CConstaterende datMaasdriel
Koppel je AI →
Document · PDF

Kaderbrief 2027-2030 gemeente Maasdriel

Gemeenteraad 2 juli 2026, gemeente MaasdrielBij agendapunt: Jaarrekening 2025 en kaderbrief7.934 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

1 alinea's met “omgevingsplan”: 349

Kaderbrief 2027-2030

Inhoudsopgave Inleiding 1 Aandachtspunten 2 Opzet begroting 3 Financieel-technische uitgangspunten 4 Financieel meerjarenperspectief 2027-2030 5 Algemene Uitkering Gemeentefonds 6 Vooruitblik

3 5 9 11 13 15 19

Kaderbrief 2027-2030 - 2

Inleiding Met deze brief wordt u geïnformeerd over het kader voor het opstellen van de programmabegroting 2027. Wij informeren u in deze Kaderbrief over de volgende onderwerpen: • Hoofdstuk 1: Aandachtspunten • Hoofdstuk 2: Opzet begroting • Hoofdstuk 3: Financieel-technische uitgangspunten • Hoofdstuk 4: Algemene Uitkering uit het Gemeentefonds op basis van de Meicirculaire 2026 • Hoofdstuk 5: Financieel meerjarenperspectief 2027-2030 • Hoofdstuk 6: Doorkijk

Kaderbrief 2027: Voorloper van de Programmabegroting 2027 De kaderbrief is het document waarmee richting wordt gegeven aan het opstellen van de programmabegroting 2027. Wij laten u zien welke financiële ontwikkelingen wij verwachten. Het doel van deze kaderbrief is uw raad te informeren over het totaaloverzicht van de autonome ontwikkelingen, het gemeentefonds en de concept bestuursrapportage 2026 en de daaruit volgende financiële positie van de gemeente. Door een aantal ontwikkelingen is ons financieel beeld zonder interventies negatief. De kaderbrief bevat geen nieuwe beleidsvoornemens die invloed hebben op het financieel meerjarenperspectief.

Ontwikkeling gemeentefinanciën Binnenlands Bestuur heeft op 17 juni 2026 gemeld dat meer gemeenten hun reserves aanspreken. Ruim vijftig gemeenten putten nu al uit hun reserves om hun begroting sluitend te krijgen. Doordat ze minder geld gaan krijgen van het rijk, lukt het de helft van de 342 gemeenten niet hun meerjarenraming structureel sluitend te krijgen. Dat blijkt uit het door de provincies opgestelde verslag over het door hen uitgeoefende financieel toezicht op de begrotingen 2026 en meerjarenramingen 2027 van gemeenten. Dat ongeveer de helft van de gemeenten er niet in slaagt de meerjarenraming vanaf 2027 sluitend te krijgen, komt volgens de provincies door de forse terugloop van de algemene uitkering vanaf 2028. Omdat de lasten vanwege de inflatie en de oplopende zorgkosten blijven stijgen, leidt dit in veel gevallen tot tekorten. Als toezichthouder op de gemeentefinanciën zien de provincies dat steeds meer gemeenten om die tekorten te dekken hun reserves inzetten. Die reserves, zo waarschuwen de provincies, zijn echter in principe eindig en daarmee geen duurzame dekkingsbron. Bovendien zijn onttrekkingen aan reserves, die gelden als een incidentele baat, niet bedoeld om er structurele lasten mee te dekken. Ook voor de gemeente Maasdriel zien we deze tekorten ontstaan.

Financiële positie gemeente Maasdriel Startpunt voor het begrotingsjaar 2027 is een negatief saldo van € 3,7 miljoen. De oorzaak hiervan ligt in de bijstellingen die in de bestuursrapportage 2026 gedaan worden en een structureel karakter kennen.

Kaderbrief 2027-2030 - 3

De bestuursrapportage is nog onderhanden en staat gepland voor behandeling in de raad van 8 oktober 2026. De voornaamste bijstellingen die we voorzien in de bestuursrapportage betreft de kosten voor jeugdhulp (+ € 2,7 miljoen) en de taken die door de Omgevingsdienst Rivierenland (ODR) worden uitgevoerd (+ € 0,5 miljoen). De uitkomsten van de meicirculaire zijn verwerkt in het perspectief. Grosso modo biedt de meicirculaire dekking voor de autonome ontwikkelingen inclusief gemeenschappelijke regelingen. Het financieel perspectief is toegelicht in hoofdstuk 4.

Proces richting de begroting 2027 Het financieel perspectief is niet positief en noodzaakt ons tot het treffen van maatregelen. Het is belangrijk dat we toewerken naar een robuust financieel perspectief. Een perspectief waarin we niet alleen de komende begroting sluitend maken, maar ook ruimte creëren voor toekomstige investeringen. Dit vraagt om een meerjarige aanpak. In de aanloop naar de programmabegroting 2027 zullen wij daarom verschillende mogelijkheden onderzoeken om het structurele tekort terug te dringen. Daarbij kijken wij zowel naar de uitgavenkant als naar de inkomstenkant van de begroting. Uitgangspunt is dat de beschikbare middelen zo effectief mogelijk worden ingezet en dat wettelijke taken en maatschappelijke opgaven verantwoord kunnen worden uitgevoerd. Tegelijkertijd zullen wij kritisch beoordelen welke ambities en activiteiten binnen de huidige financiële kaders realiseerbaar zijn. De komende periode wordt benut om samen met de organisatie en de raad te verkennen welke keuzes noodzakelijk zijn om het financieel evenwicht te herstellen. Daarbij zullen wij nadrukkelijk aandacht besteden aan de structurele ontwikkelingen binnen het sociaal domein, de stijgende kosten van gemeenschappelijke regelingen en de effecten van toekomstige ontwikkelingen in het gemeentefonds.

Ook zal worden gekeken naar mogelijkheden voor efficiencyverbeteringen, kostenbeheersing en het versterken van de financiële weerbaarheid van de gemeente. Bij de programmabegroting 2027 zullen wij uw raad een pakket van maatregelen voorleggen waarmee een eerste stap wordt gezet naar het herstellen van het financiële evenwicht. Gezien de omvang van de financiële opgave zal het realiseren van een duurzaam sluitende meerjarenbegroting niet in één begrotingsjaar kunnen worden bereikt. De begroting 2027 markeert daarom het begin van een meerjarig traject waarin stapsgewijs wordt gewerkt aan het versterken van de financiële positie van de gemeente. Door tijdig keuzes te maken en structurele maatregelen te treffen, bouwen wij aan een financieel toekomstbestendige organisatie. Daarbij streven wij ernaar de financiële risico’s beheersbaar te houden, de weerbaarheid van de gemeente te versterken en op termijn weer ruimte te creëren voor nieuwe investeringen en maatschappelijke opgaven. Namens het college van Maasdriel, Michiel Alexander de Raaf Juni 2026

Kaderbrief 2027-2030 - 4

1 Aandachtspunten Notities Commissie BBV De commissie Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) geeft in notities aan op welke wijze bepaalde onderwerpen in de begroting verwerkt kunnen of moeten worden. Kunnen, omdat de regelgeving meerdere verwerkingsopties toestaat en moeten als de regelgeving verplicht tot een bepaalde verwerkingswijze. De BBVnotities bevatten dan ook aanbevelingen (‘kan’) en stellige uitspraken (‘moet’) voor de juiste toepassing en uitvoering van het BBV. Recent is er een nieuwe notitie incidentele baten en lasten opgesteld. Deze gaat in bij de begroting 2027.

Begrotingscirculaire provincie Gelderland In april 2026 ontvingen we de jaarlijkse begrotingscirculaire 2027 van de provincie Gelderland. Hiermee informeert de provincie de gemeenten over een aantal onderwerpen die aandacht verdienen met betrekking tot het financieel toezicht op de eerstkomende gemeentebegroting. Structureel en reëel evenwicht (SRE) De gemeenteraad is verantwoordelijk voor het structureel en reëel evenwicht (SRE) in de begroting. De toezichthouder toetst de begroting aan het criterium van structureel en reëel evenwicht. Structureel evenwicht houdt in dat structurele lasten gedekt worden met structurele baten. Een reëel evenwicht houdt in dat de ramingen realistisch zijn. In de regel toetst de provincie of het begrotingsjaar structureel en reëel in evenwicht is. De toezichthouder schetst een aantal maatschappelijke ontwikkelingen die het financieel beleid beinvloeden. Daarbij kan gedacht worden aan de oorlog in Oekraine (vluchtelingenstroom, inflatie, schaarste aan materiaal), het naijlen van de coronacrisis en de krapte op de arbeidsmarkt. De toezichthouder vraagt de gemeente duidelijk toe te lichten welke keuzes worden gemaakt om onzekerheden te verwerken.

Wanneer de begroting niet structureel in evenwicht is, kan de gemeente toch onder repressief toezicht komen vallen als aannemelijk wordt gemaakt dat het evenwicht in het laatste jaar van de meerjarenraming wordt hersteld. Bij de begroting 2027 betekent dit dat op zijn laatst de begroting in 2030 in evenwicht is gebracht. Ramingen die verder in de toekomst liggen, zijn vaak minder ‘hard’. Om over het SRE te kunnen oordelen, let de toezichthouder op een paar specifieke meerjarige aandachtspunten. Zo kijken ze onder andere of de correcte loon- en prijsstijgingen meerjarig verwerkt zijn, of er rekening is gehouden met volumegroei (met name in het sociaal domein), of u al het beleid en investeringen correct zijn verwerkt en of bezuinigingen in het meerjarenperspectief voldoende zijn onderbouwd. Inzet reserves Alle mutaties in de reserves zijn in principe incidenteel van aard. Dit geldt dus ook voor egalisatiereserves of reserves waarmee wordt gestreefd naar een ‘gesloten systeem’. Er zijn slechts twee uitzonderingen op deze algemene regel.

Kaderbrief 2027-2030 - 5

1. De eerste uitzondering geldt voor de bestemmingsreserves die specifiek zijn gevormd voor de dekking van kapitaallasten. Door de onttrekkingen aan bestemmingsreserves dekking kapitaallasten apart te benoemen (en op te nemen in het overzicht van structurele reservemutaties), wordt duidelijk dat het hier om structurele lasten gaat. De looptijd van de ingestelde reserve is gelijk aan de afschrijvingstermijn van de geactiveerde investering. Hierdoor hebben zowel de kapitaallasten als de onttrekking aan de reserve geen invloed op het structurele begrotingssaldo. 2. De tweede uitzondering op de regel betreft de inzet van het surplus van het ‘vrij aanwendbare deel’ van de algemene reserve. Deze optie is beschikbaar sinds 1 januari 2024 en is ook opgenomen in de notitie ‘Structurele en incidentele baten en lasten 2025’ van de commissie BBV. Het surplus van de algemene reserve is dat deel dat niet nodig is om de geïnventariseerde risico’s af te dekken. Van dit vrij besteedbare deel van de algemene reserve kan een gemeente jaarlijks maximaal 10% inzetten om structurele lasten te dekken. Bezuinigingen Veel gemeenten maken de begroting en meerjarenraming sluitend met bezuinigingsmaatregelen en/of taakstellingen.

Om de financiële positie te bepalen, toetst de provincie alle in de begroting opgenomen bezuinigingsmaatregelen en taakstellingen op hardheid en haalbaarheid (met andere woorden: op realiteit). Ook wordt beoordeeld of ze binnen de termijn van de raming gerealiseerd kunnen worden. Hiermee beoordeelt de provincie de realiteit van de gepresenteerde begrotingssaldi. Voor een positief oordeel van de opgenomen bezuinigingsmaatregelen is het noodzakelijk dat: • de ramingen van de bezuinigingsmaatregel(en) reëel en cijfermatig zijn onderbouwd; • de te treffen bezuinigingsmaatregelen concreet op programmaniveau zijn ingevuld; • het proces dat bij het concretiseren van de maatregelen gevolgd gaat worden, vastligt; • de raad een uitspraak doet over de invulling van deze maatregelen. Ervaringen opgedaan met eerdere bezuinigingsoperaties kunnen in het oordeel meewegen. Als een bezuinigingsmaatregel niet aan deze voorwaarden voldoet, wordt het bedrag dat met de maatregel gepaard gaat negatief gecorrigeerd op het begrotingssaldo. Deze correctie kan tot gevolg hebben dat er sprake blijft van een structureel begrotingstekort met preventief toezicht als gevolg. Bij een positieve beoordeling heeft de maatregel geen effect op het begrotingssaldo.

BCF-plafond Met ingang van het begrotingsjaar 2019 is de manier van verwerking van de ruimte onder het plafond van het btwcompensatiefonds (BCF) in de raming van de algemene uitkering in de circulaires gewijzigd. Het ministerie van BZK heeft daarom in afstemming met de VNG en de provinciale toezichthouders een advies opgesteld. Hierin staat op welke manier gemeenten de ruimte onder het plafond van het BCF kunnen opnemen als verwachte baat in hun begroting. Gezien de onzekerheid over de toekomstige ontwikkeling van de ruimte onder het BCF-plafond mag maximaal de meest recente gerealiseerde ruimte onder het plafond worden geraamd in de begroting en meerjarenraming. Kapitaallasten De afgelopen jaren ziet de provincie in veel gemeentelijke jaarrekeningen dat onderuitputting van kapitaallasten wordt gerapporteerd. Dit wordt veroorzaakt doordat de geplande investeringen niet tijdig kunnen worden gerealiseerd. De toezichthouder adviseert om in de begroting zeer kritisch te kijken naar de realiteit van

Kaderbrief 2027-2030 - 6

de investeringsplanning en de bijbehorende ambities. De provincie staat onder voorwaarden toe dat er een stelpost onderuitputting kapitaallasten wordt opgenomen. Dit betekent dat de kapitaallasten lager in de begroting worden opgenomen, vanuit de gedachte dat niet alle investeringen conform planning tot afronding komen en dus niet leiden tot daadwerkelijke kapitaallasten in het betreffende begrotingsjaar.

Ontwikkeling gemeentefonds In hoofdstuk 4 presenteren we een uitgebreide toelichting op de meicirculaire 2026, de belangrijkste inkomstenbron van de gemeente.

Begrotingsadvies VNG De Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) heeft naar aanleiding van de Voorjaarsnota een begrotingsadvies uitgebracht voor de jaren 2027-2030. Hoewel het Rijk gemeenten incidenteel financieel tegemoetkomt, blijft volgens de VNG sprake van een structurele onbalans tussen gemeentelijke taken en beschikbare middelen. De financiële druk op gemeenten blijft daarmee groot. Maak de begroting voor 2027 sluitend. De VNG adviseert ten minste boekjaar 2027 structureel en reëel sluitend te maken, zodat de toezichthouder de gemeente niet onder preventief toezicht stelt. Dit is ook het uitgangspunt voor de begroting 2027. Breng vanaf 2028 baten en lasten voor jeugdzorg in balans met stelposten, waarbij u de lasten voor jeugdzorg zo realistisch mogelijk raamt. Maak een realistische inschatting voor de kosten voor 2028 en verder, waarbij u aangeeft met welke maatregelen u de beïnvloedbare kosten tracht te verlagen, zoals de toezichthouder wenst. Neem daarnaast de volgende stelposten op.

A. Stelpost aanvullende maatregelen Er zijn aanvullende maatregelen gepresenteerd in de Voorjaarsnota 2025 die vanaf 2028 financieel vertaald zijn in een bezuiniging. Dit gaat onder andere over de invoering van een eigen bijdrage (€ 260 miljoen) en het sturen op de verkorting van de trajectduur (€ 68 miljoen). Het advies is, evenals vorig jaar, om deze maatregelen budgetneutraal te maken: korting versus besparing/inkomsten. Bijvoorbeeld door middel van een stelpost (“Besparing trajectduur” en “Inkomsten eigen bijdrage”). In de begroting 2026-2029 is dit advies opgevolgd. Dit blijf voor de begroting 2027 ongewijzigd.

B. Stelpost Deskundigencommissie Hervormingsagenda Jeugd Gemeenten doen er alles aan om via besparingsmaatregelen de kosten van jeugdzorg aan te laten sluiten bij het beschikbare budget. Vanaf 2028 is dit vanwege de ingeboekte bezuinigingen een enorme opgave. Begin 2027 zal de Deskundigencommissie Hervormingsagenda Jeugd zich uitspreken over de balans tussen kosten en budget, over 2026/2027 en ook over 2028 en verder. Het is zeer onwenselijk om nu al bezuinigingen op andere beleidsterreinen in te boeken vanwege de groei van de kosten voor jeugdzorg, terwijl het oordeel van de deskundigencommissie begin 2027 pas volgt. Het advies van de VNG is om wederom een stelpost op te nemen voor het resterende tekort na realistische raming van de lasten jeugdzorg en de toepassing van de hierboven genoemde stelposten, namelijk de aanvullende maatregelen besparing trajectduur en eigen bijdrage. In de brief

Kaderbrief 2027-2030 - 7

van de VNG staat ook vermeld dat de provinciale toezichthouders hebben aangegeven niet akkoord te kunnen gaan met deze stelpost. Vanaf 2028 wordt geen stelpost "Deskundigencommissie Hervormingsagenda Jeugd" in de begroting opgenomen. Hoewel de VNG als uitgangspunt hanteert dat op grond van artikel 108, derde lid, van de Gemeentewet de kosten van medebewind voor rekening en risico van het Rijk komen, is het aan de provinciale toezichthouder om op basis van de financiële positie en de begrotingsanalyse van de gemeente te bepalen welke vorm van financieel toezicht van toepassing is. De gemeente streeft naar het behoud van repressief toezicht, de lichtste vorm van provinciaal financieel toezicht. Om te voorkomen dat de begroting hierop negatief wordt beoordeeld, wordt de genoemde stelpost niet opgenomen en sluiten wij aan bij de uitgangspunten van de provinciale toezichthouder. Gebruik een stelpost voor de huishoudelijke hulp Wmo Vanaf 2029 wordt er structureel € 1 miljard uit het Gemeentefonds genomen, omdat het kabinet het voornemen heeft om de huishoudelijke hulp als algemene voorziening grotendeels te schrappen. Tot op heden is nog onduidelijk hoe dit vorm krijgt, terwijl de korting al wel verwerkt is. Daarmee is het onduidelijk of en in welke mate gemeenten deze kosten moeten blijven maken vanaf 2029.

Het advies is om de vanaf 2029 ingeboekte bezuiniging op huishoudelijke hulp via een stelpost teniet te doen onder de titel “Afschaffing huishoudelijke hulp”. In het financieel perspectief van deze kaderbrief is dit advies opgevolgd.

Kaderbrief 2027-2030 - 8

2 Opzet begroting De Gemeentewet schrijft voor dat iedere gemeente jaarlijks begrotings- en verantwoordingsstukken moet opstellen. Een goede vergelijkbaarheid van baten en lasten die verbonden zijn aan de verschillende taken van gemeenten is in het belang van de raad, die dergelijke informatie kan benutten voor de eigen sturing op prioriteiten. Daarbij is het van belang dat de informatie van goede kwaliteit is en aansluit op de behoefte van gemeenten. Een brede beschikbaarheid van deze gegevens stelt andere stakeholders in staat zelf vergelijkingen te maken en deel te nemen aan het debat over beleidsprioriteiten. Dit draagt bij aan een grotere transparantie van het proces rond begroting en verantwoording en een grotere betrokkenheid van alle belanghebbenden. Door de informatie primair in te richten naar de informatiebehoefte van de gemeenten en deze te stroomlijnen met de informatiebehoefte van het Rijk, het CBS en Europa wordt het mogelijk om relevante en vergelijkbare financiële informatie te genereren.

Programma's Het eerste gedeelte van de begroting bestaat uit een nadere toelichting op de programma’s. De begroting kent vier programma's: 1. Publiek 2. Samenleven 3. Leefomgeving 4. Algemene baten en lasten Elk programma begint met een inleidende tekst (wat het doel van het programma is en welke taakvelden onder dit programma vallen) en vervolgens worden de onderstaande onderwerpen per programma toegelicht. We beperken ons daarbij tot wat de bijzonderheden in het nieuwe jaar zijn. • Wat willen we bereiken? De belangrijkste doelen en maatschappelijke effect(en) met bijbehorende effectindicatoren. • Wat gaan we daarvoor doen? Toelichting van activiteiten en prestaties die bij onze doelen horen. Indien mogelijk zijn er ook bijbehorende prestatie-indicatoren geformuleerd. Daarmee maken we het verband tussen de prestatie, het doel en het maatschappelijk effect inzichtelijk. • Wat mag het kosten? We presenteren voor de exploitatie de meerjarige lasten, baten en het saldo. • Relevante nota’s met betrekking tot de verschillende taakvelden. • Betrokken verbonden partijen: van de rechtspersonen waarin we een bestuurlijk en financieel belang hebben, beschrijven we de bijdrage aan onze doelstellingen en actuele ontwikkelingen en risico’s. • BBV-indicatoren: dit is een uniforme basisset van indicatoren die periodiek landelijk beschikbaar zijn.

Via de website waarstaatjegemeente.nl zijn de indicatoren beschikbaar. • Wij streven ernaar om het aantal woorden terug te dringen in de beschrijving van doelen en activiteiten. Ondermeer door teksten in de programma s te beperken tot bijzonderheden in het nieuwe jaar.

Kaderbrief 2027-2030 - 9

Financiële begroting In het tweede gedeelte van de begroting wordt de financiële opbouw van de begroting toegelicht. De financiële begroting begint met een overzicht van de baten en lasten, waarvoor de raad het college autoriseert en waarmee het vastgelegde beleid, dat is opgenomen in de programma’s, wordt uitgevoerd. Vervolgens vindt verdere toelichting plaats over de volgende onderdelen van de financiële begroting: • Algemene uitgangspunten • Toelichting financiële begroting • Algemene dekkingsmiddelen • Overhead • Vennootschapsbelasting • Onvoorzien • Geprognosticeerde balans • Reserves en voorzieningen • Meerjareninvesteringsbegroting

Paragrafen Het derde gedeelte van de begroting bevat de paragrafen. Hier worden de beleidslijnen vastgelegd met betrekking tot relevante beheersmatige aspecten, alsmede tot de lokale heffingen. Het BBV schrijft de volgende paragrafen voor: • Lokale heffingen • Weerstandsvermogen en risicobeheersing • Onderhoud kapitaalgoederen • Financiering • Bedrijfsvoering • Verbonden partijen • Grondbeleid • Wet Open Overheid Daarnaast staat het de gemeente vrij om aanvullende paragrafen op te nemen. De behoefte aan dergelijke extra paragrafen wordt besproken in de auditcommissie, als verlengstuk van de raad. Op basis van deze bespreking wordt bepaald of aanvullende paragrafen aan de begroting worden toegevoegd.

Kaderbrief 2027-2030 - 10

3 Financieel-technische uitgangspunten In deze paragraaf worden de financiële technische uitgangspunten weergegeven.

Algemeen • Uitgangspunt is de programmabegroting 2026 met de daarop vastgestelde wijzigingen; • Er wordt onderscheid gemaakt in een stijging voor personele kosten en een stijging voor prijzen; • We stellen de begroting op in constante prijzen. Dit betekent dat elke jaarschijf zowel aan de kosten- als de opbrengstenkant op prijspeil 2027 is begroot (het eerste jaar van onze meerjarenbegroting). Indexering vindt plaats op de jaarschijf 2026 conform de percentages die opgenomen zijn in de Meicirculaire.

Prijsstijgingen en indexaties Onderdeel

Begroting 2027

Salarissen

4,2%

Levering goederen en diensten, huren/pachten en tarieven/leges

2,1%

Verbonden partijen

begroting

Algemene uitkering

meicirculaire

Rekenrente investeringen

1,5%

Personele kosten De Meicirculaire 2026 geeft een prognose voor de ontwikkeling van de loonsommen van 4,2% voor 2027. Voor de jaren 2027 en verder wordt geen verdere loonsverhoging berekend, omdat Maasdriel met constante prijzen rekent.

Prijsstijgingen De Meicirculaire 2026 geeft een prognose voor de prijsontwikkeling van het Consumenten Prijs Index (CPI) van 2,1% voor 2027. Deze prijsontwikkeling wordt niet automatisch doorberekend in de budgetten van de begroting 2027. In plaats van het automatisch doorberekenen, nemen wij een stelpost op die in de loop van het jaar 2027 aangewend kan worden.

Rekenrente De gemeente investeert in allerlei projecten en activa die meerdere jaren meegaan. Voor deze investeringen zijn financieringen noodzakelijk en daarvoor worden langlopende geldleningen afgesloten. De financiering van de investeringen geschiedt niet voor elke afzonderlijke investering maar wordt bezien vanuit de totale

Kaderbrief 2027-2030 - 11

financieringsbehoefte die de gemeente heeft. In de programmabegroting 2027 wordt een vaste rekenrente van 1,5% gehanteerd. De rekenrente is iets anders als de marktrente. De rekenrente is de interne verrekening van de rentelasten over de taakvelden heen. Daardoor komen de rentelasten terecht op de plaats waarop deze betrekking hebben. De marktrente is de rente die op de kapitaalmarkt wordt betaald bij het aangaan van financieringen. Als de marktrente stijgt en de gemeente Maasdriel leningen aantrekt, dan stijgt de interne rente langzaam. Op weg naar de programmabegroting 2027 zal deze worden herrekend en (indien het rentepercentage wijzigt) de financiële effecten verwerkt.

Activa en Meerjarig Investeringsplan In de staat van activa 2027 zijn alle lopende investeringen, de investeringen uit het Meerjaren Investeringsplan en de door de raad geaccordeerde investeringen/kredieten opgenomen. In deze staat worden de kapitaallasten berekend. Uitgegaan wordt van de boekwaarde op 1 januari 2027. De rekenrente wordt berekend over deze boekwaarde en de afschrijvingstermijnen uit de financiële verordeningen (of in de geest van de financiële verordening) worden gehanteerd. De berekende kapitaallasten komen ten laste van het desbetreffende taakveld. Bij de bouwgronden wordt de daarvoor geldende rekenrente gerekend over de boekwaarde 1 januari 2027.

Reserves en voorzieningen De staat van reserves en voorzieningen bevat alle reserves en voorzieningen die door de raad zijn vastgesteld, conform de door de raad vastgestelde Nota reserves en voorzieningen

Kaderbrief 2027-2030 - 12

4 Financieel meerjarenperspectief 2027-2030 Financieel meerjarenperspectief Omschrijving (bedrag x € 1.000)

2027

2028

2029

2030

Begroting 2026-2029

639

574

1.380

1.450

Slotwijziging 2025

-515

-523

-551

-551

-5

-107

-248

-314

-119

-149

-164

-168

-355

-355

-355

0

-560

417

417

Stand meicirculaire 2026

53.790

51.587

51.074

52.191

Stand septembercirculaire 2025

50.595

49.520

50.425

50.925

Saldo meicirculaire 2026

3.195

2.067

649

1.266

Taakmutaties

-798

-3

1.110

1.133

58

57

70

-22

A. Saldo programmabegroting (raad november 2025)

Wegenbeleidsplan 2026-2030 Gebouwbeheerplan (raadsvoorstel 2-7-2026) MFC De Kreek minimum variant (raadsbesluit 23-4-2026) Begrotingssaldo 2027-2030

B. Mutatie Meicirculaire 2026

Mutatie stelpost areaaluitbreiding Vrij te besteden middelen na actualisatie circulaire

2.455

2.121

1.829

2.377

Begrotingssaldo 2027-2030 na verwerking meicirculaire 2026

2.455

1.561

2.246

2.794

Stelpost prijs

-459

-459

-459

-459

Stelpost prijs jeugd/wmo

-748

-748

-748

-748

Stelpost lonen

-700

-700

-700

-700

OZB-indexering

211

211

211

211

C. Autonome ontwikkelingen, bestuursrapportage en doorkijk

Begrotingen 2027 gemeenschappelijke regelingen Bestuursrapportage 2026

-734

-807

-856

-881

-3.700

-3.600

-3.600

-3.600

Huisvesting onderwijs

-1.400

Totaal ontwikkelingen

-6.130

-6.103

-6.152

-7.577

Financieel perspectief kaderbrief 2027-2030

-3.675

-4.542

-3.906

-4.783

Kaderbrief 2027-2030 - 13

Toelichting A Saldo programmabegroting Uitgangspunt is de programmabegroting 2026, welke in november 2025 door de raad is vastgesteld. Vervolgens zijn daar wijzigingen op geweest door raadsbesluiten (Slotwijziging en Wegenbeleidsplan). Daarnaast is het raadsvoorstel Gebouwenbeheerplan geagendeerd voor de raad van 2 juli 2026. Dit is vooruitlopend op besluitvorming alvast meegenomen in deze tabel. Ten aanzien van MFC De Kreek heeft de raad besloten om minimaal de kosten voor scenario 1 op te nemen.

Toelichting B Meicirculaire 2026 Hierover is in hoofdstuk 4 een toelichting opgenomen.

Toelichting C Toelichting op de autonome ontwikkelingen, bestuursrapportage en doorkijk Autonome ontwikkelingen • De indexering loonkosten en de prijsinflatie zijn opgenomen op basis van de cijfers uit de meicirculaire, respectievelijk 4,2% voor lonen en 2,1% voor prijzen. • Voor jeugd en wmo is een specifieke stelpost opgenomen op basis van de contractueel afgesproken indexering. • De OZB-indexering is gebaseerd op het inflatiecijfer waarmee in het gemeentefonds wordt gerekend. Dit bedraagt 3%. Door deze indexering aan te houden is de afname van het gemeentefonds en de hogere OZBopbrengst in balans. Deze twee hangen namelijk met elkaar samen: het Rijk bepaalt een normbedrag voor de OZB-opbrengst en brengt dit in mindering op het gemeentefonds. • De ontwerpbegrotingen en ingediende zienswijzen van de Gemeenschappelijke Regelingen hebben een financieel effect op de begroting 2027. Het financieel effect is het effect als wordt ingestemd met de begrotingen van de gemeenschappelijke regelingen. Als de besturen van de gemeenschappelijke regelingen anders besluiten, wordt dit in de begroting van 2027 vertaald. Bestuursrapportage 2026 De bestuursrapportage laat een nadelig structureel financieel effect zien van ongeveer € 3.600.000. Op het moment van schrijven van de Kaderbrief wordt de bestuursrapportage opgesteld.

De voornaamste bijstelling betreffen jeugdzorg (€ 2,7 miljoen negatief) en de kosten voor de ODR (€ 0,5 miljoen negatief). Doorkijk wettelijke taken

Huisvesting onderwijs Voor onderwijs worden investeringen voorzien in Hedel (De Lispeltuut, De Zaaier en De Pollenhof) en in Kerkdriel (Mgr. Zwijsenschool). Voor Hedel wordt ingezet op MFC De Woerd, waarvoor het indicatieve investeringsbedrag € 25 tot € 30 miljoen bedraagt. Voor de Mgr. Zwijsenschool gaat het om een investering van € 18 tot € 25 miljoen. Beide investeringen leiden samen tot een structurele last in de begroting van in totaal € 2,5 miljoen per jaar (rente plus afschrijving). De eerste structurele kosten verwachten we in 2030 met een omvang van € 1,4 miljoen.

Kaderbrief 2027-2030 - 14

5 Algemene Uitkering Gemeentefonds Op 28 mei 2026 is de Meicirculaire 2026 gepubliceerd door de Rijksoverheid. In deze Kaderbrief wordt u geïnformeerd over de uitkomsten en de effecten van de Meicirculaire 2026. Geld uit het gemeentefonds is vrij besteedbaar voor gemeenten. De inkomsten uit het gemeentefonds zijn veruit de grootste bron van inkomsten voor onze gemeente (2026: 61%). Het gemeentefonds is opgebouwd uit diverse maatstaven die uniek voor iedere gemeente zijn. Deze inkomsten zijn vanuit het Rijk niet gelabeld. Er geldt geen financiële afrekening met het Rijk op basis van uitkomsten van beleid of van werkelijke uitgaven. Hierom is het van belang dat we de circulaires blijven volgen en ontwikkelingen zo vroeg mogelijk onderkennen en kunnen duiden In hoofdlijnen heeft de meicirculaire 2026 de volgende uitkomsten voor onze gemeente. Het effect op het begrotingssaldo voor de jaren 2027 tot en met 2030 wordt weergegeven op regel ‘Vrij besteedbaar deel’.

Omschrijving (bedragen * € 1.000)

2026

2027

2028

2029

2030

Meicirculaire 2026

51.782

53.790

51.587

51.074

52.191

Septembercirculaire 2025

51.412

50.595

49.520

50.425

50.925

Verschil

370

3.195

2.067

649

1.266

Toegekende taakmutaties/IU/DU

70

798

3

-1.110

-1.133

0

-58

-57

-70

22

300

2.455

2.121

1.829

2.377

Mutatie stelposten voorzieningen woningbouw

Vrij besteedbaar deel

Toelichting uitkomsten Meicirculaire 2026 versus septembercirculaire 2025 In onderstaande tabel wordt de ontwikkeling van het gemeentefonds volgens de meicirculaire 2026 vergeleken met de septembercirculaire 2025. De ontwikkelingen worden daarna toegelicht.

Omschrijving (bedragen * € 1.000)

2026

2027

2028

2029

2030

Meicirculaire 2026

51.782

53.790

51.587

51.074

52.191

Septembercirculaire 2025

51.412

50.595

49.520

50.425

50.925

370

3.195

2.067

649

1.266

Verleggen laatste jaarschijf

0

0

0

0

600

Accres (omvang gemeentefonds)

37

1.853

1.843

1.679

1.730

Mutatie omvang gemeentefonds

Wijzigingen maatstaven (verdeling gemeentefonds)

Kaderbrief 2027-2030 - 15

Omschrijving (bedragen * € 1.000)

2026

2027

2028

2029

2030

- Huishoudens laag inkomen met drempel

197

393

508

489

471

- Inwoners (totaal, 75+ en <18)

-160

-108

-168

-262

-310

73

-1

-13

-19

-30

- Laag opleidingsniveau met drempel - Overigen

3

73

62

87

150

BCF

-42

-107

-107

-107

-107

WOZ

28

-99

-110

-110

-102

Totale taakmutaties/IU/DU

234

1.191

52

-1.108

-1.136

Totale wijzigingen in gemeentefonds

370

3.195

2.067

649

1.266

Wijziging omvang gemeentefonds: accres Het gemeentefonds groeit zodat gemeenten gecompenseerd worden voor loon- en prijsstijgingen. Dit wordt het accres genoemd. Het accres bestaat uit een volumedeel en een nominaal deel. Met het volumedeel bedoelen we het deel dat gaat over de compensatie van onder andere bevolkingsgroei. Met het nominale deel bedoelen we de compensatie voor loon- en prijsontwikkeling. Het omgekeerde kan ook mogelijk zijn: als de groei naar een lager niveau wordt bijgesteld dan eerder is berekend, ontvangen gemeenten minder inkomsten aangezien het gemeentefonds afneemt. In de meicirculaire 2026 is een nieuwe accresraming opgenomen. Deze raming is gebaseerd op de actuele raming van de ontwikkeling van het bbp door het Centraal Planbureau (CPB; CEP 2026). Het volume accres wordt gebaseerd op een 8-jaars (t-9 t/m t-2) historisch gemiddelde van de ontwikkeling van het bbp. Wijzigingen maatstaven Het gemeentefonds wordt verdeeld op basis van maatstaven. Door de continue bijstellingen van de maatstaven vinden er bij iedere circulaire aanpassingen plaats. Hierbij worden de gegevens van bijvoorbeeld het aantal inwoners, het aantal huishoudens en het aantal uitkeringsontvangers bijgesteld tot de meest recente en vastgestelde informatie.

De actualisatie van de aantallen van de diverse verdeelmaatstaven in de algemene uitkering leiden tot een bijstelling van het te verwachten bedrag in de algemene uitkering voor de gemeente Maasdriel. Niet alle maatstaven zijn inzichtelijk, waardoor het voor kan komen dat een gewijzigd aantal door het CBS wordt gepubliceerd welke afwijkt van de verwachtingen. We proberen waar mogelijk onze eigen gegevens te gebruiken, tenzij het CBS recentere informatie beschikbaar heeft gesteld. Vanaf begrotingsjaar 2026 bepalen we de (ontwikkeling van de) maatstaven op basis van de verwachte ontwikkeling (groeimodellen) volgens het ministerie van Binnenlandse Zaken, tenzij we zelf betere gegevens hebben (zoals het geval is bij de bouw van het aantal woningen). BTW-compensatiefonds (BCF) Het BTW-compensatiefonds (BCF) heeft een plafond. Gemeenten zijn in 2025 € 215 miljoen onder dit plafond gebleven met declaraties. Hiervoor mag een gemeente meerjarig een stelpost opnemen. In de septembercirculaire 2025 werd echter al een voorschot van € 428 miljoen uitbetaald. De definitieve afrekening BCF bedraagt hierdoor € 213 miljoen lager en dit bedrag wordt in 2026 incidenteel onttrokken aan het gemeentefonds. Aangezien de stelpost gebaseerd moet worden op de laatste afrekening van het BCF, houdt dit in dat we een lagere stelpost op mogen nemen dan in de begroting aanwezig was.

We stellen de stelpost op basis hiervan naar beneden bij.

Kaderbrief 2027-2030 - 16

WOZ Gemeenten worden gekort op het gemeentefonds met een vast tarief vermenigvuldigt met de totale WOZ-waarden binnen de gemeente. Hoe hoger de totale WOZ-waarde, hoe hoger de korting op de algemene uitkering wordt. De WOZ-waarde wordt gebaseerd op de laatste opgaaf van de BSR, en voor het jaar 2027 vermenigvuldigt met de landelijke verwachte groei van 6,5%. Tevens wordt er rekening gehouden met het bijbouwen van woningen. Het ministerie stelt jaarlijks de rekentarieven bij. In de meicirculaire 2026 is de jaarlijkse aanpassing van de rekentarieven voor het jaar 2027 doorgevoerd. Omdat de WOZ-waarden jaarlijks fluctueren door marktontwikkelingen, worden de rekentarieven landelijk aangepast om deze schommelingen te neutraliseren. Alleen inflatie (prijsindex Nationale Bestedingen, pNB) leidt tot groei van de maatstaf (korting op het gemeentefonds). Wanneer de WOZ-waarde stijgt en het OZB-tarief niet, ‘groeit’ de korting van het Rijk boven de verdiensten van de OZB uit. Zonder het verhogen van het OZB-tarief gaat een gemeente er netto op achteruit. Adviesbureau PAUW heeft in de nieuwsbrief bij de meicirculaire 2026 al vermeld dat gemeenten de OZB met minimaal 3,0% moeten verhogen om budgettair neutraal uit te komen. Elke verhoging daarboven levert daadwerkelijk extra inkomsten op. Bij alles daaronder gaan we er netto op achteruit.

Taakmutaties / integratie- en decentralisatie-uitkeringen Taakmutaties zijn te omschrijven als veranderingen in het gemeentelijk takenpakket. Dit kunnen (extra) nieuwe taken zijn, maar ook verschuiving van taken van bijvoorbeeld het Rijk naar gemeenten. Het zijn extra middelen die aan het gemeentefonds worden toegevoegd. Een integratie-uitkering is bestemd om middelen via het gemeentefonds te verdelen op een manier die afwijkt van de algemene uitkering. De integratie-uitkering wordt vooral gebruikt om te grote herverdeeleffecten op te vangen. Herverdeeleffecten zijn financiële voor- of nadelen voor gemeenten die worden veroorzaakt door een andere verdeling van gelden. Met een integratie-uitkering kan het Rijk dus voor een aantal jaren middelen aan gemeenten verstrekken via het gemeentefonds, zonder gebonden te zijn aan de verdeelsystematiek van de algemene uitkering. Dit maakt voor specifieke taken of beleidsterreinen een gerichte verdeling van het budget mogelijk. Decentralisatie-uitkeringen verschillen slechts op twee punten van integratie-uitkeringen: bij een decentralisatie-uitkering hoeft het tijdstip van overheveling naar de algemene uitkering nog niet bekend te zijn en het is mogelijk om de decentralisatie-uitkering naar een deel van alle gemeenten te verdelen (zoals bijvoorbeeld aan centrumgemeenten).

De decentralisatie-uitkering wordt daarom gebruikt om specifieke uitkeringen over te hevelen naar het gemeentefonds en om de vorming van nieuwe specifieke uitkeringen te voorkomen. Jaarlijks wordt bezien of overgang van decentralisatie-uitkering naar de algemene uitkering mogelijk en wenselijk is of dat de looptijd van het beleid is beëindigd en de decentralisatie-uitkering komt te vervallen. Decentralisatieuitkeringen zijn apart zichtbaar binnen het gemeentefonds. Een gemeente ziet dus hoeveel geld er via decentralisatie-uitkeringen beschikbaar is gesteld. We kennen niet alle taakmutaties, integratie- en decentralisatie-uitkeringen aan budgetten toe: het kan voorkomen dat de middelen niet nodig zijn omdat we de taak al binnen het bestaand budget uitvoeren, of we

Kaderbrief 2027-2030 - 17

ramen het budget realistisch, of we hebben het budget bijvoorbeeld al eerder verhoogd. Uit onderstaande tabel blijken de totale taakmutaties, integratie- en decentralisatie-uitkeringen en de toegekende taakmutaties, integratie- en decentralisatie-uitkeringen.

Omschrijving (bedragen * € 1.000)

2026

2027

2028

2029

2030

Totale taakmutaties/IU/DU

234

1.191

52

-1.108

-1.136

Toegekende taakmutaties/IU/DU

70

798

3

-1.110

-1.133

Niet toegekende taakmutaties

164

393

49

2

-3

De belangrijkste taakmutaties, integratie- en decentralisatie-uitkeringen voor Maasdriel die worden verwerkt zijn als volgt: • Capaciteit decentrale overheden klimaat- en energiebeleid (DU): Voor 2027 is € 671 miljoen beschikbaar gesteld aan gemeenten om uitvoering te kunnen geven aan hun taken op het gebied van klimaat- en energiebeleid. Voor Maasdriel betreft dit voor het jaar 2027 € 795.497 We stellen voor om hiervoor op basis van het bestedingsplan van de duurzaamheids-middelen af te wegen of (volledige) toekenning van deze middelen noodzakelijk is. Vooralsnog is het volledige bedrag meegenomen in de Kaderbrief. • Huishoudelijke hulp uit de Wmo (taakmutatie): Dit betreft maatregel 44 uit het Coalitieakkoord van het kabinet Jetten. Mensen die dat kunnen, gaan zelf betalen voor hun huishoudelijke hulp. Huishoudelijke hulp als maatwerkvoorziening binnen de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo) wordt daarom geschrapt met ingang van 1 januari 2029 (€ 1,4 miljard uitname uit het gemeentefonds). Voor Maasdriel gaat het in 2029 om een bedrag van minus € 1.586.003 en in 2030 minus € 1.619.697. • Vangnetregeling huishoudelijke hulp uit de Wmo (taakmutatie): Tegelijk wordt € 430 miljoen toegevoegd als vangnet voor mensen die deze hulp niet zelf kunnen regelen. Voor de mensen die niet zelf hulp kunnen regelen, blijft de gemeente daarin voorzien.

Afhankelijk van de uiteindelijke lokale keuzes heeft dit ook een effect op zowel de lasten- als de batenkant van de begroting met een budgettair neutraal effect. Bijvoorbeeld door de lasten voor Wmo af te ramen en van de bijzondere bijstand te verhogen. Voor Maasdriel gaat het in 2029 vooralsnog om een bedrag van plus € 473.570 en in 2030 plus € 483.631.

Kaderbrief 2027-2030 - 18

6 Vooruitblik In dit hoofdstuk worden ontwikkelingen beschreven die van invloed kunnen zijn op de begroting 2027. De eventuele financiële effecten hiervan zijn nog niet opgenomen in het financieel meerjarenperspectief van de Kaderbrief 2027-2030 (zie hoofdstuk 4).

Ambtelijke capaciteit voor ontwikkeling woningbouw Voor het ontwikkelen van woningbouwlocaties is niet alleen planvorming maar ook infrastructuur, voorzieningen en ambtelijke capaciteit nodig. De gemeente heeft geen eigen planeconoom, geen stedenbouwkundige en de beleids- en uitvoerende capaciteit op wonen is beperkt. Om aan de minimale ambities (inclusief wettelijke verplichtingen) te kunnen voldoen is een uitbreiding van de ambtelijke capaciteit met € 0,6 miljoen nodig.

Omgevingsprogramma en -plan Op dit moment werken we aan het actualiseren van de omgevingsvisie. Hieruit volgen doelen en ambities voor de fysieke leefomgeving die zullen worden uitgewerkt in omgevingsprogramma’s. Onder de omgevingswet nemen, wat we voorheen als beleidsplannen kenden, de vorm aan van een omgevingsprogramma. Er worden de volgende omgevingsprogramma’s voorzien: • Duurzaamheid/klimaatmitigatie: warmtetransitie, energietransitie en circulaire economie • Omgevingskwaliteit: stedenbouw, landschap, erfgoed en welstand • Landbouw, economie en toerisme • Milieu, gezondheid en externe veiligheid • Wonen/woningbouw Per thema kan er sprake zijn van wettelijke verplichtingen. Vanuit de Omgevingswet gelden in ieder geval wettelijke verplichtingen voor milieu, wonen en erfgoed. Deze verplichtingen moeten nog verder invulling krijgen. Dit dient voor 2032 te gebeuren zodat we voldoen aan de wettelijke eisen van de omgevingswet. Deze verplichtingen bestaan uit omgevingsplan-gerelateerde zaken en uit beleidstaken. Het huidige beleid is nog niet omgevingswet-proof. Dit dient dus op meerdere vlakken geactualiseerd te worden. Een bedrag van €100.000 per jaar is nodig om de komende jaren de transitie te maken van onze huidige losse beleidsstukken naar omgevingsprogramma’s. Dit is nog onafhankelijk van ambitie.

De aanhoudende woningnood zorgt ook voor een grote noodzaak voor proactief handelen als gemeente. We moeten actief ruimtelijke onderzoeken doen om inschattingen te kunnen maken van haalbare en wenselijke uitbreidingsrichtingen.

Kaderbrief 2027-2030 - 19

Mobiliteit Het huidige beleid is op strategisch niveau vastgelegd in de Mobiliteitsvisie Maasdriel, een bouwsteen van de Omgevingsvisie. Op tactisch niveau is het beleid voor de komend jaren vastgelegd in het Mobiliteitsprogramma Maasdriel. De belangrijkste ontwikkelingen zijn de woningbouwopgave voor Maasdriel en de autonome groei van de mobiliteit. Voor Maasdriel is het van groot belang welke maatregelen er door het Rijk worden genomen om de doorstroming op de A2 te verbeteren. Noodzakelijke verbetering aan de infrastructuur. Niet alleen voor het aanpakken van bestaande knelpunten maar ook om de ontsluiting van nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen mogelijk te maken. In 2026 starten hiervoor onderzoeken die moeten leiden tot het realiseren van nieuwe weginfrastructuur. De kosten kunnen zeer aanzienlijk zijn maar zonder deze nieuwe infrastructuur worden veel woningbouwplannen niet haalbaar. Nietsdoen betekent aanzienlijk minder nieuwe woningen in de toekomst.

Maatschappelijk vastgoed Het maatschappelijk vastgoedbeleid gaat over de maatschappelijke doelen waarvoor het gemeentelijk vastgoed wordt ingezet. Hierbij valt te denken aan sport, welzijn, ontmoeting en cultuur. Ook staan hierin duidelijke en uitlegbare kaders onder welke voorwaarden vastgoed wordt ingezet en welke verantwoordelijkheid de gemeente daarin heeft. Momenteel wordt gewerkt aan dit beleidskader. Binnen het domein van voorzieningen en maatschappelijke vastgoed spelen diverse ontwikkelingen die om een herbezinning op het maatschappelijk vastgoed vragen. Hoe gaan we bijvoorbeeld om met het accommoderen van ontmoeting (dorpshuizen), sport(velden), cultuur en welzijn? Hoe zorgen we voor duurzame accommodaties die inspelen op verandering in de behoefte? De wettelijke taak die binnen het maatschappelijk vastgoedbeleid ligt, bestaat slechts uit het faciliteren van bewegingsonderwijs (gymzalen). Alle overige functies zijn beleidskeuzes. Maatschappelijk vastgoed hangt samen met onze woningbouwopgave. De toename van de woningvoorraad en de toename van het aantal inwoners zullen in de toekomst namelijk effect hebben op de bestaande maatschappelijke voorzieningen. Binnen het maatschappelijk vastgoedbeleid moet hierop worden ingespeeld. Ook zien we een toename van vergrijzing van de bevolking. Dit heeft ook invloed op de behoefte aan voorzieningen.

Als we niets doen kan de kwaliteit van het voorzieningenniveau en de leefbaarheid in de kernen achteruitgaan en raken accommodaties lastiger exploitabel. De actualisatie en doorontwikkeling van het vastgoedbeleid kan leiden tot extra inzet van éénmalige investeringsgelden of aanvullende onderhoudsgelden bijvoorbeeld onderhoud van sportvelden of gebouwen (verduurzaming).

Bedrijventerreinen Een belangrijke ontwikkeling is het nieuwe duurzame bedrijventerrein De Poort van Maasdriel. Dit zal zorgen voor economische versterking door behoud en aantrekken van bedrijven. Momenteel wordt gewerkt aan een exploitatieplan, waaruit moet blijken welke investering deze ontwikkeling vraagt en wat de uitgifte van kavels oplevert. Voor de gemeente betekent dit dat kosten worden voorgefinancierd en later worden terugverdiend. Hier zijn uiteraard risico’s aan verbonden, tegelijkertijd kan het ook financiële voordelen opleveren.

Kaderbrief 2027-2030 - 20

Een andere ontwikkeling is dat de provinciale staten hebben besloten om de aanduiding ‘intensiveringsgebied glastuinbouw’ te verplaatsen van de Grote Ingh naar het Veilingweggebied. Het eerste bedrijf is al verplaatst, maar hierbij werden ook knelpunten duidelijk die een vruchtbare ontwikkeling van het gebied in de weg zullen komen te staan. Het gaat bijvoorbeeld om het ontbreken van een integrale ontwikkelvisie, waarbij duidelijk is welke partijen waarvoor verantwoordelijk zijn, welke kosten daarmee gemoeid gaan en hoe deze verhaald kunnen worden. Om deze visie te kunnen ontwikkelen is extra ambtelijke capaciteit nodig.

Duurzaamheid en klimaat Op grond van de Klimaatwet moet de CO2-uitstoot worden verminderd en moeten we in 2050 klimaatneutraal zijn. Het doel hiervan is om klimaatverandering zoveel mogelijk te beperken. Dit wordt ook wel klimaatmitigatie genoemd. Om de doelstelling te halen zal het gebruik van fossiele energie (zoals aardgas) tot 2050 worden uitgefaseerd, meer hernieuwbare energie worden opgewekt (zoals afgesproken in de Regionale Energie Strategie), de energievraag worden verlaagd door bijvoorbeeld isolatie en de inzet op een circulaire economie. Deze warmte-, energie- en circulaire transitie zullen directe invloed hebben op ontwikkelingen in de gemeente en een nieuwe rol voor de gemeente brengen. Klimaatmitigatie raakt daarmee alle gemeentelijke domeinen: ruimtelijke ontwikkeling (netcapaciteit bij nieuwbouw), sociaal domein (energiearmoede), economie (vestigingsmogelijkheden bedrijven), en financiën (b.v. energiekosten gemeentelijk vastgoed). Daarnaast vormt netcongestie een toenemende beperking, doordat de beperkte capaciteit van het elektriciteitsnet nieuwe ontwikkelingen en verduurzamingsinitiatieven kan vertragen of zelfs stilleggen. Om hier goed op te sturen is een actieve aanpak nodig. Er wordt een omgevingsprogramma opgesteld voor de energietransitie en circulariteit, naast het wettelijk verplichtte warmteprogramma.

In dit programma wordt de regierol van de gemeente en de route naar een aardgasvrije gebouwde omgeving beschreven. Deze overgang van verwarmen met aardgas naar verwarmen met duurzame bronnen noemen we de warmtetransitie. De gemeenteraad heeft met de bouwsteen Klimaatmitigatie de strategische kaders voor deze transitie vastgesteld (doel 5). Vanuit het rijk heeft Maasdriel eerder een bijdrage ontvangen voor de uitvoeringskosten Klimaatakkoord. Deze bijdrage (€ 313.000) staat gereserveerd en zal de komende jaren ingezet worden voor de warmtetransitie. Tegelijkertijd verwachten wij dat dit budget op termijn onvoldoende zal zijn. Bij de verdere uitwerking van het warmteprogramma zal meer duidelijk worden over de noodzakelijk te maken kosten. Waar mogelijk zal gebruik gemaakt worden van subsidies. Voor de gemeentelijke gebouwen geldt dat deze in 2050 aan de renovatiestandaard moeten voldoen: panden moeten aan een energielabel A+++ voldoen. Om hieraan te voldoen is voor het verduurzamen van het vastgoed een investeringsbedrag van ongeveer € 7 miljoen benodigd.

Transformatie sociaal domein Door maatschappelijke ontwikkelingen neemt de (financiële) druk op het sociaal domein toe. Door vergrijzing en een toename van complexe jeugdhulp wordt namelijk steeds meer beroep gedaan op ondersteuning door gemeenten. Gemeenten worden voor deze toename niet gecompenseerd vanuit het gemeentefonds en ook het nieuwe kabinet lijkt voorgenomen bezuinigingen op het sociaal domein niet terug te draaien. Vanuit de landelijke hervormingsagenda jeugd 2023- 2028 hebben gemeenten de opdracht om het sociaal domein te transformeren om zo de kwaliteit en kosten van het sociaal domein onder controle te houden. In Maasdriel loopt daarom per 2026 het programma Transformatie Sociaal Domein dat erop gericht is om het sociaal domein financieel en kwalitatief toekomstbestendig te maken. Hiermee anticipeert de gemeente op de toenemende

Kaderbrief 2027-2030 - 21

hulpvraag en probeert zo de kosten stabiel te houden ondanks het feit dat landelijke middelen de komende jaren afnemen. Transformatie van het sociaal domein lukt alleen als er een sterke sociale basis (voorliggend veld) is waarnaar verwezen kan worden. Dat is nu niet voldoende het geval. Door meer te investeren op preventie en vroegsignalering wordt deze sociale basis verder ontwikkeld. Gemeenten hebben vanuit het Rijk opdracht gekregen om hun toegang om te vormen tot integrale ‘Stevige Lokale Teams’. We zien dat de huidige inrichting van onze toegang en werkwijze hier niet meer aan voldoen. Vanuit de transformatie Sociaal Domein zal hierin geïnvesteerd gaan worden. Voor de uitvoering van de transformatie is voor 2026 en 2027 budget opgenomen in de begroting.

Regionale samenwerking We participeren in meerdere regionale samenwerkingsverbanden op het gebied van onder meer jeugdzorg, wonen, ruimte, belastingen, Omgevingsdienst, afvalverwerking, Wmo, veiligheid, gezondheid, economie, mobiliteit en duurzaamheid. Belangrijk gremium is Regio Rivierenland. Hierin werkt Maasdriel samen met zeven buurgemeenten en provincie aan ruimtelijke en economische vraagstukken (onder andere woningbouw, bedrijventerreinen, bereikbaarheid). Een deel van de uitvoering van wettelijke taken is ondergebracht bij 11 gemeenschappelijke regelingen (GR’en). Onze gemeenteraad geeft samen met de andere deelnemende raden de opdracht aan, en bepaalt de koers van, de gemeenschappelijke regelingen waar we als Maasdriel aan deelnemen. We zien dat de Rijksoverheid complexe opgaven (zorg, energie, opvang, veiligheid) steeds vaker provinciaal belegt. De Provincie op haar beurt belegt deze opgaven en de daaraan gekoppelde geldstromen veelal regionaal. Samenwerken in gemeenschappelijke regelingen biedt ons mogelijkheden bij het verkrijgen van provinciale, landelijke en Europese subsidies waar we lokaal onvoldoende kennis en capaciteit voor hebben. Ook kan Rivierenland de lobby bij de provincie, Rijksoverheid en Europa versterken.

Voor de woningbouwopgave en ruimtelijke ontwikkelperspectieven betekent dit bijvoorbeeld dat regionale programmering en afstemming noodzakelijk zijn om in aanmerking te komen voor rijksmiddelen of middelen vanuit de provincie. Ook economisch gezien vraagt de positionering van de FruitDelta en aansluiting op logistieke corridors (A2 en de Waal) om een gezamenlijke strategie. Dit betekent dat meer regionale samenwerking nodig is en we ook vaker over onze regiogrenzen moeten samenwerken bijvoorbeeld richting 's-Hertogenbosch. Met deze ontwikkelingen rijst de vraag of het huidige sturingsmodel voldoende is ingericht op deze ontwikkelingen om als college en raad bestuurlijke verantwoordelijkheid te waarborgen. De regionale samenwerking vraagt namelijk om snelheid en een bepaalde schaal. Het is van belang eigen prioriteiten te kunnen blijven stellen binnen regionale kaders bijvoorbeeld als het gaat om woningbouwverdeling en economische profilering. De nieuwe bestuursperiode biedt een aantal strategische keuzes. We kunnen ons actiever profileren en kiezen op welke regionale thema’s we leidend willen zijn. We kunnen een bestuurlijke lobby starten en onszelf actief positioneren richting provincie en Rijk voor middelen, denkkracht en ruimte om te ontwikkelen. We kunnen kritisch bezien of alle samenwerkingen doelmatig zijn en verkennen of alternatieve en lichtere

Kaderbrief 2027-2030 - 22

samenwerkingsvormen mogelijk zijn. De raad kan beter in positie gebracht worden door mee regionale raadsbijeenkomsten te organiseren en in het proces van GR’en te komen tot heldere zienswijzen en periodieke evaluatie. Ook kunnen de politieke partijen uit Maasdriel hun connecties met landelijke partijen inzetten om invloed uit te oefenen en aandacht te vragen voor bepaalde dossiers. Financieel gezien zien we stijgende bijdragen aan gemeenschappelijke regelingen en een onzekerheid in rijksbijdragen (zowel incidenteel bij subsidies voor projecten, als structureel in het gemeentefonds). Een investering op regionale samenwerking vraagt ook om een organisatorische versterking. We zullen hiervoor moeten investeren in strategische capaciteit om regionale dossiers proactief te beïnvloeden.

Digitalisering Digitalisering en kunstmatige intelligentie (AI) bieden kansen om dienstverlening te verbeteren, processen efficiënter te maken en beter in te spelen op de behoeften van inwoners en ondernemers. Door slim gebruik te maken van data en AI-toepassingen kunnen wachttijden worden verkort, administratieve lasten worden verminderd en kan beleid beter worden onderbouwd. Denk bijvoorbeeld aan het automatiseren van routinematige processen, het verbeteren van digitale loketten en het ondersteunen van ambtenaren bij analyse en besluitvorming. Tegelijkertijd vraagt deze ontwikkeling om gerichte investeringen en duidelijke keuzes. Structureel budget is nodig voor moderne IT-infrastructuur, veilige dataopslag, opleiding van medewerkers en het ontwikkelen of inkopen van betrouwbare AI-toepassingen. Zonder deze investeringen bestaat het risico dat de gemeente afhankelijk wordt van verouderde systemen of externe partijen, wat innovatie kan remmen en kosten op termijn kan verhogen. Daarnaast brengt digitalisering ook risico’s en verantwoordelijkheden met zich mee. Denk aan vraagstukken rond privacy, informatiebeveiliging, transparantie van algoritmes en digitale inclusie. Niet alle inwoners beschikken over dezelfde digitale vaardigheden of toegang tot technologie.

Het is daarom belangrijk dat digitale dienstverlening altijd gepaard gaat met toegankelijke alternatieven en dat de gemeente actief inzet op digitale weerbaarheid en ethisch gebruik van AI. Voor de komende bestuursperiode ligt er een kans om digitalisering en AI strategisch te verankeren in het gemeentelijk beleid. Door duidelijke kaders te stellen, voldoende budget te reserveren en samen te werken met andere gemeenten, kennisinstellingen en het bedrijfsleven kan de gemeente zowel de kansen benutten als de risico’s beheersen. Daarmee wordt digitalisering geen doel op zich, maar een middel om betere, efficiëntere en inclusievere publieke dienstverlening te realiseren. In de begroting zijn geen middelen voor deze ontwikkeling.

Kaderbrief 2027-2030 - 23

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/17130715/1