bt1 Vormvrije m.e.r.-beoordeling 2025-06-05
Tekst van het document
Het meest nabijgelegen NNN-gebied bevindt zich op meer dan 20 meter ten zuiden van het plangebied. Gezien de afstand van de projectlocatie tot het dichtstbijzijnde deel van het NNN en de aard van de voorgenomen ingreep (ontwikkeling van een woongebied) is in het stedenbouwkundig ontwerp van het plan rekening gehouden met een groene bufferzone van meer dan 20 meter (mitigerende maatregel om effecten te voorkomen of te verzachten). Daardoor ligt de te realiseren woonbebouwing op een afstand van meer dan 25 meter vanaf de begrenzing van het NNN. Vanwege de ligging van de beoogde woningen op meer dan 25 meter, met daartussen een brede groene bufferzone van 20 meter tot het dichtstbijzijnde NNN zal van een negatieve externe werking geen sprake zijn. De voorgenomen woningbouwontwikkeling zal daarom geen negatieve effecten hebben op de wezenlijke waarden en kenmerken van het NNN. Wel dient bij de uitvoering van de bouwrijpwerkzaamheden en ook de daaropvolgende bouw- en aanlegwerkzaamheden rekening gehouden te worden met de algemene zorgplicht, zoals die ook in acht genomen dient te worden ten aanzien van de soortenbescherming. Om deze reden wordt een ecologisch werkprotocol nodig geacht om tijdens de werkzaamheden de algemene zorgplicht (artikel 11.27 Bal) voldoende te borgen en ook de specifieke zorgplicht (artikel 11.54 Bal) voor soortbescherming.
3.8.2 Conclusie De ontwikkeling van het woongebied zal geen negatieve effecten hebben op de bescherming van beschermde soorten de Natura 2000-gebieden en het NNN. Er wordt geadviseerd om bij de inrichting van de nieuwe situatie rekening te houden met de biodiversiteit door nestkasten in te bouwen, verbindende groenstructuren en verruigde hoekjes te creëren, gebruik te maken van inheemse plantensoorten of bijvoorbeeld een natuurlijke wadi aan te leggen. Zo kan de natuurinclusiviteit van de nieuwbouw worden vergroot. Over het algemeen trekken inheemse plantensoorten meer insecten aan dan exoten. Dit zal een positieve werking hebben op het voedselaanbod voor vogels, vleermuizen, amfibieën en grondgebonden zoogdieren. Naast de algemene positieve werking op insecten trekken bloemrijke kruiden bestuivers zoals bijen aan, worden de bessen en de zaden gegeten door verschillende diersoorten en dienen deze planten als schuil- of nestlocatie. Door dit soort simpele maatregelen te treffen kan de achteruitgang van de biodiversiteit in Nederland worden tegengegaan en ontstaat daarnaast een groene leefomgeving, wat een positieve bijdrage levert aan het toekomstige wooncomfort van de nieuwbouw. Ook kan het tijdig implementeren van nestkasten en groenstructuren in de planvorming resulteren in het sneller doorlopen van een eventueel benodigde vergunningaanvraag.
Voor het opstellen van een op maat gemaakt natuurinclusiviteit plan wordt geadviseerd om een ecoloog in te schakelen.
28/31
3.9
Cultuurhistorie en archeologie
3.9.1 Toetsingskader De gemeente Maasdriel heeft erfgoedbeleid vastgesteld ten aanzien van archeologie en cultuurhistorie. Het beleid omvat een gedetailleerde archeologische verwachtingskaart, een cultuurhistorische inventarisatiekaart en een archeologische beleidskaart. De beleidskaart maakt onderscheid in beleidszones. Afhankelijk van de uitkomsten van onderzoek kan het bevoegd gezag voorwaarden verbinden aan de omgevingsvergunning. Deze voorwaarden kunnen maatregelen betreffen ten behoeve van behoud van archeologische waarden in de bodem, het doen van opgravingen of begeleiding van de werkzaamheden door een archeoloog. 3.9.2 Cultuurhistorie In bestemmingsplannen dient aandacht te worden besteed aan de cultuurhistorische waarden van een plangebied. In het kader hiervan is voor het plangebied een onderzoek uitgevoerd naar de cultuurhistorische waarden van het gebied. Dit onderzoek is opgenomen in bijlage 12 bij het bestemmingsplan. Op nationaal niveau worden vindt de bescherming van rijksbeschermde gebouwde monumenten plaats. In het plangebied zijn geen rijksbeschermde monumenten aanwezig, direct grenzend aan het plangebied is het Kasteel Well opgenomen als beschermd monument. Het gedachtegoed van Belvedere (1999) is behoud en ontwikkeling en beoogt bij initiatiefnemers een actieve houding over cultuurhistorische kwaliteiten aan te nemen.
Uit het onderzoek blijkt verder dat in het plangebied een aantal historische geografische structuren en patronen aanwezig zijn. De Onderwaard en de dijk hebben een hoge historische kwaliteit vanwege de zichtbaarheid van de beide structuren. De singel aan de oostzijde heeft een matige historische kwaliteit, omdat slechts een deel van de singel op een historische plek ligt. In het plangebied zijn geen historische gebouwen aanwezig. De beleefde, fysieke en inhoudelijke kwaliteiten zijn laag. De aanwezige boerderij is naoorlogs en heeft geen bijzondere kenmerkende cultuurhistorische kwaliteiten. Op ongeveer 300 m afstand van het plangebied ligt het Slot van Well. Dit heeft een hoge historische kwaliteit voor het gebied, hoewel het vanuit het plangebied niet direct waarneembaar is. Het zich wordt belemmerd door een cluster woningen, een carwash en de aanwezige geitenhouderij. Het zicht op de andere onderdelen van de buitenplaats is wel waardevol. Met name het zicht op de historische tuin- en parkaanleg. Het kasteel verkeert in een goede staat en heeft een hoge historische kwaliteit. 3.9.3 Archeologie Naar aanleiding van de beoogde woningbouw is archeologisch vooronderzoek uitgevoerd. Uit dit onderzoek blijkt dat op basis van de uitgevoerde boringen beddingafzettingen van de Maas zijn aangetroffen.
Hierbij zijn bij een aantal boringen oeverafzettingen op de beddingafzettingen aangetroffen. In de oeverafzettingen zijn geen archeologische oppervlakten in de vorm van ontkalkte of humeuze horizont aangetroffen. De verwachting is dat in het plangebied geen archeologische resten in situ aanwezig zijn. De ontwikkeling leidt dan ook niet tot verstoring van archeologische resten in het plangebied. In het bestemmingsplan is op basis van het archeologisch beleid van de gemeente een dubbelbestemming ‘Waarde Archeologie 5’ opgenomen. Daarin is vastgelegd bij welke grondroeringen (minimale oppervlakte en diepte), voorafgaand archeologisch onderzoek moet worden uitgevoerd. Beleidszone Waarde – Archeologie 5
Vrijstellingsgrens diepte 30 centimeter
Vrijstellingsgrens oppervlakte 1.000 m2
Dubbelbestemming Waarde – Archeologie 5
Afhankelijk van de uitkomsten van het onderzoek kan het bevoegd gezag voorwaarden verbinden aan de omgevingsvergunning. Deze voorwaarden kunnen maatregelen betreffen ten behoeve van behoud van archeologische waarden in de bodem, het doen van opgravingen of begeleiding van de werkzaamheden door een archeoloog.
29/31
3.9.4 Conclusie De beoogde woningbouwontwikkeling heeft geen negatieve effecten voor archeologie en of cultuurhistorische objecten rekening houdende de dubbelbestemmingsregeling opgenomen in het bestemmingsplan ter waarborging van het aspect archeologie.
30/31
4. MITIGERENDE MAATREGELEN EN CONCLUSIE Uit de informatie in deze mer- beoordeling blijkt dat het plangebied niet is gelegen in kwetsbaar gebied en/of gebied met een beschermde status. Verder leiden de aard en omvang van het plan niet tot belangrijke nadelige milieugevolgen. Wel dient rekening gehouden te worden de beschreven algemene en specifieke zorgplichten. Het doorlopen van een volledige m.e.r.-procedure is niet noodzakelijk.
31/31