Discussienotitie SSM woningaanbod
Tekst van het document
Discussienotitie Samen Sterk Maasdriel Aanleiding De behoefte aan woningen is groot in Nederland en ook in de verschillende kernen in de gemeente Maasdriel. Reeds een aantal jaren vragen we aandacht voor een groter woningaanbod en is SSM (en die niet alleen) de verkiezingen ingegaan met de vraag naar een grotere nieuwbouwproductie per jaar. De urgentie en noodzaak voor een groter woningaanbod is groot, gegeven de druk van onze inwoners, ons verkiezingsprogramma, het bestuursakkoord en de getekende woondeal. In het bestuursakkoord staat dat Maasdriel in vijf jaar 700 woningen wil realiseren. Zoals we vorig jaar tijdens de Algemene Beschouwingen al benoemden, mag dit voor SSM verder omhoog. In het verkiezingsprogramma 2022 is opgenomen dat SSM in vijf jaar 1000 woningen erbij wil. Het belang van deze kwantitatieve aantallen wordt ook door het Rijk en de Provincie onderschreven, gegeven de woondeal die op 8 maart 2023 is ondertekend door o.a. Minister De Jonge. Voor Maasdriel betekent dit dat er in de jaren 2022-2030 1454 woningen gerealiseerd dienen te worden. Om deze aantallen te halen is wat SSM betreft, de komende jaren de invulling van de kwantitatieve woningbehoefte de belangrijkste prioriteit. Wij schuwen daarbij niet de discussie, over dat bepaalde kwalitatieve aspecten mogelijk (tijdelijk) meer ondergeschikt zullen worden.
Het afgelopen jaar lijkt het College een slag te maken naar het meer en beter in beeld brengen van kansrijke locaties waarvoor woningbouwplannen bestaan of in ontwikkeling zijn, om zodoende de inzet en energie ambtelijk en bestuurlijk op die locaties te richten. Eind 2023 zou dat uiteindelijk moeten leiden tot een overzicht en een gesprek met de Raad. Dit programma ‘Kansrijk Bouwen’ is wat SSM betreft een goede ontwikkeling, maar het zijn allemaal plannen die al op één of andere manier in de pijplijn zitten. Het is dus goed dat het gebeurt, maar het is volgens ons niet genoeg. Op een veel breder terrein moet er (verder uitgewerkt) beleid en actie worden genomen: niet alleen vanuit R.O. maar zeker ook vanuit volkshuisvestingsoptiek moet er meer gebeuren, en dat kan ook. Ook het afgelopen jaar is in de Algemene Beschouwingen en door middel van moties aandacht gevraagd door de Raad voor mogelijke kansen voor verruiming van het woningaanbod. Vanuit SSM hebben we de behoefte gehad om al deze zaken nog eens op een rij te zetten. Zowel mogelijkheden voor verruiming van het woningaanbod, als aanpassingen aan voorwaardenscheppende of belemmerende regels en/of beleid moeten worden afgewogen. We hebben zeker niet de pretentie volledig te zijn, maar willen hierover wel de discussie voeren.
Hieronder zetten we de verschillende mogelijkheden kort uiteen: Flexwonen Dit zijn flexibele woonoplossingen die relatief snel en goedkoop gerealiseerd kunnen worden. Een begrip waarvoor in de gemeente niet in gestuurd wordt. Locaties en initiatiefnemers moeten actief gezocht worden en de gemeente moet hier een actief begeleidende rol vervullen. Locaties waarbij met gebruik van regelgeving voor een termijn van 15 jaar tijdelijke huisvesting kan worden gerealiseerd. Gemeenten kunnen onder de toekomstige Omgevingswet afwijken van bestemmingsplannen voor flexibele, tijdelijke woningbouw. Via een omgevingsvergunning kunnen gemeenten voor een zogenaamde ‘buitenplanse omgevingsactiviteit’ afwijken van het omgevingsplan, wat een standaardprocedure vereist 1
van 8 weken. Realisatie van flexwoningen kan op die manier relatief snel voor de korte termijn (3-10 jaar) een oplossing bieden voor de vraag naar huisvesting. Denk hierbij aan woningen voor jongeren, die nu moeite hebben op de huidige woningmarkt in reguliere huur- en koopwoningen in te stromen, tijdelijke huisvesting overbrugging voor spoedzoekers (bijv. ten gevolge van een scheiding), invulling van de taakstelling door het rijk opgelegd voor huisvesting statushouders, maar zeker ook aan grondgebonden geschikte woningen voor ouderen die graag hun grote woning bij een geschikt aanbod vrij willen maken. De tijdelijke huisvesting dient kwalitatief niet onder te doen voor reguliere bouw. Ontmanteling van flexwoningen na 15 jaar kan worden voorkomen als binnen die periode het bestemmingsplan wordt gewijzigd naar ‘wonen’, waardoor permanente bewoning mogelijk wordt. Dit laatste is uiteraard alleen mogelijk als het binnen de geldende wet- en regelgeving past, het in het kader van de volkshuisvesting en R.O. wenselijk wordt geacht en de woningen voldoen aan de voorwaarden van permanente bewoning. Een andere mogelijkheid is om de flexwoning na 15 jaar in te zetten voor een tweede leven op een andere locatie.
De voltallige Raad heeft op 3 november 2022 bij motie (M2022-24 BGR) gevraagd de kansen voor flexwoningen te inventariseren om door middel van discussie in de Raad te kijken of er brede steun is OF en HOE we flexwonen willen toestaan, en op welke locaties. Een mogelijkheid is het opstellen van een beleidsdocument ‘Flexbewoning’. Zo’n document zou kunnen toezien op het relatief snel faciliteren van de huisvestingsbehoefte voor een brede doelgroep. Met duidelijkheid over o.a. de randvoorwaarden van deze vorm van huisvesting en locatiemogelijkheden kunnen onacceptabele vormen van flexwonen en ruimtelijk ongewenste situaties worden voorkomen. Waar blijft de inzet en de acties van de gemeente voor flexwoningen en op welke wijze kan de Raad daarbij helpen? Een houvast kan zijn de ‘Flexwonen routekaart: voor een gebiedsgerichte aanpak’ van het RVO (200303-Flexwonen-handleiding-routekaart-kort-v08 (rvo.nl)). (Pre)mantelzorgwoningen en kangoeroewoningen Zeker in een landelijke gemeente met verschillende kernen waar relatief gezien veel grote woningen op ruime percelen kunnen staan liggen kansen voor een tweede woning onder één dak (kangoeroewoning), of op één perceel (mantelzorgwoning). Samen Sterk heeft in de Algemene Beschouwingen 2022 al een oproep gedaan om dit beleid verder uit te breiden en te verruimen.
Het inrichten van kangoeroewoningen en het plaatsen van mantelzorgwoningen zou mogelijk ruimhartiger kunnen worden ingevuld (criteria, R.O., termijn, ontmantelingseisen etc.). Ruimhartig en stimulerend. Daarnaast heeft SSM tijdens de Algemene Beschouwingen 2022 ook al benoemd om in het nieuw te vormen beleidskader mogelijkheden op te nemen om levensloopbestendige/ zorgwoningen op eigen terrein te realiseren, waarbij de zorg op dit moment nog niet noodzakelijk is, maar in de toekomst verwacht mag worden (gezien leeftijd en/of gezondheidssituatie). Daarbij gaven we het beleid in de gemeente Aalten als voorbeeld. Ondertussen hebben in 2023 al zeker 42 gemeenten beleid opgesteld voor plaatsing van deze zogenaamde ‘premantelzorgwoningen’ (NOS, 30 september 2023: Wonen in de tuin van je dochter: steeds meer gemeenten staan het toe (nos.nl)). Maasdriel heeft hier nog geen beleid op.
2
Plaatsing van mantelzorgwoningen is vergunningsvrij, maar wel gekoppeld aan het hebben van een medische verklaring die aantoont dat mantelzorg echt nodig is. In tegenstelling tot bij een mantelzorgwoning is er voor een premantelzorgwoning vaak wel een vergunning nodig, maar geen medische verklaring. De vergunningverlening kan (net zoals bij flexwoningen) op basis van het afgeven van een omgevingsvergunning voor bijvoorbeeld de periode van 10 of 15 jaar. Voorwaarden voor het vergunnen van een premantelzorgwoning op eigen terrein zouden kunnen zijn: (vanzelfsprekend) ruimte op eigen terrein voor de bouw van een tweede woning, de leeftijd van de bewoners is 65+, de bouw moet aan dezelfde eisen voldoen als de bouw van een mantelzorgwoning, de bewoners van het hoofdpand en van de premantelzorgwoning moeten een relatie met elkaar hebben (vaak een familieband), etc. Bij invulling van dit beleid achten wij een grote kans aanwezig dat ouderen die op zoek zijn naar andere, kleinere huisvesting voor deze mogelijkheid zullen kiezen en zo woningen in de bestaande voorraad vrijmaken. Op die manier krijg je verschuivingen op de vastgelopen woningmarkt en dat hebben we nodig.
Hier liggen echt kansen om reguliere woningen vrij te laten komen voor nieuwe bewoners! Ook bevordert het realiseren van premantelzorgwoningen de mogelijkheid voor het geven van (lichte) zorg uit eigen sociale netwerk in een vertrouwde omgeving. In een maatschappij waar het zorgsysteem steeds verder vastloopt en onbetaalbaar dreigt te worden dient dit zeker te moeten worden gestimuleerd. Steeds meer senioren willen zo lang mogelijk zelfstandig blijven wonen. Wat SSM betreft moet dit dus niet alleen gemakkelijker worden als er al een medische verklaring is, maar ook al in de periode daarop vooruitlopend. Zeker als alle voorwaarden daarvoor aanwezig zijn en de ruimte op eigen terrein zich daarvoor leent. Wat is nou mooier (en beter) dan in een vertrouwde omgeving oud te mogen worden? Premantelzorgwoningen werken ook preventief: Op het moment dat een mantelzorgwoning nog moet worden geregeld als de zorg al wel noodzakelijk is ben je eigenlijk al te laat. Als laatst kan de zorg bij de realisatie van premantelzorgwoningen ook wederkerig zijn. De nog (enigszins) vitale ouderen zonder medische verklaring die bij hun kinderen op het terrein wonen kunnen ook gemakkelijker zorg uit handen nemen, zoals oppassen. Dit kan een positieve bijdrage leveren aan de krapte op de arbeidsmarkt (ouders kunnen meer weken), en aan het probleem van de uitpuilende buitenschoolse opvanglocaties.
Op deze manier wordt er een klein sociaal netwerk opgetuigd op eigen terrein en ontstaat er een win-win situatie. Gebruik bestaande voorraad en regels In de Algemene Beschouwingen van vorig jaar is door Samen Sterk gevraagd naar een beleidskader voor woningsplitsing, kavelsplitsing, functiewijziging en de al genoemde (pre)mantelzorgwoningen en kangoeroewoningen. Bij woningsplitsing moet het gemakkelijker worden gemaakt om een grote woning in twee (of meer) kleinere woningen te verdelen. Bij kavelsplitsing ontstaat de mogelijkheid voor het realiseren van een nieuwe woning. Dit kan met name als bij een huis een groot terrein zit. Bij functiewijziging valt te denken aan het herbestemmen van bedrijfswoningen naar burgerwoningen. Dit zou volgens SSM gemakkelijker moeten kunnen worden. Daar waar feitelijk geen actieve bedrijfsvoering meer plaatsvindt (maar bijv. alleen nog caravanstalling o.i.d. met minder activiteiten) er een aanpassing zou kunnen plaatsvinden door middel van een bestemmingplanwijziging. Hierdoor kan (zij het beperkt) ook regulier huisvestingsaanbod beschikbaar komen.
3
De gemeente Maasdriel bezit geen grote hoeveelheden leegstaande (winkel- en/of kantoor-) panden die zich mogelijk zouden lenen voor bewoning, zoals in bijvoorbeeld veel steden het geval is. Maasdriel bezit daarentegen wel een grote hoeveelheid agrarisch vastgoed. Om verpaupering van leegstaande panden in het buitengebied tegen te gaan bestaat het VAB-beleidskader, waar men (afhankelijk van de hoeveelheid te slopen vrijgekomen bedrijfsbebouwing) één tot drie vrijstaande woningen van 750m3 mag bouwen. Als SSM vinden we het goed dat dit beleidskader er is, maar wellicht kan het beter. Het VAB-beleid is vastgesteld in 2017. Inmiddels is er veel veranderd op het terrein van woningbouw, volkshuisvesting en R.O. De woningbouwbehoefte is in de afgelopen zes jaar sterk vergroot, de ruimte om te bouwen beperkt en de prijzen van woningen zijn enorm gestegen. Al deze facetten bepalen dat er steeds meer behoefte is aan kleinere, betaalbaardere woningen voor jong en oud. Het is daarom de vraag of we de gesloopte bedrijfsbebouwing het best kunnen compenseren door middel van het bouwen van vrijstaande woningen tot 750m3. SSM is bereid het VAB-beleid tegen het licht van woningaanbod te houden en de discussie te voeren om op geschikte locaties (bijv.
aan de rand van de kernen, maar formeel bestemmingsplan buitengebied) mogelijkheden het bieden om bijvoorbeeld twee (kleinere) woningen te realiseren binnen diezelfde 750m3. Deze aanpassing zou kunnen plaatsvinden via een addendum op het beleidskader. Daarnaast kan in een evaluatie van het VAB-beleid met de Raad ook de in juni 2022 verschenen VNG handreiking: ‘Leegstand te lijf 2.0: Woningen en agrarisch vastgoed’ (Leegstand te lijf 2.0: Woningen en agrarisch vastgoed (vng.nl)) worden betrokken. Op al deze terreinen willen we de discussie voeren in de Raad en mogelijk nieuwe beleidskaders vaststellen. We vroegen tijdens de Algemene Beschouwingen vorig jaar om dit nog op te stellen nieuwe beleidskader graag in de eerste helft van 2023 te behandelen in de Raad. Mogelijk wordt er al aan nieuwe beleidskaders gewerkt, maar wat SSM betreft graag de discussie op korte termijn in de Raad. Wellicht kan op veel terreinen ‘leentje buur’ gespeeld worden en hoeven we als Maasdriel ook niet zelf het wiel (opnieuw) uit te vinden. Het zal wellicht niet om grote aantallen en vele mogelijkheden gaan, maar een ruimhartiger en soepeler beleid op het gebied van woningsplitsing, kavelsplitsing, functiewijziging en de al genoemde (pre)mantelzorgwoningen en kangoeroewoningen kan een steentje bijdragen in het gemakkelijker realiseren van extra woningaanbod. Locaties (inbreiding vs.
uitbreiding) Keuze en tijdige ontwikkeling van locaties voor woningbouw is hard nodig om ook op de iets langere termijn nog nieuwbouw aanbod te kunnen doen. Ook hier moeten we meer toe naar het benoemen van nieuwe kansrijke locaties, buiten de woningbouwplannen die al in de pijnlijn zitten van het programma ‘Kansrijk Bouwen’. Reeds in oktober 2021 heeft SSM bij behandeling van bestemmingplan paddenstoelenbuurt middels een motie (M2021-24) gevraagd op zoek te gaan naar nieuwe woningbouwlocaties in de groeikernen Kerkdriel-Velddriel, Hedel en Ammerzoden voor de iets langere termijn en daar met de Raad over in gesprek te gaan. De keuze en koers voor kansrijke locaties is net als kansrijke woningbouwplannen een noodzaak voor duidelijkheid om eensgezind op te kunnen trekken en tevens te bezien welke rol voor de gemeente het meest wenselijk is bij grondverwerving. Dit verzoek aan het College is opgegaan in een bredere actie voor het opstellen van kernenvisies voor de drie grootste kernen van de gemeente Kerkdriel, Hedel en Ammerzoden. Op 11 oktober 2023 worden/zijn de concept kernenvisies gepresenteerd aan de Raad in een besloten informatiebijeenkomst.
Deze kernenvisies geven mogelijke ontwikkelgebieden voor woningbouw aan, maar belangrijk is (al dan niet in een besloten overleg) het eens te worden over koers en keuzes zodat het College over kan gaan tot actie voor de betreffende locaties! 4
In het bestuursakkoord staat dat in de Raad een fundamentele discussie zal moeten worden gevoerd over de afweging inbreiding versus uitbreiding. Hier is de fractie van SSM het volledig mee eens. Inbreidingslocaties zijn in de bestaande kernen nauwelijks voorhanden, maar kunnen worden gecreëerd door bijvoorbeeld samenwerking op sportaccommodaties en onderhuisvesting, waarbij vrijkomende locaties her-ontwikkeld kunnen worden. Een voorbeeld is het DSC-terrein, waarover een discussie kan worden gevoerd om het te herinrichten als woningbouwlocatie. De keuzes voor woningbouwlocaties kunnen ook aan randen van kernen gelegen zijn. Bij het zoeken naar deze locaties kan de vorig jaar vastgestelde Omgevingsvisie in ogenschouw worden genomen, waarin staat hoe we Maasdriel (in bredere context: De Bommelerwaard) voor de lange termijn willen inrichten (ruimtelijkeplannen.nl/documents/NL.IMRO.0263.SV0005VG01/b_NL.IMRO.0263.SV0005-VG01_bd3.pdf). Er zijn potentiële woningbouwlocaties aan de randen van verschillende kernen die in de bebouwde kom liggen en in de Omgevingsvisie als stedelijk gebied worden gekenmerkt, maar toch vallen onder het Bestemmingplan Buitengebied, met daarin strikte regels ten aanzien van woningbouw om de landschappelijke waarden van het buitengebied te verdedigen.
Juist bij dit soort grensgebieden zou een ander ruimtelijke regime kunnen gelden met mogelijkheden tot meer woningbouw, wat recht doet aan de nabijheid van de bebouwing nabij de kern/kom. Denk ook aan herinvoering van actieve grondpolitiek, een instrument dat kansen biedt, maar ook risico’s kent. Het verdient in ieder geval alle aandacht in een discussie met de Raad. In het bestuursakkoord is opgenomen dat ernaar werd gestreefd om de ‘Nota grondbeleid’ en ‘Nota fonds bovenwijkse voorzieningen’ (in 2009 resp. 2010 vastgesteld) eind 2022 aan de Raad voor te leggen. SSM wil graag weten hoe het hiermee staat en wanneer we dit kunnen verwachten. Kwantiteit vs. kwaliteit Bij de kwalitatieve discussie over woningbehoefte wordt de Woonvisie Bommelerwaard 2021-2025 (vastgesteld in juli 2021) als leidraad gebruikt. SSM vindt dat er hierbij teveel wordt gefocust op het percentage sociale huurwoningen in een plan. Uit het woningbehoefteonderzoek, dat ten grondslag lag aan de Woonvisie, kwam naar voren dat er enkel in de grotere kernen (Ammerzoden, Hedel, Kerkdriel en in mindere mate Rossum) behoefte is aan sociale huurwoningen. De behoefte aan koop was in alle kernen juist erg groot. In een landelijke gemeente als Maasdriel is er een ‘kooptraditie’ daardoor zou zeker ook meer aandacht moeten komen voor goedkopere koopwoningen die voor jongeren beschikbaar komen.
In de ‘Verordening Sociale Woningbouw’ is het percentage van 30% sociale huurwoningen voor alle (kleine en grote) woningbouwplannen vastgesteld, waar dit voorheen 30% voor sociale huur- en koopwoningen betrof. Het borgen van aantallen betaalbare koopwoningen (tot €250.000,-) is op dit moment niet meer in een verordening vastgesteld. SSM vindt dat de regels van het percentage sociale huur niet belemmerd moeten gaan werken in het ontwikkelen van woningbouwplannen en het realiseren van woningen. Nog afgezien dat bij sociale huur de gemeente erg afhankelijk is van de wensen, financiële en capaciteitsmogelijkheden van de aanwezige woningstichtingen (de Kernen en Woningstichting Maasdriel) gaat voor SSM op de korte termijn meer woningaanbod boven de discussie sociale huur versus ander aanbod. We denken daarbij nadrukkelijk ook aan realisatie van veel meer geschikte woningen voor zowel ouderen als jongeren, dat in een landelijke gemeente meer zal bestaan uit geschikte grondgebonden en betaalbare (koop)woningen dan alleen appartementen, zeker in de kleinere kernen. Het geeft een 5
boost aan het beschikbaar komen van grotere woningen in de bestaande woningvoorraad in en buiten de verschillende kernen. Tevens zou bij het realiseren van sociale huurwoningen ook de mogelijkheden van andere woningstichtingen/corporaties kunnen worden betrokken. Andere mogelijkheden om de woningbouw te versnellen is het aanpassen van de parkeernorm. In de commissie Ruimte van 13 september 2023 heeft Samen Sterk nogmaals aangegeven dat het de parkeernorm van 2,3 (bij alle woningtypen) te hoog vindt. In ieder geval is een norm van 2,3 bij sociale huurwoningen te hoog, maar er dient ook bij andere woningtypen een discussie te worden gevoerd in de Raad waarin een verlaging van de parkeernorm moet worden afgewogen. In de commissie is door het College toegezegd dat er eind 2023 een raadsvoorstel ligt om de Nota Parkeernormen aan te passen. We zijn benieuwd naar de uitwerking daarvan, en de daaropvolgende discussie in de Raad. Eisen aan bewoning Tijdens de Raad van 24 februari 2022 is bij de ‘evaluatie woningbouwmarktinstrumenten’ beleid opgesteld ten aanzien van zelfbewoningplicht door de woningkoper bij de realisatie van nieuwbouw. Er is een beleidsregel opgesteld waarin teksten zijn opgenomen die door de grond- of woningverkoper opgenomen dienen te worden in de (ver)koopakten.
Ook is er een kettingbeding opgenomen, waardoor als koopwoning gebouwde koopwoningen ook bij doorverkoop enkel voor zelfbewoning gebruikt mogen worden. Wordt er toegezien op de doorwerking van dit beleid in de koopakte en de eventuele latere doorverkoop (kettingbeding)? Daarnaast is er de mogelijkheid om in die wijken of kernen waar aantoonbaar grote druk is op de goedkope woningvoorraad eisen te stellen aan zelfbewoning van de gekochte woning (dus niet alleen bij nieuwbouw). Om hiermee de starter meer toegang te geven tot de overspannen woningmarkt en vastgoedverhuurders in deze wijken/buurten/kernen te weren (voor een bepaalde tijd). Heeft de gemeente bekeken of dit instrument ook bruikbaar is in (bepaalde) kernen van Maasdriel? Onlangs heeft gemeente Waalwijk aangeven een aantal wijken hiervoor aan te gaan wijzen. Misschien kan worden nagaan bij hen hoe dat is gelopen en tevens bezien of andere landelijke gemeenten hier reeds ervaring mee hebben. In bredere zin zouden we in de Raad ook de discussie willen voeren over een nieuw op te stellen VTH-beleid (vergunningverlening, toezicht en handhaving). In het nieuwe toezicht- en handhavingsdocument, waar Samen Sterk ook al meerdere malen om heeft gevraagd (de handhavingsvisie is er, nu nog de uitvoeringsprogramma’s!), zullen kaders opgenomen moeten worden in de geest van toekomstige Omgevingswet.
In de Omgevingswet staat de leefomgeving centraal en is er ruimte voor maatwerk. Er wordt geregeld wat op een bepaalde locatie nodig is, met veel verantwoordelijkheid bij de initiatiefnemer en de gemeentelijke overheid (VTH en de Omgevingswet | VNG). Wellicht dat er met de komst van de Omgevingswet ook meer juridische ruimte is om vergunningverlening sneller/gemakkelijker/soepeler te laten plaatsvinden, wat voor een versnelling kan zorgen op het gebied van woningbouw. Gegeven alle issues die we in deze paper hebben uiteengezet zijn wij eveneens zeer benieuwd naar de uitwerking van de Omgevingswet in Maasdriel.
6
Samenvatting oplossingsrichtingen SSM t.b.v. van kwantitatief woningaanbod Mogelijke instrumenten om het woningaanbod in Maasdriel omhoog te krijgen Onderwerp Flexwonen
(Pre)mantelzorgwoningen en kangoeroewoningen
Gebruik bestaande voorraad
Locaties
Kwantiteit vs. kwaliteit
Eisen bewoning
Wat vragen wij? Discussie in Raad óf en hoe flexwonen toestaan en op welke locaties. Duidelijkheid over mogelijkheden en randvoorwaarden voor flexbewoning. Verruiming beleid voor plaatsen mantelzorgwoningen en kangoeroewoningen (criteria, R.O., termijn, ontmantelingseisen etc.) Toestaan om tweede (mantelzorg-) woning op eigen terrein te realiseren, zonder medische verklaring. Wel onder voorwaarden (zie andere gemeenten). Discussie in Raad over verruimen beleidskaders ‘Woningsplitsing, kavelsplitsing en functiewijziging’. Evalueren van VAB-beleid en kijken naar mogelijke aanpassingen, gelet op de huidige vastgelopen woningmarkt. Prioritering kansrijke woningbouwlocaties al in de pijplijn. Discussie in Raad over potentiële woningbouwlocaties in en rond (groei)kernen. Discussie over verplaatsing sportlocaties en onderwijshuisvesting binnen kernen voor potentiële inbreidingslocaties. Discussie over (her)invoering van actieve grondpolitiek Een discussie over de kwalitatieve eisen aan woningbouw. Eventueel evaluatie Woonvisie. Betere borging betaalbare koopwoningen in woningbouwplannen. Parkeernorm van 2,3 moet omlaag, met name voor huur- en koopwoningen in het lagere segment. Zelfbewoningsplicht uitbreiden naar bestaande voorraad. Handhaving en toezicht op zelfbewoningsplicht en kettingbeding.
7
Mogelijk instrument Discussienota Beleidsdocument ‘Flexbewoning’ Beleidsdocument ‘Mantelzorgbewoning’
Motie/initiatief voorstel voor toestaan premantelzorgwoningen Nieuwe beleidskaders (mogelijk ‘leentje buur’) Herziening VAB-beleidskader
Programma ‘Kansrijk Bouwen’ Discussienota, Kernenvisies, Omgevingsvisie Kernenvisies, Omgevingsvisie, Accommodatiebeleid
Herziening Nota’s ‘Grondbeleid’ en ‘Fonds bovenwijkse voorzieningen’ Herziening ‘Woonvisie’
Aanpassing ‘Verordening sociale woningbouw’ ook voor betaalbare koopwoningen Herziening Nota Parkeernormen Herziening instrument ‘Zelfbewoningsplicht’ VTH-beleidskader, handhavingsprogramma