voor bespreking van de kadernota in de raad. Binnen het gemeentefonds zijn alvast vijf belangrijke ontwikkelingen te noemen: De nieuwe financieringssystematiek, het verdwijnen van de opschalingskorting, de herijking van het gemeentefonds, de financiële verhoudingen tussen Rijk en gemeenten en de insteek om het aantal specifieke uitkeringen te verminderen.

Nieuwe financieringssystematiek Het demissionaire kabinet heeft besloten om al in 2024 (en niet per 2027 zoals eerder de insteek was) een nieuwe financieringsmethodiek in te voeren voor gemeenten en provincies. Het doel van het Rijk is om een “stabiele(re) financiering en daarmee meer autonomie voor deze medeoverheden” te bereiken. De nieuwe systematiek koppelt de ontwikkeling van het gemeentefonds (dat heet ‘accres’) los van de ontwikkeling van de rijksuitgaven. In plaats daarvan koppelt het Rijk de ontwikkeling van het gemeentefonds aan de ontwikkelingen van het bruto binnenlands product. Dat leidt op korte termijn tot een lagere uitkering voor decentrale overheden. Terwijl het rijk die afname van het gemeentefonds in 2024, en in de jaren 2026 tot en met 2029 volledig compenseert, is dat in 2025 niet het geval. Het rijk haalt 675 miljoen uit het gemeentefonds van ongeveer 31,5 miljard. Volgens het demissionair kabinet kunnen praktisch alle gemeenten deze incidentele korting van 675 miljoen op het gemeentefonds in 2025 opvangen. Dat standpunt baseert het kabinet op de flink gegroeide gemeentelijke reserves van de afgelopen jaren. Het accres bestaat uit een volumedeel en een nominaal deel. Met het volumedeel bedoelen we het deel dat gaat over de compensatie van bevolkingsgroei en reëel accres. Met het nominale deel bedoelen we de compensatie voor loon- en prijsontwikkeling.

Kadernota 2025-2028 - 22

• Het volumedeel van het accres wordt gebaseerd op de (gemiddelde) ontwikkeling van het bruto binnenlands product van de afgelopen 8 jaar (t-9 t/m t-2) , waardoor het fonds minder schommelt. • De indexatie voor het loon- en prijsdeel verandert mee met de prijsontwikkeling van het bruto binnenlands product van het lopende jaar waardoor de fondsen reëel ‘op niveau’ blijven. Hoewel de nieuwe financieringssystematiek stabiliteit kan brengen, schiet ze tekort om de groei van de uitgaven voor zorgkosten van gemeenten op te vangen. Die kosten stijgen namelijk harder dan het gemiddelde bbp. Daarnaast leidt de nieuwe berekeningswijze tot schommelingen met een éxtra nadeel. De VNG wil dat de systematiek daarom aangepast wordt om te voorkomen dat er een jaarlijks groeiend tekort ontstaat en op instemming kunnen rekenen van alle overheden, niet alleen het rijk. Het demissionaire kabinet legde in de Voorjaarsnota vast dat er heldere afspraken moeten komen over een passende objectieve indexering (die rekening houdt met de kostenontwikkeling en demografie en vergrijzing) en aparte fondsvorming voor de Wmo. Dit biedt gemeenten een beter perspectief op het beheersen van de uitgaven. Op het fysiek terrein spelen een aantal fundamentele ontwikkelingen die veel van overheden vragen.

Erkend is dat er onderzoek nodig is naar de vraag of de bbp-systematiek evenredig meebeweegt met de ontwikkeling van de kosten op de beleidsterreinen openbaar vervoer, infrastructuur en natuur.

Opschalingskorting De opschalingskorting werd in 2015 ingevoerd als prikkel voor gemeenten om te fuseren. Het idee van het toenmalige kabinet was dat grotere gemeenten veel schaalvoordelen hebben, dus dat een korting op het gemeentefonds gerechtvaardigd was. In die tijd wilde het rijk nog toe naar een systeem met alleen maar 100.000plus gemeenten, maar die beleidsambitie werd al snel losgelaten. De opschalingskorting, oplopende tot bijna een miljard in 2025, bleef wel. Sinds 2020 is de opschalingskorting bevroren. De gepauzeerde opschalingskorting zou in 2026 terugkeren, maar gemeenten en veel landelijke partijen roepen al langer op tot het volledig afschaffen ervan. In de voorjaarsnota bevestigt het demissionair kabinet dat in overleg met de VNG het IPO en de waterschappen inderdaad zo besloten is. Het rijk geeft daarom vanaf 2026 structureel 715 miljoen extra aan decentrale overheden, waarvan 675 miljoen euro aan gemeenten. Het terugdraaien van deze korting verkleint het gat voor gemeenten vanaf 2026 dus met € 675 miljoen.

Herijking gemeentefonds Vanaf 1 januari 2023 is het verdeelmodel van het gemeentefonds volledig herzien. Het doel van het Rijk is een stabiel verdeelmodel dat zoveel mogelijk aansluit bij de kosten van de gemeenten. Een ‘ingroeipad’ zorgt ervoor dat de gevolgen van de herziening beperkt blijven. Tot en met 2027 blijven de financiële gevolgen beperkt tot maximaal € 37,50 per inwoner. Het Rijk evalueert en beoordeelt het verdeelmodel of het nog beter kan. Het Rijk is van plan om de evaluatie voor de zomer van 2024 af te ronden. In de meicirculaire van 2025 leest u hier dan meer over.

Financiële verhoudingen Het Rijk en gemeenten zijn nog in gesprek over de financiële verhoudingen. Dat betekent dat nog niet zeker is of de gemeente na 2025 extra geld krijgt.

Specifieke uitkeringen In de Voorjaarsnota staat dat er op korte termijn een plan wordt uitgewerkt om te komen tot een vermindering van het aantal specifieke uitkeringen (SPUK's). In 2018 waren er nog 16 specifieke uitkeringen, in 2021 was dat

Kadernota 2025-2028 - 23

aantal opgelopen tot 131. Een specifieke uitkering is geoormerkt geld voor decentrale overheden om specifiek beleid uit te voeren. Het nadeel is dat hiermee de beleidsvrijheid van decentrale overheden wordt ingeperkt. Daarnaast is de verantwoordings- en administratielast voor gemeenten groot en zorgt het voor hoge kostenstijgingen. De nieuwe coalitie wil tegemoetkomen aan de lang gekoesterde wens om het aantal specifieke uitkeringen sterk terug te dringen, maar kort daarvoor het gemeentefonds wel met 638 miljoen. Dat staat in het nieuwe hoofdlijnenakkoord.

Klimaat- en energieakkoord De gemeente speelt een belangrijke rol in de uitvoering van de klimaat- en energieplannen. Voor de jaren 2023 tot en met 2030 is er in totaal € 5,38 miljard beschikbaar voor de uitvoeringskosten voor gemeenten en provincies. In 2023 kregen gemeenten € 341 miljoen. Gemeenten moeten ervan uit kunnen gaan dat ze dit geld elk jaar krijgen. Het bedrag dat de gemeente Maasdriel kreeg voor 2023, mogen we vanaf 2025 jaarlijks in de begroting opnemen. Met dit geld kunnen gemeenten extra personeel aantrekken. Gemeenten kunnen meer kennis opdoen en experts inhuren. Voor de jaren 2024 en 2025 is meer geld beschikbaar dan wat gemeenten in totaal in 2023 kregen. Of de gemeente recht heeft op dit extra geld, hangt af van de plannen. Dit heet daarom planfinanciering. In totaal is hiervoor in 2024 € 90 miljoen en in 2025 € 300 miljoen beschikbaar. Rijk, provincies en gemeenten hebben afgesproken dat de gemeenten de tot en met 2025 toegekende middelen als structureel dekkingsmiddel mogen aanmerken.

Financieel toezicht door de Provincie Gelderland De Nederlandse gemeenten staan onder toezicht van de provincies. De gemeente Maasdriel streeft naar de lichtste vorm van toezicht, namelijk repressief toezicht. De provincie ziet erop toe dat de gemeente een sluitende begroting heeft voor het komende jaar of een sluitende meerjarenraming uiterlijk in het laatste jaar van de vierjarenbegroting. Repressief toezicht is toezicht achteraf. Bij deze vorm van toezicht is geen goedkeuring van de besluiten door de provincie nodig. De intensiteit van repressief toezicht is laag wanneer: • De gemeente in de begroting voor het aankomende jaar (2025) een evenwicht kent tussen de structurele uitgaven en inkomsten; • Het evenwichtop tijd wordt hersteld in de meerjarenraming, uiterlijk in 2028 als de begroting in 2025 niet structureel en reëel in evenwicht is. Voor 1 januari 2025 neemt onze toezichthouder een besluit over de toezichtvorm voor 2025. Repressief (regulier) toezicht is standaard. Dit geldt als de begroting voldoet aan de eisen.

Kadernota 2025-2028 - 24

3 Opzet begroting De Gemeentewet schrijft voor dat iedere gemeente jaarlijks begrotings- en verantwoordingsstukken moet opstellen. Een goede vergelijkbaarheid van baten en lasten die verbonden zijn aan de verschillende taken van gemeenten is in het belang van de raad, die dergelijke informatie kan benutten voor de eigen sturing op prioriteiten. Daarbij is het van belang dat de informatie van goede kwaliteit is en aansluit op de behoefte van gemeenten. Een brede beschikbaarheid van deze gegevens stelt andere stakeholders in staat zelf vergelijkingen te maken en deel te nemen aan het debat over beleidsprioriteiten. Dit draagt bij aan een grotere transparantie van het proces rond begroting en verantwoording en een grotere betrokkenheid van alle belanghebbenden. Door de informatie primair in te richten naar de informatiebehoefte van de gemeenten en deze te stroomlijnen met de informatiebehoefte van het Rijk, het CBS en Europa wordt het mogelijk om relevante en vergelijkbare financiële informatie te genereren.

Programma's Het eerste gedeelte van de begroting bestaat uit een nadere toelichting op de programma’s. Elk programma begint met een inleidende tekst (wat het doel van het programma is en welke taakvelden onder dit programma vallen) en vervolgens worden de onderstaande onderwerpen per programma toegelicht. We beperken ons daarbij tot wat de bijzonderheden in het nieuwe jaar zijn. • Wat willen we bereiken? De belangrijkste doelen en maatschappelijke effect(en) met bijbehorende effectindicatoren. • Wat gaan we daarvoor doen? Toelichting van activiteiten en prestaties die bij onze doelen horen. Indien mogelijk zijn er ook bijbehorende prestatie-indicatoren geformuleerd. Daarmee maken we het verband tussen de prestatie, het doel en het maatschappelijk effect inzichtelijk. • Wat mag het kosten? We presenteren voor de exploitatie de meerjarige lasten, baten en het saldo. • Relevante nota’s met betrekking tot de verschillende taakvelden. • Betrokken verbonden partijen: van de rechtspersonen waarin we een bestuurlijk en financieel belang hebben, beschrijven we de bijdrage aan onze doelstellingen en actuele ontwikkelingen en risico’s. • BBV-indicatoren: dit is een uniforme basisset van indicatoren die periodiek landelijk beschikbaar zijn. Via de website waarstaatjegemeente.nl zijn de indicatoren beschikbaar.

• Wij streven ernaar om het aantal woorden terug te dringen in de beschrijving van doelen en activiteiten. Ondermeer door teksten in de programma s te beperken tot bijzonderheden in het nieuwe jaar.

Financiële begroting In het tweede gedeelte van de begroting wordt de financiële opbouw van de begroting toegelicht. De financiële begroting begint met een overzicht van de baten en lasten, waarvoor de raad het college autoriseert en waarmee het vastgelegde beleid, dat is opgenomen in de programma’s, wordt uitgevoerd. Vervolgens vindt verdere toelichting plaats over de volgende onderdelen van de financiële begroting: • Algemene uitgangspunten

Kadernota 2025-2028 - 25

• Toelichting financiële begroting • Algemene dekkingsmiddelen • Overhead • Vennootschapsbelasting • Onvoorzien • Geprognosticeerde balans • Reserves en voorzieningen • Meerjareninvesteringsbegroting

Paragrafen Het derde gedeelte van de begroting bevat de paragrafen. Hier worden de beleidslijnen vastgelegd met betrekking tot relevante beheersmatige aspecten, alsmede tot de lokale heffingen. Het BBV schrijft de volgende paragrafen voor: • Lokale heffingen • Weerstandsvermogen en risicobeheersing • Onderhoud kapitaalgoederen • Financiering • Bedrijfsvoering • Verbonden partijen • Grondbeleid • Wet Open Overheid De Wet Open Overheid (Woo) is toegevoegd als verplichte paragraaf. Daarin wordt voorgeschreven dat bestuursorganen in de jaarlijkse begroting aandacht besteden aan de beleidsvoornemens inzake de uitvoering van deze wet en in de jaarlijkse verantwoording verslag doen van de uitvoering ervan, mede in relatie tot de beleidsvoornemens. In de memorie van toelichting bij de Woo staat o.a. dat met dit artikel beoogd wordt een impuls te geven aan de actieve openbaarheid door voor te schrijven dat bestuursorganen in hun begroting en verantwoordingsverslag aan moeten geven hoe zij rekening houden met de bepalingen uit de Woo. Daarnaast staat het de gemeente vrij om zelf extra paragrafen toe te voegen. In samenspraak met de raad wordt bepaald of er behoefte is aan dergelijke paragrafen.

Kadernota 2025-2028 - 26

4 Financieel-technische uitgangspunten In deze paragraaf worden de financiële technische uitgangspunten weergegeven.

Algemeen • Uitgangspunt is de programmabegroting 2024 met de daarop vastgestelde wijzigingen; • Er wordt onderscheid gemaakt in een stijging voor personele kosten en een stijging voor prijzen; • We stellen de begroting op in constante prijzen. Dit betekent dat elke jaarschijf zowel aan de kosten- als de opbrengstenkant op prijspeil 2025 is begroot. (het eerste jaar van onze meerjarenbegroting). Indexering vindt plaats op de jaarschijf 2025 conform de percentages die opgenomen zijn in de in april 2024 verschenen Voorjaarsnota van het Rijk. In eerdere jaren was de Meicirculaire de basis voor deze percentages. Deze circulaire is nog niet verschenen op het moment van versturen van de Kadernota 2025. • Maasdriel hanteert voor de bepaling van de hoogte van de uitkering uit het gemeentefonds de methode met constante maatstaven.

Prijsstijgingen en indexaties Onderdeel

Begroting 2025

Salarissen

4,40%

Levering goederen en diensten, huren/pachten en tarieven leges

2,20%

Verbonden partijen

Begroting GR 2025

Algemene uitkering

Meicirculaire 2024

Rekenrente investeringen

1,50%

Rekenrente bouwgrondexploitatie

1,50%

Personele kosten De Voorjaarsnota van het Rijk geeft een prognose voor de ontwikkeling van de loonsommen van 4,4% voor 2025. Voor de jaren na 2025 wordt geen verdere loonsverhoging berekend, omdat Maasdriel met constante prijzen rekent.

Prijsstijgingen De Voorjaarsnota vanhet Rijk geeft een prognose voor de prijsontwikkeling van de netto materiële consumptie van 2,2% voor 2025. Deze prijsontwikkeling wordt niet automatisch doorberekend in de budgetten van de begroting 2025. In plaats van het automatisch doorberekenen, nemen wij een stelpost op die in de loop van het jaar 2025 aangewend kan worden.

Rekenrente De gemeente investeert in allerlei projecten en activa die meerdere jaren meegaan. Voor deze investeringen zijn financieringen noodzakelijk en daarvoor worden langlopende geldleningen afgesloten. De financiering van de

Kadernota 2025-2028 - 27

investeringen geschiedt niet voor elke afzonderlijke investering maar wordt bezien vanuit de totale financieringsbehoefte die de gemeente heeft. In de programmabegroting 2025 wordt een vaste rekenrente van 1,5% gehanteerd. Bij de bouwgronden geldt dezelfde rente sinds de Notitie grondbeleid in begroting en

jaarstukken uit 2023. De rekenrente is iets anders als de marktrente. De rekenrente is de interne verrekening van de rentelasten over de taakvelden heen. Daardoor komen de rentelasten terecht op de plaats waarop deze betrekking hebben. De marktrente is de rente die op de kapitaalmarkt wordt betaald bij het aangaan van financieringen. Als de marktrente stijgt en de gemeente Maasdriel leningen aantrekt, dan stijgt de interne markt langszaam. Op weg naar de programmabegroting 2025 zal deze worden herrekend en (indien het rentepercentage wijzigt) de financiële effecten verwerkt.

Activa en Meerjarig Investeringsplan In de staat van activa 2025 zijn alle lopende investeringen, de investeringen uit het Meerjaren Investeringsplan en de door de raad geaccordeerde investeringen/kredieten opgenomen. In deze staat worden de kapitaallasten berekend. Uitgegaan wordt van de boekwaarde op 1 januari 2025. De rekenrente wordt berekend over deze boekwaarde en de afschrijvingstermijnen uit de financiële verordeningen (of in de geest van de financiële verordening) worden gehanteerd. De berekende kapitaallasten komen ten laste van het desbetreffende taakveld. Bij de bouwgronden wordt de omslagrente gerekend over de boekwaarde 1 januari 2025.

Reserves en voorzieningen De staat van reserves en voorzieningen bevat alle reserves en voorzieningen die door de raad zijn vastgesteld, conform de door de raad vastgestelde Nota reserves en voorzieningen en besluiten die de raad daarna nam om reserves in te stellen of af te schaffen.

Kadernota 2025-2028 - 28

5 Financieel meerjarenperspectief 2025-2028 Financieel meerjarenperspectief Het financieel meerjarenperspectief geeft het financieel beeld weer vanaf het moment van vaststelling van de Programmabegroting 2024 tot aan heden. Daarin hebben zich de mutaties voortgedaan als gevolg van raadsbesluiten in de periode tussen vaststelling van de Programabegroting 2024 (november 2023) t/m de raad van 18 april 2024.

Kadernota 2025-2028 - 29

Omschrijving (bedrag x 1.000)

2025

2026

2027

2028

A. Saldo programmabegroting (raad november 2023)

798

-2.497

-3.115

-3.604

Amendementen Begrotingsraad (2-11-2024)

-35

29

33

85

Saldo na begrotingsraad 2024

763

-2.468

-3.082

-3.519

Gebouwenbeheerplan (RB 28-09-2023)

15

-

-42

-41

Legesverordening (RB14-12-2023)

155

155

155

155

Kunstgrasvelden DSC (RB 14-03-2024)

-25

-25

-25

-24

Aankoop opstallen HRC'14 (RB 14-03-2024)

-6

-6

-6

-6

902

-2.344

-3.000

-3.435

B1: Indexering loonkosten (4,4%) cf Voorjaarsnota Rijk

-575

-575

-575

-575

B2: Indexering prijsinflatie (2,2%) cf Voorjaarsnota Rijk

-600

-600

-600

-600

B3: Impact Gemeenschappelijke regelingen

-930

-961

-1.141

-1.137

-1.500

-1.500

-1.500

-1.500

-50

-50

-50

-50

hervormingsagenda jeugd

-556

-631

-784

-784

Totaal ontwikkelingen

-4.211

-4.317

-4.650

-4.646

Begrotingssaldo na autonome ontwikkelingen

-3.309

-6.661

-7.650

-8.081

-2.437

-2.437

-2.437

-2.437

-1.650

-867

-849

-325

en beleid

-4.087

-3.304

-3.286

-2.762

Eindstand kadernota (A+B+C)

-7.396

-9.965

-10.936

-10.843

Begrotingssaldo 2025-2028 inclusieg vertaling raadsbesluiten periode nov. 2023 - april 2024

B. Autonome ontwikkelingen

B4: Indicatie financieel effect bestuursrapportage 2024 (2025-2028) B5: Zuidelijke ontsluitingsroute B6: Niet behalen taakstelling in begroting Maasdriel op

C. Noodzakelijke voorstellen voor aanvullende activiteiten en beleid C1: Noodzakelijke voorstellen voor aanvullende activiteiten en beleid (structureel karakter) C2: Noodzakelijke voorstellen voor aanvullende activiteiten en beleid (incidenteel karakter) Totaal noodzakelijke voorstellen voor aanvullende activiteiten

Toelichting op de autonome ontwikkelingen • De indexering loonkosten en de prijsinflatie zijn opgenomen op basis van de cijfers uit de voorjaarsnota van het Rijk, repsectievelijk 4,4% voor lonen en 2,2% voor prijzen. De prijsinflatie is opgenomen aan zowel de kosten- als de opbrengstenkant. • De ontwerpbegrotingen en ingediende zienswijzen van de Gemeenschappelijke Regelingen hebben een financieel effect op de begroting 2025. Het financieel effect is het effect als wordt ingestemd met de begrotingen van de gemeenschappelijke regelingen. De door de gemeente Maasdriel ingediende zienswijzen zijn hierin niet meegenomen. Als de besturen van de gemeenschappelijke regelingen anders besluiten, wordt dit in de begroting van 2025 vertaald.

Kadernota 2025-2028 - 30

• De bestuursrapportage laat een nadelig structureel financieel effect zien van ongeveer € 1.500.000. Op het moment van schrijven van de Kadernota wordt de bestuursrapportage opgesteld. Het bedrag betreft een indicatie. • Zuidelijke ontsluitingsroute. Samen werken we aan een veilig, bereikbaar én leefbaar Maasdriel. Daarom gaan we een nieuwe route aanleggen ten zuiden van de Laarstraat en de Paterstraat: de Zuidelijke Ontsluitingsroute (ZOR). Jaarlijks wordt al € 500.000 gespaard vooruitlopend op de realisatie van de Zuidelijke Ontsluitingsroute. We verhogen de jaarlijkse reservering met € 50.000 tot een bedrag van € 550.000. Reden vormt het vervallen van de bijdrage uit reconstructie van de Laarstraat, zoals is opgenomen in het raadsbesluit van 9 december 2021. In de noodzakelijke voorstellen voor aanvullende activiteiten komen we terug met dit thema om de reservering te verhogen zodat erna de realisatie van de ZOR voldoende middelen beschikbaar zijn om de jaarlijkse kosten uit de dekken. • De hervormingsagenda jeugd. De insteek was dat de gemeente op termijn volgens de hervormingsagenda met minder middelen uit moet kunnen om de taken op het gebied van jeugd uit te voeren. De bezuiniging in de sector is € 1 miljard euro. Voor de gemeente Maasdriel betekent dit een taakstelling op de budgetten oplopend naar € 784.000 in 2027. Dit vertaalden we in de Programmabegroting 2024.

Richting de Programmabegroting 2025 verwijderen wij deze taakstelling. Het demissionaire kabinet heeft inmiddels de eigen geplande bezuiniging op jeugdzorg van ruim 500 miljoen euro in 2025 geschrapt. De 511 miljoen euro is een structurele besparing die in het coalitieakkoord van het huidige kabinet Rutte-IV staat vanaf 2026. Die komt bovenop een eerdere bezuiniging van 1 miljard euro in de sector, die momenteel wèl wordt uitgevoerd. De onderhandelingen over de Hervormingsagenda Jeugd, met veranderingen om deze eerder opgelegde 1 miljard euro te bezuinigen, verliepen moeizaam. Het overleg hierover lag een tijd stil en als onderdeel van de deal werd de extra bezuiniging voor 2024 (100 miljoen euro) al geschrapt en nu dus € 500 miljoen euro voor 2025. Voor de bezuiniging in jaren 2026 en verder is nog geen oplossing gevonden. Vanaf 2026 is er dus nog wel een bezuiniging van 511 miljoen euro gepland, maar het is aan een nieuw kabinet om dit door te zetten of niet. Om de besparing vanaf 2026 wel te kunnen halen wil het kabinet een eigen bijdrage invoeren die ouders moeten gaan betalen. Het kabinet wil in augustus 2024 een wetsvoorstel indienen om de eigen bijdrage in te voeren. Hoe een eigen bijdrage eruit kan zien, moet nog worden uitgewerkt. Zo kan die inkomensafhankelijk worden gemaakt of een maximum aan worden gekoppeld.

De VNG is bezorgd over deze onverwachte stap van het rijk.

Kadernota 2025-2028 - 31

6 Noodzakelijke voorstellen voor aanvullende activiteiten en beleid Structureel noodzakelijke voorstellen voor aanvullende activiteiten en beleid Hieronder een uiteenzetting van de structureel noodzakelijke voorstellen voor aanvullende activiteiten en beleid.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14221873/1