Jaarbeeld 2025 - Uitvoering Jeugdwet en Wmo
Tekst van het document
Jaarbeeld 2025 Uitvoering jeugdwet en Wmo Periode 01-01-2025 t/m 31-12-2025
Inhoudsopgave
1.
Inleiding ............................................................................................................................................ 3 Leeswijzer ............................................................................................................................................ 3
2.
Jeugdwet in cijfers ............................................................................................................................ 4 2.1 Aantal lopende indicaties ............................................................................................................... 4 2.2 Verwijzingen (door wettelijke verwijzers Jeugdwet) ...................................................................... 4 2.3 Wachttijden Jeugdwet .................................................................................................................... 5 2.4 Acties doorontwikkeling Jeugdzorg ............................................................................................... 6
3. Wmo in cijfers ...................................................................................................................................... 7 3.1 Aantal lopende indicaties ............................................................................................................... 7 3.2 Wachttijd Wmo ............................................................................................................................... 8 3.3 Acties doorontwikkeling Wmo ........................................................................................................ 9 4. Contractmanagement ........................................................................................................................ 10 4.1 Verlengen van contracten ............................................................................................................ 10 4.2 Contractbeheer: toetsing, controle en monitoring ........................................................................ 10 4.3 Ontwikkelingen ............................................................................................................................. 10 4.4 PGB en ZIN .................................................................................................................................. 11
2
1. Inleiding
Twee keer per jaar wordt u als raad geïnformeerd over de uitvoering van de Jeugdwet en de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo). Voor u ligt het jaarbeeld over 2025. In dit overzicht ziet u hoeveel inwoners in deze periode gebruik hebben gemaakt van geïndiceerde zorg die onder de Jeugdwet en de Wmo valt. Naast cijfers geven we u ook inhoudelijke duiding, zodat u meer inzicht krijgt in de uitvoering die bij de gepresenteerde gegevens hoort. Leeswijzer In hoofdstuk twee – Jeugdwet in cijfers – vindt u informatie over lopende indicaties en verwijzers binnen de Jeugdwet, inclusief een inhoudelijke analyse. We geven u vervolgens inzicht in de situatie rondom de wachttijden, en eindigen met een samenvatting van de belangrijkste acties ten aanzien van de continue verbetering en doorontwikkeling van onze dienstverlening op grond van de Jeugdwet. Hoofdstuk drie – Wmo in cijfers – kent een vergelijkbare opbouw als hoofdstuk twee. In het vierde en laatste hoofdstuk vertellen we u meer over de stand van zaken en de voortgang ten aanzien van het contractmanagement op het gebied van de Jeugdwet en de Wmo.
3
2. Jeugdwet in cijfers 2.1 Aantal lopende indicaties Landelijk zien we dat het gebruik van ambulante jeugdhulp de afgelopen jaren is toegenomen. Dit is hulp die thuis, op school of in de wijk wordt geboden, zonder overnachting. Tegelijkertijd daalt het aantal jongeren dat onder een jeugdbeschermingsmaatregel valt, zoals een ondertoezichtstelling of voogdij. Deze ontwikkelingen zijn ook zichtbaar in onze gemeente. Op 31 december 2025 waren 496 jeugdigen met één of meerdere indicaties vanuit de Jeugdwet, in totaal waren er in onze gemeente 747 lopende indicaties. Dit is een lichte daling ten opzichte van het jaar ervoor. Ruim 90% van de indicaties betreft ambulante jeugdhulp. Het aandeel jeugdbescherming is beperkt (minder dan 2,5%) en is licht gedaald ten opzichte van het jaar ervoor. Binnen de ambulante jeugdhulp zien we een verschuiving. Het aantal indicaties voor jeugd-GGZ zonder verblijf is afgenomen, terwijl het aantal indicaties voor begeleiding is toegenomen. Mogelijk hangt dit samen met de inzet van de POH-GGZ Jeugd, die ook kortdurende ondersteuning biedt. In 2026 zetten we in op verdere versterking van deze inzet. Tegelijkertijd ziet het gebiedsteam dat de problematiek van jeugdigen complexer wordt. Er is vaker sprake van meerdere problemen tegelijk, complexe echtscheidingen en situaties waarin ouders aangeven de zorg voor hun kind niet langer te kunnen dragen.
Hierdoor zijn vaker meerdere partijen betrokken en duurt het soms langer om tot een passende oplossing te komen. Deze landelijke en lokale ontwikkelingen maken duidelijk dat blijvende aandacht nodig is voor tijdige en passende ondersteuning, in nauwe samenwerking met onze partners. Zo zorgen we ervoor dat jeugdigen zo vroeg mogelijk en zo licht als mogelijk de hulp krijgen die zij nodig hebben. 2.2 Verwijzingen (door wettelijke verwijzers Jeugdwet) Volgens de Jeugdwet kunnen jeugdigen en hun ouders voor jeugdhulp door verschillende partijen worden verwezen, zoals het gebiedsteam, de huisarts, de rechter, een gecertificeerde instelling, een medisch specialist of een dyslexieteam. Welke partij verwijst, hangt af van het soort hulp dat nodig is en waar de inwoner komt met zijn of haar hulpvraag. Huisartsen verwijzen vooral naar lichte ondersteuning, zoals begeleiding of kortdurende psychologische hulp. Het gebiedsteam heeft een breed scala van aanvragen, en verwijzen van lichte begeleiding tot specialistische ondersteuning. Rechters en gecertificeerde instellingen verwijzen naar een ondertoezichtstelling, voogdijmaatregel of jeugdbescherming. Medisch specialisten verwijzen naar gespecialiseerde behandeling, bijvoorbeeld jeugd-GGZ of zorg voor complexe medische of psychosociale problemen. Dyslexieteams richten zich specifiek op hulp bij ernstige dyslexie.
De verdeling in grafiek 1 sluit aan bij de lokale situatie. Ruim 90% van de geïndiceerde jeugdhulp betreft ambulante zorg, wat verklaart waarom het gebiedsteam en de huisartsen de grootste verwijzers zijn. Het aandeel jeugdbescherming en andere vormen van gedwongen hulp is beperkt, waardoor rechter/gecertificeerde instellingen een kleiner aandeel hebben als verwijzer.
4
Grafiek 1 – percentage per verwijzer voor 2024 vs. 2025
2.3 Wachttijden Jeugdwet Jeugdigen en/of ouders kunnen zich met een hulpvraag tot het college wenden. Het college onderzoekt de hulpvraag zo spoedig mogelijk en neemt binnen uiterlijk acht weken een besluit in de vorm van een beschikking. Lukt het niet om binnen deze termijn te besluiten, dan kan de termijn éénmaal worden verlengd. Peildatum
Wachtende jeugdigen (aantal aanvragen)
Waarvan
01-01-2025
32
4
01-02-2025
37
18
01-03-2025
33
16
01-04-2025
36
18
01-05-2025
28
17
01-06-2025
39
13
01-07-2025
48
12
01-08-2025
37
16
01-09-2025
40
28
01-10-2025
41
19
01-11-2025
35
11
01-12-2025
27
7
31-12-2025
24
3
Gemiddeld 2025
35
14
Gemiddeld 2024
35
17
> 8 weken
Tabel 1 – Ontwikkeling van de wachttijden Jeugdwet in 2025
In bovenstaande tabel ziet u de ontwikkeling van de wachttijd ten aanzien van aanvragen in het kader van de Jeugdwet. Er ‘wachtten’ in 2025 gemiddeld 35 jeugdigen op een beschikking, waarbij voor
5
gemiddeld 14 jeugdigen geldt dat zij helaas langer moesten wachten dan de wettelijke termijnen voorschrijven. Verder laat de tabel zien dat het aantal jeugdigen dat wacht, gemiddeld gelijk is gebleven aan 2024 en dat het aantal wachtende jeugdigen dat langer wacht dan de wettelijke termijnen voorschrijven, gedaald is t.o.v.2024. De wachttijd kan het gevolg zijn van een toename van complexe casussen, met name gezinnen met meervoudige problematiek, waarvoor het reguliere aanbod niet voldoende is. Daarnaast dragen de wachttijden bij zorgaanbieders bij aan een verdere toename van de totale wachttijd, doordat intern overbruggingsmaatregelen moeten worden getroffen om te voorkomen dat de hulpvraag verergert voordat cliënten daadwerkelijk bij de zorgaanbieder terechtkunnen. Ten slotte kan de fluctuatie in de wachttijden samenhangen met interne wisselingen die hebben plaatsgevonden. In dit verband geven we u graag meer inzicht in onze in- en uitstroomcijfers binnen de Jeugdwet. We registreren ‘real time’ de aanvragen die binnenkomen en die we verwerken. Als we de cijfers van 2024 vergelijken met die van 2025, dan zien we drie dingen: •
Het aantal aanvragen dat gemiddeld per maand binnenkomt, is minimaal toegenomen.
•
Het aantal aanvragen dat we gemiddeld per maand verwerken, is minimaal toegenomen ten opzichte van 2024, maar ligt wel aanzienlijk hoger dan in 2023.
•
We verwerkten in 2025 meer aanvragen dan er gemiddeld per maand binnen zijn gekomen. Dit betekent dat de wachttijd aan het dalen is, wat je ook terug kan zien in tabel 2.
Jeugdwet
Ingekomen
Opgepakt
Totaal
Gemiddeld per maand
Totaal
Gemiddeld per maand
2025
262
22
273
23
2024
251
21
259
22
2023
158
13
157
13
Tabel 2 – cijfers ingekomen en opgepakte aanvragen Jeugd
Ondanks dat er gemiddeld 35 jeugdigen korter dan 8 weken wachten en 14 jeugdigen langer dan 8 weken, wordt het merendeel van de aanvragen tijdig opgepakt. In het cliëntervaringsonderzoek stellen we de vraag: "Ik werd snel geholpen door de jeugdconsulent." Inwoners kunnen aangeven in hoeverre zij het eens zijn met deze stelling. In 2022 gaf 38% van de respondenten aan snel geholpen te zijn, in 2023 was dit 47%, in 2024 was dit 52% en in 2025 steeg dit percentage naar 62%. Dit toont aan dat het aantal cliënten dat aangeeft snel geholpen te worden, de afgelopen jaren is toegenomen. 2.4 Acties doorontwikkeling Jeugdzorg We werken aan het continu verbeteren van onze dienstverlening op grond van de Jeugdwet. Een onderdeel daarvan is het bestendigen/continueren van de inzet van de POH GGZ Jeugd bij de huidige huisartspraktijken. Vanuit de regio Rivierenland wordt momenteel gewerkt aan de ontwikkeling van een regionaal jeugddashboard. Dit dashboard biedt inzicht in regionale jeugdzorggegevens en maakt het mogelijk om gemeenten binnen de regio onderling met elkaar te vergelijken.
6
3. Wmo in cijfers Op peildatum 31 december hadden in totaal 1.581 inwoners één of meerdere indicaties vanuit de Wmo - in totaal waren er in onze gemeente 2.651 lopende indicaties. Een ruime meerderheid van deze indicaties betreft ondersteuning in de vorm van een hulpmiddel (bijvoorbeeld een rolstoel of een scootmobiel), een woonvoorziening (een aanpassing in huis) en/of een maatwerkvoorziening voor vervoer (de regiotaxi). Ongeveer de helft (49.15%) van alle inwoners met een WMO-indicatie ontving ondersteuning in de vorm van huishoudelijke hulp. Andere vormen van ondersteuning die inwoners vanuit de Wmo ontvangen zijn begeleiding, dagbesteding en beschermd wonen. 3.1 Aantal lopende indicaties Aantal 31-12-2022
Aantal 31-12-2023
Aantal 31-12-2024
Aantal 31-12-2025
Maatwerkvoorzieningen *
1.165
1.263
1.393
1.482
Huishoudelijke hulp
657
717
750
777
Begeleiding
311
283
260
316
Dagbesteding
45
38
41
49
Beschermd wonen
6
10
14
24
Maatschappelijke opvang
-
-
-
3
2.184
2.311
2.458
2.651
Regeling
Taakveld
Wmo
Totaal Wmo
Tabel 3 – Aantal lopende indicaties op basis van de Wmo * Onder Maatwerkvoorzieningen vallen hulpmiddelen, woonvoorzieningen en vervoersindicaties. Denk daarbij aan rolstoelen, trapliften, regiotaxipassen of auto-aanpassingen.
Ook in 2025 zien we allereerst een stijging in het aantal indicaties ten opzichte van voorgaande jaren. Deze stijging volgt de landelijke (meerjarige) trend als gevolg van diverse maatschappelijke ontwikkelingen; dubbele vergrijzing (mensen worden ouder en er zijn meer ouderen), mensen wonen langer thuis, verzorgingshuizen sluiten en de aanzuigende werking van het abonnementstarief voor de Wmo. Ten tweede zien we dat de dalende trend van de begeleidingsindicaties (ambulante begeleiding) stagneert. In 2025 zien we een toename van 21% tov 2024. Hier zijn enkele verklaringen voor te geven. Een eerste verklaring is dat in het najaar van 2024 er langere wachttijden waren bij de gemeente Maasdriel. Hierna is mede door het opgestelde en uitgevoerde Plan van Aanpak een inhaalslag gemaakt en is de wachttijd gereduceerd. In januari en februari zijn daardoor 82 indicaties met terugwerkende kracht afgegeven. Het lage aantal indicaties eind december 2024 is dus een gevolg van de hoge wachttijd in najaar 2024 en de inhaalslag die daarna is gemaakt. Een tweede verklaring voor de stijging van het aantal indicaties voor begeleiding is dat de gemeente te maken krijgt met inwoners met complexe problematiek die specialistische zorg vereist.
Gelijktijdig is sprake van oplopende wachtlijsten bij aanbieders van deze gespecialiseerde zorg (GGZ), waardoor inwoners langer moeten wachten op passende behandeling. Gedurende deze wachttijd kan Wmobegeleiding worden ingezet om te voorkomen dat de situatie van de cliënt verslechtert of escaleert voordat een GGZ-behandeling start. De toenemende complexe problematiek van inwoners maakt ook dat we een toename zien in het aantal indicaties dat wordt afgegeven op beschermd wonen. Ten derde heeft de gemeente Maasdriel in december 2024 een kleinschalige maatschappelijke opvang geopend in Kerkdriel. Door opvang in een kleinschalige setting en binnen het eigen sociale
7
netwerk/omgeving aan te bieden, heeft de inwoner meer kans op een voorspoedig en snel herstel. Daarnaast heeft de gemeente minder kosten, doordat er minder lang gebruik wordt gemaakt van een relatief dure maatwerkvoorziening vanuit de Wmo. 3.2 Wachttijd Wmo In de Wmo 2015 is opgenomen dat de totale procedure van melding tot beschikking maximaal 8 weken duurt. In onderstaande tabel ziet u de ontwikkeling van de wachttijden ten aanzien van meldingen in het kader van de Wmo. Gemiddeld wachtten maandelijks 40 inwoners op het onderzoek vanuit de Wmo, maar werden de wettelijke termijnen daarbij in 2025 nauwelijks overschreden. Alleen in januari was dit nog bij 1 inwoner van toepassing en in augustus bij 2 inwoners. De verbetering in de wachttijden ten opzichte van 2024 zet zich dus door. Peildatum
Wachtende inwoners (aantal meldingen)
Waarvan > 8 weken
01-01-2025
59
1
01-02-2025
20
0
01-03-2025
16
0
01-04-2025
34
0
01-05-2025
18
0
01-06-2025
40
0
01-07-2025
43
0
01-08-2025
41
2
01-09-2025
51
0
01-10-2025
29
0
01-11-2025
47
0
01-12-2025
53
0
31-12-2025
67
0
Gemiddeld 2025
40
0
Gemiddeld 2024
161
46
Tabel 4 – ontwikkeling van de wachttijden Wmo in 2025
Ook voor de Wmo geven we u graag meer inzicht in onze in- en uitstroomcijfers. Als we de cijfers van 2025 vergelijken met die van voorgaande jaren dan zien we twee dingen: -
Het aantal wachtende inwoners/aantal meldingen fluctueert enigszins per maand, maar is significant lager dan in 2024; In 2025 werden aanzienlijk meer aanvragen (gemiddeld per maand) opgepakt dan in 2021, 2022 en 2023. Het aantal aanvragen dat gemiddeld per maand binnenkomt en wordt opgepakt in 2025 ligt maandelijks ongeveer gelijk aan elkaar. Dit betekent dus dat de wachttijden niet oplopen (zie tabel 7).
Wmo
Ingekomen
Opgepakt
Totaal
Gemiddeld per maand
Totaal
Gemiddeld per maand
2025
1.242
104
1.234
103
2024
1.203
100
1.299
108
2023
1.114
93
1126
94
2022
1.202
100
1.130
94
8
2021
898
75
887
74
Tabel 6 – cijfers ingekomen en opgepakte aanvragen Wmo
3.3 Acties doorontwikkeling Wmo We werken aan het continu verbeteren van onze dienstverlening op grond van de Wmo. Om u een beeld te geven noemen we enkele relevante zaken waar we in 2025 aan hebben gewerkt: •
•
•
In 2024 zijn we gestart met een project (dat loopt tot en met 2026) om de vindbaarheid van de onafhankelijk cliëntondersteuners te vergroten. We hopen te bereiken dat meer inwoners weten dat ze gebruik kunnen maken van een (gratis) onafhankelijk cliëntondersteuner. We meten dit via het cliëntervaringsonderzoek. De verwachting is dat het percentage inwoners dat bekend is met onafhankelijke cliëntondersteuning in 2026 minimaal 20% punt hoger is dan het aantal inwoners dat hier in 2023 bekend mee was. In 2025 betrok de eerste inwoner onze kleinschalige maatschappelijke opvang. Met het openen van deze locatie hebben we een mooie stap gezet in het doorontwikkelen van de maatschappelijke opvang. In 2025 zijn we een verkenning gestart naar het optimaliseren van de preventieve kant van maatschappelijke opvang. We zijn gestart met de voorbereidingen van de pilot ‘Wonen Eerst’. In deze pilot krijgen inwoners die dak- of thuisloos zijn direct een woning aangeboden, mits ze voldoende zelfredzaam zijn. Op deze manier kunnen inwoners sneller werken aan herstel en voorkomen we een extra verhuisbeweging. In 2025 hebben we gesprekken gevoerd met zorgaanbieders over een kleinschalig beschermd wonen locatie in de gemeente Maasdriel, die past bij de zorgvraag van de Wmodoelgroep. We hebben de ambitie om in 2026 een geschikte locatie te realiseren.
9
4.
Contractmanagement
De gemeente Maasdriel koopt samen met de gemeente Zaltbommel de hulp in die valt onder de Jeugdwet en de Wmo. In 2025 hadden we contracten met 137 verschillende zorgaanbieders. Daarmee bieden we onze inwoners veel vrijheid bij het kiezen van een zorgaanbieder. Voor vrijwel alle maatwerkvoorzieningen binnen de Jeugdwet en de Wmo geldt dat er meerdere zorgaanbieders zijn gecontracteerd. Ons lokale aanbod wordt op de website Zorginkoop Bommelerwaard via het Platform Ons Maasdriel gepubliceerd. Daarnaast geven alle gecontracteerde aanbieders op www.Beschikbaarheidswijzer.nl per product de actuele wachttijden door. Hierdoor kan zowel voor Jeugdhulp als voor Wmo producten sneller passende hulp worden gevonden. Binnen de jeugdhulp kopen we ook een aantal specialistische producten (boven)regionaal in. Denk hierbij aan producten zoals jeugdhulp met verblijf, pleegzorg en jeugdreclassering. Daarvoor zijn in 2025, 27 zorgaanbieders gecontracteerd via Regio Rivierenland. Regio Rivierenland verzorgt hiervoor het contractmanagement. De contractmanagers van de gemeente Maasdriel en Zaltbommel hebben regelmatig overleg met de contractmanagers van Regio Rivierenland om signalen uit te wisselen over het zorgaanbod en sluiten aan bij contactgesprekken. 4.1 Verlengen van contracten In 2025 zijn de lopende contracten met 1 jaar verlengd tot eind 2026. Hierna is verlenging niet meer mogelijk.
Dit met het oog op de geplande Aanbesteding van maatwerkvoorzieningen Wmo en Jeugdhulp 2027. 4.2 Contractbeheer: toetsing, controle en monitoring De zorg werd de afgelopen jaren ingekocht door middel van een Open-House structuur. Hierdoor kunnen aanbieders gedurende het contract op gezette tijden toetreden. We hebben aan het einde van het 2025 de laatste open house doorlopen. We hebben voor 01-01-26 een 7-tal nieuwe aanbieders voor Wmo en jeugdwet gecontracteerd. De contractmanagers van Maasdriel en Zaltbommel toetsen het gecontracteerd aanbod tijdens accountgesprekken. Dit gebeurt veelal op locatie. In 2025 zijn 51 accountgesprekken gevoerd. De gesprekken zijn gevoerd met grote, strategische zorgaanbieders, met zorgaanbieders die zelf in gesprek wilden en met zorgaanbieders waarover signalen zijn ontvangen door monitoring van data, signalen van inwoners of van medewerkers van het gebiedsteam. In 2025 zijn de contractmanagers gestart met een pilot die gericht is op het versterken van het toezicht op zorgaanbieders en het voorkomen van zorgfraude. In deze pilot werken verschillende partijen die betrokken zijn bij toezicht en inkoop van zorg structureel samen. Zij overleggen regelmatig en delen signalen over de kwaliteit van zorg, rechtmatig gebruik van zorg en mogelijke zorgen over zorgaanbieders.
Door deze samenwerking kunnen signalen sneller worden opgepakt en kan waar nodig actie worden ondernomen. De pilot wordt in 2026 voortgezet. 4.3 Ontwikkelingen Er is een aantal ontwikkelingen dat van invloed is op (de uitvoering en doorontwikkeling) van ons contractmanagement: Personeelstekorten Zorgaanbieders hebben te maken met een tekort aan zorgpersoneel, zowel binnen de Jeugdwet als de Wmo. Dat zorgt voor wachtlijsten bij zorgaanbieders en maakt het aanbod minder groot. Nieuwe contractperiode 2027 e.v. jaren. In 2025 zijn we druk bezig geweest met de voorbereiding voor de aanbesteding van maatwerkvoorzieningen Wmo en Jeugdhulp voor 2027 en volgende jaren. Na de eerdere evaluatie met alle stakeholders hebben we een diagnose en een inkoopstrategie opgesteld. Verder is er een marktconsultatie geweest, waarin we samen met ruim zestig zorgaanbieders gesproken hebben over kwaliteit, dekkend zorglandschap en innovatie en ontwikkeling. Daarnaast is er een tariefonderzoek
10
gedaan, om toe te lichten aan de zorgaanbieders hoe de tarieven zijn opgebouwd en welke uitgangspunten hierbij zijn gehanteerd (bijv. CAO en schaal, productiviteit, etc.). 4.4 PGB en ZIN Inwoners ontvangen via zorgaanbieders die gecontracteerd zijn bij de gemeente, Zorg in Natura (ZIN). Wanneer zij zelf de regie willen voeren over de geleverde zorg, kunnen zij ook niet-gecontracteerd aanbod inkopen via een persoonsgebonden budget (PGB). Zorgaanbieders die vanuit een PGB zorg leveren, moeten aan dezelfde kwaliteitseisen voldoen als de gecontracteerde zorgaanbieders. Aantallen per 31-12-2024
Aantallen per 31-12-2025
PGB
ZIN
PGB
ZIN
Totaal lokaal
19
719
11
674
Totaal (boven)regionaal
-
82
-
62
30
2.428
33
2.618
Jeugdwet
Wmo Totaal Wmo
Tabel 7 – Aantal indicaties Jeugdwet en Wmo verdeeld naar PGB en ZIN
In tabel 7 zien we dat het aantal aangevraagde PGB's daalt. Let op: op (boven)regionaal niveau zijn de meeste producten waarop een indicatie afgegeven kan worden uitgesloten van een PGB. Dit komt bijvoorbeeld omdat op regionaal niveau complexe en specialistische hulp geboden wordt. Binnen de jeugd daalt het aantal PGB's, maar daalt het aantal afgegeven indicaties ook. De procentuele verdeling tussen PGB en ZIN op het totaal aantal indicaties daalt hiermee alsnog. Binnen de Wmo stijgt het aantal PGB's, maar stijgt het aantal afgegeven indicaties ook. De procentuele verdeling tussen PGB en ZIN op het totaal aantal indicaties blijft hiermee gelijk.
11