CConstaterende datMaasdriel
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 8 Begroting 2023-2026 toezending gemeenten

Gemeenteraad 16 juni 2022, gemeente MaasdrielBij agendapunt: Jaarstukken 2021 en Begroting 2023 Avri23.597 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

datum: 12 april 2016

Begroting 2023 inclusief meerjarenraming t/m 2026 versie: 13 april; toezending gemeenten

1

INHOUDSOPGAVE

1

Inleiding .................................................................................................................................................. 3

2

Bestuurlijke samenvatting .................................................................................................................... 5

3

Leeswijzer............................................................................................................................................... 9

BELEIDSBEGROTING PROGRAMMA'S 4

Programma Basispakket .....................................................................................................................11

5

Programma Pluspakket .......................................................................................................................18

6

Programma Bedrijfsafval .....................................................................................................................23

7

Programma Algemene baten en lasten ..............................................................................................25

PARAGRAFEN 8

Lokale heffingen ..................................................................................................................................30

9

Weerstandsvermogen en risicobeheersing ......................................................................................35

10

Financiering .........................................................................................................................................40

11

Bedrijfsvoering ....................................................................................................................................42

12

Onderhoud kapitaalgoederen.............................................................................................................47

13

Verbonden partijen ..............................................................................................................................48

FINANCIËLE BEGROTING 14

Totaaloverzicht baten en lasten .........................................................................................................52

15

Uiteenzetting financiële positie ..........................................................................................................53

16

Vaststellingsbesluit .............................................................................................................................58

BIJLAGEN Bijlage 1: Totaal baten en lasten per taakveld .............................................................................................59 Bijlage 2: Kostenstaat per product ................................................................................................................60 Bijlage 3: Overzicht BTW baten afvalstoffenheffing per regiogemeente ..................................................61 Bijlage 4: Scenario's tarieven afvalstoffenheffing 2023 ..............................................................................62 Bijlage 5: Beschrijving van de reserves en voorzieningen .........................................................................63

2

1

INLEIDING

Voor u ligt de ontwerpbegroting 2023 en de meerjarenraming 2024-2026 van Avri. In deze begroting leest u hoe we de trendbreuk die we in 2021 hebben ingezet, verder vormgeven. Doen wat we altijd deden, is geen optie meer. Er is behoefte aan een koerswijziging; van lineaire afvalinzamelaar gaan we naar circulaire ketenpartner. Hierdoor veranderen de rol en positie van Avri: de focus komt te liggen op draagvlak bij inwoners, partnerschap in de keten, efficiënt werken en een datagestuurde bedrijfsvoering. Samen met 248.000 inwoners en de 8 gemeenten willen we werken aan een schoon Rivierenland en dragen we bij aan een duurzame en prettige leefomgeving. We staan middenin de samenleving en zetten hierbij de inwoners centraal. Zo begrijpen we wat de behoeften zijn van inwoners en weten we wat er speelt bij gemeenten. Inwoners zijn onze belangrijkste partners. De inwoners hebben een duidelijke rol om te zorgen voor minimale verspilling door afval goed te scheiden en materialen zo veel een tweede leven te geven. Hiermee zorgen we samen dat de kosten zo laag mogelijk blijven. Deze begroting is opgesteld binnen de kaders van de kadernota 2023, zoals aan de gemeenteraden aangeboden. Daarmee is een extra gelegenheid geboden om tijdig het gesprek te voeren over de kaders voor de begroting. Zo ontstaat meer grip aan de voorkant van het begrotingsproces.

De behandeling in de raden heeft geleid tot diverse nieuwe aandachtspunten, die in februari 2022 in het Algemeen Bestuur van Avri werden besproken. De komende jaren staat Avri voor diverse uitdagingen in haar bijdrage aan een leefbare woonomgeving. Deze uitdagingen worden ingegeven door: • Aangescherpte beleidsambities van Rijk en gemeenten (o.a. bestuursakkoorden); • Strengere normen en financiële prikkels (heffingen, wet- en regelgeving); • Meer samenhangende of samenvallende normen (o.a. CO2-heffing, energieverbruik gebouwen en transport); • Krapte op de arbeidsmarkt, met name voor chauffeurs. • Hogere kosten, zoals personele kosten, hogere brandstofkosten, hogere materiaalkosten (voertuigen en gereedschap en grilliger grondstofopbrengsten. • Vermindering draagvlak bij de inwoners door hogere kosten en de complexiteit van goed afval scheiden. De uitdagingen en ontwikkelingen op het gebied van circulariteit, duurzaamheid en inclusiviteit zijn veelomvattend. Tegelijkertijd is een wendbare, robuuste en voorspelbare bedrijfsvoering nodig om te blijven voldoen aan de behoeftes van gemeenten en inwoners. Avri heeft in 2021 een nieuwe strategie (Strategisch Koersplan 2021-2025 en de positionering) ontwikkeld waarin de uitdagingen en ontwikkelingen zijn vertaald naar opgaven voor de komende jaren en manieren om die te realiseren.

De nieuwe strategie is tot stand gekomen met bijdragen van medewerkers van Avri, de RBA-leden, communicatieadviseurs van gemeenten, raadsleden, inwoners en bestuursleden van Avri. Avri stelt zich voor 2025 tot doel: ‘Trots op Rivierenland door samen te werken aan een schone leefomgeving’. Om deze doelstelling te bereiken, zijn vijf strategieën benoemd: • Circulaire waardecreatie: waarde toevoegen door intensief samen te werken met partijen die slim werken aan de circulariteit van grondstofstromen; • Efficiënte operatie: reële en voorspelbare uitvoeringslasten door een efficiënte aanpak; • Van de regio, voor de regio: positieve waardering van de inwoners en opdrachtgevers door zichtbaar bij te dragen aan de leefbaarheid in de regio; • Kwaliteit afvalstromen: opbrengst van grondstoffen is maximaal door samen met gemeenten te investeren in communicatie, die afvalscheiding voor iedereen aantrekkelijk maakt; • Nieuwe koers: een toekomstgerichte organisatie door de strategie en positionering (‘wat’ en ‘hoe’) als intern kompas in denken en doen te verankeren. De voorgestelde koerswijziging van Avri, de opgaven vastgelegd in het nieuwe Strategisch Koersplan 2021-2025 en de governance die daar het beste bij past, dienen als vertrekpunt voor de gesprekken die in 2022 met raadsleden worden gevoerd. De uitkomsten hiervan moeten leiden tot een gezamenlijk beeld van de toekomst.

Dan gaat het ook over de kansen om veranderingen te bereiken en over de innovatieruimte die Avri nodig heeft om een betere kwaliteit van de stromen en waardecreatie te realiseren. De nieuwe koers sluit goed aan bij de projecten uit het programma GRIP. Die projecten worden in 2023 voortgezet. Het doel is het vergroten van invloed op de keten, het verbeteren van het weerstandsvermogen en een wendbare bedrijfsvoering. Daarnaast moet de voorspelbaarheid van ons beleid toenemen en een bijdrage leveren aan een betere reputatie voor Avri. De kostenreductie door GRIP ligt tussen de 4 en 17 euro per huishouden en is voor een

3

gedeelte gericht op schone grondstofstromen. De kostenreductie is echter mede afhankelijk van politieke keuzes. En: de kosten gaan voor de baten uit. Avri zorgt voor maatschappelijke meerwaarde door kansen te bieden aan mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt. In de afgelopen jaren zijn ruim 95 medewerkers met een afstand tot de arbeidsmarkt bij Avri komen werken. Waar het in eerste instantie begon met het detacheren van mensen, is de samenwerking met het regionale werkvoorzieningsschap Werkzaak Rivierenland later uitgebreid met meer doelgroepen. Zo worden steeds meer mensen uit de zogenaamde kaartenbak van de gemeente (bijstand, WW, Wajong, Wia, statushouders) begeleid ge(her)introduceerd in het arbeidsproces. Voor de mensen zelf draagt dit bij aan hun zelfstandigheid en het gevoel actief mee te doen in de maatschappij. Avri maakt in de periode 2021-2023 de omslag naar een meer op mens en samenwerking gerichte organisatie. Daarbij zetten we onze deskundigheid in: de specialistische verzorger. Dat betekent dat wij bewuster de verbinding maken met de gemeenten. We weten wat er bij hen speelt en wat zij van ons verwachten. Daarna bepalen we samen hoe we een win-win situatie kunnen bereiken. De waarden die hierbij horen zijn: inlevend, verbindend, wendbaar, deskundig en behulpzaam.

Door deze waarden consistent uit te dragen in alles wat we doen, bouwen we aan een herkenbare Avri-ervaring bij onze inwoners en gemeenten. De komende jaren blijft Avri eraan werken om dat nog bewuster en beter te doen. Het karakter en de waarden zijn als positionering vastgelegd in het Avri-kompasboekje. Begin 2022 hebben wij een inwonersonderzoek uitgevoerd. Met de resultaten verbeteren we onze communicatie en kunnen we werken aan voorspelbaarheid in dienstverlening en kosten. Zodat inwoners, gemeenten en andere partijen weten wat ze van ons kunnen verwachten. We zijn trots op de inzet van onze medewerkers. Het afgelopen jaar zijn er grote stappen gezet om ons klaar te maken voor deze toekomst. We hebben er het volste vertrouwen dat de deze koers ons steeds beter helpt om duurzaam dienstverlenend te zijn voor de gemeenten en inwoners van de regio Rivierenland. Walter Brouwer Directeur Avri

4

2

BESTUURLIJKE SAMENVATTING

2.1 Inleiding Voor en met de regio werken wij aan een schoon, veilig, duurzaam en circulair Rivierenland. Dat doen wij samen met 250.000 inwoners in acht gemeenten. Avri wil zich steeds meer inzetten als een brede maatschappelijke dienstverlener; passend bij een veranderende maatschappij. Daarbij hoort een doorontwikkeling van de werkwijze en bekostiging van het huidige afvalsysteem. Maar ook het realiseren van regionaal partnerschap in het onderhoud van de openbare buitenruimte en het vormgeven van lokale arbeids- en bewonersparticipatie. We willen de regio duurzamer maken door betrokken te zijn en een meerwaarde te bieden op maatschappelijke thema’s. Circulariteit, duurzaamheid en inclusiviteit zijn belangrijke waarden. Daarbij is onze visie: ‘Van de regio, voor de regio’.

2.2 Werken aan financieel herstel We werken aan financieel herstel, zodat Avri een financieel gezonde basis krijgt om haar bedrijfsvoering te kunnen uitvoeren. De afgelopen jaren zorgden dalende grondstofvergoedingen, extra rijksbelastingen en prijsindexeringen voor een stijgende afvalstoffenheffing in Nederland. Ook de afvalstoffenheffing in Rivierenland ging omhoog. We willen deze trend doorbreken en werken aan meer stabiliteit, door de bedrijfsvoering te verstevigen, risico’s te beheersen en financiële weerstand voor de toekomst op te bouwen. 2.2.1 Tarieven afvalstoffenheffing; stijging met 4% In onderstaande tabel is de ontwikkeling van het gemiddelde tarief afvalstoffenheffing ten opzichte van 2022 toegelicht. ONTWIKKELING TARIEF AFVALSTOFFENHEFFING € 306

Gemiddeld tarief afvalstoffenheffing 2022 Marktontwikkelingen

Operationele kosten

Dekking

Autonome prijsindexeringen (o.a. CAO, markttarieven) Brandstofkosten Onderhoud voertuigen Verwerking afvalstromen en grondstoffen

Overige mutaties per saldo

Inzet structureel resultaat bedrijfsafval Verbeterd betaalgedrag inwoners

€ € € €

€

€ €

5 5 2 2 €

14

€

1

€

-4

1

-2 -2

€ 317

Gemiddeld tarief afvalstoffenheffing 2023 Overige

Milieustraten in ontwikkeling

PM

Tabel 1: Ontwikkeling tarief afvalstoffenheffing per 2023 Uit de tabel blijkt per 2023 een stijging van de gemiddelde afvalstoffenheffing met € 11 (4%) naar € 317, met name veroorzaakt door een toename van de uitvoeringskosten. Oorzaken hiervan zijn onder meer de sterk gestegen brandstofprijzen en de stijging van onderhoudskosten. Voertuigen worden langer gebruikt omdat de levering van nieuwe voertuigen fors is vertraagd. Dat is het gevolg van de materiaal- en chiptekorten op de wereldmarkt. Daarnaast hebben we te maken met niet-beïnvloedbare, autonome prijsstijgingen (o.a. CAO en markttarieven). Over de ontwikkeling van de milieustraten zijn verkennende gesprekken gevoerd met het Algemeen Bestuur. We zien structureel een toename van het aantal bezoekers en aanbod van gescheiden afvalstromen. Het is noodzakelijk de personele bezetting voor de milieustraten en de inzameling uit te breiden om te garanderen dat het dienstenpakket van Avri uitgevoerd kan worden. Tevens kunnen we beter anticiperen op wijzigingen in het aanbod van afval- en grondstofstromen. Inmiddels zijn de nodige voorbereidingen gedaan. Vanuit Avri streven wij ernaar om in mei 2022 het plan aan het AB voor te leggen. Bij het opmaken van deze begroting kan nog geen indicatie worden gegeven van het benodigde bedrag en het effect op de afvalstoffenheffing. Hiervoor is een pm-post opgenomen.

5

In onderstaande grafiek is de tariefontwikkeling van de afgelopen jaren en komende jaren uiteengezet en afgezet tegen het (verwachte) landelijk gemiddelde (t/m 2021, bron: COELO). Ondanks de stijging komt het tarief van Avri ook in 2022 niet boven de verwachte gemiddelde afvalstoffenheffing van Nederland uit.

Grafiek 1: Tariefontwikkeling afvalstoffenheffing 2010-2026 In meerjarig perspectief voor Nederland gaan we uit van een gemiddelde jaarlijkse stijging van de afvalstoffenheffing met 5% per jaar. De gemeentelijke woonlasten zijn de afgelopen vier jaar meer dan 4 procent per jaar gestegen. De afvalstoffenheffing steeg gemiddeld met 6,2% per jaar. Dit blijkt uit het rapport Ontwikkeling gemeentelijke woonlasten 2018-2022, dat in maart is verschenen. In de meerjarenbegroting van Avri verwachten we dat de tarieven voor het verwerken van restafval sterk zullen stijgen. Dit komt door het aflopen van het huidige contract. Marktontwikkelingen laten bijna een verdubbeling van de tarieven zien. Om deze stijging te dempen stellen we voor om dit nadeel in 2024 te dekken door een onttrekking van € 6 ton uit de egalisatievoorziening van het basispakket. Door te investeren in het nog beter scheiden van afval door inwoners, verwachten we stabilisatie van het aanbod van grondstoffen door inwoners. Gemiddeld genomen zijn grondstofvergoedingen de afgelopen jaren gedaald, waardoor de afvalstoffenheffing een steeds groter aandeel van de (meer beïnvloedbare en constantere) uitvoeringskosten dekt. Via het programma GRIP werken we ook binnen de bedrijfsvoering aan het realiseren van meer prijsstabiliteit. Per 2025 vallen de kapitaallasten (ca € 2 ton) van het project zuiver afval vrij.

We stellen voor in meerjarig perspectief om deze vrijval in te zetten in het basispakket waarmee (een deel van) het effect van toekomstige nadelen kan worden opgevangen.

2.2.3 Opbouw van financiële weerstand Weerstandsvermogen; meerjarige opbouw van financiële weerstand Er is voldoende financiële armslag nodig om continuïteit in dienstverlening te waarborgen, risico’s af te dekken en prijsstabiliteit te realiseren. Onze financiële reserves zijn de afgelopen jaren ingezet om de tarieven afvalstoffenheffing te verlagen en risico’s die zich voordeden op te vangen. Nu willen we Avri financieel weer gezond maken.

6

De overdracht van de stortplaats Geldermalsen vormt een belangrijk risico. We gaan in het risicoprofiel uit van directe overdracht na het beslismoment door de provincie op basis van de provinciale uitgangspunten (waaronder de huidige rekenrente van 3,1%). Op dat moment (2034) dient er € 12,2 mln. extra te zijn ‘gespaard’ om het dan benodigde doelvermogen te hebben opgebouwd. Dit wordt bereikt door de huidige (reeds in de begroting 2021 opgenomen) opslag in de tarieven voor opbouw van de weerstandscapaciteit bij Avri (€ 12 per huishouden) te handhaven tot het moment van overdracht. Dit risico kan daarmee worden gedekt (gebaseerd op de huidige inzichten en uitgangspunten van het doelvermogen). We stellen daarom voor om de jaarlijkse opbouw van het weerstandsvermogen met € 12 per huishouden te handhaven. Dit is in lijn met de zienswijze van de gemeenten bij de kadernota 2023. In grafiek 2 is dit scenario gevisualiseerd.

Grafiek 2: Ontwikkeling weerstandsvermogen Basispakket Het stijgend verloop van de weerstandscapaciteit wordt voornamelijk veroorzaakt door de € 12,- opslag. De daling van het totaal risicoprofiel heeft te maken met de aanname dat het geschil met de PDB-verwerker in 2024 zal zijn opgelost (zie paragraaf weerstandsvermogen). Bovenstaande grafiek laat zien dat Avri zich, indien er zich geen onvoorziene omstandigheden gaan voordoen, in de komende jaren al snel in een situatie bevindt dat de risico’s voldoende zijn afgedekt. Hierbij is het echter belangrijk om weer te geven dat het risico van de stortplaats hierin is meegenomen op basis van een kans keer effect berekening. De risico-opslag in de afvalstoffenheffing is echter gebaseerd op het scenario dat de overdracht van de stortplaats moet plaatsvinden per 2034. In onderstaande grafiek is de ontwikkeling van het weerstandsvermogen weergegeven, uitgaande van het risico op directe overdracht van de stortplaats per 2034. Het totale risicoprofiel bestaat dan uit zowel het benodigde, aanvullend op te bouwen doelvermogen van € 15,3 mln. als de overige risico’s van het basispakket. In de grafiek wordt duidelijk dat een jaarlijkse aanvulling van de weerstandscapaciteit nodig is om dit scenario te kunnen afdekken.

Wanneer de huidige opslag in de tarieven afvalstoffenheffing (€ 12 per huishouden) wordt gehandhaafd t/m 2034 kan het risico op (gedwongen) overdracht op basis van de (huidige) provinciale standpunten worden afgedekt.

7

8

3

LEESWIJZER

Deze begroting bevat een beleidsmatig en financieel gedeelte en is opgebouwd conform de uitgangspunten en richtlijnen van het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (BBV). De begroting 2022 begint met een algemene inleiding die vervolgd wordt met een bestuurlijke samenvatting. De beleidsbegroting begint vanaf hoofdstuk 4 met de vier programma's: • • • •

programma Basispakket programma Pluspakket programma Bedrijfsafval programma Algemene baten en lasten

(hoofdstuk 4) (hoofdstuk 5) (hoofdstuk 6) (hoofdstuk 7)

De wettelijk voorgeschreven beleidsparagrafen komen aan bod in de hoofdstukken 8 tot en met 13. De volgende paragrafen zijn opgenomen: • • • • • •

paragraaf lokale heffingen paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing paragraaf financiering paragraaf bedrijfsvoering paragraaf onderhoud kapitaalgoederen paragraaf verbonden partijen

(hoofdstuk 8) (hoofdstuk 9) (hoofdstuk 10) (hoofdstuk 11) (hoofdstuk 12) (hoofdstuk 13)

De paragraaf grondbeleid is voor Avri niet van toepassing en derhalve niet opgenomen in deze begroting. De financiële begroting bevat een overzicht van de totale lasten en baten van alle activiteiten van Avri (hoofdstuk 14). De financiële positie van Avri (hoofdstuk 15) komt eveneens in de financiële begroting aan bod. De financiële positie geeft onder andere inzicht in het verloop van de exploitatie, de geplande investeringen, het verloop van de reserves en voorzieningen en een meerjarig geprognosticeerde balans.

9

BELEIDSBEGROTING PROGRAMMA’S

10

4

PROGRAMMA BASISPAKKET

AFVALBEHEER

Dit programma gaat over: het inzamelen en verwerken van huishoudelijke afvalstromen en grondstoffen.

4.1

Inleiding

De beleidsontwikkelingen op het gebied van afval en grondstoffen van het Rijk zijn vastgelegd in het Landelijk Afvalbeheerplan 3 (LAP3) en het bijbehorende VANG-programma. In LAP3 wordt meer ruimte geboden voor het circulair maken van afval- en grondstofstromen. LAP3 geeft ook antwoord op de vraag: wanneer is iets afval of een secundaire grondstof? Bronscheiden is opgenomen als voorkeursroute. De wettelijke gronden op basis waarvan een gemeente af kan wijken van het verplicht gescheiden inzamelen van metaal, glas, kunststof en bioafval van huishoudens (GFT) zijn nader uitgewerkt in LAP3. Dit betekent dat bronscheiden de norm is voor álle huishoudens en dat iedere afwijking aan de wettelijke gronden moet voldoen. Ook het beleid van de gemeenten richt zich steeds meer en concreter op circulariteit. Naast de landelijke en regionale beleidsontwikkelingen hebben de marktontwikkelingen een steeds grotere invloed op de begroting van Avri. Naar verwachting zal het Rijk meer sturen via de hoogte van de verbrandingsbelasting en de CO2-heffing. Daarnaast is het positief dat de uitgebreide producentenverantwoordelijkheid verder wordt uitgebreid, zoals voor matrassen en textiel. De huidige economische situatie zorgt echter voor stijgende prijzen op de arbeidsmarkt en hogere tarieven bij marktpartijen, bij de inkoop van goederen en diensten.

Dit geldt zowel bij de inzameling van afval als bij het beheer van de openbare ruimte.

4.2

Wat willen we bereiken?

Inwoners willen betrokken worden bij - en meer invloed hebben op - het beleid dat Avri maakt en de uitvoering die daarbij hoort. Dit geldt ook voor gemeenten en raadsleden. We willen als inlevende en wendbare organisatie in kunnen spelen op de behoeftes van de gemeenten en hun inwoners. De invoering van het nieuwe afvalbeleid heeft laten zien dat de behoeftes van de deelnemende gemeenten uiteen kunnen liggen. Daarom is intussen het gesprek over maatwerk en de grip op gemeenschappelijke regelingen opgestart. Deze ontwikkelingen vragen in toenemende mate van Avri om verbinding te houden met de diverse stakeholders en om innovatief en flexibel te zijn. Regionale beleidsontwikkelingen In 2023 zal binnen de landelijke beleidskaders Van Afval Naar Grondstof (VANG) het eigen beleid (‘Afval scheiden heel gewoon’) doorontwikkeld worden. Regionaal is de doelstelling vastgesteld om per 2025 maximaal 30 kg restafval per inwoner te produceren. In onze regio zien we een sterke verlaging van de hoeveelheid restafval (in 2021 79 kg fijn en grof restafval per inwoner) en zamelen we meer grondstoffen in. De regio is op de goede weg en daarom zal een nieuw grondstoffenplan voorbereid worden. Het doel van het plan blijft de preventie van afval, een verdere reductie van het restafval en de inzameling van zo schoon mogelijke grondstoffen.

11

Verenigingen zijn voor Avri belangrijke ambassadeurs bij het behalen van duurzaamheidsdoelen en een schone leefomgeving. Verenigingen die nu papier inzamelen, kunnen voor hun vergoeding andere taken binnen het basispakket oppakken. In 2021 is één pilot uitgevoerd, namelijk het schoonmaken van de ondergrondse containers. Een aantal verenigingen zien deze pilot als volwaardig alternatief voor de papierinzameling. Het is nog niet besloten hoe precies invulling aan deze werkzaamheden door de verenigingen wordt gegeven. Afhankelijk van die overwegingen worden de gevolgen in de begroting 2023 verwerkt. 4.3

Wat gaan we daar voor doen?

Regio Deal De Regio Deal is een arrangement tussen regio’s en het Rijk om de kracht van de regio’s te versterken. De rijksondersteuning bestaat uit financiële middelen, experimenteerruimte en expertise. Daarmee kan een regionaal project worden uitgevoerd. In 2021 heeft Avri drie projecten voor de Regio Deal toegekend gekregen: Een innovatief circulair textielsorteercentrum; Een betere bodem in de Betuwe (van tuinafval naar compost voor de Fruitdelta); Betuws Circulair (van regionale reststromen zoals plastic, naar regionale producten voor de Fruitdelta en recreatiesector). Onder voorbehoud van besluitvorming in 2022 krijgen deze projecten verder vorm. Ontwikkelingen op de afval- en grondstoffenmarkt Door de groeiende hoeveelheden ingezamelde grondstoffen wordt de begroting van Avri gevoeliger en meer afhankelijk van marktontwikkelingen. De kosten en opbrengsten van diverse grondstoffen worden grilliger en minder voorspelbaar. De invoering van prijs- en comfortprikkels voor afvalscheiding in Nederland heeft een nadelig effect op de kwaliteit van de grondstoffen. De vervuiling van de grondstoffen neemt toe door vermenging met restafval. De gemiddelde kwaliteit neemt verder af doordat grondstoffen van lage kwaliteit (die eerst in het restafval zaten) ook gescheiden ingezameld worden.

Het tarief afvalstoffenheffing is onder invloed van deze niet-beïnvloedbare ontwikkelingen de afgelopen jaren sterk gestegen. We verkennen continu de mogelijkheden om onze grip op de tariefontwikkeling te vergroten. Het vergroten van de grip op onze kostenontwikkeling bereiken we door onze invloed op de afzetmarkt te vergroten. Dat kan onder meer bereikt worden door het afsluiten van langlopende contracten met verwerkers, samenwerking met regionale partners en deelname of investeringen in verwerkingscapaciteit.

12

CO2-heffing De CO2-heffing voor de industrie is in 2022 € 42 per te veel uitgestoten ton CO2. De heffing loopt op tot €128 in 2030. De precieze impact hiervan is nog onzeker. Veel hangt af van politieke wil in de komende jaren. Uit eerdere berekeningen van adviesbureau KplusV is op te maken dat het effect op de afvalstoffenheffing in 2030 (in het minst gunstige geval) kan oplopen tot € 50 per persoon of € 100 per huishouden. Milieustraten in ontwikkeling Er moeten de nodige investeringen worden gedaan om de milieustraten op te knappen om aan de wettelijke ontwikkelingen te kunnen blijven voldoen. Daarnaast moet de inrichting meer inwonergericht en met meer focus op scheiding van grondstoffen gemaakt worden. Een probleem hierbij blijft het ruimtegebrek (en daarmee het risico op onveiligheid en klachten) op de huidige locaties. De situatie is urgent. Actie is dringend gewenst en staat daarom op de prioriteitenlijst van het AB. Avri heeft een verkennend onderzoek laten uitvoeren naar het huidige functioneren van de milieustraten, de ontwikkelingen die van invloed kunnen zijn op het functioneren van de milieustraten en de spreiding van de milieustraten in Rivierenland. Het rapport geeft inzicht in de stand van zaken en beschrijft mogelijkheden om de milieustraten toekomstbestendig te maken.

In het rapport wordt een aantal niveaus genoemd waar een milieustraat zich naartoe kan ontwikkelen. Dat begint met een basisniveau milieustraat. Het hoogste niveau is het aanpassen van een milieustraat tot een circulair ambachtscentrum, met afvalpreventie en circulariteit. Om per milieustraat goed in beeld te brengen wat haalbaar en wenselijk wordt geacht, is verdiepend onderzoek nodig. Op basis daarvan kan een concreet voorstel aan het bestuur worden gedaan. Het Algemeen Bestuur besluit op basis van dat voorstel in 2022 wat de ambitie van de regio wordt. Stortplaats Geldermalsen De regionale stortplaats in Geldermalsen is afgewerkt, gesloten en daarmee gereed voor overdracht aan de provincie Gelderland. Bij overdracht dient een bedrag voor de provincie beschikbaar te zijn voor de eeuwigdurende zorg, het zogenaamde doelvermogen. Er is een risico op een te laag doelvermogen in het nazorgfonds van de stortplaats. In de begroting en het meerjarenperspectief is al rekening gehouden met € 12 per huishouden per jaar risico-opslag tot 2034. In theorie zou dat voldoende doelvermogen moeten opleveren, maar wijziging van de rekenrente en het moment van overdracht hebben grote invloed op de opbouw van het doelvermogen. Hiermee loopt Avri (en subsidiair de gemeenten als garantstellende instanties) uiteindelijk een extra risico. Voorjaar 2021 is het nazorgplan geactualiseerd.

De provincie heeft hier in april 2021 mee ingestemd en dat in augustus bekrachtigd door het toezenden van het tussentijds eindinspectierapport. De actualisatie leidt in alle RINAS-berekeningen tot een hoger doelvermogen, variërend tussen de 2 en 10 miljoen (in het jaar van overdracht). De toename is het gevolg van het volledig overnemen van de verplichtingen uit het definitieve nazorgplan. Daarin wordt rekening gehouden met groeiende jaarlijkse kosten van controlemetingen en inspecties. Avri gaat er van uit dat de monitoringsinspanning in het komend decennium kan worden afgebouwd. Dit vanwege de stabiele grondwaterkwaliteit. Ook verwacht Avri dat de grondwaterkwaliteit niet verslechtert, nadat de definitieve bovenafdichting vijf jaar geleden werd gerealiseerd. Deze actualisatie betekent dat het te bereiken doelvermogen in 2044 stijgt naar € 10,9 miljoen en dat het gekwantificeerd risico stijgt naar € 5,9 miljoen. Deze actualisatie en de gevolgen voor het risicoprofiel worden opgenomen in de komende P&C documenten. In de begroting 2023 worden de meest actuele ontwikkelingen meegenomen in de bepaling van het risicoprofiel. In een discussienotitie zijn in februari 2022 de risicoafwegingen met betrekking tot de stortplaats aan de gemeenteraden voorgelegd. Gemeenten hebben hun zienswijze met betrekking tot deze risicoafweging kunnen aangeven.

De zienswijzen van de gemeenten zijn in deze begroting verwerkt.

13

Wat gaat dat kosten? Naast beleidsontwikkelingen zijn in toenemende mate ook marktontwikkelingen van invloed op de begroting van Avri. Zo zorgt de toenemende inzameling van grondstoffen dat de begroting meer afhankelijk wordt van marktmechanismes waardoor de ontwikkeling van de tarieven afvalstoffenheffing minder beïnvloedbaar wordt. Ook zorgt de huidige economische situatie voor stijgende prijzen op de arbeidsmarkt en hogere tarieven bij marktpartijen bij de inkoop van goederen en diensten. De kosten en opbrengsten van de uitvoering van het programma Basispakket zijn weergegeven in onderstaande tabel. Voor de begroting geldt dat de uitvoeringskosten worden gedekt door de baten uit ingezamelde grondstoffen en de afvalstoffenheffing van inwoners. Dit is in onderstaande afbeelding weergegeven, waarbij de ontwikkeling ten opzichte van 2022 en 2023 is weergegeven;

Grafiek 3: Ontwikkeling begroting Avri 2021-2023 De ontwikkeling van de tarieven afvalstoffenheffing is weergegeven in de paragraaf Lokale heffingen. In dit hoofdstuk geven we inzicht in de opbouw van de uitvoeringskosten, de externe verwerkingskosten en -baten. Opbouw uitvoeringskosten In grafiek 4 is de opbouw van de uitvoeringslasten weergegeven en afgezet tegen de begroting 2023. Het grootste gedeelte van de uitvoeringslasten komt voort uit de dagelijkse inzameling van alle minicontainers bij de inwoners thuis, het legen van verzamelcontainers en het beheer van 4 milieustraten. Als het afval en de grondstoffen zijn ingezameld worden deze (eventueel overgeslagen en) getransporteerd naar de externe verwerker. We maken hierbij gebruik van duurzame kapitaalgoederen en hebben daardoor vaste afschrijvingslasten van materieel en inzamelvoorzieningen. Om dit operationele proces goed te faciliteren zijn er ook ondersteunende diensten in het kader van gedragssturing, zoals beleid, communicatie (incl. KCC) en handhaving. Ook de administratieve afhandeling van de ledigingen restafval, de aanslagoplegging door BSR en de beheerkosten voor de stortplaats zijn in het basispakket ondergebracht.

14

Grafiek 4: Uitvoeringslasten 2021-2023 De kostenstijgingen worden veroorzaakt door onder meer de sterk gestegen brandstofprijzen, de stijging van onderhoudskosten en niet-beïnvloedbare, autonome prijsstijgingen (o.a. CAO en markttarieven). BSR Door een nieuwe kostentoedeling binnen BSR stijgt onze reguliere bijdrage in 3 jaar tijd met €200.000 structureel in stappen van €65.000 per jaar. Avri is het hier niet mee eens en is bestuurlijk opgeschaald. Momenteel zijn met BSR in gesprek om te kijken naar de mogelijkheden in de samenwerking om zo deze verhoging te beperken. Een

15

deel van de verhoging kan naar verwachting worden opgevangen door een structureel btw voordeel van ca € 40.000 Ontwikkelingen afval- en grondstoffenmarkt We zien dat de grondstoffenmarkt grillig is. Dat wordt veroorzaakt door te veel aanbod, aanscherping van importbeleid in andere landen en mindere kwaliteit van de aangeboden grondstoffen. Ook de gebeurtenissen in de wereld hebben direct effect op de vergoedingen. We zien nu dat er geen meerjarige contracten meer worden afgesloten. In Europa wordt hierop geanticipeerd, door het creëren van extra productiecapaciteit door verwerkers. Wij moeten blijven focussen op schone grondstofstromen, om de financiële gevolgen van deze marktontwikkelingen zoveel mogelijk te beperken. In onderstaande grafiek is de ontwikkeling van kosten en opbrengsten over de afgelopen jaren weergegeven:

Grafiek 5: Ontwikkeling begroting Avri 2016 - 2023 Door andersoortige contracten met afvalverwerkers af te sluiten bereikt Avri meer stabiliteit en een sneller financieel effect bij schonere stromen. Avri kijkt waar zij waarde kan toevoegen aan de grondstofstromen om deze doelen te halen. Als voorbeeld dienen de 3 subsidieprojecten vanuit Regio Deal. Om meer grip op de verwerking te krijgen probeert Avri meer invloed te krijgen op de gehele keten. Denk aan samenwerking waar het gaat om productie, consumptie (voorlichting, communicatie) en duurzame inname en verwerking van grondstoffen. Door (regionale en landelijke) samenwerking met producenten, verwerkers en marktpartijen te intensiveren gaat Avri op zoek naar slimme, innovatieve en duurzame oplossingen. Hiermee neemt Avri ook meer verantwoordelijkheid voor de afzet van onze grondstofstromen. Wij streven ernaar dat de verwerking zo circulair mogelijk plaatsvindt. Bij voorkeur vindt verwerking regionaal plaats. Zo wordt de lokale economie gestimuleerd en reduceren we de CO2uitstoot van het transport. De tarieven op de markt voor verbranding stijgen als gevolg van een groeiende hoeveelheid brandbaar restafval. Vanwege langlopende contracten en daarmee langdurige afspraken over verbrandingstarieven heeft dit voor 2023 geen direct financieel gevolg voor Avri.

Het huidige contract loopt tot 31 maart 2022 met een eenzijdige optie (voor Avri) tot eenmalige verlenging voor de duur van twee jaar. Van deze verlenging wordt in de begroting 2023 uitgegaan. Daarmee hanteren we hetzelfde tarief, plus jaarlijkse indexering. In de meerjarenbegroting van Avri verwachten we derhalve dat de tarieven voor het verwerken van restafval sterk zullen stijgen. Marktontwikkelingen laten bijna een verdubbeling van de tarieven zien. In 2024 zal de aanbesteding tot een aanzienlijke prijsstijging leiden. Dat maakt het terugdringen van de kilo’s restafval alleen maar urgenter.

16

VERWERKINGSOPBRENGSTEN MEERJARENBEGROTING Papier Kunststof verpakkingen en drankkartons Textiel Overige opbrengststromen Totaal verwerkingsopbrengsten

2022 1.212 2.233 210 733 4.388

2023 1.229 2.032 252 1.160 4.673

2024 1.209 1.829 252 1.160 4.450

2025 1.189 1.646 252 1.160 4.247

2026 1.170 1.481 252 1.160 4.063

VERWERKINGSKOSTEN MEERJARENBEGROTING Restafval GFT afval Sorteer- en vermarktingskosten Overige kostenstromen Totaal verwerkingskosten

2022 2.043 2.512 0 1.352 5.907

2023 2.114 2.747 0 1.133 5.994

2024 2.946 3.106 0 1.167 7.219

2025 3.056 3.231 0 1.202 7.489

2026 3.171 3.361 0 1.238 7.770

Tabel 2: Verwerkingskosten en -opbrengsten t/m 2026 Programmabaten en -lasten De lasten van het programma Basispakket worden gedekt door de baten uit de ingezamelde grondstoffen en de afvalstoffenheffing. De opbouw van de baten afvalstoffenheffing is weergegeven in de paragraaf Lokale heffingen. Die baten zijn gebaseerd op de in dit hoofdstuk uitgewerkte lasten. In onderstaande tabel worden de baten en lasten gespecificeerd volgens de financiële begroting en worden de stortingen en onttrekkingen uit de reserves inzichtelijk.

BATEN EN LASTEN PROGRAMMA BASISPAKKET Lasten Lasten uitvoering basispakket BTW basispakket 13,5% Kwijtscheldingen Totaal lasten

2024

2025

2026

31.602 3.454 1.230 36.286

33.321 3.794 1.334 38.450

33.690 3.953 1.409 39.052

34.796 4.127 1.492 40.414

4.388 0 29.861 -4 34.245

4.673 150 31.067 0 35.890

4.450 600 33.236 0 38.286

4.247 0 34.641 0 38.888

4.063 0 36.186 0 40.249

Saldo van lasten en baten voor vermogensmutaties

0

-396

-164

-163

-165

Vermogensmutaties (stortingen / onttrekkingen reserves)

0

-396

-164

-163

-164

Saldo van lasten en baten na vermogensmutaties

0

0

0

0

0

Baten Verwerkingsopbrengsten grondstoffen Inzet voorzieningen Baten afvalstoffenheffing (bruto) Exploitatieresultaat programma basispakket Totaal baten

2022

2023

29.483 3.388 1.374 34.245

Tabel 3: Meerjarenbegroting baten en laten programma Basispakket

17

5

PROGRAMMA PLUSPAKKET

IBOR, Handhaving en overige

Dit programma gaat over: De aanvullende activiteiten die Avri verricht voor gemeenten, zoals het Integraal Beheer van de Openbare Ruimte (IBOR) en handhavingstaken.

5.1

Inleiding

Naast de dienstverlening uit het basispakket kunnen gemeenten additionele taken aan Avri opdragen.Het gaat met name om handhaving APV en Integraal Beheer Openbare Ruimte (IBOR). Avri biedt met dit pakket taken aan met het doel die met een robuuste en efficiëntere bedrijfsvoering uit te voeren. Daarnaast hebben de individuele gemeentes er belang bij alle taken bij één organisatie onder te brengen. Dat is efficiënt door schaalvoordelen. Het beleggen van additionele taken bij Avri biedt daarnaast voordelen op het gebied van kwaliteit van uitvoering en kostenbeheersing. De individuele gemeente houdt daarbij altijd de regie en bestuurlijke verantwoordelijkheid. De overeengekomen taken worden in een dienstverleningsovereenkomst (DVO) nader uitgewerkt. Voor 2023 zijn of worden in totaal zeven DVO’s met zes van de acht regiogemeenten overeengekomen (vier voor IBOR en drie voor handhaving). De komende jaren werkt Avri verder aan een integraal en intergemeentelijk takenpakket waarbij we - in overleg met de opdrachtgevende gemeenten - continu streven naar het steeds duurzamer, efficiënter én belevingsgerichter beheren van de openbare ruimte. Daarbij geven wij ook invulling aan de maatschappelijke verantwoordelijkheid op het gebied van participatie. De coronacrisis heeft een zware impact gehad op het gebruik van de openbare ruimte.

Vooral de parken en recreatieroutes kennen een ongekende of tot dusver ongeziene aantrekkingskracht. Het is een mooie ontwikkeling dat inwoners hun omgeving zijn gaan herwaarderen. Aan de andere kant neemt de druk op de openbare ruimte toe. Dat vraagt om steeds meer onderhoud. 5.2

Wat willen we bereiken?

Robuust dienstenpakket Om de dienstverlening aan de IBOR- en handhavingsgemeenten zo goed en efficiënt mogelijk uit te voeren is een robuust dienstenpakket noodzakelijk. De inzet is dan ook het behouden en uitbreiden van diensten die bij Avri passen en van voldoende omvang zijn. Ook kunnen, in overleg met de betrokken gemeenten, huidige diensten die niet (meer) bij Avri passen worden afgestoten. Regionale partner In de loop der jaren heeft Avri veel kennis van het beheer van de openbare ruimte opgedaan. De komende jaren willen wij die kennis bundelen en Avri verder ontwikkelen tot het regionale kenniscentrum voor beheer en onderhoud van de openbare ruimte. Met deze expertise kunnen we regionale partners zijn voor de gemeenten en onze dienstverlening verder verbeteren. Hiervoor zijn investeringen in innovaties en denkkracht van de organisatie nodig. In het datagestuurd beheer (legen afvalbakken, vegen verhardingen) zijn we koploper in de regio.

18

Marktwerking contracten Naast de reguliere medewerkers en de medewerkers met een afstand tot de arbeidsmarkt voert Avri het beheer uit met behulp van (lokale) marktpartijen. De kosten van marktpartijen zijn mede afhankelijk van de economie. Dit kan zorgen voor fluctuatie van de werkbegrotingen. Om deze fluctuatie zo veel mogelijk te beperken wordt, daar waar mogelijk, gebruik gemaakt van meerjarige contracten. Klimaatontwikkeling De opwarming van het klimaat heeft invloed op de buitenruimte. Er komen steeds meer hittegolven, stormen, hevige regenbuien en ziekten en plagen in het openbare groen voor. Bomen en struiken helpen de buitenruimte minder snel warm te laten worden. Het is daarom steeds belangrijker dat Avri door zorgvuldig onderhoud zorgt dat het openbaar groen vitaal blijft. De klimaatontwikkeling vraagt van Avri steeds vaker inzet om de openbare ruimte veilig te houden. Denk aan de inzet buiten werktijd bij een storm, hevige regen of sneeuw. Naast het planmatig onderhouden van de openbare ruimte, moet Avri steeds vaker inspelen bij calamiteiten door onvoorziene invloeden. In de nieuwe Omgevingswet krijgen biodiversiteit en klimaatadaptatie een belangrijke plek. Gemeenten moeten dat vertalen naar inrichting, beheer en onderhoud van de openbare ruimte. Dit zal ook zijn weerslag krijgen op beheer en onderhoud van de openbare ruimte.

Naast de veranderingen in het beheer is de inschatting van Avri dat de openbare ruimte ook zal veranderen. Daarbij denken wij aan het anders beheren van hemelwatervoorzieningen, maar ook bijvoorbeeld het anders beheren van plantsoenen en zelfs bomen. Voorspellingen geven aan dat diverse boomsoorten op termijn (+/- 20 jaar) gaan verdwijnen uit het Nederlandse straatbeeld. Deze aanstaande verschuivingen zullen ook inwoners opmerken. Avri kan gemeenten ondersteunen door mee te denken en te helpen in de voorlichting over dit thema. Handhaving Avri kan voor iedere gemeente maatwerk leveren, zodat het handhavingsbeleid van de gemeente wordt uitgevoerd. Landelijk wordt gekeken naar de uitrusting en optionele bewapening van boa’s. Avri volgt deze ontwikkelingen op de voet en zal indien gewenst bij de landelijke richtlijnen aansluiten. Avri ziet erop toe dat medewerkers steeds in staat blijven om hun taken naar behoren uit te voeren. Daarbij gaat het onder meer om de voorgeschreven bevoegdheden, bescherming en scholing. Voor de uitvoering van het toezicht op het gemeentelijk parkeerbeleid gaan we onderzoeken of deze taak digitaal (door middel van een scanvoertuig) is uit te voeren. Handhaving is onderdeel van het bredere veiligheidsbeleid in een gemeente. De inzet van toezicht en handhaving is gericht op de naleving van wet en regelgeving.

Voor een zo efficiënt mogelijke inzet is snel inzicht in de gegevens (data) nodig. Door de investeringen in slimme ICT-systemen en denkkracht krijgen we sneller inzicht in wat er binnen een gemeente speelt. Er wordt alleen gehandhaafd waar dit nodig is. Hiermee voorkomen we onder andere veel meldingen en bewoners zullen meer begrip voor de inzet van handhaving krijgen. 5.3

Wat gaan we daarvoor doen?

Dit dienstenpakket bevat de onderhoudstaken op het gebied van groen, grijs, riolering, verkeer, begraafplaatsen, speeltuinen, gladheidbestrijding, evenementen en ongediertebestrijding. Daarnaast voert Avri toezichthoudende taken en opsporingstaken uit die in diverse wet- en regelgeving zijn opgenomen ten aanzien van de openbare ruimte (genaamd ‘domein 1’). Te denken valt aan handhaving rond honden-, jeugd- en parkeeroverlast, toezicht op de Drank en Horecawet en de APV, en controles op evenementen. Daarbij heeft Avri een vakinhoudelijk adviserende rol richting de gemeenten en verzorgt het de intake en afhandeling van meldingen in de openbare ruimte. Voor de begroting van IBOR en handhaving gaan we voor 2023 uit van de bestaande DVO’s 2022. Dat is gebaseerd op de lopende individuele contractafspraken en reeds overeengekomen werkbegrotingen 2021. Daarbij wordt in deze begroting 2023 verondersteld dat zich geen wijzigingen in het dienstverleningspakket voordoen. In de begroting is wel rekening gehouden met de nu volgende ontwikkelingen: Maatschappelijke betrokkenheid We voeren de taken uit op basis van de gewenste kwaliteitseisen van de gemeente. Daarbij streven we naar meerwaarde door perspectief te bieden aan medewerkers met een afstand tot de arbeidsmarkt, door duurzaam te innoveren en schaalvoordelen te benutten.

Avri verwacht dat in de toekomst minder medewerkers vanuit de voormalige sociale werkvoorziening beschikbaar komen. Avri vult deze vrijkomende ruimte zoveel mogelijk in met mensen die onder de Participatiewet vallen en

19

mensen met een bijstandsuitkering. In onderstaand overzicht is de ontwikkeling en verwachting van het aantal SWen Participatiemedewerkers in de vier IBOR gemeenten te zien. 2018

2019

2020

2021

2022

2023

2024

2025

SW-ers

47

43

55

49

40

39

38

34

Neder-Betuwe West Betuwe Buren Tiel

15 0 19 13

14 0 17 12

14 14 17 10

13 10 13 13

11 7 11 11

10 7 11 11

9 7 11 11

8 6 10 10

2018

2019

2020

2021

2022

2023*

P-wetters

4

11

16

15

16

22

Neder-Betuwe West Betuwe Buren Tiel

1 0 1 2

4 0 4 3

5 4 4 3

4 4 4 3

4 4 4 4

5 6 6 5

* 2023 is een prognose, dus dit is geen gegarandeerde inzet.

Tabel 4: SW- en Participatiemedewerkers Duurzaamheid Avri kijkt bij het vervangen van voertuigen en machines en bij het gebruik van materialen of er duurzame alternatieven zijn. Zoals elektrisch gereedschap of voertuigen en bio-zout. Bij elk nieuw aan te kopen voertuig of machine wordt de meest duurzame/economische oplossing beoordeeld. Op dit moment maakt Avri al gebruik van twee elektrische onkruidmachines en een elektrische straatstofzuiger. Ook wordt door de wijkploegen steeds vaker elektrisch handgereedschap gebruikt. Daarnaast worden strooiers voor de gladheidbestrijding gerefurbished. Dit wil zeggen dat de gebruikte materialen worden hergebruikt. Bij het bestrijden van de gladheid wordt voor een deel bio-zout gebruikt. Door gebruik van dit restproduct uit de voedingsindustrie wordt het milieu minder belast. Marktwerking contracten Naast de reguliere medewerkers en de medewerkers met een afstand tot de arbeidsmarkt voert Avri het beheer uit met behulp van (lokale) marktpartijen. De kosten van marktpartijen zijn mede afhankelijk van de economie. Dit kan zorgen voor fluctuatie van de werkbegrotingen. Om deze fluctuatie zoveel mogelijk te beperken wordt, daar waar mogelijk, gebruik gemaakt van meerjarige contracten. Luiers en incontinentiemateriaal In 2022 zijn we in vier gemeenten gestart met het gescheiden inzamelen van luiers en incontinentiemateriaal.

De overige gemeenten hebben de keuze om aan te geven of ze ook willen gaan voor een gescheiden inzameling. De geplande installatie voor gescheiden verwerking van incontinentiemateriaal en luiers bij ARN is gerealiseerd. Met ARN is een contract opgesteld met daarin de prognose op basis van tonnage van de vier in 2022 deelnemende gemeenten. Het geprognosticeerd aantal tonnen komt in 2022 boven de afgesproken tonnage uit. Met eventuele deelname van overige gemeenten in 2023 kan dit tonnage verder worden overschreden. Deze overschrijding zal van invloed zijn op het tarief per ton van de verwerkingskosten. Naar verwachting zal dit in 2023 een prijsstijging betekenen voor de deelnemende gemeenten. In 2023 kan het project verder worden geoptimaliseerd. Dan gaat het onder meer om inzamelfrequentie en het optimaliseren van de route. Ook kan het aantal zakken per gemeente worden verminderd. Bij verminderde vervuiling zijn er bovendien lagere transportkosten. Met de inzameling van luiers en incontinentiemateriaal komen we tegemoet aan de wens van gemeenten om maatwerk te bieden. De milieuwinst door duurzame verwerking van de luiers levert een CO2-reductie op van 964 kg CO2 per ton luierafval, ten opzichte van verbranding als restafval. De gemiddelde daling van de hoeveelheid restafval is naar verwachting 6 kg per inwoner per jaar. 5.4

Wat gaat dat kosten?

Avri voert de diensten in het pluspakket uit tegen kostprijs. Dit betekent dat er voor IBOR en handhaving geen financieel resultaat door Avri wordt behaald op deze activiteiten. Om deze reden houdt Avri geen (risico)reserves voor de IBOR activiteiten aan, maar uitsluitend voor de operationele risico's van de andere pluspakket activiteiten. Voor de overige (niet-IBOR) activiteiten worden - afhankelijk van de gesloten overeenkomst - eventuele financiële verschillen op realisatiebasis verrekend met de reserve Pluspakket.

20

BATEN EN LASTEN PROGRAMMA PLUSPAKKET Lasten Integraal beheer openbare ruimte - via DVO * Integraal beheer openbare ruimte - overig Handhavingstaken Gescheiden inzameling incontinentiemateriaal Overige dienstverlening pluspakket Totaal lasten programma pluspakket

2022

2023

2024

2025

2026

12.638 282 1.202 381 390 14.893

13.172 371 1.191 395 390 15.519

13.567 382 1.227 407 404 15.987

13.974 394 1.263 419 416 16.467

14.393 406 1.301 432 429 16.961

12.638 282 1.202 381 390 14.893

13.172 371 1.191 395 390 15.519

13.567 382 1.227 407 404 15.987

13.974 394 1.263 419 416 16.467

14.393 406 1.301 432 429 16.961

Saldo van lasten en baten voor

0

0

0

0

0

Vermogensmutaties (stortingen / onttrekkingen

0

0

0

0

0

Saldo van lasten en baten na

0

0

0

0

0

Baten Integraal beheer openbare ruimte - via DVO Integraal beheer openbare ruimte - overig Handhavingstaken gescheiden inzameling incontinentiemateriaal Overige dienstverlening pluspakket Totaal baten programma pluspakket

* Het bedrag 2022 wijkt af van de GR-begro ting do o rdat uitgegaan is van de go edgekeurde werkbegro tingen

Tabel 5: Meerjarenbegroting programma Pluspakket Avri voert voor vier gemeenten de uitvoering- en beheertaken in de openbare ruimte uit op het gebied van groen, grijs, riolering, verkeer en vervoer, openbare verlichting, begraafplaatsen, speeltuinen, gladheidbestrijding en ongediertebestrijding. De totale geraamde lasten per IBOR-gemeente zijn in onderstaande tabel uiteengezet. De cijfers voor 2023 in deze tabel zijn gebaseerd op de goedgekeurde werkbegrotingen 2022. Daarbij is zoveel mogelijk rekening gehouden met autonome kostenindexatie, CAO, marktontwikkeling en overheadstijging. ONTWIKKELING UITVOERINGSLASTEN Gemeente Buren IBOR Gemeente West Betuwe IBOR Gemeente Neder-Betuwe IBOR Gemeente Tiel IBOR Totaal DVO's IBOR

2021 2.855 1.895 2.276 5.364 12.390

2022 2.874 1.841 2.337 5.586 12.638

2023 VERSCHIL 2.996 122 1.928 87 2.438 101 5.810 224 13.172 534

VERSCHIL 4,2% 4,7% 4,3% 4,0% 4,2%

Tabel 6: Ontwikkeling uitvoeringslasten DVO’s IBOR Op verzoek van de gemeenten wordt per DVO tevens de toegerekende overhead weergegeven. De huidige bedragen in deze tabel zijn gebaseerd op de inzet van personeel volgens de werkbegroting 2022 en dienen als indicatie. De uiteindelijke toerekening van overheadkosten binnen het pluspakket aan de individuele werkbegroting 2023 is afhankelijk van eventuele wijzigingen in de te leveren diensten, en de daaruit volgende personele inzet. De overheadkosten per gemeente kunnen hierdoor wijzigen in de definitieve werkbegroting. OVERHEAD IBOR DVO Gemeente Buren IBOR DVO Gemeente West Betuwe IBOR DVO Gemeente Neder-Betuwe IBOR DVO Gemeente Tiel Totaal

2022 IBOR 429 283 232 693 1.637

2023 IBOR VERSCHIL 424 -5 280 -3 229 -3 685 -8 1.617 -20

VERSCHIL -1,2% -1,2% -1,2% -1,2% -1,2%

Tabel 7: Ontwikkeling overhead DVO’s IBOR Extra GFT inzameling De gemeenten West Betuwe en West Maas en Waal maken gebruik van de extra inzamelrondes voor GFT afval in de zomermaanden. Deze activiteit uit het programma Pluspakket wordt gefinancierd door de huishoudens uit deze gemeenten, middels een opslag op het basistarief van de afvalstoffenheffing. De baten en lasten worden verantwoord in het programma Pluspakket. De kostprijs per huishouden stijgt per 2023 van € 7,53 naar € 7,92 per huishouden.

21

Gescheiden inzameling incontinentiemateriaal Gemeenten kunnen ervoor kiezen de kosten van gescheiden inzameling van incontinentiemateriaal te dekken met een opslag in de tarieven afvalstoffenheffing. In de begroting 2023 van Avri is rekening gehouden met de gescheiden inzameling van incontinentiemateriaal van de gemeenten Neder-Betuwe, Tiel, West Betuwe en Zaltbommel. Omdat er nog geen vergelijkbare gegevens beschikbaar zijn, is als uitgangspunt de businesscase gebruikt.

22

6

BEDRIJFSAFVAL

BEDRIJFSAFVAL

Dit programma gaat over: De inzameling en verwerking van afval van bedrijven.

6.1

Inleiding

Avri voert in beperkte mate activiteiten uit voor bedrijven in de vorm van inzameling, inname en het laten verwerken van bedrijfsafval. De dienstverlening aan bedrijven is ondersteunend aan het basispakket. De positieve financiële resultaten worden al enkele jaren benut voor verlaging van de afvalstoffenheffing voor de inwoners. 6.2

Wat willen we bereiken?

Het aantal klanten groeit en we zien nog altijd potentieel om ons stabiele marktaandeel van ca. 20% in de toekomst verder te vergroten. Daarmee kunnen we de financiële dekkingsbijdrage voor de inwoners van Rivierenland continueren. De financiële resultaten worden ook benut om uiting te geven aan de regionale maatschappelijke betrokkenheid van Avri. 6.3

Wat gaan we daarvoor doen?

De bedrijfsafval activiteiten zijn gericht op het zo goed mogelijk benutten en inzetten van de beschikbare productiemiddelen. Ze vormen een beperkt onderdeel van de bedrijfsvoering en van de omzet. We onderscheiden ons op de markt voor bedrijfsafval door gescheiden inzameling van papier en plastic mogelijk te maken. We kunnen bedrijven hierbij adviseren en service bieden. Daarnaast maakt dit programma het mogelijk om uiting geven aan de regionale maatschappelijke betrokkenheid van Avri. Door verbinding met het regionale bedrijfsleven en sponsoring in natura tijdens regionale evenementen wordt de zichtbaarheid van Avri in de regio vergroot. We gaan in 2023 uit van voortzetting van de samenwerking met de organisaties van onder andere Rode Kruis Bloesemtocht, Appelpop en Dijken Sport. We willen onderscheidend zijn en blijven op de markt van bedrijfsafval. Zo willen we de aandacht voor circulaire economie en duurzaamheid bij andere bedrijven en binnen Avri vergroten, te beginnen met ons eigen inkoopbeleid. De ervaring die we hierbij opdoen zetten we in bij bedrijven die al klant zijn, maar ook bij potentiële

23

nieuwe klanten. Daarnaast blijven wij scholen, verenigingen en bedrijven benaderen om samen tot betere afvalscheiding te komen. Dienstenpakket bedrijfsafval We zetten onderstaande activiteiten voort in 2023: - Inzameling van afval en grondstoffen bij bedrijfsklanten, met name het MKB; - Nieuwe klantbenadering: focus op dienstverlening aan scholen en verenigingen, circulariteit bij MKB-bedrijven; - Inname van afval en grondstoffen van bedrijfsklanten op onze overslaglocatie Geldermalsen; - Op- en overslag van afval en grondstoffen van bedrijfsklanten; - Het laten verwerken van afval- en grondstofstromen van bedrijfsklanten; - Sponsoring in natura van evenementen in de regio. Sponsoring in natura De kosten voor sponsoractiviteiten van Avri worden gefinancierd uit het programma Bedrijfsafval. De sponsoring bestaat uit het verrichten van diensten bij non-profit evenementen in de regio zoals Appelpop, Fruitcorso, Rode Kruis Bloesemtocht en Dijkensport. De totale sponsorbijdrage in natura bedraagt omgerekend € 30.000. Hiermee werkt Avri aan haar maatschappelijke betrokkenheid en kan het zich profileren als maatschappelijk betrokken overheidsorganisatie. De doelstelling voor sponsoring door Avri is het uitdragen van onze kernwaarden: betrokken, klantgericht en duurzaam.

Het sponsorbudget biedt ruimte om - buiten de bestaande activiteiten - eventuele andere aanvragen voor sponsoring in natura te kunnen honoreren, op voorwaarde dat die aan de volgende criteria voldoen: • Geen winstoogmerk van het evenement; • Het evenement past bij de kernwaarden van Avri; • Groot bereik (veel bezoekers uit regio Rivierenland en omgeving); • Het evenement valt buiten de richtlijnen die zijn opgesteld voor activiteitenafval (dat maakt op basis van bestuursbesluit uit 2009 namelijk onderdeel uit van het programma Basispakket). 6.4

Wat gaat het kosten?

De opbrengsten en kosten van het programma Bedrijfsafval zijn weergegeven in onderstaande tabel. Hieruit blijkt een stabiel financieel resultaat van € 164.000 (na Vpb). Het rendement bedraagt 8% en laat een stabiel beeld zien. Dankzij de resultaten kunnen we ook de komende jaren een financiële bijdrage aan de basistaken van Avri leveren. BATEN EN LASTEN PROGRAMMA BEDRIJFSAFVAL Lasten Lasten uitvoering programma bedrijfsafval Af te dragen vennootschapbelasting Totaal lasten programma bedrijfsafval

2022

2023

2024

2025

2026

2.115 40 2.155

2.072 41 2.113

2.100 41 2.141

2.126 41 2.167

2.155 41 2.196

2.033 284 -3 2.314

1.944 331 2 2.277

1.976 326 2 2.304

2.008 322 2 2.332

2.041 317 2 2.360

Saldo van lasten en baten voor vermogensmutaties

159

164

163

164

164

Vermogensmutaties (stortingen / onttrekkingen reserves)

-159

-164

-163

-164

-164

0

0

0

0

0

Baten Opbrengsten contracten bedrijfsafval Verwerkingsopbrengsten grondstoffen Overige opbrengsten Totaal baten programma bedrijfsafval

Saldo van lasten en baten na vermogensmutaties

Tabel 8: Meerjarenbegroting programma Bedrijfsafval

24

7

ALGEMENE BATEN EN LASTEN

ALGEMENE BATEN EN LASTEN

Dit programma geeft informatie over de algemene baten en lasten, waaronder overhead, rente en vennootschapsbelasting

7.1

Inleiding

Bij de herziening van het Besluit begroting en verantwoording (BBV) is vastgelegd dat kosten zoveel mogelijk direct worden toegerekend aan de betreffende taken of programma's. Dit betekent dat alle bedrijfskosten die direct verbonden zijn aan activiteiten in de betreffende taakvelden of programma's moeten worden begroot en verantwoord. In dit programma worden de lasten verantwoord die geen directe relatie hebben met een bepaald programma. Hieronder vallen de taakvelden 0.4 Overhead, 0.5 Treasury en 0.9 Vennootschapsbelasting. Deze lasten worden op basis van de kosten verdeelsleutels doorbelast naar de programma’s Basispakket, Pluspakket en Bedrijfsafval. Onder overhead wordt verstaan het geheel van functies en activiteiten gericht op sturing en ondersteuning van de medewerkers in het primaire proces. De paragraaf Bedrijfsvoering gaat in op de beleidsvoornemens voor de bedrijfsvoering, gericht op het ondersteunen van de uitvoering van de programmabegroting. In dit hoofdstuk 7 is een korte samenvatting van de doelen en uitgangspunten verwoord. 7.2 Wat willen we bereiken? We willen als robuuste en wendbare organisatie in kunnen spelen op de veranderende behoeftes van inwoners en gemeenten. Om weerstand te bieden tegen de toenemende grilligheid en het tarief afvalstoffenheffing te stabiliseren is financiële stabiliteit een vereiste.

Hoewel de deelnemende gemeenten garant staan voor Avri willen we de continuïteit van onze bedrijfsvoering zelf waarborgen. Voor het bereiken van een robuuste en wendbare organisatie is het dus nodig te beschikken over voldoende financiële middelen.

25

7.3 Wat gaan we daarvoor doen? Evenals voorgaande jaren richten we ons binnen de bedrijfsvoering op het verhogen van onze bedrijfsefficiency en het verkleinen van onze bedrijfsvoeringsrisico's. Dat willen we onder meer bereiken door een effectieve en flexibele organisatie-inrichting en informatiehuishouding te creëren. Dan gaat het bijvoorbeeld om de optimalisatie van processen en systemen. De behoefte van de inwoners staat daarbij voorop. Daarnaast ervaren we steeds meer en steeds complexere wettelijke ontwikkelingen die van invloed zijn op onze bedrijfsvoering. Voorbeelden hiervan zijn wetgeving ten aanzien van inkoop en aanbesteden, arbeidsrecht (WNRA, WAB), informatiebeheer en -beveiliging en vennootschapsbelasting. Om hieraan te kunnen blijven voldoen, risico’s te beheersen en continuïteit te kunnen waarborgen moeten we investeren in onze bedrijfsvoering. Die willen we robuuster inrichten. Dit doen we door het harmoniseren, beschrijven, automatiseren en digitaliseren van onze bedrijfsprocessen en -systemen. Dankzij mobiele apparatuur als boordcomputers, tablets en het gebruik van apps streven we ernaar om tijd- en plaats-onafhankelijk te kunnen werken. Tegelijkertijd werken we aan de transparantie en openheid van Avri en verbinding met onze inwoners.

Het werken aan een duurzame regio willen wij doen met duurzaam inzetbare medewerkers; gezonde en vitale medewerkers die veilig en met bezieling aan het werk zijn. We hebben immers elke collega nodig. We zetten de komende jaren in op de volgende thema's: - Vitaliteit: we gaan door met acties om de vitaliteit in de organisatie te vergroten. We willen hierbij vooral het eigenaarschap en initiatieven van medewerkers te stimuleren en te faciliteren. - Strategische personeelsplanning: hiermee willen we de uitdagingen in de arbeidsmarkt aangaan en medewerkers breder en duurzaam inzetbaar maken. De reguliere aanpak past niet meer, er zijn innovatieve oplossingen nodig voor de toekomst. - Leren: we vinden het belangrijk dat medewerkers zich blijven ontwikkelen. We willen meer leren in de dagelijkse praktijk en zetten stevig in op scholing. En fouten maken kan: als we er maar van leren. - Veiligheid: als werkgever zorgen we voor goede fysieke arbeidsomstandigheden (veilig, gezond), voldoende opleidings- en ontwikkelmogelijkheden en stimuleren we goede sociale arbeidsomstandigheden, zoals een waarderende cultuur en een reële werkdruk. 7.4

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11546196/1