Bijlage 8 Nader onderzoek flora en fauna
Tekst van het document
Aanvullend onderzoek ecologie Blankensteijn 1 t/m 11 te Hedel Aanvullend onderzoek naar huismus, gierzwaluw en vleermuizen in het kader van de Wet natuurbescherming
Colofon Status:
Definitief
Project:
2022-0410
Datum:
30 september 2022
Samensteller:
ing. R.C. Pickert
Collegiale toets:
ing. M.A. Brinkbaumer
Opdrachtgever:
De Kernen
Contactpersoon:
E. Bressers
Disclaimer Blom Ecologie B.V. is niet aansprakelijk voor schade die voortkomt uit toepassing van de resultaten van werkzaamheden en/of gegevens verkregen van Blom Ecologie B.V. Niets uit deze rapportage mag zonder schriftelijke toestemming van de opdrachtgever en Blom Ecologie B.V. worden gebruikt door derden. Onder gebruik worden alle vormen van kopie, openbaarmaking en elke andere toepassing begrepen. Deze rapportage mag alleen gebruikt worden voor het doel waarvoor het is samengesteld.
Inhoud 1 Inleiding
4
1.1
Aanleiding
4
1.2
Doel
4
1.3
Beschrijving plangebied
5
1.4
Voorgenomen werkzaamheden
5
1.5
Mogelijk aanwezige soorten
5
1.6
Kader Wet natuurbescherming
6
2 Methode onderzoek
7
2.1
Theoretisch kader
7
2.2
Praktische uitvoering
8
2.3
Materialen en aanvullende onderzoeksmethodes
9
2.4
Veldbezoeken
10
2.5
Specifieke omstandigheden
10
3 Resultaten
11
3.1
Huismus
11
3.2
Gierzwaluw
13
3.3
Vleermuizen
14
3.4
Overige soorten
16
4 Conclusie
17
4.1
Huismus
17
4.2
Gierzwaluw
17
4.3
Vleermuizen
17
4.4
Overige soorten
17
4.5
Samenvatting
18
4.6
Vervolgstappen
18
1 Inleiding 1.1
Aanleiding Aan de Blankensteijn 1 t/m 11 te Hedel zijn verschillende gebouwen aanwezig, waaronder twee woningen, een bedrijfsloods en een fitnesscentrum gesitueerd. De initiatiefnemer is voornemens de bestaande bebouwing te slopen (figuur 1.1).
Figuur 1.1
Het plangebied is gelegen aan de Blankensteijn te Hedel.
Gezien de beoogde ingreep mogelijk leidt tot de aantasting van natuurwaarden beschermd onder de Wet natuurbescherming (Wnb) is een quickscan Wnb uitgevoerd naar de potentie van het plangebied en mogelijke negatieve effecten ten gevolge van de beoogde Op basis van de quickscan Wnb kon de aanwezigheid van nestlocaties werkzaamheden (Verhoeven, 2021). van jaarrond beschermde vogels (huismus en gierzwaluw) en vleermuisverblijfplaatsen niet uitgesloten worden (zie tabel 1.1). Om vast te stellen of het plangebied daadwerkelijk een functie heeft voor vorengenoemde soorten dient aanvullend onderzoek uitgevoerd te worden. De Kernen heeft Blom Ecologie verzocht dit aanvullend onderzoek uit te voeren. In voorliggende rapportage worden de bevindingen beschreven.
1.2
Doel In dit aanvullende ecologische onderzoek worden de volgende onderzoeksvragen beantwoord: • Zijn huismus, gierzwaluw en vleermuizen aanwezig in het onderzoeksgebied? • Op welke wijze maken vorengenoemde soorten gebruik van het onderzoeksgebied? Zijn in het onderzoeksgebied jaarrond beschermde nestlocaties, verblijfplaatsen of essentiële onderdelen van het leefgebied aanwezig? • Resulteert de voorgenomen ingreep in het beschadigen of wegnemen van jaarrond beschermde nestlocaties, verblijfplaatsen of essentiële onderdelen van het leefgebied? Is een ontheffing Wet natuurbescherming noodzakelijk voor de voorgenomen ingreep uitgevoerd kan worden?
4
1.3
Beschrijving plangebied Het plangebied betreft twee woningen, een bedrijfsloods en fitnessstudio te Hedel (figuur 1.1). De bebouwing is opgetrokken uit gemetselde muren met spouw en is voornamelijk voorzien van een zadeldak met dakbedekking. Een gedeelte is voorzien van een plat bitumen dak (figuur 1.2). Een uitgebreide beschrijving van het plangebied en de directe omgeving hiervan is te vinden in de quickscan Wnb (Verhoeven, 2021).
Figuur 1.2 De bebouwing in het plangebied betreft twee woningen en bedrijfspanden.
1.4
Voorgenomen werkzaamheden De Kernen is voornemens om de gebouwen in het plangebied te slopen ten behoeve van een appartementencomplex met 45 appartementen. De ingreep zal indicatief op hoofdlijnen bestaan uit de volgende werkzaamheden: • slopen van bebouwing: algemene sloopwerkzaamheden en afvoer sloopmateriaal; • kappen van bomen: kapwerkzaamheden en afvoer hout; • verwijderen terreininrichting, waaronder gedeelte van het groen: graafwerkzaamheden, transport (afvoer) van materiaal en groen; • egaliseren terrein: graafwerkzaamheden en grondtransport; • realisatie nieuwbouw: algemene bouwwerkzaamheden; • revitalisatie terrein en aanleg verharding: allerhande (straat- en hoveniers) werkzaamheden.
1.5
Mogelijk aanwezige soorten Uit de quickscan Wnb (Verhoeven, 2021) is gebleken dat binnen het plangebied mogelijk jaarrond beschermde nestlocaties en/of vleermuisverblijfplaatsen aanwezig zijn (tabel 1.1). In tabel 1.2 wordt de potentie naar vleermuissoort en type verblijfplaats gespecificeerd.
5
Tabel 1.1
Overzicht van de potentie van het plangebied voor beschermde soorten (Verhoeven, 2021). Onderzoek nodig
Bescherming Wnb
Mogelijke functie plangebied
Ja
art. 3.5
Verblijfplaatsen in gebouwen
huismus
Ja
art. 3.1
Nestlocaties en leefgebied
gierzwaluw
Ja
art. 3.1
Nestlocaties
Soortgroep Planten Grondgebonden zoogdieren Vleermuizen Amfibieën, reptielen en vissen Insecten en ongewervelden Vogels (Cat. 1 t/m 4)
Vogels (Algemeen en cat. 5)
Tabel 1.2
Overzicht van de potentie voor vleermuissoorten en type verblijfplaatsen (Verhoeven, 2021).
Vleermuissoort
1.6
Zomer
Kraam
Paar
Massawinter
Gewone dwergvleermuis
Ja
Ja
Ja
Nee
Ruige dwergvleermuis
Ja
Nee
Ja
Nee
Laatvlieger
Ja
Ja
Ja
Nee
Kader Wet natuurbescherming De soortenbescherming van de Wet natuurbescherming valt op grond van internationale verdragen en nationaal beschermde soorten uiteen in drie verschillende beschermingsregimes. Deze beschermingsregimes betreffen de Vogelrichtlijn (art. 3.1), Habitatrichtlijn (art. 3.5) en de nationaal beschermde soorten (art. 3.10). De bescherming van de gierzwaluw en huismus valt onder de Vogelrichtlijn. Binnen de Vogelrichtlijn wordt onderscheid gemaakt tussen soorten waarvan het leefgebied en de nestplaats jaarrond beschermd zijn en overige broedvogels waarvan de nestplaats en het leefgebied enkel beschermd zijn tijdens de broedperiode. Vleermuizen vallen onder de bescherming van de Habitatrichtlijn. Naar aanleiding van de beoogde werkzaamheden kan overtreding van de volgende verbodsbepalingen optreden: Wnb, art. 3.1 (Vogelrichtlijnsoorten) Lid 2: Het is verboden opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren van vogels als bedoeld in het eerste lid te vernielen of te beschadigen, of nesten van vogels weg te nemen. Lid 4: Het is verboden vogels als bedoeld in het eerste lid opzettelijk te storen. Wnb, art. 3.5 (Habitatrichtlijnsoorten) Lid 2: Het is verboden dieren als bedoeld in het eerste lid opzettelijk te verstoren Lid 4: Het is verboden de voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren als bedoeld in het eerste lid te beschadigen of te vernielen.
Voorliggend onderzoek en rapportage zijn uitgevoerd in het kader van de Wet natuurbescherming. Aannemelijk zal per 1 januari 2023 de Omgevingswet in werking treden. Binnen de Omgevingswet blijven de Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn onverminderd van kracht. Uitvoeringskaders, termijnen en processen vinden binnen de Omgevingswet op andere wijze plaats. Implementatie en wijze van uitvoering zijn vooralsnog niet vastgesteld.
6
2 Methode onderzoek 2.1
Theoretisch kader Ten behoeve van ecologische onderzoek naar een aantal beschermde soorten in Nederland zijn door experts richtlijnen opgesteld. Deze richtlijnen zijn in zekere mate juridische kaders gaan vormen bij de toetsing van onderzoeken op juistheid en volledigheid. Voor de huismus en de gierzwaluw zijn deze richtlijnen vastgelegd in de Kennisdocumenten (BIJ12, 2017). Voor vleermuizen geldt het meest actuele Vleermuisprotocol (momenteel NGB, 2021) als richtlijn. De richtlijnen worden door de opstellers geëvalueerd en indien noodzakelijk aangepast. De uitgangspunten zoals deze zijn geformuleerd in de richtlijnen vormen de basis voor het soortspecifieke onderzoek wat wordt uitgevoerd door Blom Ecologie. In tabel 2.1 wordt voor de desbetreffende beschermde gebouwbewonende soorten beknopt weergeven wat de onderzoeksperioden en methode zijn. Voor de veldbezoeken wordt een minimale tussenliggende periode aangehouden voor een goede spreiding over de onderzoeksperiode, conform de relevante Kennisdocumenten en het meest actuele Vleermuisprotocol. Tabel 2.1
Samenvatting van de uitgangspunten ten behoeve van het aanvullend ecologisch onderzoek zoals geformuleerd in de relevante Kennisdocumenten en het meest actuele Vleermuisprotocol.
Soort Huismus
Gierzwaluw
Cat. 5 vogels Algemene broedvogels
Verblijfplaatsen van gebouwbewonende vleermuizen
Type Nest Leefgebied
Nest
Periode
Omschrijving
1 april t/m 15 mei
2 veldbezoeken, idealiter in de ochtend. Inventariseren van baltsende mannetjes, nestbezoeken en het gebruik van leefgebied.
15 mei t/m 15 juli
3 veldbezoeken in de avond, waarvan 1 tussen 20 juni en 7 juli. Inventariseren van in- en uitvliegende individuen. De nesten van cat. 5 soorten en andere algemene broedvogels worden meegenomen gedurende de overige veldbezoeken.
Nest
Kraam
15 mei t/m 15 juli
Zomer
15 april t/m 15 aug.
Paar
15 aug. t/m 30 sep.
Minimaal 2 veldbezoeken per type verblijfplaats na zonsondergang of voor zonsopkomst. Veldbezoeken kunnen gecombineerd worden uitgevoerd. Inventariseren van in- en uitvliegende individuen alsmede gedrag indicatief voor een verblijfplaats (o.a. baltsende dieren).
7
2.2 Praktische uitvoering De praktische uitvoering valt uiteen in standaardprocedure tijdens elk veldbezoek, de reactieve onderzoekswijze die gehanteerd wordt en, indien van toepassing, de aanvullende onderzoeksmethodes. Op basis van de te verwachten soorten en de relatieve potentie voor deze soorten binnen het onderzoeksgebied wordt het aanvullende onderzoek ingericht. Voorafgaand aan de daadwerkelijke uitvoering wordt bekeken vanaf welke posities het onderzoeksgebied (gevels/daken/dakranden met potentie) het meest efficiënt en strategisch kan worden onderzocht. De strategische punten, looproute en zichtlijnen zijn afhankelijk van de aanwezigheid van obstructies, struiken/bomen, verlichting en diverse typen van bebouwing. Tevens zijn deze afhankelijk van de te onderzoeken soortgroep. Binnen de kaders van de relevante Kennisdocumenten en het Vleermuisprotocol (tabel 2.1) is de onderzoekswijze vormvrij. Afhankelijk van omstandigheden zoals de relatieve potentie, ervaring, moment van onderzoek het aantal onderzoekers, en dergelijke, worden door de diverse onderzoeksbureaus op verschillende wijze onderzoek uitgevoerd. Aangezien de te onderzoeken soorten veelal voorkeur hebben voor bepaalde type verblijfsplaatsen en leefgebied wordt door Blom Ecologie reactief onderzoek uitgevoerd.
Dit type onderzoek houdt vast aan strategische punten, looproutes en zichtlijnen waarbij het geobserveerde gedrag van de te onderzoeken soort en de lokale omstandigheden leidend zijn voor de keuze van de strategische punten of looproute en de verblijfsduur per punt. De strategische punten worden bepaald op locatie voorafgaand aan de start van een onderzoek door een visuele beoordeling op de actuele potentie voor de soort in kwestie. Deze punten kenmerken zich door goed overzicht binnen het onderzoeksgebied en zicht op zoveel mogelijk potentiële in- of uitvliegopeningen. Tijdens het aanvullend onderzoek huismus wordt met name gebruik gemaakt van strategische looproutes waarbij alle potentiële nesten gedurende het veldbezoek visueel gecontroleerd worden. Hierbij wordt specifiek gelet op de aanwezigheid van baltsende mannetjes, het gebruik van het leefgebied en het in/uit vliegen bij de nestlocaties. Voor huismus geldt dat strategische punten veelal liggen nabij geschikt leefgebied. Tijdens het aanvullend onderzoek gierzwaluw wordt met name gebruik gemaakt van strategische punten. Deze strategische punten worden gekozen op basis van overzicht van het onderzoeksgebied, relatieve potentie, sporen van nesten en in latere rondes de gegevens van de eerdere bezoeken.
Tijdens het gehele veldbezoek worden het aantal laagvliegende gierzwaluwen geteld voor het inschatten van het aantal nesten op locatie. De wisseling van de strategische punten is een reactie op het gedrag van de gierzwaluw, de waarnemer verandert van strategisch punt als er sprake is van laagvliegende, bouncende en roepende gierzwaluwen in een bepaald deel van het onderzoeksgebied. Het onderzoek wordt afgerond rond zonsondergang. De onderzoeker verlaat het onderzoeksgebied echter pas wanneer alle gierzwaluwen zijn ingevlogen of uit het gebied weggetrokken zijn. Afhankelijk van de periode kan het onderzoek daardoor doorlopen tot circa 30 minuten na zonsondergang. Tijdens deze laatste 30 minuten is er vaak sprake van relatief lage activiteit waardoor dit onderzoek waar nodig zonder kwaliteitsrisico’s kan overlopen in de veldbezoeken ten aanzien van vleermuizen. Het aanvullend onderzoek vleermuizen wordt uitgevoerd door een combinatie van strategische punten en looproutes. Tijdens het eerste veldbezoek (zowel in het voorjaar als najaar) worden strategische punten ingenomen.
Op het moment dat er sprake is van uitvliegende vleermuizen beweegt de onderzoeker zich in tegenovergestelde richting (dus de vleermuis tegemoet) naar het volgende strategische punt om zo een eventueel tweede of daaropvolgende uitvliegend individu, en uiteindelijk zo mogelijk de kolonieverblijfplaats, te lokaliseren. Hierbij blijft de nadruk op de woningen die binnen het plangebied vallen. Tijdens de vervolgonderzoeken wordt per seizoen de strategische punten ingenomen waar op dat moment de hoogste trefkans is. Voor alle onderzoeken geldt dat tijdens de rondes de keuze van strategische punten en/of looproutes beïnvloed worden door veranderende omstandigheden. Dit kan zijn een plotselinge verandering van windrichting, sterke toename of afname van windkracht, defecte straatverlichting en andere omstandigheden. 8
Het aantal factoren dat bepaalt waarom een onderzoeker juist de ene richting meer op kijkt dan de andere of er juist voor kiest af te wijken van een gebruikelijke route zijn niet of nauwelijks definieerbaar. De wijze van onderzoek verschilt, met in achtneming van de randvoorwaarden van de relevante Kennisdocumenten en het meest actuele Vleermuisprotocol, dus per datum, per loopronde en per moment. Er is derhalve geen sprake van vaste transecten maar veel eerder van diverse looproutes naar strategische punten waarbij de frequentie van stilstaan en beweging afhankelijk zijn van de omstandigheden op dat moment. De personele inzet van ieder veldbezoek is afhankelijk van het type onderzoek, de ervaring van de waarnemers en de potentie van het plangebied. Alle veldwerkers van Blom Ecologie zijn bedreven en ervaren in onderzoeken in urbaan gebied. Het onderzoek is er niet op gericht om met volledige zekerheid alle mogelijke nesten en/of verblijfplaatsen te vinden of de aanwezigheid hiervan volledig uit te sluiten. Hiervoor zou een onderzoeksinspanning geleverd moeten worden die de onderzoeksprotocollen ver overstijgt. Van de geleverde onderzoeksinspanning wordt beoordeeld dat deze voldoende is zoals dat redelijkerwijs van een initiatiefnemer gevraagd kan worden.
Met het uitgevoerde onderzoek worden derhalve resultaten geleverd die een goed beeld bieden van de aantallen individuen en de actieve nesten en/of verblijfplaatsen op die momenten binnen het onderzoeksgebied.
2.3 Materialen en aanvullende onderzoeksmethodes Het huismus- en gierzwaluwonderzoek is uitgevoerd met behulp van een verrekijker. Tijdens het gierzwaluwonderzoek is gebruik gemaakt van een speaker voor het afspelen van gierzwaluwgeluiden. Indien wordt teruggeroepen door jongen of ouderdieren kunnen hiermee nestlocaties van gierzwaluwen worden geïdentificeerd. Het vleermuisonderzoek is uitgevoerd met behulp van een batdetector, type Petterson D-200x/D-240x. Deze type zijn heterodyne en D-240x heeft een time expansion functie. De time expansion functie maakt het mogelijk de geluidopnames te vertragen waardoor nauwkeurige analyse van de hoogfrequent geluiden uitgevoerd kunnen worden. Geluidswaarnemingen zijn eventueel opgenomen met een opnameapparaat van het merk Roland, type R-07. Indien inventarisatie in het veld niet mogelijk was zijn geluiden geanalyseerd met behulp van de software BATSOUND.
9
2.4 Veldbezoeken Het onderzoeksgebied is geïnventariseerd door ter zake deskundig ecologen van Blom Ecologie of externe ter zake deskundig ecologen onder verantwoordelijkheid van Blom Ecologie. De relevante omstandigheden ten tijde van de veldbezoeken zijn opgenomen in onderstaande tabel (tabel 2.2). Tabel 2.2
Uitgevoerde veldbezoeken gedurende het aanvullend onderzoek.
Veldbezoek
Functie
Huismus 1
Nest + leefgebied
Huismus 2
Aantal
Datum
Zon
Tijd
Weersomstandigheden
3
13-04-2022
06.45
07.15-09.45
8/8, droog, 1-2 Bft, 8˚C
Nest + leefgebied
2
28-04-2022
06.15
06.45-08.45
0/8, droog, 1-2 Bft, 6˚C
Gierzwaluw 1
Nest
2
17-05-2022
21.27
19.25-21.30
4/8, droog, 1-2 Bft, 26˚C
Gierzwaluw 2
Nest
2
13-06-2022
21.57
20.00-22.10
1/8, droog, 1-2 Bft, 17˚C
Gierzwaluw 3
Nest
1
27-06-2022
22.00
20.00-22.00
0/8, droog, 1-2 Bft, 17˚C
Vleermuis 1
Kraam + zomer
2
06-05-2022
06.00
04.00-06.10
8/8, droog, 1-2 Bft, 10˚C
Vleermuis 2
Kraam + zomer
2
17-05-2022
21.27
21.25-23.30
1/8, droog, 1-2 Bft, 22˚C
Vleermuis 3
Kraam + zomer
2
13-06-2022
21.57
21.50-00.00
0/8, droog, 1-2 Bft, 13˚C
Vleermuis 4
Paar
1
20-08-2022
20.52
23.00-01.00
0/8, droog, 1-2 Bft, 15˚C
Vleermuis 5
Paar
1
20-09-2022
19.42
21.00-23.00
6/8, droog, 1-2 Bft, 12˚C
pers.
2.5 Specifieke omstandigheden Tijdens de uitvoering van het onderzoek kan er sprake zijn van dusdanig omstandigheden dat er mogelijk een vertekend beeld optreedt van de verzamelde resultaten. Hiermee wordt niet bedoeld het gemotiveerd afwijken van uitgangspunten zoals geformuleerd in de Kennisdocumenten en Vleermuisprotocol. Tijdens het onderzoek was er, voor zover de onderzoekers hebben kunnen nagaan, geen sprake van omstandigheden die mogelijk effect sorteren op de onderzoeksresultaten.
10
3 Resultaten 3.1
Huismus Per veldbezoek zijn in totaal circa 10 huismussen waargenomen. Er zijn geen individuen waargenomen binnen het onderzoeksgebied. De hoogste concentratie waargenomen huismussen bevond zich ten zuiden en westen van de planlocatie. Gezien het aantal waarnemingen van huismussen is er sprake van een gemiddelde populatie binnen en in de directe omgeving van het onderzoeksgebied (klein < 10 paar, gemiddeld 10-25 paar, groot > 25 paar). Gedurende het onderzoek zijn 18 nesten van de huismus vastgesteld. Alle nesten zijn aangetroffen in de directe nabijheid van het plangebied. Er zijn geen nesten in de te slopen bebouwing aangetroffen. De exacte vindplaats van de huismusnesten zijn weergeven in tabel 3.1. In figuur 3.1 worden de aangetroffen nestlocaties weergeven. Het waargenomen functionele leefgebied van huismussen is verspreid aanwezig en betreft voornamelijk achtertuinen en gemeentegroen. In figuur 3.1 wordt weergeven welke delen van het onderzoeksgebied veelvuldig door huismussen worden gebruikt om te rusten, foerageren en als dekking tegen predatoren. Het gedefinieerde functioneel leefgebied is niet van essentieel belang voor het functioneren van nestlocaties van huismussen. Ten gevolge van de beoogde ingreep wordt dit functioneel leefgebied niet weggenomen. Tabel 3.1
Locaties van de aangetroffen huismusnesten.
Woonblok
Aantal nesten
Dreef 3
Plangebied
Omschrijving
1
Buiten
Via dakvoet aan voorzijde
Museumpad 3
1
Buiten
Via dakvoet aan voorzijde
Prinses Irenestraat 15
1
Buiten
Via dakvoet aan voorzijde
Muntmeesterstraat 26
1
Buiten
Via dakvoet aan voorzijde
Voorstraat 7, 9 en 12
3
Buiten
Achter dakgoot, Via dakvoet aan voorzijde
Molenstraat 2a en 9
3
Buiten
Via dakvoet aan voorzijde
Otto van der Leckstraat 5 en 6
2
Buiten
Via dakvoet aan voorzijde
Maasdijk 7, 11 en 13
5
Buiten
Kantpan, Via dakvoet aan voorzijde
11
Figuur 3.1 Overzicht van de aangetroffen nestlocaties en leefgebied van huismussen binnen het onderzoeksgebied.
12
3.2 Gierzwaluw Per veldbezoek zijn in totaal circa 2 gierzwaluwen waargenomen. Als richtlijn voor het aantal te verwachten nesten wordt het aantal laagvliegende gierzwaluwen gedeeld door 1,5. Gezien het aantal waargenomen vogels worden in het onderzoeksgebied geen nesten verwacht. Gedurende het onderzoek zijn weinig tot geen foeragerende gierzwaluwen waargenomen. Het functioneel leefgebied van gierzwaluwen laat zich vrijwel niet definiëren. Gedurende het onderzoek is 1 nest van de gierzwaluw vastgesteld. Dit nest is aangetroffen in de nabijheid van het plangebied. De locatie van de waargenomen gierzwaluwnesten zijn weergeven in tabel 3.2. In figuur 3.2 worden de aangetroffen nestlocaties weergeven. Tabel 3.2
Locaties van de aangetroffen gierzwaluwnesten.
Woonblok Muntmeesterstraat 17
Aantal nesten 1
Plangebied
Omschrijving
Buiten
Via kantpannen en nokvorst van kopgevel
Figuur 3.2 Overzicht van de aangetroffen nestlocaties van gierzwaluwen binnen het onderzoeksgebied.
13
3.3 Vleermuizen Tijdens de onderzoeksrondes zijn in totaal een drietal soorten waargenomen in het onderzoeksgebied (tabel 3.3). Waargenomen soorten betreffen de gewone dwergvleermuis, laatvlieger en rosse vleermuis. De meest waargenomen soort betrof de gewone dwergvleermuis. Tabel 3.3
Waarnemingen en aantallen van vleermuizen gedurende de veldbezoeken in het onderzoeksgebied. Een verblijfplaats kan bij meerdere veldbezoeken zijn vastgesteld, het totaal aantal verblijfplaatsen wordt weergegeven in tabel 3.3 en figuur 3.3.
Veldbezoek Vleermuis 1
Vleermuis 2
Vleermuis 3
Vleermuis 4
Vleermuis 5
Soort
Aantal individuen
Gedrag en verblijfplaatsen
Gewone dwergvleermuis
2
Foeragerend
Gewone dwergvleermuis
1
Overvliegend
Gewone dwergvleermuis
3
Foeragerend
Gewone dwergvleermuis
1
Overvliegend
Gewone dwergvleermuis
3-5
Zomerverblijfplaats vastgesteld 1x
Gewone dwergvleermuis
3
Foeragerend
Gewone dwergvleermuis
1
Overvliegend
Gewone dwergvleermuis
1
Zomerverblijfplaats vastgesteld 1x
Laatvlieger
1
Overvliegend
Gewone dwergvleermuis
3
Foeragerend
Gewone dwergvleermuis
1
Overvliegend
Gewone dwergvleermuis
2
Baltsende mannetjes
Laatvlieger
1
Overvliegend
Gewone dwergvleermuis
5
Foeragerend
Gewone dwergvleermuis
2
Baltsende mannetjes
Gewone dwergvleermuis
2
Paarverblijfplaats vastgesteld 1x
Laatvlieger
1
Overvliegend
Rosse vleermuis
1
Overvliegend
Gedurende het vleermuisonderzoek zijn 3 vleermuisverblijfplaatsen vastgesteld. Hiervan zijn er 2 vleermuisverblijfplaatsen aanwezig binnen het plangebied en de overige vleermuisverblijfplaats is aanwezig buiten het plangebied. Binnen het plangebied is sprake van een zomerverblijfplaats en paarverblijfplaats van gewone dwergvleermuis. Het is aannemelijk dat beide verblijfplaatsen door hetzelfde individu in gebruik is. De exacte vindplaats van de vleermuisverblijfplaatsen zijn weergegeven in tabel 3.3 en in figuur 3.3. Gedurende het vleermuisonderzoek is geen essentiële vliegroute en/of essentieel foerageergebied vastgesteld. Op basis van het vleermuisonderzoek wordt de bomenlaan aan de Blankensteijn frequent gebruikt als vliegroute en foerageergebied. Op basis van het aantal waargenomen individuen is de aanwezigheid van een veel gebruikte vliegroute uitgesloten. De waargenomen individuen verspreiden zich nabij de bebouwing diffuus door het onderzoeksgebied waardoor er geen sprake is van de aanwezigheid van een vaste vliegroute. De werkzaamheden hebben geen invloed op een mogelijke vliegroute (Ecoresult, 2021). De resultaten van het vleermuisonderzoek onderschrijven deze beoordeling.
14
Tabel 3.4 Overzicht van de aangetroffen vleermuisverblijfplaatsen in het onderzoeksgebied. Adres
Soort
Functie
Plangebied
Omschrijving
Blankensteijn 1
Gewone dwergvleermuis
Zomer
Binnen
1 individu invliegend via kantpan
Blankensteijn 1
Gewone dwergvleermuis
Paar
Binnen
2 individuen invliegend via kantpan
Prinses Irenestraat 28
Gewone dwergvleermuis
Zomer
Buiten
3-5 individuen vertonen binding met het gebouw
Figuur 3.3 Overzicht van de aangetroffen vleermuisverblijfplaatsen in het onderzoeksgebied.
Figuur 3.4 Foto van de paarverblijfplaats aan de Blankensteijn 1 te Hedel. 15
3.4 Overige soorten Naast de te onderzoeken soorten waarvoor het voorliggend onderzoek is uitgevoerd zijn tijdens de veldbezoeken waarnemingen van overige soorten gedaan. De volgende vogelsoorten zijn gedurende de veldbezoeken waargenomen: blauwe reiger, boerenzwaluw, ekster, groene specht, groenling, heggenmus, houtduif, huiszwaluw, kauw, kleine mantelmeeuw, koolmees, merel, pimpelmees, putter, spreeuw, tjiftjaf, Turkse tortel, vink, winterkoning, wilde eend, zanglijster, zwarte kraai en zwartkop. Deze waarnemingen bestaan met name uit overvliegende, rustende of foeragerende vogels. In enkele gevallen zijn nesten of verblijfplaatsen van deze soorten waargenomen. De vindplaats van deze nestlocaties wordt weergegeven in figuur 3.5. Nesten van algemene broedvogels zijn beschermd gedurende het broedseizoen. Het broedseizoen loopt indicatief van 15 maart t/m 15 juli. Werkzaamheden die mogelijk nesten van algemene broedvogels aantasten dienen uitgevoerd te worden buiten het broedseizoen. In het plangebied is sprake van een nest van cat. 5 vogels die worden weggenomen, namelijk een eksternest.
Gezien er sprake is van relatief lage aantallen nesten, er voldoende uitwijkmogelijkheden zijn, de soort in een gunstige staat van instandhouding verkeert, er vervangende voorzieningen worden gerealiseerd en/of er voldoende nestlocaties van de soort lokaal behouden blijven is er geen sprake van ecologisch zwaarwegende redenen van cat. 5 vogels.
Figuur 3.5 Overzicht van de overige nesten in de planlocatie.
16
4 Conclusie 4.1
Huismus In april en mei 2022 is onderzoek uitgevoerd naar de aanwezigheid van de huismus in het plangebied aan de Blankensteijn te Hedel. Het onderzoek is uitgevoerd conform de bepalingen in het Kennisdocument huismus (BIJ12, 2017). Tijdens het onderzoek is vastgesteld dat in het onderzoeksgebied nesten van huismus aanwezig zijn. Hierbij zijn 18 huismusnesten aangetroffen buiten het plangebied. Tevens maakt het plangebied (in beperkte mate) onderdeel uit van het leefgebied, maar is er geen sprake van het wegnemen van essentiële onderdelen van het leefgebied.
4.2 Gierzwaluw In mei en juni 2022 is onderzoek uitgevoerd naar de aanwezigheid van de gierzwaluw in het plangebied aan de Blankensteijn te Hedel. Het onderzoek is uitgevoerd conform de bepalingen in het Kennisdocument gierzwaluw (BIJ12, 2017). Tijdens het onderzoek is vastgesteld dat in het onderzoeksgebied nesten van gierzwaluw aanwezig zijn. Hierbij zijn geen gierzwaluwnesten aangetroffen binnen het plangebied.
4.3 Vleermuizen In mei t/m september 2022 is onderzoek uitgevoerd naar de aanwezigheid van vleermuizen in het plangebied aan de Blankensteijn te Hedel. Het onderzoek is uitgevoerd conform de bepalingen in het meest actuele Vleermuisprotocol (NGB, 2021). Tijdens het onderzoek zijn 3 verblijfplaatsen van vleermuizen vastgesteld. Tijdens het onderzoek is vastgesteld dat de woning aan de Blankensteijn 1 een functie heeft voor de gewone dwergvleermuis als zomer- en paarverblijfplaats. Deze verblijfplaatsen worden bij de beoogde ingreep weggenomen. Tevens maakt het plangebied (in beperkte mate) onderdeel uit van het leefgebied, maar is er geen sprake van het wegnemen van essentiële onderdelen van het leefgebied. De beoogde ingreep leidt tot overtreding van een verbodsbepaling van de Wet natuurbescherming art. 3.5, lid 2 (verstoren vleermuizen) en lid 4 (wegnemen 2 verblijfplaatsen). Er dient ten aanzien van gewone dwergvleermuis een ontheffing van de Wet natuurbescherming voorhanden te zijn alvorens de woning met vleermuisverblijfplaatsen gesloopt kan worden.
4.4 Overige soorten Het onderzoek beperkte zich in beginsel tot huismus, gierzwaluw en vleermuizen. Tijdens het onderzoek is tevens gelet op individuen, nesten en/of verblijflocaties van andere soorten in het plangebied. Er zijn in totaal 3 nesten van vogelsoorten aangetroffen binnen het plangebied. Er is voor cat. 5 vogelsoorten geen sprake van ecologische zwaarwegende redenen en derhalve ook geen ontheffing Wnb noodzakelijk. Zoals beschreven staat in de Vogelrichtlijn zijn alle vogels in Nederland beschermd tijdens het broedseizoen. Indicatief betreft het broedseizoen de periode 15 maart t/m 15 juli. Om overtreding van de Wet natuurbescherming te voorkomen dienen werkzaamheden die mogelijk leiden tot verstoring of aantasting van nesten buiten het broedseizoen uitgevoerd te worden.
17
4.5 Samenvatting Tabel 4.1
Samenvatting van de aangetroffen nestlocaties en vleermuisverblijfplaatsen in het onderzoeksgebied.
Soort
Type
Aantal wegnemen
Aantal behouden
Bescherming Wnb
Ontheffing nodig
Huismus
Nest
0
18
Art. 3.1
Nee
Gierzwaluw
Nest
0
1
Art. 3.1
Nee
Zomer
1
1
Paar
1
0
Art. 3.5
Ja
Ekster
1
0
Merel
1
0
Art. 3.1
Nee
Houtduif
1
0
Gewone dwergvleermuis Nesten broedvogels en cat. 5 vogels
4.6 Vervolgstappen Voor de uitvoering van de ingreep is ontheffing nodig van de verbodsbepalingen van de Wet natuurbescherming (tabel 4.1). Conform de relevante wetteksten en Kennisdocumenten wordt aanbevolen om de navolgende aspecten te onderbouwen. Deze aspecten maken integraal onderdeel uit van het projectplan ten behoeve van de ontheffingsaanvraag. 1. De activiteit is nodig met een wettelijk belang (Wnb, art. 3.8, lid 5b); 2. Voor de activiteit is geen alternatieve bevredigende oplossing (Wnb, art. 3.8, lid 5a); 3. De staat van instandhouding van de soort blijft gewaarborgd (Wnb, art. 3.8, lid 5c); 4. Bepaal compensatie en mitigatie (Wnb, art. 3.8, lid 5c). Een ontheffingsaanvraag Wnb is enkel succesvol als al deze aspecten voldoende onderbouwd kunnen worden. Indien de ingreep geen wettelijk belang kent of indien de staat van instandhouding van de aanwezige soorten in het geding komt kan een ontheffing Wnb mogelijk geweigerd worden. Bevoegd gezag heeft de wettelijke termijn van 20 weken (13 + 7 weken verlenging) om een ontheffingsaanvraag Wnb te beoordelen. De planning van de werkzaamheden dient aangepast te worden aan de aanwezige soorten om zoveel mogelijk de werkzaamheden uit te voeren buiten kwetsbare periodes. Dergelijk maatwerk kan ervoor zorgen dat het project enkel in bepaalde periodes van het jaar uitgevoerd kan worden.
Indien de werkzaamheden leiden tot het wegnemen van nesten of verblijfplaatsen dienen alternatieve verblijfplaatsen gedurende een bepaalde periode aanwezig te zijn naast de huidige nesten of verblijfplaatsen. Deze gewenningsperiode is afhankelijk van de soort en het aantal individuen en betreft indicatief een aantal maanden en/of een specifiek seizoen. Het tijdig aanbrengen van alternatieve verblijfplaatsen is van belang om onnodige vertraging te voorkomen. Raadpleeg voor de plaatsing van de voorzieningen een ter zake deskundig ecoloog.
18
Bronvermelding Verhoeven, B, 2022. Quickscan. In het kader van de Wet natuurbescherming en de Omgevingsverordening Gelderland. Plangebied: Blankensteijn, Hedel. Kenmerk: ER20303v02. Ecoresult B.V., Alblasserdam NGB, Zoogdiervereniging en Gegevensautoriteit Natuur, 2021. Vleermuisprotocol, versie januari 2021.
Geraadpleegde documenten (BIJ12, 2017) Kennisdocument Gewone dwergvleermuis (Pipistrellus pipistrellus) Kennisdocument Gierzwaluw (Apus apus) Kennisdocument Huismus (Passer domesticus)
19
Koeweistraat 2 4181 CD Waardenburg 0418 820 288
blomecologie.nl 20