CConstaterende datMaasdriel
Koppel je AI →
Document · PDF

Concept Toolbox participatie 0.1

Gemeenteraad 16 februari 2023, gemeente MaasdrielBij agendapunt: Participatiebeleid fysieke leefomgeving Maasdriel 0.14.041 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Toolbox participatie bij de Maasdrielse participatieaanpak Ter ondersteuning van de Maasdrielse participatieaanpak biedt de gemeente een Toolbox participatie met tips en tools. Dit is een eerste opzet en dient nog gefintuned te worden. Deze toolbox wordt bijgewerkt zodra dit wenselijk of noodzakelijk blijkt te zijn.

A Uitgangspunten voor participatie 1. De basis is het goede gesprek. 2. Binnen de gemeente werken we volgens één methodiek, met heldere spelregels en procedures. 3. Bij iedere stap communiceert de gemeente tijdig over inhoud en proces. 4. De rolinvulling is bij ieder participatietraject duidelijk.

1. De basis is het goede gesprek. Wie het initiatief ook neemt, de basis is het goede gesprek. Uitgangspunt daarbij is dat het doel van het gesprek vooraf helder is voor alle deelnemende partijen. Stakeholders beschikken over voldoende informatie om een betekenisvolle bijdrage te kunnen leveren. We stellen ons constructief op en verkennen wat er speelt, wat de behoefte is en wie betrokken zijn (of zouden moeten zijn). We stimuleren initiatiefnemers om het gesprek aan te gaan in hun directe omgeving. Als overheid geven we hiervoor het goede voorbeeld. We zijn duidelijk over rollen en verantwoordelijkheden en geven duidelijk aan wie de afzender is en welke partners eventueel mede afzender zijn. Als het initiatief bij andere partijen ligt, zijn zij transparant zijn over namens wie zij praten (of vanuit welk belang). Vertrouwen in de overheid is niet vanzelfsprekend. We hebben dagelijks contacten met onze inwoners. Via onze dienstverlening, via onze communicatie en via de participatie. Ingrijpende maatregelen die niet goed aansluiten bij de leefwereld van de inwoners, dienstverlening die niet goed functioneert of onduidelijke communicatie leiden direct tot afbrokkelend vertrouwen. Daarom zetten we allereerst in op de kwaliteit van deze aspecten. We nemen onze verantwoordelijkheid en geven het juiste voorbeeld. Daarbij kunnen onze inwoners rekenen op een transparant proces.

We zijn transparant over de doelen van het gesprek en het delen van beschikbare informatie. Ook vertellen we wat we met de opgehaalde input doen of hebben gedaan.

2. Binnen de gemeente werken we volgens één methodiek, met heldere spelregels en procedures. We werken volgens De Maasdrielse participatieaanpak. Dit is geen keurslijf maar een handleiding. Want goed participatie blijft maatwerk. De aanpak biedt ook een afwegingskader om te bepalen of er wel of geen participatie toegepast wordt. Goede participatie zal zich uiteindelijk in de praktijk moeten bewijzen, en is behalve van goede spelregels en procedures ook afhankelijk van de manier waarop mensen hieraan invulling geven. We stellen de methodiek bij als dat nodig is.

3. Bij iedere stap communiceert de gemeente tijdig over inhoud en proces Goede participatie betekent ook dat wie een mening, belang of idee heeft over een visie of plan daadwerkelijk de kans krijgt mee te denken en mee te doen. Dit vraagt iets van de wijze waarop wordt uitgenodigd en gecommuniceerd. Bij ieder proces communiceren we tijdig en zorgvuldig over het participatiedoel, wat er speelt, wat de behoefte is en wie betrokken zijn (of zouden moeten zijn), zodat voor iedereen vooraf en achteraf duidelijk is op welke wijze geparticipeerd wordt/is. We stellen bij ieder traject vooraf de mate van invloed/betrokkenheid vast: Bij iedere fase van de beleidscyclus van

ideevorming, uitwerking, realisatie tot evaluatie kijken we of en welk type participatie past. We maken in iedere nieuwe situatie duidelijk aan inwoners(initiatieven) welke invloed zij hebben in het proces. Afhankelijk van de situatie, bijvoorbeeld bij projecten met een grote diverse groep belanghebbenden, is het ook mogelijk om te kiezen voor een participatiemix.

4. De rolinvulling is bij ieder participatietraject duidelijk. De wensen en belangen van alle stakeholders (inclusief beslissers) worden inzichtelijk gemaakt en erkend. Goede participatie borgt dat het bestuur zich rekenschap geeft van alle belangen en gevoelens die er leven, en daarmee dus ook rekening kan houden. In de verkenning wegen we bewust af welke rol en bijdrage van de gemeente daarbij past en benoemen we welke rol en bijdrage we van inwoners verwachten. Goede participatie heeft niet als eerste doel absoluut draagvlak te realiseren, of bezwaar en beroep te voorkomen. Bij iedere fase / stap in een participatieproces wordt aan stakeholders teruggekoppeld wat er met hun inbreng is gedaan. Het bestuur heeft de taak alle (en vaak tegenstrijdige) maatschappelijke en particuliere belangen te wegen en te komen tot een weloverwogen en gemotiveerd besluit. Dat hoeft en kan niet altijd leiden tot een besluit waarmee iedereen het eens is. Bij grote trajecten de raad (en het college) aangeven wat voor hen het beleidsdoel is en welke ruimte er is om invloed te hebben op het resultaat van het traject als participant (zijn er kaders en randvoorwaarden vooraf). Inwoners, ondernemers of maatschappelijke organisaties kunnen worden uitgenodigd mee te doen aan een participatietraject.

Ook kunnen ze zelf met ideeën en initiatieven komen waarbij zij de gemeente kunnen vragen om mee te doen of te ondersteunen. Naast de rollen van deelnemer en initiatiefnemer kan iemand vanuit de samenleving ook de rol van adviseur of procesbegeleider vervullen. Bij de rol van initiatiefnemer hoort de verantwoordelijkheid om een idee zoveel mogelijk tot een volwaardig initiatief te ontplooien. Dat kan de initiatiefnemer doen door zelf partners te vinden en door het belang van zijn of haar initiatief voor de omgeving goed inzichtelijk te maken. Een participatietraject kan daarbij helpen. In dit geval is de initiatiefnemer altijd zelf verantwoordelijk voor het participatietraject. In ieder participatietraject verduidelijken wij onze rol. Steeds stellen we vast wat de rol is van ‘de participant’ en welke rol de gemeente heeft.

Randvoorwaarden bij participatie    

We zoeken de inwoners op (fysiek en/of digitaal). We werken inclusief en toegankelijk. We spreken namens dé gemeente en beloven ook actief te luisteren naar zaken die niet direct bij het participatietraject horen. We luisteren met oprechte belangstelling naar behoeften en ideeën van de ander.

We zoeken de inwoners op Participatie regelen we niet alleen vanuit het gemeentehuis. We gaan naar de inwoners toe (fysiek en digitaal). We kennen de mensen en gemeenschappen en laten oplossingen tot stand komen door ontmoeting. Zo werken we aan betekenisvolle verbindingen. We zijn daar waar de mensen zijn. We werken kerngericht. Onze werkwijze is van buiten-naar-binnen waarbij we luisteren naar de inwoner en de gemeenschap om te leren wat zij echt belangrijk vinden. Het gemeentebestuur houdt rekening met belangen en gevoelens die in de samenleving leven. Initiatiefnemers weten ons te vinden en nemen met ons contact op. We geven ruimte om zaken zelf te regelen en blijven in de buurt voor hulp. Goede participatie zorgt voor een brede vertegenwoordiging van belangen, representativiteit en sociale inclusie. We zetten ons in om een brede groep te betrekken. Voorkomen moet worden dat een participatieproces wordt gedomineerd door een bepaalde groep of een bepaald deelbelang. Liever een kleinere groep betrokkenen, waarin wel alle standpunten zijn vertegenwoordigd, dan een grote

groep met allemaal dezelfde mening. Er is gedurende een participatieproces continu sprake van een gelijk kennisniveau, zodat er een gelijk speelveld ontstaat.

We werken inclusief en toegankelijk Aandacht voor inclusieve participatie waarbij iedereen mee kan doen die dat wil. Hier monitoren we ook op. Concreet gaat het om digitale toegankelijkheid, fysieke toegankelijkheid en begrijpelijke communicatie. We zetten verschillende participatievormen in om het voor inwoners aantrekkelijk en mogelijk te maken om te participeren. We communiceren erover in begrijpelijke taal. Steeds zoeken we naar vormen die het beste aansluiten bij dat specifieke participatietraject. Nieuwe technologie en social media kunnen het gemakkelijker maken. Maar niet iedereen voelt zich daardoor aangesproken, of kan ermee uit de voeten. Dat houden we in ons achterhoofd bij de uitwerking van de participatieaanpak.

We spreken namens dé gemeente en beloven ook actief te luisteren naar zaken die niet direct bij het participatietraject horen. We realiseren ons dat we bij ieder contact niet alleen spreken vanuit een bepaald thema, maar praten namens dé gemeente. Vragen en opmerkingen over zaken die niet direct met het participatietraject te maken hebben pakken we actief op en geven dit door aan de afdeling waar dit hoort.

We luisteren met oprechte belangstelling naar behoeften en ideeën van de ander.

B Startdocument participatie Meer participatie is niet altijd beter. Daarom is het belangrijk om voorafgaand aan een proces een goede afweging te maken. Als van tevoren duidelijk is dat er weinig met ideeën of adviezen zal gebeuren, dan heeft het geen zin om met participatie te starten. Je vergroot dan juist de kans op weerstand en wantrouwen. Daarom is het belangrijk om bij aanvang van ieder proces al aan te geven of en wanneer er ruimte is voor inbreng. Om een afweging te maken denk je na over de volgende thema’s:

Ruimte voor invloed

Randvoorwaarden

Doel

Is het onderwerp geschikt voor participatie? Is er voldoende beleidsruimte? Is er voldoende juridische ruimte? Is het onderwerp geschikt voor inwoners?

Is er draagvlak binnen de organisatie en bij de portefeuillehouder? Kun je een transparant besluitvormingsproces doorlopen? Is er voldoende ruimte binnen het tijdspad? Is er voldoende mankracht aanwezig? Welk budget is beschikbaar?

In welke beleidsfase ligt het initiatief? Wat is het beleids-/ projectdoel Wat is het participatiedoel? Is participatie gewenst? Ja: Doorloop het stappenplan Nee: Geef aan waarom niet

In het startdocument participatie geef je aan of en hoe participatie een onderdeel is van je project-/ beleidsopdracht. Dit document gebruik je om te bespreken met je portefeuillehouder, manager of opdrachtgever. In de afweging geef je antwoord op de volgende vragen:

1. Met welk beleidsdoel ga je aan de slag? 2. Leent het onderwerp zich voor participatie? • Zijn er verwachtingen vanuit de organisatie m.b.t. participatie? • Welke ruimte is er voor invloed*? • Zijn er belemmerende factoren, zoals wet- en regelgeving die participatie niet toelaten? • Is er voldoende tijd/ geld/ mankracht? Is het antwoord op deze vraag “nee”, maar verwacht je dat inbreng wel meerwaarde heeft? Geef dit dan aan in je projectopdracht. Is er geen ruimte voor inbreng dan is het belangrijk om dit in je projectopdracht aan te geven en na vaststelling van de projectopdracht over inhoud en proces te communiceren. 3. Met welk participatiedoel wordt het participatietraject ingezet? *We zeggen in ieder geval “nee” tegen participatie als er sprake is van: • Geen speelruimte: • Omdat dit wettelijk is bepaald; • Bij uitvoering van hogere regelgeving waardoor er geen of nauwelijks beleidsvrijheid is; • Als de uitvoering van een beleidsvoornemen dermate spoedeisend is; • Als verantwoordelijkheid van de gemeente voor kwetsbare groepen in de samenleving doorslaggevend is. • Geen taak voor de gemeente: Inwonersinitiatieven sluiten niet aan bij onze kerntaken.

C Stappenplan Dit stappenplan helpt je om vooraf goed na te denken over de in te zetten participatie en dit te vertalen in een participatieplan. Dit stappenplan helpt je bij de opzet en invulling van het participatieplan. Het participatieplan helpt je bij de uitvoering van de participatie.

Doel Terugblik

Onderwerp

Hoe

Publiek Afzender

Stap Doel: Bepaal je beleids- en participatiedoel 1 Geef een korte omschrijving van het beleids- of projectdoel. Om je beleids- of projectdoel te formuleren kun je onderstaande vragen gebruiken:

   

Wat houdt het initiatief in. Welk maatschappelijk vraagstuk, welke opgave of welke ambitie wil je verder brengen in dit traject? Welk probleem los je op? Wat is er straks anders en welke invloed heeft dat op de omgeving? In welke fase in het omgevingsproces zit je? Is er een idee of probleem, is er een concreet plan, of gaat een concreet plan worden uitgevoerd.

Vervolgens bepaal je het participatiedoel. Hiervoor geef je antwoord op de volgende vragen:

o o o

Wat wil je met participatie bereiken? Waarom vraag je om actieve deelname door de samenleving? Welke ruimte is er voor inbreng?

Mogelijke participatiedoelen inwonersparticipatie (gemeente is initiatiefnemer):

   

Verkennen wat er leeft in de samenleving: inzicht in belangen en/of wensen van betrokkenen Nieuwe ideeën van inwoners genereren Prioriteren van beleidsthema’s door inwoners Inwoners informeren over plannen

      

Advies vragen van inwoners op specifieke plannen (ideeën of informatie ophalen) Inwoners laten kiezen Inwoners zelf een oplossing laten bedenken Inwoners informeren over de uitvoering Samen met inwoners de uitvoering bepalen Inwoners zelf laten uitvoeren Evalueren om te leren

Mogelijke participatiedoelen overheidsparticipatie (initiatief vanuit de samenleving)

   

Iets op de politieke agenda zetten Een idee inbrengen dat de gemeente moet uitvoeren Een idee inbrengen dat initiatiefnemer zelf wil uitvoeren Uitvoering van een gemeentelijke taak op zich nemen

Aan de hand van het participatiedoel en het project-/beleidsdoel kun je bepalen of en welke ruimte er is voor inbreng. Als van tevoren duidelijk is dat er weinig met ideeën of adviezen zal gebeuren dan heeft het geen zin om met participatie te starten. Je vergroot dan juist de kans op weerstand en wantrouwen.

Stap Onderwerp: Wat is je participatievraag? 2 In stap 2 formuleer je de participatievraag. Formuleer je deze vraag niet goed, dan is de kans dat je aan het einde van je participatieproces geen (goed) antwoord op je vraag hebt gekregen, of erger dat je niets kunt met de inbreng van de deelnemers en zij afhaken of het vertrouwen verliezen. Om een goede participatievraag te formuleren geef je antwoord op de volgende vragen.

   

Op welke vragen wil je een antwoord hebben? Waar gaat het wel over en waar niet? Welke kaders zijn er op voorhand (denk aan financieel, juridisch, inhoudelijk of richtinggevende besluiten die al genomen zijn)? Welke mate van invloed wil je de belanghebbende geven?

Binnen de gemeente Maasdriel gebruiken we de participatieladder als hulpmiddel om de participatievraag te formuleren. Meebeslissen Meewerken Meedenken Raadplegen Informeren

Mogelijke vragen per trede: Informeren: Dit is het voorstel: Heeft u vragen? Raadplegen: Heeft u ideeën of mogelijke oplossingen? Meedenken: Wat stelt u voor als oplossing? Meewerken: Laten we samen werken aan een oplossing?

Meebeslissen: Welke oplossing vindt u het beste?

Stap Publiek: Wie wil je actief mee laten doen? 3 Bij stap 3 geef je aan wie je actief mee wilt laten doen. Dit doe je door antwoord te geven op de volgende vragen:

   

 

Wie zijn de belanghebbenden, wie raakt je met dit onderwerp? Denk aan de volgende hoofdgroepen: Gebruikers, verenigingen, belangbehartigers (zoals winkeliersvereniging, WMO-raad), publieke organisaties (zoals scholen, brandweer), particuliere organisaties (zoals boeren, architecten), financiële organisaties (donateurs, subsidieverleners), collega’s, politieke/bestuurlijke personen of groepen. Waar vind je hen? Hoe ziet hun belevingswereld eruit? Welke omvang heeft je publiek? Wie vraag je op welke manier actief deel te nemen? Niet iedere belanghebbende hoeft persé op dezelfde manier deel te nemen. Zeker als je een grote groep belanghebbenden hebt, kun je hier onderscheid in maken. Wie heeft welke rol in het participatieproces? Bewoners kunnen bijvoorbeeld de volgende rollen aannemen: belanghebbende, betrokkene, initiatiefnemer, meedenker, uitvoerder, beslisser. Ook rollen kunnen verschillen per belanghebbenden. Denk hierbij ook na over de rol van het bevoegd gezag. Geef je de raad een actieve rol als verbinder of participant? Welke mate van betrokkenheid wil je de belanghebbenden geven? Wie heeft welke verantwoordelijkheden? Denk bijvoorbeeld aan de verantwoordelijkheid van een klankbordgroep of de dorpsraad.

Geef iedereen de kans om mee te doen. Hierbij kijk je of je een representatieve afvaardiging hebt met verschillende standpunten (ook de tegenstem). Kijk ook hoe inwoners met een potentiële achterstandspositie (en unusual suspects) kunnen worden betrokken. Hiervoor kun je advies opvragen bij belangenbehartigers of dorpsraden.

Stap Afzender: Wie organiseren de participatie? 4 Bij deze stap geef je helderheid over rollen en eigenaarschap. Daarbij beantwoord je de volgende vragen:

Wie is verantwoordelijk voor het participatieproces? Is de gemeente initiatiefnemer dan draagt de ambtelijke organisatie binnen de gestelde kaders zorg voor de voorbereiding, uitvoering en evaluatie van het participatietraject. Ambtenaren zijn gedurende het participatietraject de voornaamste gesprekspartners van de deelnemers. Bij onderwerpen die grotere impact hebben, zal de verantwoordelijk bestuurder zelf aan de gesprekken deelnemen. Wie is verantwoordelijk voor de uitvoering van het proces? Bij de rol van initiatiefnemer ligt de verantwoordelijkheid om een idee zoveel mogelijk tot een volwaardig initiatief te ontplooien. Dat kan de initiatiefnemer doen door zelf partners te vinden en door het belang van zijn of haar

 

initiatief voor de omgeving goed inzichtelijk te maken. Een participatietraject kan daarbij helpen. In dit geval is de initiatiefnemer altijd zelf verantwoordelijk voor het participatietraject en voor de communicatie rond het participatietraject en de terugkoppeling. Initiatiefnemers kunnen behalve de gemeente ook zijn: bewoner, projectontwikkelaar, corporatie, maatschappelijke organisatie, ondernemer (ideeën, vakkennis, geld, uitvoeringskracht). De ambtelijke organisatie zorgt er voor dat zij de besluitvorming voorbereidt en dat formele procedures in beeld blijven. Zijn partners mogelijk (mede) afzender? (Wie nodigt uit?) Wie heeft welke verantwoordelijkheden? Denk hierbij ook na over de rol van het bevoegd gezag. Welke rol geef je de raad: kadersteller, agendasetter, verbinder, controleur, scheidsrechter, beslisser? Naast de rol van initiatiefnemer kan iemand vanuit de samenleving ook de rol van adviseur of procesbegeleider vervullen. Welke rol heeft de gemeente tijdens het proces (welke pet heb je op)? Belanghebbenden kunnen zelf met ideeën en initiatieven komen waarbij zij de gemeente kunnen vragen om mee te doen of te ondersteunen. Is de gemeente zelf geen initiatiefnemer dan hebben de betrokken ambtenaren zowel een ondersteunende als een inhoudelijk adviserende rol.

Tabel Om rollen inzichtelijk te maken?

Stap Hoe: Hoe richt je de participatie in? 5 Bij deze stap ga je de participatieaanpak concretiseren. Hier geef je antwoord op onderstaande vragen.

   

Hoe ziet de projectplanning eruit en op welke momenten wil je actieve deelname? o In je communicatie tijdens het participatieproces blik je bij iedere stap even terug op de stappen die al zijn doorlopen en geef je steeds aan waar in het proces je op dat moment staat. Hoe wordt de participatie georganiseerd (welke vorm(en) pas je toe)? o Passend bij participatievraag, publiek, omvang publiek o Op locatie in de buurt en/of online o Structureel/ eenmalig Welke participatiemiddelen zet je daarvoor in? Hoe ga je om met opgehaalde input die niet past binnen het onderwerp? Wat lever je op naar aanleiding van het participatiemoment (participatieverslag, infographic et cetera) en hoe wordt dat teruggekoppeld? Welke communicatie middelen/ instrumenten zet je wanneer in? Stel hiervoor een communicatiekalender op. o Hoe worden belangstellenden op de hoogte gesteld en (vooraf) meegenomen in het doel/onderwerp/de opzet van de participatie? o Hoe wordt aan participanten teruggekoppeld wat er met hun input is gedaan? o Hoe houd je participanten op de hoogte van de verdere voortang van het traject (structureel in gesprek, vervolggesprek of afronding)? o Hoe worden belangstellenden geïnformeerd over het doel/onderwerp/de opzet? o Hoe houd je hen op de hoogte van de verdere voortang van het traject?

Wie doet de ondersteuning in de uitvoering? Bij participatie komen vaak diverse regelzaken kijken. Denk aan ruimtes reserveren, middelen laten maken, catering regelen, ontvangst van mensen, genodigdenlijst bijhouden etc. Voor een goedlopend proces is het handig om van tevoren af te spreken wie deze rol invult.

Aan het einde van deze stap stel je een participatieplan op. Soms is een uitgebreid participatieplan nodig, soms voldoet een A4. In bijlage x staat een format voor het participatieplan.

Stap Terugblik 6 Na ieder participatiemoment in het traject dat je doorloopt, kijk je kort terug of de keuzes die je hebt gemaakt de juiste zijn geweest. De belangrijkste vragen die je hierbij stelt zijn:

   

Sluit het participatiedoel nog steeds aan? Is de participatievraag goed geformuleerd Heb ik de juiste mensen aan tafel zitten? Moet ik extra /minder stappen in het proces opnemen?

Indien nodig scherp je het participatieplan of de kalender aan. Aan het einde van het complete participatietraject gebruik je de terugblik voor je verslag. In bijlage x staat beschreven welke vragen je daarvoor moet beantwoorden.

D Formatparticipatieplan Elementen voor het participatieplan zijn: • Inleiding, context en voorgeschiedenis • Doel(en) participatieproces • Kaders en randvoorwaarden • Doelgroepen/stakeholders • Mijlpalen van de besluitvorming • Participatievormen • Participatievragen • Werkvormen • Resultaten en verankering • Communicatie • Organisatie • Planning en budget Met het opnemen van deze elementen in het participatieplan ontstaat er een efficiënt en doordacht participatieproces. Stel deze elementen vooral samen vast: met collega’s, met de bestuurder en waar mogelijk, met stakeholders. Geef in het participatieplan de eerste fase gedetailleerd aan en de vervolgstappen globaal. Zo hebben belanghebbenden inzicht in wat er gaat gebeuren, maar kun je flexibel inspelen op nieuwe ontwikkelingen. Door het participatieplan door nieuwe inzichten te herzien, doe je recht aan het proces.

E Participatieverslag Het doel van het participatieverslag is verslaglegging van een participatieproces (wat heb je opgehaald en wie hebben geparticipeerd) Dit formulier helpt u om het verslag gemakkelijk én compleet op te stellen. 1

Wat zijn de ruimtelijke en maatschappelijke gevolgen van uw initiatief, plan of activiteit Antwoord:

2

Wie heeft u een betrokken bij uw initiatief, plan of activiteit? Denk aan omwonenden, bedrijven, maatschappelijke organisaties of andere partijen die direct of indirect betrokken zijn of daar belang bij hebben.

3

4

5

6

Antwoord: Naam organisaties/bedrijven en waarom zij betrokken zijn of een belang hebben. Naam en adres omwonenden Hoe heeft u uw omgeving benaderd om actief mee laten doen? Denk aan een brief, een huis-aan-huis bezoek, een bericht in de krant een online platform of via social media, etc. Antwoord: U kunt hier eventueel uw uitnodiging/ berichtgeving meesturen. Wie heeft meegedaan? Denk aan: degenen die aanwezig waren bij (online) bijeenkomsten, huis-aan-huis bezoek, mensen die schriftelijk of online hebben gereageerd etc. Antwoord: Naam organisaties/bedrijven en waarom zij betrokken zijn of een belang hebben. Naam en adres omwonenden Hoe heeft u uw omgeving actief mee laten doen? Geef een beschrijving van wanneer, waar en hoe u met de omgeving in gesprek bent gegaan. Denk aan: brief- of mailwisseling, (online) bijeenkomsten, huis-aan-huis bezoek, keukentafelgesprekken, een enquête, etc. Antwoord: Wat zijn de resultaten van het participatieproces? Welke kansen en mogelijkheden en ook bezwaren en zorgen ziet de omgeving bij uw plan? Beschrijf wat de reacties zijn op uw plan. Beschrijf wat men goed vindt aan het plan en wat bezwaren zijn. Zijn er specifieke punten die in het oog springen? Benoem die ook. Antwoord:

7

Heeft u de reacties verwerkt in uw plan? Heeft u zaken aangepast? Ik heb de bezwaren en zorgen als volgt in mijn plan verwerkt:(antwoord)

Ik heb bezwaren en zorgen niet in mijn plan verwerkt omdat: (antwoord) 8

Hoe heeft u de omgeving op de hoogte gesteld van de reacties op uw plan en de manier waarop u deze heeft verwerkt in uw plan? Antwoord:

9

Hoe hebben de deelnemers hierop gereageerd? Antwoord:

Voeg bijvoorbeeld een handtekeningenlijst ‘voor gezien’ toe of een overzicht van de reacties op de terugkoppeling.

F Participatieparagraaf Met de participatieparagraaf geef je achteraf verantwoording. Je geeft aan hoe je hetgeen je hebt opgehaald, hebt verwerkt in het beleid, het besluit, de vergunning et cetera. Als je iets niet hebt verwerkt, geef je aan waarom niet.

Motiveringsplicht in de vorm van een participatieparagraaf • Hoe is de samenleving betrokken bij de totstandkoming? • Welke resultaten heeft dit opgeleverd? • Hoe is invulling gegeven aan de Maasdrielse aanpak?

G Tips te verwerken op intranet Tips voor het goede gesprek         

  

Manage de verwachtingen: Wees vooraf duidelijk over doel Blik altijd even terug op de stappen die al doorlopen zijn en geef aan waar je nu staat in het proces. Denk aan inclusiviteit en toegankelijkheid Zoek mensen op: Fysiek en/of digitaal Geef iedereen de kans om mee te doen Luister actief Haal belangen en standpunten op, geen meningen (H)erken emoties Weet wat er nog meer speelt in de gemeente. Als ambtenaar ben je het aanspreekpunt van de gemeente. Noteer opmerkingen/vragen over onderwerpen waar je geen weet van heb en speel deze door naar de collega die er over gaat. Maak afspraken voor vervolg. Stem je taalgebruik af op de ontvanger (niet te technisch) Ga je aan de slag met gesprekstafels bedenk dan dat je voor een goed gesprek max 12 personen aan tafel kan hebben. Neem de tijd

Omgeving De volgende tools kunnen je helpen bij het in beeld brengen van de omgeving: Het BSR-model: Inwoners hebben verschillende verwachtingen van burgerparticipatie en van de rol van de gemeente. Om als gemeente inwoners te stimuleren om meer voor en met elkaar te doen, is het van belang goed aan te sluiten bij de wensen en behoeften van inwoners. Het BSR-model kan hierbij helpen. Dit model ontrafelt de drijfveren van mensen. Gebruik inzichten van de leefstijlen om bewoners op een aansprekende manier te betrekken. Communicatie met Factor C (stakeholderanalyse, ringen van invloed), https://www.communicatierijk.nl/vakkennis/factor-c/actorenanalyse https://www.communicatierijk.nl/vakkennis/factor-c/krachtenvelden https://www.communicatierijk.nl/vakkennis/factor-c/ringen-van-invloed https://marketresponse.nl/downloads/bsr-leefstijlen/

Werkvormen Tips voor het vinden van de juiste werkvorm https://www.werkvormen.info/werkvorm/

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12327390/2