BP Ammerzoden Hogesteeg 62-62a Toelichting
Tekst van het document
Het Water- en Rioleringsplan Bommelerwaard 2022-2026 met bijbehorend uitvoeringsprogramma en kostendekkingsplan is op 19 mei 2022 vastgesteld. Bij (her)ontwikkelingen die invloed kunnen hebben op de waterhuishoudkundige situatie moeten zowel de gemeente Maasdriel als het waterschap Rivierenland hun goedkeuring geven op de plannen. De initiatiefnemer is verantwoordelijk dat het watertoetsproces met de gemeente alsmede het waterschap doorlopen wordt. Indien wenselijk dan kan op wens en op initiatief van de initiatiefnemer een gezamenlijk proces doorlopen worden. In het WRP is aangegeven welke eisen worden gesteld aan de waterparagraaf.
(vastgesteld) Ammerzoden herziening 2023, Hogesteeg 62-62a NL.IMRO.0263.BP1266-ON01
26 - 37
In afwijking met het waterschapsbeleid, komt het gemeentelijk beleid erop neer dat voor een T=10+10% situatie water geborgen dient te worden over 100% van het verhard oppervlak, voordat het geloosd wordt op het oppervlaktewater. Er is dus geen aftrek van voormalig verhard oppervlak. Om voldoende droge voeten te houden zijn er normen gesteld aan de minimale ontwatering en drooglegging. De volgende ontwateringseisen worden gesteld bij nieuwbouw: - woningen met kruipruimte 1 m; - woningen zonder kruipruimte 0,30 m; - tuinen en groenvoorzieningen 0,5m.
4.3.2 Onderzoek 4.3.2.1 Huidige situatie Watergangen In het plangebied ligt egen A-watergang of een beschermingszone van een A-watergang. Binnen het plangebied ligt geen B-watergang of een beschermingszone van een B-watergang.
Waterkwaliteit (algemeen) Bij nieuwbouw is het uitgangspunt dat hemelwater van het verhard oppervlak voor 100% gescheiden wordt afgevoerd. Het waterschap gaat bij nieuwbouw van woningen uit van een (duurzaam) gescheiden rioleringsstelsel. Hemelwater van terreinverhardingen stroomt bij voorkeur niet direct af op het oppervlaktewater, maar wordt eerst voorgezuiverd door een berm wadi of bodempassage. Riolering en zuiveringswerken Het rioolstelsel valt onder de verantwoordelijkheid van de gemeente. In het plangebied ligt geen rioolwaterpersleiding van het waterschap. Waterkering Het plangebied ligt niet binnen de beschermingszone van een waterkering. Grondwater De gemiddeld hoogste grondwaterstand (GHG) in het plangebied ligt ongeveer op 1,4m. -mv. De gemiddeld laagste grondwaterstand (GLG) ligt op 1,5-2m -mv. Het plangebied maakt geen onderdeel uit van een grondwaterbeschermingsgebied. De Klimaateffectatlas geeft een eerste indruk van hoe kwetsbaar verschillende gebieden in Nederland zijn voor wateroverlast, droogte, hitte en overstroming. Volgens de atlas zijn de risico's op droogtestress klein, voor ondergrondverdichting klein, een matige kans op zuurstofstress (15-40% jaarlijkse opbrengstderving bij gras), geen tekorten aan oppervlaktewater en er is geen kans op bodemdaling. Er is kans op wateroverlast bij extreme buien, zie onderstaande figuur.
Dit hangt samen met de hoogteligging (zie hierna).
(vastgesteld) Ammerzoden herziening 2023, Hogesteeg 62-62a NL.IMRO.0263.BP1266-ON01
27 - 37
Wateroverlast 1:100 jaar (klimaateffectatlas) Hoogteligging Er is een hoogtebepaling gedaan op basis van een AHN van het plangebied. Deze maaiveldhoogten in het plangebied zijn weergegeven in onderstaande figuur. Op basis van de informatie uit het Actueel Hoogtebestand Nederland over het maaiveld blijkt dat de maaiveldhoogte varieert van NAP 2,6m in het noorden van het plangebied tot NAP 3,1m.in het zuiden van het plangebied. Een deel van het erf is erg laag gelegen met NAP 2,4m.
4.3.2.2 Toekomstige situatie Riolering Het perceel is voor (huishoudelijk) afvalwater aangesloten op de gemeentelijke riolering. Er wordt geen woning toegevoegd. Er verandert zodoende niets ten aanzien van de aansluiting op de riolering. Hemelwater Het water dient op eigen terrein geborgen te worden. Als het daar niet verwerkt kan worden dan mag het vertraagd afgevoerd worden naar een watergang, mits de eigenaar van de watergang daar akkoord mee is. Met dit plan blijft het verhard oppervlak gelijk. Compensatie is niet nodig voor dit plan. Grondwater Om voldoende droge voeten te houden zijn er normen gesteld aan de minimale ontwatering voor nieuwbouwlocaties. Er is evenwel geen sprake van nieuwbouw.
(vastgesteld) Ammerzoden herziening 2023, Hogesteeg 62-62a NL.IMRO.0263.BP1266-ON01
28 - 37
4.3.2.3 Wateroverleg Op grond van het Besluit Ruimtelijke Ordening moet in de toelichting van ruimtelijke plannen een waterparagraaf worden opgenomen. Hierin wordt beschreven hoe rekening is gehouden met de gevolgen van het plan voor de taken en belangen van het waterschap. De watertoets voor dit plan heeft plaatsgevonden via de Digitale Watertoets van waterschap Rivierenland. Uit de gegevens die er zijn ingevoerd volgt dat het plan uitsluitend een functieverandering van bestaande bebouwing betreft. Er vindt geen aanpassing van bebouwing of ruimte plaats. Waterschap Rivierenland heeft geen bezwaar tegen dit plan. Het plan hoeft in het kader van de watertoets niet meer voorgelegd te worden aan Waterschap Rivierenland.
4.4 Flora en Fauna 4.4.1 Wettelijk kader Op 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming in werking getreden. Op grond van deze wet zijn de Natura 2000-gebieden beschermd. Daarnaast regelt de Wet natuurbescherming ook de bescherming van planten- en dierensoorten. In deze wet zijn de EU-richtlijnen voor de bescherming van soorten opgenomen (Habitatrichtlijn en Vogelrichtlijn). Nationaal beschermde soorten vallen ook onder deze wet. De doelstelling is de bescherming en behoud van in het wild levende planten en dieren. Het uitgangspunt van de wet is 'nee, tenzij'. Dit betekent dat activiteiten met een schadelijk effect op beschermde soorten zonder ontheffing verboden zijn. Bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen dienen vooraf de effecten op Natura 2000-gebieden onderzocht te worden. Ook dient vooraf onderzocht te worden of en welke beschermde dier- en plantensoorten voorkomen, wat hun beschermingsstatus is en wat de effecten zijn van de ingreep op het voortbestaan van de gevonden soorten. Hierover wordt ten aanzien van het plangebied ´Ammerzoden herziening 2023, Hogesteeg 62-62a' het volgende gemeld.
4.4.2 Onderzoek 4.4.2.1 Gebiedsbescherming Het plangebied maakt geen deel uit van een beschermd gebied en/of locatie betreffende: Natura 2000, Beschermd natuurmonument, Wetland, Nationaal Park, Nationaal Landschap of Natuurnetwerk Nederland (NNN). Binnen een straal van 3 kilometer is wel het Natuurnetwerk Nederland (zie onderstaande figuur) gelegen. Het plangebied ligt daarnaast buiten het Gelders Natuurnetwerk en de Groene Ontwikkelingszone. Het dichtstbijzijnde Natura 2000 gebied is 'Vlijmens Ven, Moerputten & Bossche Broek', dit gebied ligt op circa 6,9 km afstand van het plangebied. Op een afstand van ruim 500 m ligt het Gelders Natuurnetwerk en op een afstand van circa 630 m ligt de Groene Ontwikkelingszone. Er worden geen ruimtelijke ontwikkelingen mogelijk gemaakt met dit plan. Een Aerius berekening kan achterwege blijven..
(vastgesteld) Ammerzoden herziening 2023, Hogesteeg 62-62a NL.IMRO.0263.BP1266-ON01
29 - 37
4.4.2.2 Soortenbescherming Het bestemmingsplan is een besluit dat ingrepen mogelijk maakt en een aantasting van beschermde dier- of plantensoorten kan betekenen. Per 1 januari 2017 is de voormalige Flora- en faunawet samen met de Boswet en Natuurbeschermingswet vervangen door de Wet natuurbescherming (Wnb). Onder de Wet natuurbescherming vervallen de huidige tabellen 1, 2 en 3 waarin de beschermde soorten zijn opgenomen. Tevens zijn er circa 200 soorten niet langer beschermd en worden enkele bedreigde soorten toegevoegd. De soortenbescherming binnen de Wet natuurbescherming is opgedeeld in de volgende beschermingsregimes: Vogelrichtlijnsoorten, Habitatrichtlijnsoorten en andere soorten. Voor alle beschermde soorten geldt een ontheffingsplicht. Het bevoegd gezag (de provincie) kan voor de soorten die zijn opgenomen in het •beschermingsregime andere soorten vrijstellingsbesluit nemen en hierin onderscheid maken tussen meer en minder strikt beschermde soorten. Er hoeft geen oriënterend veldonderzoek naar de aanwezigheid van flora en fauna binnen het plangebied uitgevoerd te worden omdat het plan geen ruimtelijke ingrepen behelst.
4.4.3 Conclusie De Wet Natuurbescherming vormt geen belemmering voor de ontwikkeling.
4.5 Verkeer en parkeren In deze paragraaf wordt nog ingegaan op de aspecten parkeren, bereikbaarheid en verkeersveiligheid.
4.5.1 Onderzoek Dit wijzigingsplan maakt de functiewijziging van een agrarische bestemming (met bouwvlak) naar wonen mogelijk. Dit levert een andere parkeer- en verkeerssituatie op.
(vastgesteld) Ammerzoden herziening 2023, Hogesteeg 62-62a NL.IMRO.0263.BP1266-ON01
30 - 37
4.5.1.1 Verkeersbewegingen Het plangebied wordt ontsloten op Hogesteeg. Er zijn twee woningen aanwezig waarvan 1 onder het overgangsrecht valt. Beide woningen zijn reeds toegelaten als bedrijfswoning. De twee woningen leveren een ritgeneratie van circa 8x2 ritten per weekdag. Deze ritgeneratie leidt niet tot problemen. Temeer omdat ten tijde dat er een bedrijf was gevestigd (met twee bedrijfswoningen) de ritgeneratie hoger lag en er sec sprake is van een afname. 4.5.1.2 Parkeren Met een paraplubestemmingsplan parkeren heeft de gemeente Maasdriel voor haar grondgebied haar parkeerbeleid juridisch-planologisch vastgelegd. Ten aanzien van parkeren zijn in het mobiliteitsplan gemeentelijke parkeernormen vastgesteld voor ruimtelijke ontwikkelingen. Iedere ontwikkeling moet voorzien in voldoende parkeerplaatsen en goede fietsvoorzieningen. Daarmee wordt in ieder geval de eigen parkeerbehoefte van de ontwikkeling opgevangen. Indien sprake is van nieuwbouw of wijziging van gebruik plaatsvindt, zal de parkeerbehoefte in de vorm van een aantal benodigde parkeerplaatsen in beeld worden gebracht. De parkeerbehoefte wordt berekend aan de hand van parkeernormen. De parkeernormen zijn gekoppeld aan het type functie dat op de betreffende locatie wordt gerealiseerd. Het beleid en de opgenomen parkeernormen zijn grotendeels gebaseerd op de CROW-publicatie 182 uit 2008.
Inmiddels heeft de CROW in 2012 publicatie 317 'Kencijfers parkeren en verkeersgeneratie' uitgebracht met daarin recentere kengetallen ten aanzien van bijvoorbeeld het aspect parkeren. De gemeente Maasdriel heeft met de Nota Parkeernormen 2020 aan de hand van deze recentere kengetallen haar beleid een update gegeven. In het paraplubestemmingsplan is hierin voorzien door het opnemen van een zogenoemde 'dynamische regeling'. Ten aanzien van het parkeren kan worden gesteld dat er voldoende parkeergelegenheid op eigen terrein is om te kunnen voldoen aan de gemeentelijke parkeernorm van 3 parkeerplaatsen. Er is immers geen sprake van een gewijzigde situatie in die zin, dat er reeds twee bedrijfswoningen zijn toegelaten die nu enkel een andere functie krijgen, voor regulier wonen. De bedrijfsfunctie valt met dit bestemmingsplan weg en daarmee ook de parkeerbehoefte die samenhing met dat bedrijf. De parkeeropgave kan voor de woningen op eigen terrein worden gerealiseerd en de parkeernorm is in de regels geborgd.
4.6 Besluit milieueffectrapportage (m.e.r.) In het Besluit milieueffectrapportage is bepaald dat een milieueffectbeoordeling uitgevoerd moet worden als een project belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu heeft. Het gaat dan om een project dat genoemd is in de bijlage onder D van het Besluit m.e.r. Het stedelijk ontwikkelingsproject is als activiteit 11.2 omschreven op de D-lijst bij het Besluit m.e.r. In de Nota van Toelichting bij het Besluit m.e.r. wordt deze activiteit als volgt omschreven: “Bij een stedelijk ontwikkelingsproject kan het gaan om bouwprojecten als woningen, parkeerterreinen, bioscopen, theaters, sportcentra, kantoorgebouwen en dergelijke of een combinatie daarvan.” Onder deze categorie kan dus een groot aantal ruimtelijke ontwikkelingen worden geschaard. Het is in de praktijk echter de vraag of elke stedelijke ontwikkeling, waaronder de kleinschalige, gezien moet worden als een (wijziging van een) stedelijk ontwikkelingsproject. Naar het oordeel van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State moet worden gekeken naar de concrete omstandigheden van het geval. Onder meer de aard, de omvang en de milieugevolgen van de stedelijke ontwikkeling zijn relevant.
Als een ontwikkeling aanzienlijke negatieve milieugevolgen heeft - bij een uitbreiding is daar in de regel eerder sprake van dan bij sloop en herbouw - dan wijst dit op een stedelijk ontwikkelingsproject. In dit geval is geen sprake van een stedelijk ontwikkelingsproject omdat: het plangebied ligt in de bebouwde kom/kern van Ammerzoden, en; het plangebied heeft momenteel al een 'stedelijke bestemming', namelijk Bedrijf met bedrijfswonen. Het betreft geen wijziging van bijvoorbeeld agrarisch, groen of natuur naar wonen; het bebouwd oppervlakte neemt niet toe door dit plan. Op basis hiervan, kan geconcludeerd worden dat een milieueffectbeoordeling achterwege kan blijven.
(vastgesteld) Ammerzoden herziening 2023, Hogesteeg 62-62a NL.IMRO.0263.BP1266-ON01
31 - 37
(vastgesteld) Ammerzoden herziening 2023, Hogesteeg 62-62a NL.IMRO.0263.BP1266-ON01
32 - 37
Hoofdstuk 5
Uitvoerbaarheid
5.1 Economische uitvoerbaarheid De Wet ruimtelijke ordening maakt het vaststellen van een exploitatieplan verplicht voor een aantal bouwactiviteiten wanneer de bouw daarvan planologisch mogelijk wordt gemaakt in een bestemmingsplan, een wijziging van een bestemmingsplan of een projectafwijkingsbesluit. De bouwplannen waarbij een exploitatieplan verplicht is staan in artikel 6.2.1 van het Besluit ruimtelijke ordening. Dit betreft onder meer plannen voor de bouw van één of meer woningen en de bouw van één of meer andere hoofdgebouwen. Ook de verbouwing van een of meer aaneengesloten gebouwen die voor andere doeleinden in gebruik of ingericht waren, voor woondoeleinden, mits ten minste 10 woningen worden gerealiseerd, valt daaronder. Bovendien is een exploitatieplan nodig als locatie-eisen (aan openbare ruimte of woningcategorieën) gesteld moeten worden en/of het bepalen van een tijdvak of fasering noodzakelijk is. Geen exploitatieplan is nodig indien het verhaal van de kosten van grondexploitatie anderszins verzekerd is en er geen fasering of tijdvak behoeft te worden vastgelegd én geen locatie-eisen (aan openbare ruimte of woningbouwcategorieën) hoeven te worden vastgesteld. 5.1.1 beoordeling.
5.1.1 Beoordeling Voorliggend bestemmingsplan betreft hoofdzakelijk het planologisch vastleggen van de bestaande situatie. Voor de gemeente brengt de ontwikkeling van dit bestemmingsplan daarom alleen plankosten met zich mee. Deze kosten worden betaald uit de algemene middelen.
5.1.2 Conclusie De economische uitvoerbaarheid van het onderhavige plan is verzekerd.
5.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid Artikel 3.1.1 van het Bro bepaalt dat bij de voorbereiding van een bestemmingsplan het College van Burgemeester en Wethouders overleg voert met betrokken instanties en overheden. In het kader van het vooroverleg wordt kennisgeving gedaan aan verschillende belanghebbende organisaties en overheden inzake de terinzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan. Overleg ex artikel 3.1.1 Bro In deze paragraaf wordt verslag gedaan van de uitkomsten van het overleg ex artikel 3.1.1 Bro. Voor het plan is de digitale watertoets doorlopen. Zienswijzen Ingevolge artikel 3.8 van de Wet ruimtelijke ordening (hierna: Wro) juncto afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) heeft het ontwerpbestemmingsplan van 16 maart tot en met 26 april 2023 ter inzage gelegen. Tijdens deze periode zijn geen zienswijzen naar voren gebracht. Wel zijn er ambtelijke wijzigingen doorgevoerd, namelijk: Toelichting In paragraaf 1.3 wordt het verkeerde bestemmingsplan genoemd. De eerste zin wordt gewijzigd in 'Het bestemmingsplan voor het plangebied betreft 'Ammerzoden' vastgesteld op 16 mei 2012. Regels
(vastgesteld) Ammerzoden herziening 2023, Hogesteeg 62-62a NL.IMRO.0263.BP1266-ON01
33 - 37
Artikel 3.2.3 wordt aangepast zodat de bestaande bijgebouwen gelegen buiten het bouwvlak toegestaan worden. Artikel 3.2.4. wordt aangepast zodat correct verwezen wordt naar bebouwingsoppervlakte in artikel 3.2.3 Verbeelding Op de verbeelding wordt een aanduidingsvlak voor bijgebouwen toegevoegd zodat, gelezen in combinatie met artikel 3.2.3, bestaande bijgebouwen gelegen buiten het bouwvlak toegestaan worden.
(vastgesteld) Ammerzoden herziening 2023, Hogesteeg 62-62a NL.IMRO.0263.BP1266-ON01
34 - 37
Hoofdstuk 6
Juridische planopzet
6.1 Plansystematiek Bij het opstellen van de planregels is enerzijds zoveel mogelijk aangesloten bij de systematiek van bestemmen als bedoeld in het vigerend bestemmigsplan Ammerzoden. Het geheel is als volgt opgebouwd. In hoofdstuk 1 komen de Inleidende regels aan bod. Het betreft hier de Begrippen (artikel 1) en de Wijze van meten (artikel 2). In hoofdstuk 2 Bestemmingsregels zijn de planregels, behorende bij de verschillende bestemmingen, opgenomen (artikel 3). Hoofdstuk 3 Algemene regels, bevat verschillende algemene bepalingen die van toepassing zijn (artikel 4 tot en met 8). Tot slot zijn de Overgangs- en slotregels opgenomen in hoofdstuk 4 (artikel 9 en 10). De planregels zijn opgedeeld in: 1. de bestemmingsomschrijving: waarvoor mogen de gebouwen en gronden worden gebruikt; 2. bouwregels: een beschrijving van de toelaatbare bouwwerken; 3. specifieke gebruiksregels: verbod op bepaald gebruik van gronden en 4. het afwijken van de gebruiksregels.
6.2 Bestemmingen De regels Wonen hebben betrekking op de bestaande woningen. De planregels van Wonen zijn identiek aan bestemming Wonen in bestemmingsplan Ammerzoden. Met uitzondering van de bouwregels voor bijgebouwen. Omdat het in dit plan een legalisatie van de bestaande situatie betreft mag de bestaande schuur binnen het plangebied behouden blijven als bijgebouw. In de planregels is geborgd dat de bestaande oppervlakte aan bijgebouwen binnen het plangebied niet kan worden vergroot. De gemeente Maasdriel heeft als voorwaarde voor de legalisatie verlangd dat de gebouwen buiten het plangebied zouden worden gesloopt. Dat is inmiddels gebeurd en daarom is hiervoor geen voorwaardelijke verplichting in het plan opgenomen. Voor het achterste gedeelte blijft de bestemming Agrarisch onverminderd van toepassing. Het is hierom niet nodig om dit perceelsgedeelte mee te nemen binnen de plancontour.
(vastgesteld) Ammerzoden herziening 2023, Hogesteeg 62-62a NL.IMRO.0263.BP1266-ON01
35 - 37
(vastgesteld) Ammerzoden herziening 2023, Hogesteeg 62-62a NL.IMRO.0263.BP1266-ON01
36 - 37
Eindnoten
1. ABRS 22 juli 2009, zaaknummer 200806481/1/R2 2. ABRvS 23 september 2009 (zaaknr. 200900570/1/R2), ABRvS 31 maart 2010 (zaaknr. 200904633/1/R2) en ABRvS 18 mei 2011 (zaaknr. 201001510/1/R). Zie tevens noot van Vogelesang-Stoute in Milieu en Recht (2011/174)
(vastgesteld) Ammerzoden herziening 2023, Hogesteeg 62-62a NL.IMRO.0263.BP1266-ON01
37 - 37