CConstaterende datMaasdriel
Koppel je AI →
Document · PDF

consulterende memo zon en wind Maasdriel 1-3-2021

Commissie Ruimte 18 maart 2021, gemeente MaasdrielBij agendapunt: Visie zon en windenergie Maasdriel3.692 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Consulterende memo

C l

Aan

: Commissie Ruimte

Van Team

: Ruimtelijke Ontwikkeling

Opsteller

: A. Zweerus

Datum

: 1 maart 2021

Onderwerp

: Bespreekpunten visie zon en wind voor consultatie in commissie van 18 maart 2021

Concept visie zon en wind Maasdriel ter inzage In december 2020 hebben wij de Concept visie zon en wind Maasdriel, een ruimtelijk perspectief op duurzame energie” ter inzage gelegd. Deze concept-visie is opgesteld vanuit een ruimtelijk perspectief. We hebben de mogelijkheden voor zonne- en windenergie vanuit landschappelijk oogpunt in beeld gebracht. Hierbij hebben wij de nadruk gelegd op de mogelijkheden en niet op de beperkingen. Er is gekeken naar de maximale draagkracht van het landschap. Daarbij zijn de conclusies van de gehouden enquête en de inbreng tijdens twee digitale bijeenkomsten over dit onderwerp betrokken. Reacties vragen om aanscherping We hebben diverse inspraak- en andere reacties ontvangen naar aanleiding van de concept visie. Deze reacties hebben wij gebundeld in de geanonimiseerde concept inspraaknotitie. Wij zijn gewezen op enkele onvolkomenheden in teksten en in een enkele of afbeelding. Een aantal reacties vraagt op onderdelen om een aanvulling of toelichting in de tekst. Deze punten willen wij graag herstellen en wij willen de visie aanvullen met een samenvatting. Wij hebben echter ook een aantal reacties ontvangen waarvan de beantwoording een beleidskeuze vraagt waarover wij u graag consulteren. Wij hebben met de concept-visie vooral de mogelijkheden voor zonne- en windenergie vanuit landschappelijk oogpunt in beeld gebracht.

Hierbij hebben wij de nadruk gelegd op de mogelijkheden en niet op de beperkingen. Er zijn meerdere reacties binnengekomen die vragen om inperking van de mogelijkheden van zonne-energie. Vanuit het proces van de RES weten we nu dat - bij voldoende windenergie en voldoende groei van zon op dak - er tot 2030 geen noodzaak is voor grote oppervlakten zonnevelden. Dit is voor ons aanleiding om de mogelijkheden voor zon op land te beperken. Deze denkrichting willen wij graag met u bespreken. Onderstaande punten waarop wij de visie zouden willen aanpassen (aanscherpen) bespreken wij graag met u tijdens de vergadering van de commissie Ruimte op 18 maart. Daarna zullen wij de visie aanpassen om hem vervolgens in aangepaste vorm aan de commissie Ruimte van mei en de raadsvergadering van 10 juni 2021 aan te bieden. Onderwerpen die wij graag met u bespreken zijn: 1. Beperking tot grootschalige ontwikkeling zon en wind tot de zone “grote kans”, langs A2 en spoor 2. Maximale oppervlakte voor zon op land opnemen 3. Fasering en /koppeling met eerst windenergie 4. Looptijd visie tot 2030 5. Notitie participatie energieprojecten en coöperatief lokaal eigendom 6. Omgevingsfonds 7. Compensatieregeling 8. Hoogte zonnepanelen op de oeverwallen 9. Geen zonneparken in de zandmeren

1. Beperking tot grootschalige ontwikkeling zon en wind tot de zone “grote kans”, langs A2 en spoor De concept visie geeft onder andere de kansen voor zon en wind in het landschap van Maasdriel weer. Op pagina 29 van de concept-visie is de kansenkaart opgenomen. Deze kansenkaart weerspiegelt de voorkeurslocaties voor de ontwikkeling van zon en wind. De visie sluit ontwikkelingen in gebieden met kleinere kansen echter niet uit. Bij nadere beoordeling, mede gelet op de inspraakreacties, concluderen wij dat de visie nog onvoldoende stuurt op ontwikkeling in het voorkeursgebied langs de A2 en het spoor. Omdat zowel uit landschappelijk oogpunt als vanuit de enquête, de zone langs A2 en het spoor als voorkeursgebied wordt gezien, stellen wij voor om de visie op dit punt aan te scherpen. 1.A

Wij stellen voor om ontwikkelingen in andere gebieden dan de voorkeurszone langs spoor en A2 voor de looptijd van deze visie uit te sluiten, met uitzondering van;

1.B

Kleinschalige proefopstellingen en innovatieve projecten of lokaal geïnitieerde ontwikkelingen die breed gedragen én 100 % coöperatief zijn. Hierbij kan gedacht worden aan gecombineerd ruimtegebruik in de agrarische sector, zonnedaken als teeltondersteunende voorzieningen of een zonne-akker in de vorm van een natuurpark/speeltuin aangrenzend aan een van de kernen. Deze bijzondere initiatieven moeten niet alleen voldoen aan de spelregels uit de visie, maar vooral ook een aantoonbare meerwaarde hebben voor het landschap en de biodiversiteit en onderdeel uitmaken van een levensvatbaar en werkend agrarische bedrijf of van de sociale leefomgeving. De meerwaarde moet in het eerste stadium van het (principe-)verzoek door de aanvrager worden gemotiveerd en dit zal ambtelijk worden getoetst. Wanneer daarvoor extern deskundig advies nodig is zullen de kosten van de beoordeling hiervan, conform de legesverordening worden doorberekend aan de aanvrager.

2. Maximale oppervlakte voor zon op land opnemen Bij zonne-energie staat voorop dat zon op dak de voorkeur geniet boven zon op land of water. Dak eigenaren kunnen echter niet worden verplicht om hun daken vol te leggen met zonnepanelen. Met name vanwege (SDE) subsidies stijgt de oppervlakte zon op dak wel autonoom Door de uitfasering van aardgas en andere fossiele brandstoffen, stijgt het elektriciteitsgebruik de komende jaren en is er meer duurzame energie nodig dan dat op daken alleen kan worden opgewekt. Naast zon op dak hebben we ook andere energiebronnen, zoals windturbines en zonneparken, nodig. Vanwege de vele wettelijke beperkingen voor windturbines en de randvoorwaarden die wij hebben opgenomen in deze visie zijn de mogelijkheden voor windturbines in Maasdriel beperkt. Wij zien mogelijkheden voor enkele turbines aansluitend aan de vergunde turbines of in een andere opstelling in het voorkeursgebied. Voor zon op water hebben wij een maximum van 10 % van de oppervlakte van de desbetreffende plas opgenomen, maar voor zon op land gelden veel minder harde beperkingen. Voor zonnevelden gelden veel minder harde beperkingen. Uit een analyse van het landschap blijkt dat inpassing van zonnevelden, mits goed ingepast en mits wordt voldaan aan spelregels, goed mogelijk is. Vanuit de agrarische sector wordt gevraagd om landbouwgronden uit te sluiten voor zonnevelden.

Vanuit Natuur- en landschapsorganisaties en de provincie worden gemeenten opgeroepen om extra aandacht te besteden aan locatiekeuze bij het beleid voor zonnevelden op landbouwgrond. Ook wordt aandacht gevraagd voor biodiversiteit. Wij hebben daarom de mogelijkheden van zonnevelden in de concept-visie nogmaals kritisch bekeken. RES In het concept-RES bod is voor Maasdriel gerekend met de bestaande en geplande zon- en wind projecten; te weten 3 windturbines (0,03 TWh) en de grootschalige opwek van 0,012 TWh zonne-energie op dak. We streven met het in juni 2021 in te dienen RES 1.0 bod naar een verdubbeling van de opwek van duurzame energie ten opzichte van het concept-RES bod. Dit gelet op de landelijke afspraken maar ook vanwege de ambitie die we hebben onderschreven door deelname aan het Gelders Energie Akkoord. Zoals eerder aangegeven stijgt het oppervlak “zon op dak” autonoom. Voor het RES-bod 1.0 dat in voorbereiding is zouden – volgens de huidige inzichten, berekeningen en met de autonome groei van zon op dak – nog 3 extra windturbines en 20 hectare zon op land of water, voldoende zijn om de verdubbeling van de opwek in Maasdriel tot 2030 te realiseren. Voor de looptijd van deze visie (tot 2030) zou daarom een maximum kunnen worden opgenomen voor zon op land. Pagina 2 van 6

Liander Netbeheerder Liander adviseert om een vermogensopstelling van 50 % zon en 50 % wind na te streven. Hierbij opgemerkt dat het zowel zon op dak als zon op land betreft. Vanwege de autonome groei van zon op dak, wordt geadviseerd om vooral in te zetten op windenergie en om zonnevelden te concentreren, bij voorkeur te combineren met wind; en een fasering in te bouwen, omdat er op korte termijn beperkte aansluitcapaciteit beschikbaar is voor zonne-energie. Wij zien geen reden voor een algehele uitsluiting van agrarische gronden. Dit omdat het de mogelijkheden voor ontwikkeling van zon op land te zeer beperkt. Wanneer de aanpassing – zoals genoemd onder punt 1 – wordt doorgevoerd, dan kunnen grotere zonnevelden (tot 20ha) alleen ontwikkeld worden in de zone langs de A2 en het spoor. Hiermee wordt het overgrote deel van de landbouwgrond in Maasdriel beschermd. Kijkend naar de zone langs de A2 en het spoor hebben wij een modellenstudie gemaakt welke is bijgevoegd. Met deze studie geven we u een indruk hoeveel 25, 50 of 100 hectare zonneveld in dit gebied eruit zou kunnen zien. Voor het gemak kan worden gesteld dat 1 hectare ongeveer gelijk staat aan 2 voetbalvelden.

Ten aanzien van de schets van 25 hectare langs infrastructuur merken wij op dat, de opstellingen over de volle lengte langs de A2 en ook de twee opvullingen in de afritten om praktische en economische redenen naar verwachting geen rendabele businesscase zullen opleveren en daardoor naar verwachting niet door de markt worden ingevuld. De schetsen in de modellenstudie zijn indicatief. 2. A

Op basis van bijgevoegde modellenstudie vragen wij uw mening over het opnemen van een maximum oppervlakte voor zonneparken in het voorkeursgebied. Wij denken hierbij aan de mogelijkheid van 50 hectare (100 voetbalvelden) als maximum.

2. B

In de overige gebieden kunnen, binnen de beschreven landschapstypen en spelregels alleen kleine zonneparken tot 2 hectare worden ontwikkeld.

3. Fasering en koppeling met eerst windenergie De afgelopen jaren hebben veel zonneontwikkelaars en een enkele grondeigenaar, contact gezocht met de gemeente Maasdriel. Bij deze telefonische, mondelinge en mail-contacten is steeds ambtelijk aangeven dat zonneparken op dit moment enkel zijn toegestaan binnen de huidige bouwpercelen en ten dienste van de bestemming. Ook is er aangegeven dat wij het wenselijk vinden om eerst zelf een visie op zonnevelden te maken voordat wij positief willen adviseren over initiatieven die niet passen binnen de huidige regelgeving. Om die reden zitten er op dit moment veel initiatiefnemers op het spreekwoordelijke “vinkentouw”. De afgelopen maanden zijn wij door verschillende initiatiefnemers bevraagd over de mogelijkheden voor initiatieven tussen de 10 tot 20 hectare. De verwachting is dat zodra de notitie (in huidige vorm) wordt vastgesteld, er meerdere (principe)aanvragen voor tientallen hectare verspreid over de gemeente zullen worden ingediend. Door aanpassing zoals voorgesteld onder punt 1 en 2 zal dit minder worden, maar dit zal wel de druk op de A2 en spoorzone verhogen. Zoals eerder aangegeven bij punt 1 is het vanuit netefficiëntie wenselijk om zon te ontwikkelen in combinatie met wind. Dat hoeft niet in hetzelfde project.

Zon ontwikkelen zonder dat er ook windenergie wordt opgewekt is niet wenselijk, omdat de kabels dan niet optimaal worden benut. Een combinatie met wind is efficiënter, omdat wanneer de zon niet schijnt het vaak wel waait. Ook uit de enquête blijkt een voorkeur voor de combinatie van zon en wind. Om bovengenoemde redenen zou het voorstelbaar zijn om een koppeling en een fasering aan te brengen tussen de ontwikkeling van zon en wind. Eerst wind (bijna) in productie en daarna pas zon ontwikkelen. Dit zou op verschillende manieren kunnen worden bewerkstelligd. Te denken is aan het opnemen van de volgende opties: 3.A

Wij hebben gezocht naar de manier om aanvragen te faseren en in de tijd te koppelen aan de opwek van windenergie. Wij kwamen uit wij de tendermethode. Door het uitschrijven van een zogenaamde “tender” maakt u bekend dat u zonneparken gefaseerd wilt toestaan en ontwikkelaars de kans wilt geven om een gemotiveerd en goed onderbouwd principeverzoek/ inschrijving in te dienen voor een bepaalde datum. Daarna kan dan het beste initiatief worden gekozen en kan de indiener van dat initiatief het plan nader uitwerken en een concrete aanvraag indienen. Door een datum te kiezen die wat verder in Pagina 3 van 6

de toekomst ligt, bijvoorbeeld 1 januari 2022, en een beoordelingsperiode van enkele maanden, schuift de ontwikkeling van het eerste initiatief automatisch in de tijd vooruit. De planologische- en vergunningenprocedure moet dan nog worden dorlopen waarna uitvoering op zijn vroegst eind 2022 zal kunnen plaatsvinden. Tegen die tijd is het de verwachting dat (onder voorbehoud van de uitspraken op ingediende beroepschriften) het Burgerwindpark A2 Lage Rooijen in aanbouw is en richting ingebruikname gaat. Een tweede tender kan dan worden uitgeschreven als er zicht is op realisatie van nog weer nieuwe windturbines. Als u kiest voor deze methode zullen wij hiervoor een voorstel voor een tender (met beoordelingscriteria) uitwerken als bijlage bij de visie. 4. Looptijd visie tot 2030 De visie is geschreven voor de periode tot 2030. Wij adviseren om tegen het einde van de looptijd de visie te evalueren en dan te bepalen of herijking plaatsvindt of dat een nieuwe visie nodig is. Wanneer u kiest voor de tendermethode (punt 3) kan er tussentijds worden geëvalueerd en kan de visie op basis van deze ervaringen worden aangescherpt. Op het moment dat een vergunning is verleend voor nieuwe windturbines en uit evaluatie is gebleken dat er behoefte is aan extra zon op land, kan een volgende tender voor zon worden uitgeschreven.

Wij adviseren de looptijd tot 2030 aan te houden en alleen wanneer er dringende redenen zijn om de visie eerder te herzien, kan besloten worden tot herijking van de visie. Dringende redenen kunnen zijn: gewijzigde wetgeving, een gewijzigde opgave, het niet tot ontwikkeling komen van initiatieven of onvoorziene innovatieve methoden van energieopwekking. Een gewijzigd politiek klimaat kan ook aanleiding geven om de visie te herzien. Herijking om redenen zoals “een initiatief dat niet past binnen de visie” achten wij binnen de looptijd niet wenselijk omdat dat druk vanuit de zijde van ontwikkelaars zou stimuleren. Met een visie voor de periode tot 2030 streven wij naar duidelijkheid en rust in het landschap en de omgeving. 5.

Notitie participatie energieprojecten en lokaal eigendom Mede op basis van het Klimaatakkoord en het eerder door de gemeenteraad aangenomen amendement voor het principebesluit Burgerwindpark A2 lage Rooijen, hebben wij in de conceptvisie voor zonnevelden groter dan 2 ha en voor windparken de volgende randvoorwaarden opgenomen: Regels voor grootschalige opstellingen zon (vanaf 2 ha) en windturbines in het landschap: ▪ De initiatiefnemers stellen een participatieplan op (als onderdeel van hun projectplan) dat als doel heeft: inwoners vanaf de start bij het initiatief betrekken, inwoners meenemen in de planvorming en inwoners laten meedoen in de omslag naar een energieneutraal Maasdriel en hen daarvan te laten profiteren. Deze verplichting wordt ook opgelegd vanuit de Klimaatwet. ▪ De initiatiefnemers committeren zich aan de verantwoordelijkheden rondom proces-, project- en financiële participatie en verwerken deze in hun aanpak. Ze maken kenbaar hoe de lokale omgeving gaat profiteren van het project. ▪ De initiatiefnemers onderbouwen hoe ze ten minste 50% in lokaal eigendom in het voorgestelde project gaan realiseren. Ze motiveren hoe ze zich gaan Inzetten voor meer dan 50% in lokaal eigendom van het initiatief. Deze verplichting wordt ook opgelegd vanuit de Klimaatwet.

▪ Opgewekte duurzame energie moet zoveel mogelijk ten goede komen aan inwoners van de gemeente Maasdriel tegen een aantrekkelijk tarief. Coöperatie Bommelerwaar werkt al op deze manier. De initiatiefnemers voeren voor hun project een lokale energiesysteem analyse uit, met als doel een initiatief dat zowel energetisch als financieel-economisch duurzaam is. ▪ De initiatiefnemers gebruiken de kansenkaart van de gemeente (zie vorige pagina) als leidend zoekinstrument: in groene gebieden hebben zon- en windinitiatieven ook meer kans van slagen. ▪ De initiatiefnemers zorgen, behalve voor landschappelijke inpassing van een initiatief, ook voor Het opzetten van een omgevingsfonds. Het geld in dat fonds is beschikbaar voor initiatieven op het gebied van ontwikkeling van natuur en landschap en maatschappelijke versterking van de leefomgeving, waaronder ook verduurzaming. ▪ De initiatiefnemers zorgen voor extra overlast beperkende maatregelen (bijvoorbeeld een stilstand voorziening voor windturbines) indien nodig.

Pagina 4 van 6

“Lokaal eigendom” en “het laten meeprofiteren” zijn begrippen die op verschillende manieren uit te leggen zijn. Zo kan een lokale grondeigenaar met een (inter)nationale zonneontwikkelaar een zonnepark voorbereiden. Zij kunnen enkele informatieavonden organiseren en brochures opstellen waarin de investeringsmogelijkheden voor omwonenden staan vermeld. Ook de mogelijkheden voor het, met korting, afnemen van stroom van een aan de ontwikkelaar gerelateerde energieleverancier kan worden opgenomen. Wordt in deze situatie voldaan aan de eis van 50 % lokaal eigendom? En is dit wat u heeft beoogd met het opnemen van 50 % lokaal eigendom? Om het draagvlak voor initiatieven te vergroten denken wij dat het beter zou zijn om “minimaal 50 % coöperatief lokaal eigendom” na te streven. Ook lijkt het ons verstandig om eisen die worden gesteld aan het participatieplan vast te leggen. Maasdriel heeft net als de meeste andere gemeenten in Rivierenland nog geen richtlijnen voor participatieplannen vastgesteld. Er wordt op landelijk- en op regionaal niveau veel over gesproken. Participatie is ook een belangrijk aspect in de omgevingswet. Het onderwerp zal ook een plaats krijgen in de omgevingsvisie die momenteel wordt opgesteld. 5.A

Wij adviseren om uiterlijk in 2022 een notitie met uitgangspunten en randvoorwaarden over dit onderwerp -in relatie tot grootschalige energieprojecten- te laten opstellen. Een voorstel hiervoor zal u in 2021 worden voorgelegd. Vooruitlopend op de vaststelling van deze notitie adviseren wij om participatieplannen op basis van de huidige inzichten te beoordelen. Dit in het verlengde zoals ook is gebeurd bij het participatieplan voor Burgerwindpark A2 lage Rooijen.

5.B

Voor wat betreft het streven naar “50 % lokaal eigendom” adviseren wij om dit aan te scherpen naar “minimaal 50 % coöperatief- lokaal eigendom”. Dit ter voorkoming dat grote investeerders met een plaatselijke grondeigenaar, niet lokaal breed gedragen projecten kunnen ontwikkelen.

6. Omgevingsfonds Zoals onder punt 5 is aangegeven, moeten initiatiefnemers van windturbines en zonneparken van groter dan 2 hectare een omgevingsfonds opzetten. Het geld in dit fonds is beschikbaar voor initiatieven op het gebied van ontwikkeling van natuur en landschap en maatschappelijke versterking van de leefomgeving, waaronder ook verduurzaming. Coöperatie Bommelerwaar heeft in een reactie op de concept-visie voorgesteld om, ter voorkoming van meerdere kleine omgevingsfondsen, met elk eigen overheadkosten, te streven naar één lokaal beheerd omgevingsfonds waar alle initiatieven op aansluiten. 6.A

De voorkeur voor één omgevingsfonds voor energieprojecten in Maasdriel, gelet op het zo laag mogelijk houden van de kosten, onderschrijven. Wij stellen voor om met de coöperatie in overleg te gaan met als doel; het omgevingsfonds dat voor het Burgerwindpark A2 Lage Rooijen wordt voorbereid, zodanig in te richten dat dit fonds geschikt wordt om bijdragen van andere energieprojecten te ontvangen en te beheren. We stellen daarom voor om de visie tekstueel aan te passen zodat afdracht aan het gemeente brede omgevingsfonds kan worden gedaan en dit de voorkeur geniet.

7. Compensatieregeling/ burenregeling Namens Bewonerscomité Windmolenvrij Hoenzadriel en omgeving wordt aandacht gevraagd voor financiële compensatie van omwonenden van windturbines. De planschaderegeling zoals deze in de Wet ruimtelijke ordening is opgenomen gaat uit van een drempel van 2 % normaal maatschappelijk risico. Onder de Omgevingswet wordt die drempel waarschijnlijk hoger. Omwonenden worden daarom niet volledig gecompenseerd. Het eisen van een compensatieregeling voor omwonenden, ook wel “burenregeling” is daarom niet onlogisch. Echter is een dergelijke regeling op dit moment niet rechtens afdwingbaar. In de conceptvisie hebben wij een dergelijke regeling dan ook niet opgenomen. Een omwonendenregeling is wel in de lijn met het in 2019 genomen principebesluit voor het eerste windpark in Maasdriel. 7A

In het verlengde van het principebesluit dat de raad in 2019 heeft genomen voor het eerste windpark in Maasdriel waarbij een compensatieregeling voor omwonenden deel uitmaakte van de voorwaarden, stellen wij voor om bij windparken een Pagina 5 van 6

compensatieregeling voor direct getroffenen op te nemen in de lijn van de regeling zoals deze is gehanteerd bij het Burgerwindpark. 8. Hoogtebeperking van zonnepanelen op de oeverwallen opnemen In de concept-visie geldt voor komgronden (ook binnen de voorkeurszone) een hoogtebeperking van 1,5 meter vanaf het maaiveld. Dit is om de openheid van het gebied te waarborgen. Het park moet worden omzoomd met een lage beplanting. Nadeel van het opnemen van hoogtebeperkingen is dat dit de businesscase sterk beïnvloed. Een zonneontwikkelaar geeft aan dat een hoogte van 1,9 meter boven maaiveld wenselijker is omdat hierdoor een park met een grotere capaciteit kan worden aangelegd. Hierdoor kan efficiënter met de grond worden omgegaan. Gevraagd wordt om bijvoorbeeld een hoogte van 1,5 meter vanaf de naastgelegen weg aan te houden. Een maximale hoogte ten opzichte van de weg zou echter tot vele malen hogere panelen kunnen leiden. Denk aan de percelen langs dijken. Omdat wij vinden dat de openheid in het landschap en behoud en vergroting van biodiversiteit zwaarder moet wegen dan een hogere productie, stellen wij op dit punt geen aanpassing voor. Voor de oeverwallen welke van oudsher meer bebouwd zijn is in de concept-visie geen maximale bouwhoogte opgenomen. Wel dienen parken hier met een hoge beplanting te worden omzoomd.

Ondanks deze landschappelijke inpassing is het niet uit te sluiten dat de zonneparken op de oeverwallen zichtbaar zullen zijn, met name in de wintermaanden. De vraag is of het daarom toch niet wenselijk is om hier een hoogtebeperking voor op te nemen. Hiervoor hebben wij gekeken naar de bestemmingsplanregels voor teelt ondersteunende voorzieningen in het buitengebied. Deze mogen maximaal 1,5 meter hoog zijn, tenzij deze direct aansluiten aan bebouwing. Als dit als uitgangspunt zou worden aangehouden, dan zou in deze situaties een hogere bebouwing worden toegestaan 8A

Gelet op de eerdere opmerking over optimalisatie, stellen wij voor een hoogtebegrenzing van 2 meter t.o.v. het maaiveld op de oeverwallen mits het park aansluit bij reeds aanwezige bebouwing. Voor, niet aan bebouwing grenzende parken wordt een maximum van 1,5 meter opgenomen. Met de 2 meter os er voldoende ruimte voor een efficiënte businesscase. Tevens wordt met deze toevoeging op de visie gestimuleerd dat wordt aangesloten bij reeds bestaande bebouwde oppervlakten. Voor wat betreft de eventuele innovatieve ontwikkelingen waarbij een combinatie wordt gemaakt met teelten kan, wanneer gemotiveerd wordt dat een hogere bouw voor de teelt noodzakelijk is, kan een uitzondering worden gemaakt. Dit zijn gevallen waarbij maatwerk op zijn plaats is.

9. Geen zonneparken in de Zandmeren Vanwege de recreatieve functie van de Zandmeren, stelt het college voor om het gebied (en de plassen in) de Zandmeren uit te sluiten voor zonneparken.

Met uw richtinggevende input willen wij de inspraak notitie afronden en de visie aanscherpen. Wij verwachten daarna het raadsvoorstel met bijlagen te kunnen aanbieden voor behandeling in de commissie van mei 2021 en voor besluitvorming aan te bieden aan de raad (10 juni 2021).

Bijlagen: Bijlage 1 schetsmatige modellenstudie invulling “zone grote kans” Bijlage 2 kansenkaart zoals deze is opgenomen in concept visie zon en wind Bijlage 3 concept inspraaknotitie De concept visie zon en wind Maasdriel zoals deze is gepubliceerd, kunt u in zijn geheel raadplegen via deze link https://www.ruimtelijkeplannen.nl/viewer/view?planidn=NL.IMRO.0263.SV0004-ON01, klik op documenten.

Pagina 6 van 6

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/9873405/2