BIjlage 7 Advies Reactietabel adviezen Verordening jeugdhulp 2026 Participatieraad Maasdriel
Tekst van het document
Advies – Reactietabel adviezen Verordening jeugdhulp 2026 participatieraad Maasdriel. Artikel: n.v.t. – algemene opmerking Vraag/ Advies/ Opmerking: De participatieraad kan zich voorstellen dat deze verordening raakvlakken heeft met de nog uit te voeren Hervormingsagenda jeugd. Kunt u toelichten of de toekomstige invulling van die Hervormingsagenda in Maasdriel van invloed zal zijn op reikwijdte en continuïteit van deze verordening? Reactie college: De verdere uitwerking van de Hervormingsagenda Jeugd kan mogelijk aanleiding geven om de verordening opnieuw te bezien. Op dit moment is nog niet duidelijk of en in hoeverre dit gevolgen zal hebben voor de verordening.
Artikel: n.v.t. – algemene opmerking Vraag/ Advies/ Opmerking: De participatieraad vindt deze verordening en de daaraan gekoppelde beleidsregels belangrijk. Maar liefst 14,2% van de inwoners van Maasdriel maakte in 2024 gebruik van een vorm van jeugdhulp in natura (bron CBS 2024). De raad heeft geen cijfers kunnen vinden van de PGB zorg die in Maasdriel wordt verstrekt, maar is daar wel benieuwd naar. Reactie college: De cijfers over het aantal verstrekte PGB-voorzieningen in Maasdriel in het kader van de uitvoering van de Jeugdwet worden twee keer per jaar met de raad gedeeld. Deze informatie wordt tevens openbaar gemaakt.
Artikel: n.v.t. – algemene opmerking Vraag/ Advies/ Opmerking: De participatieraad heeft naar de verordening gekeken en u vindt hieronder een uitgebreide reactie. Samengevat gaat het in de meeste gevallen om verduidelijking of net wat scherpere formuleringen. De raad vraagt wel uw aandacht voor het belang van een integrale aanpak, regie bij de hulpvrager en actieve ondersteuning van die regierol met uitleg, procesondersteuning en begeleiding. De raad vindt ook dat er goed gekeken moet worden of hulpvragers in staat zijn om naar de richtlijnen van deze verordening te handelen, zoals het schriftelijke communiceren en het begrijpen van de consequentie van een beschikking. En verder valt het de raad op dat veel artikelen gaan over de toekenning en rechtmatigheid van PGB verstrekkingen. Daaruit spreekt een ontmoedigingsbeleid waar de raad zich niet in kan vinden. Het valt ons bijvoorbeeld op dat het college zichzelf in dit kader veelvuldig de ruimte geeft om ‘nadere regels op te stellen’. Waarom zou het college dat willen doen bij de deze al enorme waslijst aan artikelen? En waar gaat het dan over? Reactie college: De artikelen over toekenning en rechtmatigheid zijn opgenomen om duidelijkheid te bieden over de voorwaarden waaronder een pgb kan worden verstrekt en daarmee de rechten en plichten van jeugdigen en ouders om misverstanden in de uitvoering te voorkomen.
Het pgb is en blijft naast zorg in natura een volwaardige vorm van ondersteuning. Jeugdigen en ouders kunnen te allen tijde, wanneer zij daartoe in staat zijn, kiezen voor een pgb om zelf passende ondersteuning te organiseren.
Artikel: 2, lid 5 Originele tekst: Naast de genoemde voorzieningen in het eerste en tweede lid zijn er ook andere algemene of individuele voorzieningen mogelijk als dit naar mening van het college bijdraagt aan een adequatere en/of goedkopere oplossing van de hulpvraag. Vraag/ Advies/ Opmerking: Het is voor deze raad onduidelijk wat hier de onderbouwing en criteria zijn voor een besluit van het college. Welke omstandigheden leiden tot een dergelijk besluit. Wanneer is iets Adequater of goedkoper? Ook in de beleidsregel komt dit niet zo nadrukkelijk terug. De raad adviseert hier om tot een concretere en meer toetsbare formulering te komen. Reactie college: Het college begrijpt dat de eerdere formulering onduidelijk was. Naar aanleiding van het advies is artikel 2, lid 5, verplaatst naar artikel 10, lid 4, waar het naar het oordeel van het college beter past. Daarnaast is in de beleidsregels verdere toelichting opgenomen over de onderbouwing en de criteria voor een besluit van het college,
Artikel: 3, lid 2 en 3 Originele tekst: Een huisarts, medisch specialist of jeugdarts verwijst in de regel altijd door naar een jeugdhulpaanbieder die gecontracteerd is door de gemeente. Jeugdhulp die na verwijzing door de huisarts, medisch specialist of jeugdarts aan een jeugdige of zijn ouders is verleend door een aanbieder van jeugdhulp die geen contract of subsidierelatie met de gemeente heeft, komt, behalve als er voldaan is aan de voorwaarden voor een pgb verstrekking, niet voor vergoeding door de gemeente in aanmerking als het college soortgelijke jeugdhulp kan laten leveren door een jeugdhulpaanbieder waarmee de gemeente wel een contract- of subsidierelatie heeft. Vraag/ Advies/ Opmerking: Hoe kan en wil de gemeente voorkomen, in het licht van deze bepalingen, dat de vrijheid en zelfstandige toegang tot (jeugd)zorg wordt beperkt? Een vrije keuze en behoud van eigen regie is in de ogen van deze raad een groot goed. Ook verwijzers zouden in de ogen van deze raad een rol moeten hebben om daarin verder te kijken dan alleen de gecontracteerde zorg. Daarmee adviseert de raad om de woordkeuze ‘in de regel’ te herformuleren naar bijvoorbeeld: ‘waar met cliënt wordt overeengekomen na afweging van de diverse mogelijkheden’. Reactie college: U vraagt aandacht voor keuzevrijheid en eigen regie en adviseert de formulering ‘in de regel’ te heroverwegen.
Het college onderschrijft het belang hiervan. Tegelijkertijd is het college op grond van de Jeugdwet verantwoordelijk voor het organiseren van toereikende en doelmatige jeugdhulp. Daarom zijn afspraken gemaakt met gecontracteerde aanbieders over kwaliteit, beschikbaarheid en kosten. ‘In de regel’ betekent dat verwijzing naar gecontracteerd aanbod het uitgangspunt is, maar geen absoluut verbod op andere aanbieders. Indien het gecontracteerde aanbod niet passend of beschikbaar is, of bij inzet van een persoonsgebonden budget, vindt een individuele beoordeling plaats.
Het college acht het niet wenselijk om de formulering op een manier aan te passen die de verantwoordelijkheid van de gemeente voor de doelmatige besteding van publieke middelen zou beperken. Tegelijkertijd blijft een zorgvuldige afweging in samenspraak met jeugdige en ouders het uitgangspunt.
Artikel: 3, lid 7 Originele tekst: Ter waarborging van een deskundige toeleiding naar, advisering over, bepaling van en het inzetten van een aangewezen voorziening door een jeugdhulpaanbieder, kan het college bij een aanvraag door een jeugdhulpaanbieder als bedoeld in dit artikel op basis van signalen of steekproefsgewijs een toets uitvoeren. Vraag/ Advies/ Opmerking: De raad vindt het belangrijk dat elke jeugdige en diens naasten goede hulp krijgen. We begrijpen uit dit artikel dat er getoetst wordt. Doorgaans gebeurt dit indien er signalen zijn. Heeft de gemeente andere manieren om aantoonbaar de kwaliteit van zorg te toetsen? Reactie college: Het college waardeert de aandacht voor de kwaliteit van jeugdhulp. Het college toetst niet uitsluitend op basis van signalen. Signalen kunnen aanleiding zijn voor een extra toetsing, maar daarnaast vindt structurele kwaliteitsbewaking plaats bij alle gecontracteerde jeugdhulpaanbieders. Voordat een aanbieder wordt gecontracteerd, beoordeelt het college of deze voldoet aan de gestelde kwaliteitseisen. Bij gecontracteerde zorg ,wordt de kwaliteit van de zorgaanbieder periodiek (jaarlijks) gecontroleerd door de contractmanagers. Deze controles vinden standaard plaats en zijn niet afhankelijk van het ontvangen van signalen.
Artikel: 5, lid 7 Originele tekst In spoedeisende gevallen treft het college zo spoedig mogelijk een passende individuele voorziening. Het college legt de beslissing omtrent de inzet van hulp in dat geval zo snel mogelijk, maar in ieder geval binnen vier weken na de start van de hulp, vast in een beschikking, ondersteund met een (verkort) onderzoeksverslag. Vraag/ Advies/ Opmerking: Dit artikel beschrijft een harde termijn van 4 weken na hulp bij spoed. Wat gebeurt er als het college niet in staat is om binnen vier weken een beschikking af te geven inclusief verkort onderzoeksverslag? Blijft de hulp dan gecontinueerd? Zo niet, is dit dan een latent risico voor burgers/hulpbehoevenden. Is deze termijn realistisch? En zou het spoedeisende karakter mogelijk niet om een kortere termijn reactie vragen? Reactie college: Het college waardeert de aandacht voor het spoedeisende karakter van individuele voorzieningen. De termijn van vier weken geldt als uiterste termijn voor het vastleggen van de beschikking en het verkort onderzoeksverslag. Dit betekent niet dat de verleende hulp wordt stopgezet; de hulp wordt direct gestart en blijft continueren totdat de beschikking formeel is
vastgesteld. De termijn van vier weken wordt als realistisch beschouwd en is afgestemd met de uitvoering, zodat er voldoende tijd is voor een zorgvuldige besluitvorming.
Artikel: 6, lid 4 Originele tekst: Indien van toepassing, hoe de toekenning van een individuele voorziening zo goed mogelijk kan worden afgestemd op andere voorzieningen op het gebied van zorg, onderwijs, maatschappelijke ondersteuning, werk en inkomen. Vraag/ Advies/ Opmerking: De raad vraagt het college dit punt nadrukkelijker uit te werken. Integrale zorg is een ongelooflijk belangrijk uitgangspunt om zorg betaalbaar en beschikbaar te houden. Juist in de jeugdzorg, is de ondersteuningsbehoefte vaak veel breder dan het probleemgedrag van het kind zelf. Reactie college: Het college waardeert de aandacht voor integrale zorg en onderschrijft dat afstemming van individuele voorzieningen op andere voorzieningen, zoals zorg, onderwijs, maatschappelijke ondersteuning, werk en inkomen, essentieel is. Voor een nadere en nadrukkelijke uitwerking verwijst het college naar artikel 30 van de Verordening jeugdhulp.
Artikel: 9, lid 1 Originele tekst: Zo spoedig mogelijk na het onderzoek verstrekt het college aan de betrokkene vertegenwoordiger een schriftelijke weergave van het uitgevoerde onderzoek en het in verband daarmee gevoerde gesprek. Vraag/ Advies/ Opmerking: Wie bedoelt u precies met betrokkene vertegenwoordiger? Misschien bedoelt u hier de hulpvrager? Diens vertegenwoordiger? Of de betrokkene en/of diens vertegenwoordiger? Reactie college: Dit is een terechte opmerking. In de tekst had ‘betrokkene’ moeten staan in plaats van ‘betrokkene vertegenwoordiger’. Met ‘betrokkene’ wordt bedoeld: de jeugdige, of de jeugdige samen met zijn ouders of wettelijk vertegenwoordiger.
Artikel: 10, lid 4 Originele tekst:
Een individuele voorziening jeugdhulp wordt toegekend als de inzet van de voorziening doeltreffend geacht kan worden. De doeltreffendheid beoordeelt het college door vast te stellen of de individuele voorziening wezenlijk bijdraagt aan het oplossen van de hulpvraag en waar beschikbaar er wordt gewerkt met een bewezen effectieve interventies. Vraag/ Advies/ Opmerking: De raad vindt het van belang dat interventies effectief zijn. Maar effectiviteit kan op twee verschillende manieren worden ingevuld: evidence bases en practice based. Beiden zijn relevant en gebruikelijk binnen de jeugdzorg en de raad stelt voor dit als aanvulling op te nemen. Reactie college: Het college waardeert de aandacht van de raad voor het belang van effectieve interventies. Wij onderschrijven dat effectiviteit zowel evidence-based (wetenschappelijk onderbouwd) als practice-based (gebaseerd op beproefde praktijkervaring) kan worden ingevuld. Beide benaderingen zijn van betekenis binnen de jeugdhulp. In de uitvoering is er oog voor interventies die in de praktijk aantoonbaar goede resultaten opleveren. Beleidsmatig zijn evidence-based interventies echter leidend, omdat daarbij wetenschappelijk is onderbouwd dat zij daadwerkelijk effectief zijn.
Wij nemen het advies over om in de beleidsregels te verduidelijken dat onder bewezen interventies zowel evidence-based als practice-based interventies worden verstaan.
Artikel: 10, lid 2e lid 4 Originele tekst: Het college kan nadere regels stellen voor de criteria voor toekenning van een individuele voorziening. Vraag/ Advies/ Opmerking: De raad vraagt u toe te lichten wat die nadere regels voor de criteria kunnen zijn? Reactie college: Deze nadere regels hebben vooral betrekking op de wijze van beoordeling en afweging van individuele situaties. Dit hebben wij vastgelegd in de beleidsregels Jeugdhulp.
Artikel: 11 Originele tekst: Gehele artikel Vraag/ Advies/ Opmerking: De bewijslast omtrent de noodzaak van een individuele voorziening lijkt bij ouders/jeugdigen te liggen. Klopt dat of moeten wij dat anders interpreteren? Bewijsproblematiek kleeft daarmee aan bewoners die toch al overbelast zijn en mogelijk de weg in een formeel proces niet goed of onvoldoende kennen. Een advies zou zijn om deze bewijsdrempel te verlagen. Het zal voorzienbaar een tijdrovend proces zijn, waarbij burgers tegen bewijsnood aanlopen en/of tegen afwijzingen op dergelijke gronden. Welke hulpmiddelen stelt de gemeente beschikbaar en welke betrouwbare oordeelskaders hanteert het college om invulling te geven aan dit artikel? Reactie college:
Het college waardeert de vragen van de raad over de beoordeling van eigen mogelijkheden en probleemoplossend vermogen. Op grond van de Jeugdwet moeten deze begrippen duidelijk in de verordening worden beschreven, zodat inwoners weten op basis van welke factoren beslissingen over individuele voorzieningen worden genomen. De hoogste bestuursrechter (Centrale Raad van Beroep) heeft aangegeven dat dit nodig is om voldoende rechtszekerheid te bieden en besluiten toetsbaar te maken. Juridisch ligt de bewijslast niet volledig bij ouders of jeugdigen; het college beoordeelt of sprake is van gebruikelijke of bovengebruikelijke hulp en of ouders deze hulp kunnen bieden, rekening houdend met overbelasting en de gezinssituatie. Om dit proces te ondersteunen, biedt het college begeleiding bij de aanvraag en hanteert het college beoordelingskaders op basis van factoren zoals leeftijd, intensiteit van de hulp, belastbaarheid van ouders, sociaal netwerk en financiële situatie. Ook worden kaders geboden voor ondersteuning vanuit het sociale netwerk en het aanspreken van een eventuele aanvullende zorgverzekering. De beoordeling blijft maatwerk: het college bekijkt de situatie integraal en neemt bij dreigende overbelasting zo nodig een individuele voorziening. Op deze manier worden ouders en jeugdigen ondersteund, terwijl verantwoordelijkheden en wettelijke kaders duidelijk blijven.
Artikel: 15 Originele tekst: Gehele artikel Vraag/ Advies/ Opmerking: De sociaal-medische ingang voor kinderopvang oogt op basis van de huidige formulering niet zo toegankelijk. Er zijn behoorlijk – en algemeen geformuleerde – uitsluitingsgronden van toepassing, met als gevaar dat deze criteria (te) streng worden toegepast. Advies zou zijn om deze drempels te verlagen en toegangsnormen te versoepelen of positiever te formuleren. Bijvoorbeeld: het college zet zich in om ouders te begeleiden om tot een goed aanvraagproces te komen. Reactie college: Wij begrijpen de zorg dat het risico bestaat dat de criteria te strikt worden toegepast. Tegelijkertijd is de sociaal-medische indicatie nadrukkelijk bedoeld als een specifieke vangnetvoorziening. Duidelijke afbakeningen zijn daarom noodzakelijk, zodat de voorziening terechtkomt bij de doelgroep waarvoor zij is bedoeld. Binnen deze kaders wordt altijd gekeken naar de individuele situatie van het gezin en is er ruimte voor maatwerk.
Artikel: 18, lid 2 Originele tekst: Een budgethouder of een budgetbeheerder wordt in beginsel niet in staat geacht de aan
een pgb verbonden taken verantwoord te kunnen uitvoeren als sprake is van één of meer van de volgende omstandigheden: a. het beheer wordt verricht door de persoon of organisatie die ook de jeugdhulp levert aan de budgethouder, tenzij hiervoor door het college toestemming is verleend. b. er is sprake van één of meer van de volgende omstandigheden: i. schuldenproblematiek; ii. iii. iv. v. vi. vii. viii. ernstige verslavingsproblematiek; aangetoonde fraude, in de zin van opzettelijke misleiding om financieel voordeel te verkrijgen, begaan in de vier jaar voorafgaand aan de aanvraag; een aanmerkelijke verstandelijke beperking; een ernstig psychiatrisch ziektebeeld; een vastgestelde, blijvende cognitieve stoornis; het onvoldoende effectief communiceren in woord en geschrift; het niet verkrijgen van een Verklaring Omtrent het Gedrag. Vraag/ Advies/ Opmerking: De raad begrijpt dat niet iedereen in staat zal zijn een PGB budget correct te beheren. Heeft het collegerichtlijnen die dit wel toestaan mits een mentor, bewindvoerder of andere vertegenwoordiger is aangesteld om het PGB budget voor de hulpvrager te beheren? Reactie college: Het uitgangspunt is dat een budgethouder een pgb op verantwoorde wijze moet kunnen beheren.
Dit betekent dat hij of zij in staat moet zijn om taken uit te voeren zoals het afsluiten van zorgovereenkomsten, het kiezen en aansturen van hulpverleners en het bijhouden van de administratie. Deze verantwoordelijkheden horen bij het hebben van een pgb op grond van de Jeugdwet. In de verordening kan het college regels opnemen voor situaties waarin de budgethouder het beheer niet zelf kan uitvoeren, zoals nu benoemd in artikel 19, lid 1. In die gevallen kan een vertegenwoordiger (budgetbeheerder) worden aangewezen om het pgb te beheren. Het college heeft op basis van het advies in de beleidsregels verduidelijking gegeven over het aanstellen van een vertegenwoordiger. Een belangrijke kanttekening is dat eventuele kosten die voortvloeien uit het beheer door een vertegenwoordiger, omdat de budgethouder dit zelf niet kan, niet worden vergoed door het college. Dit is vastgelegd in artikel 23, lid d.
Artikel: 19, lid 1, sub a Originele tekst: “Relevante diploma’s” Vraag/ Advies/ Opmerking: In dit artikel spreekt u over relevante diploma’s. Kunt u aangeven of daar een lijst van is? Hoe kan ik als aanvrager weten wat het college kwalificeert als relevant diploma? Reactie college: De wettelijke kaders bepalen welke kwalificaties “relevante diploma’s” nodig zijn voor het leveren van bepaalde jeugdhulp. Voor gecontracteerde aanbieders stelt de gemeente aanvullende kwaliteitseisen. Bij pgb is de budgethouder zelf verantwoordelijk voor het kiezen van een zorgverlener met passende kwalificaties, Bij twijfel kan een pgb-houder vooraf contact opnemen met de gemeente. De gemeente kan in dat geval toelichten welke deskundigheid of kwalificaties in de betreffende situatie passend worden geacht.
Artikel: 20 Originele tekst: Kwaliteitseisen. Vraag/ Advies/ Opmerking: De raad vraagt het college actief toe te zien op de geboden kwaliteit van PGB zorg. Het is voor hulpvragers in een afhankelijke positie buitengewoon lastig om een professioneel oordeel te vormen over de kwaliteit van de geboden zorg. Verder dringt de raad erop aan dat elke hulpverlener beschikt over een eigen onafhankelijke klachtenprocedure. Dat betekent dat degene die zorg ontvangt zijn of haar klacht over de hulpverlener ook zonder diens tussenkomst kan indienen bij een onafhankelijke klachtenbureau/-functionaris. Reactie college: De verantwoordelijkheid voor de kwaliteit van de zorg die via een pgb wordt geleverd, ligt primair bij de budgethouder. Artikel 18, lid 1, sub g van de verordening jeugdhulp. De budgethouder moet in staat om te beoordelen en te beargumenteren of de geleverde zorg passend en kwalitatief goed is. Dit is de reden dat het college vooraf beoordeelt of de budgethouder beschikt over de benodigde pgb-vaardigheden en ziet, onder meer door gesprekken met de budgethouder te voeren, erop toe dat de ingezette jeugdhulp bijdraagt aan de afgesproken doelstellingen en voldoet aan de gestelde kwaliteitseisen.
Artikel: 20, lid 2 sub c Originele tekst: Handelt in overeenstemming met de professionele standaard; Vraag/ Advies/ Opmerking: De raad vraagt u dit aan te vullen met ‘en de voor de beroepsgroep geldende beroepscodes’ Reactie college: Dank voor uw input. Het college benadrukt dat handelen volgens de professionele standaard automatisch inhoudt dat ook de voor de beroepsgroep geldende beroepscodes worden gevolgd. Om die reden ziet het college geen aanleiding om de beroepscodes afzonderlijk in de verordening op te nemen.
Artikel: 33 Originele tekst: Onverminderd andere handhavingsbevoegdheden ziet het college toe op de naleving van de medezeggenschapsregelingen van aanbieders door periodieke overleggen met de aanbieders.
Vraag/ Advies/ Opmerking: Kunt u aangeven wat u verstaat onder periodiek. Eens in de drie jaar is ook periodiek, maar wat de raad betreft niet passend. In de beleidsregel vinden we hier ook geen informatie over. Wij hechten eraan dat de kwaliteit van zorg goed gemonitord wordt door het college. Periodiek, minimaal jaarlijks, overleg is daar slechts één onderdeel van. Reactie college: Het college waardeert de aandacht voor kwaliteitsborging. Onder “periodiek overleg” wordt verstaan dat er in principe jaarlijks gesprekken met aanbieders plaatsvinden. De frequentie kan variëren afhankelijk van de omvang van de zorgaanbieder en het aantal cliënten; bij grotere aanbieders met veel cliënten vindt overleg vaker dan eenmaal per jaar plaats. Wij hebben periodiek overleg, vervangen voor jaarlijkse overleggen in de verordening.