Bijlage 8 Gevraagd advies beleidsregels bijzondere bijstand 2026 Participatieraad
Tekst van het document
Gemeente Maasdriel Aan mevrouw K. Andres Postbus 10.000 5330 GA Kerkdriel
Maasdriel, 05-10-2025
Geachte mevrouw Andres, Op 11-09-2025 ontvingen wij via dhr. Van Gestel de concept beleidsregels voor de bijzonder bijstand 2026. Dank voor het toezenden van dit stuk. U geeft aan dat de beleidsregels zijn geactualiseerd zodat ze beter aansluiting vinden bij de huidige praktijk., de geldende wet- en regelgeving en maatschappelijke ontwikkelingen. De participatieraad heeft naar de beleidsnota gekeken. Het stuk leest heel prettig mede dankzij de toelichtingen in het rood en de bijgevoegde was-wordt tabel. Voor onderstaande punten vragen we om uw reactie. a. Artikel 1c: er zijn burgers die (tijdelijken buiten hun wens of schuld) woonachtig zijn in vakantiewoning- of verblijf. De vakantiewoning staat hier niet genoemd. b. In artikel 2 lid 1 en 2: u volgt hier de wettelijk eisen zoals gesteld in artikel 49 en 51 van de Participatiewet. Is er voor de burger op een andere plek heldere en meer uitgewerkte informatie wanneer door de Gemeente Maasdriel een lening zal worden verstrekt? b. Artikel 3. De participatieraad spreekt haar waardering uit voor de in artikel 3 genoemde buitenwettelijk begunstigend beleid, met ons inziens een ruime ‘terugkijktijd’ van zes maanden. Onduidelijk is wat doorlooptijden (zullen) zijn van dergelijke aanvragen en hoe deze zich dan verhouden tot actuele aanvragen (aanvragen vanaf datum waarop het recht bijstand is ontstaan).
Kunnen wij ervan uitgaan dat dit in de uitvoeringsregels wordt toegelicht? c. Artikel 6. De participatieraad juicht het toe dat bij richtprijzen ook gekeken wordt naar mogelijkheden voor inzet van recyclebare producten. Dat is duurzaam beleid. Kunnen we ervan uitgaan dat in de uitvoeringsregels duidelijk wordt gemaakt aan welke producten een burger dan kan denken? Zeker in het licht van het genoemde in artikel 3.
1
d. Artikel 7. U heeft het in dit artikel over deskundigenadvies. In 7.4 spreekt u specifiek over medisch advies. De participatieraad adviseert om het woord ‘medisch’ hier te verwijderen, immers medisch advies is een vorm van advies. Medische gegevens zijn overigens gegevens die een burger niet verplicht is te delen. Ook een medisch adviseur mag wel oordelen maar niet de medische gegevens zonder toestemming delen. e. Artikel 11 lid 3: de tekst in de was-wordt tabel is gelijk. f. Artikel 13. De participatieraad waardeert de uitbreidingen die zijn opgenomen voor woningbezitters. Het beleid raakt echter aan een ander beleid omtrent beschikbaarheid van passende en betaalbare woonvormen zowel voor ouderen, gezinnen als jongeren. Ook kan het zo zijn dat burgers in de bestaande directe woonomgeving andere voorzieningen hebben zoals mantelzorgers die andere extra kosten voorkomen. Verhuizen kan in het licht van dit beleid zinvol zijn, maar tegelijkertijd ook tot extra kosten leiden. Het lijkt de raad goed dat de consulent in deze breedte met de burger, die genoodzaakt is bijzondere bijstand aan te vragen, naar de persoonlijke omstandigheden kijkt. g. Artikel 16. Uitzicht op inkomensverbetering wordt beoordeeld aan de hand van het al dan niet aannemelijk zijn/worden dat aanvrager binnen 12 maanden inkomsten gaat ontvangen.
Los van de situatie in lid 2 wordt geen maatgevende beoordelingskader geschetst. De beleidsregel op dit punt is vrij rauw en verhoudt zich minder tot het beoogde coulante en maatgevende beleidsregel. h. Artikel 19 gaat ervan uit dat burgers aanvullend verzekerd zijn. Als we kijken naar de maatschappelijke ontwikkelingen waar dit beleid volgens u mede op gebaseerd is, dan zien we dat basisverzekeringen al vreselijk duur zijn, laat staan de aanvullende verzekeringen. Het aantal burgers met een betalingsachterstand neemt toe: https://www.cbs.nl/nl-nl/cijfers/detail/85983NED. Heeft de gemeente een reëel beeld hoeveel huishoudens met een minimum inkomen een aanvullende verzekering hebben? Het CBS deed onderzoek naar bijvoorbeeld de tandartszorg en zag dit: “Van de mensen uit de lagere inkomensgroepen was ongeveer 70 procent bij de tandarts geweest, tegen 87 procent van degenen uit de hoogste inkomensgroep.” En “Het aandeel met zo’n aanvullende verzekering is onder lagere inkomens 56 procent, tegen 61 procent onder de hogere inkomens.” https://www.cbs.nl/nl-nl/nieuws/2022/47/met-lager-inkomen-slechteremondgezondheid-en-minder-naar-tandarts , https://journals.sagepub.com/doi/10.1177/00220345251332194#:~:text=Contrary%2 0to%20Dutch%20policy%20makers,informed%20oral%20health%20policy%20making .
De raad vind dat de verplichting om een aanvullende verzekering te hebben niet realistisch is en zonder meer als uitgangspunt kan worden gehanteerd. Ook vindt de raad de limiet van 250 euro laag. 2
Wij zien uw reactie met belangstelling tegemoet. Hartelijke groet, Astrid van Meeuwen Voorzitter Participatieraad Maasdriel
3