Bijlage 6 Bouwhistorisch onderzoek Voorstraat 70-72 (2021-11-01)
Tekst van het document
ERFGOEDWERK bouwhistorisch onderzoek voorstraat 70/72 • velddriel
inhoudsopgave
inleiding5 velddriel7 kadaster8
bouwhistorisch onderzoek voorstraat 70/72 • velddriel
architect10 bouw12 exterieur16 interieur begane grond
20
verdieping24 zolder26 kelder28 waardering29 waarderingsplattegronden30 bronnen32 © DOOK erfgoedwerk 2021
bijlage bouwtekening
33
inleiding In oktober 2021 is door DOOK erfgoedwerk in opdracht van de eigenaren onderzoek gedaan naar de school aan de Voorstraat 70/72 in Velddriel. In verband met een voorgenomen herbestemming en restauratie willen zij meer inzicht krijgen in de monumentale waarden van het pand. Achter de school is in het laatste kwart van de 20e eeuw een bedrijfshal gebouwd. Deze hal valt buiten de monumentstatus en is daarom niet in de beschrijving opgenomen. Dit rapport begint met een beknopte geschiedenis van Velddriel en een overzicht de gevonden kadastrale gegevens. Aan de architect van het gebouw is een aparte paragraaf gewijd. Aan de hand van oudere foto’s en archiefstukken wordt de bouwgeschiedenis van de school verhelderd. Daarop volgt een beschrijving in woord en beeld van de huidige situatie. Meteen daarachter volgt de waardering van het pand. Op deze manier wordt op een overzichtelijke manier inzicht geboden in de waarden van het pand. Daarbij horen waarderingsplattegronden met een verhelderende beschrijving. De waardestelling indiceert welke onderdelen van het pand cultuurhistorische waarde hebben en geeft daarmee ‘de wens tot behoud’ van deze onderdelen weer. Het onderzoek is uitgevoerd volgens de ‘Richtlijnen Bouwhistorisch onderzoek 2009’ van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed.
, november 2021
1823 kadastrale minuut, inzet: het nog onbebouwde perceel waar later de school gebouwd werd
4
objectgegevens oorspronkelijke functie: school en onderwijzerswoning bouwjaar: 1866/1883 huidige functie: leegstand adres: Voorstraat 70/72 5334 JV kadastrale gemeente: Maasdriel Sectie M perceel 655 status: gemeentelijk monument G26542
5
velddriel ven in coöperatieverband zoals een graanmaalderij, een boteren melkfabriekje en de boerenleenbank. Ook voor de Velddrielenaren die buiten de landbouw werkten, ontstond omstreeks die tijd steeds meer werkgelegenheid. Vaak was dat werk in de buurt, zoals op de steenfabrieken of in de mandenmakerijen. Na de Tweede Wereldoorlog is de welvaart steeds meer toegenomen en werd Velddriel steeds minder agrarisch en meer en meer de moderne plattelandsgemeente met bedrijvigheid op allerlei gebied zoals fruit- en champignonteelt en industrie.
De plaatsnaam Velddriel wordt pas voor het eerst vermeld in 1317 als “ Veldrille”maar door archeologische vondsten is bekend dat het gebied al veel eerder bewoond werd. Oorspronkelijk vormde Velddriel het centrum van Driel. In 1265 bevond zich hier het Hof van de Utrechtse Paulusabdij. Het langgerekte voorstraatdorp ligt ten westen van Kerkdriel en is ontstaan op een vroegere stroomrug van de Maas. De eerste bewoning is waarschijnlijk ontstaan in de omgeving van de huidige “Hamstraat” en het “Groenestraatje” en breidde zich geleidelijk uit in de richting van waar nu Velddriel ligt. De straten liepen door het open veld waarbinnen, behalve in de droge zomers, “Het Drielse Broek” en “De Vliert” moerasachtige gebieden waren.
bron:www.dorpsraadvelddriel.nl/over-velddriel/velddriel-dorpmet-een-eigen-karakter
Een groot deel van de vroegere bebouwing is rond 1880 door brand verwoest. Veel oude karakteristieke panden zijn van nadie tijd, slechts een enkel pand is ouder, zoals bijvoorbeeld de monumentale boerderij “ De Hoge Kamer” en het monumentale klooster van “de Zusters van Liefde”. De hier besproken school bleef gedeeltelijk behouden maar is in 1883 toch herbouwd. Velddriel was vroeger geen welvarend dorp. Veel mensen trokken naar Duitsland om in de kolenmijnen te werken. De meeste achterblijvers leefden rond 1880 van eenvoudige landbouwactiviteiten. De akkers lagen in de polder. Bijna iedereen had een klein gemengd bedrijf. In een droge zomer groeide er bijna niets en in een natte zomer ging er weer veel verloren. De wegen waren niet toereikend, waardoor het gebied lange tijd slecht toegankelijk bleef. In de tweede helft van de negentiende eeuw ging men geleidelijk sloten graven om het water beter te kunnen afvoeren. Dat graven gebeurde met spa en schop. De grond werd afgevoerd met kruiwagens en door paarden getrokken stortkarren.
Driel op een kaart uit 1867 door J. Kuijper, bij de blauwe pijl de locatie van de school
6
Velddriel na de brand van 1880 (Katholieke Illustratie nr. 39 1880)
Een echte opleving in Velddriel kwam op gang begin 1900, toen de “Dochters van Liefde van Vincentius à Paulo” zich in het nonnenklooster vestigden. Zij werkten in het onderwijs en de gezondheidszorg en waren een grote steun voor de arme bevolking. De Velddrielse boeren gingen zich rond 1910 organiseren en sloten zich aan bij de NCB, de Noord-Brabantse Christelijke Boerenbond. Dat leidde vervolgens tot vele initiatie-
7
kadaster
1866
1867
1882
1962
1966
1977
In 1823 was het perceel met nummer 363 (zie p. 4) nog onbebouwd en in bezit van de landbouwer Lambertus van Herwijnen. Op de kadastrale hulpkaart van 1866 is het perceel opnieuw afgebeeld maar is het gescheiden in drie afzonderlijke percelen waarbij op het kleine perceel linksvoor een huis is gebouwd. Het kleine perceel met het huis was al eerder afgescheiden en de percelen vernummerd. Daarbij kreeg het grootste stuk nummer 719. Dit perceel werd in 1864 door de weduwe van Van Herwijnen verkocht aan de rooms katholieke kerk in Velddriel en opnieuw vernummerd naar 930. Bij de verkoop werd het grondstuk benoemd als boomgaard.
Een hulpkaart van 1867 laat zien dat perceel 930 opnieuw in kleinere delen verdeeld is en dat op de voorste twee percelen de school en de onderwijzerswoning gebouwd zijn. Omdat de datering van de kadastrale hulpkaarten een jaar achterloopt op de daadwerkelijke opmeting betekent dat dat de school in 1866 gebouwd is. De woning en school staan op twee afzonderlijke percelen met de nummers 938 en 937, het achterliggende terrein krijgt dan nummer 936. 937 wordt benoemd als schoolhuis en erf, 938 als huis, schuur en erf terwijl 936 als bouwland vermeld wordt.
De plattegrond van de school en het woonhuis lijkt qua plattegrond wat af te wijken ten opzichte van de hulpkaart van 1867. Dat betekent in dit geval niet dat er daadwerkelijk iets veranderd is. Uit de kadastrale legger, waarin alle wijzigingen van de inschrijvingen bij het kadaster zijn opgenomen, vermeldt dat in dienstjaar 1882 een ‘redres’ wordt gedaan. Dat betekent dat er een nieuwe opmeting van het perceel en/of de bebouwing werd gedaan. De opmeting werd blijkbaar gedaan na de grote brand van 1880 maar voordat de school werd herbouwd in 1883. Wellicht was de brand de aanleiding om de gebouwen opnieuw te meten. Het zal ook betekenen dat het schoolgebouw niet geheel verloren was gegaan bij de brand. De percelen zijn in dienstjaar 1882 opnieuw genummerd.
Een volgende grote wijziging die in de kadastrale archieven te achterhalen is, is de bijbouw van een klaslokaal achter de bestaande school. Deze wijziging vond in 1961 (dienstjaar 1962) plaats. In de periode tussen de vorige hulpkaart uit 1882 en 1961 hebben wel wijzigingen plaatsgevonden. In 1883 zijn de school en de woning herbouwd en in 1933 vond een verbouwing plaats. Daarvan is wel documentatie in het bouwarchief bewaard gebleven maar niet in het kadastrale archief. De percelen van het woonhuis, de school en het achterliggende terrein werden in 1961 samengevoegd tot één groot perceel met het nummer 568. Daarbij werd ook het sectienummer van ‘I’ naar ‘M’ gewijzigd omdat de kadastrale gemeente werd gewijzigd.
In dienstjaar 1966 werd het achterste deel van het nieuwe grote perceel afgesplitst. Op het nieuw gevormde perceel 654 werden woonhuizen gebouwd. Het oude perceel werd hernummerd tot 655.
In dienstjaar 1977 werd achter op het terrein van de voormalige school een loods gebouwd die er in het huidige situatie nog steeds staat. De school had vanwege de slechte staat haar functie verloren maar de bebouwing was nog steeds zo zoals die in 1961 ontstaan was.
2021 Op de kadastrale kaart van 2021 is te zien dat de grootte van het perceel nog gelijk is aan de situatie van 1977. Het schoolgebouw zelf is aan de achterzijde verbouwd om er bedrijfsruimte van te maken.
8
9
architect Henri Jacques van Tulder werd geboren in1819 te Tilburg. Op 1848 huwde hij te Woensel Johanna Fremau. Samen hadden zij vijftien kinderen, waarvan er slechts zes in leven bleven. Hij overleed te Schaerbeek bij Brussel op 25 november 1903. Rond 1900 nam de kritiek op historiserende architectuur sterk toe. Vooral de architecten in de schaduw van P.J.H. Cuypers hebben hieronder te lijden gehad omdat hun werk niet, zoals dat van Cuypers, gezien kon worden als een opmaat tot de architectuurvernieuwing van Berlage en zijn navolgers. Achteraf blijkt Van Tulder toch een boeiende figuur, met een veelzijdig oeuvre op de grens van neoclassicisme en neogotiek. Hij paste zich telkens opnieuw in stijl en opzet aan aan de aard van zijn opdrachten. Die herhaalde wisselingen van stijl werden hem en vele van zijn tijdgenoten later verweten, terwijl deze juist het architectenberoep in de negentiende eeuw typeren. Van Tulder vertrok op 15 maart 1844 naar Brussel, waar hij tot 1846 op het bureau van Jean-Pierre Cluysenaar werkte, een van de belangrijkste Belgische architecten met een hoofdzakelijk classicistisch oeuvre. In 1848 vestigde hij zich aan de Spoorlaan te Tilburg. In 1889 verhuisde hij definitief van Tilburg naar Laeken bij Brussel. Zijn opleiding zou hij te Antwerpen hebben genoten waar ook Cuypers studeerde, in een milieu met aandacht voor classicisme en gotiek.
Hij werkte doorgaans in Brabant, met name in het Bossche bisdom en realiseerde kerken, kerkmeubilair, grafmonumenten, raadhuizen, monumenten, gestichten, scholen, landhuizen, villa’s en stedenbouwkundige plannen. Vele van zijn bouwwerken zijn intussen gesloopt. Het kerkelijke oeuvre toont de overgang tussen neoclassicisme en neogotiek. Zijn Korvelse kerk (1852-1856) had stucgewelven en rondboogvormen, zuilen en pilasters in de gevel. Zijn iets latere, rijzige kerkgevel in Gemert (1852-1853) vertoont daarentegen neogotische vormenrijkdom in hardsteen en baksteen. In de torens te Berkel (1852) en Wintelre (1858) en de kerk te Mierlo (1856-1858) paste hij een mengeling van gotische vormen toe, ontleend aan de middeleeuwse dorps- en stadskerken in zijn directe omgeving. Het gaat hier en in de kerk te Oss (1857-1859) om de vroegste voorbeelden van de herleving
van de streekeigen bouwkunst: vooral de Osse hoofdkerk ontleent motieven aan een Kempische stadskerk als die te Turnhout. Ook later bleek hij een inventief en kundig ontwerper, die met zijn tijd wist mee te gaan. Toen Cuypers voor het eerst baksteengewelven toepaste, volgde hij op enige afstand. Zijn kerk te Haren bij Megen (1867-1868) toont constructieve vaardigheid in gewelven van schoon metselwerk, rustend op uiterst slanke hardstenen pijlers. Ook in zijn raadhuizen wisselde hij telkens van stijl. Zijn neoclassicistische Tilburgse stadhuis contrasteerde met het neogotische paleis-raadhuis. In Aarle-Rixtel daarentegen sluit het raadhuis annex school in rondboogstijl met friezen en hoektorentjes uit 1854-1855 in afwisseling van baksteen en stuc aan bij de kerk van A. van Veggel.
1855 raadhuis en school Aarle-Rixtel ( foto: Wikimedia, Rosemoon)
Het kasteel voor graaf d’Oultremont te Drunen - voorheen roze geschilderd en opgenomen in het themapark Land van Ooit vertoont middeleeuws bedoelde vormen in de nissen en hangtorentjes. Renaissance-vormen zijn te vinden aan een woning aan de Tilburgse Spoorlaan (1886). De school te Helmond, aan de Zuid Koninginnewal (1873-1875), tegen de apsis van de Lambertuskerk, waarvoor hem de opdracht in 1852 ontging, toont min of meer gotische vormen en veelkleurige baksteenversieringen. 1886 woonhuis Spoorlaan Tilburg ( foto: RCE 20209434)
Een van zijn omvangrijkste werken is het immense gesticht Voorburg te Vught (1884-1885), dat met zijn vier langgerekte vleugels en kapel in de ongelooflijk korte tijd van negen maanden werd gebouwd. Het vertoont de vormen van de rondboogstijl in boogramen, hoekoplossingen en torentjes. Van Tulder blijkt een inventieve bouwmeester te zijn geweest, die zich gemakkelijk aanpaste aan de aard van de opdracht en de wensen van zijn opdrachtgever. Zijn kerken domineren op verscheidene plaatsen de horizon en geven in combinatie met het wereldlijke werk een goed beeld van zijn veelzijdigheid.
bron: A.J.C van Leeuwen, www.brabantserfgoed.nl/personen/t/tulder-henri-jacques-van
10
1875 kasteel d’Dultremont voor restauratie (foto: Wikimedia P. vd Wielen)
1885 Voorburg te Vught (foto: RCE 20209434)
11
bouw Zoals uit de kadastrale gegevens blijkt werd de school in 1866 gebouwd. Uit de archiefgegevens blijkt dat ze in 1883, na de grote dorpsbrand van 1880, herbouwd werd. De school met onderwijzerswoning heeft een rechthoekige plattegrond. In de oorspronkelijke situatie waren tegen de achtergevel een gang en bergruimtes gebouwd, deze zijn in de tweede helft van de 20e eeuw afgebroken. Het gebouw is gefundeerd op staal en heeft één bouwlaag en een kap. De school had twee klaslokalen in het rechterdeel en een onderwijzerswoning in het linkerdeel. De woning had een middengang met links en rechts daarvan ruimtes. De gevel is gemetseld in kruisverband en heeft snijvoegen. Onder de bakgoot is siermetselwerk in de vorm van muizen- en bloktanden aangebracht. Op de oude ansichten is te zien dat de schoorstenen ook van siermetselwerk waren voorzien. De segmentbogen van de vensters zijn geaccentueerd met uitkragend metselwerk. Onder de vensters is een hardstenen cordonlijst, gecombineerd met lekdorpels aangebracht. De ingang van de woning is in een risaliet met topgevel geplaatst. De tekeningen van de herbouw van de school in 1883 zijn niet bewaard gebleven maar het bestek wel. Uit dat bestek is af te leiden dat na de brand van 1880 niet de hele school werd herbouwd maar dat van sommige delen, zoals bijvoorbeeld de fundering en nog goede muren, gebruik werd gemaakt.
Gezien het bestek is er wel een nieuw ontwerp voor de voorgevel gemaakt. Henri van Tulder was de architect van de herbouw maar het lijkt heel goed mogelijk dat hij ook de voorganger van de school bouwde, die pas 14 jaar oud was toen Veldrriel afbrandde. Van Tulder was ook de architect van de in 1858 gebouwde Martinuskerk in Velddriel. Deze kerk werd in 1944 verwoest. Uit de archiefstukken blijkt ook dat de school van oorsprong een jongens- en meisjesschool was. Het dorp kreeg pas in 1904 een aparte meisjesschool. De zusters van de H. Vincentius verbouwden toen de pastorie tot school. Dat was mogelijk omdat een nieuwe pastorie werd gebouwd.
1937 ansichtkaart (RAR 1392-01167)
1932 voorstel wijziging school (RAR 3109/78)
Dat de achtergevel in de loop van de tijd ingrijpend is gewijzigd, is duidelijk. Er is een bedrijfshal ter plaatse van de oorspronkelijke gang gebouwd. Dat geldt in mindere mate voor de zijgevels die een eenvoudig ontwerp hebben. Dat de voorgevel
bericht in ‘De Tijd’ 18 mei 1880 1950 ansicht (RAR 20-10002)
1950 ansicht (RAR 20-10020)
12
13
een ingrijpende wijziging heeft ondergaan wordt pas duidelijk door de bewaarde bouwtekeningen en het bestek. Op een eenvoudige tekening uit 1932 die door de architect H. Vorstermans gemaakt werd, staat vermeld dat de toegang in de voorgevel van de school verwijderd zou worden en vervangen door een venster. In het bestek van 1883 wordt wat betreft de topgevels in de voorgevel steeds in meervoud gesproken. Daarom ligt het voor de hand dat het schooldeel een portiek met en topgevel heeft gehad zoals dat ook boven het risaliet in de onderwijzerswoning is gemaakt. In de geleding van de gevel is ook te zien dat hier, door de sloop van de entree, een afwijking is ontstaan. De gevel is (van links naar rechts gezien) geleed door een gekoppeld venster, de risaliet met topgevel van de woning, een gekoppeld dubbel venster, een liseen, een gekoppeld dubbel venster, een liseen, een gekoppeld dubbel venster, een bredere muurdam zonder liseen en daarnaast vier gekoppelde vensters. Op de hoeken zijn hoeklisenen gemaakt. Tussen de vier gekoppelde vensters aan de rechterzijde en het gekoppeld venster links daarvan ontbreekt een liseen die daar logischerwijs zou moeten zitten. Het ontbreken daarvan duidt op een wijziging. Als op de plaats van de linker twee vensters van de vier gekoppelde een portiek gestaan zou hebben klopt de geleding wel.
Gezien de op de kadastrale kaarten aangegeven bebouwing zou het portiek van de school verder naar voren springen dan de risaliet van de woning. In het bestek van 1883 zijn een aantal elementen terug te vinden die herkenbaar zijn in de huidige situatie. Het bestek schrijft het metselwerk in kruisverband voor. Aan de voorgevel zou boven de kroonlijst een zinken bakgoot gemaakt moeten worden aan de achtergevel een zinken mastgoot. Voor de dorpels en cordonlijsten werd blauwe hardsteen gebruikt. Voor de aanzetstukken bij de vensters en deuren werd Savonnière voorgeschreven. Ook de ‘hoekstenen’ werden in deze steen uitgevoerd. Met deze hoekstenen zijn waarschijnlijk de verticale delen van de omlijsting van de vensters bedoeld. Het dak moest met blauwe Utrechtse pannen gedekt worden. Bij het dak zijn geen nokvorsten toegepast. Zoals het bestek voorschreef is de nok bekleed met lood. Afgezien van het normale smeedijzeren constructieonderdelen werden de volgende
voorgevel 2021
reconstructie voorgevel voor 1932
onderdelen voorgeschreven: negen figuurankers in de voorgevel en 2 windwijzers op de topgeveltjes. In de huidige situatie zijn maar 8 sierankers op de gevel aanwezig. Het meest linkse op de hoekliseen ontbreekt en dat ter plekke van de afgebroken portiek is waarschijnlijk verplaatst vanuit het middelste travee, waar het anker ontbreekt. Wat betreft het interieur wordt duidelijk dat de kelder onder de onderwijzerswoning vernieuwd is in 1883. De gemetselde trap van de kelder is opnieuw gemetseld met de stenen van de afgebroken trap. Boven de kelder eis een nieuw gewelf geslagen. INaast het verwijderen van het portiek aan de voorgevel staat in de aanvraag uit februari 1932 dat enkele deuren werden verplaatst en vernieuwd. De nieuwe hoofdingang kwam rechts in de gang die achter de school langsliep. Al een jaar later werd een vergunning aangevraagd voor nieuwe wijzigingen aan het schooltje en de woning. Bij die ingreep werden nieuwe toilet-
14
detail bouwvergunning 1933, de nieuw gebouwde delen zijn in wit aangegeven (RAR 3113-03336_0009)
ten en bergruimtes bij de schoolgang gebouwd. Ook werd ten behoeve van de woning een nieuwe berging aansluitend aan de schoolgang gebouwd. Op de bij de aanvraag behorende tekening is de voorgevel van het gebouw afgebeeld zonder het portiek voor de school. De voorgevel is overigens niet overeenkomstig de werkelijke situatie getekend, de positie van de vensters en schoorsteen is verschoven.
1933 wijziging bouwplan (RAR 3109)
ve van een nieuw lokaal. De andere achteraanbouwen van de school zoals de gang en de toiletten zijn daarna afgebroken.
Nog voordat de verbouw helemaal klaar was werd een wijziging aangevraagd. Boven een deel van de nieuw gebouwde berging van de onderwijzer werd een zadeldak in plaats van een plat dak gerealiseerd. Zoals blijkt uit de kadastrale gegevens werd de bergruimte in 1961 weer afgebroken ten behoe-
15
exterieur De opvallendste (recente) wijziging aan het schoolgebouw is het wit schilderen van de gevels. De cementen plint is zwart geschilderd, daarnaast zijn de vensters in de voorgevel vervangen. Daarbij is wel rekening is gehouden met de oorspronkelijke vormgeving. De oorspronkelijke draairamen zijn vervangen door vaste ramen. De nieuwe ramen hebben wel een middenroede. De bovenlichten zijn verwijderd en er is dubbel glas geplaatst. De bovenlichten hadden van oorsprong ook een middenroede. De kozijnen met de karakteristieke afgeronde bovenhoeken zijn maar gedeeltelijk bewaard en aangepast doordat glaslatten zijn geplaatst om het isolatieglas te monteren De deur van de schoolmeesterswoning is vernieuwd evenals het bovenlicht daarvan. Door de oude foto’s van de school wordt duidelijk dat de schoorstenen gewijzigd zijn en waarschijnlijk opnieuw opgemetseld. In de oude situatie waren de schoorstenen voorzien van siermetselwerk. Het kleine venster in de topgevel bij de entree is net als de andere vensters ‘gemoderniseerd’.
detail bovenlicht venster voorgevel
Een wijziging die weinig opvalt is de vervanging van de ingang van het school in de voorgevel. Van het boven besproken afgebroken portiek van de school zijn door de witgeschilderde gevel geen sporen in het metselwerk te zien. De buitengang rechts naast de school is in de huidige situatie met een houten schutting dichtgezet. Na 1932 was de hoofdingang van schoollokalen alleen via deze buitengang bereikbaar. entree onderwijzerswoning
voorgevel 2021
rechter gevel met schutting voor buitengang.
16
17
De linker zijgevel van het schoolgebouw is gepleisterd. Het is voorstelbaar dat dat al bij de herbouw in 1883 werd gedaan omdat de bakstenen waren aangetast. Op de begane grond was de gevel blind volgens de verbouwingstekening uit 1933. Het vierkante venster dat nu rechts op de begane grond bevindt is later toegevoegd. Op de verdieping zijn wel twee getoogde vensters aanwezig. Het lijkt logisch dat deze twee vensters al bij de bouw werden gemaakt omdat de kamers achter deze gevel anders geen licht zouden ontvangen. Op de verbouwingstekening uit 1933 is de verdieping van de onderwijzerswoning echter niet weergegeven. In de rechter zijgevel zijn twee stalen vensters met roedenverdeling aangebracht. Op de tekening uit 1933 staat maar één venster getekend. Het is waarschijnlijk dat de rechter vensteropening later is bijgemaakt en in beide openingen stalen ramen zijn geplaatst. De lekdorpel bestaat bij beide vensters uit hardsteen maar de lekdorpel van het rechter venster is anders afgewerkt (gefrijnd) dan het linker. De vensters zijn in de huidige situatie aan de binnenzijde dichtgezet met een voorzetwand.
linker zijgevel
De achtergevel van de school is ingrijpend veranderd. Sinds de bouw had de school een achteraanbouw met daarin een gang en de bergruimtes van de school. In 1933 werd de gang die langs de achtergevel verbouwd met toiletten en bergruimte voor de school. De schoolgang liep tot aan de woning. De gang was vanuit het plaatsje achter de woning bereikbaar. Aan de noordwestzijde van de schoolgang werd in 1933 een nieuwe bergruimte voor de onderwijzer gebouwd. Achter de toiletten van de school lag een open plaats met daarachter weer een open loods.
dat het gebouw toen een drieklassige school met woning was. De school was volgens de taxateur in een zodanig slechte staat dat ze niet meer opgekapt kon worden. In de huidige situatie staat alleen de achtergevel van de woning in het zicht. In de gevel bevinden zich de achterdeur van de woning en links en rechts in de gevel twee getoogde vensters. Rechts naast de achterdeur is nog een klein toiletraam gemaakt. Onder de dakrand is een zinken bakgoot aangebracht. De vensters en deur in deze gevel zijn vernieuwd. Het onderste deel van de muren van de bedrijfsloods die op het schoolgebouw aansluit kunnen nog de muren van de uitbreiding van de school uit 1961 zijn. In het dakvlak met gesmoorde golfpannen zijn boven deze gevel zijn twee dakvensters gemaakt.
achtergevel/zijgevel
aanbouw bedrijfshal
In de huidige situatie is de gang met de toiletten en de bergruimte voor de onderwijzer niet meer aanwezig. De aanbouwen zijn vervangen door een ‘moderne’ bedrijfshal die direct aan de voormalige klaslokalen aansluit. In 1961 werd de school aan de achterzijde tegen de gang/ toiletten nog uitgebreid. De bouwtekeningen daarvan zijn niet in het archief terug te vinden maar waarschijnlijk werd toen een extra lokaal gebouwd. Een taxatierapport uit 1968 vermeldt rechter zijgevel
achterdeur, toiletraam en venster onderwijzerswoning
18
19
interieur begane grond De onderwijzerswoning bestaat op de begane grond uit een middengang met links een kleine kamer en daarachter de keuken en rechts een kamer over de hele diepte van het huis. Deze kamer was in volgens de tekening uit 1933 nog in twee ruimtes verdeeld door een tussenmuur. De ruimtes van de woning zijn op die tekening niet benoemd maar vanwege de positie van de kelder ligt het voor de hand dat de keuken toen al op dezelfde plek lag, namelijk links achterin. Alle ruimtes op de begane grond zijn nieuw afgewerkt. De plafonds in de kamers zijn verlaagd met balkenplafonds en de wanden zijn afgewerkt met schrootjes, voor een deel over de hele hoogte van de kamer en voor een deel met een lambrisering. De keuken heeft nieuw gestucte wanden en een schrootjesplafond. Van de oude keukeninrichting is niets bewaard gebleven. Alle deuren op de begane grond zijn vernieuwd. In de gang is een lattenplafond aangebracht. Alle ruimtes hebben moderne vloeren.
keuken met venster met uitzicht op achtererf
kamer rechts van de gang, richting voorgevel
Bij de vensters in de voorgevel zijn nog restanten van de kozijnen bewaard gebleven. Dat zijn met name de zwikken in de bovenhoeken van de kozijnen. De vensters in de achtergevel zijn in hun geheel vernieuwd.
kamer rechts van de gang richting achtergevel
gang richting voordeur
kamer links voor
20
detail venster voorgevel
21
De muur tussen de beide oorspronkelijk klaslokalen is afgebroken zodat er één grote ruimte is ontstaan. Dat is gebeurd na het opstellen van de taxatie in 1968. In de achterwand van de klaslokalen is een grote opening gemaakt zodat de voormalige lokalen een doorlopende ruimte vormen met de bedrijfsruimte achter de school. De oorspronkelijke houten vloer van de lokalen is vervangen door een betonnen vloer. Alle wanden zijn voorzien van voorzetwanden en de hele ruimte heeft een systeemplafond. Boven deze afwerking is nog het stucplafond op riet te zien. Langs de rand heeft dit stucplafond een plint. Het stucplafond is naar verwachting niet een compleet omdat de tussenmuur is afgebroken. Vóór het plan uit 1933 werd al het bovengenoemde eerdere plan ingediend waarbij de ingang van de school in de voorgevel werd verwijderd. Bij hetzelfde plan werden ook de klassen vergroot door de binnenmuur tussen de klassen en de gang naar achteren te verplaatsen. Ervan uitgaand dat de verhoudingen in de eenvoudige tekening juist zijn werd de verplaatsing van die muur al uitgevoerd voordat de latere verbouwing van de toiletten en de bergruimte werd uitgevoerd.
doorgang vanuit klaslokalen naar bedrijfsruimte achter de school
lokaal richting rechter zijgevel
ruimte ter plaatse van de voormalige klaslokalen
stucplafond schoollokaal
22
23
verdieping De zolderverdieping van de woning en school is bereikbaar vanuit de gang in de woning met een trap met twee kwart draaien die tussen de linker zijgevel en de gangmuur is ingebouwd. De trap is niet op de tekening van 1933 afgebeeld maar er is geen reden om aan te nemen dat deze na de (her)bouw van 1883 gewijzigd is. De trap is wel bekleed met vloerbedekking. Net als de begane grond is de zolderverdieping van de woning geheel opnieuw afgewerkt. Boven de keuken is een moderne badkamer de gemaakt. De gang en de kamers zijn afgewerkt met schrootjes en alle deuren zijn modern. Aan de linkerzijde ligt nog een kleine slaapkamer en rechts twee. Via een deur in de slaapkamer rechtsachter is de zolder bereikbaar. kamer linksvoor
trap naar de zolderverdieping
badkamer
gang zolderverdieping richting voorgevel
kamer rechtsachter met de deur naar de zolder
24
zicht op het dak, rechts de school
25
zolder De zolder boven de school is sinds de bouw in 1883 weinig tot niets veranderd. De kapconstructie bestaat uit vier schaarspanten boven de lokalen en twee boven de woning. Tussen de woningzolder en die van de school is de binnenmuur tot aan het dak opgemetseld. De spanten hebben in de nok een halfhoutse verbinding en zijn gestabiliseerd met dubbele trekplaten die aan de spantbenen gebout zijn. De gordingen zijn met de spantbenen verbonden door gespijkerde schoren. De zolderbalklaag is een samengestelde balklaag waarvan de moerbalken met stalen hangers aan de spantbenen verbonden zijn. Op de zolder is geen vloer gelegd. Het bestek uit 1883 beschrijft de houten loopplanken die nu nog aanwezig zijn. Aan de balklaag is de betengeling voor de stucplafond bevestigd. De zolder boven de school is later met een wand van osb plaat in tweeën gesplitst. De versleepte schoorsteen van het rookkanaal dat tegen de tussenmuur van de klaslokalen moet hebben gestaan is nog aanwezig. De zolder heeft een verticaal houten beschot.
zolder boven school
balklaag met daaronder stucplafond schoollokaal. zolder boven school richting linker zijgevel
constructie met spantbeen, trekplaat, gordingen en schoren
26
27
kelder
waardering De kelder onder de woning heeft gemetselde muren en een gemetselde trap. Het kelderdek bestaat uit een troggewelf met stalen liggers. De wanden zijn gepleisterd en de kelder heeft een latere betonnen vloer. Een verhoging in de vloer zal waarschijnlijk voor de stookinstallatie bedoeld zijn geweest.
Op basis van het bouwhistorische onderzoek zijn in deze waardering de monumentale waarden van het object vastgesteld. Als uitgangspunt voor de waardering zijn ‘de richtlijnen bouwhistorisch onderzoek’ uit 2009 van de rijksdienst voor het cultureel erfgoed aangehouden.
De Voorstraat is de belangrijkste straat in Velddriel. Aan die straat lagen veel boerderijen maar ook de kerk, pastorie en het klooster. Samen met die gebouwen speelt de school een belangrijke rol in het historische ensemble van rooms - katholieke gebouwen in het dorp tussen de - van oorsprong- vooral agrarische bebouwing.
• blauw: hoge monumentwaarden, deze zijn van cruciaal belang voor de structuur en/of de betekenis van het object. • groen: positieve monumentwaarden, deze zijn van belang voor de structuur en/of de betekenis van het object. • geel: indifferente monumentwaarden, deze zijn van relatief weinig belang voor de structuur en/of de betekenis van het object. De kruisen geven de plafonds aan. De plattegronden zijn bedoeld om een overzicht te geven van de waarden en dienen in relatie tot de tekst gelezen te worden.
algemene waarden
hoge monumentwaarden
De school is een belangrijk onderdeel van de rooms - katholieke aanwezigheid in het dorp, met name in de tweede helft van de 19e eeuw. De school is ook onderdeel van de geschiedenis van het dorp in verband met de herbouw na 1880.
• De voorgevel van het pand. • De houten kapconstructie en het met pannen gedekte dak.
architectuurhistorische waarden
• De zijgevels en het zichtbare deel van de achtergevel hebben een positieve waarde. Deze gevel bepalen mede de hoofdopzet van de school maar zijn qua ontwerp, materiaalgebruik en constructie niet zo bijzonder dat ze een hoge waardering krijgen. • De indeling van de onderwijzerswoning met de kelder en middengang als voorbeeld van een eenvoudige woning bij een school. • De trap in de woning heeft een positieve waarde als onderdeel van de indeling van de woning.
stedenbouwkundige en ensemblewaarden
kelder richting achtergevel
Hoewel het pand door de opeenvolgende verbouwingen is aangetast zijn er nog architectuurhistorische details bewaard gebleven. Het gebouw is een van de kleinere werken van Henri van Tulder dat bewaard is gebleven. Van Tulder speelde in de 19e eeuw een belangrijke rol in de bouwactiviteiten van het bisdom ‘s-Hertogenbosch
gemetselde trap kelder
bouwhistorische waarden Het gebouw heeft bouwhistorische waarde vanwege het gebruikte siermetselwerk in de voorgevel en het toegepast natuursteen. De bijzondere detaillering van de bovenlichten was in de oorspronkelijke situatie van belang maar is door de restanten daarvan ook nu nog van betekenis. De kap die onveranderd is sinds de bouw in 1883 is ook van bouwhistorische betekenis.
28
In deze waardestelling is door middel van plattegronden met kleuren aangegeven welke monumentale waarden de verschillende onderdelen bezitten:
positieve monumentwaarden
indifferente monumentwaarden • De vernieuwde en gewijzigde vensters in het gebouw. De vorm van de bovenlichten met zwikken in de bovenste hoeken is wel van belang als onderdeel van het ontwerp. De oorspronkelijke detaillering is nog te achterhalen met de oude foto’s. • De vernieuwde deuren. • De plafonds, wandafwerkingen en voorzetwanden. • De achtergevel van het schooldeel van het gebouw omdat dit zwaar is aangetast door de bouw van de bedrijfshal. • De interieurindelingen die na de bouwtijd zijn aangebracht.
29
waarderingsplattegronden
k keuken
k
slaapkamer
badkamer
zolder schoorsteen
overloop
begane grond
houten spant
houten spant
slaapkamer
hoge monumentwaarden
hoge monumentwaarden
positieve monumentwaarden
positieve monumentwaarden
indifferente monumentwaarden
indifferente monumentwaarden
onbekend/ niet zichtbaar
onbekend/ niet zichtbaar
plafond/balklaag
plafond/balklaag
interieurelement
interieurelement
zolderverdieping
30
houten spant
slaapkamer
slaapkamer
houten spant
cv
houten spant
woonkamer
houten spant
hal
31
bronnen
bijlage bouwtekening
archieven Regionaal Archief Rivierenland (RAR) beeldbank en archief (toegang 3109, inv.nrs. 25, 78, 186, 188, 199, 318) Beeldbank Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) Brabants Historisch Informatiecentrum (BHIC) Archief Kadaster (kadasterviewer)
websites www.delpher.nl www.brabantserfgoed.nl/personen/t/tulder-henri-jacques-van www.dorpsraadvelddriel.nl/over-velddriel/velddriel-dorp-met-een-eigen-karakter
foto’s Alle foto’s zijn gemaakt door DOOK, tenzij anders vermeld.
Dit rapport is gemaakt door DOOK erfgoedwerk. Verveelvoudiging voor eigen of intern gebruik door de opdrachtgever is toegestaan. Bronvermelding is verplicht. Voor het overige mag niets uit deze uitgave worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand en/of openbaar gemaakt hetzij elektronisch, mechanisch, door middel van druk, fotokopieën, microfilm of op welke wijze dan ook zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van opdrachtgever en DOOK erfgoedwerk. © DOOK erfgoedwerk, 's-Hertogenbosch DOOK erfgoedwerk Postelstraat 62 5211EB 's-Hertogenbosch info@dook.nu
1933 tekening tbv verbouwing
32
ERFGOEDWERK