CConstaterende datMaasdriel
Koppel je AI →
Document · PDF

Kaderbrief 2026 BVEB

Gemeenteraad 30 januari 2025, gemeente MaasdrielBij agendapunt: Zienswijze Kaderbrief 2026 BVEB1.949 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Aan de raden van Maasdriel en Zaltbommel

Onderwerp Ons Kenmerk Datum Bijlagen

Kaderbrief BVEB 2026 12 november 2024 -

Geachte raadsleden, Voor de begrotingscyclus van 2026 en verder willen wij graag beter aansluiten bij de begrotingscyclus van beide gemeenten. In overleg met concern controllers, directie en bestuur is daarom gekozen voor een nieuwe opzet van de Planning & Control cyclus. In deze kaderbrief informeren wij u over deze opzet en de autonome loon- en prijsontwikkelingen. Daarnaast informeren wij u op hoofdlijnen over de komende ontwikkelingen binnen de bedrijfsvoeringseenheid en reageren wij op de zienswijze van de gemeente Maasdriel op de begroting 2025.

1. Nieuwe opzet planning & control cyclus Omdat gemeenschappelijke regelingen met hun begroting eerder in het jaar klaar moeten zijn dan de gemeenten loopt het besluitvormingsproces hierover vooruit op de afwegingen van bestaande en nieuwe ontwikkelingen binnen de gemeenten zelf. Dat is logisch voor gemeenschappelijke regelingen met meerdere gemeenten die wat meer op afstand staan. Voor de bedrijfsvoeringseenheid is de behoefte in de praktijk gegroeid om de ontwikkelingen op de bedrijfsvoering samen met de ontwikkelingen binnen de beleidsvelden van de gemeenten af te wegen tijdens hun kadernota/perspectiefnota en begrotingsproces. Dit gaan we als volgt in de planning & control cyclus een plaats geven. Kadernota BVEB De kadernota vormt het startpunt waarin de belangrijkste uitgangspunten voor de begroting uiteen worden gezet. Voor de bijdrage berekenen we de loon- en prijsontwikkeling. De overige ontwikkelingen schetsen we op hoofdlijnen, zonder deze al te vertalen in de financiële bijdrage. Dat gaan we later in het jaar samen met de gemeenten oppakken. Begroting BVEB De begroting is de uitwerking van de kadernota, waarbij het bestaande beleid het uitgangspunt is. Ook de begroting wordt hiermee meer op hoofdlijnen.

Kadernota/perspectiefnota/begroting gemeenten De bedrijfsvoering wordt meegenomen in de voorbereidingen van kader/perspectiefnota en begroting, als integraal onderdeel van de gemeenten, waarbij de ontwikkelingen binnen de beleidsvelden en de bedrijfsvoering in samenhang met elkaar worden afgewogen. Indien de ontwikkelingen leiden tot een verhoging van de gemeentelijke bijdrage aan de bedrijfsvoeringseenheid, dan vindt eerst besluitvorming plaats binnen de gemeenten. Op basis van de besluitvorming binnen de gemeenten wordt de wijziging in de budgetten via een begrotingswijziging in de begroting van de bedrijfsvoeringseenheid verwerkt. Jaarrekening BVEB De jaarrekening blijft net als nu de verantwoording van de realisatie ten opzichte van de begroting na wijzigingen. Wel gaan we vereenvoudigingen in het document van de jaarrekening doorvoeren, voor zover dat mogelijk is binnen de verslaggevingsvoorschriften.

2. Autonome ontwikkelingen voor 2026 en verder Autonome ontwikkelingen: indexeringen De gemeenschappelijke regelingen (GR-en) in de regio Rivierenland hebben in overleg met de controllers van de gemeentes met elkaar afspraken gemaakt over de systematiek van indexatie van lonen en prijzen. Uitgangspunt hierbij zijn de CPB index-cijfers, zoals opgenomen in de septembercirculaire van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK). Bij de samenstelling van de begroting 2026 (meerjarenramingen 2027 – 2029) wordt rekening gehouden met de volgende financiële uitgangspunten. a) Salarissen Algemeen uitgangspunt is dat de personele formatie en de bijbehorende salariskosten voor de begroting 2026 worden geraamd op basis van de vastgestelde personele formatie conform begroting 2025. CAO-afspraken en raming salariskostenstijging Voor de lonen wordt als basis de laatst bekende CAO gehanteerd. De huidige CAO heeft een looptijd tot en met 31 maart 2025. Vanaf 1 april 2025 wordt daarom aansluiting gezocht bij de door het CPB geraamde stijging van de lonen (loonvoet sector overheid), die in de door BZK uitgebrachte septembercirculaire is gepubliceerd. Hierin wordt ook de correctie op het jaar 2025 meegenomen. De loonkostenindexering wordt dan:

Correctie indexatie 2025 Loonindexering begroting 2025(conformkadernota 2025) Loonindexering 2025 (conformseptemberciculaire 2024) Correctie 2025

5,80% 4,70%

Index2026 Loonvoet sector overheid (septembercirculaire 2024) Indexatie 2026

3,80%

Totaal indexatie in%voor 2026 Totaal indexatie in€voor 2026

-1,10%

3,80%

€

2,70% 211.000

Sociale lasten Uitgangspunt in de kadernota is dat de sociale lasten en pensioenpremies in 2025 en 2026 per saldo niet stijgen. b) Prijsstijgingen Bij inkoop- en aanbesteding wordt ingezet op een juiste prijs-/kwaliteitverhouding. Indien mogelijk worden afspraken gemaakt voor de te hanteren inflatie.

Prijsindexering kostenbudgetten De prijsindexering wordt toegepast conform de door de CPB opgestelde cijfers (‘prijs overheidsconsumptie, netto materieel (IMOC)’) zoals opgenomen in de septembercirculaire 2024. Om de budgetten op het niveau van 2026 conform het CPB te brengen moeten we daarvoor ook het jaar 2025 corrigeren.

Correctie indexatie 2025 Overheidsconsumptie netto materieel (conformkadernota 2025) Overheidsconsumptie netto materieel (conformseptemberciculaire 2024) Correctie 2025

1,60% 2,70%

Index2026 Overheidsconsumptie netto materieel (conformseptemberciculaire 2024) Indexatie 2026

2,20%

Totaal indexatie in%voor 2026 Totaal indexatie in€voor 2026

1,10%

2,20%

€

3,30% 146.000

Alleen indien voor specifieke kostencategorieën andere indexeringspercentages gelden, wordt afgeweken van het algemene indexeringspercentage en worden de marktconforme kostenstijgingen in de begrotingscijfers verwerkt. c) Correctie dalende bijdrage in het meerjarenperspectief De totale lasten in de meerjarenbegroting van de bedrijfsvoeringseenheid dalen doordat afschrijvingen van investeringen uit het verleden aflopen en vervangingen nog niet in de meerjarenbegroting zijn verwerkt. In de praktijk blijkt dat vervangingen juist duurder uitpakken dan op basis van indexeringen van de begroting verwacht zou mogen worden en dat eenmalige investeringen omgezet worden naar jaarlijkse leasen, waarvan de bedragen jaarlijks ook worden geïndexeerd. Met ingang van de komende meerjarenbegroting corrigeren we dit. Daarbij hanteren we de bijdrage voor 2026 als jaarlijks gelijkblijvend taakstellend budget, waaruit we de bedrijfsvoering samen met de gemeenten vorm geven tijdens de planning & control cyclus, zoals hiervoor beschreven. Op basis hiervan is de ontwikkeling van de totale lasten van de bedrijfsvoeringseenheid en de bijdrage van de gemeenten als volgt. Jaar

2026

Lasten Personele lasten

€

7.784.000

Materiële lasten

€

4.280.000

Incidentele lasten

€

82.000

Bijdrage reserves

€

-118.000

Effect Berap 2024 WOO

€

32.000

Totale lasten

€

12.060.000

Indexatie personele lasten 2,7 %

€

211.000

Indexatie materiele lasten 3.3%

€

146.000

Taakstellend budget 2026 en verder

€

12.417.000

Gevolgen voor de gemeentelijke bijdrage

3. Overige ontwikkelingen Toekomstige ontwikkelingen Ook in de Bommelerwaard vragen maatschappelijke vraagstukken zoals klimaat, woningbouw en vergrijzing en technologische ontwikkelingen zoals digitaal samenwerken, data, generatieve AI en robotisering steeds meer om een veilige, flexibele en beheersbare bedrijfsvoering. De gemeenten en dus ook de bedrijfsvoering moeten zich aanpassen aan de veranderende informatiebehoefte van inwoners, bedrijven en ketenpartners. Het vraagt inspanning en investering om te kunnen blijven voldoen aan deze veranderende vraag. Alleen met een juiste combinatie van mensen en middelen kunnen we dit waarmaken. Vanuit die gedachte focussen we ons op een drie pijlers. Zo willen we persoonlijk, open en toegankelijk zijn. Wetgeving als de WMEBV, de WOO, tot de nieuwe archiefwet, maar ook de doorontwikkeling van digitale kanalen voor onze inwoners vraagt dat we steeds meer en open communiceren. De tweede pijler is flexibel, wendbaar en beheersbaar. We werken steeds meer digitaal samen, we werken steeds meer in de cloud en we maken en gebruiken steeds meer data. Alleen als we in controle zijn, kunnen we slim inspelen op de behoeftes en veranderingen in de samenleving. De derde pijler is veilig, verantwoord en transparant. De manier waarop we werken en communiceren kan alleen maar als we dat veilig doen, met oog voor privacy en ethische vragen.

Achterblijvende groei We hebben eerder aandacht gevraagd voor de achterblijvende groei en we blijven dat doen. In 2021 concludeerde &VandeLaar in het rapport ‘Verantwoord besturen’ dat de groei van de BVEB vanaf de start niet evenredig is meegegroeid met de ontwikkeling van de primaire processen en daarbij behorende formatie in de twee gemeenten. Deze verhouding was bij de start in 2017 25,2%. In 2025 groeit het totaal aantal formatieplekken van de drie organisaties naar 355 fte. Deze enorme groei (106 fte ten opzichte van 2017) maakt dat de BVEB, ondanks de structurele impuls, nog steeds (of weer) niet evenredig mee is gegroeid met beide gemeenten. In het rapport van &VandeLaar in 2021 werd de toenmalige verhouding van 21,7% aangemerkt als te laag voor de uitvoering van de reguliere taken (werkdruk), en met name het tekort aan ruimte voor ontwikkeling en innovatie in de organisatie. De verhouding ligt nu nóg lager; de BVEB heeft bij de begroting 2025 75 formatieplekken, dit staat gelijk aan een verhouding van 21,1%. De hoeveelheid werk in bedrijfsvoering is in grote mate afhankelijk van het aantal medewerkers dat moet worden bediend. Bij beide gemeenten worden grote aantallen medewerkers ingehuurd, die niet meetellen in bovenstaande berekening, maar die nét zoveel extra werk betekenen.

We realiseren ons dat de uitdagingen van het jaar 2026 weinig ruimte laten voor een formatieve impuls op bedrijfsvoering. Toch blijven we nadrukkelijk aandacht vragen voor deze krapte omdat dit op de (inmiddels) langere termijn gevolgen heeft voor het functioneren en het serviceniveau van de BVEB.

4. Reactie op de zienswijze gemeente Maasdriel In de zienswijze van Maasdriel bij de begroting 2025 is aandacht gevraagd voor de afname van de gemeentelijke middelen en worden alle Gemeenschappelijke Regelingen gevraagd om hier hun aandeel in te nemen. Daarbij vraagt u om met verschillende opties te komen: Efficiency maatregelen De BVEB heeft eind 2024 de implementatie van het nieuwe organisatieplan afgerond en zal dan programma- en vraaggericht werken door middel van het nieuw ontwikkelde Bedrijfsbureau en Services. In 2026 zullen de voordelen hiervan zichtbaar zijn:  Het programma bedrijfsvoering geeft richting en vormt de, samen met de gemeenten vastgestelde, activiteiten die de BVEB uitvoert. Keuzes over de inhoud, het benodigde budget en de prioritering worden gemaakt door de directie, bestaande uit de directeur van de BVEB en de beide gemeentesecretarissen.  Bij Services draait een geoptimaliseerd vraag en antwoord proces, waarbij het bewaken van kwaliteit en doorlooptijd van de individuele vragen vanuit de drie organisaties hoog in het vaandel staat. Ten behoeve van deze ontwikkeling zijn processen zo efficiënt mogelijk ingericht en deze nieuwe manier van werken draagt bij aan hogere kwaliteit, lagere kwetsbaarheid, het brengen van rust en regelmaat op de werkvloer en een integraal afgestemd inzicht in de werkzaamheden.

De resultaten van deze ontwikkeling zullen in 2025 en 2026 pas zichtbaar worden. Daarnaast houdt de BVEB de ontwikkelingen op het gebied van Artificiële Intelligentie (AI) en robotisering (RPA) in de gaten. De verwachting is dat het goed inzetten van deze technologie veel zal opleveren. Maar dit soort technologie vraagt eerst om grote investeringen in tijd en geld. We volgen hierin de ontwikkelingen landelijk en bij andere, grotere gemeenten en zullen overleggen met de gemeenten wanneer en hoe we hier op kunnen inzetten via de P&C cyclus van de gemeente. De beste manier voor de bedrijfsvoeringseenheid om kosten te verlagen is het harmoniseren van de werkwijzen en applicaties van beide gemeenten. Dit is op veel gebieden gerealiseerd, maar hier valt nog genoeg te winnen. Het GBO, bestaande uit beide gemeentesecretarissen en de directeur BVEB, bespreekt, op aangeven van het bedrijfsbureau, die mogelijkheden. Verlaging van overhead en bedrijfsvoering De onder punt 3 beschreven krapte in formatie van de BVEB heeft gevolgen voor de manier waarop de organisatie functioneert. Een verdere daling in formatie levert direct risico op. De nieuwe werkwijze levert veel efficiëntie op, maar kan de krapte nog steeds niet volledig opvangen. Omdat de BVEB niet evenredig is meegegroeid met de organisaties hebben zij nu 19 formatieplekken minder.

In beeld brengen van niet wettelijke taken De bedrijfsvoeringseenheid zorgt ervoor dat de gemeente als geheel kan voldoen aan de wettelijke eisen op het gebied van financiën, HRM, juridische zaken en informatiebeheer. De BVEB heeft dus vooral een faciliterende rol die ervoor zorgt dat gemeenten aan hun wettelijke verplichtingen kunnen voldoen. Welke taken de bedrijfsvoeringseenheid oppakt wordt door de drie directeuren in het Gezamenlijk bedrijfsvoeringsoverleg besloten. Vragen Voor eventuele vragen kunt u contact opnemen met Mariëlle Visser. Met vriendelijke groet, Het bestuur van de Bedrijfsvoeringseenheid Bommelerwaard, De voorzitter,

De directeur,

M. A. (Michiel Alexander) de Raaf

M. (Mariëlle) Visser-Klein

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15012674/1