Bijlage 8.2 - Accountant Adviesbrief Normenkader
Tekst van het document
Coöperatie Circulair Textiel Rivierenland U.A. t.a.v. het Bestuur
Ons kenmerk : 301901300/3400 Behandeld door : G. van der Vliet RA Betreft
: Advies n.a.v. rapport “Evaluatie Circulair Textielsorteercentrum (Cirtex) in Rivierenland”
Geacht bestuur, U heeft mij verzocht te adviseren over het normenkader dat is opgenomen in het door u uitgebrachte rapport “Evaluatie Circulair Textielsorteercentrum (Cirtex) in Rivierenland”. Het normenkader valt uiteen in normen voor: 1. Circulair en ketensamenwerking 2. Inclusie 3. Financiën Voor de gedetailleerde beschrijving van de normen verwijs ik naar het hoofdstuk 2.2 van het rapport. Ik wil de toepasbaarheid van de normen evalueren op basis van de SMART-methode (Specifiek, Meetbaar, Acceptabel, Realistisch, Tijdgebonden. Daarnaast geef ik overwegingen voor de betrouwbaarheid van de metingen. 1. Circulair en ketensamenwerking In vergelijking met 2025 wijken de normen voor 2026 niet erg af. Aanvullend wordt in 2026 een bescheiden deel onder de noemer “reparatie” en “nieuw leven”. SMART
Conclusie
Advies
Specifiek
Ja, in kg’s hetgeen ook de meeteenheid al is
Voor een betrouwbare verantwoording is noodzakelijk dat de definitie van wat de KPI inhoudt helder is om bij de registratie misinterpretatie/verschuivingen te voorkomen.
Meetbaar
Ja, door wegen
Vooral de eerste weging ( “Textiel voor verwerking” en de weging “Netto afval door opschoning” zijn kwetsbaar. De registratie daarvan en interne controle daarop is cruciaal. In de rest van het proces is er koppeling tussen de KPI en de afnemer. Iedere KPI heeft zijn eigen afzetkanaal waarbij de gefactureerde kg’s helder zullen zijn. Zij worden namelijk gefactureerd en uit het feit dat de afnemer betaalt, kan bewijs
gevonden worden dat die metingen kloppen. Advies: ontwerp maatregelen van interne controle die doorlopend de betrouwbaarheid van de metingen bewaken. Acceptabel
Ja, de normen (mits betrouwbaar gerapporteerd) werden grotendeels in 2025 ook al gehaald. Ook als de normen behaald worden resulteert dit in een negatief bedrijfsresultaat (smal).
Realistisch
Ja, idem
Tijdgebonden
Ja de normen gelden voor 2026
Het negatieve bedrijfsresultaat opent in de (huidige) omvang vanuit de te behalen normen nog wel een zinvolle discussie om het participatiebudget in te zetten als mitigerende financiële stroom (zie ook onder B). Op langere termijn dwingt een eventueel op eigen benen staan het behalen van ambitieuzere normen af. Advies: Ontwikkel een afhankelijkheidsanalyse voor 2026 (wat is het financiële effect als de samenstelling van de afzet ..% afwijkt van de normen). Denk ook na over ambitieuzere normen voor de fase na 2026.
2. Inclusie Voor de normen welke aan de KPI’s “Inclusie” zijn verbonden geldt hetzelfde als voor “Circulair en ketensamenwerking”: ze liggen op het niveau van 2025 SMART
Conclusie
Advies
Specifiek
Ja, eenvoudig aantal
Bij personele inzet komt vaak de vraag op of het om aantallen mensen gaan of aantallen FTE’s. Dat blijft nu onduidelijk. Advies: vermeld of het om aantallen gaat of om FTE’s.
Meetbaar
Ja. Aantallen: want ze worden in gelijke aantallen in rekening gebracht door Werkzaak/2Switch.
Definieer bij de in % gemeten normen nauwkeuriger wat de referentie is waarvan het % gehaald moet worden.
Nee: bij de in % gemeten KPI’s is niet duidelijk wat de referentie is. Bij de loonwaarde is de referentie het indienst-moment. Maar een dergelijke norm is dan niet van toepassing op één jaar,
2/5
maar op een totaal dienstverband. Bij de uitstroom is waarschijnlijk 20% van de uitstromers. Maar het zou ook 20% van de bestaande werkplekken kunnen zijn. Acceptabel
Ja, de FTE’s worden afgeleid van het aantal kg te verwerken textiel.
Koppel in dit normenkader het aantal in te zetten werkplekken nadrukkelijker aan het aantal te verwerken kg’s. Met de huidige wijze van berekenen wordt rekening gehouden met een aanvangs-/gemiddeldeloonwaarde van rond 42%. Kennelijk biedt deze startwaarde ruimte voor een 10% stijging. Maar dan moet de aanvangsnorm van 42% ook vastgezet/gedefinieerd worden. Anders gezegd, begin je met 30% loonwaarde dan haal je de 10% stijging makkelijker, maar heb je meer problemen in de operatie. Begin je met 48% procent, dan is misschien de rek eruit en kun je moeilijker met 10% stijgen, loopt e,e,a, wellicht wel makkelijker. Welke startwaarde ligt dan het meest in de rede?.
Realistisch
Ja, de normen worden in 2025 al gehaald
Zie ook hierboven: het ambitieniveau hangt af van de start loonwaarde.
Tijdgebonden
Ja de meeste normen gelden voor 2026
3. Financiën Het normenkader op dit punt is uiterst summier en naar mijn mening te summier. SMART Specifiek
3/5
Conclusie
Advies
Nee. Niet duidelijk is hoe de component “rendement Avri” tot stand komt. Duidelijk is wel dat dit rendement een geheel andere grondslag heeft dan het rendement van Werkzaak en 2Switch.
Definieer welke componenten in de brede businesscase meegenomen mogen worden (i.q. de bruto opbrengsten van Werkzaak/2Switch en het netto resultaat Avri Althans dat is het nu.) Het verdient de vraag of dit een redelijke invulling is van de financiële resultaten die in een brede casus meegenomen moeten worden.. Mogelijk wel
als Werkzaak/2Switch beide op het standpunt staan dat zij de kosten van de mensen anders toch ook zouden hebben en Avri het standpunt mag/kan innemen dat zij de kosten van inzamelen anders had kunnen voorkomen.
4/5
Meetbaar
Ja maar te beperkt
Een financieel normenkader omvat ook normen voor de liquiditeit/solvabiliteit. Daarnaast een norm voor het rendement (smal). Tevens (maar dat is ook een vertaling van nr1) normen voor de opbrengsten uit de verschillende afzetkanalen. Normen voor de indirecte kosten. Ect. Hier kan dus nog wel een verdiepingsslag aan de orde komen.
Acceptabel
Deels/Nee. De brede businesscase is weliswaar een werkbaar referentiekader voor een evaluatie van de impact van Cirtex, voor Cirtex (smal) is het dat niet. Daarvoor is een financieel normenkader voor Cirtex zelf aan de orde. Zonder een levensvatbaar Cirtex standalone geen brede businesscase.
Uiteindelijk draait het om de vraag of het rendement (smal) nog door een redelijk beroep op het participatiebudget gedicht kan worden. Dat vraagt een analyse van de wijze waarop een claim op dit budget moet worden gedaan, welke onderliggende variabelen de omvang van die claim bepalen en op welke wijze daarover verantwoording moet/kan worden afgelegd. Anders gezegd: als het rendement (smal) qua omvang te negatief wordt om het gat uit het participatiebudget te dichten, kan de businesscase (breed) wel positief zijn maar gaat Cirtex het enkelvoudig niet redden. Die pijngrens moet als randvoorwaarde worden verkend.
Realistisch
Ja voor 2026
Uitwerken, zie hierboven
Tijdgebonden
Ja voor 2026
Ontwikkel (na een positieve afloop van de evaluatie) een financiële analyse op middellange termijn. Ik zou hiervoor alleen de casus “Realistisch” uitwerken. Deze tijdshorizon lijkt mij relevant om de gemeenten mee te nemen in
het beslag op het participatiebudget dat Cirtex (via Werkzaak) zal gaan doen.
Ik hoop dat ik met dit advies aan uw verwachtingen tegemoet ben gekomen. Tot mondelinge toelichting altijd bereid.
Elst (Gld.), 28 januari 2026 Coöperatie ConFirm U.A.
G. van der Vliet RA
5/5