Brief aan de Griffies - Begeleiden schrijven bij Kaderbrief 2025
Tekst van het document
Aan de Griffies van de gemeenten Buren, Culemborg, West Betuwe, Maasdriel, Neder-Betuwe, Zaltbommel, Tiel.
Datum Uw kenmerk Ons kenmerk Onderwerp
24 november 2023 1628-24227 Kaderbrief Programmabegroting 2025 van het Regionaal Archief Rivierenland
Geachte raadsleden, geachte collegeleden, Naar aanleiding van de motie Kracht van de Raden en het daaruit voortvloeiende vastgestelde (eind 2020) Informatieprotocol ontvangt u hierbij de Kaderbrief Programmabegroting 2025 van het Regionaal Archief Rivierenland. Deze kaderbrief is op 23 november 2023 door het Algemeen Bestuur behandeld en geeft inzicht in de beleidsmatige en financiële uitgangspunten/kaders voor de Programmabegroting van het Regionaal Archief Rivierenland. Deze kaderbrief geeft u als raden vroegtijdig zicht in de kaders en uitgangspunten voor onze Programmabegroting 2025. Hoewel de Kaderbrief formeel niet zienswijze-plichtig is, kunt u ons uiteraard desgewenst een reactie sturen op de in de bijlage opgenomen kaders en uitgangspunten. Als u er voor kiest om ons een reactie toe te sturen, ontvangen wij die graag vóór 1 maart 2024, zodat we de mogelijkheid hebben om de informatie te gebruiken bij het opstellen van de begroting. U ontvangt onze Programmabegroting 2025 en de meerjarenraming 2026-2028, zoals gebruikelijk, voor 1 april 2024 zodat u de gelegenheid krijgt de gemeentelijke zienswijze bij de begroting kenbaar te maken. Wij nemen aan u met dit schrijven voldoende te hebben geïnformeerd. Met vriendelijke groeten, Namens Bestuur Regionaal Archief Rivierenland
Ella Kok-Majewska MBA Directeur/Streekarchivaris
Pagina 1 van 6
Bijlage: - Kaderbrief Programmabegroting 2025 Regionaal Archief Rivierenland
Pagina 2 van 6
Kaderbrief Regionaal Archief Rivierenland In deze kaderbrief ontvangt u voorafgaand aan de begroting de voorgenomen te hanteren kaders in onze begroting. Hiermee geven wij u als raad inzicht en sturingsmogelijkheid in de beleidsmatige en financiële uitgangspunten voor de programmabegroting 2025. Deze kaderbrief heeft betrekking op de uitgangspunten voor de nog op te stellen begroting van 2025. Voor onze programmabegroting 2025 en meerjarenraming 2026-2028 wordt een aantal kaders gehanteerd. Het gaat hier specifiek om het beleidskader, het financiële kader en de overige uitgangspunten die van invloed zijn op de begroting en de meerjarenraming.
1 Beleidskader De begroting wordt opgesteld op basis van: - De gemeenschappelijke regeling Regionaal Archief Rivierenland; - Het “Beleidsplan Regionaal Archief Rivierenland 2022-2025”; - De wet- en regelgeving waaronder: Gemeentewet (GW); Archiefwet; Besluit Begroting en Verantwoording (BBV); Wet gemeenschappelijke regelingen (Wgr). Er is geen nieuw beleid voorzien in de begroting van 2025 wat een financieel effect heeft. Wel zien we een wijzigingen in wetgeving, en daarmee in onze wettelijke taken, dit betreft de wijziging in de Archiefwet die er aankomt.
1.1
Archiefwet
Zoals het er nu voorstaat zal de nieuwe Archiefwet ingaan op 1 januari 2025. Deze geactualiseerde Archiefwet stelt eisen aan duurzame huishouding bij de gemeenten en heeft invloed op de taakuitoefening door het RAR. De exacte impact van deze aanpassingen hopen we in de loop van 2024 in kaart te kunnen brengen en zal naar verwachting invloed hebben op de personeelsbezetting bij het RAR.
2 Financieel kader programmabegroting en meerjarenraming Hieronder de financiële kaders en richtlijnen die toegepast worden op de programmabegroting en meerjarenraming.
2.1
Indexering
De financiële controllers van de gemeenschappelijke regelingen (GR-en) in Rivierenland hebben met elkaar gesproken over de systematiek van het in de begroting verwerken van de verwachte prijs- en salariskostenstijgingen en de hierbij gewenste onderlinge harmonisering. Gezamenlijk uitgangspunt hierin is dat de budgetten op het niveau van 2025 worden gebracht, conform het CPB. Dit gebeurd
Pagina 3 van 6
door de correcties van 2023 en 2024 door te voeren omdat hier niet eerder op gecorrigeerd is. Daarna vindt indexatie plaats conform de uitgangspunten zoals hieronder omschrijven. 2.1.1 Indexering salarissen Algemeen uitgangspunt voor de begroting 2025 is dat de salariskosten worden geraamd op basis van de actuele personele formatie in februari/maart 2024 en de bijbehorende salariskosten conform de laatst bekende CAO. In verband met de krapte op de arbeidsmarkt worden openstaande vacatures geraamd op het maximum van desbetreffende schaal. Cao-afspraken en raming salariskostenstijging Voor de lonen wordt als basis de laatst bekende CAO gehanteerd. De huidige CAO heeft een looptijd tot en met 31 december 2023. Vanaf 2024 wordt daarom aansluiting gezocht bij de door het CPB geraamde stijging van de lonen (loonvoet sector overheid). Hierin wordt ook de correctie op het jaar 2024 meegenomen. De verwachting is dat de sociale premies op een gelijk niveau blijven. De loonkostenindexering wordt dan: De in de begroting opgenomen index 2024 is zeer waarschijnlijk niet toereikend. Over 2024 wordt het volgende gecorrigeerd: Loonindex begroting 2024 (conform kadernota 2024): 4,20% Loonvoet sector overheid (sept circulaire 2023): 6,70% Correctie loonindex 2024: 2,50% Index 2025: Loonvoet sector overheid (sept circulaire 2023):
5,80%
Totale loonkostenindex 2025:
8,30%
Ten tijde van de afronding van de begroting 2025, zullen de laatste inzichten worden meegenomen inzake de CAO 2024. Mocht de CAO langer op zich laten wachten dan zal deze correctie, indien significant, worden verwerkt in de volgende begrotingscyclus. Samengevat gaan we voor loonkosten nu uit van de volgende indexering* Jaar 2025 2026 2027 Loonkostenindex 8,3% 4,8% 4,2% * gebaseerd op de door het CBP uitgebrachte septembercirculaire 2023
2028 4,2%
2.1.2 Prijsindexering kostenbudgetten De prijsindexering wordt toegepast conform de door het CPB opgestelde cijfers (‘prijs overheidsconsumptie, netto materieel (imoc)’) zoals opgenomen in de septembercirculaire 2023. Om de budgetten op het niveau van 2025 conform het CPB te brengen moeten we daarvoor ook het jaar 2024 corrigeren.
Pagina 4 van 6
Correctie 2024: Prijsindex begroting 2024 (conform kadernota 2024): 2,40% Prijs overheidsconsumptie (imoc) (sept circulaire 2023): 3,50% Correctie prijsindex 2024: 1,10% Index 2025: Prijs overheidsconsumptie (imoc) (sept circulaire 2023):
1,60%
Totale prijsindex 2025:
2,70%
Alleen indien voor specifieke kostencategorieën andere indexeringspercentages gelden, wordt afgeweken van het algemene indexeringspercentage en worden de marktconforme kostenstijgingen in de begrotingscijfers verwerkt. Samengevat gaan we voor de prijzen nu uit van de volgende indexering* Jaar 2025 2026 2027 Prijsindex 2,7% 1,6% 1,6% * gebaseerd op de door het CBP uitgebrachte septembercirculaire 2023
2.2
2028 1,6%
Energiekosten
Net als het overgrote deel van Nederland heeft ook het RAR het afgelopen jaar te maken gehad met een extreme stijging in de energiekosten. Verbruik van energie bij het RAR is substantieel gezien het op de juiste wijze behouden van de archieven van de passende klimaatbeheersende maatregelen afhankelijk is. Omdat er in de nabije toekomst nog steeds veel onzekerheid is over de ontwikkeling van de energieprijzen wordt deze apart, en dus los van de prijsindexatie, meegenomen in de financiële uitgangspunten voor onze begroting 2025. Op basis van de huidige inzichten is de verwachting dat de energieprijzen, gelijk blijven opzichte van 2023.
2.3
Rentepercentage financiële middelen
Het RAR hanteert op basis van de in 2009 aangetrokken financieringsmiddelen voor investeringen een (gemiddeld) rentepercentage van 4,75%. Dit betreffen annuïtaire leningen welke zijn afgesloten voor de financiering van de bouw met een vaste rente gedurende de gehele looptijd. In de afgelopen periode is reeds onderzocht of eerdere aflossing en afsluiting van een nieuwe financiering met een lagere rente financieel aantrekkelijk was. Hieruit is gebleken dat eerdere aflossing alleen mogelijk is met volledige uitbetaling van de vooraf vastgestelde en berekende rente over de totale looptijd. Dit maakt dat oversluiten van deze lening niet tot financiële voordelen zal leiden.
2.4
Weerstandsvermogen
Het uitgangspunt van het algemeen bestuur is een structurele en reëel sluitende begroting en incidentele tekorten te dekken vanuit de algemene reserve. De geldende ratio van het weerstandsvermogen is door het algemeen bestuur vastgesteld op minimaal 1,0. Dit betekent voor het RAR een minimaal niveau van het weerstandsvermogen van € 211.000,-. De hoogte van het weerstandsvermogen is bepaald aan de hand van de risicoanalyse uit 2020, welke is
Pagina 5 van 6
vastgesteld in het algemeen bestuur. Deze risicoanalyse wordt momenteel herzien. De uitkomsten hiervan zullen, na vaststelling in het algemeen bestuur, worden verwerkt in de begroting 2025.
2.5
BTW
Het Regionaal Archief Rivierenland is btw-plichtig. Het bedrag per inwoner wordt als gevolg hiervan met 21% btw belast. De betaalde btw kan door de deelnemende gemeenten en het waterschap via de zogenaamde compensabele btw worden verhaald.
2.6
Bijdrage per gemeente
Voor het bepalen van de bijdrage per gemeente wordt gebruik gemaakt van de inwonersaantallen per gemeente. Zo wordt er gerekend met het aantal inwoners per gemeente met de peildatum van 1 januari het jaar ervoor. Voor de begroting van 2025 wordt gerekend met de inwonersaantallen van het CBS per 1 januari 2024. Voor de meerjarenramingen rekenen we met dezelfde inwonersaantallen als voor de begroting van 2025, omdat hiervoor geen betere data beschikbaar is.
Samenvatting financiële uitgangspunten
Samengevat gaan we voor de kosten uit van de volgende indexering en prijsstijging: Jaar 2025 2026 2027 Loonkostenindex 8,3% 4,8% 4,2% Prijsindexatie 2,7% 1,6% 1,6% Energiekosten index 0% 0% 0% Rente percentage financiële middelen 4,75% De inwonersaantallen van het CBS per 1 januari 2024.
2028 4,2% 1,6% 0%
Pagina 6 van 6