Inspraak raadscommissie 9 april 2025 (Geanonimiseerd)
Tekst van het document
Belewit Inspraakreactie Aan de
gemeenteraad
Opgesteld
van
Maasdriel
(geanonimiseerd) door:
Datum:
9 april 2025
Geachte
leden
van
Graag wil ik namens
de commissie
Ruimte,
spreken. Ik college voorgelegd met betrekking tot de aanvraag om omgevingsvergunning voor het bedrijf Euroship services aan de Heerewaardensestraat 24 in Heerewaarden. Dit betreft agendapunt 6 van uw vergadering. Met dit voorstel wordt uw raad voorgesteld om de VVGB te weigeren.
wil
uw
De
reden dat dit op
De
reden dat
dat
uw
een
onjuiste
de initiatiefnemers
aandacht vragen
voor
gebruik
het voorstel dat het
van
aan
de
gelegenheid
uw
raad
om
in te
heeft
(kort samengevat) dat de rechtbank Gelderland het eerdere besluit over deze aanvraag heeft vernietigd omdat uw raad niet om een VVGB is gevraagd. De initiatiefnemer is in beroep gegaan tegen het besluit de omgevingsvergunningte weigeren.
raad
Het voorstel uitbreiden.
uw
agenda
maken
wij gebruik met
maken
dit voorstel
aanname
en
staat is
mogelijkheid om in te spreken is dat wij van oordeel zijn onvolledig geïnformeerd wordt en dat dit voorstel is gebaseerd op van
de
niet op feiten.
is gebaseerd op de aanname dat Euroship haar bedrijfsactiviteiten wil Dit is pertinent onjuist. De aanname wordt door het college gedaan op basis van een aan
zinssnede in de
uw
raad
begeleidende
brief
bij de aanvraag. Daarin wordt gezegd dat het bedrijf wil groeien door het realiseren van extra opslagcapaciteit. Wat die groei inhoud, wordt in de brief niet nader toegelicht en het college heeft hierover geen verduidelijking gevraagd. Het college doet op basis van deze zinssnede de onjuiste aanname dat de initiatiefnemer zijn bedrijfsactiviteiten in milieucategorie 4.1 wil uitbreiden. Het bedrijf wil wel groeien maar niet in de zin van uitbreiding van activiteiten. Die groei omvat de ontwikkeling van de bedrijfsvoering naar een hoger plan, met een schonere footprint en een beter product waar meer voor betaald wordt. Ook is de bedrijfsvoering in de loop der jaren veranderd van enkel een productiebedrijf naar een productie- en verhuurbedrijf. De verhuur en stalling van de boten zijn bedrijfsactiviteiten die passen binnen milieucategorie 2. Activiteiten binnen deze milieucategorie zijn op grond van de bestemming rechtstreeks toegestaan. De loods is met name bedoeld als winterstalling voor boten die verhuurd worden. Ook is de elektra aansluiting van het bedrijf teruggebracht van groot zakelijk (3x125A) naar klein zakelijk 3x80A. In het verleden was de groot zakelijke aansluiting vol belast. Nu kan het bedrijf uit de voeten met een klein zakelijke aansluiting. Ook dit duidt er op dat de activiteiten in milieucategorie 4.1 afgenomen zijn.
Uit communicatie met de diverse behandelend ambtenaren hebben wij opgemaakt dat het college er van uit gaat dat met de bouw van de loods de mogelijkheid ontstaat om activiteiten uit het bestaande bedrijfsgebouw te verplaatsen naar de nieuwe loods. Hierdoor zou in het bestaande bedrijfsgebouw ruimte ontstaan om bedrijfsactiviteiten in milieucategorie 4. 1 uit te breiden. Waar het college echter aan voorbij gaat is dat namens en door de initiatiefnemer meermaals is aangegeven en onderbouwd dat er geen sprake zal zijn van uitbreiding van deze bedrijfsactiviteiten. Sterker nog , zoals reeds aangegeven , de activiteiten worden de laatste jaren minder intensief en die trend zal zich naar verwachting doorzetten. Het enige doel dat de initiatiefnemer heeft met de bouw van de loods is de huidige buitenopslag in de loods te plaatsen. Dit draagt bij aan een duurzame bedrijfsvoering. Door de huidige buitenopslag naar binnen te verplaatsen staat de opslag niet bloot aan weersinvloeden. Het college gaat volledig voorbij aan de aanvullende onderbouwingen die namens de initiatiefnemer zijn ingediend. Deze aanvullende stukken zijn niet toegevoegd aan de stukken die aan uw raad voorgelegd zijn. Uw raad is daarom naar ons idee onvolledig geïnformeerd. Waar het college en de initiatiefnemer het wel over eens zijn is dat de bedrijfsactiviteiten van Euroship onder het gebruiksovergangsrecht vallen.
Met de vaststelling van het bestemmingsplan “Buitengebied Binnendijks deel 2006” is bepaald dat op de locatie bedrijfsactiviteiten in maximaal milieucategorie 2 zijn toegestaan. Hoewel dit op dit moment de realiteit is , had uw raad de bedrijfsactiviteiten destijds niet onder het overgangsrecht mogen plaatsen. Er was destijds geen enkel zicht op dat het bedrijf binnen de planperiode weg zou gaan van deze locatie. Ook was uw raad niet voornemens om een onteigeningsprocedure te starten. Het onder het overgangsrecht brengen van de bedrijfsactiviteiten was in strijd met de wet. De initiatiefnemer heeft daar destijds wel mee ingestemd omdat aan hem is toegezegd dat hij zijn bedrijfsactiviteit kon voortzetten. Maar als op termijn een nieuw omgevingsplan moet worden vastgesteld zal weer een passende functie aan de locatie moeten worden toegekend. Het bedrijf zal namelijk op deze locatie blijven. Het bedrijf is voor de bedrijfsvoering afhankelijk van de ligging aan het water en er is in het verleden fors geïnvesteerd in de locatie , onder meer in de sanering van de bodem. Op basis van het overgangsrecht is het verboden met het plan strijdig gebruik te veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik , tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind.
Wij hebben getracht duidelijk te maken aan het college dat de bedrijfsactiviteiten niet uitbreiden maar alleen veranderen. De nadruk van de bedrijfsvoering komt steeds meer op de verhuur te liggen en de huidige buitenopslag wordt naar binnen verplaatst in de nieuw te bouwen loods. De afwijking van de aard van het gebruik wordt verkleind. Door de opslag naar binnen te verplaatsen wordt de impact van het bedrijf op de omgeving kleiner. Het zicht op de opslag wordt ontnomen. Daarnaast zal de nieuwe loods tevens functioneren als geluidsscherm naar de omgeving en eventueel geluid uit het bestaande bedrijfsgebouw dempen. En zoals gezegd verschuift de nadruk van de bedrijfsactiviteiten steeds meer naar de verhuur in milieucategorie 2. De omgevingsvergunning kan dus op grond van het overgangsrecht verleend worden. Het plan voldoet daarnaast aan de bouwregels van het bestemmingsplan. Een hal zoals is aangevraagd mag op grond van de bouwregels van het bestemmingsplan gebouwd worden. Het plan hoeft 2
dan ook niet aan uw raad te worden voorgelegd omdat het zowel aan de bouwregels als aan de gebruiksregels van het bestemmingsplan voldoet. Maar goed , de rechtbank Gelderland is voor oordeel dat een VVGB noodzakelijk is om een beslissing te kunnen nemen op de aanvraag. Indien nodig kan die vraag op termijn ook nog aan de Raad van State worden voorgelegd. De rechtbank is vanwege deze conclusie helaas niet nader ingegaan op de inhoudelijke punten uit het beroepsschrift. Tot slot: Het belangrijkste punt dat ik wil maken is dat de aanvankelijke weigering van de omgevingsvergunning en het voorstel dat het college nu aan uw raad voorlegt is gebaseerd op de onjuiste aanname dat de initiatiefnemer zijn bedrijfsactiviteiten in milieucategorie 4. 1 zal uitbreiden. Dit is pertinent onjuist. Het college gaat volledig voorbij aan onze onderbouwde stelling dat er geen sprake zal zijn van uitbreiding of intensivering van de bedrijfsactiviteiten maar juist een verschuiving plaatsvindt van activiteiten in milieucategorie 4. 1 naar milieucategorie 2. De afwijking van de aard van de bedrijfsactiviteiten neemt dus af. De onjuiste aanname van het college dat de bedrijfsactiviteiten worden uitgebreid kan geen reden zijn om de gevraagde VVGB en omgevingsvergunning te weigeren. Een eventuele weigering moet , net als het verlenen van een omgevingsvergunning , gebaseerd zijn op feiten.
Op basis van de feiten kan de omgevingsvergunning verleend worden binnen de mogelijkheden die het bestemmingsplan biedt. Mocht in de toekomst blijken dat de initiatiefnemer toch zijn bedrijfsactiviteiten uitbreidt , wat hij niet gaat doen , dan is handhaving van de verleende vergunning de enige juiste weg om daar een einde aan te maken. Niet op voorhand op basis van een onjuiste aanname een gevraagde omgevingsvergunning weigeren. Op basis van de huidige stukken die het college aan uw raad voorlegt kan uw raad naar ons oordeel geen zorgvuldig besluit nemen over het voorstel om al dan niet een VVGB af te geven. Er ontbreekt essentiële informatie. Namens de initiatiefnemer verzoek ik uw raad om bij voorkeur de VVGB wel af te geven en het college te vragen om aanvullende stukken die essentieel zijn om een weloverwogen besluit te kunnen nemen alsnog te verstrekken aan uw raad. En dan bedoel ik in ieder geval: • De reactie op de memo van 14 januari 2022 van de omgevingsdienst; • De zienswijzen naar aanleiding van de ontwerp weigering; • Het beroepsschrift. Wij zullen die stukken in ieder geval ook naar de griffier sturen zodat deze beschikbaar zijn voor uw raad. Bedankt voor uw aandacht.
3