CConstaterende datMaasdriel
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlagen toelichting Bijlage 7 Nader ecologisch onderzoek

Gemeenteraad 11 mei 2023, gemeente MaasdrielBij agendapunt: Vaststellen Bestemmingsplan Hurwenen herziening 2022, H.W. Heelstraat ong.4.861 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

NADER ONDERZOEK STEENUIL, RANSUIL EN JAARROND BESCHERMDE NESTEN Aanvullend onderzoek in het kader van de Wet natuurbescherming

Locatie: H.W. van Heelstraat naast 24 Hurwenen Rapportnummer: 2022-BE-0977 In opdracht van: A. Cretier Vergt 1 5388 BB Rossum (Gld)

Nader onderzoek Steenuil, Ransuil en jaarrond beschermde nesten H.W. van Heelstraat ong. Hurwenen

Colofon Rapportage Brabant Eco Rapportnummer 2022-BE-0977 Opdrachtgever A. Cretier

Locatie H.W. van Heelstraat naast 24 Hurwenen Auteur Frenk van de Wal

Opleverdatum 25 mei 2022 Uitvoerder

De Lange Kant 27 5061 PX Oisterwijk 06-24218274 www.brabanteco.nl

Brabant Eco; ecologische dienstverlening

Overname, verveelvoudiging of openbaarmaking van dit rapport is niet toegestaan zonder vermelding van bron.

Dit rapport is met de grootste zorg samengesteld. Desondanks aanvaardt Brabant Eco geen aansprakelijkheid voor eventuele schade voortvloeiend uit het gebruik van de resultaten van dit onderzoek door toepassing van adviezen.

1

Nader onderzoek Steenuil, Ransuil en jaarrond beschermde nesten H.W. van Heelstraat ong. Hurwenen

Inhoudsopgave 1.

2.

INLEIDING EN ONDERZOEK ........................................................................................ 3 1.1

Aanleiding .................................................................................................................. 3

1.2

Doelstelling ................................................................................................................ 3

1.3

Centrale vraagstelling................................................................................................ 3

1.4

Criteria ....................................................................................................................... 4

WETTELIJK KADER ..................................................................................................... 5 2.1 Gebiedsbescherming ........................................................................................................ 5 2.2 Soortenbescherming ........................................................................................................ 5 2.3 Zorgplicht ......................................................................................................................... 5

3.

PLANGEBIEDSBESCHRIJVING ..................................................................................... 6 3.1 Situering plangebied ........................................................................................................ 6 3.2 Impressie plangebied ....................................................................................................... 7

4.

ONDERZOEK .............................................................................................................. 8 4.1 Volledigheid van de inventarisatie ................................................................................... 8 4.2 Steenuil en ransuil............................................................................................................ 8 4.5 Overige soorten .............................................................................................................. 12

5.

RESULTATEN EN ADVIES .......................................................................................... 13 5.1 Resultaten ...................................................................................................................... 13 5.2 Toetsing Wet natuurbescherming/ staat van instandhouding....................................... 13 5.3

6.

Aanbevelingen ......................................................................................................... 14

BRONNEN ............................................................................................................... 15

Brabant Eco; ecologische dienstverlening

2

Nader onderzoek Steenuil, Ransuil en jaarrond beschermde nesten H.W. van Heelstraat ong. Hurwenen

1. INLEIDING EN ONDERZOEK

1.1 Aanleiding Volgens opdrachtgever A. Cretier is het plan om aan de H.W. van Heelstraat naast nummer 24 twee vrijstaande woningen te realiseren. Bij deze werkzaamheden is opdrachtgever gebonden aan de Wet natuurbescherming. Volgens nationale en internationale regelgeving is het verplicht om voordat de ingreep plaatsvindt onderzoek te doen naar de aanwezigheid van beschermde flora en fauna. In dit kader is medio september 2021 een quickscan flora en fauna uitgevoerd door Econsultancy. Hierover is verslag gedaan in de rapportage met nummer 16402 002 d.d. 7 oktober 2021. Uit deze quickscan is naar voren gekomen dat het plangebied mogelijk geschikt is als verblijfplaats voor beschermde fauna soorten. “Op basis van onderhavige quickscan Wet natuurbescherming dient voor uitvoering van de voorgenomen plannen middels nader onderzoek meer informatie te worden verkregen over de essentiële functie van de onderzoekslocatie ten aanzien van steenuil en ransuil.” Bij de ecologische quickscan is vastgesteld dat het bouwen van de twee woningen nadelig kan zijn voor het essentiële leefgebied van steenuilen of ransuilen. “Om vast te stellen of op de onderzoekslocatie of in de directe omgeving van de onderzoekslocatie een essentiële functie van steenuil of ransuil aanwezig is, dient een nader onderzoek uitgevoerd te worden tijdens het broedseizoen van desbetreffende soorten.

Op basis van deze resultaten kan dan een analyse worden gedaan om eventuele afname van het leefgebied in kaart te brengen.”

In opdracht heeft Brabant Eco een nader onderzoek naar steen- en ransuilen uitgevoerd. De bevindingen van dit vervolgonderzoek zijn beschreven in deze rapportage en kan als addendum van de quickscan worden gebruikt.

1.2 Doelstelling Het doel van het aanvullend nader onderzoek is te onderzoeken of het plangebied deel uitmaakt van het functionele leefgebied van uilen en zo ja, voor welke soorten en met welke functie. Eveneens wordt naar aanleiding van de onderzoeksresultaten een effectbeoordeling gedaan om te toetsen of de Wet natuurbescherming wordt overtreden door de voorgenomen ruimtelijke ingreep.

1.3 Centrale vraagstelling Vragen die centraal staan binnen dit nader onderzoek zijn: o Maken uilen gebruik van het plangebied als nest- verblijf- of rustplaats? o Heeft de ruimtelijke ingreep een negatief effect op aanwezige genoemde diersoorten? o Is het naar aanleiding van de ruimtelijke ingreep noodzakelijk een ontheffing aan te vragen in het kader van de Wet natuurbescherming?

Brabant Eco; ecologische dienstverlening

3

Nader onderzoek Steenuil, Ransuil en jaarrond beschermde nesten H.W. van Heelstraat ong. Hurwenen

1.4 Criteria Op dit natuuronderzoek zijn de volgende criteria van toepassing: o Het onderzoek is uitgevoerd in het kader van de Wet natuurbescherming, waarbij onderzoek is uitgevoerd naar de aanwezigheid van rans- en steenuilen. o Het onderzoek is uitgevoerd door deskundige ecologen volgens de definitie van de Rijksdienst voor ondernemend Nederland (ecologisch deskundige/RVO.nl). o Het onderzoek is uitgevoerd door een onafhankelijk adviesbureau. Brabant Eco en Frenk van de Wal verklaren hierbij geen enkel belang te hebben in de uitkomst van dit onderzoek. o De resultaten zijn zo objectief en betrouwbaar mogelijk verkregen. o Het onderzoek voldoet aan de interne proces- en kwaliteitseisen van Brabant Eco. o Het onderzoek naar steenuilen is uitgevoerd conform de Kennisdocumenten Steenuil, Athene noctua, versie 1.0 juli 2017 (bijlage 2). o Voor de ransuil is geen kennisdocument of ander protocol met telrichtlijnen aanwezig. Het onderzoek is uitgevoerd op basis van de telrichtlijnen van SOVON.

1.5 Geldigheid onderzoek Houdbaarheid van verspreidingsgegevens zijn aan een maximale periode gebonden. Voor de verspreidingsgegevens van licht beschermde soorten, of het juist ontbreken hiervan, wordt veelal een bruikbaarheidsperiode van circa 5-6 jaar gehanteerd, afhankelijk van de beschermingsgraad en situatie ter plaatse. Bovengenoemde geldigheidstermijnen zijn in de Wet natuurbescherming niet dwingend voorgeschreven en kunnen afwijken indien de omstandigheden ter plaatse dat verlangen. Voor dit alles geldt wel dat de planlocatie niet significant veranderd waardoor nieuwe leefsituaties kunnen zijn ontstaan. Dit is hier echter, voorafgaande aan de voorgenomen sloop, niet het geval.

Brabant Eco; ecologische dienstverlening

4

Nader onderzoek Steenuil, Ransuil en jaarrond beschermde nesten H.W. van Heelstraat ong. Hurwenen

2. WETTELIJK KADER

Bescherming in het kader van de natuur wet- en regelgeving is op te delen in gebieds- en soortenbescherming.

2.1 Gebiedsbescherming Bij gebiedsbescherming heeft men te maken met de Wet natuurbescherming (hoofdstuk 2) en het Natuurnetwerk Nederland.

2.2 Soortenbescherming Het nader onderzoek naar genoemde beschermde diersoorten voor het project is uitgevoerd in het kader van hoofdstuk 3 (soortenbescherming) van de Wet natuurbescherming. Soortenbescherming is gericht op het duurzaam in stand houden van soorten in hun natuurlijk leefgebied. Er wordt onderscheid gemaakt tussen internationaal beschermde soorten en nationaal beschermde soorten. Het beschermingsregime is verschillend voor zowel de internationaal beschermde soorten (vogel- en habitatrichtlijn soorten) als de nationaal beschermde soorten. Van de nationaal beschermde soorten kan de beschermde status per provincie verschillen. Provincies hebben de bevoegdheid om bij provinciale verordening vrijstelling te verlenen aan (algemeen voorkomende) soorten.

2.3 Zorgplicht Voor alle in het wild levende planten en dieren, ook niet wettelijk beschermde soorten, kent de Wet natuurbescherming een zorgplicht. Deze zorgplicht houdt in dat eenieder voldoende zorg in acht moet nemen voor het in het wild levende planten en dieren, alsmede voor hun leefomgeving. Dit betekent dat handelingen (of het nalaten hiervan) waarvan men weet, of redelijkerwijs kan vermoeden, dat ze nadelig zijn voor planten en/of dieren, niet mogen worden uitgevoerd.

Brabant Eco; ecologische dienstverlening

5

Nader onderzoek Steenuil, Ransuil en jaarrond beschermde nesten H.W. van Heelstraat ong. Hurwenen

3. PLANGEBIEDSBESCHRIJVING 3.1 Situering plangebied Het plangebied ligt in de bebouwde kom van het dorp Hurwenen in de gemeente Maasdriel. Het dorp Hurwenen, met 680 inwoners per 1 januari 2021, is gelegen aan de zuidoever van de Waal in de Bommelerwaard, enkele kilometers ten oosten van Zaltbommel. De planlocatie betreft een weiland met aangeplante perkjes naast de Hendrik Walterus van Heelstraat en is aan de noord-, west-, zuidwest- en zuidoostzijde omringd door sloten. In de omgeving liggen woonhuizen met tuinen, begraasde weides, sportvelden en uiterwaarden. De directe omgeving van het plangebied bestaat voornamelijk uit burgerwoningen met aan de zuidoostzijde een bouwland Direct ten oosten van het plangebied ligt een boomgaard met diverse fruitbomen. In onderstaande afbeeldingen is het plangebied blauw omkaderd.

Globaal omlijnd de totale planlocatie in blauw omkaderd. Bron: google earth.

Plangebied in detail blauw omkaderd. Bron: google earth.

Brabant Eco; ecologische dienstverlening

6

Nader onderzoek Steenuil, Ransuil en jaarrond beschermde nesten H.W. van Heelstraat ong. Hurwenen

Het plangebied bestaat uit een grasveld met Engels raaigras en daartussen enkele andere algemene plantensoorten zoals madeliefje, paardenbloem, ridderzuring, smalle weegbree, scherpe en kruipende boterbloem en rode klaver. Op het grasveld scharrelen 20 kippen. Ten noorden, westen en zuiden wordt de planlocatie begrenst door wegen met aan de overzijde bebouwing.

3.2 Impressie plangebied

Aanzicht plangebied vanaf west

Aanzicht plangebied vanaf oost

Aanzicht plangebied vanaf zuid

Aanzicht plangebied vanaf noord

Oostgrens plangebied

kippen in het plangebied

Brabant Eco; ecologische dienstverlening

7

Nader onderzoek Steenuil, Ransuil en jaarrond beschermde nesten H.W. van Heelstraat ong. Hurwenen

4. ONDERZOEK Op basis van de uitgevoerde quickscan Wet natuurbescherming met nummer 16402.002 d.d. 7 oktober 2021, bijlage 1, dient voor uitvoering van de voorgenomen plannen middels nader onderzoek meer informatie te worden verkregen over de essentiële functie van de onderzoekslocatie ten aanzien van steenuil en ransuil. “Ten aanzien van verstoring van beschermde en algemene broedvogels kunnen overtredingen worden voorkomen door te werken buiten het broedseizoen. Globaal kan voor het broedseizoen de periode maart tot augustus worden aangehouden. Indien de werkzaamheden toch binnen het broedseizoen uitgevoerd worden, zal voorafgaand hieraan door een ter zake kundige ecoloog geïnspecteerd moeten worden of er broedgevallen binnen de invloedssfeer van de werkzaamheden aanwezig zijn. Een inspectie naar jaarrond beschermde nesten vind plaats in het bladerloze seizoen, globaal tussen december en februari. Deze nadere inspectie kan een nader onderzoek tot gevolg hebben.”

4.1 Volledigheid van de inventarisatie Het onderzoek is volgens de protocollen, kennisdocumenten of telrichtlijnen van de betreffende diersoorten uitgevoerd. Een inventarisatie blijft echter uiteraard een steekproef. Het is dan ook mogelijk dat soorten en functies niet waargenomen zijn, terwijl dat ze (op een ander tijdstip) wel aanwezig zijn. Dit is echter acceptabel, de Wet natuurbescherming vraagt een initiatiefnemer om alles te doen wat redelijkerwijs van hem verwacht kan worden. Met de gekozen methode en inspanning is dan ook voldoende invulling gegeven aan de Wet natuurbescherming. Wat betreft het (voor)onderzoek heeft de initiatiefnemer dan ook gedaan wat redelijkerwijs van hem verwacht kan worden.

4.2 Steenuil en ransuil 4.3.1 Introductie uilen Steenuil De steenuil (Athene Noctua) is de kleinste in ons land broedende uil. Steenuilen zijn sterk verbonden aan het kleinschalige agrarische cultuurlandschap. Steenuilen zijn uitgesproken standvogels. Ze verblijven het hele jaar in hun territorium. De vogels hebben relatief kleine territoria. Het activiteit gebied rond de nestplaats is slechts enkele honderden meters. In het broedseizoen vliegen ze vaak nog minder ver van de nestplaats. Steenuilen zijn zonaanbidders. Ze zitten graag op een beschut, zonnig plekje, bij voorkeur dicht bij een vluchtplek. De voortplantingsperiode begint met de baltsperiode. In zachte winters is dit vanaf januari en in andere gevallen vanaf begin februari. De voortplantingsperiode duurt tot in het najaar, als de jongen het ouderlijke territorium verlaten. In februari en maart kiest de steenuil de nestholte uit. Daarin wordt doorgaans één broedsel grootgebracht. De eieren worden gebruikelijk gelegd tussen begin april en half mei. Eventuele vervolglegsels als een eerder legsel vroegtijdig verloren is gegaan, komen tot in juni voor. De legsels bestaan meestal uit drie tot vijf eieren, met een gemiddelde van vier. Het vrouwtje legt de eieren om de dag. De meeste nesten van steenuilen zijn te vinden op erven van (voormalige) boerderijen.

De nesten zitten daar onder het dak, in schuurtjes of in een steenuil kast. Daarnaast zijn ze ook vaak te vinden in knotbomen en oude hoogstamfruitbomen. De nestplaatsen kunnen erg krappe holten in een boom of erg ruime plekken in een gebouw zijn, en alles daartussen. Steenuilen gebruiken hun nestplek ook buiten de voortplantingsperiode. Ze hebben daarnaast ook andere plekken op het erf die ze regelmatig gebruiken. Dit

Brabant Eco; ecologische dienstverlening

8

Nader onderzoek Steenuil, Ransuil en jaarrond beschermde nesten H.W. van Heelstraat ong. Hurwenen ook om parasietinfecties tegen te gaan. Het mannetje gebruikt een verblijfplek in de directe omgeving van het nest als het vrouwtje aan het broeden is. Overdag verblijven de uilen tijdens rustperioden vaak op vaste roestplekken. Dit doen ze in de dekking van beplanting of gebouwen of in de nestholte. Ransuil Opvallend aan de ransuil (Asio otus) zijn de lange, vaak omhooggerichte oorpluimen en de oranje gele ogen. De ransuil komt voor in diverse landschapstypen waar open veld aanwezig is met voldoende veldmuizen. De ransuil broedt veelal in oude nesten van eksters of kraaien. Ransuilen zijn veelal verscheidene jaren plaatstrouw aan een nestomgeving, maar niet per se aan hetzelfde nest. Bijvoorbeeld omdat een vorig gebruikt kraaiennest in verval is geraakt. In de winter verzamelen ransuilen zich in groepen, vlak bij gunstige voedselgebieden. De ransuil broedt en roest bij voorkeur in naaldbomen, die hem dekking bieden. De legperiode is tussen eind maart en half april. Een tweede legsel is zeldzaam. Het legsel is normaal 4-6 eieren met uitschieters naar 8 in voedselrijke jaren. In voedselarme jaren daarentegen is er vaak geen broedsel. Jonge ransuilen zwermen bij zelfstandigheid uit en kunnen honderden kilometers ver wegtrekken.

Het voedsel van de ransuil bestaat hoofdzakelijk uit woelmuizen, met de veldmuis als belangrijkste prooi. Daarnaast echte muizen (bijv. aardmuis, bosmuis) en kleine vogels als mussen, merels, spreeuwen.

4.3.2 Veldonderzoek Met inachtneming van de richtlijnen van het Kennisdocument Steenuil van BIJ12 (bijlage 2) is het onderzoek naar de steenuil uitgevoerd. Voor het onderzoek naar de steenuil worden er tussen februari en half april 3 bezoeken aan de planlocatie gebracht tussen een half uur na zonsondergang en middernacht waarbij er minimaal 1 maand zit tussen het eerste en het laatste bezoek zit. Tijdens het bezoek wordt een opname van de baltsroep van de steenuil afgespeeld om de beste resultaten te behalen. Overigens kan het daadwerkelijke gebruik van het nest gebeuren van begin februari tot en met half juli. De werkelijke periode is afhankelijk van onder andere de weersomstandigheden en van het voedselaanbod. Onderzoek naar ransuilen kan het beste worden uitgevoerd in de periode van 20 februari tot en met 20 juli (telrichtlijnen SOVON). De beste onderzoektijd is tijdens de schemer en (het begin van) de nacht omdat dan de meeste roepactiviteit van individuen plaatsvindt. Ransuilen hebben een zachte roep en balts, waardoor het lastig is de individuen en nestplaatsen te lokaliseren. Pas uitgevlogen jongen daarentegen roepen doorlopend in de nacht naar hun ouders. Deze roep is zeer herkenbaar en luid. Om deze roep te horen kan onderzoek het beste worden uitgevoerd in de periode van 15 mei tot en met 20 juli.

De inventarisatie moet bij voorkeur tijdens goede weersomstandigheden en in een geschikt biotoop plaatsvinden. De beste momenten om te inventariseren zijn ’s avonds en ’s nachts. Daarnaast moet bij voorkeur ook overdag gezocht zijn naar sporen die de aanwezigheid van een nestplek aannemelijk maken, zoals braakballen of krijtstrepen. Verder wordt er navraag gedaan bij de lokale uilenwerkgroep over de eventuele aanwezigheid van uilen en/of nestkasten voor uilen.

Inventarisatieperiode steenuil. Bron: kennisdocument steenuil

Brabant Eco; ecologische dienstverlening

9

Nader onderzoek Steenuil, Ransuil en jaarrond beschermde nesten H.W. van Heelstraat ong. Hurwenen

Het aanvullend steenuilen- en ransuilenonderzoek is uitgevoerd met vier observatie veldbezoeken en een veldbezoek voor sporenonderzoek. Er is gelet op nestindicatief gedrag (nestbouw, transport van voedsel), baltsgedrag en de aanwezigheid van een paartje bij een potentiële nestplaats. Tevens is gelet op foerageergedrag en aanwezigheid van rustplaatsen. Het onderzoek is uitgevoerd in de avondschemer binnen de periode van een half uur na zonsdondergang tot middernacht of iets later. Tijdens de onderzoeken is de baltsroep van de steenuil op verschillende locaties in het plangebied hardop afgespeeld in en rond het plangebied, zoals het kennisdocument voorschrijft. Voor de ransuil is geen kennisdocument of ander protocol met telrichtlijnen aanwezig. Het onderzoek naar de ransuil is daarom uitgevoerd op basis van de telrichtlijnen van SOVON die ook worden gebruikt voor broedvogelinventarisaties (BMP-tellingen). De datumgrenzen voor het aantonen van een broedgeval liggen hierbij tussen 20 februari t/m 20 juli. Vandaar dat het eerste veldbezoek enkel voor de steenuil geldig is, uiteraard is er tijdens dit bezoek naast het onderzoek naar het voorkomen van steenuilen ook gelet op het voorkomen van andere uilen, zoals de ransuil en roofvogels. Het laatste veldbezoek kan op eenzelfde manier genoteerd worden voor de ransuil.

In de winter komen de ransuilen in Nederland samen op gemeenschappelijke ‘roestplaatsen’ in groepen van gemiddeld zes tot soms twintig vogels. Hierbij slapen ze voornamelijk in beschutte bomen, zoals naaldbomen of met klimop begroeide loofbomen. Het onderzoek is uitgevoerd door ecologen Frenk van de Wal en/of Jennifer Bockting. Er is telkens gelet op jagende, krijsende en roestende uilen en het plangebied en directe omgeving zijn telkens gecontroleerd op sporen van uilen.

Sporenonderzoek 20 januari 2022 Op 20 januari 2022 in de ochtend is de planlocatie bij daglicht bezocht en is er vooral gelet op uilensporen in het plangebied, zoals uitwerpselen, braakballen of nestplaatsen. De niet bebladerde bomen in de omgeving zijn onderzocht op het voorkomen van nesten van kraaien, eksters of andere vogelsoorten. Er zijn in de zichtbare omgeving vanaf het plangebied geen nesten waargenomen. Roestplaatsen van ransuilen bevinden zich doorgaans in de buurt van broedterritoria. Gezien de afwezigheid van een nestlocatie in de omgeving van het plangebied en de afwezigheid van niet bladverliezende bomen wordt de aanwezigheid van een roestlocatie van ransuilen uitgesloten. Er zijn deze ochtend geen sporen van uilen waargenomen in of direct rond het plangebied. Naast onderzoek naar uilen is gelet op activiteit van (roof)vogels met diverse beschermde statussen. De aanwezigheid van (broedende) roofvogels in de directe omgeving van het plangebied als buizerd of boomvalk kan met zekerheid worden uitgesloten. Ook is er deze ochtend in het plangebied gelet op sporen van voorkomende zoogdieren zoals marterachtigen, muizen en hazen of konijnen. Tijdens de veldinspectie zijn geen sporen (graaf en krabsporen, holen, uitwerpselen) aangetroffen.

Door de aanwezigheid van scharrelende kippen op het perceel kan aangenomen worden dat muizen slechts in beperkte hoeveelheid aangetroffen kunnen worden. Het plangebied is onvoldoende geschikt als foerageergebied voor roofvogels of uilen. Daarnaast ligt het plangebied in een bebouwde omgeving met verkeer en menselijke activiteiten. Aan de oostzijde van het plangebied, op ongeveer 110 meter afstand bevind zich een boomgaard, met moestuin, takkenril en takkenhopen. Een voor uilen uitstekende biotoop. Aan de overkant van de weg, gelegen aan de Groenestraat, bevinden zich huismussen, die hun nesten daar onder de dakpannen hebben. Uitgevoerde veldonderzoeken Tijdens de uitgevoerde onderzoeken was het vaak rumoerig door het verkeer en activiteiten op het in de omgeving gelegen sportveld. Tijdens alle onderzoeken is specifiek gecontroleerd op de genoemde soort in

Brabant Eco; ecologische dienstverlening

10

Nader onderzoek Steenuil, Ransuil en jaarrond beschermde nesten H.W. van Heelstraat ong. Hurwenen onderstaande tabel. Ook zijn tijdens alle onderzoeken andere soorten en ook roofvogels meegenomen in het onderzoek naar het voorkomen.

In onderstaande tabel een overzicht van de uitgevoerde onderzoeken. Ronde

Datum

Tijd

1

20-012022

9:45 – 11:00

2

09-022022 22-032022

3

4

18-042022

5

23-052021

Functie

Sporenonderzoek steenuil & ransuil en nestcontrole omliggende bomen. 18:30- Voorkomen 20:00 Steenuil 1e keer 19:40- Voorkomen 20:10 steenuil 2e keer & ransuil 1e keer 20h00- Sporenonderzoek 00h30 en voorkomen steenuil 3e keer & ransuil 2e keer 23:00- Voorkomen 00:30 Ransuil 3e keer

Temperatuur

Wind

Neerslag

Bewolking

4 oC

BFT NW

geen

Bewolkt

9 oC

3 BFT WZW 3 BFT O

geen

Bewolkt

geen

Helder

1 BFT ONO

Geen

Helder

4 oC

10 o C

14 o C

3 BFT W

geen

Bewolkt

Er zijn tijdens geen van de veldbezoeken in de periode van 20 januari tot en met 23 mei waarnemingen gedaan van uilen of geluiden gehoord van deze. Tijdens het bezoek op 23 mei zijn er geen waarnemingen gedaan van de roep van jonge ransuilen. Hiermee kan de aanwezigheid van een nestlocatie van steen- en ransuilen binnen het plangebied worden uitgesloten. Ten aanzien van nest- en broedactiviteit is voldoende onderzoeksinspanning getoond ten aanzien van steen- en ransuilen. Navraag uilenwerkgroep In februari 2021 is er voor de onderzoeken gesproken met de uilenwerkgroep natuurwacht Bommelerwaard. De vereniging Natuurwacht Bommelerwaard is sinds 1975 actief in de Bommelerwaard en telt enkele honderden leden. De vereniging houdt zich bezig met allerlei 'groene' zaken in het rivierengebied tussen slot Loevestein in het westen en het historische fort De Voorn in het oosten. De Steenuilenwerkgroep Bommelerwaard is opgericht eind 2012 en sinds dec. 2013 actief. De werkgroep bestaat uit een negental enthousiaste vrijwilligers (3 dames, 6 heren). Allemaal "gevangen" door de Steenuilen. Het werk van de werkgroep bestaat o.a. uit het produceren en ophangen van nestkasten. De kasten worden gecoördineerd en gecontroleerd onder aansturing van het Brabants Landschap met een controle op bezetting in mei.

In het najaar worden alle kasten nogmaals bezocht, schoon gemaakt en van nieuw strooisel voorzien, zodat de kasten weer klaar zijn voor het nieuwe seizoen. Medio dec ’21 hangen er zo’n 85 steenuil kasten, verspreid over de Bommelerwaard, van Heerewaarden tot aan Brakel. Bron: Werkgroep Steenuilen Natuurwacht Bommelerwaard. Tijdens het onderzoek is er meerdere malen contact geweest met vrijwilligers van de steenuilenwerkgroep. In Hurwenen zijn in totaal 5 locaties waar kasten voor steenuilen geplaatst zijn. De locaties zijn in onderstaande afbeelding aangegeven met een gele stip. Volgens de werkgroep steenuilen is er op 130 meter afstand naar het oosten de dichtstbijzijnde nestkast voor steenuilen. Deze kast is onlangs in januari geplaatst ten oosten van de boomgaard. Volgens de werkgroep steenuilen is er op 130 meter afstand naar

Brabant Eco; ecologische dienstverlening

11

Nader onderzoek Steenuil, Ransuil en jaarrond beschermde nesten H.W. van Heelstraat ong. Hurwenen het oosten de dichtstbijzijnde nestkast voor steenuilen. Deze kast is onlangs in januari geplaatst ten oosten van de boomgaard. De kasten 1 en 5 zijn de laatste jaren positief bebroed en de kasten 3 en 4 waren leeg. Het voorkomen van een ransuil in Hurwenen was bij de werkgroep niet bekend.

Locaties steenuil kasten aangegeven met gele stip. Bron: steenuilenwerkgroep Bommelerwaard.

4.3.3 Conclusie uilen Er is in het plangebied geen mogelijkheid van nest- of verblijfplaats voor uilen. Ten oosten van het plangebied op minimaal 200 meter afstand van de bouwlocatie van de woningen is een moestuin met takkerillen en fruitbomen. Een voor uilen geschikte biotoop. Door de plaatselijke steenuilen werkgroep is hier in het oostelijke deel in januari een kast voor steenuilen gehangen. Deze kast was op 23 mei 2022 nog niet bewoond. Het plangebied is geen essentieel onderdeel van de habitat van de steenuil of ransuil. Er is geen sprake van een verbodsovertreding ten aanzien van steenuil of ransuil als gevolg van de bouw. Een ontheffing van de Wet natuurbescherming is niet nodig

4.5 Overige soorten Volledigheidshalve is tijdens het onderzoek naar roofvogels en uilen gelet op de aanwezigheid van kleine zoogdieren en nestindicatief gedrag van overige vogelsoorten welke mogelijk aanwezig zijn nabij het plangebied. Er zijn waarnemingen van vink, merel, kauw, roodborstje, huismus en spreeuw gedaan tijdens de onderzoek rondes. De aanwezigheid van algemene broedende vogelsoorten is bijna nooit uit te sluiten omdat deze soorten in struiken en onder kleine afdakjes als een uitstekende dakrand kunnen broeden. Een negatief effect op deze soorten is echter betrekkelijk eenvoudig te voorkomen door buiten het broedseizoen te werken.

Brabant Eco; ecologische dienstverlening

12

Nader onderzoek Steenuil, Ransuil en jaarrond beschermde nesten H.W. van Heelstraat ong. Hurwenen

5. RESULTATEN EN ADVIES

5.1 Resultaten Tijdens het uitgevoerde onderzoek naar het voorkomen van roofvogels, steenuilen of ransuilen van januari tot en met mei 2022zijn geen waarnemingen gedaan van genoemde soorten. Daardoor kan gesteld worden dat het plangebied geen essentieel onderdeel uitmaakt van het leefgebied van roofvogels en uilen. Dit vanwege het beperkte voedselaanbod en de grote mate van verstoring. Vaste rust- en verblijfplaatsen zijn uitgesloten binnen het plangebied. De voorgenomen werkzaamheden leiden niet tot het vernielen van een essentieel leefgebied van roofvogels of uilen en zijn daarmee niet van invloed op deze soortgroep Het gehele plangebied met daarbij alle structuren waren goed toegankelijk en visueel goed te onderzoeken.

5.2 Toetsing Wet natuurbescherming/ staat van instandhouding Door de geplande werkzaamheden is er weliswaar sprake van een tijdelijke beperkte verstoring van een gedeelte van het foerageergebied voor roofvogels en uilen, maar dit heeft geen wezenlijk effect op de functionaliteit van de leefomgeving als geheel omdat er voldoende alternatieven in de directe omgeving overblijven. Uit het nader onderzoek uilen is gebleken dat in het plangebied geen vaste nest- of verblijfplaats van roofvogels of uilen aanwezig zijn. De steenuil komt in een straal van 1 kilometer redelijk goed voor met positieve broedgevallen in 2021. Alle nestkasten worden gecoördineerd en gecontroleerd door de natuurwacht Bommelerwaard. Het plangebied ligt ten westen van weilanden met nagenoeg aansluitend een geschikte biotoop voor (steen)uilen, een moestuin met ruigtes en fruitbomen. Na de sloop wordt de planlocatie landschappelijk ingericht waarna de functionele leefomgeving met schuilmogelijkheden en foerageergebied voor diverse soorten sterk verbeterd wordt in vergelijking met de huidige situatie. Het ging slecht met de uilen in Nederland. In 1979 telden we nog maar weinig paartjes. Hij is echter spectaculair toegenomen, door de inzet van boeren en andere plattelandsbewoners.

Schuren en kerktorens zijn beter toegankelijk gemaakt, er zijn nestkasten geplaatst en veel boerenerven zijn muis- en daarmee uil vriendelijker ingericht. Door de geplande werkzaamheden is er weliswaar sprake van een tijdelijke beperkte verstoring van foerageergebied voor de uil en dekking, maar dit heeft geen wezenlijk effect op de functionaliteit van de leefomgeving als geheel omdat er voldoende alternatieven in de directe omgeving overblijven. De gunstige staat van instandhouding is voor de steen- en ransuil binnen het project gegarandeerd. De verbodsbepalingen genoemd in artikel 3.1 van de Wet natuurbescherming worden zodoende niet overtreden. Er worden geen nesten aangetast met de bouw van de woningen. Ook wordt geen essentieel foerageergebied aangetast. Daarmee kan gesteld worden dat de duurzame instandhouding van roofvogels en steen- en ransuil niet in gevaar komt. Een ontheffing in het kader van de Wet natuurbescherming voor het uitvoeren van de plannen is daarmee niet nodig.

Brabant Eco; ecologische dienstverlening

13

Nader onderzoek Steenuil, Ransuil en jaarrond beschermde nesten H.W. van Heelstraat ong. Hurwenen Daarnaast kan de eventuele nieuwbouw natuurinclusief ontworpen en uitgevoerd worden. Dit houdt in dat er definitieve verblijfplaatsen en een geschikte leefomgeving voor gebouw bewonende soorten zoals vleermuizen en huismussen gerealiseerd in en om de nieuwbouw. De gunstige staat van instandhouding voor roofvogels en de steen- en ransuil is binnen het project gegarandeerd.

5.3 Aanbevelingen o

o

o

o

Vleermuizen kunnen zelf geen verblijfplaats bouwen, maar maken gebruik van al bestaande holtes. Ze verblijven op verschillende plekken, afhankelijk van de periode van het jaar en de functie (zoals winter- of kraamverblijfplaats). Door het plaatsen van inmetselstenen worden vleermuizen enorm geholpen bij het bieden van een verblijfplaats. Naast het plaatsen van vleermuisvoorzieningen kunt u ook ruimtes in de nieuw te bouwen woningen vrijlaten voor vleermuizen. Denk hierbij aan open stootvoegen om de spouw toegankelijk te maken, ruimte achter de gevelbetimmering te laten of onder of in (dubbele) daklijsten ruimte te maken. In de directe omgeving van het plangebied zijn huismussen aanwezig. Om de populatie huismussen in de omgeving uit te breiden kunnen er speciale dakpannen of inbouwstenen worden gebruikt om te dienen als nestgelegenheid in de nieuw te bouwen woningen. Het aanbrengen van houten nestkasten is ook mogelijk, maar is minder duurzaam. Op deze manier kan de in de directe omgeving aanwezige populatie zich naar de planlocatie uitbreiden en wordt de gunstige staat van instandhouding gewaarborgd. Zorg met de uitvoering van het beplantingsplan voor een uil vriendelijke habitat. Bij de landschappelijke inpassing met groenstructuren worden bij voorkeur inheems (streekeigen) groen aangeplant.

Groei en bloei van deze planten en de momenten waarop rupsen, bijen of vogels sterk van hun blad, nectar en struifmeel afhankelijk zijn, zijn op elkaar afgestemd. Een belangrijk verschil met uitheemse soorten die vaak eerder en te vroeg uitlopen/bloeien. De voorkeur gaat uit naar en bes- en nootdragende struiken zoals sporkehout (vuilboom), Gelderse roos, wilde kardinaalsmuts, lijsterbes, hondsroos, sleedoorn of hazelaar. Deze ten gunste van foerageerfuncties voor vogels, maar ook kleine knaagdieren, insecten en insecteneters zoals vleermuizen zullen hiervan profiteren. Huismussen zullen schuilgelegenheid vinden in stekelige struiken zoals bijv. (groenblijvende) hulst of meidoorn. Lindebomen trekken tijdens hun relatief lange bloeitijd grote aantallen insecten aan, en dus ook eerdergenoemde insecteneters. Vogelbescherming Nederland heeft een checklist ontwikkeld, waarmee iedere bouwonderneming zijn projecten en de directe omgeving natuurvriendelijker kan maken.

(www.checklistgroenbouwen.nl) en (www.bouwnatuurinclusief.nl) o

o

De zorgplicht is altijd van toepassing, op basis waarvan door iedereen voldoende zorg in acht moet worden genomen voor de in het wild levende dieren en hun leefomgeving. Dit kan bijvoorbeeld door buiten kwetsbare periodes (het voortplantings- en winterslaapseizoen) te starten met werkzaamheden en het gefaseerd werken om dieren de kans te geven om te vluchten. Bij onvoorziene omstandigheden dient direct contact opgenomen te worden met een ter zake deskundige

Brabant Eco; ecologische dienstverlening

14

Nader onderzoek Steenuil, Ransuil en jaarrond beschermde nesten H.W. van Heelstraat ong. Hurwenen

6. BRONNEN 1. RESULTATEN EN ADVIESBRONNEN

Vooronderzoek Quick scan Econsultancy rapport 16402.002 d.d. 7 oktober 2021 Websites www.checklistgroenbouwen.nl www.natuurmonumenten.nl www.NDFF.nl www.rijksoverheid.nl www.verspreidingsatlas.nl www.vivarapro.nl www.wittemus.nl www.wetnatuurbescherming.nl www.zoogdiervereniging.nl Overige bronnen Netwerk groene bureaus

o

Als bijlage 1 is toegevoegd het Kennisdocument Steenuil (Athene noctua) versie 1.0, juli 2017.

Brabant Eco; ecologische dienstverlening

15

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12574091/1