Bijlage 6 concept begroting UBR 2023
Tekst van het document
Uitvoeringsorganisatie Breedbandnetwerk Rivierenland (UBR)
Begroting 2023
Beleid en financiën van UBRivierenland voor het jaar 2023
Versie voor het Dagelijks Bestuur d.d. 17 maart 2022
Gemeenschappelijke Regeling UBRivierenland Burg. van Lidth de Jeudelaan 3a Postbus 137, 4000 AC Tiel Email: info@UBRivierenland.nl
Wat vindt u in de begroting 2023
De opbouw van de begroting
4
Besluitvorming over de begroting 2023
5
Het besluitvormingsproces omtrent deze begroting in beeld.
Beleidsbegroting: het programmaplan
Programma - Beheer & Uitvoering Glasvezelnetwerk
Programma
We brengen in beeld wat de UBR wil bereiken, wat we daarvoor gaan doen en welke kosten dit met zich meebrengt.
6
Beleidsbegroting: de paragrafen In de paragrafen maken we een dwarsdoorsnede van de begroting over de thema’s die voor gr UBR relevant zijn.
Paragraaf 1 - Weerstandsvermogen en risicobeheersing Paragraaf 2 - Onderhoud kapitaalgoederen Paragraaf 3 - Bedrijfsvoering Paragraaf 4 - Financiering
12 14 15 17
Financiële begroting De financiële begroting geeft een totaaloverzicht van de baten en lasten, zowel voor dit begrotingsjaar als de jaren daarna. Daarnaast brengen we onze financiële positie in beeld.
1. Uiteenzetting financiële positie 2. Meerjarenraming 2023-2028
21 25
2 Begroting 2023 UBRivierenland
Voorwoord Voor u ligt de tweede (concept-) meerjaren begroting van de Uitvoeringsorganisatie Breedbandnetwerk Rivierenland (hierna: UBR). Deze begroting kan gezien worden als een voortzetting van een succesvol meerjarig regionaal proces dat heeft geleid tot een bijzondere prestatie: het voeren van een - voor Nederland - unieke Gemeenschappelijke Regeling, de UBR. U kunt hier op gepaste wijze trots op zijn. De afgelopen jaren bent u regelmatig geïnformeerd over de voortgang en de ontwikkelingen binnen dit zogenaamde glasvezeldossier. Daarbij bent u onder meer op de hoogte gebracht van de belangrijkste uitgangspunten van dit project te weten: A) iedereen die dat wil moet aangesloten kunnen worden op een toekomstvaste breedband-internetaansluiting, B) deze aansluiting moet 100% open zijn voor alle dienstenaanbieders en C) geen vorm van ‘buitengebiedtoeslag’ voor de eindgebruiker. Deze uitgangspunten zijn gebaseerd op een breed gedragen visie binnen de deelnemende gemeenten in de UBR, namelijk dat een goede internetaansluiting zich de afgelopen jaren heeft ontwikkeld van een ‘nice to have’ naar een ‘must have’. Internet is met andere woorden een basisvoorziening geworden die voor iedereen beschikbaar en toegankelijk moet zijn. Voorgaande wordt nu nog extra versterkt door de wereldwijde pandemie en de noodzaak tot thuiswerken.
Naast het feit dat deze meerjaren begroting gezien kan worden als de voortzetting van een regionaal proces kan deze ook gezien worden als de realisatie van de hiervoor genoemde ambities. Het is immers zo dat de komende jaren invulling wordt gegeven met de exploitatie van het glasvezelnetwerk op 8.880 adressen in voornamelijk het buitengebied van de 7 deelnemende gemeenten in de UBR. Vanzelfsprekend zullen we gedurende dit proces de betrokken inwoners, colleges en raden (pro-) actief blijven informeren over de voortgang van het glasvezelproject.
Met vriendelijke groet,
C.A.H. Zondag, voorzitter Dagelijks Bestuur Uitvoeringsorganisatie Breedbandnetwerk Rivierenland Meer informatie kunt u vinden op onze website: https://ubrivierenland.nl/
3 Begroting 2023 UBRivierenland
Programma 3 Algemene baten en lasten De opbouw van de begroting
Opzet en inrichting van de begroting
Op verzoek van gemeenten wordt de begroting van UBRivierenland zo compact mogelijk gehouden met de focus op financiële verantwoording van de activiteiten die door de UBR worden uitgevoerd voor de aangesloten gemeenten. De begroting geeft een totaalbeeld van de activiteiten van de UBR, de belangrijkste ontwikkelingen, de middelen die met de uitvoering zijn gemoeid en de financiële positie. Bestuurders krijgen met de informatie zoals opgenomen in deze programmabegroting voldoende mogelijkheden voor sturing en controle. Een onderverdeling in programma’s, met per programma de te realiseren doelstellingen en de hiervoor geraamde lasten en baten is bij de UBRivierenland niet relevant, omdat er bij UBRivierenland geen sprake is van verschillende beleidsvelden. In deze begroting worden de baten en lasten op een heldere manier gepresenteerd. De nadruk ligt op de financiële verantwoording. Er wordt voor de inhoud - waar dat van toepassing is - verwezen naar de opgestelde achtergronddocumenten en opgestelde plannen van de UBR. Zo worden dubbelingen voorkomen. Financiering van de investeringsuitgaven voor de aanleg van het breedbandnetwerk vindt plaats door een kredietfaciliteit bij de BNG Bank met een overwegend langlopend karakter. De deelnemende gemeenten staan garant voor deze financiering.
Gemeentelijke bijdrage, Rijks- en provinciale uitkeringen en subsidies zijn niet van toepassing. Op grond van het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) dient in de programmabegroting een aantal afzonderlijke paragrafen te worden opgenomen. In deze programmabegroting zijn achtereenvolgens opgenomen de paragrafen:
A. Weerstandsvermogen en risicomanagement B. Onderhoud kapitaalgoederen C. Bedrijfsvoering D. Financiering
4 Begroting 2023 UBRivierenland
Programma Algemene baten en lasten Programma Algemene baten en lasten Besluitvorming over3de Begroting 2023 besluitvorming over de begroting Februari 2022
Ambtelijke voorbereiding
17 Maart 2022
Behandeling concept begroting door het Dagelijks Bestuur Lng
Tot 15 juni 2022
Mogelijkheid tot het indienen van zienswijzen i
Gemeenten kunnen conform de wettelijke termijn tot 15 juni 2021 schriftelijk hun zienswijze indienen bij het Dagelijkse Bestuur. Op 16 mei zal er een platformbijeenkomst worden georganiseerd. Ook worden de Portefeuillehouders Financiën van de gemeenten in deze periode geconsulteerd.
23 juni 2022
Beoordeling zienswijzen De ingediende zienswijzen worden behandeld in de vergadering van de begroting op 23 juni 2022.
23 juni 2022
Vaststelling begroting door het Algemeen Bestuur
Het Algemeen Bestuur van de gemeenschappelijke regeling UBRivierenland , gezien het voorstel tot vaststelling van de programmabegroting 2023
BESLUIT:
De programmabegroting 2023 vast te stellen conform het ontwerp.
Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van het Algemeen Bestuur van 23 juni
De secretaris,
De voorzitter,
C.P.S. Herms
C.A.H. Zondag
5 Begroting 2023 UBRivierenland
Programma Algemene baten en lasten Programma – Beheer3 & Uitvoering Glasvezelnetwerk
Algemene toelichting bij het programma Uitvoeringsorganisatie Breedbandnetwerk Rivierenland is een samenwerkingsverband (gemeenschappelijke regeling) van 7 gemeenten, te weten Culemborg, Maasdriel, Neder-Betuwe, Tiel, West Betuwe, West Maas en Waal en Zaltbommel. Het doel is om voor de zogenaamde “witte” adressen (adressen met enkel een ouderwetse PTT koperaansluiting) de huidige breedbandaansluitingen te vervangen door een toekomstvaste glasvezelaansluiting. Vanaf het 4e kwartaal 2020 zijn de eerste aansluitingen operationeel en genereert de UBR inkomsten uit de verhuur van vezelparen. Het aantal deelnemende adressen in het project zijn 8880 adressen homes passed (HP). Momenteel hebben zich 7116 adressen ingeschreven voor een aansluiting homes connected (HC) waarvan naar verwachting 87% ook een abonnement zal afnemen, homes activated (HA). In de laatste kolom is het aantal actieve aansluitingen (HA) afgezet tegen de doelstelling van 70% actieve aansluitingen op het totale aantal adressen (70% van 8880=6216). Voorgaande resulteert in onderstaande raming/planning:
2020 Q4 2021 Q1 2021 Q2 2021 Q3 2021 Q4 2022 Q1 2022 Q2 2022 Q3 2022 Q4
Begrote aansluitingen HP aan het einde van het kwartaal
Realisatie/prognose HC aan het einde van het kwartaal
232 2.000 3.500 5.000 6.500 8.000 8.880 8.880 8.880
232 1.362 1.881 2.507 3.407 4.607 6.407 7.116 7.116
Planning aansluitingen HA aan het eind van het kwartaal 232 1.068 1.257 1.929 2.623 3.547 4.548 5.479 6.216
Planning aansluitingen HA ten opzichte van doelstelling 4% 17% 20% 31% 42% 57% 73% 88% 100%
De investeringsbedragen zijn gebaseerd op de uitkomsten van de aanbesteding. Voor de aanlegfase is in totaal een investeringsbedrag van € 37.300.000 gebudgetteerd. Daarnaast is voor de periode daarna een reservering voor de investeringskosten van na-aansluitingen, inbebouwing en degeneratie opgenomen van € 200.000. Over de hele looptijd is gerekend met een investeringsbudget van in totaal € 37.500.000. Het is de verwachting dat de uitloop van de aanleg (tot Q2 2022) niet zal leiden tot een aanpassing van onderstaande specificatie van het investeringsbudget.
De specificatie van het investeringsbudget (afgerond) is als volgt: * Voorbereidingskosten: Kosten van onderzoek en ontwikkeling die in de periode van 2016 t/m 2019 zijn voorgefinancierd door Regio Rivierenland * Kosten aanleg * Overige kosten in de investeringsfase: Bouwrente + projectkosten * Onvoorzien: Stelpost om tegenvallers/meerwerk bij de initiële realisatie van de investeringen op te kunnen vangen Budget investeringsuitgaven in de aanlegfase * Voorziening voor na-aansluitingen en dergelijke Totaal investeringsbudget
€ €
1.000.000 34.200.000
€
1.100.000
€ € € €
1.000.000 37.300.000 200.000 37.500.000
6 Begroting 2023 UBRivierenland
Programma 3 Algemene baten en lasten Voor de bekostiging van de aanlegkosten van het breedbandnetwerk hebben we een langlopende financieringsovereenkomst met de BNG Bank afgesloten met een totale looptijd van 50 jaar. In 2020 en 2021 vond financiering van de investeringsuitgaven plaats via een krediet in rekeningcourant met een bouwfaciliteit van € 37.500.000. De rekening-courant werd in de eerste 2 jaar ook aangewend voor de financiering van op investeringsfacturen betaalde BTW, die de UBR achteraf (na indiening van de BTW-aangifte) uitbetaald krijgt door de belastingdienst. Op 6 januari 2022, twee jaar na oprichting van de UBR, vindt omzetting plaats naar financiering door middel van een langlopende lening. Op deze manier heeft de UBR in de aanlegfase optimaal geprofiteerd van de lage rentestand. De langlopende lening bedraagt € 35.000.000 vanaf 6 januari 2022 en heeft een looptijd van 48 jaar. De lening wordt lineair afgelost. De UBR loopt geen renterisico voor het langlopende deel van de financiering, omdat ze het rentepercentage van de lening voor 30 jaar heeft vastgelegd op 0,835% voor de periode 2022 tot 2052. De UBR houdt een kortlopende kredietfaciliteit ter grootte van € 2.500.000 aan, waarmee de totale financieringsbehoefte van € 37.500.000 is ingevuld. Afhankelijk van de renteontwikkelingen kan de UBR ook dit deel in de toekomst langlopend (her)financieren.
De kosten van onderzoek en ontwikkeling, die door Regio Rivierenland zijn voorgefinancierd vanaf 2016, zijn na de oprichting van gemeenschappelijke regeling UBR overgebracht naar de nieuwe organisatie (UBR). Het betreft voorbereidingskosten die op grond van de wettelijke voorschriften (BBV) in de balans als immaterieel vast actief opgenomen moeten worden en waarvoor een afschrijvingstermijn geldt van maximaal 5 jaar. De overige investeringsuitgaven voor het breedbandnetwerk worden geactiveerd in de balans bij de materiële vaste activa en afgeschreven in 50 jaar, waarbij rekening gehouden wordt met de restwaarde van het breedbandnetwerk. Afgeschreven wordt vanaf het moment van realisatie van het breedbandnetwerk. De afschrijvingen lopen in de aanlegfase geleidelijk op en lopen daarmee in de pas met de gefaseerde oplevering en realisatie van het breedbandnetwerk. Dit is overeenkomstig de wettelijke voorschriften (BBV) en daarmee wordt ook een goede matching bereikt tussen inkomsten en afschrijvingslasten. In onderstaand overzicht zijn de afschrijvingen in de eerste jaren gespecificeerd: Immateriële vaste activa Materiële vaste activa Totaal geraamd investeringsbudget Afschrijvingstermijn
1.000.000 5 jaar
36.500.000 50 jaar
Afschrijvingen in 2020 Afschrijvingen in 2021 Afschrijvingen in 2022 Afschrijvingen in 2023 Afschrijvingen in 2024 Afschrijvingen in 2025 Afschrijvingen in 2026 Afschrijvingen in 2027 Afschrijvingen in 2028 Afschrijvingen in 2029 Afschrijvingen in 2030 Afschrijvingen in 2031
1.307 70.931 102.725 200.000 200.000 200.000 200.000 25.037 0 0 0 0
1.484 115.926 366.359 513.680 514.080 514.480 514.880 515.280 515.680 516.080 516.480 516.880
Totaal afschrijvingen 2020 t/m 2031
1.000.000
5.121.289
In de investeringsplanning is voorzien dat in 2031 het volledige investeringsbudget van € 37.500.000 is besteed. De (structurele) afschrijvingslasten bedragen vanaf 2031 € 516.880 per jaar (rekening houdend met de restwaarde van het breedbandnetwerk).
7 Begroting 2023 UBRivierenland
Programma 3 Algemene baten en lasten Belangrijkste punten ➢ ➢ ➢ ➢
Sturen op een efficiënte bedrijfsvoering met een zo laag mogelijke operationele kosten. Sturen op het binnen het investeringsbudget afronden van de aanleg van het breedbandnetwerk. Sturen op het zo spoedig mogelijk afronden van alle breedbandnetwerk aansluitingen bij de zogenaamde “witte” aansluitingen. Structureel een sluitende (meerjaren)begroting.
De financiën van dit programma Financiële uitganspunten De gehanteerde uitgangspunten voor de begroting zijn hierna samengevat. • In totaal worden 8.880 aansluitingen in de buitengebieden van 7 gemeenten gerealiseerd. • Inwoners betalen geen kosten voor de aanleg van hun aansluiting. • Inwoners in de buitengebieden betalen prijzen die gelijk zijn aan de tarieven die in de kernen worden gehanteerd. Er wordt geen buitengebiedstoeslag toegepast. • Het deelnamepercentage van de inwoners in de buitengebieden is op basis van de uitkomsten aanmeldcijfers voor 2022 bepaald en ingeschat op 69%. In de financiële doorrekeningen is het deelnamepercentage in meerjarig perspectief gemaximeerd op 70%. • Het totale investeringsbudget bedraagt € 37.500.000 en is gebaseerd op de uitkomsten van de aanbesteding. In het budget is ook een bedrag voor onvoorzien opgenomen (€ 1.000.000) en een voorziening voor na-aansluitingen, inbebouwing en toekomstige degeneratie (€ 200.000). • De opbrengsten uit de verhuur van vezelparen zijn overeenkomstig de landelijk vastgestelde tarieven. • De opbrengsten en de operationele kosten worden in de meerjarenbegroting doorgerekend met een jaarlijkse indexering van 1,5%. • De restwaarde van het breedbandnetwerk aan het eind van de looptijd van de lening bedraagt € 1.200 per aansluiting, in totaal een bedrag van € 10.656.000, waarop niet wordt afgeschreven.
• De rente van de lening van € 35.000.000 met een looptijd van 48 jaar (looptijd van 2022 tot 2070) is in januari 2020 overeengekomen met de BNG Bank en bedraagt 0,835%. De rente staat voor 30 jaar vast vanaf 2022. • In de investeringsfase was een kredietfaciliteit in rekening-courant beschikbaar als bouwdepot tegen gunstige rekening courant condities. • Voor de additionele financiering van € 2.500.000 vanaf 2022 houden we vooralsnog vast aan continuering van een faciliteit in rekening-courant, waarbij is gerekend met een rente van 0,0%, overeenkomstig de huidige rentestand. • Voor de gehele faciliteit geldt een bereidstellingsprovisie van 0,09% over het niet opgenomen deel van het beschikbare bedrag. • Gestreefd wordt vermogenstekorten in de eerste jaren van de exploitatie, te voorkomen. • Realisatie van een positieve cashflow die voldoende is om de aflossingstermijnen van de lening te kunnen betalen. • De liquiditeitspositie moet de UBR in alle jaren in staat stellen om aan de betalingsverplichtingen te voldoen. In de aanlegfase van het breedbandnetwerk is via een kortlopend bankkrediet een kapitaalbuffer gecreëerd van waaruit de (investerings-) betalingen kunnen worden gedaan.
8 Begroting 2023 UBRivierenland
Programma 3 Algemene baten en lasten Onderstaande tabel geeft een totaaloverzicht van de financiën van dit programma. Baten en lasten 2023 (* € 1.000)
Opbrengsten Verhuur glasvezel/vezelparen Beheerkosten Incidentele lasten Afschrijvingen Rentelasten Totaal lasten
1.386.708 364.048 713.680 283.878 1.361.606
Saldo van baten en lasten
25.102
Vennootschapsbelasting Resultaat na belastingen
-/- 3.765 21.337
Toelichting: De opbrengsten in 2023 en de jaren daarna zijn goed voor een structureel overschot van de exploitatie. Na 2026 lopen de positieve resultaten op, omdat de geactiveerde voorbereidingskosten dan volledig zijn afgeschreven en niet meer op de exploitatie drukken. Ondanks het feit dat in de eerste 3 jaren tijdens de aanlegfase van het glasvezelnetwerk de opbrengsten nog niet op het beoogde niveau zitten, sluit de exploitatie per saldo over deze jaren met een positief resultaat. Dit heeft te maken met de gunstige rentecondities van de kredietfaciliteit met de BNG. Per saldo ontvingen we in de eerste 2 jaren over het opgenomen deel van de financiering en betaalden we bereidstellingsprovisie van 0,09% over het niet opgenomen deel van de financiering. In het vierde begrotingsjaar (2023) kunnen ook alle lasten uit de opbrengsten worden voldaan. Risico's: De gepresenteerde exploitatiecijfers zijn ramingen en uiteraard kan (en zal) de werkelijkheid hiervan afwijken. We verwachten niet dat er tekorten ontstaan. De financiële risico's zijn beperkt en er is voorzichtigheid betracht bij de financiële doorrekeningen. Als voorbeelden hiervan kunnen worden genoemd: • het deelnamepercentage is in meerjarig perspectief gemaximeerd op 70% (niveau dat bereikt wordt in 2024), terwijl het een reële verwachting is dat het werkelijk deelnamepercentage (op termijn) daarboven zal uitstijgen.
• bij vertraging in de realisatie van de nieuwe aansluitingen komen de inkomsten later op gang, maar parallel daarmee komen de afschrijvingslasten ook pas later ten laste van de exploitatie. Genoemde posten komen pas ten laste van de exploitatie na realisatie van de aansluitingen, die gefaseerd en getemporiseerd plaatsvindt. • in het totale investeringsbudget van € 37.500.000 zijn substantiële bedragen opgenomen voor tegenvallers en meerwerk (€ 1.000.000 voor onvoorziene investeringsuitgaven) en een voorziening voor de lasten van na-aansluitingen, inbebouwing en toekomstige degeneratie (€ 200.000). • De inkomsten stijgen jaarlijks met een tariefindex (geraamd op 1,5%), terwijl voor de afschrijvingen en rentelasten geen kostenindexering toegepast hoeft te worden. Zo wordt de marge tussen de opbrengsten en de lasten steeds gunstiger. Bovendien nemen de rentelasten jaarlijks af als gevolg van de betaalde aflossingstermijnen van de lening (vanaf 2022).
Producten Tot dit programma behoren de volgende taakvelden/producten: • Exploitatie glasvezelnetwerk (inclusief overhead) • Treasury • Onvoorziene uitgaven • Vennootschapsbelasting
9 Begroting 2023 UBRivierenland
Programma 3 Algemene baten en lasten Overhead De kosten van overhead moeten volgens wettelijk voorschrift (BBV) afzonderlijk worden verantwoord. De overhead wordt niet meer toegerekend aan en opgenomen bij de verschillende programma’s in de begroting. Overhead heeft betrekking op ondersteunende taken die niet direct dienstbaar zijn aan de externe klant of het externe product. De algemene definitie luidt als volgt: overhead heeft betrekking op alle kosten die samenhangen met de sturing en de ondersteuning van de medewerkers in het primaire proces. UBRivierenland heeft een beperkt takenpakket en houdt zich alleen bezig met aanleg, onderhoud en beheer van een passief glasvezelnetwerk. De baten en lasten worden in de begroting binnen één programma verantwoord. Alle kosten, met inbegrip van de lasten die een algemeen karakter hebben, zijn direct dienstbaar aan de realisatie en instandhouding van een infrastructuur van het glasvezelnetwerk. Alle lasten worden daarom opgenomen binnen het programma ‘Beheer & Uitvoering Glasvezelnetwerk’.
Incidentele baten en lasten In de begroting 2023 is geen budget opgenomen voor incidentele lasten en baten in het jaar na oplevering van het netwerk aan UBRivierenland.
Treasury In het BBV worden alle rentelasten en rentebaten begroot en verantwoord op het taakveld Treasury. In de paragraaf Financiering is een renteschema opgenomen, dat inzicht geeft in de rentebaten, rentelasten en het begrote renteresultaat. Het saldo en de samenstelling van het resultaat uit treasury is in onderstaand overzicht samengevat. 2023 Betaalde financieringsrente BNG Ontvangen rente-inkomsten Saldo rentelasten en rentebaten
283.878 0 283.878
Geactiveerde bouwrente
0
Totaal van de aan de vaste activa (taakvelden) toe te rekenen rente
0
De aan de vaste activa (taakvelden) toegerekende rente (o.b.v. werkelijke rente van 0,09%)
0
Begroot resultaat uit treasury
0
Uit bovenstaand overzicht blijkt dat het volledige bedrag van de externe financiering en de daarmee samenhangende rentelasten (saldo van de bancaire leningen) wordt aangewend voor de aanleg van het passieve breedbandnetwerk. Het renteomslagpercentage is in de begroting gelijk aan de werkelijke rentevoet.
10 Begroting 2023 UBRivierenland
Programma 3 Algemene baten en lasten Onvoorziene uitgaven In het investeringsbudget van € 37.500.000 is een bedrag voor onvoorziene uitgaven opgenomen van € 1.000.000. Dit budget wordt voor een groot deel aangewend voor de bekostiging van Leges en Degeneratiekosten die buiten de opdracht van aanbesteding vallen. De exacte hoogte is op het moment van schrijven van deze begroting nog niet bekend maar worden geschat op circa € 480.000. Doordat de eindoplevering is vertraagd lopen ook de projectkosten door in 2022 welke worden begroot op € 260.000. Daarnaast worden de kosten Voor de bekostiging van eenmalige eindoplevering zijn kosten ter grootte van begroot op € 150.000 die eveneens uit het budget onvoorzien wordt bekostigd. Het saldo van de post onvoorzien begin 2023 derhalve € 110.000. In de operationele kosten is een bedrag voor onvoorziene uitgaven gebudgetteerd van ca. € 2.000. Voor 2022 zal dit budget voor onvoorziene uitgaven worden aangewend voor de implementatie van de WOO die dient ter vervanging van de WOB. Dit bedrag stijgt elk jaar met de toegepaste indexering (1,5%).
Vennootschapsbelasting Vanaf de oprichting (6 januari 2020) is gemeenschappelijke regeling UBRivierenland (UBR) belastingplichtig voor de vennootschapsbelasting. Voor het begrotingsjaar 2023 is rekening gehouden met heffing van vennootschapsbelasting over de geraamde winst.
11 Begroting 2023 UBRivierenland
Programma 3 Algemene baten en lasten Paragraaf 1 – Weerstandsvermogen en risicobeheersing
Toelichting op het begrip weerstandsvermogen Het weerstandsvermogen is afhankelijk van de benodigde weerstandscapaciteit – de ingeschatte risico’s – en de beschikbare weerstandscapaciteit – de middelen die beschikbaar zijn om eventuele tegenvallers op te kunnen vangen. Het weerstandsvermogen wordt gevormd door de aanwezige middelen om de nadelige gevolgen van risico’s op te vangen. Het gaat bij het weerstandsvermogen met name om risico’s die niet via verzekeringen of voorzieningen kunnen worden ondervangen. In onderstaand schema is dit weergegeven:
Bekende risico’s
Beschikbare middelen
Benodigde weerstandscapaciteit
Beschikbare weerstandscapaciteit
Weerstandsvermogen
De benodigde weerstandscapaciteit wordt bepaald door: • • •
de verwachte impact van de aanwezige risico’s; de gewenste mate van zekerheid dat de risico’s kunnen worden opgevangen; de mate waarin de risico’s al op andere wijze zijn afgedekt.
De beschikbare weerstandscapaciteit is het totaal aan middelen en mogelijkheden waarover de UBR kan beschikken om eventueel optredende niet begrote kosten af te dekken, zonder invloed op de uitvoering van taken. De middelen die we tot de beschikbare weerstandscapaciteit rekenen zijn: • de vrije aanwendbare reserves; • de stille reserves; • de post onvoorzien in de begroting.
Beleid omtrent weerstandscapaciteit UBRivierenland is een gemeenschappelijke regeling die taken uitvoert in opdracht van 7 gemeenten. Het weerstandsvermogen van de UBR wordt gevormd door het weerstandsvermogen van de afzonderlijke gemeenten. Niettemin zijn er redenen om ook binnen de UBR financiële weerstand op te bouwen. Op grond van wettelijke voorschriften is de UBR verplicht voorzieningen te vormen voor kwantificeerbare risico’s, verplichtingen en verliezen. Weerstandsvermogen De 7 gemeenten die deelnemen in de UBR zijn voor hun aandeel aansprakelijk als vermogenstekorten zouden ontstaan of de UBR niet in staat is om aan de aflossingsverplichtingen van de lening te voldoen. Het gemeentelijk aandeel wordt berekend op basis van de stemverhouding, overeenkomstig de bepalingen zoals opgenomen in de gemeenschappelijke regeling Uitvoeringsorganisatie Breedbandnetwerk Rivierenland.
12 Begroting 2023 UBRivierenland
Programma 3 Algemene baten en lasten Maatregelen op het gebied van risicobeheersing en risicomanagement Met de ramingen zoals opgenomen in de Kadernota 2023 is zichtbaar gemaakt dat de UBR kapitaal en vermogen opbouwt en aan alle betalingsverplichtingen kan voldoen. Op de langere termijn (na 2026) groeit het eigen vermogen en neemt het saldo liquide middelen verder toe als gevolg van de oplopende exploitatie-overschotten. Het is daarom niet te verwachten dat de deelnemende gemeenten vanuit hun eigenaarschap of garantiestelling voor de lening financiële nadelen zullen ondervinden.
13 Begroting 2023 UBRivierenland
Programma 3 Algemene baten en lasten Paragraaf 2 – Onderhoud kapitaalgoederen Belangrijke ontwikkelingen en aandachtspunten in 2022 Beleidskader Het beleid ligt vast in het meerjarenonderhoudsplan Het Beheer en onderhoud is in de aanbesteding uitbesteed. De kaders liggen vast in beheer en onderhoudscontracten. Uitgangspunt is dat op langere termijn het Breedbandnetwerk op een adequate wijze wordt beheerd en onderhouden. In de begroting is de gefaseerde aanleg voor 8.880 aansluitingen meegenomen en doorgerekend. Additionele aanleg van nieuwe adressen in andere gebieden is mogelijk, maar moet hier los van worden gezien. Indien dit in de toekomst aan de orde is, moeten hiervoor afzonderlijk middelen beschikbaar worden gesteld door het Algemeen Bestuur.
Financiële consequenties en vertaling daarvan in de begroting De kosten van het beheer en onderhoud van het glasvezelnetwerk zijn aanbesteed. In de begroting 2023 is een operationele last geraamd van € 114.627 per jaar. Jaarlijks wordt het budget voor onderhoud geïndexeerd met 1,5%.
14 Begroting 2023 UBRivierenland
Paragraaf 3 – Bedrijfsvoering Programma 3 Algemene baten en lasten
Belangrijke ontwikkelingen en aandachtspunten in 2023 Algemeen De paragraaf bedrijfsvoering geeft inzicht in de stand van zaken en de beleidsvoornemens rond de bedrijfsvoering. Met bedrijfsvoering worden de bedrijfsprocessen bedoeld die nodig zijn om de beleidsdoelstellingen uit de programma's te realiseren. Voor een goede bedrijfsvoering zijn budget, personeel met kennis en kunde, infrastructuur, leiding/aansturing, een goede communicatie, informatie en beheersinstrumenten nodig. Ook is een efficiënte inrichting van de organisatie en een gezonde samenwerkingscultuur, samen met gemeenten en andere partners cruciaal om de doelstellingen te bereiken en onze (breedband)dienst adequaat te kunnen uitvoeren. Onze organisatie zal zich inspannen om een zo hoog mogelijk deelnamepercentage op het breedbandnetwerk te realiseren. Het Dagelijks Bestuur is verantwoordelijk voor een adequate bedrijfsvoering. Het Algemeen Bestuur heeft hierbij een kaderstellende en controlerende taak.
Inrichting van de organisatie De organisatie van UBRivierenland is gericht op de uitvoering van de breedband dienstverlening aan de inwoners van het doelgebied die nog niet beschikken over een toekomstvast breedbandnetwerk.
DVO voor Concern- en bestuursondersteuning De ondersteunende middelen (P&O, Financiën & Control, Administratie, Informatievoorziening & Automatisering, Huisvesting, JZ, Functionaris Gegevensbescherming + Privacy Officer, Archief, Communicatie, Bestuursondersteuning/-secretariaat) staan direct ten dienste van de bedrijfsvoering van het UBRivierenland middels een daartoe afgesloten DVO. De concernondersteuning is gericht op: • De planning- en controlcyclus • Control (audit/interne controle, algemene financiële en juridische control) • Organisatie-inrichting (treasury, budgetbeheer, mandatering, organisatieregelingen) • Juridische control (gemeenschappelijke regeling en interne reglementen en verordeningen) • Informatietechnologie & informatieveiligheid + de betrouwbaarheid en continuïteit van de geautomatiseerde dataverwerking (ICT) • Archief (centrale archiefverantwoording en -wetgeving) • Concerncommunicatie (website, intranet, nieuwsuitingen, folders) • Bestuursondersteuning (faciliteren bestuursvergaderingen, UBR-middagen, agendacommissie en bijeenkomsten)
15
15 Begroting 2023 UBRivierenland
Programma 3 Algemene baten en lasten Beleidsindicatoren In het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV) zijn een aantal beleidsindicatoren vastgesteld, die verplicht in de programma's en programmaverantwoording opgenomen moeten worden. De voor UBRivierenland relevante indicatoren met betrekking tot personele aangelegenheden zijn in onderstaande tabel opgesomd.
Beleidsindicator: Personele formatie
1,33 fte
Personele bezetting (inhuur via detachering)
1,33 fte
16 Begroting 2023 UBRivierenland
Programma 3 Algemene baten en lasten Paragraaf 4 – Financiering
Beleidskader: het Treasurystatuut van de UBR In het Treasurystatuut staan de uitgangspunten en doelstellingen voor het treasurybeleid vermeld. De uitvoering en ontwikkelingen worden in deze paragraaf toegelicht. Onderdelen: • Algemene ontwikkelingen • Treasurybeheer • (Krediet) Risicobeheer • Financiering
Algemene ontwikkelingen Dit onderdeel schetst de belangrijkste interne en externe ontwikkelingen die invloed kunnen hebben op de treasuryfunctie, alsmede wijzigingen in de Wet Financiering Decentrale Overheden (wet Fido), de Regeling uitzettingen en derivaten decentrale overheden (Ruddo), de wet Hof en het Verplicht Schatkistbankieren voor decentrale overheden. Interne ontwikkelingen UBRivierenland voldoet bij de uitvoering van de treasuryfunctie aan de wet- en regelgeving. Bij wet van 11 december 2013 tot wijziging van de Wet financiering decentrale overheden is het een verplichting geworden om overtollige liquide middelen aan te houden in de schatkist van het Rijk. Gelden tegen gunstige rentetarieven uitzetten op spaarrekeningen of deposito's bij andere financiële instellingen is met de invoering van Schatkistbankieren niet meer toegestaan. Er mag een bedrag ter hoogte van 0,75% (met een ondergrens van € 450.000) van het jaarlijkse begrotingstotaal buiten de schatkist gehouden worden voor de uitvoering van dagelijkse taken. In de aanlegfase van het glasvezelnetwerk heeft UBRivierenland geen bancaire tegoeden en worden geen middelen in ’s Rijks Schatkist aangehouden.
Externe ontwikkelingen, rente-ontwikkelingen De belangrijkste externe ontwikkelingen zijn (internationale) economische indicatoren en de invloed hiervan op de geld- en kapitaalmarkt, alsmede wijzigingen in wet- en regelgeving. UBRivierenland kent geen zelf ontwikkelde rentevisie. Zij volgt de marktgegevens en renteontwikkelingen via publicaties van gerenommeerde financiële instellingen. Zoals bijvoorbeeld ABN AMRO Bank, BNG Bank en Rabo Bank. We verwachten dat de rente op de geld- en kapitaalmarkt in de komende periode op een laag niveau zal blijven met de kanttekening dat de huidige hoge inflatiecijfers een lichte opwaartse druk uitoefenen op de rente. Mocht de huidige hoge inflatie structureel ruim boven de 2% blijven verwachten wij op termijn verder oplopende rente. Rentevisie algemeen Aan de daling van de lange rente is een einde gekomen maar is nog steeds historisch laag. De lage lange rente kent zowel structurele als incidentele oorzaken. De coronacrisis en de ongekende steunmaatregelen wereldwijd hebben een grote invloed op de renteontwikkeling gehad. Het herstelpotentieel van de economie hangt sterk af van de bereidheid van consumenten om weer geld uit te geven en het vermogen van ondernemers om hun bedrijf aan te passen en de omzet weer zo dicht mogelijk tot het pre-coronaniveau op te krikken.
Tegen deze achtergrond heeft de EC met het herstelfonds de broodnodige budgettaire prikkel gegeven om langdurige economische schade te verminderen. De korte rente is in 2021 steeds negatief geweest. Dit gold ook voor de rente op de rekening courant faciliteit. De rente voor leningen met een looptijd tot 1 jaar was gemiddeld 0,50% negatief in 2021.
17 Begroting 2023 UBRivierenland
Programma 3 Algemene baten en lasten De rentevisie van de BNG bank van 1 februari 2021: Afgaande op recente uitspraken van centrale bankiers lijkt het waarschijnlijk dat de ECB de effectenaankopen medio dit jaar zal beëindigen. Hiermee wordt de weg vrijgemaakt voor een eerste verhoging van de officiële tarieven voor het einde van 2022. Ook andere centrale banken zullen het monetaire beleid verkrappen. We verwachten dat de lange rentetarieven geleidelijk zullen oplopen. De rentevisie van ABN AMRO bank van 1 februari 2021: De lange rente is in januari opgelopen. Wij verwachten een verdere stijging van de lange rente en hebben onze ramingen opwaarts aangepast . “Een eerste renteverhoging door de ECB laat vermoedelijk nog lang op zich wachten. ECBpresident Christine Lagarde zal na afloop van de vergadering van 3 februari waarschijnlijk duidelijk maken dat de economische omstandigheden en de inflatie-verwachtingen in de eurozone sterk afwijken van die in de VS. Zo verwacht de ECB dat de inflatie gedurende een deel van 2022 nog zeer ruim boven het streefniveau van 2% blijft liggen, maar daarna weer snel daalt en op de middellange termijn onder het streefniveau van de centrale bank zal komen te liggen. Dit is in lijn met onze eigen verwachtingen voor de inflatie in de eurozone.
Dit betekent dat het aannemelijk is dat de ECB, in tegenstelling tot de Fed, de rente voorlopig ongemoeid zal laten. Lange rente zal in 2022 stijgen De Amerikaanse lange rente en de wisselkoers van de dollar ten opzichte van de euro zijn sinds begin januari opgelopen. Dit gebeurde vooral onder invloed van de veranderingen in de verwachtingen over het beleid van de Fed. Omdat de Europese lange rente wat sterker wordt meegetrokken door de stijging van de Amerikaanse lange rente dan we eerder aannamen, hebben wij onze ramingen voor de lange rente in Duitsland en Nederland verhoogd. Desalniettemin zal het renteverschil tussen Europa en de VS wel groter worden. De rentevisie van de UBR op 1 februari 2022: We verwachten dat de rente op de geld- en kapitaalmarkt in de komende periode op een laag niveau zal blijven met de kanttekening dat de huidige hoge inflatiecijfers een lichte opwaartse druk uitoefenen op de rente. Mocht de huidige hoge inflatie structureel ruim boven de 2% blijven verwachten wij op termijn verder oplopende rente. De lening van de UBR bij de BNG Bank zal in 2022 nagenoeg volledig in een rente vaste (30 jaar) lening zijn. Het is niet de verwachting dat gedurende 2022 substantieel gebruik zal worden gemaakt van de beschikbare limiet van 2,5 mio in rekening courant.
Pas aan het einde van het boekjaar bij het betalen van de eind opleverings factuur zal er naar verwachting worden getrokken op de rekening courant faciliteit.
Treasurybeheer Het treasurybeheer is de (beleids) uitvoering van de treasuryfunctie, binnen de kaders van het huidige treasurystatuut. De treasuryfunctie omvat alle activiteiten die zich richten op het sturen en beheersen van, het verantwoorden over en het toezicht houden op de financiële vermogenswaarden, financiële geldstromen, de financiële posities en hieraan verbonden risico’s.
18 Begroting 2023 UBRivierenland
Programma 3 Algemene baten en lasten Risicobeheer Kasgeldlimiet De kasgeldlimiet is een wettelijke limiet en bepaalt de maximale omvang van de externe kortgeldpositie in enig jaar. De zogenaamde netto vlottende schuld mag maximaal 8,2% bedragen van het begrotingstotaal. Daarboven moet lang geld worden aangetrokken. UBRivierenland heeft een bijzondere startpositie als het gaat om de financiële verhoudingen en invulling van de financiering van de aanleg van het glasvezelnetwerk. In de eerste 2 begrotingsjaren worden de aansluitingen gefaseerd gerealiseerd en komt de generatie van opbrengsten geleidelijk (getemporiseerd) tot stand. Het totaal van de in de begroting geraamde baten en lasten zit pas vanaf het 3e jaar (in 2022) op een structureel niveau van ca. € 1,4 miljoen. Het te financieren bedrag van de investeringen bedraagt in totaal € 37.500.000. We zijn een langlopende financiering overeengekomen met de BNG, waarbij de eerste 2 jaar gekozen is voor een vorm van kredietverlening in rekening-courant met bouwdepot (met een zeer gunstige rente), waarbij medio januari 2022 omzetting plaatsvindt naar een lening met een looptijd van 48 jaar en een rentevast periode van 30 jaar. De rentevoet van de lening is onderdeel van de langlopende financieringsafspraken en vastgelegd op 0,835%. We lopen derhalve geen renterisico op de langlopende lening.
De rekening-courant financiering in de eerste 2 begrotingsjaren (2020 en 2021) maakte onderdeel uit van de langlopende financieringsafspraken en past binnen het geheel van de meerjarige financiering. Op grond hiervan is geen sprake van een afwijking van de wettelijk vastgelegde normering van de maximale kasgeldlimiet. Renterisico De renterisiconorm is ook een wettelijke limiet en beperkt de vaste schuld die in enig jaar voor aflossing of renteherziening in aanmerking komt tot 20% van het begrotingssaldo. De vaste schuld van UBRivierenland bestaat uit een geldlening van € 35 miljoen (vanaf 2022) waarop 30 jaar lang geen renteherzieningen plaatsvinden. Derhalve is er in deze periode geen renterisico. Kredietrisicobeheer UBRivierenland loopt geen risico’s bij het uitzetten van geldmiddelen. De gelden worden uitgezet conform de voorwaarden genoemd in het treasurystatuut.
Financiering De vaste activa worden grotendeels met lang vermogen gefinancierd via een kredietovereenkomst bij de BNG. In 2020 en 2021 bestond de bijzondere situatie dat er vanuit een bouwfaciliteit geld werd geïnvesteerd in de aanleg van het netwerk. Dit netwerk zal “sleutel klaar” worden opgeleverd begin 2022. De aangewende middelen uit de bouwfaciliteit zullen in januari 2022 worden omgezet in een langlopende vaste lening tegen reeds nu vastgelegde rente voor 30 jaar (tot 2052). De rente opbouw van de bouwfaciliteit in de eerste 2 jaar kende een tarief van 1 maands euribor plus een opslag over het opgenomen deel. Per saldo bedroeg de actuele (variabele) rentestand negatief. In de begroting was gerekend met 0,0%. We betaalden in de eerste 2 jaren volgens de huidige rentestanden derhalve geen rente over de financiering. Hierbij wordt wel de opmerking gemaakt, dat het een variabele rente betreft voor het kortlopende deel van de financiering, die in kan stijgen of dalen, en waar we dus renterisico lopen. Over het ongebruikte deel van de faciliteit betaalden we een bereidstellingsprovisie van 0,09%. De vergoeding wordt per kwartaal betaald en de bancaire provisie nam maandelijks af als gevolg van de opnamen uit het depot.
19 Begroting 2023 UBRivierenland
Programma 3 Algemene baten en lasten De bancaire financiering laat het volgende verloop zien.
Leningenportefeuille
Bedragen x € 1.000
Naam
hoofdsom
Rente
Investerings depot BNG
37.500
0,000%
Lening BNG
35.000
R/C BNG
2.500
Looptijd
Afgelost in
Stand 1-1-2022
Stand 1-1-2023
2 jaar
januari 2022
26.273
0
0,835%
48 jaar
2070
0
34.271
0,000%
variabel
onbepaald
0
2.320
26.273
36.591
Totaal vaste schulden:
De langlopende lening van € 35 mljn wordt vanaf 2022 lineair afgelost. De lening heeft een looptijd van 48 jaar. Vanaf 2022 worden aflossingstermijnen betaald, jaarlijks een bedrag van € 729.167.
Wettelijke kaders In de Notitie Rente 2017 van de BBV-commissie zijn voorschriften opgenomen voor de wijze waarop de rente verwerkt moeten worden in de begroting. Alle rentelasten en rentebaten uit hoofde van financieringen moeten bij Treasury worden verantwoord. Er mag een rentevergoeding over eigen financieringsmiddelen (reserves) worden berekend, maar deze rentevergoeding is gemaximeerd tot het rentepercentage dat is gebaseerd op het gewogen samenstel van de rentelasten over de externe financiering (langlopend én kortlopend). De omslagrente moet op consistente en eenduidige wijze worden toegerekend aan de individuele vaste activa. Het in de begroting voorgecalculeerde omslagpercentage mag binnen een marge van 0,5% worden afgerond. De BBV-commissie doet de aanbeveling om het Renteschema uit de Notitie Rente 2017 op te nemen in de paragraaf Financiering van de begroting. In deze begroting 2022 (inclusief meerjarenbegroting) hebben we de rentepercentages toegepast die in onderstaand overzicht zijn opgenomen. Rentepercentage Rente depotfinanciering (januari 2022)
0,00%
Bereidstellingsprovisie bouwdepot
0,09%
Langlopende financiering (lening BNG – vanaf januari 2022)
0,835%
R/C-financiering BNG (vanaf januari 2022)
0,00%
Omslagrente 2022, gelijk aan de werkelijke bancaire kosten
0,835%
20 Begroting 2023 UBRivierenland
Programma 3 Algemene baten en lasten Uiteenzetting financiële positie Belangrijke ontwikkelingen en aandachtspunten De belangrijkste ontwikkelingen en aandachtspunten ten aanzien van de financiële positie zijn: • •
Sturen op een efficiënte bedrijfsvoering met een zo laag mogelijke overhead. Sturen op het binnen het investeringsbudget afronden van de aanleg van het breedbandnetwerk. Sturen op het binnen afronden van alle breedbandnetwerk aansluitingen bij de zogenaamde “witte” aansluitingen. Structureel is de (meerjaren) begroting sluitend zonder inzet van de reserves.
• •
Personeelskosten Het totaal van de structurele personele lasten (waaronder bijvoorbeeld de DVO) in deze begroting 2023 bedraagt € 202.545. In dit bedrag zijn niet de budgetten voor externe inhuur/projectkosten opgenomen.
Investeringen UBR Via deze begroting worden geen kredieten gevraagd voor nieuwe investeringen in 2023, in aanvulling op de bestaande investeringsplanning voor de aanleg van het glasvezelnetwerk met een geraamd investeringsbedrag van 37.500.000. Eventuele nieuwe of additionele investeringskredieten worden via separate bestuursvoorstellen geformaliseerd en in de administratie verwerkt.
Reserves en voorzieningen In het navolgende overzicht is de stand van de reserves opgenomen per 1 januari 2023 en de geraamde mutaties in 2023 en de verwachte eindstand op 31 december 2023. Overzicht reserves Bedragen x € 1.000
Stand 01-01-2023
Begroot resultaat 2023
Stand 31-12-2023
Algemene reserve UBR
471
22
493
Subtotaal algemene reserve
471
22
493
Subtotaal bestemmingsreserves
0
0
0
Totaal
471
22
493
Algemene reserve
Toelichting bij de reserves: Reserves worden gebruikt om incidentele kosten of financiële nadelen op te kunnen vangen. Eventuele bestemmingsreserves worden ingezet overeenkomstig de doelstellingen waarvoor de reserves zijn gevormd. Structurele inzet van de reserves proberen we te beperken om te voorkomen, dat met het afbouwen van de reserves financiering van een deel van de doorlopende (structurele) lasten binnen de begrotingskaders niet meer mogelijk is.
21 Begroting 2023 UBRivierenland
Programma 3 Algemene baten en lasten Voorzieningen Overzicht voorzieningen Bedragen x € 1.000
Stand 01-01-2023
Mutaties 2023
Stand 31-12-2023
Voorzieningen ter egalisatie van kosten
0
0
0
Overige voorzieningen
0
0
0
Totaal voorzieningen
0
0
0
Toelichting bij de voorzieningen: Geen verdere toelichting.
Geprognosticeerde balans Activa (x € 1.000) Totaal vaste activa Totaal vlottende activa Totaal activa
Passiva (x € 1.000)
01-01-2023
31-12-2023
36.823
36.129
196
302
37.019
36.431
01-01-2023
31-12-2023
Eigen vermogen
471
493
Voorzieningen
0
0
Vaste schulden langer dan één jaar *)
36.591
35.882
Totaal vaste passiva
37.062
36.375
-43
56
37.019
36.431
Totaal vlottende passiva Totaal passiva
*) In de vaste schulden langer dan één jaar is ook het bedrag van de bouwfaciliteit in rekeningcourant opgenomen in 2022, omdat het onderdeel uitmaakt van de totale langlopende financieringsovereenkomst met de BNG Bank.
22 Begroting 2023 UBRivierenland
Programma 3 Algemene baten en lasten Financiële kengetallen Op 15 mei 2015 is een besluit tot wijziging van het BBV vastgesteld. Deze wijziging heeft betrekking op het opnemen van een uniforme set financiële kengetallen in de begroting. Kengetallen zijn getallen die de verhouding uitdrukken tussen bepaalde onderdelen van de begroting of de balans en kunnen helpen bij de beoordeling van de (ontwikkeling van de) financiële positie. De uniforme kengetallen bieden de mogelijkheid om onderling cijfers te vergelijken. Daarmee dragen deze kengetallen bij aan de controlerende en kaderstellende rol van het bestuur. Hierna nemen wij de kengetallen op, die verplicht in de programmabegroting moeten worden opgenomen.
Netto schuldquote De netto schuld weerspiegelt het niveau van de schuldenlast ten opzichte van de baten. De netto schuldquote geeft een indicatie van de druk van de rentelasten en de aflossingen op de exploitatie.
Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen UBRivierenland heeft geen leningen verstrekt aan derden. De uitkomst van de gecorrigeerde netto schuldquote is daardoor gelijk aan de netto schuldquote.
Solvabiliteitsratio Dit kengetal geeft inzicht in de mate waarin de organisatie in staat is aan haar financiële verplichtingen te voldoen. Onder de solvabiliteitsratio wordt verstaan het eigen vermogen als percentage van het balanstotaal. Het eigen vermogen bestaat uit de reserves (zowel de algemene reserve als de bestemmingsreserves) en het resultaat uit het overzicht van baten en lasten. In het algemeen wordt een getal tussen de 25 en 40% als een gezonde positie gezien. UBRivierenland staat de het begin van een periode van vermogensopbouw. In de eerste twee jaren, waarin de aanleg van het breedbandnetwerk wordt gerealiseerd, wordt een kleine vermogensbuffer opgebouwd, waardoor de solvabiliteitsratio ‘blijft hangen’ op een niveau van 1,2%. Na een looptijd van de lening van 23 jaar (na 50 jaar, als de lening volledig is afgelost) is een vermogenspositie opgebouwd die samen met de (geschatte) marktwaarde van het netwerk gelijk is aan de uitstaande lening van het breedbandnetwerk.
Structurele exploitatieruimte Voor de beoordeling van het structurele en reële evenwicht van de begroting wordt onderscheid gemaakt tussen structurele en incidentele lasten. Bij incidentele lasten of baten gaat het om eenmalige zaken die zich gedurende maximaal drie jaar voordoen. Om de structurele lasten en baten te bepalen worden de incidentele lasten en baten van de totale lasten en baten afgetrokken. De structurele exploitatieruimte wordt bepaald door het saldo van de structurele baten en lasten en het saldo van de structurele onttrekkingen en toevoegingen aan reserves gedeeld door de totale baten en uitgedrukt in een percentage. Een ruimte van meer dan 1% geeft voldoende ruimte om structurele tegenvallers op te vangen.
23 Begroting 2023 UBRivierenland
Programma 3 Algemene baten en lasten Tabel met kengetallen: Raming 2023 Netto schuldquote (afgerond)
4.676 %
Solvabiliteitsratio
1,3 %
Structurele exploitatieruimte
100,0 %
Toelichting bij de tabel met kengetallen: • De netto schuldquote staat op een hoog niveau, omdat de baten niet in verhouding staan tot de investeringsuitgaven voor de aanleg van het Breedbandnetwerk en de daarvoor aangetrokken financiering. Dat geldt nog meer in de eerste jaren, waarin de aanleg wordt gerealiseerd en aansluitingen nog niet (allemaal) operationeel zijn. Het voorgaande is inherent aan de aard van de bedrijfsactiviteiten, het noodzakelijke investeringsniveau en de gekozen financieringsopzet. De lasten voor rente en afschrijving zijn € 997.558 in 2023 ten opzichte van een bate van € 21.332. • De solvabiliteitsratio stijgt de komende jaren met de geplande vermogensgroei. Bovendien wordt er vanaf 2022 structureel wordt afgelost op het vreemde vermogen. • De geraamde structurele exploitatieruimte komt in 2023 uit op 100%, het begrote resultaat 2023 van is € 21.332. De structurele exploitatieruimte is in 2023 positief en is als volgt opgebouwd: een structureel resultaat van € 21.332 ten opzichte van een totaalbedrag van € 21.332 aan geraamde baten.
Kengetallen zijn momentopnamen en de uitkomsten moeten in het perspectief van de specifieke bedrijfsactiviteiten en de bedrijfseigen vermogens- en financieringsverhoudingen beschouwd en beoordeeld worden. UBRivierenland heeft een helder en positief financieel perspectief, waarbij de komende jaren een gezonde opbouw van vermogen plaatsvindt. Er zijn gunstige financieringsafspraken met de BNG Bank gemaakt, waardoor de focus kan komen te liggen op de realisatie van goede glasvezelverbindingen in de buitengebieden.
24 Begroting 2023 UBRivierenland
Programma 3 Algemene baten en lasten Meerjarenraming 2023-2027 Belangrijke ontwikkelingen en aandachtspunten Meerjarenbegroting:
Geraamde exploitatiecijfers:
2023
2024
2025
2026
2027
(* € 1.000)
Baten: Opbrengst verhuur vezelparen
1.387
1.408
1.429
1.450
1.472
Lasten: Afschrijvingen 1) Rentelasten 2) Beheerkosten Incidentele lasten Totaal geraamde lasten
714 284 364
714 278 370
714 272 375
715 264 381
567 256 386
1.362
1.361
1.361
1.359
1.209
Resultaat vóór belastingen
25
46
67
91
263
Vennootschapsbelasting
4
7
10
14
39
Resultaat ná belastingen
21
39
57
77
223
Toelichting bij de meerjarenbegroting: 1)
In de eerste jaren wordt afgeschreven vanaf het moment dat de aanleg van het breedbandnetwerk is geoperationaliseerd. De realisatie en oplevering vindt gefaseerd plaats, waardoor de afschrijvingslasten geleidelijk in de begroting worden verantwoord. In de periode van 2023 t/m 2026 blijven de afschrijvingen redelijk constant. Vanaf het begrotingsjaar 2027 dalen de afschrijvingen als gevolg van de relatief korte afschrijvingstermijn van 5 jaar voor de immateriële vaste activa.
2) De rentelasten in de eerste 2 jaren (2020 en 2021) zijn erg laag in verband met de lage rentestand van kortlopende financieringen. We betalen in 2020 en 2021 alleen bereidstellingsprovisie van 0,09% over het niet opgenomen deel van de kredietfaciliteit. Vanaf 2022 betalen we 0,835% rente over de langlopende lening van € 35 mljn, waarop jaarlijks € 729.167 wordt afgelost. De rentebesparing als gevolg van de aflossingen bedraagt € 6.000 per jaar. De opbrengsten in 2023 en de jaren daarna zijn voldoende voor een structureel overschot van de exploitatie. Na 2026 lopen de positieve resultaten op, omdat de geactiveerde voorbereidingskosten dan volledig zijn afgeschreven en niet meer op de exploitatie drukken. Uitgangspunten en toelichtingen bij de meerjarenramingen Algemeen De meerjarenraming geeft een indicatie van de verwachte begrotingssaldi in de periode 2023 t/m 2027. De uitgangspunten komen overeen met de Kaderbrief programmabegroting 2023.
25 Begroting 2023 UBRivierenland
Programma 3 Algemene baten en lasten Prijsindexering kostenbudgetten In het kader van de meerjarenraming is de prijsontwikkeling vastgesteld op een gemiddeld percentage van 1,5%. Als de werkelijke kostenstijgingen in enig jaar anders uitvallen, wordt de begroting hierop aangepast. Balanscijfers in meerjarig perspectief: Balanscijfers 31 december (* € 1.000)
2023
2024
2025
2026
2027
1. ACTIVA Immateriële vaste activa
1.000
1.000
1.000
1000
1000
Cum. afschrijvingen
349
549
749
949
1000
Boekwaarde IVA
651
451
251
51
0
36.340
36.360
36.380
36.400
36.420
Materiële vaste activa Cum. afschrijvingen
862
1.376
1.891
2.406
2.921
Boekwaarde MVA
35.478
34.984
34.489
33.994
33.499
140
142
144
146
148
Debiteuren Omzetbelasting (BTW)
0
0
0
0
0
Liquide middelen
162
188
232
297
383
Vlottende activa
302
330
376
443
531
Totaal activa
36.431
35.765
35.117
34.489
34.030
471
493
532
589
666
PASSIVA Algemene bedrijfsreserve Resultaat
22
39
57
77
224
Eigen vermogen
493
532
589
666
890
Bouwkrediet BNG Bank
1)
Lening BNG (vanaf 3e jaar)
0
0
0
0
0
33.542
32.813
32.084
31.354
30.625
Kredietfaciliteit BNG Bank 1)
2.340
2.360
2.380
2.400
2.420
Totaal van de financiering door BNG Bank
35.882
35.173
34.464
33.754
33.045
Omzetbelasting (BTW)
52
53
54
55
56
Vennootschapsbelasting
4
7
10
14
39
Overige vlottende passiva
56
60
64
69
95
36.431
35.765
35.117
34.489
34.030
Totaal passiva
1) Het bouwkrediet BNG Bank en de kredietfaciliteit BNG Bank worden in de periode van aanleg van het glasvezelnetwerk aangewend voor de financiering van de investeringsuitgaven, inclusief de op investeringsfacturen betaalde BTW. Op 6 januari 2022 wordt van het BNG-krediet een bedrag van € 35.000.000 omgezet in een lening, die in 48 jaar wordt afgelost. Er blijft een restantbedrag van de kredietfinanciering over, waarover in de loop van 2022 nadere afspraken met de BNG Bank worden gemaakt.
26 Begroting 2023 UBRivierenland