Kadernota 2022 UBR
Tekst van het document
Uitvoeringsorganisatie Breedbandnetwerk Rivierenland
KADERNOTA 2022
Uitgangspunten voor de exploitatie en de balans plus financiële doorrekeningen periode 2022 -2026
Uitvoeringsorganisatie Breedbandnetwerk Rivierenland is een samenwerkingsverband (gemeenschappelijke regeling) van 7 gemeenten, te weten Culemborg, Maasdriel, Neder-Betuwe, Tiel, West Betuwe, West Maas en Waal en Zaltbommel.
Tiel, februari 2020
1
Inleiding Deze Kadernota is het document dat door de gemeenschappelijke regeling Uitvoeringsorganisatie Breedbandnetwerk Rivierenland (UBR) aan de gemeenteraden wordt aangeboden en waarin een financiële doorrekening is opgenomen met actuele prognosecijfers van de meerjarenbegroting. Op 17 mei staat een platformbijeenkomst gepland. De platformbijeenkomst heeft tot doel de raadsleden met elkaar in gesprek te brengen over de voorstellen op de agenda van het algemeen bestuur, om zo de wensen en bedenkingen van de verschillende raden te betrekken bij de besluitvorming in het algemeen bestuur. De aanleg van het nieuwe breedbandnetwerk was gepland voor 2020 en 2021. Door verschillende omstandigheden in 2020 waaronder de wereldwijde corona pandemie en de stikstofproblematiek is er in 2020 naar schatting ruim een kwartaal vertraging ontstaan in de realisatie van de aansluitingen in de buitengebieden van de 7 deelnemende gemeenten. Vanaf het 4e kwartaal 2020 zijn de eerste aansluitingen operationeel en genereert de UBR inkomsten uit de verhuur van vezelparen. Het aantal actieve aansluitingen in de buitengebieden groeit in de komende circa 2 jaar tot 8.880 volgens onderstaande raming/planning:
2020 Q4 2021 Q1 2021 Q2 2021 Q3 2021 Q4 2022 Q1 2022 Q2 2022 Q3 2022 Q4
Gerealiseerde aansluitingen aan het eind van het kwartaal 232 2.000 3.500 5.000 6.500 8.000 8.880 8.880 8.880
Gerealiseerde aansluitingen als percentage van het totaal 2,7% 23% 39% 56% 73% 90% 100% 100% 100%
De investeringsbedragen zijn gebaseerd op de uitkomsten van de aanbesteding. Voor de aanlegfase is in totaal een investeringsbedrag van € 37.300.000 gebudgetteerd. Daarnaast is voor de periode daarna een reservering voor de investeringskosten van na-aansluitingen, inbebouwing en degeneratie opgenomen van € 200.000. Over de hele looptijd is gerekend met een investeringsbudget van in totaal € 37.500.000. Het is de verwachting dat de uitloop van de aanleg (tot Q2 2022) niet zal leiden tot een aanpassing van onderstaande specificatie van het investeringsbudget. De specificatie van het investeringsbudget (afgerond) is als volgt: * * * *
*
Voorbereidingskosten: Kosten van onderzoek en ontwikkeling die in de periode van 2016 t/m 2019 zijn voorgefinancierd door Regio Rivierenland Kosten aanleg Overige kosten in de investeringsfase: Bouwrente + projectkosten Onvoorzien: Stelpost om tegenvallers/meerwerk bij de initiële realisatie van de investeringen op te kunnen vangen Budget investeringsuitgaven in de aanlegfase Voorziening voor na-aansluitingen en dergelijke Totaal investeringsbudget
€ €
1.000.000 34.200.000
€
1.100.000
€ € € €
1.000.000 37.300.000 200.000 37.500.000
Voor de bekostiging van de aanlegkosten van het breedbandnetwerk hebben we een langlopende financieringsovereenkomst met de BNG Bank afgesloten met een totale looptijd van 50 jaar. In 2020 en 2021 vond financiering van de investeringsuitgaven plaats via een krediet in rekeningcourant met een bouwfaciliteit van € 37.500.000. De rekening-courant werd in de eerste 2 jaar ook aangewend voor de financiering van op investeringsfacturen betaalde BTW, die de UBR achteraf
2
(na indiening van de BTW-aangifte) uitbetaald krijgt door de belastingdienst. In januari 2022, als de aanleg van het glasvezelnetwerk goeddeels is gerealiseerd, vindt omzetting plaats naar financiering door middel van een langlopende lening. Op deze manier heeft de UBR in de aanlegfase optimaal geprofiteerd van de lage rentestand. De langlopende lening bedraagt € 35.000.000 vanaf 2022 en heeft een looptijd van 48 jaar. De lening wordt lineair afgelost. De UBR loopt geen renterisico voor het langlopende deel van de financiering, omdat ze het rentepercentage van de lening voor 30 jaar heeft vastgelegd op 0,835% voor de periode 2022 tot 2052. De UBR houdt een kortlopende kredietfaciliteit ter grootte van € 2.500.000 aan, waarmee de totale financieringsbehoefte van€ 37.500.000 is ingevuld. Afhankelijk van de renteontwikkelingen kan de UBR ook dit deel in de toekomst langlopend (her)financieren. In de loop van 2021 wordt bepaald hoe eventuele additionele financieringsbehoefte wordt vastgelegd. De kosten van onderzoek en ontwikkeling, die door Regio Rivierenland zijn voorgefinancierd vanaf 2016, zijn na de oprichting van gemeenschappelijke regeling UBR overgebracht naar de nieuwe organisatie (UBR).
Het betreft voorbereidingskosten die op grond van de wettelijke voorschriften (BBV) in de balans als immateriële vaste activa opgenomen moeten worden en waarvoor een afschrijvingstermijn geldt van maximaal 5 jaar. De overige investeringsuitgaven voor het breedbandnetwerk worden geactiveerd in de balans bij de materiële vaste activa en afgeschreven in 50 jaar, waarbij rekening gehouden wordt met de restwaarde van het breedbandnetwerk. Afgeschreven wordt vanaf het moment van realisatie van het breedbandnetwerk. De afschrijvingen lopen in de aanlegfase geleidelijk op en lopen daarmee in de pas met de gefaseerde oplevering en realisatie van het breedbandnetwerk. Dit is overeenkomstig de wettelijke voorschriften (BBV) en daarmee wordt ook een goede matching bereikt tussen inkomsten en afschrijvingslasten.
In onderstaand overzicht zijn de afschrijvingen in de eerste jaren gespecificeerd: Immateriële vaste activa
Materiële vaste activa
Totaal geraamd investeringsbudget Afschrijvingstermijn
1.000.000 5 jaar
36.500.000 50 jaar
Afschrijvingen in 2020 Afschrijvingen in 2021 Afschrijvingen in 2022 Afschrijvingen in 2023 Afschrijvingen in 2024 Afschrijvingen in 2025 Afschrijvingen in 2026 Afschrijvingen in 2027 Afschrijvingen in 2028 Afschrijvingen in 2029 Afschrijvingen in 2030 Afschrijvingen in 2031
1.307 95.720 195.045 200.000 200.000 198.693 109.234 0 0 0 0 0
1.484 180.830 500.564 513.680 514.080 514.480 514.880 515.280 515.680 516.080 516.480 516.880
Totaal afschrijvingen 2020 t/m 2031
1.000.000
5.320.397
In de investeringsplanning is voorzien dat in 2031 het volledige investeringsbudget van € 37.500.000 is besteed. De (structurele) afschrijvingslasten bedragen vanaf 2031 € 516.880 per jaar (rekening houdend met de restwaarde van het breedbandnetwerk).
3
Belangrijkste punten voor wat betreft de financiële en operationele inrichting van de UBR ➢ ➢ ➢ ➢
Sturen op een efficiënte bedrijfsvoering met een zo laag mogelijke operationele kosten. Sturen op het binnen het investeringsbudget afronden van de aanleg van het breedbandnetwerk. Sturen op het zo spoedig mogelijk afronden van alle breedbandnetwerk aansluitingen bij de zogenaamde “witte” aansluitingen. Structureel een sluitende (meerjaren)begroting waarbij als uitgangpunt geldt dat er geen beroep wordt gedaan op de gemeentelijke begroting
De financiën van dit programma
Financiële uitganspunten De gehanteerde uitgangspunten voor de begroting zijn hierna samengevat. • • • • •
•
• • •
•
• •
• • • •
In totaal worden 8.880 aansluitingen in de buitengebieden van 7 gemeenten gerealiseerd. Inwoners betalen geen kosten voor de aanleg van hun aansluiting. Inwoners in de buitengebieden betalen prijzen die gelijk zijn aan de tarieven die in de kernen worden gehanteerd. Er wordt geen ‘buitengebiedstoeslag’ toegepast. Het deelnamepercentage van de inwoners in de buitengebieden is op basis van de uitkomsten aanmeldcijfers voor 2022 bepaald en ingeschat op 69%. In de financiële doorrekeningen is het deelnamepercentage in meerjarig perspectief gemaximeerd op 70%. Het totale investeringsbudget bedraagt € 37.500.000 en is gebaseerd op de uitkomsten van de aanbesteding. In het budget is ook een bedrag voor onvoorzien opgenomen (€ 1.000.000) en een voorziening voor na-aansluitingen, inbebouwing en toekomstige degeneratie (€ 200.000). De opbrengsten uit de verhuur van vezelparen zijn overeenkomstig de landelijk vastgestelde tarieven. De opbrengsten en de operationele kosten worden in de meerjarenbegroting doorgerekend met een jaarlijkse indexering van 1,5%. De restwaarde van het breedbandnetwerk aan het eind van de looptijd van de lening bedraagt € 1.200 per aansluiting, in totaal een bedrag van € 10.656.000, waarop niet wordt afgeschreven.
De rente van de lening van € 35.000.000 met een looptijd van 48 jaar (looptijd van 2022 tot 2070) is in januari 2020 overeengekomen met de BNG Bank en bedraagt 0,835%. De rente staat voor 30 jaar vast vanaf 2022. In de investeringsfase was een kredietfaciliteit in rekening-courant beschikbaar als bouwdepot tegen gunstige rekening courant condities. Voor de additionele financiering van € 2.500.000 vanaf 2022 houden we vooralsnog vast aan continuering van een faciliteit in rekening-courant, waarbij is gerekend met een rente van 0,0%, overeenkomstig de huidige rentestand. Voor de gehele faciliteit geldt een bereidstellingsprovisie van 0,09% over het niet opgenomen deel van het beschikbare bedrag. Gestreefd wordt vermogenstekorten in de eerste jaren van de exploitatie, te voorkomen. Realisatie van een positieve cashflow die voldoende is om de aflossingstermijnen van de lening te kunnen betalen. De liquiditeitspositie moet de UBR in alle jaren in staat stellen om aan de betalingsverplichtingen te voldoen. In de aanlegfase van het breedbandnetwerk is via een kortlopend bankkrediet een kapitaalbuffer gecreëerd van waaruit de (investerings-) betalingen kunnen worden gedaan.
4
Meerjarig exploitatie-overzicht van baten en lasten Hierna is een meerjarig overzicht opgenomen van de exploitatie. Er is bewust gekozen voor een tijdspad van 5 jaar, om de gemeenteraden voldoende inzicht te geven in de geraamde exploitatieuitkomsten op middellange termijn. Hierdoor kan worden vastgesteld dat de financiële cijfers in overeenstemming zijn met de geformuleerde uitgangspunten, niet alleen in de eerste jaren, maar ook op de lange(re) termijn.
Geraamde exploitatiecijfers:
2022
2023
2024
2025
2026
(* € 1.000)
Baten: Opbrengst verhuur vezelparen
1.394
1.387
1.408
1.429
1.450
Lasten: Afschrijvingen 1) Rentelasten 2) Beheerkosten Incidentele lasten Totaal geraamde lasten
696 290 359
714 284 364
714 278 370
713 272 375
624 264 381
1.344
1.362
1.360
1.269
1158
Resultaat vóór belastingen
50
25
46
68
181
Vennootschapsbelasting
8
4
7
10
26
Resultaat ná belastingen
42
21
39
58
155
Toelichting bij de meerjarenbegroting: 1)
In de eerste jaren wordt afgeschreven vanaf het moment dat de aanleg van het breedbandnetwerk is geoperationaliseerd. De realisatie en oplevering vindt gefaseerd plaats, waardoor de afschrijvingslasten geleidelijk in de begroting worden verantwoord. In de periode van 2022 t/m 2025 blijven de afschrijvingen redelijk constant. Vanaf het begrotingsjaar 2026 dalen de afschrijvingen als gevolg van de relatief korte afschrijvingstermijn van 5 jaar voor de immateriële vaste activa.
2) De rentelasten in de eerste 2 jaren (2020 en 2021) waren erg laag in verband met de lage rentestand van kortlopende financieringen. We betaalden in 2020 en 2021 alleen bereidstellingsprovisie van 0,09% over het niet opgenomen deel van de kredietfaciliteit. Vanaf 2022 betalen we 0,835% rente over de langlopende lening van € 35 mljn, waarop jaarlijks € 729.167 wordt afgelost. De rentebesparing als gevolg van de aflossingen bedraagt € 6.000 per jaar. Incidentele baten en lasten In de begroting 2022 is geen budget opgenomen voor incidentele lasten en baten in het jaar van oplevering van het netwerk aan UBRivierenland. Voor de bekostiging van eenmalige eindoplevering kosten ter grootte van € 115.000 voorziet het budget projectkosten. Het oorspronkelijke budget voor de projectkosten gedurende de aanleg in 2020 en 2021 bedroeg € 1.100.000. De afronding van de aanleg vindt nu plaats in 2022. Ondanks de uitloop blijft de UBR met deze lasten in 2022 binnen de oorspronkelijke projectbegroting en worden deze niet als incidenteel beschouwd.
5
Doordat de laatste adressen in 2022 worden aangesloten zijn er baten geprognosticeerd voor de eenmalige aansluitvergoeding van 500 adressen ad € 47.500 totaal. Ondanks dat deze baten ook als incidenteel zouden kunnen worden bestempeld maken deze baten wel onderdeel uit van de structurele inkomsten tijdens de aanleg. De afronding van de aanleg vindt in tegenstelling tot de eerdere begroting niet eind 2021 maar begin 2022 plaats. Om deze rede zijn ze in het opleveringsjaar 2022 niet opgenomen als incidenteel. De opbrengsten in 2022 en de jaren daarna zijn voldoende voor een structureel overschot van de exploitatie. Na 2025 lopen de positieve resultaten op, omdat de geactiveerde voorbereidingskosten dan volledig zijn afgeschreven en niet meer op de exploitatie drukken. Onvoorziene uitgaven In het investeringsbudget van € 37.500.000 is een bedrag voor onvoorziene uitgaven opgenomen van € 1.000.000. Dit budget is (deels) aangewend voor de bekostiging van Leges en Degeneratiekosten die buiten de opdracht van aanbesteding vielen. Daarnaast is er een partij gecontracteerd voor de controle op de oplevering van het passieve netwerk die eveneens uit het budget onvoorzien wordt bekostigd. De totale uitnutting van de post onvoorzien bedraagt momenteel circa €660.000. Het saldo van de post onvoorzien begin 2022 derhalve €340.000.
In de operationele kosten is een bedrag voor onvoorziene uitgaven gebudgetteerd van ca. € 2.000. Dit bedrag stijgt elk jaar met de toegepaste indexering (1,5%).
Risico's: De gepresenteerde exploitatiecijfers zijn ramingen en uiteraard kan (en zal) de werkelijkheid hiervan afwijken. We verwachten niet dat er tekorten ontstaan. De financiële risico's zijn beperkt en er is voorzichtigheid betracht bij de financiële doorrekeningen. Als voorbeelden hiervan kunnen worden genoemd: •
het deelnamepercentage is in meerjarig perspectief gemaximeerd op 70% (niveau dat bereikt wordt in 2024), terwijl het een reële verwachting is dat het werkelijk deelnamepercentage (op termijn) daarboven zal uitstijgen.
•
bij vertraging in de realisatie van de nieuwe aansluitingen komen de inkomsten later op gang, maar parallel daarmee komen de afschrijvingslasten ook pas later ten laste van de exploitatie. Genoemde posten komen pas ten laste van de exploitatie na realisatie van de aansluitingen, die gefaseerd en getemporiseerd plaatsvindt.
•
in het totale investeringsbudget van € 37.500.000 zijn substantiële bedragen opgenomen voor tegenvallers en meerwerk (€ 1.000.000 voor onvoorziene investeringsuitgaven) en een voorziening voor de lasten van na-aansluitingen, inbebouwing en toekomstige degeneratie (€ 200.000).
•
De inkomsten stijgen jaarlijks met een tariefindex (geraamd op 1,5%), terwijl voor de afschrijvingen en rentelasten geen kostenindexering toegepast hoeft te worden. Zo wordt de marge tussen de opbrengsten en de lasten steeds gunstiger. Bovendien nemen de rentelasten jaarlijks af als gevolg van de betaalde aflossingstermijnen van de lening (vanaf 2022).
6
Geprognosticeerde balansen Hierna zijn in meerjarig perspectief de geprognosticeerde balanscijfers opgenomen vanaf het eerste jaar van de oprichting van de UBR. Balanscijfers 31 december (* € 1.000)
2022
2023
2024
2025
2026
ACTIVA
Immateriële vaste activa
1.000
1.000
1.000
1.000
1000
Cum. afschrijvingen
292
492
692
891
1000
Boekwaarde IVA
708
508
308
109
0
Materiële vaste activa
36.320
36.340
36.360
36.380
36.400
Cum. afschrijvingen
683
1.197
1.710
2.225
2740
Boekwaarde MVA
35.637
35.143
34.650
34.155
33.660
140
140
142
144
146
0
0
0
0
0
Liquide middelen
463
601
627
672
737
Vlottende activa
603
741
769
816
883
Totaal activa
36.948
36.392
35.727
35.080
34.543
Algemene bedrijfsreserve
391
433
454
493
552
Resultaat
42
21
39
58
156
Eigen vermogen
433
454
494
552
708
0
0
0
0
Lening BNG (vanaf 3e jaar)
34.271
33.542
32.812
32.084
31.354
Kredietfaciliteit BNG Bank 1)
2.320
2.340
2.360
2.380
2.400
Totaal van de financiering door BNG Bank
36.591
35.882
35.172
34.464
33.754
Omzetbelasting (BTW)
-83
53
54
54
55
Vennootschapsbelasting
7
4
7
10
26
Overige vlottende passiva
-76
56
61
64
81
36.948
36.392
35.727
35.080
34.543
Debiteuren Omzetbelasting (BTW)
PASSIVA
Bouwkrediet BNG Bank
Totaal passiva
1)
7
Toelichting ontwikkeling liquiditeitspositie: De cashflow die vanuit de exploitatie van de UBR wordt gegenereerd, is positief. De investeringsuitgaven worden volledig door leningen gefinancierd. Vanaf 2022 worden aflossingsbetalingen gedaan (ruim € 729.000 per jaar), maar als gevolg van de positieve cashflow (netto-resultaat + afschrijvingslasten) blijft het saldo liquide middelen redelijk stabiel op ruim € 400.0000. Als het saldo liquide middelen op middellange termijn verder oploopt door de positieve resultaten, komen middelen beschikbaar om de leningen versneld af te lossen. Dan realiseren we ook een extra voordeel bij de rentelasten en een hoger exploitatie-overschot. Toelichting ontwikkeling solvabiliteitspositie: Het eigen vermogen is structureel positief, er is een klein aanloopverlies in 2020 echter zal deze in 2021 ruimschoots worden gecompenseerd. In deze eerste twee jaren, waarin de aanleg van het breedbandnetwerk werd gerealiseerd, is een vermogensbuffer opgebouwd die kan worden ingezet om eventuele toekomstige exploitatieverliezen te kunnen dekken. Na een looptijd van de lening van 23 jaar (na 50 jaar, als de lening volledig is afgelost) is een vermogenspositie opgebouwd die samen met de (geschatte) marktwaarde van het netwerk gelijk is aan de uitstaande lening van het breedbandnetwerk.
Weerstandsvermogen De 7 gemeenten die deelnemen in de UBR zijn voor hun aandeel aansprakelijk als vermogenstekorten zouden ontstaan of de UBR niet in staat is om aan de aflossingsverplichtingen van de lening te voldoen. Het gemeentelijk aandeel wordt berekend op basis van de stemverhouding, overeenkomstig de bepalingen zoals opgenomen in de gemeenschappelijke regeling Uitvoeringsorganisatie Breedbandnetwerk Rivierenland. Met de voorliggende ramingen zoals opgenomen in deze Kadernota 2022 is zichtbaar gemaakt dat de UBR vanaf de start van de aanleg van het breedbandnetwerk kapitaal en vermogen opbouwt en aan alle betalingsverplichtingen kan voldoen. Op de langere termijn (na 2025) groeit het eigen vermogen en neemt het saldo liquide middelen verder toe als gevolg van de oplopende exploitatieoverschotten. Het is daarom niet te verwachten dat de deelnemende gemeenten vanuit hun eigenaarschap of garantiestelling voor de lening financiële nadelen zullen ondervinden.
8