Geanonimiseerd Buitengebied herziening 2022, Achterdijk 6 ontwerp 1 Bijlagen bij de toelichting
Tekst van het document
AM21505
INHOUDSOPGAVE 1.
INLEIDING ............................................................................................................................................................................................................4
2.
VOORONDERZOEK ............................................................................................................................................................................................5 2.1
Inleiding ............................................................................................................................................................................................................5
2.2
Topografische beschrijving ........................................................................................................................................................................5
2.3
Historisch overzicht en omgeving ...........................................................................................................................................................6
2.4
Dossieronderzoek ..........................................................................................................................................................................................6
2.5
Bodemopbouw en geo(hydro)logie .........................................................................................................................................................9
2.6
Beschrijving van de onderzoekslocatie .................................................................................................................................................9
2.7
Asbest ............................................................................................................................................................................................................. 10
2.8
Bodemkwaliteitskaart regio Rivierenland ......................................................................................................................................... 10
2.9
Onderzoekshypothese .............................................................................................................................................................................. 10
3.
ONDERZOEKSSTRATEGIE............................................................................................................................................................................ 11 3.1
Inleiding ......................................................................................................................................................................................................... 11
3.2
Onderzoeksstrategie NEN 5740 ............................................................................................................................................................ 11
3.3
Onderzoeksstrategie NEN 5707 ............................................................................................................................................................ 12
4.
VELDWERKZAAMHEDEN.............................................................................................................................................................................. 13 4.1
Algemeen ...................................................................................................................................................................................................... 13
4.2
Grondbemonstering ................................................................................................................................................................................... 13
4.3
Grondwatermonstername ........................................................................................................................................................................ 14
5.
LABORATORIUMONDERZOEK ................................................................................................................................................................... 15 5.1
Algemeen ...................................................................................................................................................................................................... 15
5.2
Grondmengmonsters asbest (fijne fractie) ........................................................................................................................................ 15
5.3
Grond(meng)monsters NEN 5740 pakket .......................................................................................................................................... 16
5.4
Grondwatermonsters ................................................................................................................................................................................. 18
5.5
Toetsing van de gestelde hypothese .................................................................................................................................................. 19
6.
CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN.......................................................................................................................................................... 20
Bijlagen: 1 2 3 4 5 6 7 8 9
Topografische en kadastrale overzichtskaart Foto’s onderzoekslocatie Situatietekening onderzoekslocatie met boorpunt- en asbestinspectiegatlocaties Boorprofielen en zintuiglijke waarnemingen en foto’s asbestinspectiegaten Verklaring veldmedewerker Analyserapport grondmengmonsters asbest (fijne fractie) Toetsingstabellen en analyserapport grond(meng)monsters Toetsingstabellen en analyserapport grondwatermonsters Checklist bodeminformatie omgevingsdienst Rivierenland
Pagina | 3
AM21505
1.
INLEIDING
In opdracht van Vedemij Rossum B.V. heeft Aeres Milieu B.V. een verkennend bodem- en asbestonderzoek uitgevoerd op de locatie: Adres onderzoekslocatie
: Achterdijk 6 Rossum
Gemeente
: Maasdriel
Kadastrale registratie
: Rossum, sectie E, nrs. 55 (ged.) en 56 (ged.)
Oppervlakte
: circa 3.950 m2
Huidig gebruik van de locatie
: woonhuis en enkele bedrijfsgebouwen
Toekomstig gebruik
: wonen met tuin
Dit bodemonderzoek is uitgevoerd conform de richtlijnen van de NEN 5740 en NEN 5707. Het verkennend bodem- en asbestonderzoek bestaat uit een vooronderzoek naar de historie en bodemgesteldheid van de onderzoekslocatie en aanvullend hierop een veldonderzoek op het perceel.
Aanleiding De aanleiding voor het laten uitvoeren van dit bodemonderzoek is de voorgenomen herontwikkeling van de locatie. Ter plaatse is woningbouw voorzien.
Doel Het doel van het verkennend onderzoek is, middels een steekproef, het vaststellen van de actuele bodemkwaliteit ter plaatse. Het onderzoek is niet bedoeld om een exacte aard en omvang van een eventuele verontreiniging aan te geven.
Onderzoek Aeres Milieu B.V. heeft geen binding met de opdrachtgever en de onderzoekslocatie anders dan als onafhankelijk onderzoeksbureau. In hoofdstuk 2 is het vooronderzoek en de daaruit volgende onderzoekshypothese beschreven. Naar aanleiding van de opgestelde hypothese wordt in hoofdstuk 3 de onderzoeksstrategie opgesteld. In hoofdstuk 4 worden de veldwerkzaamheden (grond-
en
grondwateronderzoek)
beschreven.
Hoofdstuk
5
beschrijft
de
laboratoriumwerkzaamheden
en
de
onderzoeksresultaten. Het rapport wordt afgesloten met hoofdstuk 6, waarin de conclusies en enkele aanbevelingen staan beschreven. Bemonstering en laboratoriumonderzoek vonden plaats in december 2021. De veldwerkzaamheden zijn uitgevoerd conform de protocollen van de BRL SIKB 2000. De chemische analyses zijn uitgevoerd door SGS Environmental Analytics B.V. te Rotterdam. SGS Environmental Analytics B.V. is geaccrediteerd volgens de door de Raad voor Accreditatie gestelde criteria voor Testlaboratoria conform ISO/IEC 17025. Alle analyses zijn uitgevoerd conform Accreditatie Schema 3000 (AS3000).
Pagina | 4
AM21505
2. VOORONDERZOEK 2.1
Inleiding
Conform het onderzoeksprotocol NEN 5725 is ten behoeve van de bepaling van de onderzoeksstrategie op onderhavige locatie een vooronderzoek uitgevoerd. De resultaten van dit vooronderzoek zijn opgenomen in voorliggend hoofdstuk. De in paragraaf 2.1 t/m 2.6 opgenomen informatie is afkomstig van/uit: •
de opdrachtgever;
•
het kadaster;
•
topotijdreis.nl;
•
gemeente Maasdriel;
•
omgevingsdienst Rivierenland;
•
het dinoloket;
•
terreininspectie.
In principe richt het vooronderzoek zich op alle percelen waarop het onderzoek betrekking heeft én de direct hieraan grenzende percelen. Indien een direct aangrenzend perceel smal (< 10 m breed) is, worden ook de percelen hier weer aan grenzend meegenomen. Indien de aangrenzende percelen groot zijn, wordt alleen het gedeelte van deze percelen binnen 25 meter vanaf de grens van de bodemonderzoekslocatie in beschouwing genomen, tenzij er aanleiding bestaat toch het gehele perceel te onderzoeken.
2.2
Topografische beschrijving
De onderzoekslocatie ligt aan de Achterdijk 6 Rossum. Kadastraal is de locatie bekend als gemeente Maasdriel Rossum, sectie E, nrs. 55 (ged.) en 56 (ged.). De coördinaten volgens het R.D. stelsel zijn X = 147.810/ Y = 421.925. Zie bijlage 1 voor een kadastrale kaart. Op onderstaande luchtfoto is de globale begrenzing van de onderzoekslocatie weergegeven.
Afbeelding 1: globale begrenzing onderzoekslocatie (Bron luchtfoto:PDOK-viewer) Pagina | 5
AM21505
2.3
Historisch overzicht en omgeving
In het kader van het vooronderzoek is historisch kaartmateriaal bestudeerd. Uit kaartmateriaal van de geraadpleegde historische kaarten is af te leiden dat de onderzoekslocatie tot circa 1967 onbebouwd was. Op de kaart uit 1978 is naast een groot pand met bijgebouw op de locatie ook oostelijk een bijgebouw waarneembaar. Op de volgende kaarten zijn ter plaatse enkele wijzigingen zichtbaar in de bebouwing op het perceel. De situatie uit 2011 komt overeen met de huidige situatie.
1872
1967
1978
1988
1998
2011-2020
Afbeelding 2: geraadpleegde historische kaarten (Bron kaarten: topotijdreis.nl)
2.4
Dossieronderzoek
Via omgevingsdienst Rivierenland is bodeminformatie aangevraagd van de locatie en directe omgeving. De checklist bodeminformatie is opgenomen in bijlage 9. Uit deze rapportage blijkt dat op de locatie of nabije omgeving niet eerder bodemonderzoeken uitgevoerd / bekend zijn. Voor het verkrijgen van historische informatie van de onderzoekslocatie is op 9 november 2021 tevens een informatieverzoek ingediend bij de gemeente Maasdriel. Gevraagd is naar uitgevoerde bodemonderzoeken en/of bodemsaneringen, verleende hinderwet- of milieuvergunningen, bouw- en/of sloopvergunningen, de aanwezigheid van onder- en/of bovengrondse brandstoftanks, gegevens over calamiteiten en eventuele asbestinventarisaties. Tevens is gevraagd of de locatie en de directe omgeving verdacht is op het voorkomen van verhoogde gehalten aan PFAS en/of GenX, of dat er ter plaatse bronlocaties bekend zijn voor PFAS of GenX. Pagina | 6
AM21505
Volgens de aangeleverde gegevens van o.a. omgevingsdienst Rivierenland is ter plaatse van de onderzoekslocatie geen reden of aanwijzing bekend voor een verhoogd voorkomen of een puntbron ten aanzien van PFAS in de bodem. Voor de onderzoekslocatie zijn de in tabel 2.1 weergegeven (relevante) bouwvergunningen geraadpleegd. Dossiernummer
Datum
Vergunning
Opmerkingen
492
18-05-1957
Bouwvergunning
Het bouwen van een boerderij met daarbij behorende werken. Pannendak
502
20-09-1957
1185
02-11-1973
Bouwvergunning
Het bouwen van een veestal. Dakbedekking: golfplaten (donkergrijs)
13-05-1974
Annulering
09-05-1974: de bouw van de stal gaat niet door.
1235
04-09-1974
Bouwvergunning
Het plaatsen van een melkstal. Dakbedekking: zwarte asbestgolfplaten
1270
07-04-1975
Bouwvergunning
Het uitbreiden van een melkstal. Dakbedekking: zwarte asbestgolfplaten
1499
19-01-1979
Bouwvergunning
Het oprichten van een garage. Dakbeschieting: geïsoleerde spaanplaat Dakbedekking: rode keramische dakpan
Pagina | 7
AM21505
Dossiernummer
Datum
Vergunning
Opmerkingen
83/816
26-05-1983
Bouwvergunning
Het gedeeltelijk veranderen van het woonhuis. Dakbeschieting / -bedekking: n.v.t.
Tabel 2.1.: Overzicht geraadpleegde (relevante) bouwvergunningen
Voor de onderzoekslocatie zijn de in tabel 2.2 weergegeven (relevante) milieuvergunningen geraadpleegd. Dossiernummer
Datum
Vergunning
Opmerkingen
1.7777.51-6709
12-01-1983
Vergunning Hinderwet
1 brandstoftank ondergronds 3.000 liter HBO voor centrale verwarming
tot het oprichten en in
1 brandstoftank bovengronds 600 liter diesel-/gasolie voor tractor
werking houden van een veestalling 9852
18-06-1991
Besluit
Opslag van dieselolie in bovengrondse 600 liter tank in vloeistofdichte
melkrundveehouderijen
lekbak
milieubeheer 01-03-2000
Lozingenbesluit open
Huishoudelijk afvalwater wordt via een septictank geloosd op het
teelt en veehouderij
oppervlaktewater. Dit dient te worden geloosd op de riolering. Teelt- en spuitvrije (en mestvrije) zone aanhouden bij sloten.
B&M/JB
06-12-2006
Besluit landbouw
Naar aanleiding van milieucontrole op 06-04-2007:
milieubeheer
De 600 liter dieselolietank dient buiten gebruik gesteld te worden. Een partij asbesthoudend materiaal dient te worden afgevoerd. Uitvoering/opvolging hiervan niet nader genoemd.
2017-014774
29-10-2018
Wet natuurbescherming
Vergunning geweigerd op basis van het ontbreken van een passende (ecologische) beoordeling
Tabel 2.2: Overzicht geraadpleegde (relevante) milieuvergunningen
In 1990 is de ondergrondse huisbrandolietank met een inhoud van 3.000 liter door de eigenaar zelf (dhr. van den Bighelaar) verwijderd en als oud ijzer afgevoerd. De bovengrondse 600 liter dieselolietank is in 2006 buiten gebruik gesteld. Hiervan zijn geen kiwa-certificaten bekend.
Binnen het plangebied en in de directe omgeving zijn voor zover bekend niet eerder bodemonderzoeken uitgevoerd. Voor zover bekend hebben er op de locatie geen ophogingen, opvullingen of dempingen plaatsgevonden.
Pagina | 8
AM21505
2.5
Bodemopbouw en geo(hydro)logie
De bodemopbouw van de onderzoekslocatie wordt schematisch weergegeven in tabel 2.3. Diepte [m-mv]
Lithostratigrafie
Lithologie
0,0 – 0,6
Antropogeen
Divers
0,6 – 6,0
Holocene afzettingen
Complexe eenheid, bestaande uit een afwisseling van zandige klei, midden en fijn zand, klei en veen en een weinig grof zand
6,0 – 18,0
Formatie van Kreftenheye
Zandige eenheid, hoofdzakelijk bestaande uit midden en grof zand, weinig zandige klei, fijn zand en grind en een spoor klei en veen
18,0 – 25,0
Formatie van Beegden
Zandige eenheid, hoofdzakelijk bestaande uit grof zand, grind en midden zand, weinig zandige klei en fijn zand, een spoor klei en kans op stenen, keien en blokken
Tabel 2.3: Geo(hydro)logische indeling (bron: Dinoloket identificatienummer B45A0189)
Het maaiveld ter plaatse van de onderzoekslocatie bevindt zich op een hoogte van circa 2,3 m +NAP. De stroming van het freatisch grondwater is globaal noordelijk gericht en bevindt zich op een hoogte van circa 1,5 m +NAP. De onderzoekslocatie bevindt zich niet binnen de grenzen van een grondwaterbeschermingsgebied.
2.6
Beschrijving van de onderzoekslocatie
Op 3 december 2021 is een veldinspectie uitgevoerd. Hierbij is gelet op het terreingebruik en de aanwezigheid van ondergrondse tanks, stookplaatsen, (half)verhardingslagen, ophogingen, storthopen, dempingen, afgravingen en asbestverdacht materiaal op het terrein. Een fotoreportage van de onderzoekslocatie is opgenomen in bijlage 2. De fotostandpunten zijn opgenomen op de situatietekening in bijlage 3. Op de locatie aan de Achterdijk ligt een woonhuis. Aan de voorzijde is het perceel in gebruik als gazon (foto 1). Aan de oostzijde van de voorgevel ligt een beklinkerde oprit (foto 2). Aan de rechterkant van deze oprit heeft de voormalige ondergrondse 3.000 liter tank gelegen. Momenteel ligt hier nog een propaantank (foto 3). De zuidoosthoek van het perceel is begroeid met gras en hierachter zijn een grote en kleine schuur gelegen, beiden voorzien van een asbestverdachte golfplaten dakbedekking zonder goot (foto 4). In deze schuur wordt onder meer stro opgeslagen (foto 5). Op de noordoosthoek van het woonhuis is een schuur/stal gelegen voorzien van asbestverdachte golfplaten, zonder goot (foto 6). Aan de noordzijde van de onderzoekslocatie is nog een stal/schuur gelegen met asbestverdachte golfplaten zonder goot (foto 7, 8, 10 en 13). Tot slot bevindt zich in de noordwesthoek van de onderzoekslocatie een kleine stal/schuur (foto 9, 11 en 12).
De locatie is verder grotendeels onverhard, met name het noordoostelijk deel van het terrein (foto 14, 15 en 16). Op het oostelijk buurperceel is ook een stal/schuur met asbestverdachte golfplatendakbedekking zonder goot gelegen (foto 17). Tijdens de veldinspectie is op het maaiveld zover mogelijk door de plaatselijke begroeiing geen asbestverdacht materiaal aangetroffen. Er zijn behalve de genoemde asbestverdachte daken van schuren geen waarnemingen gedaan die wijzen op de aanwezigheid van bodemverontreinigingen of bronnen van verontreinigingen. De onderzoekslocatie wordt aan de noord- en oostzijde begrensd door agrarisch bouwland, aan de zuidzijde door de Achterdijk en aan de westzijde door agrarisch bouwland.
Pagina | 9
AM21505
2.7
Asbest
Uit het dossieronderzoek en de uitgevoerde veldinspectie is gebleken dat ter plaatse van de onderzoekslocatie asbestverdachte activiteiten hebben plaatsgevonden. Dit betreft voornamelijk de aanwezige dakbedekking op het perceel. Afhankelijk van de aanwezige erfverharding (zie uitvoering veldwerk) is gezien het agrarisch gebruik eventueel ook asbest in de bodem te verwachten.
2.8
Bodemkwaliteitskaart regio Rivierenland
Uit de bodemkwaliteitskaart van de regio Rivierenland blijkt dat voor de onderzoekslocatie de ontgravingsklasse ‘Landbouw/natuur’ geldt voor zowel de bovengrond als ondergrond. Op de bodemfunctieklassenkaart heeft de locatie de functieklasse ‘Overig’.
2.9
Onderzoekshypothese
Gebaseerd op de verzamelde gegevens uit het vooronderzoek is de onderzoekslocatie gezien het gebruik als diffuus “verdacht” beschouwd. Ter plaatse van de voormalige bovengrondse en de voormalige ondergrondse opslagtank is de onderzoekslocatie verdacht op het voorkomen van minerale olie. De aanwezigheid van asbestverdacht materiaal in de bodem kan ter plaatse o.a. door de aanwezigheid van diverse asbestverdachte dakbedekkingen niet worden uitgesloten (verdacht).
Pagina | 10
AM21505
3. ONDERZOEKSSTRATEGIE 3.1
Inleiding
Op basis van de verzamelde informatie uit het vooronderzoek (NEN 5725) en de gestelde onderzoekshypothese(n) voor de onderzoekslocatie, is een onderzoeksstrategie opgesteld conform de richtlijnen van de onderzoeksnorm NEN 5740 (BodemLandbodem; Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek – Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond) en NEN 5707 (Bodem – Inspectie en monsterneming van asbest in bodem en partijen grond) van het Nederlands Normalisatie-Instituut.
3.2
Onderzoeksstrategie NEN 5740
Het bodemonderzoek is uitgevoerd conform de strategie ‘VED-HE’ uit de NEN 5740. In principe worden boringen willekeurig verspreid over de gehele onderzoekslocatie. Voor het vaststellen van de milieuhygiënische conditie van de bodem (grond en grondwater) van de onderzoekslocatie zal volgens onderstaande strategie veldwerk en monstername voor laboratoriumanalyse plaatsvinden.
ONDERZOEKSNORM NEN 5740 'VED-HE' Aantal boringen oppervlakte (m²) tot 0,5 m in de verdachte laag 3.950
12
boring tot de onderzijde van de èn boring met verdachte laag met een maximum van peilbuis 1,2) 2m 2 1
Aantal te onderzoeken (meng)monsters grond grondwater (verdachte laag) 3 (bg) + 1(og)
1
Tabel 3.1: Veldwerk, monstername en analysestrategie volgens NEN 5740 “verdacht” 1) Deze boringen worden doorgezet tot 0,5 m onder de verdachte laag. Indien de grondwaterspiegel zich dieper dan 5 m beneden het maaiveld bevindt, kan plaatsing van peilbuizen achterwege blijven. De peilbuizen worden in dat geval vervangen door boringen tot tenminste 5,5 m beneden maaiveld. 2) Wanneer de verontreiniging vooral in het grondwater wordt verwacht, wordt het aantal peilbuizen uitgebreid.
Legenda bij tabel 3.1 m: meter beneden maaiveld lutos: lutum en organische stofgehalte De bovengrond en de ondergrond worden onderzocht op de stoffen uit het NEN 5740 ‘standaardpakket’: • drogestof-bepaling • 9 zware metalen • 10 polycyclische aromatische koolwaterstoffen • 7 polychloorbifenylen (PCB) • minerale olie Tevens bepaalt het laboratorium het gehalte aan organische stof en lutumgehalte voor het vaststellen van een toetsingskader voor de lokale bodemkwaliteit. Het grondwater wordt onderzocht op de stoffen uit het NEN 5740 ‘standaardpakket’: • 9 zware metalen • 8 vluchtige aromatische koolwaterstoffen (incl. naftaleen) • 21 vluchtige gehalogeneerde koolwaterstoffen • minerale olie
Pagina | 11
AM21505
Ter plaatse van de bovengrondse tank van 600 liter en de ondergrondse tank van 3000 liter zal een bijkomende peilbuis en een diepe boring tot 0,5 meter onderzijde tank geplaatst worden. De grond en het grondwater zullen geanalyseerd worden op het voorkomen van minerale olie en vluchtige aromaten.
3.3
Onderzoeksstrategie NEN 5707
Voor het uitvoeren van een verkennend onderzoek naar asbest in bodem is uitgegaan van de onderzoeksstrategie voor een verdachte locatie met diffuse bodembelasting, heterogeen verdeeld. De veldwerkzaamheden bestaan uit het uitvoeren van een maaiveldinspectie en het graven van inspectiegaten. In principe worden de asbestgaten willekeurig verspreid over het asbestverdachte gedeelte van de onderzoekslocatie. Voor het vaststellen van een eventuele verontreiniging met asbest in de bodem zal volgens onderstaande strategie veldwerk en monstername voor laboratoriumanalyse plaatsvinden. Indien noodzakelijk blijkt bij de uitvoering, worden aanvullende (meng)monsters genomen. Oppervlakte locatie
3.950
Minimaal aantal te
Gaten in de verdachte laag
Gaten tot onderzijde
Aantal te analyseren
inspecteren punten van
tot maximaal 0,5 m in de
verdachte laag met een
(meng)monsters
het maaiveld
verdachte laag
maximum van 2 m
12
12
2
3
Tabel 3.2: Onderzoeksopzet verkennend onderzoek asbest
Pagina | 12
AM21505
4. VELDWERKZAAMHEDEN 4.1
Algemeen
Conform de onderzoeksstrategie, zoals beschreven in hoofdstuk 3, is op de onderzoekslocatie een verkennend bodem- en asbestonderzoek uitgevoerd. De werkzaamheden zijn uitgevoerd onder certificaat op grond van BRL SIKB 2000 conform protocollen 2001, 2002 en 2018 van de Stichting Infrastructuur Kwaliteitsborging Bodembeheer. Voor het traceren van de kabels en leidingen is voorafgaand aan de uitvoering van de veldwerkzaamheden een KLIC melding verricht.
4.2
Grondbemonstering
Op 3 en 6 december 2021 zijn de boringen geplaatst en asbestinspectiegaten gegraven. Een deel van de asbestinspectiegaten en boringen zijn gecombineerd uitgevoerd. De werkzaamheden zijn uitgevoerd door de heer H. van den Tillaar, erkend monsternemer in het kader van de BRL SIKB 2000 voor de protocollen 2001, 2002 en 2018. Assistentie is verleend door de heer M. van Eijk. Voorafgaand aan de veldwerkzaamheden is het maaiveld geïnspecteerd op de aanwezigheid van asbestverdachte materialen. Tijdens de uitvoering van de veldinspectie regende het licht. De onderzoekslocatie bestaat voor 40% uit een braakliggend terrein, 40% uit bebouwing en voor 20% uit terreinverharding. Ter plaatse van de locatie is er minder dan 25% vegetatie aanwezig. De inspectie efficiëntie van het maaiveld is ingeschat op 60-70%. Tijdens de inspectie zijn visueel geen asbestverdachte materialen op het maaiveld aangetroffen. Verdeeld over de locatie zijn in totaal 14 asbestinspectiegaten gegraven van minimaal 0,3 x 0,3 m tot 0,5 m-mv. (inspectiegaten 6 t/m 19) In asbestinspectiegaten 8 en 17 is met behulp van de Edelmanboor (ø 12 cm) een boring verricht tot 2,0 m-mv. Het uitkomende bodemmateriaal is manueel voorbehandeld (zeeffractie 20 mm) en visueel geïnspecteerd op het voorkomen van asbestverdachte materialen.
Het opgeboorde bodemmateriaal is volgens de classificatienorm voor onverharde bodems (NEN 5104) beoordeeld. Daarnaast is vastgesteld in hoeverre het opgeboorde materiaal mogelijke aanwijzingen biedt voor de aanwezigheid van visueel zichtbare verontreiniging.
In het uitgegraven materiaal van alle asbestinspectiegaten zijn visueel geen asbestverdachte materialen waargenomen. Op basis van de visuele waarnemingen zijn in het veld grondmengmonsters samengesteld. De boringen voor het verkennend bodemonderzoek (NEN 5740) zijn verricht met behulp van de Edelmanboor (ø 7 of 10 cm). De uitkomende grond en alle zintuiglijk waargenomen bijzonderheden zijn per boring beschreven in de profielbeschrijvingen (zie bijlage 4). Zie bijlage 3 voor de situering van de geplaatste asbestinspectiegaten en grondboringen. Op basis van de zintuiglijke waarnemingen en de bodemopbouw heeft laagsgewijze bemonstering plaatsgevonden. In tabel 4.1 zijn de boringen beschreven waarin zintuiglijk afwijkingen zijn geconstateerd.
Pagina | 13
AM21505
Boring
Traject (m -mv) 1,80 – 3,30
Grondsoort
Waargenomen bijzonderheden
4 (ondergrondse tank)
Diepte boring (m -mv) 3,80
Klei
Matige olie-water reactie, matige brandstofgeur
5 (ondergrondse tank)
3,50
1,50 – 2,50
Klei
Zwakke olie-water reactie, zwakke brandstofgeur
2,50 – 3,50
Klei
Zwakke olie-water reactie
Tabel 4.1: Overzicht zintuiglijke afwijkingen
De bij de boringen beschreven geuren zijn passief waargenomen bij het opboren, uitspreiden, bemonsteren en beschrijven van het opgeboorde bodemmateriaal. Gebaseerd op de diepte en stroming van het freatisch grondwater zijn drie boringen afgewerkt met een peilbuis. Deze zijn geplaatst ter plaatse van boring 1, 2 en 4. De bovenkant van de peilbuisfilters is onder de aangetroffen grondwaterstand geplaatst. Tijdens de installatie van de peilbuizen is geen werkwater gebruikt.
4.3
Grondwatermonstername
De peilbuizen zijn op 10 december 2021 bemonsterd conform protocol 2002 van de Stichting Infrastructuur Kwaliteitsborging Bodembeheer. De bemonstering is uitgevoerd door erkend veldwerker van Aeres Milieu, de heer H. van den Tillaar. Voorafgaand aan de bemonstering is de grondwaterstand opgenomen en zijn de zuurgraad (pH) en het elektrischegeleidingsvermogen (Ec) van het grondwater bepaald. Deze waarden waren constant bij monstername. De geleidbaarheid is gecorrigeerd voor de grondwatertemperatuur. De geleiding is een maat voor de concentratie aan opgeloste stoffen in het water, terwijl de pH de zuurgraad van het water aangeeft (pH<7: zuur, pH = 7: neutraal, pH>7: basisch). De grondwatermonsters zijn in het veld, voor zover noodzakelijk gefiltreerd en geconserveerd. De in het veld gemeten parameters zijn in tabel 4.2 samengevat. Peilbuis 1 (centraal op locatie)
Filterdiepte (m-mv.) 2,05 – 3,05
Grondwaterstand (m-mv. 0,80
pH (-)
Ec (µS/cm)
6,85
898
Troebelheid (NTU) 14,6
2 (bovengrondse tank)
1,85 – 2,85
0,80
6,90
763
12,1
4 (ondergrondse tank)
2,80 – 3,80
0,60
7,09
643
11,8
Tabel 4.2: Resultaten veldmetingen tijdens grondwatermonstername
De meetresultaten wijken niet af van natuurlijk of regionaal voorkomende waarden. De troebelheid is zeer licht verhoogd tegenover de streefwaarde van 10 NTU.
Pagina | 14
AM21505
5. LABORATORIUMONDERZOEK 5.1
Algemeen
De analyses zijn uitgevoerd door het onderzoekslaboratorium van SGS Environmental Analytics B.V. te Rotterdam. SGS Environmental Analytics B.V. is geaccrediteerd volgens de door de Raad voor Accreditatie gestelde criteria voor Testlaboratoria conform ISO/IEC 17025, waar verdere conservering en (voor)behandeling van de monsters plaats heeft gevonden.
5.2
Grondmengmonsters asbest (fijne fractie)
Van de uitgezeefde fijne fractie (<20 mm) zijn in het veld mengmonsters samengesteld van minimaal 10 kg. Een mengmonster is genomen door per asbestinspectie gat evenredige grepen van de gezeefde grond te nemen. In tabel 5.1 is de samenstelling de mengmonsters weergegeven. In functie van de bijzonderheden, locatie en onderzoeksopzet zijn enkele monsters geselecteerd voor analyse. Vanwege de aanwezigheid van meerdere serparate asbestverdachte daken is in overleg met de opdrachtgever besloten om aanvullend op de onderzoeksstratebie twee mengmonsters te analyseren op asbest in de fijne fractie. (Meng)monster
Inspectie gat
Traject (m-mv.)
Visuele waarnemingen (%>20 mm)
ABM1
6
0 – 0,1
Geen bijzonderheden / bijmengingen (0%)
7
0 – 0,1
Geen bijzonderheden / bijmengingen (0%)
8
0 – 0,5
Geen bijzonderheden / bijmengingen (0%)
11
0 – 0,5
Geen bijzonderheden / bijmengingen (0%)
18
0 – 0,5
Geen bijzonderheden / bijmengingen (0%)
9
0,08 – 0,2
Geen bijzonderheden / bijmengingen (0%)
10
0,08 – 0,2
Geen bijzonderheden / bijmengingen (0%)
14
0 – 0,1
Geen bijzonderheden / bijmengingen (0%)
15
0 – 0,1
Geen bijzonderheden / bijmengingen (0%)
13
0,08 – 0,2
Geen bijzonderheden / bijmengingen (0%)
16
0,08 – 0,2
Geen bijzonderheden / bijmengingen (0%)
ABG12
12
0 – 0,1
ABG17
17
ABG19
19
ABM2
ABM3
ABM4
ABM5
Asbestverdacht materiaal (fractie > 20 mm) aangetroffen Nee
Geselecteerd voor analyse
Nee
Nee
Nee
Nee
Nee
Ja
Nee
Nee
Geen bijzonderheden / bijmengingen (0%)
Nee
Ja
0 – 0,1
Geen bijzonderheden / bijmengingen (0%)
Nee
Ja
0 – 0,1
Geen bijzonderheden / bijmengingen (0%)
Nee
Ja
Ja
Tabel 5.1: Schemagrond(meng)monster fijne fractie
De berekende concentratie is bepaald door sommatie van de asbestconcentratie in de grond (mg/kg d.s.) en de bijdrage van de materiaalmonsters uit het inspectiegat (mg/kg d.s. voor het geschouwd volume). Zie bijlage 6 voor de analyserapport.
Pagina | 15
AM21505
Monster
Visuele waarneming
Vastgestelde hoeveelheid asbest
grove fractie [mg/kg d.s.]
fijne fractie [mg/kg d.s.]
serpentijn
amfibool
serpentijn
amfibool
Indicatieve asbestconcentratie [mg/kg d.s.kg]
ABM1
Geen bijzonderheden
n.a.
n.a.
<2
1,3
1
ABM4
Geen bijzonderheden
n.a.
n.a.
7,9
<2
8
ABG12
Geen bijzonderheden
n.a.
n.a.
69
0,76
70
ABG17
Geen bijzonderheden
n.a.
n.a.
<2
<2
<2
ABG19
Geen bijzonderheden
n.a.
n.a.
300
<2
300
Tabel 5.2: Analysemonsters grondmonsters fijne fractie n.a. = niet aangetroffen/aangetoond
n.o. = niet onderzocht
De asbestconcentratie in de fijne fractie van grondmonster ABG19 (druipzone centraal zuidelijk) overschrijdt de interventiewaarde van 100 mg/kg d.s.. In de fijne fractie zijn niet hechtgebonden bundels chrysotiel aangetroffen. In de druipzone van ABG12 (druipzone westelijk pand) wordt de helft van de interventiewaarde overschreden door de aanwezige fijne fractie. In deze fijne fractie zijn hechtgebonden en niet hechtgebonden bundels met chrysotiel en crocidoliet aangetroffen. Tevens zijn er stukjes plaatmateriaal waargenomen. In de andere twee onderzochte grondmengmonsters ABM1 en ABM4 zijn licht verhoogde asbestconcentraties aangetoond. In de onderzochte fijne fractie is sprake van spuitasbest (ABM1) en niet hechtgebonden bundels chrysotiel (ABM4). In ABG17 (druipzone oostelijk aangrenzend pand) is geen verhoogde concentratie aan fijne asbestfractie aangetroffen.
5.3
Grond(meng)monsters NEN 5740 pakket
In het laboratorium zijn voor het chemisch onderzoek van de grondmonsters uit de boven- en ondergrond al dan niet mengmonsters samengesteld volgens onderstaande tabel. De keuze voor het samenstellen van deelmonsters tot een mengmonster of het analyseren van individuele monsters is gebaseerd op de zintuiglijke waarnemingen in het veld en op de onderzoeksstrategie. Analysemonster
Deelmonsters
Analysepakket
MM1
Traject (m -mv) 0,08 – 0,50
1-1, 9-1, 10-1, 13-1
Standaardpakket incl. lu/os
MM2
0,00 – 0,50
6-1, 7-1, 8-1, 12-1
Standaardpakket incl. lu/os
MM3
0,00 – 0,50
11-1, 15-1, 18-1, 19-2
Standaardpakket incl. lu/os
MM4
0,50 – 1,00
1-2, 2-2, 8-2, 17-3
Standaardpakket incl. lu/os
MM5 (Bovengrondse tank)
0,08 – 0,50
2-1, 3-1
Minerale olie + vluchtige aromaten
M6 (Ondergrondse tank)
2,00 – 2,50
4-6
Minerale olie + vluchtige aromaten
Tabel 5.3: samenstelling analysemonsters en analysepakket
De analyseresultaten van de grond(meng)monsters worden in de volgende tabel samengevat, waarbij door middel van onderstaande sterrencodering de mate van verontreiniging is aangegeven.
*
Het gehalte is groter dan de achtergrondwaarde en kleiner dan of gelijk aan de het gemiddelde van de achtergronden interventiewaarde;
Pagina | 16
AM21505
**
het gehalte is groter dan het gemiddelde van de achtergrond- en interventiewaarde en kleiner dan of gelijk aan de interventiewaarde;
***
het gehalte is groter dan de interventiewaarde.
In de Regeling bodemkwaliteit (RBK) is vastgelegd dat de toetsing altijd moet plaatsvinden door het gevonden gehalte in een monster eerst te corrigeren met het lutum en organisch stof gehalte (=berekende concentratie) en vervolgens te vergelijken met de grenswaarden van de Regeling Bodemkwaliteit.
In de kolommen zijn alleen die stoffen vermeld waarvan de analyseresultaten na toetsing hoger zijn dan de bijbehorende achtergrondwaarde voor duurzame bodemkwaliteit. Zie bijlage 7 voor het analyserapport. (Meng)monster MM1
MM2
Traject (m -mv) 0,08 – 0,50
0,00 – 0,50
Zintuiglijke waarnemingen
Verhoogde component
Geen bijmengingen /
Zink
Berekende concentratie [mg/kg d.s.] en toetsing 143 *
bijzonderheden
Som PCB (µg/kgds)
107
*
Geen bijmengingen /
-
-
-
Som PCB (µg/kgds)
272
*
-
-
-
-
-
-
-
-
-
bijzonderheden MM3
0,00 – 0,50
MM4
0,50 – 1,00
Geen bijmengingen / bijzonderheden Geen bijmengingen / bijzonderheden
MM5 (Bovengrondse tank)
0,08 – 0,50
Geen bijmengingen / bijzonderheden
M6 (Ondergrondse tank)
2,00 – 2,50
Matige olie-water reactie, matige brandstofgeur
Tabel 5.4: Toetsingsresultaten van de grond(meng)monsters
Uit de analyseresultaten blijkt dat grondmengmonster MM1 (dieptetraject 0,08 – 0,50 m-mv.) licht verhoogd is met zink en som Polychloorbifenylen (PCB). Grondmengmonster MM3 (dieptetraject 0,00 – 0,50 m-mv.) is licht verhoogd met som PCB. In de overige grond(meng)monsters zijn geen gehalten verhoogd ten opzichte van de achtergrondwaarden gemeten.
Zware metalen bezitten een geringe mobiliteit in de bodem en hechten zich met name aan slib- en kleideeltjes. Zware metalen komen van nature in bepaalde concentraties in de bodem voor. Deze concentraties kunnen verhoogd voorkomen in het stedelijk milieu. De afgifte vindt onder andere plaats door dakpannen, dakgoten, kabels en leidingen, verkeer en afval. Ook depositie van zware metalen op de bodem door industriële activiteiten is een mogelijke oorzaak van verhoogde concentraties. Tot de bedrijfsactiviteiten die verontreiniging van de bodem met zware metalen kunnen veroorzaken worden onder andere gerekend galvanische bedrijven, grafische industrie, sloperijen en metaalbewerkende industrie.
PCB (Polychloorbifenylen) zijn geen natuurlijk voorkomende stoffen. De aanwezigheid van PCB in het milieu is met name het gevolg van industriële productie en het gebruik van PCB van ongeveer 1930 tot 1980. PCB werden gebruikt als hydraulischeof warmtegeleidingsvloeistoffen, smeermiddelen en als weekmakers in producten zoals verf en koolstofvrij kopieerpapier. Sedert 1985 is de verkoop en het toepassen van PCB in Nederland verboden. Pagina | 17
AM21505
5.4
Grondwatermonsters
De analyseresultaten van de grondwatermonsters worden in de volgende tabel samengevat, waarbij door middel van onderstaande sterrencodering de mate van verontreiniging is aangegeven.
*
Het gehalte is groter dan of gelijk aan de streefwaarde (of de detectiegrens, indien deze hoger is) en kleiner dan of gelijk aan het gemiddelde van de streef- en interventiewaarde;
**
het gehalte is groter dan het gemiddelde van de streef- en interventiewaarde en kleiner dan of gelijk aan de interventiewaarde;
***
het gehalte is groter dan de interventiewaarde.
In de kolommen zijn alleen die stoffen vermeld waarvan de analyseresultaten na toetsing hoger zijn dan de bijbehorende streefwaarde voor duurzame bodemkwaliteit. Zie bijlage 8 voor het analyserapport.
Peilbuis 1 (Centraal op locatie)
Filtertraject [m-mv] 2,05 – 3,05
Grondwaterstand [m-mv.] 0,80
Verhoogde component Barium
Gemeten concentratie [µg/l] en toetsing 230 *
Xylenen
0,3
*
2 (Bovengrondse tank)
1,85 – 2,85
0,80
---
---
---
4 (Ondergrondse tank)
2,80 – 3,80
0,60
Xylenen
0,57
*
Minerale olie
230
*
Tabel 5.5: Toetsingsresultaten van de grondwatermonsters
Uit de analyseresultaten blijkt dat het grondwater afkomstig uit peilbuis 1 van de onderzochte componenten een licht verhoogd gehalte aan barium en xylenen gemeten zijn ten opzichte van de streefwaarde. Het grondwater uit peilbuis 4 is licht verhoogd met xylenen en minerale olie. Het grondwater afkomstig uit peilbuis 2 bevat geen verhoogde gehalten voor de onderzochte componenten ten opzichte van de streefwaarde.
De licht verhoogde gehalten met barium worden waarschijnlijk gedeeltelijk van buiten de onderzoekslocatie aangevoerd, aangezien in de ondergrondmonsters geen verhoogde concentraties gemeten zijn. Op de locatie zijn ook geen verontreinigingsbronnen aan te wijzen die in relatie zouden kunnen staan met de verhoogd aangetroffen gehalten aan barium. Verhoogde gehalten aan barium zijn vaak van natuurlijke oorsprong. Het licht verhoogde gehalte aan minerale olie of xylenen in het grondwater van peilbuis 4 zou afkomstig kunnen zijn van de voormalige ondergrondse 3.000 liter tank. Ook werd bij de ondergrond ter plaatse van boring 4 (bij de ondergrondse tank) een matige olie-water reactie en matige brandstofgeur waargenomen. Analytisch bleek deze bodemlaag niet verhoogd met minerale olie. De aard en gemeten concentratie aan minerale olie of xylenen zijn echter zodanig laag dat een nader onderzoek niet noodzakelijk wordt geacht.
Pagina | 18
AM21505
5.5
Toetsing van de gestelde hypothese
Geconcludeerd kan worden dat de berekende concentraties in de bovengrond (plaatselijk) in overeenstemming zijn met de vooraf geformuleerde hypothese dat de locatie als verdacht beschouwd kan worden. De gemeten concentraties liggen ruim beneden de tussenwaarde (= het gemiddelde van de achtergrondwaarden (AW2000) en de interventiewaarden voor grond). Ter plaatse van de voormalige boven- en ondergrondse tank zijn geen verhogingen met minerale olie aangetoond. Geconcludeerd kan worden dat de gemeten concentraties in het grondwater in overeenstemming zijn met de vooraf opgestelde hypothese dat de locatie verdacht is. Ter plaatse van de voormalige ondergrondse tank is een licht verhoogd gehalte aan xylenen en minerale olie aangetoond. In de peilbuis centraal op de onderzoekslocatie is een licht verhoogd gehalte aan barium en xylenen aangetoond. Het uitvoeren van een aanvullend of nader bodemonderzoek (milieuhygiënische bodemkwaliteit) is gelet op de aangetroffen componenten en gemeten concentraties niet noodzakelijk geacht. De vooraf opgestelde hypothese dat de locatie verdacht is op het voorkomen van asbest in bodem wordt op basis van de analyseresultaten van de fijne fractie plaatselijk bevestigd. In de bodem is geen grof asbestverdacht materiaal aangetroffen.
Wel vormen de aangetoonde asbestconcentraties ter plaatse van ABG12 en ABG19 bij het west- en centraal zuidelijk gelegen pand aanleiding voor het uitvoeren van een nader onderzoek naar asbest in de bodem op de onderzoekslocatie.
Pagina | 19
AM21505
6. CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN Tijdens de veldinspectie op de locatie zijn behoudens de aanwezige asbestverdachte dakbedekking op diverse panden geen waarnemingen gedaan die wijzen op de aanwezigheid van bodemverontreiniging of bronnen van verontreiniging. In het opgeboorde bodemmateriaal zijn zintuiglijk ter plaatse boring 4 en 5 (beiden bij de ondergrondse tank) een matige en zwakke olie-water reactie en een matige en zwakke brandstofgeur waargenomen. Op het maaiveld en in het uitgegraven bodemmateriaal bij de geplaatste boringen en asbestinspectiegaten is visueel geen asbestverdacht materiaal waargenomen. Uit de analyseresultaten blijkt dat de bovengrond plaatselijk licht verhoogd is met zink en som Polychloorbifenylen (PCB). In de overige boven- en ondergrond(meng)monsters zijn geen gehalten verhoogd ten opzichte van de achtergrondwaarden gemeten. Het freatisch grondwater is plaatselijk licht verhoogd met barium, xylenen en minerale olie. De milieuhygiënische conditie van de bodem vormt geen belemmering voor de voorgenomen planontwikkeling. Wel is ter plaatse mogelijk sprake van een asbest in bodemverontreiniging. In het uitkomende bodemmateriaal is geen grof asbestverdacht materiaal aangetroffen. In ABM1 en ABM4 zijn zeer licht verhoogde gehalten aan asbest aangetoond en in ABG17 zijn geen verhoogde gehalten aan asbest aangetoond.
Wel vormen de aangetoonde asbestconcentraties ter plaatse van ABG12 en ABG19 bij het west- en centraal zuidelijk gelegen pand aanleiding voor het uitvoeren van een nader onderzoek naar asbest in de bodem op de onderzoekslocatie. Ten aanzien van de aangetoonde verhoogde asbestconcentraties in de bodem wordt geadviseerd om direct voorafgaand of na sloop van de asbesthoudende dakbedekkingen (verontreinigingsbron) een nader onderzoek uit te voeren naar de verspreiding van de asbest in de bodem. Het uitvoeren van grondroerende activiteiten (graven of andere grondbewerking) ter plaatse en in de directe omgeving van ABG12 en ABG19 is niet toegestaan zonder instemming van de bevoegde overheid. Indien er werkzaamheden plaatsvinden, waarbij grond vrijkomt, kan de grond mogelijk niet zonder meer worden afgevoerd of elders worden toegepast. Ten aanzien van hergebruik van deze grond elders is het Besluit Bodemkwaliteit en het Tijdelijk Handelingskader PFAS van toepassing. Het grondwater ter plaatse van de onderzoekslocatie is niet multifunctioneel toepasbaar. Het wordt daarom afgeraden het freatisch grondwater te gebruiken voor consumptie, besproeiing of proceswater.
Pagina | 20
AM21505
aeres milieu
Bijlage 1 Topografische en kadastrale overzichtskaart
AM21505
Kadastrale kaart
Uw referentie: AM21505
Deze kaart is noordgericht
12345 25
Schaal 1: 2000
Perceelnummer Huisnummer Vastgestelde kadastrale grens Voorlopige kadastrale grens Administratieve kadastrale grens
Kadastrale gemeente Sectie Perceel
Rossum E 56
Bebouwing Voor een eensluidend uittreksel, geleverd op 29 oktober 2021 De bewaarder van het kadaster en de openbare registers
Aan dit uittreksel kunnen geen betrouwbare maten worden ontleend. De Dienst voor het kadaster en de openbare registers behoudt zich de intellectuele eigendomsrechten voor, waaronder het auteursrecht en het databankenrecht.
aeres milieu
Bijlage 2 Foto’s onderzoekslocatie
AM21505
AM21505
Foto 1
Foto 2
Foto 3
Foto 4
Foto 5
Foto 6
AM21505
Foto 7
Foto 8
Foto 9
Foto 10
Foto 11
Foto 12
AM21505
Foto 13
Foto 14
Foto 15
Foto 16
Foto 17
aeres milieu
Bijlage 3 Situatietekening onderzoekslocatie met boorpunten en asbestinspectiegaten
AM21505
147801
147826
147851
147876
421925
421925
421950
147776
421950
147751
Legenda
Tanktekening
421900
Foto's
Boorpuntenkaart (A4) AM21505 Rossum Achterdijk 6
Boringen/asbestingspectiegat asbestinspectiegat
Schaal
boring tot 0,5 m-mv
N
boring tot 1,0 m-mv
v1.0_10-12-2021_LK
boring tot 2,0 m-mv 421875
peilbuis Achtergrond: Luchtfoto PDOK Actueel 25 cm, Kadastrale kaart WFS PDOK, OpenTopo
147751
147776
147801
147826
147851
147876
421875
421900
Plangebied
aeres milieu
Bijlage 4 Boorprofielen en zintuiglijke waarnemingen en foto’s asbestinspectiegaten
AM21505
getekend volgens NEN 5104
Boring:
01
Boring: 0 8
0
klinker
0 8
0
Zand, matig fijn, zwak siltig, grijsbeige, Edelmanboor
1 50
1 50
50
60
Klei, zwak zandig, donkergrijs, Edelmanboor
2
02
100
100
3
Klei, zwak zandig, geen olie-water reactie, neutraalgrijs, Edelmanboor
3 150
150 Klei, zwak zandig, blauwgrijs, Edelmanboor
4
Zand, matig fijn, zwak siltig, geen olie-water reactie, grijsbeige, Edelmanboor Klei, zwak zandig, geen olie-water reactie, donkergrijs, Edelmanboor
2 100
150
klinker
200
4 200
220
Klei, zwak zandig, bruingrijs, Edelmanboor 250
250
285
300
305
Boring:
03
Boring: 0 8
0
100
klinker Klei, zwak zandig, sporen roest, geen olie-water reactie, neutraal grijsbruin, Edelmanboor
1 50
60
Klei, zwak zandig, geen olie-water reactie, donkergrijs, Edelmanboor
2
0
0
Zand, matig fijn, zwak siltig, geen olie-water reactie, grijsbeige, Edelmanboor
1 50
klinker
04
100
2 100
100
Klei, zwak zandig, geen olie-water reactie, bruingrijs, Edelmanboor
3 150
150 4
180
5
Klei, zwak zandig, geen olie-water reactie, neutraalgrijs, Edelmanboor Klei, zwak zandig, matige olie-water reactie, matige brandstofgeur, neutraal, Edelmanboor
200 6 250 7 300 8 330
350
Klei, zwak zandig, geen olie-water reactie, neutraal, Edelmanboor
9 380
Projectnaam: Achterdijk 6, Rossum Projectcode: AM21505
Opdrachtgever: Dhr. J. Van Kessel
getekend volgens NEN 5104
Boring:
05
Boring: 0
0
gras
0
0
Klei, sterk zandig, matig humeus, sporen wortels, geen olie-water reactie, donkerbruin, Edelmanboor
1 50
50
06 erf Klei, zwak zandig, matig humeus, sporen wortels, sporen roest, donkerbruin, Graven
1 50
50 Klei, sterk zandig, zwak humeus, sporen wortels, geen olie-water reactie, oranjebruin, Edelmanboor
2 100
100
Klei, zwak zandig, geen olie-water reactie, beigegrijs, Edelmanboor
3 150
150
Klei, zwak zandig, zwakke olie-water reactie, zwakke brandstofgeur, blauwgrijs, Edelmanboor
4 200 5 250
250
Klei, zwak zandig, zwakke olie-water reactie, blauwgrijs, Edelmanboor
6 300 7 350
350
Boring:
07
Boring: 0
0
erf
0
0
Klei, sterk zandig, matig humeus, sporen wortels, donker oranjebruin, Graven
1 50
50
08 Klei, zwak zandig, matig humeus, sporen wortels, donkerbruin, Graven
1 50
50
Klei, zwak zandig, bruinbeige, Edelmanboor
2 100
100
Klei, zwak zandig, beigegrijs, Edelmanboor
3 150
150
Klei, zwak zandig, blauwgrijs, Edelmanboor
4 200
200
Boring:
09
Boring: 0 8
0
klinker
50
50
Boring:
50
50
gras
0
Klei, zwak zandig, matig humeus, sporen wortels, donkerbruin, Graven
1 50
12 0
1
gras Klei, zwak zandig, matig humeus, sporen wortels, donkerbruin, Graven
2 50
klinker Zand, matig fijn, zwak siltig, sporen grind, bruinbeige, Graven
Boring: 0
50
0 8
1
11
0
10
0
Zand, matig fijn, zwak siltig, sporen grind, oranjebruin, Graven
1
gras
50
Projectnaam: Achterdijk 6, Rossum Projectcode: AM21505
Opdrachtgever: Dhr. J. Van Kessel
getekend volgens NEN 5104
Boring:
13
Boring: 0 8
0
klinker
0
0
Zand, matig fijn, zwak siltig, grijsoranje, Graven
1 50
50
Boring:
50
50
Boring: 0
erf
16
0
Klei, zwak zandig, matig humeus, sporen wortels, donkerbruin, Graven
1
1
0 8
klinker
20
Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak grindhoudend, brokken klei, bruinbeige, Graven
2 50
50
Boring: 1
erf
2 50
18 0
0
Klei, zwak zandig, matig humeus, sporen wortels, donkerbruin, Graven
50
Klei, zwak zandig, zwak humeus, sporen grind, grijsbruin, Graven
Boring: 0
0
50
50
17
erf Klei, zwak zandig, matig humeus, sporen wortels, donkerbruin, Graven
1 50
erf Klei, zwak zandig, matig humeus, sporen wortels, sporen grind, donkerbruin, Graven
1
15
0
14
50
Klei, zwak zandig, beigegrijs, Edelmanboor
3 100 4 150
150
Klei, zwak zandig, blauwgrijs, Edelmanboor
5 200
200
Boring: 0
19 0
1
Klei, zwak zandig, matig humeus, sporen wortels, sporen grind, donkerbruin, Graven
2 50
gras
50
Projectnaam: Achterdijk 6, Rossum Projectcode: AM21505
Opdrachtgever: Dhr. J. Van Kessel
Legenda (conform NEN 5104) grind
klei
geur
Grind, siltig
Klei, zwak siltig
Grind, zwak zandig
Klei, matig siltig
geen geur zwakke geur matige geur sterke geur
Grind, matig zandig
Klei, sterk siltig
Grind, sterk zandig
Klei, uiterst siltig
Grind, uiterst zandig
Klei, zwak zandig
uiterste geur
olie geen olie-water reactie zwakke olie-water reactie matige olie-water reactie sterke olie-water reactie Klei, matig zandig
Klei, sterk zandig
zand
uiterste olie-water reactie
p.i.d.-waarde >0
Zand, kleiïg
>1 >10 Zand, zwak siltig
>100
leem
>1000
Zand, matig siltig
Leem, zwak zandig
>10000
Zand, sterk siltig
Leem, sterk zandig
monsters geroerd monster
Zand, uiterst siltig
overige toevoegingen zwak humeus
veen Veen, mineraalarm
matig humeus
ongeroerd monster volumering
overig bijzonder bestanddeel
Veen, zwak kleiïg
sterk humeus
Gemiddeld hoogste grondwaterstand grondwaterstand
Veen, sterk kleiïg
zwak grindig
Veen, zwak zandig
matig grindig
Veen, sterk zandig
sterk grindig
Gemiddeld laagste grondwaterstand slib
water
AM21505
Foto 6
Foto 7
Foto 8
Foto 9
Foto 10
Foto 11
AM21505
Foto 12
Foto 13
Foto 14
Foto 15
Foto 16
Foto 17
aeres milieu
Bijlage 5 Verklaring veldmedewerker
AM21505
VERKLARING Hierbij verklaar ik (ondergetekende) dat de veldwerkzaamheden onafhankelijk van de opdrachtgever zijn uitgevoerd conform de eisen van de BRL 2000 en de bijbehorende protocollen. Projectnummer
AM21505
Onderzoekslocatie
Achterdijk 6 te Rossum
Opdrachtgever
Vedemij Rossum B.V.
Afwijkingen van BRL 2000 (protocol)
Nee Ja, aard en motivatie afwijkingen beschrijven
Uitvoering werkzaamheden protocol 2001 en 2018
03-12-2021 en 06-12-2021
Uitvoering werkzaamheden protocol 2002
10-12-2021
Gecertificeerd monsternemer
H. van den Tillaar
aeres milieu
Bijlage 6 Analyserapport grondmengmonsters asbest (fijne fractie)
AM21505
SGS Environmental Analytics B.V. Correspondentieadres Steenhouwerstraat 15 · 3194 AG Rotterdam Tel.: +31 (0)10 231 47 00 · Fax: +31 (0)10 416 30 34 www.sgs.com/analytics-nl
Analyserapport
Aeres Milieu BV Lennart Koomen Postbus 1015 6040 KA ROERMOND
Uw projectnaam Uw projectnummer SGS rapportnummer Rapport-verificatienummer
Blad 1 van 8
: Achterdijk 6, Rossum : AM21505 : 13589410, versienummer: 1. : G1AKVP8P
Rotterdam, 21-12-2021
Geachte heer/mevrouw, Hierbij ontvangt u de analyse resultaten van het laboratoriumonderzoek ten behoeve van uw project AM21505. Het onderzoek werd uitgevoerd conform uw opdracht. De gerapporteerde resultaten hebben uitsluitend betrekking op de monsters zoals deze door SGS ontvangen zijn. De door u aangegeven omschrijvingen voor de monsters, het project en de monsternamedatum (indien aangeleverd) zijn overgenomen in dit analyserapport. SGS is niet verantwoordelijk voor de gegevens verstrekt door de opdrachtgever. Het onderzoek is uitgevoerd door SGS Environmental Analytics B.V., gevestigd aan de Steenhouwerstraat 15 in Rotterdam (NL). Indien het onderzoek is uitgevoerd door derden of het SGS laboratorium in Frankrijk (99-101 Avenue Louis Roche, Gennevilliers) is dit in het rapport aangegeven. Dit analyserapport bestaat inclusief bijlagen uit 8 pagina's. In geval van een versienummer van '2' of hoger vervallen de voorgaande versies. Alle bijlagen maken onlosmakelijk onderdeel uit van het rapport. Alleen vermenigvuldiging van het hele rapport is toegestaan. Voor meer informatie, omtrent bijvoorbeeld meetonzekerheid of gebruikte analysemethoden, kunt u contact opnemen met de afdeling Customer Support. Per 23 maart 2021 is SYNLAB Analytics & Services B.V. overgegaan naar de nieuwe naam SGS Environmental Analytics B.V.
Alle erkenningen van SYNLAB Analytics & Services B.V blijven van kracht en zijn/worden omgezet naar SGS Environmental Analytics B.V. Wij vertrouwen er op u met deze informatie van dienst te zijn. Hoogachtend,
Jaap-Willem Hutter Technical Director SGS Environmental Analytics B.V. IS GEACCREDITEERD VOLGENS DE DOOR DE RAAD VOOR ACCREDITATIE GESTELDE CRITERIA VOOR TESTLABORATORIA CONFORM EN ISO/IEC 17025:2017 ONDER NR. L 028
AL ONZE WERKZAAMHEDEN WORDEN UITGEVOERD ONDER DE ALGEMENE VOORWAARDEN GEDEPONEERD BIJ DE KAMER VAN KOOPHANDEL EN FABRIEKEN TE ROTTERDAM INSCHRIJVING HANDELSREGISTER: KVK ROTTERDAM 24265286
Blad 2 van 8
Analyserapport Aeres Milieu BV Lennart Koomen Projectnaam Projectnummer Rapportnummer
15-12-2021 Orderdatum 15-12-2021 Startdatum Rapportagedatum 21-12-2021
Achterdijk 6, Rossum AM21505 13589410 - 1
Nummer
Monstersoort
Monsterspecificatie
001
Asbestverdachte grond AS3000 Asbestverdachte grond AS3000 Asbestverdachte grond AS3000
ABG12 12(1)
002 003
Analyse
ABG19 19(1) ABM4 ABM4(1)
Eenheid
Q
VOORBEREIDENDE RESULTATEN totaal aangeleverd monster kg in behandeling genomen kg gewicht Mengmonster samengesteld totaal gewicht <20 mm na g drogen droge stof gew.-% KWANTITATIEF ASBESTONDERZOEK gemeten totaal mg/kgds asbestconcentratie gemeten hechtgebondenmg/kgds asbestconcentratie mg/kgds gemeten niethechtgebondenasbestconcentratie ondergrens (95% mg/kgds betrouwb.interval) bovengrens (95% mg/kgds betrouwb.interval) gemeten hechtgebonden mg/kgds Serpentijn-asbestgehalte gemeten niet-hechtgebonden mg/kgds Serpentijn-asbestgehalte gemeten hechtgebonden mg/kgds Amfibool-asbestgehalte gemeten niet-hechtgebonden mg/kgds Amfibool-asbestgehalte berekende bepalingsgrens mg/kgds gewogen asbestconcentratie mg/kgds
001
002
003
12.93 12.93
13.42 13.42
13.53 13.53
nee 1) 9634
nee 11199
nee 10461
74.5
83.5
77.6
S
70
300
7.9
S
64
<2
<2
S
5.8
300
7.9
S
55
7.4
5.7
S
85
2700
11
S
64
<2
<2
S
5.0
300
7.9
S
<2
<2
<2
S
0.76
<2
<2
S S
n.v.t. 76.3701
n.v.t. 303.6399
n.v.t. 7.9026
De met S gemerkte analyses zijn geaccrediteerd en vallen onder de AS3000-erkenning.
Paraaf : SGS Environmental Analytics B.V. IS GEACCREDITEERD VOLGENS DE DOOR DE RAAD VOOR ACCREDITATIE GESTELDE CRITERIA VOOR TESTLABORATORIA CONFORM EN ISO/IEC 17025:2017 ONDER NR. L 028
AL ONZE WERKZAAMHEDEN WORDEN UITGEVOERD ONDER DE ALGEMENE VOORWAARDEN GEDEPONEERD BIJ DE KAMER VAN KOOPHANDEL EN FABRIEKEN TE ROTTERDAM INSCHRIJVING HANDELSREGISTER: KVK ROTTERDAM 24265286
Blad 3 van 8
Analyserapport Aeres Milieu BV Lennart Koomen Projectnaam Projectnummer Rapportnummer
Achterdijk 6, Rossum AM21505 13589410 - 1
15-12-2021 Orderdatum 15-12-2021 Startdatum Rapportagedatum 21-12-2021
Monster beschrijvingen
001
*
Omdat er in het monster niet-hechtgebonden asbest is aangetroffen en er losse vezels zijn aangetroffen in de fractie <500 µm, moet er, wanneer dat relevant is om de onderzoeksvraag te kunnen beantwoorden, vervolgonderzoek van de fijne fractie m.b.v. SEM worden gedaan. Dit is beschreven in NEN5898 Hoofdstuk 6. In opdracht van de opdrachtgever is dit onderzoek niet uitgevoerd.
002
*
Omdat er in het monster niet-hechtgebonden asbest is aangetroffen en er losse vezels zijn aangetroffen in de fractie <500 µm, moet er, wanneer dat relevant is om de onderzoeksvraag te kunnen beantwoorden, vervolgonderzoek van de fijne fractie m.b.v. SEM worden gedaan. Dit is beschreven in NEN5898 Hoofdstuk 6. In opdracht van de opdrachtgever is dit onderzoek niet uitgevoerd.
003
*
Omdat er in het monster niet-hechtgebonden asbest is aangetroffen en er losse vezels zijn aangetroffen in de fractie <500 µm, moet er, wanneer dat relevant is om de onderzoeksvraag te kunnen beantwoorden, vervolgonderzoek van de fijne fractie m.b.v. SEM worden gedaan. Dit is beschreven in NEN5898 Hoofdstuk 6. In opdracht van de opdrachtgever is dit onderzoek niet uitgevoerd.
Voetnoten 1
Na droging resteert minder dan de in NEN 5898 (hoofdstuk 5) aangegeven minimale monsterhoeveelheid. In het laboratorium is meer dan de in NEN 5898 voorgeschreven hoeveelheid van de zeeffracties 0,5 1 mm en 1 2 mm onderzocht om te bewerkstellen dat de vereiste bepalingsgrens van 2 mg/kg ds wordt gehaald.
Paraaf : SGS Environmental Analytics B.V. IS GEACCREDITEERD VOLGENS DE DOOR DE RAAD VOOR ACCREDITATIE GESTELDE CRITERIA VOOR TESTLABORATORIA CONFORM EN ISO/IEC 17025:2017 ONDER NR. L 028
AL ONZE WERKZAAMHEDEN WORDEN UITGEVOERD ONDER DE ALGEMENE VOORWAARDEN GEDEPONEERD BIJ DE KAMER VAN KOOPHANDEL EN FABRIEKEN TE ROTTERDAM INSCHRIJVING HANDELSREGISTER: KVK ROTTERDAM 24265286
Blad 4 van 8
Analyserapport Aeres Milieu BV Lennart Koomen Projectnaam Projectnummer Rapportnummer
15-12-2021 Orderdatum 15-12-2021 Startdatum Rapportagedatum 21-12-2021
Achterdijk 6, Rossum AM21505 13589410 - 1
Analyse
Monstersoort
Relatie tot norm
totaal aangeleverd monster
Asbestverdachte grond AS3000
totaal gewicht <20 mm na drogen
Asbestverdachte grond AS3000
droge stof
Asbestverdachte grond AS3000
gemeten totaal asbestconcentratie ondergrens (95% betrouwb.interval) bovengrens (95% betrouwb.interval) gemeten hechtgebonden Serpentijn-asbestgehalte gemeten niet-hechtgebonden Serpentijn-asbestgehalte gemeten hechtgebonden Amfibool-asbestgehalte gemeten niet-hechtgebonden Amfibool-asbestgehalte berekende bepalingsgrens
Asbestverdachte grond AS3000
AS3070-1 en NEN 5898 Idem Idem Idem
Asbestverdachte grond AS3000
Idem
Asbestverdachte grond AS3000
Idem
Asbestverdachte grond AS3000
Idem
Asbestverdachte grond AS3000
Idem
Asbestverdachte grond AS3000
Idem
Asbestverdachte grond AS3000
Idem
Asbestverdachte grond AS3000
Idem
Monster
Barcode
Aanlevering
Monstername
Verpakking
001 002 003
E2030356 E2030355 E2030353
07-12-2021 07-12-2021 07-12-2021
06-12-2021 06-12-2021 06-12-2021
ALC291 ALC291 ALC291
Paraaf : SGS Environmental Analytics B.V. IS GEACCREDITEERD VOLGENS DE DOOR DE RAAD VOOR ACCREDITATIE GESTELDE CRITERIA VOOR TESTLABORATORIA CONFORM EN ISO/IEC 17025:2017 ONDER NR. L 028
AL ONZE WERKZAAMHEDEN WORDEN UITGEVOERD ONDER DE ALGEMENE VOORWAARDEN GEDEPONEERD BIJ DE KAMER VAN KOOPHANDEL EN FABRIEKEN TE ROTTERDAM INSCHRIJVING HANDELSREGISTER: KVK ROTTERDAM 24265286
SGS rapportnummer
13589410 - 1
Blad 5 van 8
SGS rapportnummer
13589410 - 1
Blad 6 van 8
SGS rapportnummer
13589410 - 1
Blad 7 van 8
SGS rapportnummer
13589410 - 1
Blad 8 van 8
SGS Environmental Analytics B.V. Correspondentieadres Steenhouwerstraat 15 · 3194 AG Rotterdam Tel.: +31 (0)10 231 47 00 · Fax: +31 (0)10 416 30 34 www.sgs.com/analytics-nl
Analyserapport
Aeres Milieu BV Lennart Koomen Postbus 1015 6040 KA ROERMOND
Uw projectnaam Uw projectnummer SGS rapportnummer Rapport-verificatienummer
Blad 1 van 6
: Achterdijk 6, Rossum : AM21505 : 13594867, versienummer: 1. : ADAGFUXJ
Rotterdam, 28-12-2021
Geachte heer/mevrouw, Hierbij ontvangt u de analyse resultaten van het laboratoriumonderzoek ten behoeve van uw project AM21505. Het onderzoek werd uitgevoerd conform uw opdracht. De gerapporteerde resultaten hebben uitsluitend betrekking op de monsters zoals deze door SGS ontvangen zijn. De door u aangegeven omschrijvingen voor de monsters, het project en de monsternamedatum (indien aangeleverd) zijn overgenomen in dit analyserapport. SGS is niet verantwoordelijk voor de gegevens verstrekt door de opdrachtgever. Het onderzoek is uitgevoerd door SGS Environmental Analytics B.V., gevestigd aan de Steenhouwerstraat 15 in Rotterdam (NL). Indien het onderzoek is uitgevoerd door derden of het SGS laboratorium in Frankrijk (99-101 Avenue Louis Roche, Gennevilliers) is dit in het rapport aangegeven. Dit analyserapport bestaat inclusief bijlagen uit 6 pagina's. In geval van een versienummer van '2' of hoger vervallen de voorgaande versies. Alle bijlagen maken onlosmakelijk onderdeel uit van het rapport. Alleen vermenigvuldiging van het hele rapport is toegestaan. Voor meer informatie, omtrent bijvoorbeeld meetonzekerheid of gebruikte analysemethoden, kunt u contact opnemen met de afdeling Customer Support. Per 23 maart 2021 is SYNLAB Analytics & Services B.V. overgegaan naar de nieuwe naam SGS Environmental Analytics B.V.
Alle erkenningen van SYNLAB Analytics & Services B.V blijven van kracht en zijn/worden omgezet naar SGS Environmental Analytics B.V. Wij vertrouwen er op u met deze informatie van dienst te zijn. Hoogachtend,
Jaap-Willem Hutter Technical Director SGS Environmental Analytics B.V. IS GEACCREDITEERD VOLGENS DE DOOR DE RAAD VOOR ACCREDITATIE GESTELDE CRITERIA VOOR TESTLABORATORIA CONFORM EN ISO/IEC 17025:2017 ONDER NR. L 028
AL ONZE WERKZAAMHEDEN WORDEN UITGEVOERD ONDER DE ALGEMENE VOORWAARDEN GEDEPONEERD BIJ DE KAMER VAN KOOPHANDEL EN FABRIEKEN TE ROTTERDAM INSCHRIJVING HANDELSREGISTER: KVK ROTTERDAM 24265286
Blad 2 van 6
Analyserapport Aeres Milieu BV Lennart Koomen Projectnaam Projectnummer Rapportnummer
23-12-2021 Orderdatum 23-12-2021 Startdatum Rapportagedatum 28-12-2021
Achterdijk 6, Rossum AM21505 13594867 - 1
Nummer
Monstersoort
Monsterspecificatie
001
Asbestverdachte grond AS3000 Asbestverdachte grond AS3000
ABG17 17
002
Analyse
ABM1 ABM1
Eenheid
Q
VOORBEREIDENDE RESULTATEN totaal aangeleverd monster kg in behandeling genomen kg gewicht Mengmonster samengesteld totaal gewicht <20 mm na g drogen droge stof gew.-% KWANTITATIEF ASBESTONDERZOEK gemeten totaal mg/kgds asbestconcentratie gemeten hechtgebondenmg/kgds asbestconcentratie mg/kgds gemeten niethechtgebondenasbestconcentratie ondergrens (95% mg/kgds betrouwb.interval) bovengrens (95% mg/kgds betrouwb.interval) gemeten hechtgebonden mg/kgds Serpentijn-asbestgehalte gemeten niet-hechtgebonden mg/kgds Serpentijn-asbestgehalte gemeten hechtgebonden mg/kgds Amfibool-asbestgehalte gemeten niet-hechtgebonden mg/kgds Amfibool-asbestgehalte berekende bepalingsgrens mg/kgds gewogen asbestconcentratie mg/kgds
001
002
14.00 14.00
13.94 13.94
nee 1) 9287
nee 11334
67.5
81.3
S
<2
1.3
S
<2
<2
S
<2
1.3
S
<2
0.97
S
<2
1.6
S
<2
<2
S
<2
<2
S
<2
<2
S
<2
1.3
S S
0.9 <2
1.5 12.9168
De met S gemerkte analyses zijn geaccrediteerd en vallen onder de AS3000-erkenning.
Paraaf : SGS Environmental Analytics B.V. IS GEACCREDITEERD VOLGENS DE DOOR DE RAAD VOOR ACCREDITATIE GESTELDE CRITERIA VOOR TESTLABORATORIA CONFORM EN ISO/IEC 17025:2017 ONDER NR. L 028
AL ONZE WERKZAAMHEDEN WORDEN UITGEVOERD ONDER DE ALGEMENE VOORWAARDEN GEDEPONEERD BIJ DE KAMER VAN KOOPHANDEL EN FABRIEKEN TE ROTTERDAM INSCHRIJVING HANDELSREGISTER: KVK ROTTERDAM 24265286
Blad 3 van 6
Analyserapport Aeres Milieu BV Lennart Koomen Projectnaam Projectnummer Rapportnummer
Achterdijk 6, Rossum AM21505 13594867 - 1
23-12-2021 Orderdatum 23-12-2021 Startdatum Rapportagedatum 28-12-2021