CConstaterende datMaasdriel
Koppel je AI →
Document · PDF

Buitengebied, herziening 2022, Welleindsestraat 5 Well Toelichting

Gemeenteraad 30 mei 2024, gemeente MaasdrielBij agendapunt: Vaststellen bestemmingsplan Buitengebied herziening 2023 Wellseindsestraat 59.204 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Algemene regels: het derde hoofdstuk bevat bepalingen met een algemeen karakter. Hierin is de anti-dubbeltelbepaling opgenomen, alsmede de algemene bouw- en gebruiksregels, de algemene aanduidingsregels en algemene afwijkingsregels en de algemene wijzigingsregels. 4. Overgangs- en slotregels: in het laatste hoofdstuk is het overgangsrecht en de slotbepaling opgenomen. Hoewel het hier ook algemene bepalingen betreft, zijn deze vanwege hun meer bijzondere karakter in een apart hoofdstuk opgenomen. Hieronder worden de regels, voor zover dat nodig is voor een juiste interpretatie van de juridische regeling in het plan, nader toegelicht. Het bestemmingsplan voorziet in een aantal inleidende regels. In deze paragraaf volgt een toelichting op deze regels. Begrippen Het opnemen van begripsbepalingen is beperkt tot die begrippen, waarbij sprake is van een (mogelijke) afwijkende betekenis in het algemeen spraakgebruik en/of technische begrippen waarbij een vereenvoudigde omschrijving de leesbaarheid bevordert. Het begrip bestaand is in een aantal regelingen opgenomen en verklaard in de begripsomschrijving.

30

Wijze van meten Met het oog op het kunnen bepalen van onder meer de in de regels aangegeven oppervlakte, goot- en bouwhoogten en inhoud van bouwwerken, is aangegeven waar en hoe deze worden gemeten. Ook is aangegeven welke onderdelen van gebouwen buiten beschouwing blijven bij het toepassen van de regels. Dit betreffen ondergeschikte bouwdelen zoals schoorstenen en masten en dergelijke. 4.2 Begrenzing plangebied en bestemmingen Begrenzing plangebied De grens van het plangebied is bepaald op basis van het eigendom van de initiatiefnemer. Tevens heeft bij de begrenzing van het plangebied de aanpassing van de watergang een rol gespeeld. Bestemmingen en aanduidingen De bestemmingen zijn vastgelegd in de regels en op de verbeelding. Samen geeft dit de regels voor gebruik en bebouwing van de grond. De bestemmingen worden hierna besproken. Agrarisch met waarden Op deze gronden mag, met uitzondering van erfafscheidingen, niet worden gebouwd. Water De bestaande en toekomstige watergang binnen het plangebied is bestemd als “Water”. De bestemming heeft betrekking op de verlegde A-watergang. Vanwege de aard van de bestemming zijn de bouwmogelijkheden beperkt. Wonen De bestemming “Wonen” geldt voor de gronden die gebruikt gaan worden voor de woning en de bijbehorende tuin.

Voor de bebouwingsmogelijkheden wordt een onderscheid gemaakt in het hoofdgebouw van de woning bijbehorende bouwwerken en bouwwerken geen gebouwen zijnde. Ten behoeve van de bouw van de nieuwe woning is een bouwvlak op de verbeelding aangegeven. De woning mag uitsluitend binnen het op de verbeelding aangegeven bouwvlak gerealiseerd worden. Voor de woning is bepaald dat de inhoud daarvan niet groter mag zijn dan 750 m3. Buiten het hoofdgebouw mogen op het perceel zowel binnen als buiten het bouwvlak bijbehorende bouwwerken worden opgericht dit betreft bijgebouwen, uit- of aanbouwen en overkappingen. De maximale maatvoering voor bijbehorende bouwwerken is gelimiteerd tot maximaal 100 m2. Waarde Archeologie 5 Op grond van de gemeentelijke archeologische beleidskaart heeft het plangebied de dubbelbestemming “Waarde-Archeologie 5” gekregen. Indien in het plangebied werkzaamheden plaatsvinden met een grotere oppervlakte dan 1000 m2 en dieper dan 30 centimeter dient volgens deze dubbelbestemming archeologisch onderzoek plaats te vinden.

31

4.3 Verbeelding De verbeelding is getekend op een digitale kadastrale ondergrond. De verbeelding is hieronder afgebeeld.

Verbeelding

4.4 Handhaving Het bestemmingsplan is bindend voor zowel de overheid als de burger. De primaire verantwoordelijkheid voor controle en handhaving ligt bij de gemeente. Handhaving houdt in elke handeling die erop gericht is de naleving van regelgeving te bevorderen of een overtreding te beëindigen. Het doel van handhaving is om de duurzame bescherming van mens en omgeving te waarborgen. Binnen het kader van het bestemmingsplan heeft regelgeving met name betrekking op de Wet ruimtelijke ordening en de Wabo. Bij overtreding van deze regelgeving moet gedacht worden aan bouwen zonder omgevingsvergunning voor het bouwen, bouwen in afwijking van een verleende vergunning, het handelen zonder of in afwijking van een noodzakelijke vergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerken zijnde, en voor werkzaamheden (de vroegere aanlegvergunning) en het gebruik van gronden en opstallen in strijd met de gebruiksregels van het bestemmingsplan of een afwijking. Er zijn twee vormen handhaving te onderscheiden: preventieve en repressieve handhaving. Preventieve handhaving bestaat uit actief toezicht door of namens de gemeente door bijvoorbeeld regelmatige controles op de uitvoering van vergunningen en regelmatige gebiedscontroles.

Vervolgens worden in het kader van preventieve handhaving duidelijke en maatschappelijk geaccepteerde regels opgesteld en aandacht besteed aan communicatie en voorlichting. Repressieve handhaving bestaat uit de aanwending van publiekrechtelijke middelen bij geconstateerde

32

overtredingen, zoals het opleggen van een dwangsom of het uitoefenen van bestuursdwang. Daarnaast is het mogelijk strafrechtelijke middelen toe te passen en privaatrechtelijk actie te ondernemen bij inbreuk op het eigendomsrecht van de gemeente. Repressieve handhaving heeft als primaire doel een einde te maken aan een specifieke overtreding van de Wro of de Wabo. De handhaafbaarheid van een bestemmingsplan is met name afhankelijk van het draagvlak van de regels onder de burgers en van de duidelijkheid van de regels. Vertaling naar bestemmingsregeling In dit bestemmingsplan is aangesloten bij de actuele maatschappelijke behoefte voor wat betreft bouwen en gebruik. Vervolgens is door middel van het opnemen van diverse flexibiliteitsbepalingen (algemene afwijkingsregels, algemene wijzigingen) in voldoende mate ingespeeld op eventuele toekomstige ontwikkelingen. De verbeelding, de regels en de toelichting zijn zodanig op elkaar afgestemd dat interpretatie- en uitvoeringsproblemen zo veel mogelijk worden voorkomen, en, dat zodoende handhavingssituaties worden voorkomen.

33

5. 5.1 Economische uitvoerbaarheid Op grond van artikel 3.1.6 lid 1 onder f van het Besluit ruimtelijke ordening dient de uitvoerbaarheid van bestemmingsplannen te worden aangetoond. Voorliggende ontwikkeling betreft een particulier initiatief en bevindt zich op particulier terrein. De initiatiefnemer heeft met de gemeente een anterieure overeenkomst gesloten om de kosten voor de begeleiding van het bestemmingsplan op de initiatiefnemer te kunnen verhalen. Verder heeft de initiatiefnemer met het gemeentebestuur een planschadeovereenkomst gesloten. Daardoor is verzekerd dat eventueel uit te betalen tegemoetkomingen in planschade niet voor rekening van het gemeentebestuur komen. 5.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid Initiatiefnemer heeft overleg gevoerd met de eigenaar van het naastgelegen perceel Wellseindsestraat 7 over de voorgenomen bouw van de woning op Wellseindsestraat 5. Uit dit overleg is gebleken dat er bij deze eigenaar geen bezwaren bestaan de voorgenomen ontwikkeling.

34

Separate bijlagen Akoestisch onderzoek Bodemonderzoek Nader bodemonderzoek Memo stikstof AERIUS-berekeningen

35

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14061076/1