Bijlage 7 - adviesbrief ODR
Tekst van het document
Retouradres: Postbus 6267, 4000 HG Tiel
Gemeente Maasdriel aan de heer M. Kurum Postbus 10000 5330 GA KERKDRIEL
Onderwerp
Adviesbrief Geachte heer Kurum, Op 15 juli 2020 kregen wij uw verzoek om het concept bestemmingplan dat is opgesteld voor de locatie Oude Kruisstraat in Rossum te beoordelen. Daarnaast zijn er een akoestisch onderzoek en bodemonderzoek ter beoordeling aangeleverd. Ons advies leest u in de adviesnotitie onderaan deze brief. Bijlagen Bij deze brief horen de volgende bijlagen: opmerkingen of aandachtspunten op de regels van het bestemmingsplan
Datum 5 augustus 2020 Pagina 1 van 7 Ons kenmerk 0214144570 Uw kenmerk Behandeld door Axel Buijs
Heeft u vragen? Heeft u vragen over deze brief? Bel dan met Axel Buijs, telefoonnummer 0344 – 579 314. Wilt u deze brief erbij houden als u belt? Dan kunnen wij u sneller helpen. Mocht u in de toekomst onze hulp weer nodig hebben, dan helpen we u graag. Wij werken graag met u samen aan een veilig en duurzaam Rivierenland. Met vriendelijke groet, ing. W. van de Sluis Coördinator Specialisten en Advies Omgevingsdienst Rivierenland
Omgevingsdienst Rivierenland J.S. de Jongplein 2 4001 WG Tiel Postbus 6267 4000 HG Tiel T 0344 – 579 314 E post@odrivierenland.nl www.odrivierenland.nl
De Omgevingsdienst Rivierenland is een samenwerkingsverband van 8 gemeenten, te weten Buren, Culemborg, Maasdriel, Neder-Betuwe, Tiel, West Betuwe, West Maas en Waal en Zaltbommel en de provincie Gelderland.
KvK 56452500 IBAN NL49BNGH0285157841 BTW NL 8521.32.104.B.01
Onderwerp Beoordeling toelichting bestemmingsplan ‘Oude Kruisstraat ong., Rossum’ en bijbehorende onderzoeken Inleiding Er is een bestemmingsplan opgesteld voor de locatie Oude Kruisstraat ong. te Rossum. Dit plan maakt de realisatie van twee burgerwoningen mogelijk. De planlocatie heeft momenteel al de bestemming ‘Wonen’, echter ontbreekt er een bouwvlak. Als onderdeel van het bestemmingsplan zijn een bodemonderzoek en akoestisch onderzoek uitgevoerd. Advies Wij adviseren u: 1. de volgende paragrafen en onderzoek akkoord te beschouwen: Paragraaf 4.1 Milieuzonering; Paragraaf 4.2 Wet geurhinder en veehouderij; Paragraaf 4.3 Geluid (Wet geluidhinder); Paragraaf 4.5 Luchtkwaliteit; Paragraaf 4.7 Ecologie; Paragraaf 4.8.2 Cultuurhistorie; Paragraaf 4.9 Water; Paragraaf 4.11 Besluit milieueffectrapportage; Bijlage 1: Akoestisch onderzoek. Vanwege het aspect Archeologie 2. paragraaf 4.8 aan te laten passen; 3. een archeologisch vooronderzoek uit te laten voeren binnen de termijn van de vaststelling van het bestemmingsplan. Vanwege het aspect Bodem 4. Het milieu-hygiënisch bodemrapport niet te accepteren en een aanvullend onderzoek te verlangen conform de NEN 5740 en eventueel NEN 5707; 5. Paragraaf 4.4 niet te accepteren en om aanpassing te verlangen. Aanpassing op basis van de resultaten van het aanvullend onderzoek. Vanwege het aspect Externe veiligheid 6.
paragraaf 4.6 aan te laten passen en hiervoor de concepttekst uit bijlage 1 te gebruiken. Vanwege de Planregels 7. kennis te nemen van de gemaakte opmerkingen bij de planregels. Argumenten 1.1 Deze paragrafen en dit onderzoek zijn door ons beoordeeld en akkoord bevonden. 2.1
Binnen de planprocedure wordt onvoldoende rekening gehouden met archeologie. Daarom kan nu niet akkoord worden gegaan met de onderbouwing van paragraaf 4.8.1 en de conclusie van paragraaf 4.8.3.
Datum 5 augustus 2020 pagina 2 van 7 Ons kenmerk 0214144570
Voor de locatie geldt ‘Waarde - Archeologie 3’. Voor deze Waarde geldt een onderzoeksplicht bij ingrepen dieper dan 30 cm onder maaiveld en een oppervlakte groter dan 500 m2. Het uitgangspunt bij dit bestemmingsplan is de oppervlakte van het perceel waar deze dubbelbestemming voor geldt als maximale omvang van geplande bodemverstoringen, niet het grondbeslag van de woningen. De oppervlakte van het bestemmingsplangebied is 765 m2 en is daarmee onderzoeksplichtig. 3.1
Middels een vooronderzoek kan in een vroeg stadium inzichtelijk worden gemaakt of en waar er archeologische waarden aanwezig zijn in het gebied en hoe hier rekening mee kan worden gehouden.
Het vooronderzoek betreft een bureau- en inventariserend veldonderzoek uitgevoerd door een archeologische vergunninghouder (zie www.voia.nl of www.nvoa.nl voor bedrijven) voorafgaande aan toekomstige bouwplanontwikkeling. Het conceptrapport dient ter toetsing te worden voorgelegd aan de bevoegde overheid en diens adviseur archeologie (i.e. regioarcheoloog Rivierenland). Het archeologisch onderzoek dient te voldoen aan Handboek Archeologie onderdeel Richtlijnen voor bedrijven (Stiller & Van Oort 2018). Dit document is te raadplegen via website van ODR. 4.1
Het vooronderzoek is niet volledig.
In het vooronderzoek staat slechts beperkte informatie over de kans van aanwezigheid van asbest op de locatie. In de aangeleverde informatie door onze dienst is aangegeven dat de locatie in het verleden (1970-1984) deels bebouwd is geweest en is een topografische kaart van 1984 opgenomen. In de directe omgeving van de locatie is bebouwing aanwezig, welke asbestverdacht is. Aan de oostgrens is een schuur met een asbestverdacht dak (met dakgoot) aanwezig. Uit de topografische kaarten van topotijdreis blijkt dat in de jaren 1900-1955 op de locatie een weg heeft gelopen. Daarna is het perceel in 1962-1970 als één geheel als boomgaard weergegeven. In de periode van 1970-1984 is op het oostelijk deel van het perceel bebouwing weergegeven en is tevens een watergang weergegeven. Het vooronderzoek dient te worden aangevuld met informatie ten aanzien van de kans van asbest in de bodem van het perceel en informatie over de aanwezigheid van een vermoedelijke watergang (zie ook argument 4.4). 4.2
De gehanteerde onderzoeksstrategie is niet juist
Het onderzoek is uitgevoerd door een gecertificeerde instelling en veldwerkers. De gehanteerde strategie is niet juist (ONV-NL), aangezien de locatie verdacht is op het voorkomen van bestrijdingsmiddelen (OCB’s). In aanvulling van de gehanteerde onderzoeksstrategie (ONV-NL) is de toplaag van de bodem (tot 0,3 m – mv) aanvullend op bestrijdingsmiddelen onderzocht. Het onderzoek had uitgevoerd moeten worden conform de strategie voor een verdachte locatie, diffuse bodembelasting, heterogeen verdeelde verontreiniging niet-lijnvormig (VED-HE-NL). Tot deze strategie behoort dat een mengmonster mag bestaan uit 4 deelmonsters. In onderhavig onderzoek is het mengmonster samengesteld uit 6 deelmonsters. Hierdoor is een kans op verdunning van de gehalten aan bestrijdingsmiddelen. In de toplaag zijn licht
Datum 5 augustus 2020 pagina 3 van 7 Ons kenmerk 0214144570
verhoogde gehalten aan bestrijdingsmiddelen gemeten. Vanwege de marginale overschrijding van de achtergrondwaarde wordt niet verwacht dat in één van de deelmonsters een sterk verhoogd gehalte aan bestrijdingsmiddelen aanwezig is. Derhalve wordt aanvullend onderzoek naar bestrijdingsmiddelen niet noodzakelijk geacht.
Datum 5 augustus 2020
4.3
Ons kenmerk 0214144570
Er is geen aandacht besteed aan de aangetroffen matig slibhoudende zandlaag in de ondergrond van het perceel
In het boorprofiel van boorpunt 01 zijn in de bodemlaag van 1,5 – 1,7 meter beneden maaiveld matige bijmengingen aan slib en zwakke bijmengingen met planten aangetroffen. Bijmengingen aan slib in een zandlaag duiden op de aanwezigheid van een oude waterbodem. In deze oude waterbodem kunnen hogere gehalten aan verontreinigende stoffen aanwezig zijn dan in de onderzochte grondlagen. Door middel van een aanvullend onderzoek conform de NEN 5740 dient uitsluitsel te worden verkregen of in deze oude waterbodem verhoogde gehalten aan parameters van het standaardpakket en bestrijdingsmiddelen aanwezig zijn. 4.4
De locatie is in de periode van 1970-1984 bebouwd geweest. Dit betreft een asbestverdachte periode.
Uit de aangeleverde informatie door onze dienst blijkt dat het oostelijk deel van het perceel deels bebouwd is geweest en in de asbestkansenkaart van provincie Gelderland was gelegen in de zone ‘matig tot grote kans op asbest op of in de bodem’. Tijdens het veldwerk zijn geen bijmengingen aan asbestverdacht plaatmateriaal of puin in de bodem aangetroffen. Om deze reden beoordelen wij de kans op een verontreiniging met asbest in de grond als zeer klein. De waterbodem van de voormalige watergang vormt hierop een uitzondering, aangezien op dit moment niet bekend is met welk materiaal de watergang is gedempt. Indien bij het aanvullend onderzoek ter plaatse van de gedempte watergang puin-/steenachtige of asbestverdachte bijmengingen worden aangetroffen, dan moet hier aanvullend een onderzoek asbest in grond conform NEN 5707 worden uitgevoerd. 5.1
In paragraaf 4.4 is de conclusie uit het bodemrapport overgenomen. Aangezien het bodemonderzoek niet volledig is, wordt paragraaf 4.4 niet goedgekeurd. Deze zal nog aangepast moeten worden aan de hand van argument 4.1 t/m 4.4 en de hieruit volgende bevindingen/resultaten.
6.1
Een gedeelte van paragraaf 4.6 is niet helemaal juist en volledig.
Het gaat om de onderstaande punten: In paragraaf 4.6.2 is niet ingegaan op de ligging van het plangebied binnen het invloedsgebied van de Waal. Over de Waal vindt transport van gevaarlijke stoffen plaats. Omdat het plangebied buiten de 200 meter zone van de Waal ligt, is er sprake van een standaardsituatie en kan worden volstaan met het opnemen van een standaardtekst (zie argument 6.2) in paragraaf 4.6.2. Hierin hebben wij tevens het akkoord van de veiligheidsregio verwerkt over de uitwerking van de aspecten bestrijdbaarheid en zelfredzaamheid;
pagina 4 van 7
6.2
Gezien het voorgaande punt kan de EV-conclusie iets concreter worden geformuleerd (zie argument 6.2). De tekst uit bijlage 1 bevat de juiste informatie.
Deze tekst kan worden gebruikt voor het gedeeltelijk vervangen van een deel van de huidige paragraaf 4.6. 6.3
De concepttekst hebben wij inmiddels voorgelegd aan de veiligheidsregio en zij heeft aangegeven akkoord te zijn met het toepassen van de (standaard)tekst in deze situatie.
De verplichting om de veiligheidsregio in de gelegenheid te stellen om een advies uit te brengen volgt voor deze situatie uit artikel 9 van het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt). De akkoord bevonden (standaard)tekst hebben wij nu verwerkt in de in de tekst van bijlage 1. 7.1
In de bijlage ‘Opmerkingen of aandachtspunten op de regels van het bestemmingsplan’ staan de gemaakte opmerkingen bij de opgestelde planregels. Dit document is als separate bijlage bij deze adviesnotitie gevoegd.
Kanttekeningen/Opmerkingen 1.1.1 Geluid: in paragraaf 4.3.2.3 wordt gesteld dat industrielawaai enkel te maken heeft met gezoneerde industrieterreinen. Dit is niet volledig, want industrielawaai is veel breder dan dit. Voor onderhavig plan is industrielawaai al bij de VNG normering genoemd. 1.1.2 Stikstof: de Aerius-berekening is niet als bijlage toegevoegd aan het plan. Dit is voor de beoordeling nu niet noodzakelijk, aangezien voor het plan gesteld kan worden dat het mogelijk is om twee woningen op circa 275 meter afstand van een Natura 2000-gebied te realiseren zonder dat er stikstofdepositie optreedt (in zowel bouw- en gebruiksfase). Bovendien bestaan er nog voldoende mogelijkheden om stikstofdepositie, mocht deze toch optreden, te verminderen. Bijvoorbeeld door gebruik te maken van een elektrische hijskraan of biodiesel. Tot slot zijn de exacte bouwplannen nu nog niet bekend (vrijstaand, tweekapper etc.), dus dat maakt het uitvoeren van een berekening aan de voorkant lastiger. 1.1.3 Water: voor de volledigheid zou de Digitale Watertoets als bijlage aan de toelichting van het bestemmingsplan toegevoegd mogen worden. Hier kan dan in paragraaf 4.9 naar verwezen worden. 1.1.4 In paragraaf 4.8 staat vermeld dat de Omgevingswet in 2019 wordt ingevoerd. Deze invoering is uitgesteld en wordt nu verwacht plaats te vinden op 1-1-2022.
Documenten Voor het advies hebben wij de volgende documenten ontvangen: Getekende offerte van M. Kurum, gemeente Maasdriel, aan de ODR; Toelichting, bijlagen bij toelichting en regels bestemmingsplan ‘Oude Kruisstraat ong., Rossum’, opgesteld door Lycens, 18 september 2019, idn. NL.IMRO.0263.BPOUDEKRUISSTR-ON01, PDF met 171 pagina’s. Bijlage 1. Concepttekst externe veiligheid
Datum 5 augustus 2020 pagina 5 van 7 Ons kenmerk 0214144570
Bijlage 1
Concepttekst externe veiligheid Datum 5 augustus 2020
De onderstaande tekst kan worden opgenomen in paragraaf 4.6.2, ter vervanging van de tekst onder afbeelding 4.2 en ter vervanging van paragraaf 4.6.3.
Risicovolle bedrijven Binnen de beoogde bestemming “Wonen” passen geen risicovolle activiteiten, zoals Bevi-activiteiten. De vestiging van een Bevi-inrichting binnen het plangebied is daarmee uitgesloten. Uit de regionale signaleringskaart externe veiligheid blijkt dat het plangebied niet ligt binnen het invloedsgebied van een Bevi-inrichting of de veiligheidsafstanden van andere stationaire risicobronnen. Hierdoor is geen verantwoording van het groepsrisico nodig vanwege risicovolle inrichtingen. Vervoer gevaarlijke stoffen Uit de regionale signaleringskaart externe veiligheid blijkt dat het aspect externe veiligheid wel relevant is vanwege het vervoer van gevaarlijke stoffen over de Waal. Het plangebied ligt namelijk binnen het invloedsgebied van deze transportroute, waarbij personen kunnen overlijden als rechtstreeks gevolg van een zwaar ongeval met toxische stoffen. Het plangebied ligt echter buiten een veiligheidszone, een plasbrandaandachtsgebied en buiten de meest relevante zones voor het groepsrisico (de 200 meter zones). Op grond van artikel 7 van het Bevt moet in dergelijke gevallen worden ingegaan op de mogelijkheden voor: de bestrijdbaarheid van een zwaar ongeval op deze transportroute en de zelfredzaamheid met betrekking tot nog niet aanwezige (beperkt) kwetsbare objecten binnen het plangebied.
Volgens artikel 9 van het Bevt moet de veiligheidsregio in de gelegenheid worden gesteld om hierover een advies uit te brengen. Veiligheidsregio Gelderland-Zuid heeft op 28 juli 2020 aangegeven dat in dit geval sprake is van een standaardsituatie, waarvoor onderstaande verantwoordingstekst kan worden gehanteerd. Relevant hierbij is ook dat het ruimtelijke besluit geen betrekking heeft op het mogelijk maken van een (nog niet aanwezig) "bijzonder kwetsbare object", bestemd voor verminderd zelfredzame personen. Bestrijdbaarheid van de omvang van een ramp of zwaar ongeval Bij een calamiteit, waarbij toxische stoffen (kunnen) vrijkomen, zal de brandweer inzetten op het beperken of voorkomen van effecten. Deze inzet zal voornamelijk plaatsvinden bij de bron. De brandweer richt zich dan niet direct op het bestrijden van effecten in of nabij het plangebied. De mogelijkheden voor bestrijdbaarheid worden daarom niet verder in beschouwing genomen.
pagina 6 van 7 Ons kenmerk 0214144570
Mogelijkheden tot zelfredzaamheid Bij een calamiteit, waarbij toxische stoffen (kunnen) vrijkomen, is het belangrijk dat de aanwezigen in het plangebied worden geïnformeerd hoe te handelen bij dat incident. Hiervoor wordt gebruik gemaakt van de zogenaamde waarschuwings- en alarmeringspalen (WAS-palen) of NL-alert. Bij het genoemde incidentscenario is het advies om te schuilen in een gebouw en de ramen, deuren en ventilatieopeningen te sluiten. In het plangebied zijn voldoende mogelijkheden aanwezig om dit advies tijdig op te volgen. Buisleidingen Uit de regionale signaleringskaart externe veiligheid blijkt dat het plangebied niet is gelegen binnen het invloedsgebied van relevante buisleidingen voor aardgas en vloeibare brandstoffen. Hierdoor is geen verantwoording van het groepsrisico nodig vanwege buisleidingen. 4.6.3 Conclusie Het aspect externe veiligheid is alleen relevant vanwege het vervoer van gevaarlijke stoffen over de Waal. Gelet op de hiervoor genoemde overwegingen zijn er in het plangebied voldoende mogelijkheden voor de zelfredzaamheid bij een zwaar ongeval op deze transportroute. Dit betekent dat geen nadere eisen aan het plan hoeven te worden gesteld in het kader van het aspect externe veiligheid.
Datum 5 augustus 2020 pagina 7 van 7 Ons kenmerk 0214144570