Controleprotocol 2025 en verder - gemeente Maasdriel definitief
Tekst van het document
Controleprotocol 2025 en verder
1
Inhoudsopgave: 1.
Inleiding ........................................................................................................................ 3 1.1 1.2 1.3
2.
3.
Algemene uitgangspunten voor de controle (getrouw- en rechtmatigheid) ............. 5 Te hanteren goedkeurings- en rapporteringstoleranties (accountant) ..................... 7 3.1 3.2 3.3 3.4
4.
Verantwoordingsgrens ............................................................................................................................................ 12 Rapporteringsgrens ................................................................................................................................................. 12
Rapportering door accountant en college ................................................................ 13 6.1 6.2
7.
Algemeen ................................................................................................................................................................ 10 Begrotingscriterium ................................................................................................................................................. 10 Voorwaardecriterium ............................................................................................................................................... 10 Misbruik en oneigenlijke gebruik criterium .............................................................................................................. 11
Te hanteren verantwoordings- en rapporteringsgrens (college) ........................... 12 5.1 5.2
6.
Algemeen ..................................................................................................................................................................7 Goedkeuringstoleranties ...........................................................................................................................................7 Rapporteringstolerantie .............................................................................................................................................8 Specifieke uitkeringen (SiSa-bijlage bij de jaarrekening) ...........................................................................................8
Reikwijdte rechtmatigheidscontrole ......................................................................... 10 4.1 4.2 4.3 4.4
5.
Algemeen ..................................................................................................................................................................3 Doelstelling .............................................................................................................................................................. 4 Wettelijk kader...........................................................................................................................................................4
Accountant .............................................................................................................................................................. 13 Het college .............................................................................................................................................................. 13
Slotbepaling ................................................................................................................ 14 7.1 7.2
Inwerkingtreding ...................................................................................................................................................... 14 Citeerregel .............................................................................................................................................................. 14
2
1. Inleiding 1.1 Algemeen In artikel 213 van de Gemeentewet is opgenomen dat iedere gemeente een controleverordening dient op te stellen. In het verlengde van de controleverordening is een controleprotocol opgesteld. In het controleprotocol wordt door de raad een aantal zaken geregeld ter afbakening en ondersteuning van de uitvoering van de jaarrekeningcontrole, het opstellen van de rechtmatigheidsverantwoording en daarmede tevens het financieel beheer zoals uitgeoefend door of namens het college van burgemeester en wethouders (hierna: college) van de gemeente Maasdriel. Het controleprotocol wordt geactualiseerd als de ontwikkelingen daar aanleiding toe geven. De laatste keer dat het controleprotocol is aangepast is in 2023 geweest, met de invoering van de Wet Rechtmatigheidsverantwoording. Door gewijzigde wet- en regelgeving is het noodzakelijk om het controleprotocol opnieuw te actualiseren. Nieuwe regels BBV en Bado vanaf 2025: wat verandert er? Vanaf verslagjaar 2025 gelden nieuwe regels voor de begroting, verantwoording en accountantscontrole bij gemeenten, provincies en gemeenschappelijke regelingen. De wijzigingen hebben vooral gevolgen voor de rechtmatigheidsverantwoording en de wijze waarop de accountant de jaarrekening beoordeelt. Aanleiding is de aanpassing van de Besluit Begroting Verantwoording (BBV) en het Besluit accountantscontrole decentrale overheden (Bado).
De gewijzigde besluiten zijn op 16 april 2025 gepubliceerd in het staatsblad. Belangrijkste gevolgen van de wijzigingen Voor de verantwoording • Ons huidige percentage voor het berekenen van de rechtmatigheidsverantwoordingsgrens is 3% en zal aangepast moeten worden naar maximaal 2%. Voor de controle • Vanaf boekjaar 2025 hanteert de controlerend accountant een goedkeuringstolerantie voor de jaarrekeningcontrole, van 2% van de totale lasten, exclusief dotaties aan de reserves. • Voorheen was de goedkeuringstolerantie voor fouten 1% en voor onzekerheden 3%. Vanaf 2025 moeten de fouten en onzekerheden door de accountant bij elkaar opgeteld worden en betrokken worden in de oordeelsvorming. Onderwerp Percentage voor de goedkeuringstolerantie Omvangsbasis voor de goedkeuringstolerantie Grens voor onzekerheden
Was
Wordt
1%
2%
De totale lasten, inclusief stortingen in de reserves Goedkeuringstolerantie op basis van 3% van de omvangsbasis.
De totale lasten, exclusief stortingen in de reserves Goedkeuringstolerantie van 2% van de omvangsbasis.
Afweging van de fouten en onzekerheden
Omvang van de fouten en onzekerheden afzonderlijk te toetsen aan hun eigen grensbedrag (goedkeuringstolerantie).
Omvang van de fouten en onzekerheden moet gezamenlijk (bij elkaar opgeteld) worden getoetst aan één grensbedrag, de goedkeuringstolerantie.
Percentage voor de verantwoordingsgrens
1% - 3%
2%
Het controleprotocol heeft een geldigheidsduur vanaf het verslagjaar 2025. Landelijke wetswijzigingen, een verzoek van de gemeenteraad of wijziging van accountant kan aanleiding geven tot tussentijdse
3
aanpassing van het protocol en kunnen tevens aanleiding vormen om de controleverordening te actualiseren. 1.2 Doelstelling Dit controleprotocol heeft als doel aanwijzingen te geven aan de accountant over: • de reikwijdte van de accountantscontrole; • de daarvoor geldende normstellingen bij deze controle; en • de te hanteren goedkeurings- en rapporteringstoleranties voor de controle van de jaarrekening van de gemeente Maasdriel. Ook geeft dit controleprotocol de verantwoordingsgrens aan ten aanzien van: • de rechtmatigheidsverantwoording door het college; en • de rapporteringsgrens voor het opnemen en toelichten van geconstateerde onrechtmatigheden door het college in de bedrijfsvoering paragraaf vast te leggen. 1.3 Wettelijk kader Het tweede lid van artikel 213 Gemeentewet (in het vervolg Gemw.), schrijft voor dat de gemeenteraad één of meer accountants aanwijst. Deze accountant krijgt opdracht de jaarrekening, genoemd in artikel 197 Gemw, te controleren. Naar aanleiding van deze controle, artikel 393, eerste lid, Boek 2 Burgerlijk wetboek, verstrekt zij een controleverklaring en biedt zij een verslag van bevindingen aan. In de “Controleverordening gemeente Maasdriel 2023” is de controle op het financieel beheer en op de inrichting van de financiële organisatie van de gemeente Maasdriel vastgesteld.
Dit controleprotocol is niet alleen bedoeld voor de controleopdracht aan de accountant, maar ook de basis voor de af te geven rechtmatigheidsverantwoording van het college.
4
2. Algemene uitgangspunten voor de controle Zoals beschreven in artikel 213 Gemw vindt de controle van de jaarrekening (zoals bedoeld in artikel 197 Gemw) plaats door een accountant die benoemd is door de raad. Met ingang van 2023 is het college van B&W verantwoordelijk voor de rechtmatigheidsverantwoording in de jaarrekening. Dit houdt in dat het college nu in plaats van de accountant de rechtmatigheid toetst van de jaarstukken. De accountant stelt de getrouwheid van de jaarrekening vast, waarbij de accountant toetst in hoeverre de rechtmatigheidsverantwoording van het college een getrouwe weergave is van de werkelijkheid. Onder rechtmatigheid wordt, volgens de definitie in het Besluit accountantscontrole decentrale overheden, verstaan dat de in de jaarrekening verantwoorde baten, lasten en balansmutaties rechtmatig tot stand zijn gekomen. Dat wil zeggen “in overeenstemming zijn met de begroting en met de van toepassing zijnde wettelijke regelingen, waaronder gemeentelijke verordeningen”. In het kader van de rechtmatigheidscontrole worden negen rechtmatigheidscriteria onderscheiden:
In het getrouwheidsonderzoek, dat wordt uitgevoerd door de accountant, wordt aandacht besteed aan de meeste van deze criteria. Echter worden deze criteria ook door de organisatie tijdens de verbijzonderde interne controle, waar van toepassing, meegenomen bij de rechtmatigheidsonderzoeken. Voor de oordeelsvorming m.b.t. de rechtmatigheid van het financieel beheer wordt specifiek aandacht besteed aan de volgende criteria (zie voor verdere toelichting hoofdstuk 4): • het begrotingscriterium; • het voorwaardencriterium; • het misbruik en oneigenlijk gebruik criterium (M&O-criterium). Deze rechtmatigheidsverantwoording wordt door het college afgelegd. De accountant stelt de getrouwheid van de jaarrekening vast, inclusief de rechtmatigheidsverantwoording – als een onderdeel van de jaarrekening. In de controleverklaring wordt geen afzonderlijk oordeel meer gegeven over het aspect van de rechtmatigheid. Het college neemt de rechtmatigheidsverantwoording op in de jaarrekening. De accountant zal toetsen of de jaarrekening getrouw is, en toetst daarbij dus ook of de rechtmatigheidsverantwoording een getrouwe weergave geeft.
De controle van de jaarrekening door de accountant is gericht op het afgeven van een oordeel over: • de getrouwe weergave van de in de jaarrekening gepresenteerde baten en lasten en activa en passiva; • de getrouwheid van de door het college afgegeven rechtmatigheidsverantwoording • de inrichting van het financieel beheer en de financiële organisatie gericht op de vraag of deze een getrouwe en rechtmatige verantwoording mogelijk maken; • het in overeenstemming zijn van de door het college opgestelde jaarrekening met de bij of krachtens algemene maatregel van bestuur te stellen regels bedoeld in artikel 186 Gemeentewet (Besluit Begroting en Verantwoording Provincies en Gemeenten); • de verenigbaarheid van het jaarverslag met de jaarrekening;
5
•
de bijlage bij de jaarrekening met verantwoordingsinformatie over specifieke uitkeringen, bedoeld in art 58a van het Besluit Begroting en Verantwoording (voortaan BBV).
De bij de controle uit te voeren werkzaamheden worden nader bepaald door: • de nadere regels die bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden gesteld op grond van artikel 213, zesde lid Gemw (Besluit Accountantscontrole Provincies en Gemeenten); • de Kadernota en adviezen van de Commissie BBV; • de Richtlijnen voor de Accountantscontrole van de Nederlandse Beroepsorganisatie van Accountants.
6
3. Te hanteren goedkeurings- en rapporteringstoleranties (accountant) 3.1 Algemeen Tijdens de controle houdt de accountant rekening met de vastgestelde toleranties. De accountant controleert niet ieder document of financiële handeling die binnen de gemeente wordt verricht, maar richt de controle zodanig in dat hij voldoende zekerheid verkrijgt over het getrouwe beeld van de jaarrekening. 3.2 Goedkeuringstoleranties De goedkeuringstolerantie is het bedrag dat de som van fouten in de jaarrekening of onzekerheden in de controle aangeeft, die in een jaarrekening maximaal mogen voorkomen, zonder dat de bruikbaarheid van de jaarrekening voor de oordeelsvorming door de gebruikers wordt beïnvloed. De goedkeuringstolerantie is bepalend voor de oordeelsvorming en de strekking van de af te geven controleverklaring. De goedkeuringstolerantie hierdoor als basis gebruikt voor de diepgang van de accountantscontrole en bepalend voor de oordeelsvorming van de accountant. Een ander woord dat gebruikt wordt voor de goedkeuringstolerantie is de materialiteit. Voor de goedkeuringstolerantie wordt onderscheid gemaakt tussen fouten en onzekerheden. Een fout in een jaarrekening kan ontstaan doordat bijvoorbeeld een jaarrekeningpost onvolledig is opgenomen, een toelichting ontoereikend is of dat een waarderingsgrondslag onjuist is.
Een onzekerheid in de controle kan bijvoorbeeld ontstaan door gebreken in de interne controle. Hierdoor is achteraf niet meer vast te stellen of een bepaalde uitgave rechtmatig heeft plaatsgevonden of dat bepaalde baten volledig zijn verantwoord. In het Besluit accountantscontrole decentrale overheden zijn minimumeisen voor de te hanteren goedkeuringstoleranties bij de controle van de jaarrekening voorgeschreven. De minimumeisen zijn: Strekking controleverklaring: Goedkeuringstolerantie
Goedkeurend
Beperking
Verklaring van oordeelonthouding/ afkeurende verklaring
Afwijkingen in de jaarrekening en onzekerheden in de uitvoering van de controle (% lasten)
≤ 2%
>2% <4%
≥ 4%
De omvang bestaat uit de lasten exclusief de toevoegingen aan de reserves. De definitieve tolerantie wordt bepaald op basis van de daadwerkelijk in het boekjaar gerealiseerde lasten. De percentages worden steeds genomen van de totale begrote programmalasten na laatste begrotingswijziging. Doordat de omvangbasis gedurende het jaar en tussen verschillende begrotingen afwijken, zijn er geen concrete bedragen gekoppeld aan deze goedkeuringstoleranties. Deze bedragen worden bij de start van de werkzaamheden door de accountant bepaald en hoeven niet door de gemeenteraad vastgesteld te worden. De gemeenteraad heeft door middel van dit controleprotocol reeds de kaders vastgesteld. Wanneer verstrekt een accountant een verklaring van oordeelonthouding en wanneer een afkeurende verklaring? Een verklaring van oordeelonthouding geeft aan dat een accountant geen oordeel kan geven vanwege te veel onzekerheden, terwijl een afkeurende verklaring (of oordeel met beperking) aangeeft dat er wel fouten zijn gevonden, maar niet zodanig dat de gehele jaarrekening afgekeurd moet worden.
7
Verklaring van oordeelonthouding Wanneer: De accountant heeft ernstige onzekerheden geconstateerd die een definitief oordeel in de weg staan. • Wat het betekent: De accountant kan niet zeggen of de jaarrekening rechtmatig is, maar ook niet dat hij of zij afwijkt van de regelgeving. Afkeurende verklaring (oordeel met beperking) • Wanneer: Er zijn fouten en/of onzekerheden die wel de jaarrekening beïnvloeden, maar niet dusdanig dat een oordeelonthouding nodig is. • Wat het betekent: De accountant geeft aan dat de jaarrekening met uitzondering van één of enkele onderdelen wel akkoord is, maar er is wel een probleem met de jaarrekening zelf. 3.3 Rapporteringstolerantie De geconstateerde en niet-gecorrigeerde fouten en de geconstateerde onzekerheden worden gerapporteerd aan de gemeenteraad in het verslag van bevindingen. Bij de rapportering wordt een rapporteringstolerantie in acht genomen die bepalend is voor het al dan niet rapporteren van een fout of onzekerheid. De rapporteringstolerantie kan als volgt worden gedefinieerd: “Een bedrag dat gelijk is aan of lager is dan de bedragen voortvloeiend uit de goedkeuringstolerantie. Bij overschrijding van dit bedrag vindt rapportering plaats in het verslag van bevindingen. Een lagere rapporteringstolerantie leidt in beginsel niet tot aanvullende controlewerkzaamheden, maar wel tot een uitgebreidere rapportage van bevindingen”.
Voor de rapporteringstolerantie wordt als maatstaf voorgesteld dat de accountant op het niveau van programma’s elke fout of onzekerheid van € 100.000 of hoger rapporteert in het verslag van bevindingen. De accountant richt de controle in, rekening houdend met de rapporteringstolerantie om te kunnen waarborgen dat alle gesignaleerde onrechtmatigheden die dit bedrag overschrijden ook daadwerkelijk in het verslag van bevindingen worden opgenomen. Naast deze kwantitatieve benadering wordt de accountant gevraagd een kwalitatieve beoordeling te hanteren. 3.4 Specifieke uitkeringen (SiSa-bijlage bij de jaarrekening) De verantwoording van de specifieke uitkeringen maakt geen deel uit van de rechtmatigheidsverantwoording van het college. De verantwoording van de specifieke uitkeringen blijft onderdeel van de SiSa-bijlage (Single information Single audit) bij de jaarrekening. De controle en de oordeelsvorming door de accountant blijft daarom ongewijzigd toezien op de getrouwheid en rechtmatigheid van de SiSa-regelingen. Als uit de controle van de accountant blijkt dat er onrechtmatig is gehandeld en de voorwaarden niet in acht zijn genomen, kan dit de oordeelsvorming door de accountant raken en leiden tot rapportering in het accountantsverslag. Dit kan ook leiden tot terugvordering van de specifieke uitkering door het Rijk.
Ook de bijzondere bepalingen in het Besluit accountantscontrole decentrale overheden die gelden voor de SiSa, worden niet fundamenteel aangepast. Het ministerie van BZK heeft voorgeschreven dat de getrouwheid en rechtmatigheid van deze bijlage met dezelfde toleranties gecontroleerd dient te worden als de jaarrekening. Wel geldt een specifieke rapporteringstolerantie. In onderstaande tabel zijn de specifieke toleranties opgenomen. Rapporteringstolerantie specifieke uitkeringen (SiSa): Rapporteringstolerantie specifieke uitkeringen (SiSa) Omvang specifieke uitkering
Rapporteringstolerantie
≤ € 125.000
€ 12.500
> € 125.000 en ≤ € 1 miljoen
10% van de specifieke uitkering
> € 1 miljoen
€ 125.000
8
De rapporteringtolerantie heeft geen consequenties voor de omvang en aard van de controle van specifieke uitkeringen. Het gaat alleen om het rapporteren van de waargenomen en niet herstelde fouten en onzekerheden voortkomende uit de accountantscontrole.
9
4. Reikwijdte rechtmatigheidscontrole 4.1 Algemeen Onder rechtmatigheid wordt begrepen de definitie volgens het Besluit Accountantscontrole Decentrale Overheden (Bado) dat “de in de rekening verantwoorde lasten, baten en balansmutaties rechtmatig tot stand zijn gekomen, dat wil zeggen “in overeenstemming zijn met de begroting en met de van toepassing zijnde wettelijke regelingen, waaronder de gemeentelijke verordeningen". De controle op rechtmatigheid is gericht op de naleving van externe en interne regelgeving, zoals die opgenomen zijn in het normenkader. Het normenkader wordt jaarlijks geëvalueerd en als het nodig is geactualiseerd en ter vaststelling aangeboden aan de gemeenteraad. De controle op rechtmatigheid is uitsluitend van toepassing voor zover deze directe financiële beheershandelingen betreffen of kunnen betreffen. De commissie BBV heeft een standaardtekst opgesteld voor de rechtmatigheidsverantwoording. De standaardtekst zal door gemeenten opgenomen worden in de jaarrekening. Het kader van de (financiële) rechtmatigheidsverantwoording bestaat uit de volgende criteria: • Begrotingscriterium; • Voorwaardencriterium; • Misbruik en oneigenlijk gebruik (M&O). Bovenstaande criteria komen expliciet tot uitdrukking in de rechtmatigheidsverantwoording. Rechtmatigheidscriteria die ook de getrouwheid raken zijn geen onderdeel van de rechtmatigheidsverantwoording.
Bijvoorbeeld: constatering van een verslaggevingsfout is geen onderdeel van de rechtmatigheidsverantwoording. Ook de constatering dat een post in de jaarrekening niet voldoet aan de uitgangspunten van het BBV hoeft niet opgenomen te worden in de rechtmatigheidsverantwoording. 4.2 Begrotingscriterium Het begrotingscriterium houdt in dat financiële beheershandelingen, die ten grondslag liggen aan de baten en lasten, alsmede de balansposten, tot stand zijn gekomen binnen de grenzen van de geautoriseerde begroting en hiermee samenhangende programma's. In de (programma)begroting zijn de maxima voor de lasten vermeld die door het Bestuur zijn vastgesteld. Dit houdt in dat de financiële beheershandelingen moeten passen binnen de begroting, waarbij het juiste programma, de toereikendheid van het begrotingsbedrag, alsmede het begrotingsjaar van belang zijn. Met de controle op de juiste toepassing van het begrotingscriterium wordt getoetst of het budgetrecht van de gemeenteraad is gerespecteerd. Het begrotingscriterium is uitgewerkt in de Kadernota rechtmatigheid van de commissie BBV.
Hierin is opgenomen dat bestedingen die uitstijgen boven de in de begroting opgenomen programmabudgetten niet als onrechtmatig worden aangemerkt, als voor de accountant bij de controle vaststaat dat de begrotingsoverschrijding binnen de beleidskaders van de gemeenteraad valt of compensatie mogelijk is door met de hogere lasten rechtstreeks samenhangende inkomsten. Het bepalen of begrotingsoverschrijdingen al dan niet verwijtbaar zijn, is voorbehouden aan de gemeenteraad. Als de overschrijdingen zijn toegelicht en de jaarrekening wordt vastgesteld door de raad, zijn de overschrijdingen alsnog rechtmatig. Alleen een begrotingsoverschrijding die onrechtmatig is, wordt vermeld in de rechtmatigheidsverantwoording. 4.3 Voorwaardencriterium Besteding en inning van gelden door een gemeente zijn aan bepaalde voorwaarden verbonden, waarop door het college wordt getoetst. Deze voorwaarden liggen vast in wetten en regels van hogere overheden en de (eigen) gemeentelijke verordeningen. Bij het voorwaardencriterium wordt vooral gekeken of de financiële beheershandelingen binnen de gemeente voldoen aan de voorwaarden zoals die gesteld zijn in de wet- en regelgeving. In het normenkader zijn de interne en externe regels opgenomen, die het college in zijn controle van het voorwaardencriterium moet betrekken.
Het voorwaardencriterium bepaalt in belangrijke mate de inspanningen die nodig zijn voor de rechtmatigheidscontrole. Door het aanbrengen van beperkingen in de toepassing van genoemde aspecten kunnen de te verrichten interne controle-inspanningen beperkt worden en is de kans op een niet-goedkeurende accountantsverklaring verkleind. Ten aanzien van de gemeentelijke verordeningen
10
worden uitsluitend financiële consequenties verbonden aan die bepalingen, die recht, hoogte en duur van financiële beheershandelingen betreffen. Oftewel voor de interne regelgeving vindt uitsluitend een toets plaats naar recht, hoogte en duur van financiële beheershandelingen. Indien en voor zover bij de controle financiële onrechtmatige handelingen worden geconstateerd worden de onrechtmatige handelingen in de rapportage en oordeelsweging uitsluitend betrokken indien en voor zover het door de raad of hogere overheden vastgestelde regels en kaderstellende besluiten betreft. Met andere woorden: interne regels van college naar ambtelijke organisatie en andere dan kaderstellende collegebesluiten vallen hierbuiten. Mocht tijdens de toetsing toch blijken dat het normenkader niet juist of compleet is en dit consequenties heeft gehad voor de controles, dan geeft het college in de bedrijfsvoeringsparagraaf in de jaarstukken aan welke regels het betreft. De accountant moet dit in zijn verslag bevestigen. Tenslotte is de Kadernota Rechtmatigheid van de commissie BBV van toepassing bij de controle. De commissie BBV heeft de opdracht zwaarwegende adviezen uit te brengen. Afwijking daarvan is in beginsel niet mogelijk, tenzij er doorslaggevende argumenten zijn om af te wijken. De afwijkingen dienen dan door de gemeente en accountant te worden gedocumenteerd.
4.4 Misbruik en oneigenlijke gebruik criterium Om misbruik en oneigenlijk gebruik van overheidsgelden te voorkomen zijn beheersmaatregelen nodig. In tegenstelling tot andere getrouwheids- en rechtmatigheidsaspecten gaat het bij het M&Ocriterium in het bijzonder om vast te stellen dat in de organisatie effectieve maatregelen zijn getroffen om misbruik te voorkomen, dan wel op te sporen, en dat de wet- en regelgeving duidelijk is, aangepast is aan actuele omstandigheden en te handhaven is. In het jaarverslag en/of de toelichting op de jaarrekening verantwoordt het college zich over de opzet, de uitvoering en de resultaten van het M&O-beleid. Indien een gemeente geen toereikend M&O-beleid voert kan dit gevolgen hebben voor het accountantsoordeel. Indien bij een toereikend M&O-beleid dat in voldoende mate is uitgevoerd toch een belangrijke (materiële) onzekerheid – die inherent is aan de regeling – blijft bestaan met betrekking tot de rechtmatigheid van de uitgaven of ontvangsten en deze niet verder kan worden gereduceerd, dient de accountant te beoordelen of deze onzekerheid in de toelichting bij de jaarrekening adequaat wordt weergegeven. De gemeente dient effectieve maatregelen te nemen om misbruik en oneigenlijk gebruik te voorkomen.
De controle richt zich op: • toetsing in hoeverre in bestaande procedures deugdelijke maatregelen ter voorkoming van misbruik- en oneigenlijk gebruik zijn genomen alsmede de werking van de getroffen maatregelen vaststellen; • actualiteit van het M&O-beleid.
11
5. Te hanteren verantwoordingsgrens en rapporteringsgrens 5.1 Verantwoordingsgrens Naast de goedkeuringstolerantie wordt de verantwoordingsgrens onderkend. Deze kan als volgt worden gedefinieerd: “De verantwoordingsgrens is een door de gemeenteraad vastgesteld bedrag, waarboven het College de afwijkingen (fouten en onduidelijkheden) moet opnemen in de rechtmatigheidsverantwoording. De verantwoordingsgrens valt binnen de bandbreedte van 0% tot 2% van de totale lasten van de gemeente, exclusief de dotaties aan de reserves”. Indien het totaalbedrag aan rechtmatigheidsfouten en onduidelijkheden de vastgestelde verantwoordingsgrens overschrijdt, worden deze expliciet opgenomen in de rechtmatigheidsverantwoording. Deze rapportage maakt integraal deel uit van de jaarrekening en dient als basis voor het oordeel van de accountant. De opstelling en inrichting van de rechtmatigheidsverantwoording geschiedt conform het model dat bij ministeriële regeling is vastgesteld. Dit model waarborgt uniformiteit en transparantie in de verantwoording door gemeenten. Voor de jaarrekeningen 2025 en verder stelt de gemeenteraad de verantwoordingsgrens vast op 2%. Het college wil de raad meer inzicht verschaffen in de rechtmatigheidsfouten dan wettelijk is voorgeschreven.
Daarom rapporteert het college alle bevindingen over de financiële rechtmatigheid boven de rapporteringsgrens in de paragraaf bedrijfsvoering met een toelichting. Hiermee volgen we de ingezette lijn zoals deze voor de accountant geldt om geconstateerde onrechtmatigheden vanaf een grens te benoemen in haar rapport van bevindingen. 5.2 Rapporteringsgrens Het college is verplicht om onrechtmatigheden toe te lichten in de paragraaf bedrijfsvoering, als de geconstateerde onrechtmatigheden de verantwoordingsgrens overschrijden. Het college hecht er waarde aan om het gesprek te voeren over bevindingen uit de rechtmatigheidscontroles. Hierdoor beperkt het college zich niet alleen tot het geven van een toelichting op overschrijden van de verantwoordingsgrens. Het college rapporteert daarom in ieder geval alle bevindingen over de financiële rechtmatigheid boven de rapporteringsgrens in de paragraaf bedrijfsvoering. In deze paragraaf kan het college, indien van toepassing, beschrijven welke actie het onderneemt om vermelde afwijking(en) in de toekomst te voorkomen. De rapporteringsgrens in de paragraaf bedrijfsvoering bedraagt conform financiële verordening € 500.000.
12
6. Rapportering door accountant en college 6.1 Accountant Tijdens en na afronding van de controlewerkzaamheden rapporteert de accountant hierover als volgt: Managementletter en boardletter In de tweede helft van het jaar wordt door de accountant een zogenoemde interimcontrole uitgevoerd. Over de uitkomsten van die tussentijdse controle wordt verslag uitgebracht in de vorm van een managementletter aan het college. Ook maakt de accountant een boardletter voor de Auditcommissie (en/of raad). En boardletter is een samenvatting van de managementletter met de bestuurlijke relevante punten, met als oogmerk om hierover publiekelijk verantwoording af te leggen. Bestuurlijk relevante uitkomsten van de interimcontrole worden eerst met de auditcommissie besproken. Verslag van bevindingen Overeenkomstig de Gemeentewet wordt van de controle op de jaarrekening een verslag van bevindingen (accountantsverslag) uitgebracht aan de raad en in afschrift aan het college. In het verslag van bevindingen wordt gerapporteerd over de opzet en uitvoering van het financieel beheer en of de beheersorganisatie een getrouw en rechtmatig financieel beheer en een rechtmatige verantwoording daarover waarborgen. Uitgangspunt voor de rapportagevorm Gesignaleerde onrechtmatigheden worden toegelicht gespecificeerd naar de aard van het criterium en het financiële gevolg of risico.
Fouten en onzekerheden die de rapporteringstolerantie overschrijden, worden weergegeven in een apart overzicht bij het verslag van bevindingen. De accountant rapporteert ook over eventuele bevindingen met betrekking tot de betrouwbaarheid en de continuïteit van de geautomatiseerde informatieverzorging en dataverwerking, als en voor zover relevant voor de accountantscontrole en van bestuurlijke betekenis. Controleverklaring In de controleverklaring wordt op een gestandaardiseerde wijze, zoals wettelijk voorgeschreven, de uitkomst van de accountantscontrole weergegeven. De controleverklaring ziet toe op de getrouwheid van de jaarstukken inclusief de rechtmatigheidsverantwoording van het college. Deze controleverklaring is bestemd voor de gemeenteraad, zodat deze de door het college opgestelde jaarrekening kan vaststellen. 6.2 Het college Het college geeft via de door de commissie BBV voorgeschreven rechtmatigheidsverantwoording (standaardtekst) aan in hoeverre de in de jaarrekening verantwoorde baten en lasten, alsmede de balansmutaties, rechtmatig tot stand zijn gekomen. Dit houdt in dat deze in overeenstemming zijn met door de raad vastgestelde kaders zoals de begroting en gemeentelijke verordeningen en met bepalingen in de relevante wet- en regelgeving.
In de paragraaf Bedrijfsvoering beschrijft het college welke actie zij onderneemt om de afwijkingen in de toekomst te voorkomen.
13
7. Slotbepaling 7.1 Intrekking en inwerkingtreding Intrekking Het ‘Controleprotocol 2023 en verder’ wordt ingetrokken, met dien verstande dat het van toepassing blijft op de jaarrekening, het jaarverslag en de bijbehorende stukken van het begrotingsjaar voorafgaand aan het jaar waarin dit nieuwe controleprotocol in werking treedt. Inwerkingtreding Het ‘Controleprotocol 2025 en verder’ treedt in werking op de dag na de vaststelling daarvan en heeft terugwerkende kracht tot 1 januari 2025. Dit is noodzakelijk om het van toepassing te laten zijn op de accountantscontrole van de jaarrekening van het verslagjaar 2025 en daaropvolgende jaren. 7.2 Citeertitel Het protocol wordt aangehaald als: Controleprotocol van de gemeente Maasdriel 2025 en verder. Aldus vastgesteld door de raad van Maasdriel in zijn vergadering van 18 december 2025. De gemeenteraad voornoemd, de griffier,
de voorzitter,
P.C.G. Koolen
A.A.M.J. Walraven
14