CConstaterende datMaasdriel
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage Principeverzoek co-mestvergister Zeedijk 4 Hedel 20231218

Gemeenteraad 30 mei 2024, gemeente MaasdrielBij agendapunt: Principeverzoek co-mestvergister Zeedijk 4 Hedel6.253 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Borchgraven 2.5 7051 CW Varsseveld

Aan de gemeenteraad van Maasdriel van de gemeente Maasdriel Postbus 10.000 5330 GA Kerkdriel

Datum Kenmerk

: :

18 december 2023 2023-1812-2299-MD01

Betreft

:

Principeverzoek realisatie Mono+ op locatie Zeedijk 4 te Hedel

Tel. 0315 82 01 00 Fax. 0315 82 01 09 info@locisadviseurs.nl www.locisadviseurs.nl Kvk 54794528 IBAN NL 83 RABO 0162 126107 BTW-nr. NL851442948B01

Geachte raad, Op de locatie Zeedijk 4 te Hedel wordt door Melkveehouderij Van Zeelst V.O.F. (verder te noemen: cliënt) een melkrundveehouderij geëxploiteerd. Het betreft een bedrijf waar in de vergunde situatie sprake is van het houden van 252 melk- en kalfkoeien en 143 stuks vrouwelijk jongvee. Een bedrijf in een dergelijke omvang produceert op jaarbasis een aanzienlijke hoeveelheid mest. Daarom is het voor dit bedrijf interessant om de eigen mest op de locatie zelf te vergisten. De intentie is om hier een mestvergistingsinstallatie van het type Mono+ te realiseren (zie bijlagen). In eerste instantie gaat het hierbij om vergisting van mest van het eigen bedrijf, waaraan een relatief klein deel co-producten wordt toegevoegd. Het bedrijf wil daarnaast de mogelijkheid hebben om mest aan te voeren van derden voor het geval de mestproductie op het eigen bedrijf onverhoopt minder wordt. Het initiatief draagt bij aan een meer circulaire vorm van landbouw, waarbij energie wordt gewonnen uit mest en een vermindering van emissies van CO2, methaan en stikstof plaatsvindt ten opzichte van de situatie dat mest zonder vergisting over het land wordt uitgereden.

Figuur 1: Situering bedrijf (vergister gepland bij rode maker)

Het initiatief past niet binnen het ter plaatse geldende bestemmingsplan en de daarin opgenomen flexibiliteitsbepalingen. Er is een buitenplanse procedure nodig om de ontwikkeling mogelijk te maken. Om die reden is in eerste instantie op 3 oktober 2022 een aan het college van burgemeester en wethouders gericht principeverzoek ingediend. Op 14 februari heeft het college hierop een principebesluit genomen om geen medewerking te verlenen aan dit initiatief. De argumenten daarvoor waren: 1.

Er is sprake van co-vergisting en dit draagt bij aan een onwenselijke vergroting van het mest- en mineraaloverschot.

2.

Het aantal transportbewegingen neemt toe om biomassa en dierlijke mest te vervoeren van en naar de mestvergister.

3.

Het in strijd met het bestemmingsplan opwekken van energie voor niet-interne doeleinden.

Inmiddels hebben zich ontwikkelingen voorgedaan die naar wij hopen kunnen leiden tot een heroverweging van het bestuurlijk standpunt. Op 16 november 2023 hebben wij hierover ambtelijk vooroverleg gevoerd, waarbij is aangegeven dat een heroverweging van een principebesluit op een eerder ingediend principeverzoek niet mogelijk is. Wel kan een nieuw principeverzoek worden ingediend als zich nieuwe feiten of omstandigheden hebben voorgedaan. Daarvan is in dit geval sprake. In het vervolg van deze brief wordt daar verder op ingegaan. Vanwege het door de raad vastgestelde beleid inzake co-vergisting (zoals vastgelegd in het bestemmingsplan ‘Buitengebied herziening 2016’), waarmee het initiatief een veronderstelde strijdigheid oplevert, richten wij dit principeverzoek nu aan u. Onze vraag aan u is of u in principe bereid bent om medewerking te verlenen aan dit initiatief. Hieronder wordt nader ingegaan op het bestemmingsplan en volgt een toelichting op het initiatief.

Bestemmingsplan Voor de locatie Zeedijk 4 geldt het op 29 juni 2019 vastgestelde bestemmingsplan ‘Buitengebied herziening 2016’. Zoals valt op te maken uit figuur 2 geldt hier de enkelbestemming ‘Agrarisch met waarden’ met een bouwvlak.

Figuur 2: uitsnede verbeelding geldend bestemmingsplan

2

Een mestvergister is niet rechtstreeks toegestaan volgens het gestelde in artikel 4.1 van het bestemmingsplan. Wel kan op grond van artikel 4.5.4 bij omgevingsvergunning worden afgeweken van het bestemmingsplan. Daarbij gelden de volgende voorwaarden: a.

de mestvergister is uitsluitend toegestaan binnen het bouwvlak;

b.

de bouwhoogte mag niet meer bedragen dan 15 m;

c.

uitsluitend mest van het eigen bedrijf mag worden vergist;

d.

de opgewekte energie mag uitsluitend worden gebruikt ten behoeve van het eigen bedrijf.

Aan de voorwaarden c. en d. wordt in dit geval niet voldaan, omdat de wens bestaat om eventueel ook mest van andere bedrijven te kunnen vergisten en om het geproduceerde biogas niet voor eigen gebruik aan te wenden, maar in te voeden op het net. Naast de vergister zelf is voorzien in een digestaatopslag met een capaciteit van 3.000 m3. Op bijgevoegde plattegrondtekening in A1-formaat is de beoogde situering van de mestvergister en digestaatopslag aangegeven. Wegens het niet kunnen voldoen aan alle voorwaarden uit de afwijkingsbepaling, moet een buitenplanse procedure worden gevolgd. Dit kan in de vorm van een partiële herziening van het bestemmingsplan of een buitenplanse afwijking bij omgevingsvergunning. Volgens het inspraakverslag en de zienswijzennota bij het bestemmingsplan zijn bovenstaande voorwaarden opgenomen om onderscheid te maken tussen kleinschalige mestvergisters en grotere mestvergisters. Deze grotere mestvergisters vergen volgens de gemeentelijke reactie in het inspraakverslag een afzonderlijke afweging, waarna een afzonderlijke planologische procedure kan worden gevolgd. Er is naar onze mening sprake van een kleinschalige mestvergister, die past in de geest van datgene wat in het bestemmingsplan hieromtrent is geregeld.

Het feit dat niet uitsluitend mest van het eigen bedrijf wordt vergist en de opgewekte energie niet uitsluitend wordt gebruikt ten behoeve van het eigen bedrijf maakt niet dat hierdoor sprake zou zijn van een grotere mestvergister met een ongewenste ruimtelijke gevolgen. Het zondermeer uitsluiten van elke vorm van co-vergisting in het buitengebied is zoals wij dat kunnen beoordelen niet gebaseerd op gemeentelijk of provinciaal beleid. Belangrijk punt daarbij is dat het college van burgemeester en wethouders voor deze locatie al toestemming voor realisatie van een monomestvergister heeft verleend, waarbij eveneens niet werd voldaan aan de voorwaarde dat opgewekte energie uitsluitend mag worden gebruikt ten behoeve van het eigen bedrijf. In dat verband kan worden verwezen naar uw principebesluit van 21 juli 2023 met kenmerk 742262 en het besluit tot verlening van de omgevingsvergunning beperkte milieutoets (OBM) d.d. 5 september 2023 met kenmerk ODR2308161, waarin ook de activiteit ‘handelen in strijd met regels ruimtelijke ordening’ is meegenomen. Daarmee staat vast dat energielevering met een gasleiding blijkbaar geen onoverkomelijk bezwaar meer is voor het college. Dan blijft alleen de voorwaarde over dat uitsluitend mest van het eigen bedrijf mag worden vergist. Hierop wordt in het vervolg van deze brief nader ingegaan.

3

Omschrijving initiatief Het initiatief is hieronder puntsgewijs omschreven: •

De vergunde dieraantallen (156 melk- en kalfkoeien met Rav-code A1.100.2, 196 melk- en kalfkoeien met Ravcode A1.100.1 en 143 stuks vrouwelijk jongvee met Rav-code A3.100) veranderen niet door dit initiatief. Het betreft uitsluitend een uitbreiding van het bestaande bedrijf met Mono+, inclusief een digestaatopslag met een capaciteit van 3.000 m3.

•

De Mono+ bestaat uit één silo met een diameter van circa 30 meter, een technische unit en een invoerbak met hydraulisch deksel voor invoer van vaste stoffen/biomassa (invoer daarvan vindt minimaal één keer per week plaats). De installatie werkt volledig automatisch en is een gesloten systeem. Vloeibare mest wordt automatisch verpompt. In de bijlagen zijn een flyer, een niet-technische samenvatting en voorbeeldtekeningen van Mono+ opgenomen.

•

Het met Mono+ geproduceerde biogas zal worden ingevoed op het bestaande aardgasleidingnetwerk. Het netwerk beschikt daarvoor over voldoende capaciteit. Hierover moeten nadere afspraken worden gemaakt met de leidingbeheerder, maar de ervaring leert dat dit in soortgelijke gevallen nooit een probleem is.

•

Het is in beginsel de bedoeling om alleen de op het eigen bedrijf geproduceerde mest te vergisten. De capaciteit van de beoogde Mono+ is daarop afgestemd. Door externe omstandigheden kan het echter zo zijn dat er op termijn minder mest wordt geproduceerd op het eigen bedrijf (bijvoorbeeld door stikstofregels of andere door de overheid opgelegde beperkingen). Daarmee zou de bedrijfszekerheid voor Mono+ in het geding komen. Om die reden wil het bedrijf de mogelijkheid hebben om ook mest van derden te mogen aanvoeren.

•

De Mono+ is ondergeschikt aan de melkrundveehouderij. De ontwikkeling leidt dus niet tot een ander type bedrijvigheid en past in beginsel binnen een agrarische bestemming.

•

Het aantal extra vervoersbewegingen door de aanvoer van restproducten voor co-vergisting en de eventuele aanvoer van mest van derden blijft beperkt tot maximaal twee vrachtwagens per week, zodat de extra verkeersaantrekkende werking als gering kan worden betiteld.

•

Ten aanzien van de gewenste situering van de Mono+ wordt verwezen naar figuur 1 en bijgevoegde plattegrondtekening. Hierbij kan worden opgemerkt dat de installatie en opslagen binnen het bestaande agrarisch bouwvlak worden gerealiseerd.

•

De bouwhoogte van de mestvergister en bijbehorende onderdelen blijft ruimschoots onder de 15 meter.

•

Op voorhand lijkt geen sprake van vergunningplicht op grond van de Wet natuurbescherming in verband met stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden, omdat de afstand tot het meest nabijgelegen Natura 2000-gebied Rijntakken ruim 4,5 km bedraagt en sprake is van een gesloten systeem.

•

Voor de ontwikkeling is een vormvrije m.e.r.-beoordeling nodig, omdat in de beoogde situatie sprake is van een mestvergistingsinstallatie met een capaciteit van minder dan 50 ton per dag.

•

Voor uitbreiding van het bedrijf met Mono+ zijn omgevingsvergunningen voor de activiteiten milieu en bouwen vereist.

•

Milieukundig lijkt realisatie van Mono+ op deze locatie geen problemen op te leveren. Hieronder worden de belangrijkste milieuaspecten toegelicht: o

geur: bij Mono+ is sprake van een gesloten proces waarbij geen relevante geuremissies zijn te verwachten. Verder is sprake van een zodanige grote afstand tot omliggende woningen (> 300 meter) dat het aspect geur ook afgezet tegen de richtafstand voor geur van 100 meter uit de VNG-publicatie Bedrijven en milieuzonering geen probleem oplevert voor realisatie van een Mono+ op deze locatie;

4

o

geluid: de afstand tot omliggende woningen maakt realisatie van een Mono+ op deze locatie geen probleem (de richtafstand voor geluid bedraagt 100 meter);

o

externe veiligheid: de afstand tot omliggende woningen maakt realisatie van een Mono+ op deze locatie geen probleem (de richtafstand voor geluid bedraagt 30 meter, maar volgens het RIVM is deze afstand onderschat en zou moeten worden uitgegaan van 50 meter).

•

Andere omgevingsaspecten vormen op voorhand eveneens geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling. Benodigd onderzoek op het gebied van flora en fauna zal worden opgepakt bij positief bericht op dit principeverzoek. Ik hoor graag welke onderzoeken eventueel nog meer worden verlangd voor deze ontwikkeling.

•

Uiteraard wordt een goede landschappelijke inpassing nagestreefd. Hiervoor zullen wij een voorstel doen wanneer een positief principebesluit is genomen.

•

In de bestaande situatie is sprake van twee sleufsilo’s buiten het bouwvlak. Dit is toegestaan op grond van het bestemmingsplan. De bouwhoogte van de silo’s bedraagt minder dan 3 meter.

Type vergisting In het principebesluit van 14 februari 2023 is aangegeven dat het initiatief niet toeziet op monovergisting. Dat kunnen wij onderschrijven, zoals ook blijkt uit de bij dit principeverzoek aangeleverde stukken. Daarin is aangegeven dat sprake is van een aandeel van maximaal 20% aan voor co-vergisting in te zetten restproducten. Dit is veel minder dan bij reguliere co-vergisting het geval is, omdat hierbij in de regel sprake is van inzet van 50% aan restproducten. Overigens mag bij monovergisting naast mest sprake zijn van maximaal 5% aan toe te voegen restproducten, zodat het verschil met Mono+ niet eens zo groot is. Voor alle duidelijkheid: Mono+ enkel is de typeaanduiding van de mestvergister en betekent dus niet dat sprake is van monovergisting. Co-vergisting zorgt voor een hogere gasopbrengst dan monovergisting. Die hogere gasopbrengst is nodig om de installatie rendabel te laten draaien. Bij monovergisting is de gasopbrengst veel lager en kan de investering eigenlijk niet worden terugverdiend (zie ter illustratie figuur 3).

Bovendien is monovergisting te kwetsbaar (zeker ook nadat RVO de subsidie in het kader van SDE++ naar beneden heeft bijgesteld), omdat daarbij sprake moet zijn van continue invoer van dagverse mest (anders loopt de opbrengst van het biogas te ver terug), terwijl door het toevoegen van maximaal 20% co-producten de gasproductie op een stabiel hoog niveau kan worden gehouden. De hoeveelheid beschikbare mest vanuit het eigen bedrijf is een onzekere factor, onder meer vanwege ontwikkelingen op het gebied van inkrimping van de veestapel en meer verplichte en langere weidegang, waardoor minder mest in de stal ontstaat. Dat is ook de reden dat initiatiefnemer de mogelijkheid wil hebben om mest van derden aan te voeren. De capaciteit van de Mono+ installatie is afgestemd op wat het bedrijf momenteel produceert aan mest. Als die mestproductie op enig moment minder is moet er mest van derden worden aangevoerd om de Mono+ installatie optimaal te laten renderen. In de toekomst mogelijk verplicht te treffen emissiereducerende maatregelen, zoals toevoegen van additieven aan de mest of verneveling in de stal, dragen bij aan een verdere verlaging van de biogasopbrengst uit alleen mest. Belangrijk om op te merken is dat deze en andere maatregelen aanzienlijke risico's met zich meebrengen voor veehouders en niet als ondernemersrisico zouden moeten worden beschouwd.

5

Het is ook essentieel om te beseffen dat een eventuele SDE-subsidie dit risico niet afdekt. De SDE++ vergoedt namelijk het verschil tussen de kostprijs van hernieuwbare energie en de mogelijke opbrengsten, ook wel de onrendabele top genoemd. Dit betekent dat de SDE geen vangnet biedt voor een lagere productie door minder ingaande mest of mest met een lager biogaspotentieel. Om tot een voldoende rendabele en bedrijfszekere investering te komen is daarom de toevoeging van restproducten een must.

Figuur 3: verschil in o.a. opbrengst biogas per type vergister

In figuur 4 is het verschil in biogaspotentieel voor mest en verschillende restproducten aangegeven. Daaruit wordt duidelijk dat monovergisting een laag biogaspotentieel heeft. Zeker als daarbij wordt bedacht dat de waarden uit de grafiek betrekking hebben op dagverse mest. Bij niet-dagverse mest zakt zoals eerder gezegd de productie van biogas fors in.

6

Figuur 4: verschil in o.a. opbrengst biogas per type vergister

Voor wat betreft de toe te voegen restproducten mag om digestaat als dierlijke meststof te mogen verhandelen uitsluitend gebruik worden gemaakt van de producten genoemd in bijlage Aa onder IV bij de Uitvoeringsregeling Meststoffenwet. Om zorgen over de aard van de gebruikte restproducten te voorkomen zou gebruik kunnen worden gemaakt van de volgende “top 10-lijst”: 1.

sheanuts/cacaodoppen (vaste stof): omhulsels van sheanoten/cacaobonen;

2.

graanresten (vaste stof): omhulsels van het graan;

3.

zonnebloempitten (vaste stof): omhulsels van zonnebloempitten, die worden uitgeperst voor olie;

4.

sojahullen (vaste stof): omhulsels van sojabonen;

5.

zetmeel (vloeibaar): overblijfsels uit zetmeelfabriek;

6.

fruitmix (vloeibaar): fruit dat over datum en vermoest is en groenten- en fruitrestanten;

7.

slijmstof/WLOM (vloeibaar): reststof die vrijkomt bij het fabrieksmatig ontslijmen van ruwe plantaardige olie;

8.

organisch residu (vloeibaar): reststof die vrijkomt bij de fabrieksmatige winning van plantaardige glycerine door destillatie uit de ruwe glycerine van biodiesel- en vetzuurproductie;

9.

soja velasse (vloeibaar): reststof die is verkregen bij de verwerking van sojabonen en die in hoofdzaak bestaat uit suikers (sojasuiker);

10. protamelase (vloeibaar): ingedikt aardappel vruchtwater, een reststof die vrijkomt bij het fabrieksmatig verwerken van aardappelen tot zetmeel, vezels en eiwit. Borging van het type toe te passen restproducten is mogelijk in het bestemmingsplan (straks: omgevingsplan) of in een omgevingsvergunning, Daarbij is het zo geregeld dat elke vracht aan aangevoerde restproducten moet zijn gewogen en bemonsterd. De NVWA ziet hier actief op toe. Verder is in het kader van kwaliteitsmanagement sprake van een vrijwillige borging, die echter zeker niet vrijblijvend is, omdat hierbij met audits wordt gecontroleerd of het bedrijf werkt volgens de eisen.

7

Vergroting mest- en mineraaloverschot Wij zijn het oneens met de stelling van het college dat vergisting bijdraagt aan het vergroten van het mest- en mineraaloverschot. Daarvan is in onze optiek geen sprake. De mest en mineralen zijn immers voorafgaand aan vergisting ook al aanwezig in de dierlijke meststoffen en restproducten en worden niet vergroot door vergisting. Wel is het zo dat door co-vergisting sprake is van meer meststoffen dan voorafgaand aan vergisting. Daarentegen zijn reststoffen nuttig aangewend, wordt biogas geproduceerd en ontstaat een hoogwaardiger product. Digestaat is als meststof van veel hogere kwaliteit dan reguliere dierlijke mest en kan ook worden aangewend als kunstmestvervanger. Het gaat bij deze afweging dus niet louter om de kwantiteit. Zoals hiervoor al is aangegeven is bij de Mono+ vergister bovendien slechts sprake van maximaal 20% voor covergisting in te zetten restproducten. Ten opzichte van reguliere co-vergisters is sprake van maar liefst 60% minder toevoeging aan restproducten. In onderstaande staafdiagrammen is dit gevisualiseerd, specifiek voor de situatie van dit bedrijf.

Figuur 5: verschil in hoeveelheden in te voeren restproducten bij reguliere co-vergisting en Mono+

Daarnaast heeft vanuit de kringloopgedachte een nuttige aanwendig van restproducten de voorkeur boven minder hoogwaardige bestemmingen. Het maakt vanuit de kringloopgedachte geen wezenlijk verschil of deze restproducten worden ingezet als veevoer of direct voor co-vergisting worden ingezet. Bij monovergisting zou sprake zijn van indirecte inzet van restproducten in de vergister (via de mest), terwijl bij co-vergisting naast mest sprake is van directe inzet van restproducten in de vergister. In beide gevallen is in feite sprake van het sluiten van dezelfde kringloop.

Figuur 6: circulair voerspectrum

8

Binnen het bedrijf is op jaarbasis sprake van het volgende verbruik aan veevoer: -

ruwvoer in de vorm van gras (1170 ton) en maïs (2300 ton);

-

restvoer in de vorm van tarwegistcocentraat (260 ton) en bietenperspulp (550 ton).

De overblijvende ruwvoerresten zijn minimaal, aangezien het restvoer wat overblijft naar het jongvee gaat. Wekelijks gaat het daarbij om iets van een kruiwagen aan ruwvoer. Voor wat betreft de maximale hoeveelheid invoer aan reststoffen is het volgende rekensommetje te maken: 20% maal 11.000 m3 mest per jaar is 2.200 m3 aan reststoffen per jaar. Hiermee wordt 10.670 m3 per jaar aan digestaat geproduceeerd. Hiervan wordt 75% afgezet (diezelfde hoeveelheid gaat nu weg als drijfmest) en 25% wordt aangewend op eigen gronden. Verder kan nog worden vermeld dat onkruidzaden door vergisting met Mono+ in ieder geval deels worden gedood. Dat betekent dat aanwending van digestaat bijdraagt aan een reductie in het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen. Aanwending van digestaat levert ten opzichte van mest dus minder risico’s op ontkiemend onkruidzaad op.

Energietransitie en klimaat Door de opwekking van biogas wordt een bijdrage aan de energietransitie geleverd in de vorm van hernieuwbare energiebronnen. In de Regionale Energiestrategie 1.0 FruitDelta Rivierenland wordt hoofdzakelijk ingezet op windturbines, zonnepanelen en wamte. Biogas wordt daarbij onder het onderdeel warmte geschaard. In de RES wordt aangeven dat er nog flinke stappen moeten worden gezet om lokaal te kunnen voorzien in duurzame warmte. Daarbij moet meer dan nu worden ingezet op projecten om onder andere de productie van biogas van de grond te krijgen. Mono+ kan hieraan bij uitstek een bijdrage leveren, zonder dat dit ten koste gaat van ruimtelijke kwaliteit. Ten aanzien van klimaat kan worden opgemerkt dat mestvergisting effectief bijdraagt aan het terugdringen van methaanemissies. Methaan is een sterk broeikasgas dat ontstaat bij opslag van onbewerkte mest. Vergisting van mest voorkomt methaanemissies en levert daarnaast energie in de vorm van biogas. Bij co-vergisting worden daarnaast co-producten toegevoegd, waardoor de biogasproductie fors toeneemt. Co-vergisting past binnen kringlooplandbouw, omdat nutriënten uit co-producten op deze manier een nuttige bestemming in de landbouw krijgen. Daarnaast is het zo dat door mestvergisting sprake is van minder langdurige opslag van mest in de stal.

Daardoor neemt de ammoniakemissie af en is sprake van vermindering van de stikstofdepositie op omliggende Natura 2000gebieden.

Geringe toename aantal transportbewegingen Het initiatief leidt lokaal tot meer transportbewegingen, maar er hoeft niet te worden gevreesd voor verkeersoverlast. Het gaat maximaal om 2 extra vrachtwagens per week. In de bestaande situatie is sprake van circa 8 vrachtwagens en 10 personenauto’s per week en daarnaast van diverse af- en aanrijdende trekkers, die mede worden ingezet voor het verrichten van loonwerk.

9

De Zeedijk en het onderliggende wegennet hebben voldoende capaciteit om deze extra voertuigbewegingen te kunnen verwerken. Het gaat in de beoogde situatie om een zodanig geringe toename van het aantal voertuigbewegingen dat hierin eigenlijk geen valide argument kan worden gevonden om tegen deze ontwikkeling te zijn. Bij realisatie van een mestvergister op een bedrijventerrein is bovendien eveneens sprake van transportbewegingen vanuit het landelijk gebied. Hierbij is zelfs sprake van aanzienlijk meer transportbewegingen, omdat dan alles vanuit het bedrijf moet worden aan- en afgevoerd naar het bedrijventerrein (op basis van 11.000 m3 aan mest en 2.200 m3 aan reststoffen zijn dat jaarlijks circa 750 transportbewegingen). Bovendien vinden de transportbewegingen plaats over grotere afstand, omdat de intentie voor de locatie Zeedijk 4 is om indien de noodzaak zich daartoe voordoet naast de eigen mest vooral mest van nabijgelegen veehouderijen aan te voeren. Daarbij is het lang niet ieder individueel bedrijf gegeven om een eigen mestvergister te realiseren, zodat het vanuit een coöperatieve en regionale kringloopgedachte juist is toe te juichen dat omliggende bedrijven de mogelijkheid hebben om op korte afstand en tegen gunstige tarieven hun overtollige mest te kunnen afzetten.

Daar komt sowieso nog bij dat er regionaal meer mesttransporten zullen gaan plaatsvinden, omdat er minder mestafzetmogelijkheden beschikbaar komen op landbouwgronden rondom bedrijven. De oorzaken hiervan zijn onder meer de afbouw van de derogatie, de Uitvoeringsregeling bufferstroken en de aanwijzing van extra nutriënten verontreinigde gebieden.

Terugleveren energie in de vorm van biogas De opgewekte energie mag volgens het bestemmingsplan uitsluitend worden gebruikt ten behoeve van het eigen bedrijf, waardoor de uitbreiding met Mono+ volgens het principebesluit van 14 februari 2023 zou resulteren in een andere vorm van bedrijf. Het bedrijf zou volgens dat principebesluit zelfs niet langer te beschouwen zijn als een agrarisch bedrijf. Deze opvatting delen wij niet. Qua ruimtebeslag, ruimtelijke uitstraling en feitelijke bedrijfsvoering blijft in de beoogde situatie nadrukkelijk sprake van een melkrundveehouderijbedrijf. Dit verschilt niet wezenlijk van de momenteel vergunde situatie met monomestvergister. De effecten van de mestvergister zijn bovendien ondergeschikt aan de effecten die kunnen optreden als gevolg van de veehouderij. De Mono+ is nadrukkelijk een neventak van het agrarisch bedrijf en zeker niet als afzonderlijke hoofdtak te beschouwen. Dit is in het bestemmingsplan te regelen door de agrarische bestemming te behouden en daarnaast een aanduiding “nevenactiviteit mestverwerking gecombineerd met energieopwekking” op te nemen. Voor wat betreft de energieopwekking anders dan voor gebruik door het eigen bedrijf kan worden opgemerkt dat dit in het buitengebied van de gemeente Maasdriel in andere vormen wel is toegestaan.

Hierbij kan worden gedacht aan zonneparken, waarbij eveneens wordt teruggeleverd aan het net. Daarnaast is zoals eerder vermeld die teruglevering bij besluit van 5 september 2023 nu al vergund in de situatie met monomestvergister. Niet valt in te zien waarom daar in het geval van Mono+ anders mee zou moeten worden omgegaan.

10

Tot slot Het is op zich te begrijpen dat een generiek bestemmingsplan niet voorziet in mogelijkheden voor co-vergisting, omdat altijd maatwerk nodig is waarbij het initiatief in relatie tot de omgeving moet worden beoordeeld en je als gemeente niet alles overal moet willen. Naar ons idee is de ontwikkeling van Mono+ op de locatie Zeedijk 4 te Hedel een schoolvoorbeeld waarbij dit maatwerk kan worden geleverd. De ruimtelijke impact van Mono+ op deze locatie is op alle vlakken zodanig beperkt dat geen strijdigheid ontstaat met het beginsel van een goede ruimtelijke ordening. Bovendien is geen sprake van een initiatief op het gebied van grootschalige co-vergisting. Ik verzoek u namens cliënt om medewerking te verlenen in de vorm van een positief principebesluit. Daarbij hoor ik graag uw suggesties en randvoorwaarden voor de verdere invulling van het initiatief, inclusief de hiervoor te doorlopen procedure. Ik verwacht u met deze brief en toegevoegde bijlagen voldoende te hebben geïnformeerd over de beoogde ontwikkeling. In geval van vragen of onduidelijkheden kunt u contact met mij opnemen via de e-mail (m.daalwijk@locisadviseurs.nl) of telefoon (06-51219879). Hoogachtend, Namens Melkveehouderij Van Zeelst V.O.F. en BioValue B.V.,

Ing. M. Daalwijk Adviseur ruimtelijke ordening en milieu

Bijlagen: 1. Flyer Mono+ 2. Notitie Monoplus vergisting BioValue 3. Tekeningen Mono+ 4. Plattegrondtekening A1

11

BIJLAGE 1

Mono+ is volledige ontzorging mét rendement Wij ontwikkelen, financiëren, bouwen en exploiteren een biogasinstallatie voor het vergisten van uw dierlijke mest in een full-service concept.

Uw mest is geld waard! Het is niet de vraag óf uw mest in te toekomst zal worden vergist, maar wanneer dit gaat gebeuren. Dierlijke mest van koeien of varkens bevat waardevolle energie. Door de mest zonder vergisting over het land uit te rijden gaat deze energie verloren en zorgt het uitrijden voor emissies van onder andere CO2, methaan en stikstof. Voor een circulaire landbouw is vergisting dus essentieel. Aan de andere kant, vergisting is vakwerk en kost veel tijd, geld en inzet. Mono+ biedt een concept waarbij de veehouder volledig wordt ontzorgd. Wel de lusten, niet de lasten.

80%

mest

groengas

restafval

20%

bemesting

kringlooplandbouw Mono+ is een concept van Agradu BV. Agradu staat voor Agrarisch Duurzaam. Sinds 2011 produceren we hernieuwbaar aardgas en sindsdien zijn we uitgegroeid tot één van de grootste groengas producenten van Nederland.

De energie en emissie wordt uit de mest gehaald, mineralen blijven behouden voor hergebruik.

klimaat Reductie emissies van methaan, CO2 en stikstof.

volledige ontzorging

Mineraal neutraal

Mono+ verzorgt de volledige

De veehouder krijgt nooit

ontwikkeling, financiëring en exploitatie, de veehouder krijgt een vaste vergoeding per geleverde ton mest.

meer mineralen terug dan er geleverd zijn, het overschot wordt afgevoerd.

Constructie De veehouder stelt een stuk grond beschikbaar van circa 30x40 meter, met eventueel nog een (kleine) sleufsilo. Mono+ bouwt en exploiteert hier een biogasinstallatie. De veehouder ontvangt jaarlijks een vaste vergoeding voor gebruik van de grond en ontvangt jaarlijks een vergoeding per geleverde kuub mest. De grond blijft eigendom van de veehouder. Optioneel kan er 20% mest- of biomassa van derden worden aangevoerd, waarbij de vergoeding voor de veehouder dan omhoog gaat.

Hoe werkt de installatie? De Mono+ installatie bevat Één silo met een diameter van circa 30 meter, een nette technische unit van 16x3 meter en een invoerbak met hydraulisch deksel voor input van vaste stoffen. De installatie werkt volledig automatisch en is een gesloten systeem. Vaste stoffen hoeven slechts 1x per week te worden ingevoerd, maar dit mag ook vaker. Vloeibare mest wordt automatisch verpompt. De geleverde mineralen uit eigen mest zijn maatgevend voor de hoeveelheid digestaat die de veehouder weer terug krijgt. Indien de veehouder een mestoverschot heeft, kan Mono+ het overschot afzetten.

Subsidievrij De installatie draait volledig zonder subsidies. Dit betekent dat u ook snel aan de slag kunt. Wanneer de vergunning is verleend, kan het project starten. Mono+ vraagt gratis de milieuvergunning voor u aan.

Mono+ is onderdeel van

Heeft u nog vragen? monoplus.nl

info@monoplus.nl

085 401 29 80

BIJLAGE 2

Monoplus vergister Deze notitie vat de belangrijkste, niet-technische onderdelen van monoplus (ook wel mono+) vergisting samen.

Waarom biogas? Biogasproductie op de boerderijen in Nederland zit in de lift. Een landelijke uitrol van vergisting en verwerking van mest, zowel op boerderijschaal als op grote schaal, is noodzakelijk om de wereldwijde doelstellingen op het gebied van duurzame energie te halen. Ook is het essentieel voor de Nederlandse en Europese doelstellingen op het gebied van circulaire landbouw en reductie van emissies uit mest.

Vergisten op boerderijschaal Er zijn meerdere opties om op boerderijschaal biogas te produceren. Hieronder lichten we mono-vergisting, co-vergisting en ons concept monoplus vergisting toe.

Mono-vergisting Het “gewone” Mono-vergisten van mest is in opkomst, maar levert nog veel problemen op. De belangrijkste problemen zijn een hoog verbruik van externe elektriciteit en warmte in combinatie met een laag financieel rendement. Daar komt nog bij dat mono-vergisten van mest wel de energie uit de mest haalt en de emissies verminderd, maar dat de mest nog niet wordt verwerkt. De techniek daarvoor is eenvoudigweg te duur gezien het rendement.

Co-vergisting Co-vergisting van mest op het platteland is omstreden, vanwege het aantal transport bewegingen, grote impact op de boerenerven en problemen met geuroverlast. De techniek is daarentegen wel enorm vooruitgegaan, waardoor bij moderne installaties geuroverlast geen probleem meer is. Maar vanwege de omvang hebben deze installaties een te groot negatief effect op het boerenerf en de omgeving.

1

Monoplus vergisting Monoplus is een nieuw concept dat ontwikkeld is door BioValue BV. Dit combineert eenvoudigweg de voordelen van beide bovenstaande technieken. Door de focus te houden op bedrijfseigen mest en daar een klein deel coproducten*1 aan toe te voegen, wordt de energieproductie en de CO2 uitstoot met een factor 5 verhoogd en kan tegelijkertijd het grootste gedeelte van de mest van de veehouder worden verwerkt. Daarbij is het financieel rendement een stuk hoger, en dat zonder exploitatiesubsidies (SDE Stimulering Duurzame Energie). co-producten*1 Betreft food waste, uitsluitend afkomstig van organische herkomst, de producten zijn conform bijlange Aa onderdeel IV van de meststoffen wet en ISCC. Hiernaast geeft deze toevoeging een maximale zekerheid voor de investering naar de toekomst. Zeker van belang met de huidige onzekerheid in de sector die belemmerend werkt voor de energietransitie. Zoals in het realisatieplan ‘Op weg met nieuw perspectief’ van RVO wordt aangegeven is naast de stikstof ook de reductie van CO2 een opgave waarnaartoe gewerkt moet gaan worden. Enkele onzekerheden waar de sector nu tegen aanloopt zijn:

1. Beschikbaarheid van dagverse mest. 90% van de veehouders hebben traditionele roostervloeren en moeten investeren in dichte emissiearme vloeren om dagverse mest aan te leveren aan de mono-vergister. Dit is bij de standaard mono-vergisters een voorwaarde. De werking en Rav goedkeuring van deze vloer ligt op dit moment ter discussie en er is op korte termijn geen zicht op goedgekeurde alternatieven. Dagverse mest is bij het Monoplus concept geen voorwaarde, door het toevoegen van maximaal 20% co-producten kunnen we de gasproductie op een stabiel hoog niveau houden voor een optimale opbrengst. 2. Mogelijke verplichting van voedingsadditieven, welke ammoniak maar ook methaan reduceren. Een inmiddels door EU goedgekeurde product is de methaanremmer Bovear van DSM. Deze zijn bedoeld voor de reductie van het etherische methaan maar hebben ook grote negatieven invloed op de productie van biogas. 3. Toevoeging van water in mestkelders ten bate van ammoniak reductie in de stal. De toevoeging van water aan mest heeft een duidelijk negatieve invloed op de productie van biogas. 4. Inkrimping van de veestapel. Minder mest betekend minder grondstoffen waaruit biogas kan worden geproduceerd. Door toevoeging van co-producten kan de productie beter worden gegarandeerd. 5. Mogelijke aanpassing rantsoen.

Een minder eiwitrijk rantsoen reduceert ammoniak vorming in de stal, maar heeft ook negatieve invloed op de biogas productie. 6. Mogelijk (verplicht) meer weidegang, heeft invloed op de beschikbaarheid van grondstof in de vergister.

2

Monoplus details en voordelen De details en voordelen van Monoplus vergisting in het kort: • • • • • • • •

Uitsluitend mest van eigen bedrijf. Mest co-vergisting: 60% mest, 10% eigen reststromen, 30% reststromen van derden. Voetprint is ongeveer 30 x 40 meter. Zeer laag membraan dak, dat geeft een optimale ruimtelijke inpassing. Een compact ontwerp. 1 silo en 1 gebouw inclusief luchtbehandeling. Organische restproducten en verwerkte mest wordt volledig binnen opgeslagen. Daardoor ervaar je geen geurhinder. De mest van de veehouder wordt grotendeels verwerkt en afgezet als compost. Uitbreidingsoptie a: de installatie is voorbereid voor vervloeiing naar bioLNG. Uitbreidingsoptie b: de installatie is voorbereid voor volledige verwerking van het digestaat.

Geur en emissies Het biogas proces is een gesloten proces. De vergistingstank bevat een dubbelmembraandak, het biogas dat onder het onderste membraan zit, wordt in een volledig gesloten proces omgezet naar methaan. De lucht tussen beide membranen in, wordt samen met de lucht uit het volledig gesloten gebouw en verdringingslucht uit ladende vrachtwagens afgezogen naar een actief kool filter. Dit is de best beschikbare techniek (BBT) en hierdoor is de gehele installatie luchtdicht en geurvrij. Het biogas-opwaardeer proces heeft een kleine reststroom van schone, absoluut geurloos CO2 gas. Deze uitstoot voldoet aan de wettelijke regelgeving qua waarden en methaanslip.

3

Geluid Qua geluid plukt de omgeving ook hier de vruchten van de volledig inpandige opstelling. Hierdoor zal de geluidsemissie geen significant effect op de omgeving hebben. Er zijn twee noodkoelers aanwezig die (indien actief) het meeste geluid produceren, deze zullen met extra stille ventilators worden uitgerust.

Impressie Investering De biogasinstallatie is relatief goedkoop door z’n eenvoud. Er wordt geen gebruik gemaakt van losse silo’s, containers of andere storende elementen, alle techniek zit compact in één net gebouw. In totaal verwachten we een investering van 2 miljoen euro. Inclusief biogas opwaardeerinstallatie en alle netaansluitingen (elektriciteit en aardgas). Dit is 3 keer hoger dan een mono-vergister, maar de energieproductie en het rendement zijn 5 keer hoger. Dit is de meest efficiënte inzet van de investering.

4

Opbrengsten BioValue is specialist op het gebied van groen gas voor de transportsector. Dit betekent dus dat het gas niet (met exploitatiesubsidies) wordt ingezet voor huishoudens, maar dat de certificaten van het gas worden verkocht aan de transportsector. In 2021 is meer dan 30% van alle in Nederland verkochte CNG (Compressed Natural Gas) afkomstig van de BioValue installaties. Onze positie en kennis zetten we in bij de Monoplus installaties. Het biogas wordt dan ook volledig zonder subsidie geproduceerd. Een volgende stap is het vervloeien van aardgas. Wij denken dat onze Monoplus vergisters daar zeer geschikt voor zijn. De vrachtwagens van de melkfabriek kunnen daar bijvoorbeeld op rijden, maar daarnaast ook de tractoren van de veehouder. Dit is een grote stap richting circulaire landbouw.

Wie is BioValue? BioValue is één van de grotere spelers op de Nederlandse biogasmarkt en gespecialiseerd in de ontwikkeling, bouw en exploitatie van biogasinstallaties. BioValue produceert op 5 verschillende locaties verspreid over Nederland duurzame energie uit organische restproducten zoals dierlijke mest en organisch afval. Eindproducten zijn groene stroom, groengas, bio-CNG en bio-LNG. Daarnaast produceert BioValue ook organische meststoffen en kunstmestvervangers. BioValue heeft de afgelopen tijd gewerkt aan de ontwikkeling van het Monoplus concept en wil dit landelijk uitrollen om daarmee de energietransitie en circulaire landbouw te versnellen.

5

BIJLAGE 3

Agradu Biogas BV

Tsjukemarwei 6 8521 NA Sint Nicolaasga 085-4012980 www.agradu.nl info@agradu.nl KvK 80759521

PROJECT

Mono+ vergisting 20%

CLIENT

Local Green Gas Installatie 15.000 M3/jr

DRAWN BY

Ids Schaap

ISSUE

MM.DD.YY

RE-ISSUE

MM.DD.YY

DESCRIPTION

Algemene impressie V1.0 3D schets

A

0.1

Agradu Biogas BV

Tsjukemarwei 6 8521 NA Sint Nicolaasga 085-4012980 www.agradu.nl info@agradu.nl KvK 80759521

PROJECT

Mono+ vergisting 20%

CLIENT

Local Green Gas Installatie 15.000 M3/jr

DRAWN BY

Ids Schaap

ISSUE

MM.DD.YY

RE-ISSUE

MM.DD.YY

DESCRIPTION

Algemene impressie V1.0 Vooraanzicht

A

0.2

Agradu Biogas BV

Tsjukemarwei 6 8521 NA Sint Nicolaasga 085-4012980 www.agradu.nl info@agradu.nl KvK 80759521

PROJECT

Mono+ vergisting 20%

CLIENT

Local Green Gas Installatie 15.000 M3/jr

DRAWN BY

Ids Schaap

ISSUE

MM.DD.YY

RE-ISSUE

MM.DD.YY

DESCRIPTION

Algemene impressie V1.0 3D schets

A

0.3

Agradu Biogas BV

Tsjukemarwei 6 8521 NA Sint Nicolaasga 085-4012980 www.agradu.nl info@agradu.nl KvK 80759521

PROJECT

Mono+ vergisting 20%

CLIENT

Local Green Gas Installatie 15.000 M3/jr

DRAWN BY

Ids Schaap

ISSUE

MM.DD.YY

RE-ISSUE

MM.DD.YY

DESCRIPTION

Algemene impressie V1.0 Zonder maatvoeringen

A

0.4

Nr.

7

Ø

00 260

Vermogen (kW)

Omschrijving

Inhoud (m3)

1.

Hoofdvergister

2220

2.

Navergister

960

3.

Onder- en overdrukventiel

4.

Bordes en kijkglazen

Bijzonderheden

Max. 300 m3//uur

5.

Gasdak met blower

6.

Roerwerk

11

1310 Bron op 3 m hoogte, 75 dB(A) 1m

7.

Dompelmixer

11

Bron op 3 m hoogte, 75 dB(A) 1m

8.

Dompelmixer

11

Bron op 3 m hoogte, 75 dB(A) 1m

21.

Circulatiepomp

7,5

Centrifugaalpomp

22.

Invoerpomp

5,5

Verdringerpomp

23.

Warmteverdeler

2,2

24.

Luchtdoseerpomp

0,75

25.

Luchtcompressor

1,8

31.

Besturingskast vergister

32.

Besturingskast groen gas installatie

41.

Biogas compressor

42.

Membraamfilters

43.

Poortwachter

44.

Noodkoeler

Totale aansluitwaarde 250a 30

0

0 40

30000

Ø1

2,2

Bron op 3,5 m hoogte 70 dB(A) 1m

Bron op 1,2 m hoogte, 65 dB(A) 1m

45.

Actief koolfilters (2x)

46.

Warmtepomp

5,5

61.

Vaste stof invoer 323

3

62.

Verdeelwals

1,75

63.

Horizontale vijzel

2,2

64.

Verticale vijzel

5,5

65.

Diagonale vijzel

3

66.

Hydraulische afdekklep

67

Opslagsilo 1

50

68

Opslagsilo 2

50

29

Bron op 3 m hoogte, 65db(A) 1m

navergister

8 6

Pompruimte en opwaardering (12x3x3 m)

Resonantie 65 dB(A) 1m

5

silo 2 hoofdvergister 4

72

1 silo 1

3

Project :

Mono+ Vergisting 17.500 ton/jr

Locatie :

N.V.T.

45 64

46

71 65

45

66 61 62

63

vaste stof invoer

31

23 21

pompruimte 24

22 25

41

44 besturings ruiimte

Titel :

42

32

groen gas opwaardering 43

Opdrachtgever :

Datum : Revisie : Schaal : Formaat : Getekend : Gecontroleerd :

Agradu Biogas BV Milieutekening 8-7-2021 1:150 A1 C.M. Visser I.J. Schaap

Status :

Concept 1/1

Tjukemarwei 6, 8521 NA Sint Nicolaasga 085-4012908 - info@agradu.nl - www.agradu.nl Deze tekening blijft eigendom van Agradu Biogas BV en mag zonder onze toestemming niet worden gedupliceerd.

Blad :

/Users/christianvisser/Dropbox/AGR_bouwtechnisch/100. Mono+ vergister/Mono+ vergister.dwg

2

BIJLAGE 4

Naam

Wanden

Dak

Vloer

Mestopslag

Ventilatie

Diercategorie

RAV-code

Leefoppervlakte

Ventilatiesysteem

Stalsysteem

Aantal plaatsen

Aantal dieren

B

E

E

C

B

C

Gemeente Sectie Nummer Schaal

3. G

G

A F

H

6.

F

D

A

D

H

4.

5.

I

2.

1.

I

Revisie Datum

Getek.

Gecon.

Project :

Mono+ Vergister Van Zeelst

Locatie :

Zeedijk 4, Hedel

Opdrachtgever : Titel :

7.

Wijziging

Datum : Revisie : Schaal : Formaat : Getekend : Gecontroleerd :

MTS Oenema Plattegrond 12-9-2022 1:250 A1 C.M. Visser Y. Roelevink

Status :

Voorlopig 1/1

Tjukemarwei 6, 8521 NA Sint Nicolaasga 085-4012908 - info@agradu.nl - www.agradu.nl Deze tekening blijft eigendom van Agradu Biogas BV en mag zonder onze toestemming niet worden gedupliceerd.

Blad :

/Users/christianvisser/Desktop/plattegrond Zeelst.dwg

Gebouwnr.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14061268/1