CConstaterende datMaasdriel
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage Ruimtelijke onderbouwing

Gemeenteraad 17 april 2025, gemeente MaasdrielBij agendapunt: Omgevingsvergunning Voorstraat 3 Hedel19.736 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

gemeente

Maasdriel

ruimtelijke onderbouwing

Voorstraat 3 Hedel

identificatie

planstatus

projectnummer:

datum:

44000796.20171937

18-12-2024

projectleider:

opdrachtgever:

(geanonimiseerd)

Bouwplanmakers

auteur(s):

(geanonimiseerd)STe

RHO ADVISEURS Weena

505

Postbus

150

3000 AD

Rotterdam

T: 010-20 E-mail:

18 555

info@rho.nl

© RHO ADVISEURS BV uit dit drukwerk mag door anderen dan de opdrachtgever worden verveelvoudi of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke andere dan ook zonder voorafgaande toestemming van Rho Adviseurs bv, behoudens voorzo Niets

drukwerk wettelijk een openbaar karakter heeft gekregen. Dit drukwerk mag zonder toestemming niet worden gebruikt voor enig ander doel dan waarvoor het is vervaar:

(geanonimiseerd)

Inhoud 1.

Inleiding 1. 1. 1. 2.

2.

3. 2. 3. 3. 3. 4. 3. 5. 3. 6.

7 Nationale Omgevingsvisie (NOVI) Besluit algemene regels ruimtelijke ordening en Besluit ruimtelijke ordening 7 3. 1. 1. Nationale Omgevingsvisie (NOVI) 7 3. 1. 2. Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) 8 3. 1. 3. Ladder voor duurzame verstedelijking (artikel 3. 1. 6 Besluit ruimtelijke ordening) 8 Omgevingsvisie en Omgevingsverordening Gelderland (2018) 8 Bommelerwaard (2022) Omgevingsvisie 9 Woonvisie Bommelerwaard 2021-2025 (2021) 9 Huisvesting arbeidsmigranten gemeente Maasdriel 2019 10 Conclusie beleidskader 10 ,

Omgevingsaspecten 4. 1. 4. 2. 4. 3. 4. 4. 4. 5. 4. 6. 4. 7. 4. 8. 4. 9.

5.

3 3 4 5

Huidige situatie Beoogde situatie Planologische afwijking

Beleidskader 3. 1.

4.

Aanleiding Leeswijzer

Projectbeschrijving 2. 1. 2. 2. 2. 3.

3.

1 1 2

Verkeer en parkeren Luchtkwaliteit Bodem Water Externe veiligheid Bedrijven en milieuhinder Ecologie Archeologie Geluid

Uitvoerbaarheid 5. 1.

5. 2.

Maatschappelijke uitvoerbaarheid 5. 1. 1. Omgevingsvergunning voor het afwijken van het bestemmingsplan 5. 1. 2. Wettelijk vooroverleg 5. 1. 3. Procedure Economische uitvoerbaarheid 5. 2. 1. Financiële haalbaarheid 5. 2. 2. Grondexploitatie

11 11 12 13 13 14 16 17 19 19 21 21 21 21 21 21 21 21

Bijlagen 1. 2. 3. 4. 5.

Verkennend en nader bodemonderzoek Flora en Fauna quickscan Flora en Fauna nader onderzoek huismus en vleermuizen Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai Akoestisch onderzoek geluidwering gevels

Rho Adviseurs B. V. vestiging Rotterdam

44000796. 20171937

2

Inhoud

44000796. 20171937

Rho Adviseurs B. V. vestiging Rotterdam

1

1. Inleiding

1. 1.

Aanleiding

In Hedel is aan de Voorstraat 3 een kinderdagverblijf gevestigd met op de verdiepingen een woning. Het initiatief ligt voor om het bestaande pand uit te breiden en de bestaande woning op de verdiepingen te splitsen naar twee appartementen. De bestaande woning is in de huidige situatie niet mogelijk op grond van het bestemmingsplan ‘Hedel’ maar wordt wel al tientallen jaren passief gedoogd. Het toevoegen en splitsen van de woning naar twee appartementen past dus niet binnen de planologische regeling. Daarnaast bestaat de aanvraag ook uit uitbreiding van het kinderdagverblijf met een kantoorfunctie. Daarbij wordt het kantoor gerealiseerd op de plaats van het huidige kinderdagverblijf en wordt het kinderdagverblijf verplaatst naar de nieuwe aanbouw met op de begane grond het kinderdagverblijf en op de eerste verdieping een groepsruimte. De kantoorfunctie past binnen de centrumbestemming van het bestemmingsplan. De afwijking van het bestemmingsplan bestaat dus uit het toevoegen van een woonfunctie. De gemeente Maasdriel heeft per brief van 22 september 2020 aangegeven positief tegenover het plan te staan rekening houdend met een aantal voorwaarden. Naar aanleiding van de opmerkingen is tot een geactualiseerd plan gekomen. ,

,

Om de ontwikkeling mogelijk te maken wordt met een omgevingsvergunning afgeweken van het bestemmingsplan. De aanvraag voor de omgevingsvergunning voor afwijken van het planologische regime moet voorzien zijn van een ruimtelijke onderbouwing waarin de ontwikkeling wordt getoetst aan stedenbouwkundige inpassing vigerende beleidskaders en sectorale (milieu)wetgeving. Deze rapportage voorziet hierin. ,

Figuur 1. 1 Ligging projectgebied (ondergrond: Luchtfoto Kadaster 2017; bewerking Rho Adviseurs) ,

Rho Adviseurs B. V. vestiging Rotterdam

44000796. 20171937

1. 2.

Leeswijzer

In hoofdstuk 2 wordt het project nader beschreven en de afwijking van het vigerende bestemmingsplan aangegeven. In hoofdstuk 3 wordt het project op hoofdlijnen aan de relevante beleidsstukken getoetst. In hoofdstuk 4 worden aandachtspunten beschreven ten aanzien van de omgevingsaspecten.

44000796. 20171937

Rho Adviseurs B. V. vestiging Rotterdam

2.

2.1.

Projectbeschrijving

Huidige

situatie

Aan de Voorstraat 3 in Hedel is het wordt

kinderdagverblijf ‘Pippi’ gevestigd. Op

de eerste

verdieping van

het

pand

gewoond.

De Voorstraat maakt

onderdeel

oorspronkelijke nederzetting van Hedel, die overigens gedurende De historische structuur van hoofdwegen in Hedel is Wereldoorlog grotendeels echter nog altijd duidelijk herkenbaar aanwezig. De Voorstraat bestaat uit een afwisseling van woonbebouwing, winkelpanden, horecagelegenheden, bedrijven en maatschappelijke voorzieningen. In de huidige situatie ligt aan de westzijde van het pand op nummer 3a een bouwbedrijf met bedrijfswoning en kantoor. Ten oosten van de locatie ligt een woning. de Tweede

uit van de

is verwoest.

huidige pand aan de Voorstraat 3 is een typisch voorbeeld van de naoorlogse bebouwing in Hedel; het pand is gebouwd in de jaren ‘60 bestaat uit een 2 bouwlagen met kap (figuur 2.1). Op het achtererf is een garage en berging aanwezig. Het

(geanonimise rd)

Figuur

2.1

Rho adviseurs

Huidige

voor

vestiging Rotterdam

situatie (bron: Google Maps, 2017)

leefruimte

44000796.20171937

2. 2.

Beoogde situatie

De beoogde ontwikkeling bestaat uit een uitbreiding en interne verbouwing van het pand (figuur 2. 2 en 2. 3). Het kinderdagverblijf zal verplaatst worden naar de achterzijde van het pand in de aanbouw. De aanbouw met het kinderdagverblijf zal een oppervlakte hebben van 150 m 2 bvo. Daarnaast wordt de huidige woning op de tweede en derde bouwlaag in de lengte in tweeën gesplitst tot twee appartementen. Om voldoende ruimte te creëren wordt de nokhoogte van het pand verhoogt tot 10 meter en wordt er een daktuin gemaakt aan de achterzijde van het pand. Aan de achterzijde van het pand wordt ook een verdieping toegevoegd. Deze kan als groepsruimte dienen (834 m 2 bvo). Tot slot vinden er ook wijzigingen plaats beneden het peil. De bestaande kelder wordt uitgebreid en er worden ondergrondse parkeerplaatsen gerealiseerd. ,

Figuur 2. 2 Huidige situatie (boven) en beoogde situatie (onder) (bron: Bouwplanmakers)

44000796. 20171937

Rho Adviseurs B. V. vestiging Rotterdam

5

Figuur 2. 3 Huidige situatie (boven) en beoogde situatie (onder) (bron: Bouwplanmakers)

2. 3.

Planologische afwijking

Ter plaatse van het projectgebied is het bestemmingsplan ‘Hedel’ vigerend. Dit bestemmingsplan is 15 september 2011 vastgesteld door de gemeenteraad van Maasdriel. Tevens is het ‘Paraplubestemmingsplan parkeren 2018’ van toepassing dat op 6 juni 2018 is vastgesteld. Met dit laatste plan is vastgelegd dat bij het verlenen van omgevingsvergunningen wordt geëist dat in voldoende parkeergelegenheid wordt voorzien overeenkomstig de beleidsregels en bijlagen van het Mobiliteitsplan Maasdriel 2020 of de opvolger daarvan. ,

,

,

In het bestemmingsplan Hedel is aan het hele projectgebied de bestemming ‘Centrum’ toegekend (figuur 2. 4). Daarnaast is een ruim bouwvlak opgenomen met een maximum goot- en bouwhoogte van 6 m respectievelijk 10 m. Het bebouwingspercentage mag per bouwperceel niet meer bedragen dan 60%. Binnen deze bestemming zijn de functies detailhandel dienstverlening horeca kantoor en maatschappelijk mogelijk. De verplaatsing van het kinderdagverblijf past binnen de maatschappelijke functie en ook de kantoorfunctie is mogelijk op basis van de bestemmingsregeling. Een klein deel van de uitbreiding past niet binnen het bouwvlak. Het gaat om de voorzijde van het pand (met blauw aangegeven in figuur 2. 4). Daarnaast voldoet het plan aan de maximum toegestane goot- en bouwhoogte. Voor een klein gedeelte van het perceel geldt tevens de dubbelbestemming ‘Waterstaat - Waterkering’. ,

,

,

,

De huidige woning is echter niet bestemd in het plan ‘Hedel’ en past formeel gezien niet binnen de huidige planologische regeling. Bij uitvoering van het project wordt de huidige situatie echter bestendigd en blijft de woonfunctie behouden zoals deze in de huidige situatie is. Planologisch gezien bestaat de afwijking van het bestemmingsplan uit de toevoeging van de woningen. ,

Voor het gehele gemeentelijk grondgebied is op 25 april 2019 een voorbereidingsbesluit genomen: ‘Voorbereidingsbesluit verkamering woningen Maasdriel’. Op basis van dit besluit is het niet toegestaan om woningen te gebruiken door meer dan één huishouden. Met de ontwikkeling wordt een bestaande woning gesplitst in twee appartementen. Het voorbereidingsbesluit is daarmee van toepassing op deze beoogde ontwikkeling. Afwijking van het besluit is mogelijk als aangetoond is dat wordt voldaan aan het beleid ‘Huisvesting Arbeidsmigranten gemeente Maasdriel 2019’. De beoogde ontwikkeling past hier binnen. Dit wordt in paragraaf 3. 5 van deze ruimtelijke onderbouwing aangetoond. Dit betekent dat kan worden afgeweken van het voorbereidingsbesluit.

Rho adviseurs voor leefruimte vestiging Rotterdam

44000796. 20171937

Figuur 2. 4 Uitsnede vigerend bestemmingsplan ‘Hedel’; projectgebied roodomlijnd afwijking bouwvlak blauwomlijnd (bron: ruimtelijkeplannen. nl; bewerking Rho Adviseurs) ,

44000796. 20171937

Rho Adviseurs B. V. vestiging Rotterdam

7

3. Beleidskader

Nationale Omgevingsvisie (NOVI) , Besluit algemene regels ruimtelijke ordening en Besluit ruimtelijke ordening

3. 1.

3. 1. 1. Nationale Omgevingsvisie (NOVI) De Nationale Omgevingsvisie kortweg NOVI loopt vooruit op de inwerkingtreding van de Omgevingswet en vervangt op rijksniveau de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte. Uitgangspunt in de nieuwe aanpak is dat ingrepen in de leefomgeving niet los van elkaar plaatsvinden maar in samenhang. Zo kunnen in gebieden betere meer geïntegreerde keuzes worden gemaakt. Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie van het Rijk in beeld. ,

,

,

,

In wat voor Nederland willen we graag leven in 2050 Als alle wensen naast elkaar worden gelegd ontstaat het volgende beeld. Het kabinet wil een land: • dat gezond en klimaatbestendig is met schone lucht schoon water en een schone bodem en veel ruimte voor groen en water; • met een uitstekend functionerende economie die duurzaam en circulair is. Nauw verbonden met onze buurlanden en de rest van de wereld als onderdeel van de internationale gemeenschap; • waar het goed wonen en werken is. Met aangename en vitale steden en dorpen en een productief en aantrekkelijk platteland; met uitstekende bereikbaarheid waar iedereen snel en gemakkelijk van A naar B komt met zo min • mogelijk schadelijke uitstoot en overlast; waar we voldoende ruimte hebben om te kunnen bewegen ontspannen en tot onszelf te komen; • • zowel in de stad als daarbuiten. • dat veilig is en ons beschermt tegen overstromingen en andere gevaren; • waar een goede balans is tussen gebouwde omgeving en open landschap tussen natuur en cultuur • tussen land en water; • dat openstaat voor verandering en waar de kracht van zijn traditie cultuur en identiteit wordt weerspiegeld in de inrichting van de leefomgeving. ,

,

,

,

,

,

,

,

,

,

,

,

,

Nationale belangen Gemeenten waterschappen provincies en het Rijk zijn samen verantwoordelijk voor de fysieke leefomgeving. Sommige belangen en opgaven overstijgen het lokale regionale en provinciale niveau en vragen om nationale aandacht. Dit zijn de 'nationale belangen'. Het Rijk heeft voor alle nationale belangen een zogenaamde systeem-verantwoordelijkheid. Voor een aantal belangen is het Rijk zelf eindverantwoordelijk. Maar voor een groot aantal nationale belangen zijn dat de medeoverheden. De NOVI richt zich op die ontwikkelingen waarin meerdere nationale belangen bij elkaar komen en keuzes in samenhang moeten worden gemaakt tussen die nationale belangen. ,

,

,

,

Conclusie Gezien het dermate hoge abstractieniveau van het Rijksbeleid is er geen direct raakvlak met de ontwikkeling.

Rho adviseurs voor leefruimte vestiging Rotterdam

44000796. 20171937

3. 1. 2. Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) Het Barro bevat de regels gebaseerd op de nationale belangen uit het SVIR. De laatste herziene versie van dit besluit is op 1 januari 2017 in werking getreden. Dit betreft projecten zoals mainport Rotterdam grote rivieren defensie elektriciteitsvoorziening uitbreiding hoofd(spoor)wegennet en veiligheid rond rijksvaarwegen. ,

,

,

,

Conclusie De regels uit het Barro hebben geen betrekking op de beoogde ontwikkeling. Ladder voor duurzame verstedelijking (artikel 3. 1. 6 Besluit ruimtelijke ordening)

3. 1. 3.

De ‘ladder voor duurzame verstedelijking’ is in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) geïntroduceerd en vastgelegd als procesvereiste in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). Het Bro bepaalt dat voor onder meer bestemmingsplannen die nieuwe stedelijke ontwikkelingen mogelijk maken de treden van deze ladder doorlopen moeten worden. Doel van de ladder voor duurzame verstedelijking is een goede ruimtelijke ordening in de vorm van een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden. ,

Conclusie De beoogde ontwikkeling bestaat uit de realisatie van twee appartementen. Een dergelijke ontwikkeling valt niet aan te merken als ‘stedelijke ontwikkeling’. Conform jurisprudentie is bepaald dat wanneer een plan voorziet in een ontwikkeling van meer dan 11 woningen deze als stedelijke ontwikkeling wordt aangemerkt (Uitspraak Raad van State 201608869/1/R3). De ladder voor duurzame verstedelijking zal dus niet doorlopen hoeven worden. ,

3. 2.

Omgevingsvisie en Omgevingsverordening Gelderland (2018)

In maart 2019 is de nieuwe Omgevingsvisie Gaaf Gelderland in werking getreden. De provincie zet een gezond veilig schoon en welvarend Gelderland centraal. De provincie legt bij de taakinvulling ten aanzien van een gezond veilig schoon en welvarend Gelderland de focus op duurzaamheid verbondenheid en een krachtige economie. Dit wordt gedaan door zeven met elkaar samenhangede ambities na te streven op de volgende thema's: energietransitie klimaatadaptatie circulaire economie biodiversiteit bereikbaarheid vestigingsklimaat woon- en leefomgeving. ,

,

,

,

,

,

,

,

,

,

,

Ten aanzien van de woon-en leefomgeving streeft de provincie naar een divers woon- en leefklimaat dat weet te anticiperen op ontwikkelingen om zo de economische kracht en kwaliteit van leven in Gelderland te versterken. ,

44000796. 20171937

Rho Adviseurs B. V. vestiging Rotterdam

9

De Omgevingsverordening is een juridische uitwerking van de Omgevingsvisie. De verordening voorziet ten opzichte van de Omgevingsvisie niet in nieuw beleid en is daarmee dus beleidsneutraal. De inzet van de verordening als juridisch instrument om de doorwerking van het provinciaal beleid af te dwingen is beperkt tot die onderdelen van het beleid waarvoor de inzet van algemene regels noodzakelijk is om provinciale belangen veilig te stellen of om uitvoering te geven aan wettelijke verplichtingen. Conclusie De beoogde ontwikkeling bestaat uit de splitsing van een woning in twee appartementen en het toevoegen van een kantoor aan een kinderdagverblijf. Deze beperkte ontwikkeling heeft geen directe raakvlakken met de provinciale belangen uit de Gelderse omgevingsvisie en omgevingsverordening.

3. 3.

Omgevingsvisie Bommelerwaard (2022)

De gemeenten Maasdriel en Zaltbommel hebben in 2022 de Omgevingsvisie Bommelerwaard vastgesteld. De Omgevingsvisie Bommelerwaard richt zich op 13 kernopgaven die vallen onder de volgende thema’s: Klimaat duurzaamheid en landschap. • • Landbouw economie toerisme en cultuurhistorie • Wonen welzijn en voorzieningen. • Milieu gezondheid en leefbaarheid. ,

.

,

,

,

,

Ten aanzien van het derde thema streven de gemeentes naar kwalitatief goede woningen voor alle doelgroepen in een goed woonklimaat en naar voldoende en bereikbare voorzieningen waarbij de kernen toekomstbestendig krachtig en initiatiefrijk zijn. ,

,

In de grotere kernen waaronder Hedel blijft een constante en aanzienlijke behoefte aan woningen. Daarnaast wordt verwacht dat kernen met een goed voorzieningenniveau en een goede verbinding met de A2 een aantrekkingskracht hebben dat zich vertaalt in een hogere woningbehoefte. Bij woningbouw ligt de nadruk op inbreiding. ,

,

Conclusie De beoogde ontwikkeling voorziet in het toevoegen van een kantoor aan een kinderdagverblijf en het splitsen van een bovenwoning in twee appartementen. De projectlocatie bevindt zich in het centrumgebied van Hedel. Met het behoud van het kinderdagverblijf en toevoegen van een kantoorfunctie kan worden bijgedragen aan het behoud van voorzieningen voor Hedel. Daarnaast wordt er met de splitsing van de bovenwoning een extra woning toegevoegd. Dit vindt plaats binnen de bestaande bebouwing en houdt daarmee het karakteristieke beeld van de lintbebouwing in stand.

3. 4.

Woonvisie Bommelerwaard 2021-2025 (2021)

De Woonvisie is het kader voor de prestatieafspraken met de corporaties vormt de verbinding met andere beleidsterreinen zoals met name Duurzaamheid Leefbaarheid en Wonen&Zorg. En vormt het kader van gemeentelijke beleidsuitgangspunten voor initiatiefnemers. ,

,

,

De regio Rivierenland is aantrekkelijk vanwege de centrale ligging goede verbindingen en afwisseling aan woonmilieus met groen ruimte en een relatief betaalbare woningvoorraad. Dit zorgt voor een toenemende druk op de woningmarkt. Dit wordt ook ervaren binnen de Bommelerwaard. De regio vindt het van belang de kernwaarden en identiteit van onze gemeenten en kernen in stand te houden. Er wordt gezocht naar de juiste balans tussen het bieden van een passend woonperspectief voor de inwoners voorzien in de woonbehoefte van elders en behoud van de ruimtelijke kwaliteiten van de Bommelerwaard. ,

,

,

Rho adviseurs voor leefruimte vestiging Rotterdam

44000796. 20171937

Centraal in de woonvisie staan vijf thema’s: 1. Snel voldoende woningen. De woningbouwopgave voor de komende 10 jaar bestaat voor Maasdriel uit ca. 1. 250 en voor Zaltbommel uit ca. 1. 450 woningen. Vanwege de onbalans tussen vraag en aanbod wordt de nieuwbouw voor de komende 5 jaar versnelt. 2. Meer variatie. Voldoende passende woningen moeten beschikbaar zijn voor woningzoekenden. Hiervoor is het nodig om woningen te bouwen in de juiste soort voor de juiste prijs en op de juiste plek. Ook wordt gekeken naar het bestaande gebouwde vastgoed in de Bommelerwaard. Er zijn kansen om bestaande gebouwen te gebruiken voor woningen gebieden om te transformeren naar woongebieden en om bestaande woningen om te zetten ,

,

,

naar een nu gewenste vorm.

3.

Duurzame woningvoorraad. De regio wil dat de bestaande woningvoorraad toekomstbestendig is. In 2050 zijn de kernen energie- en CO2-neutraal worden duurzame energie- en warmtebronnen gebruikt en is de Bommelerwaard zo veel mogelijk circulair met de inzet van waardevolle grondstoffenstromen. Wonen en zorg. De regio wil dat alle bewoners die zelfstandig willen wonen en een zorgvraag hebben in de Bommelerwaard kunnen blijven wonen zoveel mogelijk in eigen wijk of kern. Hierbij staan de wensen en mogelijkheden van de inwoners centraal. Leefbare wijken en dorpen. De regio wil dat de kernen aantrekkelijk blijven dat mensen er zich thuis voelen en verbonden zijn met elkaar waar iedereen mee kan doen en elkaar kan helpen (inclusieve samenleving). ,

4.

,

5.

,

,

,

Conclusie De beoogde ontwikkeling voorziet in de splitsing van een bestaande woning naar twee appartementen. Dit sluit aan bij de ambities van de regio om meer in te spelen op het flexibiliseren van het bestaande aanbod.

3. 5.

Huisvesting arbeidsmigranten gemeente Maasdriel 2019

Het beleid ‘Huisvesting arbeidsmigranten gemeente Maasdriel 2019’ betreft een actualisatie van het beleidsplan uit 2014. Met het beleid worden ruimtelijke en juridische kaders gegeven waarbinnen huisvesting van arbeidsmigranten als legaal en passend kan worden aangemerkt. Daarvoor zijn een aantal beleidsuitgangspunten opgesteld. Ten aanzien van kleinschalige huisvesting in de woonomgeving geldt dat een exploitatievergunning vereist is. Daarnaast geldt er een aantal voorwaarden. Zo is onder andere het huisvesten van arbeidsmigranten alleen toegestaan in een bestaande woning en alleen wanneer het bestemmingsplan ‘wonen’ toestaat mag maximaal 5% van de woningen in een woonstraat gebruikt worden voor huisvesting van arbeidsmigranten en mogen in een woning niet meer dan 4 arbeidsmigranten gehuisvest worden. ,

Conclusie Met de beoogde ontwikkeling wordt een bestaande woningen gesplitst in twee appartementen. Op basis van het genomen voorbereidingsbesluit is het huisvestingbeleid ten aanzien van arbeidsmigranten van toepassing. In dit beleid is opgenomen dat huisvesting van arbeidsmigranten alleen toegestaan is indien ‘wonen’ is toegestaan op basis van het bestemmingsplan. Bovendien is een exploitatievergunning vereist. In het vigerende bestemmingsplan is het ‘wonen’ planologisch gezien niet toegestaan. Daarmee is ook huisvesting van arbeidsmigranten niet toegestaan. Bovendien wordt geen exploitatievergunning aangevraagd. Met de ontwikkeling is dus geen sprake van huisvesting van arbeidsmigranten.

3. 6.

Conclusie beleidskader

De beoogde ontwikkeling heeft geen directe raakvlakken met het rijks- en provinciaal beleid. De ontwikkeling past binnen het gemeentelijk beleid.

44000796. 20171937

Rho Adviseurs B. V. vestiging Rotterdam

11

4. Omgevingsaspecten

4. 1.

Verkeer en parkeren

Toetsingskader Mobiliteitsplan Maasdriel 2020 Nota Parkeernormen 2020 gemeente Maasdriel CROW publicatie 381 en 182 ,

,

Onderzoek parkeren De gemeente Maasdriel heeft een mobiliteitsplan opgesteld waarin is opgenomen dat bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen moet worden voorzien in de eigen parkeerbehoefte. De parkeernormen zijn gebaseerd op de kencijfers uit de Nota Parkeernormen 2020 gemeente Maasdriel. Voor woningen geldt een parkeernorm van 23 parkeerplaatsen per woning waarvan 03 in de openbare ruimte. Voor kantoren zonder baliefunctie geldt een parkeernorm van 28 parkeerplaatsen per 100 m 2 bvo. Voor kinderdagverblijven wordt een parkeernorm van 15 parkeerplaatsen per 100 m 2 bvo ten behoeve van personeel gehanteerd. De ontwikkeling maakt 2 woningen mogelijk hier zijn dus 4 parkeerplaatsen benodigd op eigen terrein. Het kinderdagverblijf zal een oppervlakte hebben van 2334 m 2 bvo dat betekent een parkeerbehoefte van 4 parkeerplaatsen ten behoeve van het personeel. Het kantoor zal een oppervlakte hebben van 174 m 2 bvo dat betekent een parkeerbehoefte van 5 parkeerplaatsen. In totaal is de parkeerbehoefte 13 parkeerplaatsen. Deze worden op eigen terrein gerealiseerd. Hiermee wordt voldaan aan de gemeentelijke parkeernormen. Voor het kortdurend parkeren voor het halen en brengen is er voldoende parkeergelegenheid aan de Voorstraat. ,

,

,

,

,

,

,

,

,

Onderzoek verkeersgeneratie De projectlocatie bevindt zich in niet stedelijk gebied en heeft de ligging ‘rest bebouwde kom’. Voor woningen bedraagt het kencijfer van de meest recente CROW publicatie 381 (2018) op deze locatie maximaal 45 mvt/etmaal per woning en 0382 mvt/etmaal per m 2 bvo voor een kinderdagverblijf. De verkeersgeneratie op de maatgevende dag (werkdag) is voor deze ontwikkeling maximaal 158 motorvoertuigbewegingen per etmaal (zie tabel 4. 1). ,

,

Tabel 4. 1 Berekening verkeersgeneratie Verkeersgeneratie Functiegroep Wonen

Functietype Huur

,

appartement ,

Programma 2 woningen

midden/goedkoop Onderwijs

Kinderdagverblijf (crèche) Werken Kantoor (zonder baliefunctie) Totale verkeersgeneratie

Rho adviseurs voor leefruimte vestiging Rotterdam

2334 m 2 bvo ,

174 m 2 bvo

Kencijfer CROW 45 per woning 0 382 per m 2 bvo 0096 per m 2 bvo

Mvt/etmaal

Mvt/etmaal

,

weekdag 90

werkdag 100

,

892

1248

,

90 ,

100

115

158

,

,

,

,

,

44000796. 20171937

Conclusie De Voorstraat is een 50 km/u-weg. Deze weg kan de beperkte verkeersgeneratie die het project oplevert goed afwikkelen. Daarnaast voorziet het project in voldoende parkeergelegenheid op eigen terrein. Het aspect verkeer en parkeren levert geen belemmeringen op voor het project.

4. 2.

Luchtkwaliteit

Toetsingskader Grenswaarden uit de Wet milieubeheer en Besluit niet in betekenende mate (nibm) Onderzoek en conclusie De totale ontwikkeling van splitsing van de appartementen het kinderdagverblijf en het toevoegen van de kantoorfunctie leidt tot maximaal 115 motorvoertuigbewegingen per etmaal op een weekdaggemiddelde. Uit de NIBM-tool blijkt dat de maximale bijdrage NO 2 008 µg/m³ bedraagt en de maximale bijdrage voor PM 10 002 µg/m³. Hierdoor heeft de beoogde ontwikkeling een effect van minder dan 3% van de jaargemiddelde grenswaarde NO 2 en PM 10 (= 12 µg/m³). De beoogde ontwikkeling draagt dan ook 'niet in betekenende mate' bij aan de concentratie luchtverontreinigende stoffen en is vrijgesteld aan het toetsen aan de grenswaarden. Voldaan wordt aan de luchtkwaliteitswetgeving. ,

,

,

,

Tabel 4. 2 Berekening luchtkwaliteit

In het kader van een goede ruimtelijke ordening is een indicatie van de luchtkwaliteit ter plaatse van het projectgebied gegeven. Dit is gedaan aan de hand van de NSL-monitoringstool 2020 (http://www. nslmonitoring. nl/viewer/) die bij het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit hoort. De dichtstbijzijnde maatgevende weg betreft de Treurenburg. Uit de NSL-monitoringstool blijkt dat in 2020 de jaargemiddelde concentraties stikstofdioxide en fijn stof langs deze weg ruimschoots onder de grenswaarden lagen. Omdat direct langs deze weg aan de grenswaarden wordt voldaan zal dit ook ter plaatse van het projectgebied het geval zijn. Concentraties luchtverontreinigende stoffen nemen immers af naarmate een locatie verder van de weg ligt. Hierdoor is er ter plaatste van het projectgebied sprake van een aanvaardbaar woon- en verblijfsklimaat. ,

44000796. 20171937

Rho Adviseurs B. V. vestiging Rotterdam

13

4. 3.

Bodem

Toetsingskader Wet bodembescherming Onderzoek en conclusie Op een terrein aan de Voorstraat 3 te Hedel is door de firma Aelmans een verkennend en aanvullend milieukundig bodemonderzoek uitgevoerd zoals voorgeschreven in de Nederlandse norm NEN 5740 en NTA 5755 (bijlage 1). Het onderzoek is uitgevoerd op basis van de resultaten van het historisch onderzoek van de onderzoekslocatie en de directe omgeving. Op de onderzoekslocatie zijn zintuigelijk bijmengingen met baksteen metselpuin puin en kool aangetroffen. Het gehele terrein is licht verontreinigd Op twee locaties is er echter sprake van een sterke bodemverontreiniging. Dit betreft de bovengrond ter hoogte van boring 4 (PAK verontreiniging) en boring 6 (zink verontreiniging). In de sterk met PAK verontreinigde bovengrond van boring 4 zijn zintuigelijk sporen baksteen en sporen metselpuin waargenomen. Deze boring ligt in grofweg in het midden van het perceel. In het aanvullende onderzoek is de omvang van de verontreiniging bepaald het bedraagt een oppervlakte van circa 75 m2 tot een diepte van 08 m-mv met een totaal volume van circa 60 m3. Boring 6 is gesitueerd in de oprit en ligt op het noord westelijke deel van het perceel. Zintuigelijk is baksteen en puin waargenomen in de bodem.

Hier zijn in de bovengrond meerdere parameters (kobalt koper lood minerale olie PAK en PCB ) in licht verhoogde gehalten aangetoond waarbij met zink sprake is van een sterke bodemverontreiniging. In het aanvullende onderzoek is de sterke zinkverontreiniging niet verifieerbaar gebleken. Aangezien de verontreiniging niet verifieerbaar is gebleken is na ons inziens geen sprake van een sterke bodemverontreiniging met zink op het noordwestelijk terreindeel. Bij de overige boringen zijn zowel in de bovengrond als ondergrond lichte verontreinigingen analytisch aangetoond met een aantal zware metalen en PAK. In de bovengrond is in de zandlaag (MMA1) 14 mg/kg d. s. asbest aangetoond. Dit betreft een licht verontreiniging. Echter het gehalte aan asbest overschrijdt zowel de toetsingswaarde voor nader onderzoek naar asbest (van 50 mg/kg d. s. ) als de interventiewaarde (van 100 mg/kg d. s. ) niet. Er is dan ook geen sprake van een bodemverontreiniging met asbest. In het grondwater is een lichte overschrijding van de achtergrondwaarde aangetoond met barium en molybdeen. Het is onduidelijk wat de sterke bodemverontreinigingen met zink en PAK heeft veroorzaakt. De lichte verontreiniging die is aangetoond in het grondwater is vermoedelijk een verhoogde van nature voorkomende waarde dit is echter enkel een hypothese. ,

,

.

,

,

,

,

,

,

,

,

,

,

In het kader van de herontwikkelingsplannen voor de locatie kan het nodig zijn om de verontreiniging te saneren de sanering dient enkel plaats te vinden op een natuurlijk moment. Gezien de recente wijzigingen in de wetgeving is in het kader van de herontwikkeling afstemming nodig met het Bevoegd gezag over de aanpak van de saneringswerkzaamheden. De saneringswerkzaamheden dienen door een BRL 7000 erkende aannemer te worden uitgevoerd onder begeleiding van een BRL 6000 erkende milieukundige begeleider ,

4. 4.

Water

Toetsingskader

Waterwet/watertoets/Besluit ruimtelijke ordening Onderzoek en conclusie De uitbreiding en verplaatsing van het kinderdagverblijf vindt plaats aan de zuidzijde van het huidige pand. In de huidige situatie is locatie van de uitbreiding gedeeltelijk verhard door middel van grind. In de algemene regels van de Keur van waterschap Rivierenland is opgenomen dat bij toename van de verharding

Rho adviseurs voor leefruimte vestiging Rotterdam

44000796. 20171937

met meer dan 500 m 2 watercompenserende maatregelen noodzakelijk zijn. De beoogde uitbreiding van het

pand is circa 110 m 2 vloeroppervlak. Watercompenserende maatregelen zijn dan ook niet noodzakelijk. De projectlocatie ligt in de buitenbeschermingszone van een primaire waterkering. Binnen deze zone gelden beperkingen voor bouwen en aanleggen om te voorkomen dat de stabiliteit het profiel en/of de veiligheid wordt aangetast. Volgens de algemene regels behorende bij de Keur van het waterschap is in de buitenbeschermingszone een vergunning noodzakelijk bij de volgende activiteiten: • Het verrichten van afgravingen ontgrondingen en seismisch onderzoek; • Het aanbrengen van werken met een overdruk van 10 bar of meer; • Het hebben van explosief materiaal of het hebben van explosiegevaarlijke inrichtingen; • Het uitvoeren van diepe boringen voor bodemenergiesystemen ,

,

Deze activiteiten zullen niet plaatsvinden. Een vergunning is derhalve niet noodzakelijk.

Figuur 4. 1 Uitsnede Legger Rivierenland

4. 5.

Externe veiligheid

Toetsingskader In de huidige wetgeving zijn de begrippen risicobron (beperkt) kwetsbaar object plaatsgebonden risico (PR) en groepsrisico van belang. Het plaatsgebonden risico (PR) is een maat voor de kans per jaar dat één persoon die zich onafgebroken en onbeschermd op die plaats bevindt overlijdt als rechtstreeks gevolg van een calamiteit met een gevaarlijke stof. Het groepsrisico GR is de kans per jaar dat een groep personen van een bepaalde grootte tegelijk slachtoffer wordt van een ongeval met gevaarlijke stoffen. ,

,

,

Risicovolle inrichtingen Het Besluit externe veiligheid inrichtingen (hierna: Bevi) is van toepassing op het externe veiligheidsbeleid rondom risicovolle inrichtingen. Op basis van het Bevi geldt voor het PR rondom een risicovolle inrichting een grenswaarde voor kwetsbare objecten en een richtwaarde voor beperkt kwetsbare objecten. Beide liggen op een niveau van 10 -6 per jaar bij een ruimtelijke ontwikkeling moet aan deze normen worden voldaan. Het Bevi bevat geen grenswaarde voor het groepsrisico maar wel geldt hiervoor een verantwoordingsplicht in het invloedsgebied rondom de inrichting. De in het externe veiligheidsbeleid gehanteerde norm voor het GR geldt daarbij als oriëntatiewaarde. ,

,

44000796. 20171937

Rho Adviseurs B. V. vestiging Rotterdam

15

Vervoer van gevaarlijke stoffen Op het vervoer van gevaarlijke stoffen zijn het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) en het Basisnet van toepassing; het Bevt vormt de wet- en regelgeving en de concrete uitwerking volgt in het Basisnet. Het Basisnet is onderverdeeld in drie onderdelen: Basisnet Spoor Basisnet Weg en Basisnet Water. Het Bevt en het bijbehorende Basisnet maakt bij het PR geen onderscheid in bestaande en nieuwe situaties. Voor beide situaties geldt een grenswaarde voor het PR van 10 -6 per jaar ter plaatse van kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten en een streefwaarde van 10 -6 per jaar. Tevens worden in het Basisnet de plasbrandaandachtsgebieden benoemd voor transportroutes. Hiermee wordt geanticipeerd op de beperkingen voor ruimtelijke ontwikkelingen die samenhangen met deze plasbrandaandachtsgebieden. ,

,

Besluit externe veiligheid buisleidingen In het Besluit externe veiligheid buisleidingen wordt aangesloten bij de risicobenadering uit het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) zodat ook voor buisleidingen normen voor het PR en het GR gelden. ,

Onderzoek

Figuur 1 Uitsnede risicokaart met het projectgebied rood omcirkeld

In de directe omgeving van het projectgebied vindt geen vervoer van gevaarlijke stoffen plaats over de weg het water of door buisleidingen met een externe werking. Volgens de risicokaart zijn er in de direct omgeving van het projectgebied ook geen risicovolle inrichtingen gelegen. Het projectgebied bevindt zich niet in een PR 10 -6 contouren of het invloedsgebied van een risicovolle inrichting. Ten oosten van het projectgebied bevindt zich het spoortraject Meteren – Den Bosch op een afstand van circa 760 meter. Over dit spoortraject vindt vervoer van gevaarlijke stoffen plaats. Het invloedsgebied wordt bepaald door het vervoer van toxische stofcategorieën en is circa 4 kilometer. Het projectgebied bevindt zich in het invloedsgebied. Omdat de afstand groter is dan 200 meter hoeven volgens het Bevt geen beperkingen te worden gesteld aan het ruimtegebruik. Er kan worden volstaan met een beknopte verantwoording waarin nader wordt ingegaan op de bestrijdbaarheid bereikbaarheid en zelfredzaamheid. ,

,

Rho adviseurs voor leefruimte vestiging Rotterdam

44000796. 20171937

,

Beknopte verantwoording Bestrijdbaarheid en bereikbaarheid Voor zowel de bereikbaarheid en bestrijdbaarheid van 'dagelijkse incidenten' zoals brand of wateroverlast als voor calamiteiten op het gebied van externe veiligheid is het van belang dat de bereikbaarheid voor de hulpdiensten en bluswatervoorzieningen voldoende geborgd zijn. Bestrijdbaarheid van de omvang van een ramp of zwaar ongeval. Bij een calamiteit waarbij toxische stoffen (kunnen) vrijkomen zal de brandweer inzetten op het beperken of voorkomen van effecten. Deze inzet zal voornamelijk plaatsvinden bij de bron. De brandweer richt zich dan niet direct op het bestrijden van effecten in of nabij het projectgebied. De mogelijkheden voor bestrijdbaarheid worden daarom niet verder in beschouwing genomen. ,

,

,

,

,

Zelfredzaamheid In de toekomstige situatie zullen woningen en een kinderdagverblijf gerealiseerd worden. De aanwezige kinderen en ouderen worden gezien als verminderd zelfredzame personen. De mogelijkheden voor zelfredzaamheid bestaan globaal uit schuilen en ontvluchten. Als gevolg van een incident met toxische stoffen over het spoor geldt dat een toxische wolk zich snel kan ontwikkelen en verplaatsen. Dit effect is vaak niet zichtbaar. Zelfredzaamheid in deze scenario’s is alleen mogelijk als er tijdig alarmering plaatsvindt en gebouwen geschikt zijn om enkele uren te schuilen. Denk hierbij aan het sluiten van ramen en deuren en met name het installeren van mechanische ventilatievoorziening in ruimte bestemd voor de opvang van kinderen. Door de mechanische ventilatie afschakelbaar te maken (conform artikel 4. 124 lid van het Besluit leefomgeving (Bbl)) wordt voorkomen dat bij een incident op het spoor toxische stoffen versneld het gebouw worden ingezogen. Hiermee worden de aanwezigen beschermd tegen de blootstelling aan toxische gassen. Daarnaast dienen in het kader van effectieve zelfredzaamheid de gebruikers van de objecten door risicocommunicatie te worden geïnstrueerd over de risico's en de mogelijke maatregelen die zij kunnen nemen (sluiten van ramen en deuren en bediening van de mechanische ventilatie).

De alarmering van de aanwezigen wordt momenteel nog gerealiseerd middels het waarschuwings- en alarmeringssysteem (WAS). Dit systeem wordt de komende jaren uitgefaseerd. Het waarschuwingssysteem wordt vervangen door een totaal pakket aan alarmeringsmiddelen waaronder de calamiteitenzenders de sirenes crisis.nl NL-Alert en het gebruik van sociale media. ,

,

,

,

,

,

,

Conclusie Het projectgebied ligt binnen het invloedsgebied van het spoortraject Meteren – Den Bosch. In de beknopte verantwoording is op de zelfredzaamheid bestrijdbaarheid en bereikbaarheid van het projectgebied ingegaan. De veiligheidssituatie zal met de beoogde ontwikkeling niet significant verslechten en na het treffen en borgen van maatregelen ter bescherming van kinderen bij een externe calamiteit is er aanleiding om dit als een aanvaardbare situatie te beschouwen. Verder zijn in de directe omgeving van het projectgebied geen risicovolle bronnen aanwezig. Het aspect externe veiligheid vormt dan ook geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling. ,

4. 6.

Bedrijven en milieuhinder

Toetsingskader In het kader van een goede ruimtelijke ordening is het van belang dat bij de aanwezigheid van bedrijven in de omgeving van milieugevoelige functies zoals woningen: • ter plaatse van de woningen een goed woon- en leefmilieu kan worden gegarandeerd; • rekening wordt gehouden met de bedrijfsvoering en milieuruimte van de betreffende bedrijven. Om in de bestemmingsregeling de belangenafweging tussen bedrijvigheid en nieuwe woningen in voldoende mate mee te nemen wordt in dit plan gebruikgemaakt van de VNG-publicatie Bedrijven en milieuzonering (editie 2009). In deze publicatie is een lijst opgenomen waarin de meest voorkomende bedrijven en bedrijfsactiviteiten zijn gerangschikt naar mate van milieubelasting. Voor elke bedrijfsactiviteit is de maximale richtafstand ten opzichte van milieugevoelige functies aangegeven op grond waarvan de categorie-indeling heeft plaatsgevonden. ,

44000796. 20171937

Rho Adviseurs B. V. vestiging Rotterdam

17

De richtafstanden gelden ten opzichte van het omgevingstype 'rustige woonwijk'. Milieuzonering beperkt zich tot de milieuaspecten met een ruimtelijke dimensie: geluid geur gevaar en stof. ,

,

Onderzoek en conclusie In de omgeving van het projectgebied zijn verschillende functies aanwezig waaronder woningen winkels en horeca. Er zijn verschillende centrumfuncties in de omgeving van de ontwikkeling gelegen en het projectgebied grenst aan de belangrijke ontsluitingsweg Voorstraat. Er is dan ook sprake van gemengd gebied. ,

,

Momenteel is er in het projectgebied al een kinderdagverblijf gelegen. Deze zal uitgebreid worden naar het achterste gedeelte van het perceel. Aan de Voorstraat 3 bevindt zich een kleine aannemer. Aannemers met een werkplaats kleiner dan 1. 000 m 2 vallen volgens de VNG-brochure onder milieucategorie 2 met een richtafstand van 10 meter in een gemengd gebied. Het bedrijf grenst aan het projectgebied. Er wordt niet voldaan aan de richtafstand. Het maatgevende aspect betreft geluid. Het bedrijf heeft geen openlucht werkplaats alle werkzaamheden vinden inpandig plaats. Daarnaast moet het bedrijf momenteel al rekening houden met het bestaande kinderdagverblijf. Er is momenteel in het projectgebied derhalve al sprake van een aanvaardbare woon- en leefklimaat en het bedrijf wordt in de huidige situatie al beperkt in zijn bedrijfsvoering. De uitbreiding van het kinderdagverblijf aan de achterzijde van het perceel zal richting bestaande woningen komen maar aan de omliggende woningen aan de achterzijde wordt alsnog voldaan aan de richtafstand. ,

,

De bestaande woning wordt met de ontwikkeling gesplitst in twee appartementen. De woning wordt niet verder uitgebreid. In de huidige situatie moeten het kinderdagverblijf en de aannemer al rekening houden met deze woning en worden zij al beperkt in hun bedrijfsvoering. Dit zal met de ontwikkeling niet wijzigen. Wel zal enerzijds het lucht- en contactgeluid (BB2012) tussen de woningen en de inrichting dienen te voldoen en anderzijds moet worden voldaan aan afdeling 2. 8 van het Activiteitenbesluit gericht op het LArLT en LAmax tussen deze twee functies. Dit wordt duidelijk vanuit de aanvraag omgevingsvergunning bouw. ,

4. 7.

Ecologie

Toetsingskader Wet natuurbescherming: gebiedsbescherming en soortenbescherming Provinciale omgevingsverordening: Gelders Natuurnetwerk Onderzoek en conclusie Gebiedsbescherming Het plangebied maakt geen deel uit van een Natura 2000-gebied. Het dichtstbijzijnde stikstofgevoelige habitat is gelegen binnen Natura 2000-gebied ‘Vlijmens Ven Moerputten & Bossche Broek’. De rand van dit gebied ligt op circa 5. 600 meter van de planlocatie. Andere stikstofgevoelige habitats liggen binnen Natura2000 gebied ‘Rijntakken’ (gelegen op een afstand van circa 70 km) en ‘Loonse en Drunense Duinen & Leemkuilen’ (gelegen op circa 100 km). Versluis Advies heeft de aeriusberekening gemaakt (wordt als bijlage bij de vergunning gevoegd). Op basis van de resultaten uit de AERIUS-berekeningen voor zowel de gebruiks- als de realisatiefase blijkt dat er geen rekenresultaten worden weergegeven van stikstofdepositie op Natura-2000 gebieden. Geconcludeerd wordt dat er geen negatieve effecten op nabijgelegen Natura-2000 gebieden te verwachten zijn in het kader van stikstofdepositie. Er is geen reden die de realisatie en het gebruik van het plan in de ,

,

,

weg staat.

Rho adviseurs voor leefruimte vestiging Rotterdam

44000796. 20171937

Soortenbescherming Op basis van de quickscan (bijlage 2) die is uitgevoerd ter plaatse van het perceel Voorstraat 3 te Hedel blijkt dat de locatie mogelijk geschikt is als verblijfplaats voor de huismus en gebouwbewonende vleermuissoorten. Daarom is een nader onderzoek naar de huismus en gebouwbewonende vleermuissoorten uitgevoerd (bijlage 3). Hierin worden de volgende conclusies getrokken: Op de onderzoekslocatie zijn geen nest indicatieve waarnemingen gedaan in de periode 1 april tot en met 15 mei 2024. Hiermee zijn nesten van de huismus uit te sluiten binnen het te renoveren pand waardoor de sloop en renovatie niet leidt tot het verlies van nesten van de huismus. Derhalve is er geen sprake van een overtreding van de Omgevingswet en is een vergunningsaanvraag voor een flora en fauna activiteit in het kader van de Omgevingswet niet noodzakelijk voor verblijfsplaatsen van de huismus. De notenboom en laurierkersstruiken nabij de zuidoostelijke hoek aangrenzend aan de onderzoekslocatie worden gebruikt door de aanwezige huismussen. Echter blijven deze behouden en is er voldoende soortelijk en geschikter foerageergebied in de directe omgeving. Derhalve is er geen sprake van een overtreding van de Omgevingswet of de Wet natuurbescherming en is een ontheffing in het kader van de Omgevingswet niet noodzakelijk.

Wel dienen eventuele werkzaamheden dicht langs deze boom en struiken buiten het broedseizoen (15 maart - 1 augustus) uitgevoerd te worden. Op de onderzoekslocatie zijn geen verblijfplaatsen van vleermuizen waargenomen. Hierdoor is er bij de renovatie van het pand geen sprake van een overtreding van de Omgevingswet en is een vergunningsaanvraag voor een flora en fauna activiteit in het kader van de Omgevingswet niet noodzakelijk. Wel zijn er 2 invliegende gewone dwergvleermuizen waargenomen in de kopse gevel van het buurpand Voorstraat 1 welke aan de onderzoekslocatie grenst. Verlichting dient naar beneden en van het buurpand af te worden gericht. Daarbij wordt geadviseerd om gebruik te maken van vleermuisvriendelijke verlichting gedurende en na de werkzaamheden. Gedurende beide huismusonderzoeken zijn kauwen met nestmateriaal en mogelijk voedsel waargenomen in de schoorsteen op de zuidwestelijke hoek van het te renoveren pand. Gezien de aanwezigheid van een nestlocatie van kauwen in de schoorsteen dienen de werkzaamheden aan het pand buiten het broedseizoen (15 maart - 1 augustus) uitgevoerd te worden. Tijdens de vleermuis veldbezoeken is een egel waargenomen op de locatie echter betrof dit een enkele waarneming en is de egel enkel eenmalig waargenomen. Daarbij is de egel in Gelderland een vrijgestelde soort bij ruimtelijke ontwikkelingen.

Derhalve is er geen sprake van een overtreding van de Omgevingswet of de Wet natuurbescherming en is een ontheffing in het kader van de Omgevingswet niet noodzakelijk voor het voorkomen van de egel. Gezien er op de onderzoekslocatie vrijgestelde en algemene soorten voorkomen dient men zich aan de zorgplicht te houden. Geadviseerd wordt om een ecologisch werkprotocol aan te houden. Door bijvoorbeeld één werkrichting vast te leggen kunnen dieren wegvluchten van de werkzaamheden. De vluchtrichting moet wel naar een realistisch vluchtgebied leiden zoals de groene tuinen ten zuiden van de onderzoekslocatie. ,

,

,

,

Geconcludeerd wordt dat bij naleven van de genoemde adviezen het aspect ecologie de ontwikkeling niet in de weg staat.

44000796. 20171937

Rho Adviseurs B. V. vestiging Rotterdam

19

4. 8.

Archeologie

Toetsingskader Besluit ruimtelijke ordening Erfgoedwet Archeologische beleidskaart gemeente Maasdriel ,

,

Onderzoek en conclusie De gemeente Maasdriel heeft een Archeologische beleidskaart opgesteld waarbij verschillende archeologische waarden in de gemeente zijn vastgelegd. Voor de projectlocatie geldt de ‘waarde archeologie 3’ (figuur 4. 2). Voor deze locatie geldt een vrijstelling van onderzoek bij ontwikkelingen kleiner dan 500 m.2 De aanvraag blijft binnen de gestelde grenzen voor archeologisch onderzoek. Wel geldt de wettelijke meldingsplicht bij het doen van archeologische vondsten. Het aspect archeologie staat de ontwikkeling niet in de weg.

Figuur 4. 2 Uitsnede archeologische beleidskaart gemeente Maasdriel; projectgebied rood omlijnd

4. 9.

Geluid

Toetsingskader Ten aanzien van geluidhinder is de Wet geluidhinder (Wgh) van kracht. Doel van deze wet is het terugdringen van hinder als gevolg van geluid en het voorkomen van een toename van geluidhinder in de toekomst. Voor het onderhavige plan is alleen geluidhinder als gevolg van wegverkeerslawaai van belang. Woningen zijn volgens de Wet geluidhinder (Wgh) geluidgevoelige functies. Akoestisch onderzoek is noodzakelijk als de woningen binnen de geluidzone vallen van gezoneerde wegen. Op basis van jurisprudentie dient in het kader van een goede ruimtelijke ordening ook bij 30 km/h-wegen de aanvaardbaarheid van de geluidbelasting te worden onderbouwd. Onderzoek en conclusie Voor wegverkeerslawaai is relevant dat het project gelegen is binnen de geluidzone van de wegen Voorstraat (doorgaande weg) Blankensteijn Molenstraat Maasdijk Burgemeester J. Roseboomstraat en Molendijk. Het plan is tevens gelegen aan het gedeelte van de Voorstraat met een snelheidsregime van 30 km/uur (ventweg). Door Tritium Advies is een akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai uitgevoerd. Dit onderzoek is opgenomen in bijlage 4. Voor de 30 km/uur weg Voorstraat geldt dat de geluidbelasting op de gevels van de woningen de richtwaarde van 48 dB op geen enkel toetspunt overschrijdt. Voor de gezoneerde wegen Molenstraat Maasdijk en Burgmeester J.

Roseboomstraat geldt dat de geluidbelasting ten gevolge van het wegverkeer op deze wegen de voorkeursgrenswaarde van 48 dB op geen enkele gevel van de woningen overschrijdt. ,

,

,

,

,

Rho adviseurs voor leefruimte vestiging Rotterdam

44000796. 20171937

Voor de gezoneerde wegen Voorstraat (50 km/uur) en Blankensteijn geldt dat de geluidbelasting op de gevels van de woningen de voorkeursgrenswaarde van 48 dB overschrijdt. De maximale ontheffingswaarde van 63 dB voor nieuwbouw in stedelijk gebied wordt nergens overschreden. Derhalve is het noodzakelijk een hogere grenswaarde (HGW) procedure te volgen. De maatregelen beschreven in het akoestisch onderzoek gevelwering (bijlage 5) zullen uitgevoerd moeten worden. Met inachtneming van bovenstaande is sprake van een akoestisch aanvaardbaar woon- en leefklimaat.

44000796. 20171937

Rho Adviseurs B. V. vestiging Rotterdam

21

5.

Uitvoerbaarheid

5. 1.

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

5. 1. 1. Omgevingsvergunning voor het afwijken van het bestemmingsplan De beoogde ontwikkeling past niet binnen het geldende bestemmingsplan (zie Hoofdstuk 1). Op grond van artikel 2. 12 Wabo kan door middel van een omgevingsvergunning afgeweken worden van het geldende bestemmingsplan. Een belangrijke voorwaarde om te mogen afwijken is dat er wordt aangetoond dat de beoogde ontwikkeling niet in strijd is met de beginselen van een goede ruimtelijke ordening. Deze ruimtelijke onderbouwing toont aan dat de beoogde ontwikkeling voldoet aan de eisen van een goede ruimtelijke ordening: • de ontwikkeling wordt op een passende wijze stedenbouwkundig ingepast; • de (noodzaak van) ontwikkeling vloeit voort uit de geldende beleidskaders; • er zijn geen milieutechnische belemmeringen. 5. 1. 2. Wettelijk vooroverleg De concept ontwerp omgevingsvergunning wordt in het kader van het vooroverleg ex artikel 3. 1. 1 Besluit ruimtelijke ordening (Bro) toegezonden aan de overlegpartners van de gemeente Maasdriel. 5. 1. 3. Procedure In dit geval is de procedure conform Wabo 2. 12 van toepassing. Bij deze procedure moet binnen 6 maanden op een aanvraag worden beslist. In het kader van de inspraak en vooroverleg wordt een ieder in de gelegenheid gesteld om tegen het besluit tot verlenen van de omgevingsvergunning een zienswijze in te dienen. In een later stadium staat beroep open.

De reden is dat voor deze ontwikkeling de uitgebreide omgevingsvergunningprocedure (voor afwijking van het bestemmingsplan) wordt doorlopen.

5. 2.

Economische uitvoerbaarheid

5. 2. 1. Financiële haalbaarheid Deze ruimtelijke onderbouwing vormt het toetsingskader voor de geplande ontwikkeling. De initiatiefnemer heeft aannemelijk gemaakt over voldoende financiële middelen te beschikken om deze ontwikkeling te realiseren. Het project richt zich op een marktsegment waar momenteel vraag naar is. Hierdoor is het plan financieel haalbaar. 5. 2. 2. Grondexploitatie Doel van de in de Wet ruimtelijke ordening (Wro) opgenomen grondexploitatieregeling is het bieden van ruimere mogelijkheden voor het kostenverhaal en het creëren van meer sturingsmogelijkheden. Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen de publiekrechtelijke weg via een exploitatieplan en de privaatrechtelijke weg in de vorm van overeenkomsten. In het geval van een exploitatieplan kan de gemeente eisen en regels stellen voor de desbetreffende gronden (woning)bouwcategorieën en fasering. Bij de privaatrechtelijke weg worden dergelijke afspraken in een (anterieure) overeenkomst vastgelegd. ,

Rho adviseurs voor leefruimte vestiging Rotterdam

44000796. 20171937

De ontwikkeling die mogelijk wordt gemaakt is als 'bouwplan' aangemerkt. Voor dit plan is een anterieure overeenkomst opgesteld waarmee de kosten anderszins zijn verzekerd. Hierin zijn ook afspraken gemaakt ten aanzien van planschade er is tevens is een planschadeverhaalsovereenkomst opgesteld. ,

44000796. 20171937

Rho Adviseurs B. V. vestiging Rotterdam

BIJLAGEN

1

Verkennend

en

nader bodemonderzoek

Verkennendenaanvullendbodemonderzoek Voorstraat 3teHedel

Paelmans Projectgegevens

Rapportnummer

:

N230488.010

Datum

:

16 december 2024

rapportage

Verkennend

en

aanvullend bodemonderzoek

Voorstraat 3 te Hedel

Opdrachtgever

:

Bouwplanmakers,

de heer

(geanonimiseerd)

Onderwaard 2 5324 JV

AMMERZODEN

Contactpersoon Aelmans Milieu

:

Boormeester(s)

:

(geanonimiseerd) (geanonimiseerd)

Datum

:

22 september

uitvoering

mevrouw

(geanonimise rd)

Handtekening

2023,

11

en

29 maart 2024

Aelmans Milieu is een handelsnaam van Aelmans Milieu Oss B.V.

veitswa,,

Elone je

Landweerstraat-Zuid 109 T 0412 655 058

oss@aelmans.com

www.aelmans.com/milieu

cet Kd

\

SGS

Bodemonderzoek onder certificaatnr. VB-002

Op onze dienstverlening zijn de algemene voorwaarden van Aelmans Milieu Oss Aelmans Milieu Oss B.V, h.o. Aelmans

B.V. van toepassing die u vindt op www.aelmans.com. Milieu, is inschreven bij de Kamer van Koophandel onder nummer 16077486.

Aelmans Milieu voert zijn onderzoeken en keuringen zorgvuldig en volgens de geldende normen uit. Elk onderzoek of keuring is echter gebaseerd op een steekproef. Het is dus mogelijk dat afwijkingen voorkomen, of dat er zich onvoorziene omstandigheden voordoen die niet in dit onderzoek naar voren zijn gekomen. Het onderzoek is een momentopname en heeft een beperkte geldigheid: na het onderzoek kan een situatie immers wijzigen. Aelmans Milieu acht zich dan ook niet aansprakelijk voor hieruit voortvloeiende schade of gevolgen van welke aard dan ook.

Samenvatting OpeenterreinaandeVoorstraat 3teHedel iseenverkennendmilieukundigbodemonderzoeken eenaanvullendafperkendbodemonderzoekuitgevoerdzoalsvoorgeschrevenindeNederlandse normNEN5740endeNTA5755. Hetonderzoekisuitgevoerdopbasisvanderesultatenvanhethistorischonderzoekvande onderzoekslocatiendedirecteomgeving. Resultatenvanhetonderzoek Kenmerk 2 Oppervlakte(m) Bijmengingen(%) Terrein algemeen Resultaatbovengrond

Resultaatondergrond Resultaatgrondwater Resultaatasbest Conclusie

Aanbevelingen

N230488. 010 855 Baksteen,kooldeeltjes ,metselpuin, >AW/Streefwaarde Bodemindex >I Cadmium 001 , PAK10VROM (782) , Kobalt Koper 001 , Kwik Lood 016 , MineraleolieC10-C40 012 , PCB(som7) 016 , Kwik Lood 001 , Zink 033 , Molybdeen 001 , Barium 004 , 14 , mg/kgds Ineersteinstantiewassprakevantweebodemverontreinigingenophet terrein.Hetbetrof debovengrondvandenoordwestelijkeoprit(zink)enin hetmiddenvande‘achtertuin’ (PAK).Hetgrondwaterislichtverontreinigd. Omdeverontreinigingenafteperkeniseenaanvullendonderzoek uitgevoerdwaarvanderesultatenzijnverwerktindeonderhavige rapportage. Uithetaanvullendonderzoekisdezinkverontreinigingniet verifieerbaar gebleken.DeomvangvandePAKverontreinigingisbepaalden 3 Indebovengrondis bedraagtcirca60m. 14 , mg/kgd. s.aanasbest aangetoond.Hetgehalteaanasbestoverschrijdt zowel detoetsingswaarde voornaderonderzoeknaarasbest (van50mg/kgd.s. )alsde interventiewaarde(van100mg/kgd. s. )niet. MetbetrekkingtotdeaangetoondsterkePAKverontreinigingwordt geadviseerdom inoverlegtetredenmetbevoegdgezagomtrent de saneringsmogelijkheden. Desaneringsmethodeisonderandereafhankelijk vandegeplandenieuwbouw.Hiervoordienterminimaal 4wekenvoorhet startenvanhetgraveneenmeldingedaantewordenbijhetbevoegdegezag (gemeenteMaasdriel).

Inhoud 1. 1

2 2. 1 2. 2 2. 3

3 3. 1 3. 2 3. 3 3. 4 3. 5 3. 6 3. 7

4 4. 1 4. 2 4. 3 4. 4 4. 5

5 5. 1 5. 2 5. 3 5. 4

6 6. 1 6. 2 6. 3 6. 4

7 7. 1 7. 2

VERSIEBEHEER.......................................................................................................................4

INLEIDING....................................................................................................1 AANLEIDING..........................................................................................................................1 DOELSTELLING.......................................................................................................................1 KWALITEITSASPECTEN..............................................................................................................1

VOORONDERZOEK.......................................................................................3 TERREINGEGEVENS..................................................................................................................3 LOCATIEBESCHRIJVING.............................................................................................................3 BODEMKWALITEITSKAART.........................................................................................................6 PFAS..................................................................................................................................6 ASBEST................................................................................................................................7 BODEMOPBOUWENGEOHYDROLOGIE.........................................................................................7 CONCLUSIEVOORONDERZOEK....................................................................................................8

UITVOERINGVANHETVERKENNENDONDERZOEK.....................................9 VERANTWOORDINGVELDWERK..................................................................................................9 GROND................................................................................................................................9 GRONDWATER.....................................................................................................................10 VERANTWOORDING. .............................................................................................................11 AFWIJKINGENVANDEONDERZOEKSSTRATEGIE.............................................................................11

ANALYSERESULTATENVERKENNENDBODEMONDERZOEK.......................12 GROND..............................................................................................................................12 GRONDWATER.....................................................................................................................12 DISCLAIMERS.......................................................................................................................13 TOETSINGENINTERPRETATIEVANANALYSERESULTATEN.................................................................13

AANVULLENDAFPERKENDONDERZOEKENASBESTINGROND ONDERZOEK..............................................................................................14 WERKZAAMHEDEN. ..............................................................................................................14 ZINKVERONTREINIGING..........................................................................................................14 PAKVERONTREINIGING. ........................................................................................................15 ASBEST..............................................................................................................................17

CONCLUSIENAANBEVELINGEN...............................................................20 CONCLUSIE.........................................................................................................................20 AANBEVELINGEN..................................................................................................................20

BIJLAGEN BIJLAGE1 LIGGINGONDERZOEKSLOCATIE BIJLAGE2 LOCATIEOVERZICHTMETMONSTERNAMEPUNTEN BIJLAGE3 BOORSTATEN BIJLAGE4 ANALYSECERTIFICATEN BIJLAGE5 TOETSINGSKADER BIJLAGE6 WETTELIJKADER BIJLAGE7 LITERATUURLIJST BIJLAGE8 FOTOBIJLAGE BIJLAGE9 HISTORISCHEINFORMATIE

1. 1 Versiebeheer 1. 1. 1Oorspronkelijkeversie Rapportnummer :N230488. 008 Rapportdatum :15november2023 1. 1. 2Versie Onderstaandeversievervangt devoorgaandeversievanderapportage. Gereviseerdetekstals gevolgvancorrectiesen/oftoevoegingenisschuingedrukt. Revisies Versie 1

Datum 16-4-2024

Door AelmansMilieu

2

31-7-2024

AelmansMilieu

3

16-12-2024

AelmansMilieu

Reden AfperkingsterkezinkenPAK verontreiniging+asbest onderzoekNEN5707 BeoordelingODR,hoofdstuk 6enbijlage5 Paragraaf6.2,tabel resultatengrond

N230488. 010

2 Inleiding 2. 1 Aanleiding Bouwplanmakers teAmmerzodenheeftAelmansMilieuopdrachtgegevenvoorhetuitvoerenvan eenverkennendbodemonderzoekophetperceelaandeVoorstraat3teHedel.Naaanleidingvande resultatenvanhetverkennendbodemonderzoekiseenafperkendbodemonderzoekeneenasbest onderzoeknoguitgevoerd. Deresultatenvanbeideaanvullendeonderzoekenzijnindeonderhavige versievanderapportageopgenomen. Hetbodemonderzoekisuitgevoerdnaaraanleidingvandegeplandeherontwikkelingterplaatsevan hethierbovengenoemdeperceel. Hiertoeiseenverkennendbodemonderzoekuitgevoerd ,volgens deNederlandsenormenNEN5725,NEN5740enNEN5707. Hetaanvullendeafperkendeonderzoek isuitgevoerdconformdeNTA5755.

2. 2 Doelstelling Dedoelstellingvanditverkennendbodemonderzoekisomnategaanofdebodemterplaatsevan deonderzoekslocatieverontreinigdisenvanuitmilieukundigoogpuntgeschiktisvoorhetbeoogde gebruik.

2. 3 Kwaliteitsaspecten AelmansMilieuOssB. V.h. o.AelmansMilieuOssisopgrondvanartikel 12vanhetBesluit bodemkwaliteit (gewijzigdalsbedoeldinartikel 9vanhetBesluitbodemkwaliteit) erkendvoorde activiteit “Veldwerkbij milieuhygiënischbodemen(water)onderzoek”. Dezeerkenningeldtvoorde volgendeprotocollen: 2001-Plaatsenvanhandboringenenpeilbuizen ,makenvanboorbeschrijvingen ,nemen vangrondmonstersenwaterpassen 2002-Hetnemenvangrondwatermonsters 2003-Veldwerkbij milieuhygiënischwaterbodemonderzoek 2018-Maaiveldinspectienmonsternemingvanasbestinbodem Hetprocescertificaat ,afgegevendoordecertificerende instellingSGSIntron ,vanAelmansMilieute OssB. V.h. o.AelmansMilieuenhethierbij behorendebeeldmerkzijnuitsluitendvantoepassingop veldwerkbij milieuhygiënischbodemonderzoek ,verrichtvolgensNEN5740,NEN5720,NEN5707 en/ofNEN5725. Hetgeheleprocesvanhetbovengenoemdveldwerkinclusief dedaarvoor benodigdesecundaireprocessen ,datbegintbij deacceptatievandeopdrachtvoorhetveldwerken dateindigtbij deoverdrachtvandeveldwerkgegevensenmonsters ,inclusief hetdaarbij behorende veldwerkverslag ,aandeopdrachtgever ,wordtuitgevoerdconformdeeisenvanBRLSIKB2000ende daarbij horendeprotocollen. DeanalyseswordenuitgevoerdooreendoordeRaadvoor Accreditatierkendlaboratorium. VerkennendmilieukundigbodemonderzoekVoorstraat3teHedel AelmansMilieu

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15355377/1