DEF Adviesrapport VRGZ jaarstukken 2020 en begroting 2022
Tekst van het document
Gemeente Nijmegen Adviesfunctie Gemeenschappelijke Regelingen Georgo Gruijters RA / Marcel Meier AA April 2021
Adviesrapport Jaarstukken 2020 & Begroting 2022 VRGZ <NAAM>
Map = Brieven en huisstijldocumenten / sjab = Nota, beleids- of projectplan
Map = Brieven en huisstijldocumenten / sjab = Nota, beleids- of projectplan
DEF Adviesrapport VRGZ jaarstukken 2020 en begroting 2022
Inhoudsopgave Inhoudsopgave ……..in één oogopslag Inleiding 1. Advies 1.1 Advies bij de jaarstukken 2020 1.2 Advies bij de begroting 2022 2. Kaders 2.1 BRN-normen 2.2 Overige kaders 3. Algemeen 4. Jaarstukken 2020 4.1 Algemeen 4.2 Controleverklaring accountant 4.3 Fiscaliteiten 4.4 Begroting 2020 en managementrapportages 4.5 Resultaatanalyse 4.6 Balanstoelichting 4.7 Voorstel bestemming resultaat 4.8 Deelnemersbijdragen 5. Gewijzigde begroting 2021 6. Begroting 2022 6.1 Algemeen 6.2 BRN-normen, BBV-normen en overige kaders 6.3 Begrotingswijzigingen 6.4 Begrotingsanalyse 6.5 Deelnemersbijdragen 6.6 Meerjarenbegroting 7. Weerstandsvermogen 7.1 Algemene reserve 7.2 Bestemmingsreserves 7.3 Risico’s Bijlagen
1 2 3 4 4 4 5 5 6 8 9 9 9 9 10 10 14 15 16 18 19 19 19 22 22 23 24 25 25 25 25 27
1
DEF Adviesrapport VRGZ jaarstukken 2020 en begroting 2022
……..in één oogopslag
VERMOGENSPOSITIE (bedragen x € 1.000)
JAARSTUKKEN 2020 (bedragen x € 1.000)
Goedkeurende accountantsverklaring Rekeningresultaat: RAV: 813 voordelig C&R: 2.909 voordelig Resultaatbestemming: Toevoegen reserve RAV: 813 Toevoegen algemene reserve C&R: 710 Uitkeren aan deelnemende gemeenten: 1.370 Toevoegen bestemde reserve uitgestelde werkzaamheden door corona: 699 Toevoegen bestemde reserve duiktaak: 130
Algemene reserve C&R 2.532 Norm Algemene reserve C&R 2.532 Bestemmingsreserves 829
Berg en Dal Beuningen
Buren
BEGROTING 2022
Culemborg Druten
- Sluitend met een positief saldo van € 19.000
Heumen
Maasdriel
- BBV proof
Neder-Betuwe Nijmegen
- voldoet aan de BRN m.u.v. de generieke korting
ADVIES - in te stemmen met de jaarstukken 2020 en het resultaatbestemmingsvoorstel - in te stemmen met de begroting 2022 met uitzondering van de generieke korting, die niet volledig is verwerkt. - Om te voldoen aan de generieke korting adviseren wij de gemeenten om in hun zienswijzen een standpunt in te nemen over de door de VRGZ aangedragen bezuinigingsopties. - de meerjarenraming 2023-2025 voor kennisgeving aan te nemen.
DEELNEMERSBIJDRAGEN Zie laatste bladzijde van dit rapport voor verdeling bijdragen naar gemeenten Totaal deelnemersbijdragen 2020
€ 39.145.852
Gewijzigde begroting 2021
€ 41.355.554
Gevraagde begroting 2022
€ 42.351.736
2
DEF Adviesrapport VRGZ jaarstukken 2020 en begroting 2022
Inleiding Dit adviesrapport bevat de uitkomsten van de beoordeling van de jaarstukken 2020 en de begroting 2022 van de gemeenschappelijke regeling Veiligheidsregio Gelderland-Zuid (hierna VRGZ). Hierbij hebben wij een advies geformuleerd voor de zienswijze die de VRGZ vraagt aan de deelnemende gemeenten bij de begroting 2022, en een advies bij de vaststelling van de jaarstukken 2020 en resultaatbestemming 2020. Op 30 april 2021 hebben wij onze bevindingen besproken met Rob de Haan van de VRGZ.
Tijdschema zienswijze De VRGZ heeft de jaarstukken 2020 en de begroting 2022 aan de deelnemende gemeenten op 31 maart 2021 aangeboden. Volgens de BRN-planning geven wij een advies aan de deelnemende gemeenten op 30 april 2021 en zullen gemeenten uiterlijk 21 juni 2021 hun zienswijze indienen. De vaststelling van deze begroting en jaarstukken door het AB is gepland op 24 juni 2021.
Werkwijze Adviesfunctie Voor de beoordeling van de jaarstukken en de begroting hebben de gemeenten in de Regio Nijmegen de Adviesfunctie Gemeenschappelijke Regelingen opgericht (hierna: Adviesfunctie). Als Adviesfunctie beoordelen wij de jaarstukken en de begroting en brengen hierover advies uit aan de regiogemeenten. Bijzonderheid bij de VRGZ is dat er meer gemeenten in de gemeenschappelijke regeling deelnemen dan alleen deze regiogemeenten. Vertrekpunt bij de beoordeling zijn de Begrotingsrichtlijnen Regio Nijmegen (BRN), die de gemeenten in de Regio Nijmegen vastgesteld hebben. Hieraan toetsen wij. Vanaf de BRN 2019 is er een nieuwe indexeringssystematiek van toepassing. De VRGZ heeft een ietwat afwijkende systematiek vast laten stellen in het Algemeen Bestuur (8 november 2018). Kort gezegd is de index op de gemeentelijke bijdragen voor 2022 voor de VRGZ bepaald op 2,16%. Deze indexering bestaat uit een nacalculatie 2020 van 0,18% en een voorcalculatie 2022 van 1,98%. Voor een uitgebreide toelichting op de indexeringssystematiek verwijzen wij naar de BRN 2022. Wij hebben de bijzonderheden die gelden voor de VRGZ verder in dit rapport toegelicht. Onze beoordeling van de jaarstukken richt zich op de financiële verantwoording en het voorstel over de bestemming van het resultaat.
Op basis van de accountantscontrole gaan wij uit van de juistheid van de jaarrekeningcijfers en richten wij ons op een beoordeling van deze cijfers. Daarbij nemen wij de bevindingen in het accountantsverslag mee. Daarmee valt een inhoudelijke beoordeling van geleverde prestaties buiten de scope van onze werkzaamheden. Onze beoordeling van de begroting richt zich allereerst op het realiteitsgehalte van de raming en de toepassing van de BRN-normen en richt zich vooral op het jaar 2022. De meerjarenraming gebruiken wij met name als basis voor de beoordeling van de vermogenspositie. Een inhoudelijke beoordeling van beleidsvoornemens valt buiten de scope van onze werkzaamheden. Zowel bij de jaarstukken als de begroting nemen wij de risico’s en de risicobeheersing in ogenschouw en beoordelen wij de vermogenspositie, en met name het verloop van de algemene reserve.
3
DEF Adviesrapport VRGZ jaarstukken 2020 en begroting 2022
1. Advies 1.1
Advies bij de jaarstukken 2020
Wij adviseren de deelnemende gemeenten van de VRGZ om: A.
In te stemmen met de jaarstukken 2020 en het positieve resultaat van € 3.722.000.
Crisis- en rampenbestrijding (C&R) In te stemmen met de door het Dagelijks Bestuur van de VRGZ gedane bestemmingsvoorstellen van het positieve resultaat van € 2.909.000: B. C. D. E.
€ 710.000 toe te voegen aan de algemene reserve Crisis- en Rampenbestrijding € 1.370.000 uit te keren aan de deelnemende gemeenten € 699.000 toe te voegen aan de bestemde reserve uitgestelde werkzaamheden door corona € 130.000 toe te voegen aan de bestemde reserve duiktaak.
Regionale Ambulance Voorziening (RAV) In te stemmen met het bestemmingsvoorstel om het positieve resultaat van € 813.000 F.
1.2
Toe te voegen aan de (algemene) reserve aanvaardbare kosten RAV.
Advies bij de begroting 2022
Wij adviseren de deelnemende gemeenten van VRGZ om: A. B.
C.
In te stemmen met de begroting 2022 met uitzondering van de generieke korting, die niet volledig in de begroting is verwerkt. Om te voldoen aan de generieke korting adviseren wij de gemeenten om in hun zienswijzen een standpunt in te nemen over de door de VRGZ aangedragen bezuinigingsopties. In de begroting 2022 zijn, naast de indexering, de volgende uitzettingen opgenomen: a. Informatiebeveiliging (CISO) 49.575 b. Aanpassing piket Hoofdofficier van Dienst (HOvD) 52.500 Totaal 102.075 Voor meer informatie verwijzen wij naar onderdeel 6.2 van dit rapport. Kennis te nemen van de meerjarenbegroting 2023-2025.
Wij adviseren de deelnemende gemeenten om de risico’s van € 3.978.000, voor zover deze de algemene reserve C&R van de VRGZ van € 2.532.000 overstijgen, op te nemen in hun eigen paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing (zie toelichting in hoofdstuk 7.3). Dit naar rato van deelname. Het gaat hier om een totaal bedrag van € 1.446.000.
4
DEF Adviesrapport VRGZ jaarstukken 2020 en begroting 2022
2. Kaders 2.1
BRN-normen
De algemene normering zoals opgenomen in de BRN 2022 luidt als volgt: De BRN-indexering op de gemeentelijke bijdragen wordt bepaald op en gaat uit van: 1. Het centraal economisch plan (CEP) gepubliceerd in maart 2020. Het gaat dan om het CEP 2020 bijlage Middelen en Bestedingen 2022. 2. Uit de onder 1 genoemde bijlage worden genomen: a. de “beloning werknemers overheidssector, prijsmutatie uit de kolom bestedingen“ als indexering voor het loondeel; b. het Bruto Binnenlands Product marktprijzen, prijsmutatie” als indexering voor de materiële lasten. 3. Deze indexering wordt met een weging van 70% voor loon en 30% voor materieel berekend tot één BRNindex voor de gemeentelijke bijdragen. 4. Er wordt één jaar geactualiseerd, gebaseerd op de gegevens uit de MEV septemberpublicatie 2020. Het gaat dan om de bijlage Middelen en bestedingen 2021. Deze actualisatie is verwerkt in de BRN-index 2022. Berekening
Publicatie CEP-maart 2019: index 2021 is 2,61% (loon 3,0%, materieel 1,70%) [1] Publicatie CEP maart 2020: index 2022 is 1,98 % (loon 2,10% en materieel 1,70%). [2] Publicatie MEV-september 2020: index 2021 is 0,87 % (loon 0,60% en materieel 1,50%). [3]
publicatie CEP maart 2019 Index 2021 BRN 2021 publicatie CEP-maart / MEVseptember9 index 2022 (CEP-maart 2020) Actueel index 2021 (MEV-sept. 2020) Meegenomen index 2021 (CEP-maart 2019) Actualisatie/correctie index 2021 BRN 2022
2,61% 2,20%
1,98%
[2] [3] [1] [3-1]
0,87% 2,61% -1,74% 0,24%
De GGD en VRGZ hebben een afwijkende indexering en zullen dan ook hun eigen berekening volgen (voor uitwerking zie pagina 6). Volgens info van GGD en VRGZ zal de index 2022 resp. 2,01% (GGD i.v.m. weging personeel/ materieel) en 1,98% voor de VRGZ zijn. De nacalculatie over 2020 (loonindex) gaat via de reserve en betreft 0,20% voor de GGD en 0,18% voor de VRGZ. De totaal index begroting 2022 bestaat uit voorcalculatie 2022 en de nacalculatie 2020. Totaal index begroting 2021: GGD: VRGZ:
2,21% 2,16%
= 2,01% + 0,20% = 1,98% + 0,18%
5
DEF Adviesrapport VRGZ jaarstukken 2020 en begroting 2022
De regelgeving met betrekking tot de indexering zoals door het AB van de VRGZ is vastgesteld: Reguliere jaarlijkse indexering van de gemeentelijke bijdrage De indexering van de gemeentelijke bijdrage wordt vastgesteld aan de hand van een tweetal indexen; een loonindex en een materiële index. Een voorbeeld normering: ▪ Loonindex Voor de loonindex wordt het centraal economisch plan (CEP) gepubliceerd in maart 2018 gebruikt als basis voor indexering. Het gaat dan om het CEP 2018 bijlage Middelen en Bestedingen 2020. Uit deze bijlage wordt genomen: ‘beloning werknemersoverheidssector, prijsmutatie uit de kolom bestedingen’ als indexering voor het loondeel. Er wordt eenmalig nagecalculeerd aan het einde van het begrotingsjaar. De nacalculatie is gebaseerd op de werkelijke lastenontwikkeling zoals deze volgt uit: ▪ de cao voor gemeenteambtenaren; ▪ de pensioenpremies vanuit het ABP; ▪ de sociale premies vanuit het Rijk (loonbelasting en premies volksverzekeringen). Het verschil tussen de voorcalculatie en werkelijke ontwikkeling wordt ten gunste of ten laste van de algemene reserve gebracht, daarnaast wordt de werkelijke ontwikkeling verwerkt in de meerjarenraming. ▪ Materiële index Ook voor de materiële index wordt het centraal economisch plan (CEP), bijlage Middelen en Bestedingen 2020 gepubliceerd in maart 2018, gebruikt als basis.
Uit deze bijlage wordt ‘Bruto Binnenlands Product marktprijzen, prijsmutatie’ gebruikt als indexering voor de materiele lasten. ▪ Verhouding loonindex / materiële index De VRGZ houdt een verhouding van 70/30 aan. In de begroting 2022 van de VRGZ is de index van 2,16% toegepast. Generieke korting vanaf 2021 De regiogemeenten Rijk van Nijmegen hebben in het PFO van 7 oktober 2019 afgesproken om na indexering van de budgetten (de bijdrage gemeenschappelijke regelingen) een generieke korting structureel toe te passen van 1% in 2021, 2% in 2022 en 3% vanaf 2023. Het Algemeen Bestuur heeft dit voorstel niet overgenomen in de begroting 2021. Een meerderheid van de gemeenten heeft in de reacties op de Kaderbrief verzocht een generieke korting van 1 % toe te passen in de concept-begroting 2022 en een beschrijving te geven wat de impact hiervan is mocht deze bezuiniging worden geëffectueerd. Om dit inzichtelijk te maken zijn een zestal bezuinigingsopties aangedragen. Uitdrukkelijk zij vermeld dat deze notitie géén concreet bezuinigingsvoorstel van het Dagelijks Bestuur bevat, maar er toe dient om het Algemeen Bestuur en gemeenten behulpzaam te zijn bij de afweging van keuzes die kunnen leiden tot bezuinigingen.
2.2
Overige kaders
De VRGZ heeft in haar begroting ook de financiële spelregels opgenomen. Hierbij gaat zij in op de volgende onderwerpen: Begroten o P&C-cyclus o Relatie beleid-financiën o Structureel sluitende begroting o Reguliere jaarlijkse indexering van de gemeentelijke bijdrage (zie hiervoor) o Prijspeilaanpassingen
6
DEF Adviesrapport VRGZ jaarstukken 2020 en begroting 2022
-
-
o Uitzettingen o Onvoorzien (voor programma C&R: 0,35% van de begrote baten) o Verantwoording kosten bedrijfsvoering Tussentijdse begrotingswijzigingen o Wijzigingen binnen de financiële kaders o Wijzigingen buiten de financiële kaders o Resultaatbestemming Risicomanagement, weerstandsvermogen en reservepositie o Risico’s o Weerstandscapaciteit o Weerstandsvermogen o Reservepositie
7
DEF Adviesrapport VRGZ jaarstukken 2020 en begroting 2022
3. Algemeen Een belangrijk document voor de VRGZ is het Regionaal Beleidsplan 2020-2023, dat in 2019 is vastgesteld. Daarnaast is momenteel Corona / Covid-19 een belangrijk aandachtspunt, zowel in de jaarstukken als in de begroting. Op diverse plekken gaat de VRGZ hier nader op in.
8
DEF Adviesrapport VRGZ jaarstukken 2020 en begroting 2022
4. Jaarstukken 2020 4.1
Algemeen
In het voorwoord vermeldt de VRGZ dat het jaar 2020 een heftig, ongewoon jaar is geweest. Zij benoemt met name de coronacrisis en de gevolgen hiervan. Zowel wat betreft de organisatie als in bestuurlijk opzicht heeft de coronacrisis veel van de VRGZ gevraagd. Ondanks de turbulente tijd hebben de operationele diensten brandweer, meldkamer en ambulancezorg hun activiteiten naar omstandigheden naar behoren verricht. Flexibiliteit van medewerkers heeft ervoor gezorgd dat het allemaal is gelukt. De afdeling Crisisbeheersing heeft enorm veel werk verzet om samen met partners de crisisorganisatie voor de bestrijding van de crisis adequaat te bemensen. En ook voor de ondersteunende diensten was 2020 een bewogen jaar. Zij hebben zowel de crisisorganisatie van de VRGZ als die van de GGD ondersteund. In hoofdstuk 1 van de jaarstukken (‘Inleiding en ontwikkelingen’) gaat de VRGZ in op de bijzondere ontwikkelingen en in hoofdstuk 2 en 3 worden de inhoudelijke resultaten van 2020 beschreven.
4.2
Controleverklaring accountant
De accountant Deloitte Accountants B.V. heeft in de controleverklaring een goedkeurend oordeel gegeven, zowel voor de getrouwheid als voor de rechtmatigheid. De accountant schrijf onder meer in zijn controleverklaring: “Ons oordeel Wij hebben de jaarrekening 2020 van Gemeenschappelijke Regeling Veiligheidsregio Gelderland-Zuid te Nijmegen gecontroleerd. Naar ons oordeel: • Geeft de in de jaarstukken opgenomen jaarrekening een getrouw beeld van de grootte en de samenstelling van zowel de baten en lasten over 2020 als van de activa en passiva van Gemeenschappelijke Regeling Veiligheidsregio Gelderland-Zuid op 31 december 2020 in overeenstemming met het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (BBV). • Zijn de in de jaarrekening verantwoorde baten en lasten alsmede de balansmutaties over 2020 in alle van materieel belang zijnde aspecten rechtmatig tot stand gekomen in overeenstemming met de begroting en met de in de relevante wet- en regelgeving opgenomen bepalingen, waaronder verordeningen van de gemeenschappelijke regeling, zoals opgenomen in het normenkader.” Er zijn geen aandachtspunten opgenomen in de controleverklaring, die van invloed zijn op de in te dienen zienswijze.
4.3
Fiscaliteiten
Vanaf 2016 geldt de vennootschapsbelastingplicht voor overheidsinstellingen. Samen met andere veiligheidsregio’s heeft de VRGZ bekeken wat hiervan de consequenties zijn. De veiligheidsregio’s zijn hierbij bijgestaan door BDO Accountants & Adviseurs. Op basis van de huidige informatie is de verwachting dat er geen sprake is van een vennootschapsbelastingplicht. Volgens de VRGZ is er op landelijk niveau overeenstemming over een groot aantal activiteiten. Sommige regio’s hebben afwijkende activiteiten waar geen landelijke afspraken voor gelden. De VRGZ heeft die niet, behoudens een aantal activiteiten (zoals detachering van personeel) waar geen discussie over bestaat (want die zijn vpb
9
DEF Adviesrapport VRGZ jaarstukken 2020 en begroting 2022
plichtig). Die activiteiten worden op basis van kostendekkendheid in rekening gebracht en is daarmee nooit winstgevend.
4.4
Begroting 2020 en managementrapportages
De begroting 2020 is na vaststelling door het algemeen bestuur nog op diverse onderdelen gewijzigd. De volgende wijzigingen zijn in de begroting 2020 verwerkt. Alleen de begrotingswijziging onder nummer 2, Wet verplichte GGZ, had gevolgen voor de gemeentelijke bijdragen. 1. Invulling taakstelling € 449.000 De structurele extra verhoging van € 480.000,- voor de onderhoudskosten van kazernes die met ingang van 2019 is toegekend door het Algemeen Bestuur is in 2020 incidenteel als bezuinigingstaakstelling door de veiligheidsregio gefinancierd. In 2020 is een bedrag van € 449.000,- verwerkt (€ 300.000 personeelslasten en € 149.000 kapitaallasten) zodat nog een bedrag van € 31.000,- als nader te bepalen bezuiniging resteert. 2. Wet verplichte GGZ € 35.000 Als gevolg van de inwerkingtreding van de Wet verplichte GGZ gaat een deel van de kosten terug naar de gemeenten. De gemeentelijke bijdrage is met hetzelfde bedrag verlaagd. 3. Samenvoeging meldkamer, per saldo € 200.000 Als gevolg van de samenvoeging van de meldkamers tot één meldkamer voor Oost-Nederland heeft per 1 januari 2020 de financiële overdracht van de betreffende meldkamers plaatsgevonden. De gevolgen hiervan voor de reeds goedgekeurde begroting 2020 zijn in deze kolom verwerkt. Het gaat om een verlaging van de baten met € 1.286.000 en een verlaging van de lasten met € 1.086.000.
Het saldo van € 200.000 wordt gedekt door een bijdrage reserve. 4. Verschuiving programma RAV / C&R € 93.000 Met ingang van 2020 is al het vastgoed ondergebracht bij het programma Crisis- & Rampenbestrijding, inclusief de standplaatsen van de RAV. De huisvestingslasten en kapitaallasten van deze standplaatsen worden via de interne doorbelasting ten laste van de RAV gebracht. 5. Verschuivingen binnen het programma C&R € 131.000 Dit betreft budgettair neutrale verschuivingen van budgetten ten behoeve van een betere allocatie en presentatie. 6. Samenvoeging meldkamer € 362.000 Als gevolg van de samenvoeging van de meldkamers tot één meldkamer voor Oost-Nederland heeft per 1 januari 2020 de financiële overdracht van de betreffende meldkamers plaatsgevonden. Zowel de baten als de lasten zijn met € 362.000 verlaagd.
4.5
Resultaatanalyse
Onderstaand een overzicht van de begrote en gerealiseerde saldi in 2020. C&R jaar 2020; bedragen x € 1.000 Saldo baten -/- lasten uit gewone bedrijfsvoering reservemutaties te bestemmen resultaat
begroot
RAV
realisatie
begroot
Totaal VRGZ
realisatie
begroot
realisatie
-200
2.909
0
813
-200
3.722
200
0
0
0
200
0
0
2.909
0
813
0
3.722
Het jaar 2020 sluit op beide programma’s samen met een overschot van € 3.722.000. De bijgestelde begroting 2020 gaf een negatief resultaat van € 200.000. Onderstaand worden de belangrijkste verschillen samengevat en van eventuele opmerkingen voorzien. De aandacht gaat hierbij vooral uit naar het programma C&R omdat dit wordt bekostigd met gemeentegeld.
10
DEF Adviesrapport VRGZ jaarstukken 2020 en begroting 2022
Programma Crisis- & Rampenbestrijding De begroting van het programma C&R sloot , na inzet van de bestemde reserve meldkamer op nul. Het uiteindelijke resultaat is met € 2.909.000 positief, voordeliger uitgepakt.
Omschrijving
Verschil met begroting
Bedragen x € 1.000
v=voordelig; n=nadelig
Hogere bijdragen rampenbestrijding € 64 Lagere bijdrage van het rijk (BDuR), omdat door het rijk geen prijsbijstelling aan de
55 n
veiligheidsregio’s is toegekend. Niet geraamde uitkering zorgbonus, uitbetaald aan medewerkers.
97 v
Hogere bijdrage van het Rijk ten behoeve van de 25KV-lijnen door een hogere index.
22 v
Hogere overige opbrengsten € 1.264 Detachering medewerkers aan andere organisaties.
318 v
Hogere doorbelasting aan de gemeente Nijmegen voor FLO door extra pensioenstortingen en
1.024 v
opleidingskosten (zie ook personeelskosten). Hogere opbrengsten landelijk programma Omgevingsveiligheid.
23 v
Hogere opbrengsten verkoop afgeschreven materieel.
38 v
Lagere opbrengsten OMS door een neerwaartse tariefbijstelling.
75 n
Lagere doorbelasting naar de politie door lagere lasten.
46 n
Diverse posten.
18 n
Lagere personeelskosten € 861 Hogere FLO-kosten brandweermedewerkers. Deze kosten worden vergoed door de gemeente
1.024 n
Nijmegen (zie ook opbrengsten). Minder kosten opleiden en trainen als gevolg van Corona.
380 v
Lagere vrijwilligersvergoeding als gevolg van Corona.
462 v
Lagere lasten brandweercentralisten omdat formatie niet volledig is ingevuld. Hierdoor is de
284 v
vrijval uit de reservekamer van € 200.000 niet nodig. Vertraging door Corona van de uitzetting verbeteropdrachten naar aanleiding van rapport
200 v
archiefinspectie. Dit traject wordt in 2021 opgestart. Niet geraamde zorgbonus voor medewerkers.
96 n
Lagere lasten personeelsfeestjes, teambuilding en overige bijeenkomsten als gevolg van
96 v
Corona. Een deel van de vacatures is later of nog niet structureel ingevuld. Daar waar nodig is personeel ingehuurd, met name ten behoeve van Corona. Per saldo leverde dit een voordeel op van
68 v
€ 68.000. Dotatie voorziening niet-actief personeel ten behoeve van nieuwe instroom.
296 n
Vrijval voorziening niet-actief personeel door nieuwe dienstbetrekkingen medewerkers en
674 v
nieuwe afspraken. In afwachting van de landelijke aanbesteding van nieuwe werkkleding voor de brandweer is in 2020 fors minder uitgegeven en alleen het hoognodige vervangen. Dit leidde in 2020 tot een
115 v
voordeel van € 115.000. Diverse posten.
2n
11
DEF Adviesrapport VRGZ jaarstukken 2020 en begroting 2022
Lagere kapitaallasten € 348 De kapitaallasten zijn lager dan begroot. Een deel van de investeringen is als gevolg van de coronacrisis later in het jaar geleverd of wordt in 2021 opgeleverd, omdat de leveranciers tijdelijk gesloten waren. Daarnaast wordt een deel van de investeringen doorgeschoven naar 2021 vanwege de incidentele bezuinigingstaakstelling ten behoeve van de financiering van het
348 v
incidentele dekkingstekort voor het planmatig onderhoud van de kazernes conform de afspraak met het bestuur. Dit zorgt ervoor dat de kapitaallasten over deze investeringen in 2020 incidenteel lager zijn uitgevallen. Lagere overige bedrijfskosten € 627 Lagere huisvestingskosten. Tegenover hogere kosten voor gas, water en licht (€ 116.000) stonden voordelen door een onderbesteding op achterstallig onderhoud (€ 170.000, doordat
98 v
planning niet gehaald is als gevolg van Corona) en door lagere overige huisvestingslasten (€ 44.000). Ten behoeve van de bescherming van de medewerkers tegen het coronavirus zijn extra
74 n
persoonlijke beschermingsmiddelen aangeschaft. Deze aanschaf was niet begroot. Lagere kosten communicatieapparatuur. De hostingkosten kantoorautomatisering vielen € 203.000 lager uit, omdat een deel van de werkzaamheden in eigen beheer wordt uitgevoerd. Ook de licentiekosten voor het nieuwe HRM en financieel pakket viel lager uit (€ 133.000) door uitvoering in eigen beheer. Vanwege een correctie in 2020 van een factuur uit 2019 (kosten zijn
349 v
rechtstreeks bij de gemeenten in rekening gebracht) ontstond een voordeel van € 67.000. Tenslotte was er een nadeel van € 55.000 op de kosten voor telefonie en dataverbindingen, veroorzaakt door Corona en door een verschuiving vanuit de kapitaallasten. Hogere kosten wagenpark en werkmaterieel. De onderhoudslasten van de blusboten waren hoger en er was een forse schade aan de aandrijving van de motoren (overschrijding van
52 n
€ 167.000). Hiertegenover stonden lagere brandstofkosten als gevolg van Corona (€ 112.000) en enkele kleinere posten (per saldo € 3.000 voordelig) Als gevolg van de coronapandemie en een noodgedwongen andere prioritering hierdoor kon onvoldoende capaciteit worden vrijgemaakt voor de invulling van maatregelen om de
112 v
opkomsttijden terug te dringen. Dit leidde in 2020 tot een voordeel. Verdere invulling van dit traject zal in de loop van 2021 worden uitgewerkt Diverse overige bedrijfskosten
18 v
De post onvoorzien is niet ingezet. Hierdoor ontstaat een verschil ten opzichte van de
176 v
begroting van € 176.000. Nadeligere rentebaten en –lasten € 24 Minder financieringsbehoefte door doorgeschoven investeringen
132 v
Toerekening rente aan activa
156 n
Nader te bepalen dekking € 31 Het niet gealloceerde deel van de bezuinigingstaakstelling van € 31.000,- is gedekt door de
31 n
onderbesteding op de bedrijfskosten.
12
DEF Adviesrapport VRGZ jaarstukken 2020 en begroting 2022
Lagere onttrekking uit de reserves € 200 De geraamde onttrekking van € 200.000 (meldkamer) is niet geëffectueerd. Zie ook onder
200 n
personeelskosten.
De VRGZ heeft op pagina 62 tot en met 68 van de jaarrekening 2020 een uitgebreide analyse van het resultaat gegeven. Programma Regionale Ambulance Voorziening Het programmaresultaat van RAV is € 813.000 positief, terwijl een saldo van € 0 was begroot. Dit resultaat ontstaat door een aantal positieve en negatieve afwijkingen. Het grootste voordelige verschil wordt veroorzaakt door het budget aanvaardbare kosten. Deze opbrengsten zijn € 1.219.000 hoger dan geraamd. Zo zijn in 2020 de uitkomsten van het regio specifieke onderzoek financiering en bekostiging vertaald naar nieuwe budgetafspraken met verzekeraars (voordeel van € 590.000). De verwachting voor spreiding & beschikbaarheid was € 399.000 lager, terwijl de opbrengsten voor de meldkamer € 187.000 hoger waren. Daarnaast waren er opbrengsten voor de pilot voor het zorgcoördinatiecentrum (€ 350.000), vergoeding meerkosten RAV vanwege Corona (€ 375.000) en viel het definitieve budget 2019 € 58.000 hoger uit, en leiden diverse kleinere posten ook tot een voordeel van € 58.000. Ook de kapitaallasten laten een fors voordeel zien: € 430.000.
Dit wordt grotendeels veroorzaakt doordat de kapitaallasten van de nieuwe ambulances pas in 2021 starten (voordeel in 2020 van € 323.000) en doordat de aanschaf van hartmassage-apparatuur niet is doorgegaan (voordeel van € 105.000) Hiertegen laten de personeelskosten een nadeel zien van € 719.000. Er is minder formatie ingezet en meer gebruik gemaakt van uitzendkrachten (€ 295.000 nadeel). De opleidingskosten zijn hoger (€ 96.000), het personeel heeft een zorgbonus ontvangen (€ 296.000), door de samenvoeging van de meldkamers Arnhem en Nijmegen waren de reiskosten hoger (€ 90.000), door Corona is er minder verlof opgenomen (€ 96.000 nadeel), er is minder betaald aan FLO (€ 122.000) en een aantal kleinere posten laat een voordeel zien van € 32.000. De overige verschillen betreffen subsidies rijk (€ 207.000 voordelig), overige opbrengsten (€ 35.000 nadelig) en overige bedrijfskosten (€ 289.000 nadelig). De VRGZ heeft op pagina 71 tot en met 76 van de jaarrekening 2020 een uitgebreide analyse van het resultaat gegeven. Corona / COVID-19 Het jaar 2020 heeft voor een belangrijk deel in het teken gestaan van de pandemie. Dat heeft ook in financiële zin allerlei effecten gehad. De meerkosten door Corona van het programma C&R bedragen in 2020 € 214.746. De lasten zijn verwerkt in de exploitatierekening.
De extra lasten zijn niet in rekening gebracht bij het ministerie van VWS omdat de meerkosten binnen de reguliere begroting opgevangen kunnen worden en er meerdere kostenposten zijn die door corona (fors) lager uitgevallen zijn. In onderstaande tabel zijn de meerkosten weergegeven.
13
DEF Adviesrapport VRGZ jaarstukken 2020 en begroting 2022
Programma C&R Overwerk en extra ureninzet * Vakbekwaamheidsapp Totaal personeelskosten Voorlichting en communicatie Facilitaire aanpassingen ICT devices en aanpassingen Persoonlijke beschermingsmiddelen Tussenevaluatie Desinfectie- reinigingsmateriaal Catering- en representatie Totaal materiële kosten Totaal gemaakte extra kosten
Meerkosten 2020 0 9.633 9.633 14.286 27.655 25.415 56.952 42.989 23.800 14.016 205.113 214.746
* De extra ureninzet is op organisatieniveau bezien over het hele jaar beperkt gebleven. Er zijn delen van de organisatie waar meer overwerk plaats heeft gevonden en waar het verlofsaldo aan het einde van het jaar hoger is mede door de pandemie. Er zijn echter ook organisatieonderdelen waar het tegenovergesteld effect plaatsgevonden heeft. Om die reden is dit onderdeel met een nihil waarde opgenomen in dit overzicht.
De meerkosten door Corona van het programma RAV bedragen in 2020 in totaal € 492.714. Een deel, namelijk € 117.570 pas in de budgetruimte 2020. Het restant van € 375.144 wordt vergoed door zorgverzekeraars. Dit bedrag is ook opgenomen in het budget aanvaardbare kosten.
4.6
Balanstoelichting
In de balans vallen enkele zaken op: De investeringen in 2020 (totaal € 5,1 miljoen) bestaan voor het grootste deel uit voertuigen en bepakkingen (€ 3 miljoen), persoonlijke beschermingsmiddelen (€ 1 miljoen) en inventaris (€ 0,6 miljoen). De mutaties van de reserves betreffen de bestemming van het saldo 2019: er is € 1.135.000 onttrokken aan de reserve aanvaardbare kosten RAV, er is € 287.000 toegevoegd aan de algemene reserve C&R en er is € 450.000 toegevoegd aan de bestemde reserve meldkamer. Aan de voorziening voor niet-actief personeel is in 2020 € 224.000 onttrokken. Daarnaast is € 296.000 gestort, deze storting heeft betrekking op nieuwe instroom in 2020. Door andere afspraken met medewerkers en doordat exmedewerkers ander werk hebben gevonden, kon er in 2020 € 674.000 vrijvallen. In 2020 is € 779.000,- aangewend uit de voorziening groot onderhoud. Dat is minder dan wat gepland is in het meerjarenonderhoudsplan (€ 2.305.000,-). In 2019 is een uitvoeringsplan opgesteld voor het wegwerken van het achterstallig onderhoud dat in de panden aanwezig was voor de jaren 2020 tot en met 2022. Voor dit onderhoud is een extra budget ontvangen van € 300.000,- per jaar. In 2020 is gestart met de uitvoering van deze werkzaamheden. Bij de uitvoering worden achterstallige onderhoudswerkzaamheden gecombineerd met regulier planmatig onderhoud.
Omdat in het uitvoeringsplan gekozen is om de plannen per locatie uit te voeren lopen de uitgaven niet synchroon met de eerdere planning van de uitgaven vanuit de voorziening. In de herrekening van de voorziening met een planhorizon van 10 jaar leidt dit niet tot geprognosticeerde tekorten en/of tot bijstelling van de voorziening, maar kan dit wel leiden tot een verschuiving in de jaarschijven vanaf 2021 e.v.. Voor meer informatie over de vermogenspositie verwijzen wij naar hoofdstuk 7 van dit rapport.
14
DEF Adviesrapport VRGZ jaarstukken 2020 en begroting 2022
4.7
Voorstel bestemming resultaat
Voorstel bestemming resultaat 2020 Bedragen x € 1.000 Gerealiseerd resultaat Toevoeging algemene reserve C&R Toevoeging bestemde reserve uitgestelde werkzaamheden door corona Toevoeging bestemde reserve duiktaak Toevoeging reserve aanvaardbare kosten RAV Uit te keren aan deelnemende gemeenten
C&R
RAV
2.909 710 699 130
813
813 1.370
Algemene reserve C&R Het saldo van de algemene reserve ligt na toevoeging van het resultaat 2019 beneden de norm van 5%. Indien positieve resultaten behaald worden, geldt als bestuurlijk onderschreven uitgangspunt dat dit resultaat toegevoegd wordt aan de algemene reserve tot de bestuurlijke norm. De bestuurlijke norm is nog niet bereikt (3,6%). Daarom wordt voorgesteld om € 710.000,- van het positieve resultaat van 2020 toe te voegen aan de algemene reserve. Hiermee komt de algemene reserve uit op 5% van de omzet. Bestemde reserve uitgestelde werkzaamheden door corona In 2020 hebben diverse werkzaamheden niet of in mindere mate plaatsgevonden. Hierdoor is het resultaat in 2020 incidenteel positiever. Voor onderstaande onderwerpen zullen de lasten in de komende jaren echter alsnog op de VRGZ afkomen. Om gemeenten niet met ongewenste meerkosten in de bijdrage te confronteren wordt voorgesteld om een bestemde reserve van € 699.000,- te vormen voor onderstaande werkzaamheden: Archiefverbetering 329.000 Onderhoud 170.000 Kwetsbaarheden HRM 100.000 Crisisorganisatie 50.000 Rechtmatigheid 50.000 Voor een nadere toelichting op deze werkzaamheden verwijzen wij naar de raadsbrief zienswijze rekening en begroting.
Bestemde reserve duiktaak Het algemeen bestuur is in november 2020 akkoord gegaan met het afsluiten van een DVO tussen Veiligheids- en Gezondheidsregio Gelderland-Midden en Veiligheidsregio Brabant-Noord voor 2021. De kosten van deze overeenkomst bedragen €130.000 voor het jaar 2021. De dekking was echter nog niet geborgd. Voorgesteld wordt om voor deze uitzetting een bestemde reserve te vormen. Uit te keren aan deelnemende gemeenten Nadat de algemene reserve is opgehoogd tot de bestuurlijke gewenste norm van 5,0% en de bestemde reserve uitgestelde werkzaamheden door corona is gevormd blijft er een bedrag over van € 1.370.000,-. Het voorstel is om dit bedrag uit te keren aan de deelnemende gemeenten naar rato van de bijdrage in 2020. Zie de volgende tabel:
15
DEF Adviesrapport VRGZ jaarstukken 2020 en begroting 2022
Terugbetaling Gemeenten aan gemeenten Berg en Dal 78.914 Beuningen 47.013 Buren 73.025 Culemborg 68.747 Druten 35.811 Heumen 41.840 Maasdriel 59.986 Neder-Betuwe 56.157 Nijmegen 474.036 Tiel 90.152 West Betuwe 137.805 West Maas en Waal 49.496 Wijchen 86.377 Zaltbommel 70.639 Totaal 1.370.000 Reserve aanvaardbare kosten RAV Positieve en negatieve resultaten worden altijd verrekend met de reserve aanvaardbare kosten RAV. De RAV wordt gefinancierd door zorgverzekeraars. Gemeenten dragen hier niet aan bij.
4.8
Deelnemersbijdragen
In onderstaande tabel is de ontwikkeling van de bijdrage van gemeenten weergegeven. Ten opzichte van de primaire begroting 2020 heeft de volgende wijziging plaatsgevonden: als gevolg van de inwerkingtreding van de Wet verplichte GGZ gaat een deel van de kosten terug naar de gemeenten. De gemeentelijke bijdrage is met hetzelfde bedrag verlaagd.
16
DEF Adviesrapport VRGZ jaarstukken 2020 en begroting 2022
Gemeenten Berg en Dal Beuningen Buren Culemborg Druten Heumen Maasdriel Neder-Betuwe Nijmegen Tiel West Betuwe West Maas en Waal Wijchen Zaltbommel Totaal
Wet Bijdrage verplichte Gewijzigde 2020 GGZ bijdrage 2020 2.256.874 -2.016 2.254.858 1.344.542 -1.201 1.343.341 2.088.465 -1.866 2.086.599 1.966.118 -1.756 1.964.362 1.024.160 -915 1.023.245 1.196.596 -1.069 1.195.527 1.715.549 -1.532 1.714.017 1.606.057 -1.435 1.604.622 13.557.026 -12.110 13.544.916 2.578.282 -2.303 2.575.979 3.941.117 -3.521 3.937.596 1.415.548 -1.264 1.414.284 2.470.299 -2.207 2.468.092 2.020.219 -1.805 2.018.414 39.180.852 -35.000 39.145.852
17
DEF Adviesrapport VRGZ jaarstukken 2020 en begroting 2022
5. Gewijzigde begroting 2021 Nadat de begroting 2021 was vastgesteld, heeft de VRGZ nog enkele wijzigingen verwerkt: Resultaatbestemming Als gevolg van andere prioriteitstellingen die het gevolg waren van de coronapandemie heeft in 2020 op diverse plekken binnen de VRGZ een aantal taken geen doorgang kunnen vinden. Een deel van deze taken zal echter in 2021 en 2022 alsnog ingehaald moeten worden. Hiervoor is in de oorspronkelijke begroting 2021 geen extra budget opgenomen. Daarom is uit het positieve resultaat van 2020 een bestemde reserve gevormd van € 699.000,voor de uitvoering van deze doorgeschoven werkzaamheden. Deze werkzaamheden zijn gepland in de jaren 2021, 2022 en 2023. Voor 2021 gaat het om een bedrag van € 290.000. Het algemeen bestuur is in november 2020 akkoord gegaan met het afsluiten van een DVO tussen Veiligheids- en Gezondheidsregio Gelderland-Midden en Veiligheidsregio Brabant-Noord voor 2021. De kosten van deze overeenkomst bedragen € 130.000 voor het jaar 2021. Voor de dekking is een bestemde reserve duiktaak gevormd. Onderhoud geboorde putten In maart 2020 is door het Algemeen Bestuur ingestemd met de adviesnota Bluswater. Onderdeel van deze nota is dat het onderhoud van (openbare) geboorde putten dat nu door de veiligheidsregio wordt uitgevoerd overgaat naar de gemeenten. Het gaat hier om een bedrag van € 71.000.
De bijdrage voor de betreffende gemeenten is met ingang van 2021 met dit bedrag verlaagd. Verschuivingen De verschuivingen zijn budgettair neutraal en hebben plaatsgevonden ten behoeve van een beter inzicht en een betere presentatie.
18
DEF Adviesrapport VRGZ jaarstukken 2020 en begroting 2022
6. Begroting 2022 6.1
Algemeen
De VRGZ vermeldt in het voorwoord van de begroting 2022 dat de activiteiten, die in de begroting beschreven zijn, hoofdzakelijk gebaseerd zijn op het Regionaal Beleidsplan 2020-2023. Tevens geeft zij aan dat het een begroting is met een bijzonder accent, omdat deze is opgesteld in een periode waarin de VRGZ nog altijd te maken heeft met de coronacrisis. Zo schrijft zij: “Alles wordt gedaan om de voorgenomen plannen uit te voeren, maar de invloed van de crisis op deze doorkijk naar 2022 brengt ook enige onzekerheid met zich mee.” In hoofdstuk 2 van de begroting gaat de VRGZ nader in op het Beleidsplan. Hier komen de volgende onderdelen aan de orde: 1. Samenwerking en afstemming; 2. Risicogerichte benadering; 3. Weerbare samenleving; 4. Een toekomstbestendige veiligheidsregio. De VRGZ geeft hierbij per onderdeel aan wat zij wil gaan realiseren in 2022. Daarnaast geeft de VRGZ aan wat ze in 2022 wil gaan doen met de volgende specifieke risico’s, die benoemd zijn in het Regionaal Beleidsplan: 1. Cyberrisico’s; 2. Gevolgen criminaliteit voor fysieke omgeving; 3. Energietransitie; 4. Extreem weer. Als ambities voor de komende periode noemt de VRGZ: Modernisering crisisorganisatie Evaluatie Wet Veiligheidsrisico’s Effecten WNRA
6.2
BRN-normen, BBV-normen en overige kaders
Voor de BRN-norm en de gevolgen voor de begroting wordt verwezen naar hoofdstuk 2, kaders. De VRGZ heeft voor 2022 een index van 2,16% toegepast, zoals opgenomen in de BRN 2022. Generieke korting
De regiogemeenten Rijk van Nijmegen hebben in het PFO van 7 oktober 2019 afgesproken om na indexering van de GR-budgetten (op de bijdrage gemeenschappelijke regelingen) een generieke korting structureel toe te passen van 1% in 2021, 2% in 2022 en 3% vanaf 2023. Zie hiervoor ook de BRN 2022, pagina 8. Voor de VRGZ betreft het een korting van 1% in 2021 oplopend tot 3% vanaf 2023 op de uniforme bijdrage. Op basis hiervan zou de korting in de begroting 2022 van de VRGZ € 844.993 zijn. Het Algemeen Bestuur heeft dit voorstel niet overgenomen in de begroting 2021. Een meerderheid van de gemeenten heeft in de reacties op de Kaderbrief verzocht een generieke korting van 1 % (zijnde € 414.000,volgens de VRGZ) toe te passen in de concept-begroting 2022 en een beschrijving te geven wat de impact hiervan is mocht deze bezuiniging worden geëffectueerd. Om dit inzichtelijk te maken zijn een zestal bezuinigingsopties aangedragen. Uitdrukkelijk zij vermeld dat deze notitie géén concreet bezuinigingsvoorstel van het Dagelijks Bestuur bevat, maar er toe dient om het Algemeen Bestuur en gemeenten behulpzaam te zijn bij de afweging van keuzes die kunnen leiden tot bezuinigingen.
19
DEF Adviesrapport VRGZ jaarstukken 2020 en begroting 2022
In het PFO van 21 september 2020 zijn is de generieke korting opnieuw besproken. Kort samengevat kwam dit erop neer dat, indien wordt afgeweken van de BRN, de GR dit expliciet dient te motiveren en met alternatieven dient te komen. Met bovenstaande opdracht van het Dagelijks Bestuur om bezuinigingsopties ter hoogte van 1% voor te leggen aan de deelnemende gemeenten geeft zij hier invulling aan. Berekeningswijze volgens BRN De gewijzigde bijdrage 2021 van gemeenten bedraagt € 41.355.554. Verhoogd met de indexering van 2,16% wordt de bijdrage 2022 (vóór generieke korting en vóór uitzettingen) in totaal € 42.249.661. De korting van 2% over dit bedrag betekent vanaf 2022 een bezuiniging van € 844.993. In de Begroting 2021 heeft de VRGZ een totaal van € 425.000 autonome ontwikkelingen verwerkt waarvan € 225.000 structureel. Hiervan heeft de VRGZ via vermindering van 2,0 fte MKB structureel een dekking van € 120.000 voor haar rekening genomen, waardoor de structurele stijging van de gemeentelijke bijdragen beperkt bleef tot € 105.000. Indien we het structurele dekkingsbedrag van € 120.000 aanmerken als gedeeltelijke invulling van de generieke korting, zijn de bedragen voor 2022 als volgt: Gewijzigde bijdrage 2021
41.355.554
2,16 % Indexering
894.107
Bijdrage 2022 na indexering*
42.249.661
2% Generieke korting vlgs. BRN
844.993
2,0 fte MKB (incl index)**
-122.592
Restant generieke korting
722.401
Bijdrage 2022 incl. korting
41.527.260
Uitzettingen 2022: Info beveiliging
49.575
HOvD taak
52.500 102.075
Bijdrage incl. generieke korting
41.629.335
Gevraagde bijdrage in conceptbegroting 2022 Niet ingevuld deel generieke korting BRN
42.351.736 722.401
*: vóór generieke korting en vóór uitzettingen **: 120.000 + 2,16% = 122.592
Bezuinigingsopties De VRGZ heeft de volgende bezuinigingsopties aan de deelnemende gemeenten voorgelegd:
Bezuinigingsvoorstellen 1. Grootwatertransport 2. Blusboot 3. Afstoten AED-taak + Tilassistentie ambulance 4. Brandweerhulpboten en oppervlaktewaterredding 5. Evenementen 6. Bevolkingszorg en crisiscommunicatie Totaal
2022 52.000 204.000 91.000 73.000 181.000 170.000 771.000
2023 52.000 204.000 91.000 73.000 181.000 170.000 771.000
2024 52.000 204.000 91.000 73.000 181.000 170.000 771.000
2025 52.000 204.000 91.000 73.000 181.000 170.000 771.000
Per bezuinigingsvoorstel benoemt de VRGZ de gevolgen van de desbetreffende bezuiniging. Zo gaat zij onder meer in op de impact op de bestaande dienstverlening en op de financiële bezuinigingseffecten in meerjarenperspectief.
20
DEF Adviesrapport VRGZ jaarstukken 2020 en begroting 2022
Samengevat komt het erop neer dat de VRGZ aangeeft dat alle bezuinigingsopties ten laste gaan van de repressieve dekking. Alle opties gaan, hoe dan ook, pijn doen, en gaan ten koste van de dienstverlening door de VRGZ en dus van de veiligheid. Zo schrijft de VRGZ onder meer in bijlage 2 van de raadsbrief: “De bezuinigingsopties gaan, als gemeenten en uiteindelijk het Algemeen Bestuur er voor kiezen, gevolg hebben voor operationele prestaties en dienstverlening en zijn vanuit de professie geredeneerd niet aan te bevelen.” Ook geeft zij aan hoe de gevolgen zich merkbaar vertalen naar de inwoners, gemeenten, bestuurders en samenwerkingspartners. Als Adviesfunctie geven wij geen oordeel of advies over de bezuinigingsopties. Het is aan de deelnemende gemeenten om te bepalen wat zij vinden van deze bezuinigingsopties.
Uitzettingen in 2022 De VRGZ hanteert het volgende kader waarin is beschreven welk soort uitzettingen in aanmerking komen voor een verzoek aan gemeenten tot een hogere bijdrage: ▪ Reguliere indexering: indexering van loonkosten en materiële kosten op basis van een vooraf vastgestelde methodiek; ▪ Buitengewone prijsstijgingen: prijsstijgingen, waar de VRGZ geen invloed op heeft en niet opgevangen kunnen worden binnen de reguliere indexering; ▪ Autonome ontwikkelingen: niet door de VRGZ beïnvloedbare stijgingen (zoals wet en regelgeving) die voortkomen uit bestaand beleid; ▪ Nieuw beleid: nieuwe voorstellen die ter besluitvorming worden voorgelegd aan het Algemeen Bestuur via een begroting of begrotingswijziging; ▪ Andersoortige prijsstijgingen, die door de VRGZ beïnvloedbaar zijn, worden niet opgenomen in de conceptbegroting. In de begroting 2022 heeft de VRGZ, naast de indexering, de volgende financiële uitzettingen opgenomen (met daaronder een korte toelichting van de VRGZ): ▪ Informatiebeveiliging (CISO) € 49.575 Informatiebeveiliging is een belangrijke pijler van onze dienstverlening. Onze cliënten en partners moeten erop kunnen vertrouwen dat we op een integere en veilige manier met data omgaan. Informatiebeveiliging gaat verder dan enkel de data zelf. Ook bijvoorbeeld beveiligde toegang tot het pand en systemen is een aspect van informatiebeveiliging.
Om aantoonbaar te voldoen aan de eisen van informatiebeveiliging is certificering voor bepaalde normen noodzakelijk. Per 1 januari 2022 moet de VRGZ gecertificeerd zijn voor de informatiebeveiligingsnorm NEN7510. Ten behoeve hiervan en voor het uitvoeren van en toezien op het informatiebeveiligingsbeleid, hebben we een Chief Information Security Officer nodig (€ 49.575). Dit wordt opgepakt samen met de GGD. De hierboven genoemde lasten zijn de kosten die ten laste komen van de VRGZ. ▪ Aanpassing piket Hoofdofficier van Dienst (HOvD) € 52.500 De VRGZ beschikt op dit moment over twee HOvD-piketten. Alle HOvD’s kunnen worden ingezet voor zes verschillende operationele functies. Deze stapeling van functies vergt veel van betrokkenen voldoende inhoudelijke kennis te behouden, is lastig te combineren met de beheersmatige taak en belemmert de instroom van nieuwe mensen door het veeleisende takenpakket. Deze stapeling van functies is dan ook kwetsbaar, niet toekomstbestendig en vanuit goed werkgeverschap ook niet langer wenselijk (beperkt instroom, hoge oefenbelasting). Voorstel is daarom om de taak van adviseur gevaarlijke stoffen uit het HOvD-piket te halen en daarvoor een nieuw piket Adviseur gevaarlijke stoffen in te richten (€ 52.500).
21
DEF Adviesrapport VRGZ jaarstukken 2020 en begroting 2022
Beide uitzettingen vallen naar onze mening binnen het kader, zoals op pagina 21 is beschreven. Begroting volgens BBV Volgens het BBV bestaat de begroting uit een programmabegroting en een begroting naar taakvelden. Afzonderlijk moeten de overheadkosten en de algemene dekkingsmiddelen inzichtelijk worden gemaakt. - De VRGZ heeft een overzicht van baten en lasten opgenomen waarbij de overhead, algemene dekkingsmiddelen (onder ‘algemene uitkeringen’) en onvoorzien (onder ‘overige baten en lasten’) afzonderlijk zijn opgenomen (pagina 56 van de begroting). - Per programma zijn de lasten en baten van het programma opgenomen en ook de aan het programma toe te rekenen overhead. Voor gemeenten geldt dat de gehele deelnemersbijdrage op taakveld 1.1 crisisbeheersing en brandweer kan worden opgenomen. Beleidsindicatoren en kengetallen De VRGZ heeft in de begroting beleidsindicatoren (zie begroting onderdeel 7.5) en de voorgeschreven kengetallen (zie onderdeel 5.1.3) opgenomen. Bij de beleidsindicatoren is aangegeven dat de overhead op 25% (tegen 24% in de begroting 2021) van de totale lasten uitkomt bij het programma C&R en op 13% bij het programma RAV (9% in de begroting 2021). Deze indicatoren zijn niet normatief en dienen voor transparantie en analyse binnen de VRGZ en t.o.v. andere veiligheidsregio’s.
Binnen de regio Nijmegen bestaat wel een maximering van overheadkosten en dit maximum (niet gerelateerd aan een werksoort) bedraagt 25%. Hieraan voldoet de VRGZ. Paragrafen Het BBV schrijft ook een aantal paragrafen voor. De VRGZ heeft deze ook opgenomen, en voldoet hiermee aan de voorschriften. Over de diepgang van de paragrafen wordt over het algemeen geen uitspraak gedaan, maar wij merken wel op dat de paragraaf onderhoud kapitaalgoederen nog altijd zeer mager is. De VRGZ heeft eerder aangegeven in de volgende begroting een uitgebreidere toelichting op te nemen over de staat van onderhoud, maar daar is men nog niet aan toe gekomen.
6.3
Begrotingswijzigingen
In hoofdstuk 7.3 van de begroting licht de VRGZ de begrotingswijzigingen 2021 toe. Wij verwijzen hiervoor naar hoofdstuk 5 van deze rapportage. Daar waar van toepassing heeft de VRGZ de raming volgens de gewijzigde begroting opgenomen.
6.4
Begrotingsanalyse
De VRGZ heeft voor het programma Crisis- en Rampenbestrijding op pagina 40 tot en met 42 een toelichting gegeven op de verschillen tussen de begroting 2022 en de gewijzigde begroting 2021. De stijging van de baten bedraagt € 1,023 miljoen. Deze stijging wordt veroorzaakt door (bedragen x € 1.000): Rijksbijdragen +44 Gemeentelijke bijdragen (zie 6.5) +996 Opbrengsten bedrijfsvoering +122 Overige opbrengsten -139 De stijging van de lasten bedraagt € 0,823 miljoen. Deze stijging wordt veroorzaakt door (bedragen x € 1.000): Personeelskosten +774 Kapitaallasten +8
22
DEF Adviesrapport VRGZ jaarstukken 2020 en begroting 2022
-
Wagenpark Communicatieapparatuur Huisvestingskosten Overige bedrijfskosten Onvoorzien Rentebaten en –lasten
+30 +90 +99 -168 +6 -16
Daarnaast is de geraamde onttrekking uit de reserves in de begroting 2022 € 181.000 lager dan in de gewijzigde begroting 2021. De geraamde onttrekking in 2022 ad € 439.000 betreft de bestemde reserves meldkamer (€ 200.000 en uitgestelde werkzaamheden (€ 239.000).
6.5
Deelnemersbijdragen
Vanaf 2017 wordt er voor de berekening van de deelnemersbijdragen een andere systematiek gehanteerd, het zogenaamde combinatiemodel. Dit model houdt in dat de verdeling voor 50% gebaseerd wordt op de algemene uitkering uit het gemeentefonds en voor 50% op de historische kostenverdeling. Er is sprake van een ingroeitermijn van vijf jaar, waarvan 2021 het vijfde jaar is. Dit model leidt tot herverdeeleffecten tussen de gemeenten onderling. In onderstaande tabel is het verloop van de gemeentelijke bijdragen opgenomen. 38.705.556 Gewijzigde bijdrage 2019 volgens concept begroting 2020 -900.000 Vastgoed, correctie eenmalige bijdrage -480.000 Vastgoed, correctie onderhoudskosten vastgoed 37.325.556
Gewijzigde bijdrage 2019 volgens vastgestelde begroting 2020 en volgens jaarstukken 2019
300.000 Achterstallig onderhoud vastgoed 313.289 Schoon werken 160.000 Personeelsverzekering 0 Herverdeeleffect 1.082.007 Indexering 2,84% 39.180.852 Gemeentelijke bijdrage 2020 -35.000 Wet verplichte GGZ 39.145.852 Gewijzigde bijdrage 2020 0 Herverdeeleffect 480.000 Onderhoud kazernes 1.695.988 Indexering 4,28% 105.000 Autonome ontwikkelingen 41.426.840 Gemeentelijke bijdrage 2021 -71.286 Onderhoud geboorde putten 41.355.554 Gewijzigde bijdrage 2021 894.107 Indexering 2,16% 49.575 Informatiebeveiliging 52.500 HOvD-taak 42.351.736 Gemeentelijke bijdrage 2022 (volgens concept begroting 2022)
23
DEF Adviesrapport VRGZ jaarstukken 2020 en begroting 2022
6.6
Meerjarenbegroting
De lasten en baten zijn voor de jaren 2023-2025 grotendeels gelijk gehouden aan 2022. Wij nemen deze voor kennisgeving aan.
24
DEF Adviesrapport VRGZ jaarstukken 2020 en begroting 2022
7. Weerstandsvermogen 7.1
Algemene reserve
De algemene reserve van de VRGZ bestaat uit twee verschillende reserves: de algemene reserve Crisisbeheersing en Rampenbestrijding (C&R) en de algemene reserve aanvaardbare kosten RAV. De normering per programma is: • C&R: streefwaarde tevens norm 5% van de baten • RAV: streefwaarde 15%, normwaarde minimaal 10% van de baten Uitgangspunt is de begin 2015 opgestelde nota ‘Risicomanagement, voorzieningen en weerstandsvermogen’ en opgenomen in de financiële spelregels. In onderstaande tabel zijn de normen en gerealiseerde waarden van de reserves bij de jaarstukken 2020 en de begroting 2022 opgenomen (bedragen x € 1.000). Jaarstukken 2020 C&R RAV
Begroting 2022 C&R RAV
Norm
2.532
2.557
2.635
2.658
Streefwaarde Werkelijk/begroot
2.532 2.532*
3.835 1.826*
2.635 2.551
3.987 1.826
* na resultaatbestemming 2020.
Voor de algemene reserve van het programma crisis- en rampenbestrijding wordt in de begroting een doorkijk gegeven voor de jaren 2022 tot en met 2025. Hetzelfde geldt voor de (lasten en) baten. Meerjarig varieert het begrote percentage van 4,8% in 2022 tot 5,0% in 2025.
7.2
Bestemmingsreserves
Bij het bestemmingsvoorstel van het resultaat van 2020 is een nieuwe bestemde reserve uitgestelde werkzaamheden door corona voorgesteld. Voorgesteld wordt om € 699.000 in deze reserve te storten. De geraamde onttrekkingen zijn € 290.000 in 2021, € 239.000 in 2022 en € 170.000 in 2023. Daarnaast wordt bij het bestemmingsvoorstel een nieuwe bestemde reserve duiktaak voorgesteld. Voorgesteld wordt om € 130.000 in deze reserve te storten. In 2021 is een onttrekking van € 130.000 geraamd. De reeds bestaande bestemde reserve meldkamer heeft eind 2020 een saldo van € 450.000. De geraamde onttrekkingen zijn € 200.000 in 2021, € 200.000 in 2022 en € 50.000 in 2023.
7.3
Risico’s
In de zowel de jaarstukken (§ 4.1) als in de begroting (§ 5.1) is in de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing uiteengezet wat de omvang is van de risico’s welke de VRGZ loopt. Deze risico’s zijn gecategoriseerd en voor C&R en RAV afzonderlijk in beeld gebracht. Door het simpelweg optellen van de omvang van alle risico’s kan het maximale risico worden bepaald. Deze is gestegen naar € 9,0 miljoen (was € 9,5). Risico’s kunnen zich wel of niet voordoen, maar zullen zich in de praktijk nooit tegelijkertijd voordoen. Daarom wordt gewerkt met een lager gewogen risicoprofiel waarin daar wel rekening mee wordt gehouden. In het volgende overzicht wordt dit gewogen risicoprofiel afgezet tegen de algemene reserve. Immers, dit is de buffer die de VRGZ zelf heeft om risico’s op te vangen.
25
DEF Adviesrapport VRGZ jaarstukken 2020 en begroting 2022
Algemene reserve saldo 2020 (na resultaatbestemming)
Risico's (na weging kans x omvang)
C&R
2.532
3.978
Risico’s hoger dan algemene reserve
RAV
1.826
1.207
Risico’s lager dan algemene reserve
Daar waar de risico’s groter zijn dan de algemene reserve dienen gemeenten in hun eigen paragraaf weerstandsvermogen een risico op te nemen voor de VRGZ voor zover deze risico’s (€ 3.978.000 C&R) de algemene reserve (€ 2.532.000) overschrijden; dit naar rato van hun aandeel in de VRGZ. Het gaat hier om een totaal bedrag van € 1.446.000. Zie onderstaande tabel:
Gemeenten Berg en Dal Beuningen Buren Culemborg Druten Heumen Maasdriel Neder-Betuwe Nijmegen Tiel West Betuwe West Maas en Waal Wijchen Zaltbommel Totaal
Risico's > alg.res* 83.556 50.790 77.151 70.702 38.946 43.537 63.503 58.521 502.270 95.586 142.779 52.211 91.625 74.822 1.446.000
*: naar rato bijdrage 2022
26
DEF Adviesrapport VRGZ jaarstukken 2020 en begroting 2022
Bijlagen Deelnemersbijdrage 2014-2022 begroot 2014
structureel
incidenteel
totaal
30.857
-
30.857
nagekomen correcties
190
restitutie brandkranen
-365
comp. btw korting beheer kazernes realisatie 2014
30.682 gefaseerde kapitaallasten
190 -365 -215
-215
-500
-500
-715
29.967
111
111
vakbekwaamheid
-212
-212
bezuiniging
-493
-493
stafsectie
-40
-40
korting beheer kazernes indexering
500
500
-215
30.122
289
begroot 2015
30.337
overname kazernes
4.050
realisatie 2015
34.387
btw compensatie gefaseerde kapitaallasten
289 4.050 -215
34.172
215
215
22
22
correctie overname kazernes
-72
-72
indexering
-47
-47
begroting 2016
34.290
correcties
-
34.290
-
34.287
-3
realisatie 2016
34.287
indexering
-3
324
begroting 2017
34.611 extra i.v.m. overdracht huisvesting
realisatie 2017
34.611
correctie extra huisvesting indexering
1.069
begroting 2018
35.680
overname kazerne
168
324 -
34.611
325
325
325
34.936
-325
-325 1.069
-
35.680 168
dekkingstekort
233
233
frictiekosten
500
500
bijdrage cao
570
realisatie 2018
36.418 correctie incidenteel 2018
570 733
37.151
-733
-733
tankspuitauto
86
86
taakoverdracht
-36
-36
piket
60
60
reddingsbrigade
33
33
indexering 2%
731
begroot 2019
37.292
overname kazerne
731 -
37.292
34
34
27
DEF Adviesrapport VRGZ jaarstukken 2020 en begroting 2022
gewijzigde begroting 2019
37.326
-
37.326
realisatie 2019
37.326
-
37.326
300
300
achterstallig onderhoud vastgoed schoon werken
313
personeelsverzekering
313
160
160
indexering 2,84%
1.082
1.082
begroot 2020
38.881
Wet verplichte GGZ
300
39.181
-35
-35
gewijzigde begroting 2020
38.846
300
39.146
realisatie 2020
38.846
300
39.146
vastgoed / onderhoud kazernes indexering 4,28% autonome ontwikkelingen begroot 2021
480
480
1.696
1.696
105 41.127
onderhoud geboorde putten gewijzigde begroting 2021
105 300
41.427
300
41.356
-71 41.056
-71
indexering 2,16%
894
894
Informatiebeveiliging
50
50
HOvD-taak begroot 2022
52 42.052
52 300
42.352
Deelnemersbijdrage 2020
Gemeenten Berg en Dal Beuningen Buren Culemborg Druten Heumen Maasdriel Neder-Betuwe Nijmegen Tiel West Betuwe West Maas en Waal Wijchen Zaltbommel Totaal
Wet Inwoners Bijdrage verplichte Gewijzigde 2020 2020 GGZ bijdrage 2020 34.670 2.256.874 -2.016 2.254.858 25.798 1.344.542 -1.201 1.343.341 26.400 2.088.465 -1.866 2.086.599 28.500 1.966.118 -1.756 1.964.362 18.810 1.024.160 -915 1.023.245 16.435 1.196.596 -1.069 1.195.527 24.500 1.715.549 -1.532 1.714.017 24.097 1.606.057 -1.435 1.604.622 177.000 13.557.026 -12.110 13.544.916 42.115 2.578.282 -2.303 2.575.979 50.236 3.941.117 -3.521 3.937.596 18.998 1.415.548 -1.264 1.414.284 40.900 2.470.299 -2.207 2.468.092 28.400 2.020.219 -1.805 2.018.414 556.859 39.180.852 -35.000 39.145.852
28
DEF Adviesrapport VRGZ jaarstukken 2020 en begroting 2022
Deelnemersbijdrage 2021 en 2022 Onderhoud Inwoners Gemeentelijke geboorde Gewijzigde Inwoners Indexering Gemeenten 2021 bijdrage 2021 putten bijdrage 2021 2022 (2,16%) Berg en Dal 34.930 2.389.709 2.389.709 34.930 51.666 Beuningen 25.850 1.452.594 1.452.594 25.950 31.405 Buren 26.730 2.211.320 -4.791 2.206.529 26.900 47.705 Culemborg 28.899 2.035.328 -13.260 2.022.068 29.030 43.717 Druten 18.950 1.113.845 1.113.845 19.031 24.081 Heumen 16.527 1.247.820 -2.670 1.245.150 16.455 26.920 Maasdriel 24.800 1.816.182 1.816.182 25.461 39.266 Neder-Betuwe 24.335 1.675.289 -1.595 1.673.694 24.639 36.185 Nijmegen 177.800 14.364.914 14.364.914 177.500 310.569 Tiel 42.200 2.733.768 2.733.768 42.120 59.104 West Betuwe 51.038 4.113.166 -29.686 4.083.480 51.430 88.285 West Maas en Waal 19.300 1.500.409 -7.181 1.493.228 19.400 32.284 Wijchen 41.100 2.632.586 -12.103 2.620.483 41.230 56.655 Zaltbommel 28.950 2.139.910 2.139.910 29.450 46.265 Totaal 561.409 41.426.840 -71.286 41.355.554 563.526 894.107
Informatiebeveiliging 2.865 1.741 2.645 2.424 1.335 1.493 2.177 2.006 17.220 3.277 4.895 1.790 3.142 2.565 49.575
29
HOvD- Gemeentelijke taak bijdrage 2022 3.034 2.447.274 1.844 1.487.584 2.801 2.259.680 2.567 2.070.776 1.414 1.140.675 1.581 1.275.144 2.306 1.859.931 2.125 1.714.010 18.235 14.710.938 3.470 2.799.619 5.183 4.181.843 1.896 1.529.198 3.327 2.683.607 2.717 2.191.457 52.500 42.351.736