CConstaterende datMaasdriel
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 5 Concept begroting 2026 UBR

Gemeenteraad 12 juni 2025, gemeente MaasdrielBij agendapunt: Begroting 20268.053 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Uitvoeringsorganisatie Breedbandnetwerk Rivierenland (UBR)

Begroting 2026

Beleid en financiën van UBRivierenland voor het jaar 2026

Versie voor het Dagelijks Bestuur d.d. 27 maart 2025

Gemeenschappelijke Regeling UBRivierenland Burg. van Lidth de Jeudelaan 3a Postbus 137, 4000 AC Tiel Email: info@UBRivierenland.nl

Wat vindt u in de begroting 2026

De opbouw van de begroting

4

Besluitvorming over de begroting 2026

5

Het besluitvormingsproces omtrent deze begroting in beeld.

Beleidsbegroting: het programmaplan

Programma - Beheer & Uitvoering Glasvezelnetwerk

Programma

We brengen in beeld wat de UBR wil bereiken, wat we daarvoor gaan doen en welke kosten dit met zich meebrengt.

6

Beleidsbegroting: de paragrafen In de paragrafen maken we een dwarsdoorsnede van de begroting over de thema’s die voor gr UBR relevant zijn.

Paragraaf 1 - Weerstandsvermogen en risicobeheersing Paragraaf 2 - Onderhoud kapitaalgoederen Paragraaf 3 - Bedrijfsvoering Paragraaf 4 - Financiering

13 15 16 18

Financiële begroting De financiële begroting geeft een totaaloverzicht van de baten en lasten, zowel voor dit begrotingsjaar als de jaren daarna. Daarnaast brengen we onze financiële positie in beeld.

1. Uiteenzetting financiële positie 2. Meerjarenraming 2026-2030

22 26

2 Begroting 2026 UBRivierenland

Voorwoord Voor u ligt de derde (concept-) meerjaren begroting van de Uitvoeringsorganisatie Breedbandnetwerk Rivierenland (hierna: UBR). Deze begroting kan gezien worden als een voortzetting van een succesvol meerjarig regionaal proces dat heeft geleid tot een bijzondere prestatie: het voeren van een - voor Nederland - unieke Gemeenschappelijke Regeling, de UBR. U kunt hier op gepaste wijze trots op zijn. De afgelopen jaren bent u regelmatig geïnformeerd over de voortgang en de ontwikkelingen binnen dit zogenaamde glasvezeldossier. Daarbij bent u onder meer op de hoogte gebracht van de belangrijkste uitgangspunten van dit project te weten: A) iedereen die dat wil moet aangesloten kunnen worden op een toekomstvaste breedband-internetaansluiting, B) deze aansluiting moet 100% open zijn voor alle dienstenaanbieders en C) geen vorm van ‘buitengebiedtoeslag’ voor de eindgebruiker. Deze uitgangspunten zijn gebaseerd op een breed gedragen visie binnen de deelnemende gemeenten in de UBR, namelijk dat een goede internetaansluiting zich de afgelopen jaren heeft ontwikkeld van een ‘nice to have’ naar een ‘must have’. Internet is met andere woorden een basisvoorziening geworden die voor iedereen beschikbaar en toegankelijk moet zijn. Voorgaande wordt versterkt door o.a. het toenemen van thuiswerken en de opkomst van nieuwe toepassingen zoals kunstmatige intelligentie (AI).

AI ontwikkeld zich de laatste jaren razend snel. De verwachting is dat deze ontwikkeling doorzet en alleen maar verder zal versnellen. Ook de impact van AI op onder meer het publieke domein zal groter worden. Diverse wet- en regelgeving (denk hierbij aan de AI-act van de EU) zal geïmplementeerd dienen te worden. De UBR zal zich daarom oriënteren op het AI-vraagstuk en houdt hier binnen haar 2026 begroting rekening mee. Naast het feit dat deze meerjaren begroting gezien kan worden als de voortzetting van een regionaal proces kan deze ook gezien worden als de realisatie van de hiervoor genoemde ambities. Het is immers zo dat er nu invulling wordt gegeven aan deze ambities met de exploitatie van het glasvezelnetwerk op 8.880 adressen in voornamelijk het buitengebied van de 7 deelnemende gemeenten in de UBR. Vanzelfsprekend zullen we gedurende dit proces de betrokken inwoners, colleges en raden (pro-) actief blijven informeren over de voortgang van het glasvezelproject.

Met vriendelijke groet,

S.H.R. van Someren, voorzitter Dagelijks Bestuur Uitvoeringsorganisatie Breedbandnetwerk Rivierenland Meer informatie kunt u vinden op onze website: https://ubrivierenland.nl/

3 Begroting 2026 UBRivierenland

Programma 3 Algemene baten en lasten De opbouw van de begroting

Opzet en inrichting van de begroting

Op verzoek van gemeenten wordt de begroting van UBRivierenland zo compact mogelijk gehouden met de focus op financiële verantwoording van de activiteiten die door de UBR worden uitgevoerd voor de aangesloten gemeenten. De begroting geeft een totaalbeeld van de activiteiten van de UBR, de belangrijkste ontwikkelingen, de middelen die met de uitvoering zijn gemoeid en de financiële positie. Bestuurders krijgen met de informatie zoals opgenomen in deze programmabegroting voldoende mogelijkheden voor sturing en controle. Een onderverdeling in programma’s, met per programma de te realiseren doelstellingen en de hiervoor geraamde lasten en baten is bij de UBRivierenland niet relevant, omdat er bij UBRivierenland geen sprake is van verschillende beleidsvelden. In deze begroting worden de baten en lasten op een heldere manier gepresenteerd. De nadruk ligt op de financiële verantwoording. Er wordt voor de inhoud - waar dat van toepassing is - verwezen naar de opgestelde achtergronddocumenten en opgestelde plannen van de UBR. Zo worden dubbelingen voorkomen. Financiering van de investeringsuitgaven voor de aanleg van het breedbandnetwerk vindt plaats door een kredietfaciliteit bij de BNG Bank met een overwegend langlopend karakter. De deelnemende gemeenten staan garant voor deze financiering.

Gemeentelijke bijdrage, Rijks- en provinciale uitkeringen en subsidies zijn niet van toepassing. Op grond van het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) dient in de programmabegroting een aantal afzonderlijke paragrafen te worden opgenomen. In deze programmabegroting zijn achtereenvolgens opgenomen de paragrafen:

A. Weerstandsvermogen en risicomanagement B. Onderhoud kapitaalgoederen C. Bedrijfsvoering D. Financiering

4 Begroting 2026 UBRivierenland

Programma Algemene baten en lasten Programma Algemene baten en lasten Besluitvorming over3 de Begroting 2026 besluitvorming over de begroting Februari 2025

Ambtelijke voorbereiding

27 Maart 2025

Behandeling concept begroting door het Dagelijks Bestuur Lng

Tot 15 juni 2025

Mogelijkheid tot het indienen van zienswijzen i

Gemeenten kunnen conform de wettelijke termijn tot 15 juni 2025 schriftelijk hun zienswijze indienen bij het Dagelijkse Bestuur.

26 juni 2025

Beoordeling zienswijzen De ingediende zienswijzen worden behandeld in de vergadering van het algemeen bestuur van de UBRivierenland.

26 juni 2025

Vaststelling begroting door het Algemeen Bestuur

Het Algemeen Bestuur van de gemeenschappelijke regeling UBRivierenland , gezien het voorstel tot vaststelling van de programmabegroting 2026

BESLUIT:

De programmabegroting 2026 vast te stellen conform het ontwerp.

Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van het Algemeen Bestuur van 26 juni

De secretaris,

De voorzitter,

C.P.S. Herms

S.H.R. van Someren

5 Begroting 2026 UBRivierenland

Programma Algemene baten en lasten Programma – Beheer3 & Uitvoering Glasvezelnetwerk

Algemene toelichting bij het programma Uitvoeringsorganisatie Breedbandnetwerk Rivierenland is een samenwerkingsverband (gemeenschappelijke regeling) van 7 gemeenten, te weten Culemborg, Maasdriel, Neder-Betuwe, Tiel, West Betuwe, West Maas en Waal en Zaltbommel. Het doel is om voor de zogenaamde “witte” adressen (adressen met enkel een ouderwetse PTT koperaansluiting) de huidige breedbandaansluitingen te vervangen door een toekomstvaste glasvezelaansluiting. Er wordt in de opdracht onderscheid gemaakt in reguliere, dijkadressen en dijkversterkingsadressen. Voor de reguliere adressen wordt de initiële aanlegplanning (24 maanden) met in acht neming van de vertragingen in Q1 van 2020 niet gehaald. Er is door de opdrachtnemer een aangepaste mijlpalenplanning afgegeven voor realisatie van de reguliere en de dijkadressen in 2024. Eind 2024 is 98% van het netwerk gereed en zijn de “restadressen” met name adressen met een bijzonderheid. Deze bijzonderheid kan zijn: 1. 2. 3.

Het adres ligt in een dijkversterkingsgebied (TIWA of GOWA) Het adres wacht op een toestemmingsverklaring van een eigenaar van een omliggend perceel (privé gronden) of op de uitspraak van de ACM over de gedoogplicht. Een storing of technische belemmering.

Vanaf het 4e kwartaal 2020 zijn de eerste aansluitingen operationeel en genereert de UBR inkomsten uit de verhuur van vezelparen. Het aantal deelnemende adressen in het project zijn 8880 adressen homes passed (HP). Momenteel hebben zich 7.499 adressen ingeschreven voor een aansluiting homes connected (HC) waarvan er in 2025/2026 nog 261 adressen moeten worden aangesloten c.q. afgemeld. We ramen 99 afmeldingen zodat het netto aantal op 7.400 wordt gesteld. Naar verwachting zal op termijn 90% een abonnement afnemen, homes activated (HA). Realisatie/planning Percentage Realisatie aansluitingen HC aan aansluitingen aansluitingen HA HC het eind van het aan het eind van kwartaal het kwartaal 2020 Q4 232 3% 185 2021 Q1 1.362 19% 1.068 2021 Q2 1.881 26% 1.257 2021 Q3 2.348 32% 1.850 2021 Q4 3.407 47% 2.623 2022 Q1 3.956 54% 3.225 2022 Q2 4.500 62% 3.735 2022 Q3 4.795 65% 3.969 2022 Q4 5.505 74% 4.664 2023 Q1 5.875 79% 5.000 2023 Q2 6.187 84% 5.328 2023 Q3 6.441 87% 5.546 2023 Q4 6.751 91% 5.831 2024 Q1 6.948 94% 5.995 2024 Q2 7.080 96% 6.203 2024 Q3 7.174 97% 6.323 2024 Q4 7.238 98% 6.361 2025 Q1 7.252 98% 6.427 2025 Q2 7.277 98% 6.447 2025 Q3 7.299 99% 6.467 2025 Q4 7.319 99% 6.487 Voorgaande resulteert in onderstaande realisatie/planning:

Percentage aansluitingen HA

80% 78% 67% 79% 77% 82% 83% 83% 85% 85% 86% 86% 86% 86% 88% 88% 88% 89% 89% 89% 89%

6 Begroting 2026 UBRivierenland

Programma 3 Algemene baten en lasten De investeringsbedragen zijn gebaseerd op de uitkomsten van de aanbesteding. Voor de aanlegfase is in totaal een investeringsbedrag van € 37.300.000 gebudgetteerd. Daarnaast was voor de aanlegperiode daarna een reservering voor de investeringskosten van naaansluitingen, inbebouwing en degeneratie opgenomen van € 200.000. Afhankelijk van de eindoplevering in 2025 zal deze post hetzij zijn aangewend voor extra adressen boven de 8.880, hetzij zijn vrijgevallen. In de bestuursrapportage van 2025 zal dit verder worden geduid. Over de hele looptijd is gerekend met een investeringsbudget van in totaal € 37.500.000. Het is de verwachting dat de uitloop van de aanleg (tot Q3 2025) niet zal leiden tot een aanpassing van onderstaande specificatie van het investeringsbudget. De specificatie van het investeringsbudget (afgerond) is als volgt: * Voorbereidingskosten: Kosten van onderzoek en ontwikkeling die in de periode van 2016 t/m 2019 zijn voorgefinancierd door Regio Rivierenland * Kosten aanleg * Overige kosten in de investeringsfase: Bouwrente + projectkosten * Onvoorzien: Stelpost om tegenvallers/meerwerk bij de initiële realisatie van de investeringen op te kunnen vangen Budget investeringsuitgaven in de aanlegfase * Voorziening voor na-aansluitingen en dergelijke Totaal investeringsbudget

€ €

1.000.000 34.200.000

€

1.100.000

€ € € €

1.000.000 37.300.000 200.000 37.500.000

Voor de bekostiging van de aanlegkosten van het breedbandnetwerk hebben we een langlopende financieringsovereenkomst met de BNG Bank afgesloten met een totale looptijd van 50 jaar. In 2020 en 2021 vond financiering van de investeringsuitgaven plaats via een krediet in rekeningcourant met een bouwfaciliteit van € 37.500.000. De rekening-courant wordt in de eerste jaren ook aangewend voor de financiering van op investeringsfacturen betaalde BTW, die de UBR achteraf (na indiening van de BTW-aangifte) uitbetaald krijgt door de belastingdienst. Op 6 januari 2022, twee jaar na oprichting van de UBR, vond omzetting plaats naar financiering door middel van een langlopende lening. Op deze manier heeft de UBR in de aanlegfase optimaal geprofiteerd van de lage rentestand. De langlopende lening bedraagt € 35.000.000 vanaf 6 januari 2022 en heeft een looptijd van 48 jaar. De lening wordt lineair afgelost. De UBR loopt geen renterisico voor het langlopende deel van de financiering, omdat ze het rentepercentage van de lening voor 30 jaar heeft vastgelegd op 0,835% voor de periode 2022 tot 2052. De UBR houdt een kortlopende kredietfaciliteit ter grootte van € 2.500.000 aan, waarmee de totale financieringsbehoefte van € 37.500.000 is ingevuld. Afhankelijk van de renteontwikkelingen kan de UBR ook dit deel in de toekomst langlopend (her)financieren.

De kosten van onderzoek en ontwikkeling, die door Regio Rivierenland zijn voorgefinancierd vanaf 2016, zijn na de oprichting van gemeenschappelijke regeling UBR overgebracht naar de nieuwe organisatie (UBR). Het betreft voorbereidingskosten die op grond van de wettelijke voorschriften (BBV) in de balans als immaterieel vast actief opgenomen moeten worden en waarvoor een afschrijvingstermijn geldt van maximaal 5 jaar. De overige investeringsuitgaven voor het breedbandnetwerk worden geactiveerd in de balans bij de materiële vaste activa en afgeschreven in 50 jaar, waarbij rekening gehouden wordt met de restwaarde van het breedbandnetwerk. Afgeschreven wordt vanaf het moment van realisatie van het breedbandnetwerk. De afschrijvingen lopen in de aanlegfase geleidelijk op en lopen daarmee in de pas met de gefaseerde oplevering en realisatie van het breedbandnetwerk. Dit is overeenkomstig de wettelijke voorschriften (BBV) en daarmee wordt ook een goede matching bereikt tussen inkomsten en afschrijvingslasten.

7 Begroting 2026 UBRivierenland

Programma 3 Algemene baten en lasten In onderstaand overzicht zijn de afschrijvingen in de eerste jaren gespecificeerd: Immateriële vaste activa

Materiële vaste activa

Totaal (geraamd) investeringsbudget Afschrijvingstermijn

1.000.000 5 jaar

36.500.000 50 jaar

Afschrijvingen in 2020 Afschrijvingen in 2021 Afschrijvingen in 2022 Afschrijvingen in 2023 Afschrijvingen in 2024 Afschrijvingen in 2025 Afschrijvingen in 2026 Afschrijvingen in 2027 Afschrijvingen in 2028 Afschrijvingen in 2029 Afschrijvingen in 2030 Afschrijvingen in 2031

1.307 70.931 129.588 169.723 188.752 200.000 200.000 39.699 0 0 0 0

1.484 115.926 249.118 320.974 415.005 514.480 514.880 515.280 515.680 516.080 516.480 516.880

Totaal afschrijvingen 2020 t/m 2031

1.000.000

4.712.267

In de investeringsplanning is voorzien dat in 2031 het volledige investeringsbudget van € 37.500.000 is besteed. De (structurele) afschrijvingslasten bedragen vanaf 2031 € 516.880 per jaar (rekening houdend met de restwaarde van het breedbandnetwerk).

8 Begroting 2026 UBRivierenland

Programma 3 Algemene baten en lasten Belangrijkste punten ➢ ➢ ➢ ➢

Sturen op een efficiënte bedrijfsvoering met een zo laag mogelijke operationele kosten. Sturen op het binnen het investeringsbudget afronden van de aanleg van het breedbandnetwerk. Sturen op het zo spoedig mogelijk afronden van alle breedbandnetwerk aansluitingen bij de zogenaamde “witte” aansluitingen. Structureel een sluitende (meerjaren)begroting.

De financiën van dit programma Financiële uitganspunten De gehanteerde uitgangspunten voor de begroting zijn hierna samengevat. • In totaal worden 8.880 aansluitingen in de buitengebieden van 7 gemeenten gerealiseerd. • Inwoners betalen geen kosten voor de aanleg van hun aansluiting. • Inwoners in de buitengebieden betalen prijzen die gelijk zijn aan de tarieven die in de kernen worden gehanteerd. Er wordt geen buitengebiedstoeslag toegepast. • Het deelnamepercentage van de inwoners in de buitengebieden is op basis van de uitkomsten aanmeldcijfers voor 2026 bepaald en ingeschat op 70%. In de financiële doorrekeningen is het deelnamepercentage in meerjarig perspectief gemaximeerd op 70%. • Het totale investeringsbudget bedraagt € 37.500.000 en is gebaseerd op de uitkomsten van de aanbesteding. In het budget is ook een bedrag voor onvoorzien opgenomen (€ 1.000.000) en een voorziening voor na-aansluitingen, inbebouwing en toekomstige degeneratie (€ 200.000). • De opbrengsten uit de verhuur van vezelparen zijn in 2026 overeenkomstig de landelijk gehanteerde tarieven van KPN. • De opbrengsten en de operationele kosten worden in de meerjarenbegroting doorgerekend met een jaarlijks vastgestelde indexering van 1,5%. In de praktijk kan voor zowel de kosten als de opbrengsten hiervan worden afgeweken.

• De restwaarde van het breedbandnetwerk aan het eind van de looptijd van de lening bedraagt € 1.200 per aansluiting, in totaal een bedrag van € 10.656.000, waarop niet wordt afgeschreven. • De rente van de lening van € 35.000.000 met een looptijd van 48 jaar (looptijd van 2022 tot 2070) is in januari 2020 overeengekomen met de BNG Bank en bedraagt 0,835%. De rente staat voor 30 jaar vast vanaf 6 januari 2022. • Het overschot aan middelen na uitbetaling van de lening ad 35 mio wordt aangehouden middels schatkistbankieren. Sinds 14-09-2022 ontvangt de UBR creditrente over dit saldo. • Voor de additionele financiering van € 2.500.000 vanaf 2022 houden we in de begroting vast aan continuering van een faciliteit in rekening-courant • Voor de gehele faciliteit geldt een bereidstellingsprovisie van 0,09% over het niet opgenomen deel van het beschikbare bedrag. • Gestreefd wordt om vermogenstekorten in de exploitatie te voorkomen. • Realisatie van een positieve cashflow die voldoende is om de aflossingstermijnen van de lening te kunnen betalen. • De liquiditeitspositie moet de UBR in alle jaren in staat stellen om aan de betalingsverplichtingen te voldoen. In de aanlegfase van het breedbandnetwerk is via een kortlopend bankkrediet een kapitaalbuffer gecreëerd van waaruit de (investerings-) betalingen kunnen worden gedaan.

9 Begroting 2026 UBRivierenland

Programma 3 Algemene baten en lasten Onderstaande tabel geeft een totaaloverzicht van de financiën van dit programma. Baten en lasten

2026

(* € 1.000)

Opbrengsten Verhuur glasvezel/vezelparen

1.602.790

Beheerkosten Incidentele lasten Afschrijvingen Rentelasten Totaal lasten

483.479 714.639 260.021 1.458.138

Saldo van baten en lasten

144.652

Vennootschapsbelasting Resultaat na belastingen

-/- 27.484 117.168

Toelichting: De opbrengsten in 2026 en de jaren daarna zijn goed voor een structureel overschot van de exploitatie. Na 2026 lopen de positieve resultaten op, omdat de geactiveerde voorbereidingskosten dan volledig zijn afgeschreven en niet meer op de exploitatie drukken. Ondanks het feit dat in de eerste 4 jaren tijdens de aanlegfase van het glasvezelnetwerk de omzet nog niet op het beoogde niveau zat, sloot de exploitatie per saldo over deze jaren met een positief resultaat. In het vijfde en zesde begrotingsjaar (2026) is de beoogde omzet behaald en zelfs overschreden en kunnen alle lasten uit de opbrengsten worden voldaan. Risico's: De gepresenteerde exploitatiecijfers zijn ramingen en uiteraard kan (en zal) de werkelijkheid hiervan afwijken. We verwachten niet dat er tekorten ontstaan. De financiële risico's zijn beperkt en er is voorzichtigheid betracht bij de financiële doorrekeningen. Als voorbeelden hiervan kunnen worden genoemd: •

•

•

•

het deelnamepercentage is in meerjarig perspectief gemaximeerd op 70% (niveau dat bereikt werd in 2024), terwijl het werkelijk deelnamepercentage momenteel daarboven is uitgestegen. bij vertraging in de realisatie van de nieuwe aansluitingen kwamen de inkomsten later op gang, maar parallel daarmee kwamen de afschrijvingslasten ook pas later ten laste van de exploitatie. Genoemde posten komen pas ten laste van de exploitatie na realisatie van de aansluitingen, die gefaseerd en getemporiseerd plaatsvonden. in het totale investeringsbudget van € 37.500.000 zijn substantiële bedragen opgenomen voor tegenvallers en meerwerk (€ 1.000.000 voor onvoorziene investeringsuitgaven) en een voorziening voor de lasten van na-aansluitingen, inbebouwing en toekomstige degeneratie (€ 200.000) welke laatste in 2025 is aangewend of vrijgevallen. De inkomsten stijgen jaarlijks met een tariefindex (geraamd op 1,5%), terwijl voor de afschrijvingen en rentelasten (2/3 van de kosten) geen kostenindexering toegepast hoeft te worden. Zo wordt de marge tussen de opbrengsten en de lasten steeds gunstiger. Bovendien nemen de rentelasten jaarlijks af als gevolg van de betaalde aflossingstermijnen van de lening (vanaf 2022).

10 Begroting 2026 UBRivierenland

Programma 3 Algemene baten en lasten Producten Tot dit programma behoren de volgende taakvelden/producten: • Exploitatie glasvezelnetwerk (inclusief overhead) • Treasury • Onvoorziene uitgaven • Vennootschapsbelasting

Overhead De kosten van overhead moeten volgens wettelijk voorschrift (BBV) afzonderlijk worden verantwoord. De overhead wordt niet meer toegerekend aan en opgenomen bij de verschillende programma’s in de begroting. Overhead heeft betrekking op ondersteunende taken die niet direct dienstbaar zijn aan de externe klant of het externe product. De algemene definitie luidt als volgt: overhead heeft betrekking op alle kosten die samenhangen met de sturing en de ondersteuning van de medewerkers in het primaire proces. UBRivierenland heeft een beperkt takenpakket en houdt zich alleen bezig met aanleg, onderhoud en beheer van een passief glasvezelnetwerk. De baten en lasten worden in de begroting binnen één programma verantwoord. Alle kosten, met inbegrip van de lasten die een algemeen karakter hebben, zijn direct dienstbaar aan de realisatie en instandhouding van een infrastructuur van het glasvezelnetwerk. Alle lasten worden daarom opgenomen binnen het programma ‘Beheer & Uitvoering Glasvezelnetwerk’.

Incidentele baten en lasten In de begroting 2026 is er budget opgenomen voor incidentele lasten, te weten een onderzoek naar de mogelijke inzet van AI ad 10.000 euro. Er worden geen incidentele baten voorzien in het jaar na oplevering van het netwerk aan UBRivierenland.

Treasury In het BBV worden alle rentelasten en rentebaten begroot en verantwoord op het taakveld Treasury. In de paragraaf Financiering is een renteschema opgenomen, dat inzicht geeft in de rentebaten, rentelasten en het begrote renteresultaat. Het saldo en de samenstelling van het resultaat uit treasury is in onderstaand overzicht samengevat. 2026 Betaalde financieringsrente BNG Ontvangen rente-inkomsten Saldo rentelasten en rentebaten

260.021 0 260.021

Geactiveerde bouwrente

0

Totaal van de aan de vaste activa (taakvelden) toe te rekenen rente

0

De aan de vaste activa (taakvelden) toegerekende rente (o.b.v. werkelijke rente van 0,09%) Begroot resultaat uit treasury (nadelig)

0 260.021

Uit bovenstaand overzicht blijkt dat het volledige bedrag van de externe financiering en de daarmee samenhangende rentelasten (saldo van de bancaire leningen) wordt aangewend voor de aanleg van het passieve breedbandnetwerk.

11 Begroting 2026 UBRivierenland

Programma 3 Algemene baten en lasten Onvoorziene uitgaven In het investeringsbudget van € 37.500.000 is een bedrag voor onvoorziene uitgaven opgenomen van € 1.000.000. Dit budget wordt voor een groot deel aangewend voor de bekostiging van leges en degeneratiekosten die buiten de opdracht van aanbesteding vallen. Begin 2025 is het saldo van de disproportionele leges en degeneratiekosten € 397.847. De exacte totale hoogte is op het moment van schrijven van deze begroting nog niet bekend maar worden nu geschat op circa € 575.000. Doordat de eindoplevering is vertraagd liepen ook de projectkosten door in 2022 en 2023 en welke uiteindelijk op € 297.375 zijn uitgekomen. Daarnaast worden de kosten voor de bekostiging van eenmalige eindoplevering nu begroot op € 120.000. Deze worden eveneens uit het budget onvoorzien bekostigd. Het saldo van de post onvoorzien zal naar verwachting geheel worden uitgenut maar net niet worden overschreden. In de begroting is een bedrag voor na-aansluitingen, inbebouwing en toekomstige degeneratie (€ 200.000) opgenomen. Het aantal aangesloten naaansluiting adressen zal in de eindafrekening met de aannemer in 2025 worden verrekend. Er is voor de aanleg een fixed fee afgesproken per aansluiting. Het aantal aansluitingen is naar verwachting gelijk of ligt fractioneel hoger dan het begrote aantal (8.880 versus 8.942 per 17 januari 2025).

Het eventuele positieve saldo van deze post zal na realisatie van de aanleg van het netwerk vrijvallen. In de begroting 2026 wordt rekening gehouden met kosten voor degeneratie ad maximaal € 80.000, voor deze post wordt geen aparte reserve aangehouden. De feitelijke kosten van degeneratie in het jaar 2026 zullen direct ten laste van het resultaat worden geboekt. Voor operationele kosten is een bedrag voor onvoorziene uitgaven gebudgetteerd van ca. € 2.000. Dit bedrag stijgt elk jaar met de toegepaste indexering (1,5%).

Vennootschapsbelasting Vanaf de oprichting (6 januari 2020) is gemeenschappelijke regeling UBRivierenland (UBR) belastingplichtig voor de vennootschapsbelasting. Voor het begrotingsjaar 2026 is rekening gehouden met heffing van vennootschapsbelasting van 19% over de geraamde winst tot €200.000 en daarboven 25,8%.

12 Begroting 2026 UBRivierenland

Programma 3 Algemene baten en lasten Paragraaf 1 – Weerstandsvermogen en risicobeheersing

Toelichting op het begrip weerstandsvermogen Het weerstandsvermogen is afhankelijk van de benodigde weerstandscapaciteit – de ingeschatte risico’s – en de beschikbare weerstandscapaciteit – de middelen die beschikbaar zijn om eventuele tegenvallers op te kunnen vangen. Het weerstandsvermogen wordt gevormd door de aanwezige middelen om de nadelige gevolgen van risico’s op te vangen. Het gaat bij het weerstandsvermogen met name om risico’s die niet via verzekeringen of voorzieningen kunnen worden ondervangen. In onderstaand schema is dit weergegeven:

Bekende risico’s

Beschikbare middelen

Benodigde weerstandscapaciteit

Beschikbare weerstandscapaciteit

Weerstandsvermogen

De benodigde weerstandscapaciteit wordt bepaald door: • • •

de verwachte impact van de aanwezige risico’s; de gewenste mate van zekerheid dat de risico’s kunnen worden opgevangen; de mate waarin de risico’s al op andere wijze zijn afgedekt.

De beschikbare weerstandscapaciteit is het totaal aan middelen en mogelijkheden waarover de UBR kan beschikken om eventueel optredende niet begrote kosten af te dekken, zonder invloed op de uitvoering van taken. De middelen die we tot de beschikbare weerstandscapaciteit rekenen zijn: • de vrije aanwendbare reserves; • de stille reserves; • de post onvoorzien in de begroting.

Beleid omtrent weerstandscapaciteit UBRivierenland is een gemeenschappelijke regeling die taken uitvoert in opdracht van 7 gemeenten. Het weerstandsvermogen van de UBR wordt gevormd door het weerstandsvermogen van de afzonderlijke gemeenten. Niettemin zijn er redenen om ook binnen de UBR financiële weerstand op te bouwen. Op grond van wettelijke voorschriften is de UBR verplicht voorzieningen te vormen voor kwantificeerbare risico’s, verplichtingen en verliezen. Weerstandsvermogen De 7 gemeenten die deelnemen in de UBR zijn voor hun aandeel aansprakelijk als vermogenstekorten zouden ontstaan of de UBR niet in staat is om aan de aflossingsverplichtingen van de lening te voldoen. Het gemeentelijk aandeel wordt berekend op basis van de stemverhouding, overeenkomstig de bepalingen zoals opgenomen in de gemeenschappelijke regeling Uitvoeringsorganisatie Breedbandnetwerk Rivierenland.

13 Begroting 2026 UBRivierenland

Programma 3 Algemene baten en lasten

Maatregelen op het gebied van risicobeheersing en risicomanagement Met de ramingen zoals opgenomen in de Kadernota 2026 is zichtbaar gemaakt dat de UBR kapitaal en vermogen opbouwt en aan alle betalingsverplichtingen kan voldoen. Op de langere termijn (na 2026) groeit het eigen vermogen en neemt het saldo liquide middelen verder toe als gevolg van de oplopende exploitatie-overschotten. Het is daarom niet te verwachten dat de deelnemende gemeenten vanuit hun eigenaarschap of garantiestelling voor de lening financiële nadelen zullen ondervinden.

14 Begroting 2026 UBRivierenland

Programma 3 Algemene baten en lasten Paragraaf 2 – Onderhoud kapitaalgoederen

Belangrijke ontwikkelingen en aandachtspunten in 2026 Beleidskader Het beleid ligt vast in het meerjarenonderhoudsplan Het Beheer en onderhoud is in de aanbesteding uitbesteed. De kaders liggen vast in beheer en onderhoudscontracten. Uitgangspunt is dat op langere termijn het Breedbandnetwerk op een adequate wijze wordt beheerd en onderhouden. In de begroting is de gefaseerde aanleg voor 8.880 aansluitingen meegenomen en doorgerekend. Additionele aanleg van nieuwe adressen in andere gebieden is mogelijk, maar moet hier los van worden gezien. Indien dit in de toekomst aan de orde is, moeten hiervoor afzonderlijk middelen beschikbaar worden gesteld door het Algemeen Bestuur.

Financiële consequenties en vertaling daarvan in de begroting De kosten van het beheer en onderhoud van het glasvezelnetwerk zijn aanbesteed. In de begroting 2026 is een operationele last geraamd van € 210.527 per jaar. Jaarlijks wordt het budget voor onderhoud geïndexeerd met 1,5%.

15 Begroting 2026 UBRivierenland

Paragraaf 3 – Bedrijfsvoering Programma 3 Algemene baten en lasten

Belangrijke ontwikkelingen en aandachtspunten in 2026 Algemeen De paragraaf bedrijfsvoering geeft inzicht in de stand van zaken en de beleidsvoornemens rond de bedrijfsvoering. Met bedrijfsvoering worden de bedrijfsprocessen bedoeld die nodig zijn om de beleidsdoelstellingen uit de programma's te realiseren. Voor een goede bedrijfsvoering zijn budget, personeel met kennis en kunde, infrastructuur, leiding/aansturing, een goede communicatie, informatie en beheersinstrumenten nodig. Ook is een efficiënte inrichting van de organisatie en een gezonde samenwerkingscultuur, samen met gemeenten en andere partners cruciaal om de doelstellingen te bereiken en onze (breedband)dienst adequaat te kunnen uitvoeren. Onze organisatie zal zich inspannen om een zo hoog mogelijk deelnamepercentage op het breedbandnetwerk te realiseren. Het Dagelijks Bestuur is verantwoordelijk voor een adequate bedrijfsvoering. Het Algemeen Bestuur heeft hierbij een kaderstellende en controlerende taak. Inrichting van de organisatie De organisatie van UBRivierenland is gericht op de uitvoering van de breedband dienstverlening aan de inwoners van het doelgebied die nog niet beschikken over een toekomstvast breedbandnetwerk.

DVO voor Concern- en bestuursondersteuning De ondersteunende middelen (P&O, Financiën & Control, Administratie, Informatievoorziening & Automatisering, Huisvesting, JZ, + Privacy Officer, Archief, Communicatie, Bestuursondersteuning/ -secretariaat) staan direct ten dienste van de bedrijfsvoering van het UBRivierenland middels een daartoe afgesloten DVO. De concernondersteuning is gericht op: • De planning- en controlcyclus • Control (audit/interne controle, algemene financiële en juridische control) • Organisatie-inrichting (treasury, budgetbeheer, mandatering, organisatieregelingen) • Juridische control (gemeenschappelijke regeling en interne reglementen en verordeningen) • Archief (centrale archiefverantwoording en -wetgeving) • Concerncommunicatie (website, intranet, nieuwsuitingen, folders) • Bestuursondersteuning (faciliteren bestuursvergaderingen, UBR-middagen, agendacommissie en bijeenkomsten)

16

16 Begroting 2026 UBRivierenland

Programma 3 Algemene baten en lasten Beleidsindicatoren In het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV) zijn een aantal beleidsindicatoren vastgesteld, die verplicht in de programma's en programmaverantwoording opgenomen moeten worden. De voor UBRivierenland relevante indicatoren met betrekking tot personele aangelegenheden zijn in onderstaande tabel opgesomd.

Beleidsindicator: Personele formatie

1,33 fte

Personele bezetting (Via inhuur en detachering)

1,33 fte

17 Begroting 2026 UBRivierenland

Programma 3 Algemene baten en lasten Paragraaf 4 – Financiering Beleidskader: het Treasurystatuut van de UBR In het Treasurystatuut staan de uitgangspunten en doelstellingen voor het treasurybeleid vermeld. De uitvoering en ontwikkelingen worden in deze paragraaf toegelicht. Onderdelen: • Algemene ontwikkelingen • Treasurybeheer • (Krediet) Risicobeheer • Financiering

Algemene ontwikkelingen Dit onderdeel schetst de belangrijkste interne en externe ontwikkelingen die invloed kunnen hebben op de treasuryfunctie, alsmede wijzigingen in de Wet Financiering Decentrale Overheden (wet Fido), de Regeling uitzettingen en derivaten decentrale overheden (Ruddo), de wet Hof en het Verplicht Schatkistbankieren voor decentrale overheden. Interne ontwikkelingen UBRivierenland voldoet bij de uitvoering van de treasuryfunctie aan de wet- en regelgeving. Bij wet van 11 december 2013 tot wijziging van de Wet financiering decentrale overheden is het een verplichting geworden om overtollige liquide middelen aan te houden in de schatkist van het Rijk. Gelden tegen gunstige rentetarieven uitzetten op spaarrekeningen of deposito's bij andere financiële instellingen is met de invoering van Schatkistbankieren niet meer toegestaan. Er mag een bedrag ter hoogte van 0,75% (met een ondergrens van € 450.000) van het jaarlijkse begrotingstotaal buiten de schatkist gehouden worden voor de uitvoering van dagelijkse taken. Sinds het jaar 2022 heeft UBRivierenland bancaire tegoeden op haar rekening uit hoofde van de op 6 januari 2022 uitbetaalde langlopende lening van de BNG. De tegoeden zijn bestemd voor de begrote en geplande investeringen in het glasvezelnetwerk. Deze middelen worden in ’s Rijks Schatkist aangehouden.

Externe ontwikkelingen, rente-ontwikkelingen De belangrijkste externe ontwikkelingen zijn (internationale) economische indicatoren en de invloed hiervan op de geld- en kapitaalmarkt, alsmede wijzigingen in wet- en regelgeving. UBRivierenland kent geen zelf ontwikkelde rentevisie. Zij volgt de marktgegevens en renteontwikkelingen via publicaties van gerenommeerde financiële instellingen. We verwachten dat de rente op de geld- en kapitaalmarkt in de komende periode zal stabiliseren op het huidige niveau. Mocht de huidige inflatie sneller afnemen dan nu wordt verwacht is er tegen het einde van dit jaar wellicht een kleine rentestap naar beneden mogelijk. Rentevisie algemeen De ECB-depositorente is op 30 januari 2025 voor de vijfde keer op rij met 25 basispunten verlaagd. De depositorente is nu 2,75%. Het volgende rentebesluit van de ECB wordt verwacht op 6 maart 2025. De verwachting is dat de ECB de rente opnieuw naar beneden bijstelt met 25 basispunten - tot 2,50%. De ECB gaf tijdens de beleidsvergadering van december 2024 ook al duidelijk aan dat zij de rente terug wil brengen tot meer neutrale renteniveaus - waarbij de economie niet afgeremd of gestimuleerd wordt - als de inflatie zich zoals verwacht ontwikkelt. Ook na de laatste renteverlaging is de stand van het monetaire beleid nog verkrappend en gericht op het afremmen van de economische activiteit.

Er zijn dus nog meer renteverlagingen nodig voordat dit neutrale niveau bereikt wordt. Een belangrijke signaal voor dit voornemen van de ECB was de constatering van mevrouw Lagarde dat de inflatierisico’s meer in evenwicht zijn gekomen en dat de inflatiedoelstelling in zicht komt. De afgelopen maanden werden de risico’s voor inflatie vooral opwaarts gezien. Hoge aanhoudende loonstijgingen kunnen immers tot nieuwe inflatiedruk leiden. Nu de loongroei weliswaar op een

18 Begroting 2026 UBRivierenland

Programma 3 Algemene baten en lasten hoog niveau staat maar naar verwachting gedurende 2025 matigt, komen ook de risico’s voor inflatie meer in evenwicht. Het is onzeker wat er met de rente gebeurt na het bereiken van het neutrale renteniveau. Het rentebeleid van de ECB hangt dan af van hoe de inflatie en economische vooruitzichten zich ontwikkelen. Een belangrijke factor van onzekerheid is de invoering en impact van Amerikaanse invoerheffingen. De verwachting van UBrivierenland is dat de ECB tijdens de komende beleidsvergaderingen de rente langzaam verder zal verlagen tot het neutrale niveau van 2%. De korte rente voor de UBR wordt relevant als zij eind 2025 gebruik zal gaan maken van de Rekening Courantfaciliteit bij de BNG Bank. Begin 2026 zal de UBR bezien of de rekening courant faciliteit geheel of gedeeltelijk moet worden omgezet in een langlopende lening. Voorgaande om eventuele renterisico’s te beperken. Voorgaande is ook afhankelijk van de kasstroom binnen de UBR op korte en middellange termijn. De lening van de UBR bij de BNG Bank heeft een lange vaste rente (30 jaar).

Treasurybeheer Het treasurybeheer is de (beleids) uitvoering van de treasuryfunctie, binnen de kaders van het huidige treasurystatuut. De treasuryfunctie omvat alle activiteiten die zich richten op het sturen en beheersen van, het verantwoorden over en het toezicht houden op de financiële vermogenswaarden, financiële geldstromen, de financiële posities en hieraan verbonden risico’s.

19 Begroting 2026 UBRivierenland

Programma 3 Algemene baten en lasten Risicobeheer Kasgeldlimiet De kasgeldlimiet is een wettelijke limiet en bepaalt de maximale omvang van de externe kortgeldpositie in enig jaar. De zogenaamde netto vlottende schuld mag maximaal 8,2% bedragen van het begrotingstotaal. Daarboven moet lang geld worden aangetrokken. UBRivierenland heeft een bijzondere startpositie als het gaat om de financiële verhoudingen en invulling van de financiering van de aanleg van het glasvezelnetwerk. In de eerste 4 begrotingsjaren worden de aansluitingen gefaseerd gerealiseerd en komt de generatie van opbrengsten geleidelijk (getemporiseerd) tot stand. Het totaal van de in de begroting geraamde baten en lasten zit pas vanaf het 4e jaar (in 2024) op een structureel niveau van ca. € 1,6 miljoen. Het te financieren bedrag van de investeringen bedraagt in totaal € 37.500.000. We zijn een langlopende financiering overeengekomen met de BNG, waarbij de eerste 2 jaar gekozen is voor een vorm van kredietverlening in rekening-courant met bouwdepot (met een zeer gunstige rente), waarbij op 6 januari 2022 omzetting heeft plaatsgevonden naar een lening met een looptijd van 48 jaar en een rentevast periode van 30 jaar. De rentevoet van de lening is onderdeel van de langlopende financieringsafspraken en vastgelegd op 0,835%. We lopen derhalve geen renterisico op de langlopende lening.

De rekening-courant financiering maakt onderdeel uit van de langlopende financieringsafspraken en past binnen het geheel van de meerjarige financiering. Op grond hiervan is geen sprake van een afwijking van de wettelijk vastgelegde normering van de maximale kasgeldlimiet. Renterisico De renterisiconorm is ook een wettelijke limiet en beperkt de vaste schuld die in enig jaar voor aflossing of renteherziening in aanmerking komt tot 20% van het begrotingssaldo. De vaste schuld van UBRivierenland bestaat uit een geldlening van € 35 miljoen (vanaf 2022) waarop 30 jaar lang geen renteherzieningen plaatsvinden. Derhalve is er in deze periode geen renterisico. Kredietrisicobeheer UBRivierenland loopt geen risico’s bij het uitzetten van geldmiddelen. De gelden worden uitgezet conform de voorwaarden genoemd in het treasurystatuut.

Financiering De vaste activa worden grotendeels met lang vermogen gefinancierd via een kredietovereenkomst bij de BNG. In 2020 bestond de bijzondere situatie dat er vanuit een bouwfaciliteit geld werd geïnvesteerd in de aanleg van het netwerk. Dit netwerk zal “sleutel klaar” worden opgeleverd in de tweede helft van 2025. De aangewende middelen uit de bouwfaciliteit zijn op 6 januari 2022 omgezet in een langlopende vaste lening tegen reeds nu vastgelegde rente voor 30 jaar (tot 2052). De rente opbouw van de rekening courant in het derde jaar kent een tarief van 1 maands euribor plus een opslag over het opgenomen deel. De (variabele) rentestand in rekening courant is positief echter wordt er per saldo nog geen gebruik van gemaakt vanwege het overschot aan middelen uit de opgenomen langlopende lening bij de BNG. Het overschot wordt aangehouden in Rijks schatkist waar momenteel de vergoeding voor creditgelden hoger ligt dan de rente die wordt betaald voor de langlopende lening. In de begroting is gerekend met 0,0%. We calculeerde in het derde jaar ook geen rentelasten over het kortlopende deel van de bancaire totaalfinanciering. Hierbij wordt wel de opmerking gemaakt, dat het een variabele rente betreft voor het kortlopende deel van de financiering, die in kan stijgen of dalen, en waar we dus in de toekomst wel renterisico lopen.

Zodra de investeringen zijn afgerond zal worden bezien of het negatieve saldo van de rekening courant geheel of gedeeltelijk zal worden omgezet in een langlopende lening.

20 Begroting 2026 UBRivierenland

Programma 3 Algemene baten en lasten

Over het ongebruikte deel van de faciliteit betaalden we een bereidstellingsprovisie van 0,09%. De vergoeding werd per kwartaal betaald en de bancaire provisie nam maandelijks af als gevolg van de opnamen uit het depot. De bancaire financiering laat het volgende verloop zien. Leningenportefeuille

Bedragen x € 1.000

Naam

hoofdsom

Rente

Looptijd

Lening BNG

35.000

0,835%

48 jaar

R/C BNG

2.500

0,000%

variabel

Afgelost in

Stand 01-01-2026

Stand 01-01-2027

2070

32.266

31.536

onbepaald

1.900

1.745

34.166

33.281

Totaal vaste schulden:

De langlopende lening van € 35 mljn wordt vanaf 2022 lineair afgelost. De lening heeft een looptijd van 48 jaar. Vanaf 6 januari 2022 worden aflossingstermijnen per kwartaal betaald, jaarlijks een bedrag van € 729.167.

Wettelijke kaders In de Notitie Rente 2017 van de BBV-commissie zijn voorschriften opgenomen voor de wijze waarop de rente verwerkt moeten worden in de begroting. Alle rentelasten en rentebaten uit hoofde van financieringen moeten bij Treasury worden verantwoord. Er mag een rentevergoeding over eigen financieringsmiddelen (reserves) worden berekend, maar deze rentevergoeding is gemaximeerd tot het rentepercentage dat is gebaseerd op het gewogen samenstel van de rentelasten over de externe financiering (langlopend én kortlopend). De omslagrente moet op consistente en eenduidige wijze worden toegerekend aan de individuele vaste activa. Het in de begroting voorgecalculeerde omslagpercentage mag binnen een marge van 0,5% worden afgerond. De BBV-commissie doet de aanbeveling om het Renteschema uit de Notitie Rente 2017 op te nemen in de paragraaf Financiering van de begroting. In de jaren 2022 en 2023 was de omslagrente 0%. Voor 2026 wordt ook met een omslagrente van 0% gerekend. Voor 2027 en verder zal ook consistent met een omslagrente van 0% worden gehanteerd. In deze begroting 2026 (inclusief meerjarenbegroting) hebben we de rentepercentages toegepast die in onderstaand overzicht zijn opgenomen. Rentepercentage Bereidstellingsprovisie bouwdepot

0,090%

Langlopende financiering (lening BNG – vanaf januari 2022)

0,835%

R/C-financiering BNG (vanaf januari 2022)

3,000%

Omslagrente 2026, Consistent aan voorgaande jaren

0,000%

21 Begroting 2026 UBRivierenland

Programma 3 Algemene baten en lasten Uiteenzetting financiële positie Belangrijke ontwikkelingen en aandachtspunten De belangrijkste ontwikkelingen en aandachtspunten ten aanzien van de financiële positie zijn: • •

Sturen op een efficiënte bedrijfsvoering met een zo laag mogelijke overhead. Sturen op het binnen het investeringsbudget afronden van de aanleg van het breedbandnetwerk. Sturen op het binnen afronden van alle breedbandnetwerk aansluitingen bij de zogenaamde “witte” aansluitingen. Structureel is de (meerjaren) begroting sluitend zonder inzet van de reserves.

• •

Personeelskosten Het totaal van de structurele personele lasten (waaronder bijvoorbeeld de DVO) in deze begroting 2026 bedraagt € 223.698. In dit bedrag zijn niet de budgetten voor externe inhuur opgenomen.

Investeringen UBR Via deze begroting worden geen kredieten gevraagd voor nieuwe investeringen in 2026, in aanvulling op de bestaande investeringsplanning voor de aanleg van het glasvezelnetwerk met een geraamd investeringsbedrag van 37.500.000. Eventuele nieuwe of additionele investeringskredieten worden via separate bestuursvoorstellen geformaliseerd en in de administratie verwerkt.

Reserves en voorzieningen In het navolgende overzicht is de stand van de reserves opgenomen per 1 januari 2026 en de geraamde mutaties in 2026 en de verwachte eindstand op 31 december 2026. Overzicht reserves Bedragen x € 1.000

Stand 01-01-2026

Begroot resultaat 2026

Stand 31-12-2026

Algemene reserve UBR

950

117

1067

Subtotaal algemene reserve

950

117

1067

Subtotaal bestemmingsreserves

0

0

0

Totaal

950

117

1067

Algemene reserve

Toelichting bij de reserves: Reserves worden gebruikt om incidentele kosten of financiële nadelen op te kunnen vangen. Eventuele bestemmingsreserves worden ingezet overeenkomstig de doelstellingen waarvoor de reserves zijn gevormd. Structurele inzet van de reserves proberen we te beperken om te voorkomen, dat met het afbouwen van de reserves financiering van een deel van de doorlopende (structurele) lasten binnen de begrotingskaders niet meer mogelijk is.

22 Begroting 2026 UBRivierenland

Programma 3 Algemene baten en lasten Voorzieningen Overzicht voorzieningen Bedragen x € 1.000

Stand 01-01-2026

Mutaties 2026

Stand 31-12-2026

Voorzieningen ter egalisatie van kosten

0

0

0

Overige voorzieningen

0

0

0

Totaal voorzieningen

0

0

0

Toelichting bij de voorzieningen: Geen verdere toelichting.

Geprognosticeerde balans Activa (x € 1.000) Totaal vaste activa Totaal vlottende activa Totaal activa

Passiva (x € 1.000)

01-01-2026

31-12-2026

34.987

34.292

208

162

35.195

34.454

01-01-2026

31-12-2026

Eigen vermogen

950

1.067

Voorzieningen

0

0

Vaste schulden langer dan één jaar *)

32.266

31.536

Totaal vaste passiva

33.216

32.603

Totaal vlottende passiva

1.979

1.851

35.195

34.454

Totaal passiva

*) In de vaste schulden langer dan één jaar is ook het bedrag van de bouwfaciliteit in rekeningcourant opgenomen in 2026, omdat het onderdeel uitmaakt van de totale langlopende financieringsovereenkomst met de BNG Bank.

23 Begroting 2026 UBRivierenland

Programma 3 Algemene baten en lasten Financiële kengetallen Op 15 mei 2015 is een besluit tot wijziging van het BBV vastgesteld. Deze wijziging heeft betrekking op het opnemen van een uniforme set financiële kengetallen in de begroting. Kengetallen zijn getallen die de verhouding uitdrukken tussen bepaalde onderdelen van de begroting of de balans en kunnen helpen bij de beoordeling van de (ontwikkeling van de) financiële positie. De uniforme kengetallen bieden de mogelijkheid om onderling cijfers te vergelijken. Daarmee dragen deze kengetallen bij aan de controlerende en kaderstellende rol van het bestuur. Hierna nemen wij de kengetallen op, die verplicht in de programmabegroting moeten worden opgenomen.

Netto schuldquote De netto schuld weerspiegelt het niveau van de schuldenlast ten opzichte van de baten. De netto schuldquote geeft een indicatie van de druk van de rentelasten en de aflossingen op de exploitatie.

Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen UBRivierenland heeft geen leningen verstrekt aan derden. De uitkomst van de gecorrigeerde netto schuldquote is daardoor gelijk aan de netto schuldquote.

Solvabiliteitsratio Dit kengetal geeft inzicht in de mate waarin de organisatie in staat is aan haar financiële verplichtingen te voldoen. Onder de solvabiliteitsratio wordt verstaan het eigen vermogen als percentage van het balanstotaal. Het eigen vermogen bestaat uit de reserves (zowel de algemene reserve als de bestemmingsreserves) en het resultaat uit het overzicht van baten en lasten. In het algemeen wordt een getal tussen de 25 en 40% als een gezonde positie gezien. UBRivierenland staat de het begin van een periode van vermogensopbouw. In de eerste 5 jaren, waarin de aanleg van het breedbandnetwerk wordt gerealiseerd, wordt een kleine vermogensbuffer opgebouwd, waardoor de solvabiliteitsratio na 5 jaar uitkomt op 2,7%. Na een looptijd van de lening van 23 jaar (na 50 jaar, als de lening volledig is afgelost) is een vermogenspositie opgebouwd die samen met de (geschatte) marktwaarde van het netwerk gelijk is aan de uitstaande lening van het breedbandnetwerk.

Structurele exploitatieruimte Voor de beoordeling van het structurele en reële evenwicht van de begroting wordt onderscheid gemaakt tussen structurele en incidentele lasten. Bij incidentele lasten of baten gaat het om eenmalige zaken die zich gedurende maximaal drie jaar voordoen. Om de structurele lasten en baten te bepalen worden de incidentele lasten en baten van de totale lasten en baten afgetrokken. De structurele exploitatieruimte wordt bepaald door het saldo van de structurele baten en lasten en het saldo van de structurele onttrekkingen en toevoegingen aan reserves gedeeld door de totale baten en uitgedrukt in een percentage. Een ruimte van meer dan 1% geeft voldoende ruimte om structurele tegenvallers op te vangen.

24 Begroting 2026 UBRivierenland

Programma 3 Algemene baten en lasten Tabel met kengetallen: Raming 2026 Netto schuldquote (afgerond)

844 %

Solvabiliteitsratio

2,7 %

Structurele exploitatieruimte

7,3 %

Toelichting bij de tabel met kengetallen: • De netto schuldquote staat op een hoog niveau, omdat de baten niet in verhouding staan tot de investeringsuitgaven voor de aanleg van het Breedbandnetwerk en de daarvoor aangetrokken financiering. Dat geldt nog meer in de eerste jaren, waarin de aanleg wordt gerealiseerd en aansluitingen nog niet (allemaal) operationeel zijn. Het voorgaande is inherent aan de aard van de bedrijfsactiviteiten, het noodzakelijke investeringsniveau en de gekozen financieringsopzet. De lasten voor rente en afschrijving zijn € 989.188 in 2026 ten opzichte van een bate van € 117.168. • De solvabiliteitsratio stijgt de komende jaren met de geplande vermogensgroei. Bovendien wordt er vanaf 2022 structureel wordt afgelost op het vreemde vermogen. • De geraamde structurele exploitatieruimte komt in 2026 uit op 7,3%, het begrote resultaat 2026 van is € 117.168. De structurele exploitatieruimte is in 2026 positief en is als volgt opgebouwd: een structureel resultaat van € 117.168 ten opzichte van een totaalbedrag van € 1.602.790 aan geraamde baten.

Kengetallen zijn momentopnamen en de uitkomsten moeten in het perspectief van de specifieke bedrijfsactiviteiten en de bedrijfseigen vermogens- en financieringsverhoudingen beschouwd en beoordeeld worden. UBRivierenland heeft een helder en positief financieel perspectief, waarbij de komende jaren een gezonde opbouw van vermogen plaatsvindt. Er zijn gunstige financieringsafspraken met de BNG Bank gemaakt, waardoor de focus kan komen te liggen op de realisatie van goede glasvezelverbindingen in de buitengebieden.

25 Begroting 2026 UBRivierenland

Programma 3 Algemene baten en lasten Meerjarenraming 2026-2030 Belangrijke ontwikkelingen en aandachtspunten Meerjarenbegroting: Geraamde exploitatiecijfers: (* € 1.000)

2026

2027

2028

2029

2030

1.603

1.627

1.651

1.676

1.701

715 260 483

515 252 491

516 244 498

516 236 506

517 229 513

1.458

1.258

1.258

1.258

1.258

Resultaat vóór belastingen

145

369

393

418

443

Vennootschapsbelasting

28

82

88

94

101

Resultaat ná belastingen

117

287

305

324

342

Baten: Opbrengst verhuur vezelparen Lasten: Afschrijvingen 1) Rentelasten 2) Beheerkosten Incidentele lasten Totaal geraamde lasten

Toelichting bij de meerjarenbegroting: 1)

In de eerste jaren wordt afgeschreven vanaf het moment dat de aanleg van het breedbandnetwerk is geoperationaliseerd. De realisatie en oplevering vindt gefaseerd plaats, waardoor de afschrijvingslasten geleidelijk in de begroting worden verantwoord. In het jaar 2026 is de afschrijving hoger door de afschrijving op het immaterieel actief. Vanaf het begrotingsjaar 2027 dalen de afschrijvingen als gevolg van het wegvallen van de afschrijvingen op de immateriële vaste activa.

2) Zolang de investeringen in het hoofdnetwerk nog niet zijn afgerond betalen we bereidstellingsprovisie van 0,09% over het niet opgenomen deel van de kredietfaciliteit. Vanaf 2022 betalen we 0,835% rente over de langlopende lening van € 35 mljn, waarop jaarlijks € 729.167 wordt afgelost. De rentebesparing als gevolg van de aflossingen bedraagt € 6.000 per jaar. De opbrengsten in 2026 en de jaren daarna zijn voldoende voor een structureel overschot van de exploitatie. Na 2026 lopen de positieve resultaten op, omdat de geactiveerde voorbereidingskosten dan volledig zijn afgeschreven en niet meer op de exploitatie drukken. Uitgangspunten en toelichtingen bij de meerjarenramingen Algemeen De meerjarenraming geeft een indicatie van de verwachte begrotingssaldi in de periode 2026 t/m 2030. De uitgangspunten komen overeen met de Kaderbrief programmabegroting 2026. In het kader van de meerjarenraming is de prijsontwikkeling vastgesteld op een gemiddeld percentage van 1,5%. Als de werkelijke kostenstijgingen in enig jaar anders uitvallen, wordt de begroting hierop aangepast.

26 Begroting 2026 UBRivierenland

Programma 3 Algemene baten en lasten Balanscijfers in meerjarig perspectief: Balanscijfers 31 december 2026 (* € 1.000)

2027

2028

2029

2030

ACTIVA Immateriële vaste activa

1000

1000

1000

1000

1000

Cum. afschrijvingen

995

1000

1000

1000

1000

Boekwaarde IVA

24

0

0

0

0

Materiële vaste activa

36.400

36.420

36.420

36.460

36.480

Cum. afschrijvingen

2.132

2.647

3.163

3.679

4.195

Boekwaarde MVA

34.268

33.773

33.277

32.781

32.285

Debiteuren

155

157

160

162

165

Omzetbelasting (BTW)

0

0

0

0

0

Liquide middelen

7

127

218

328

492

Vlottende activa

162

284

378

490

658

Totaal activa

34.454

34.057

33.655

33.271

32.942

Algemene bedrijfsreserve

950

1.067

1.354

1.659

1.983

Resultaat

117

287

305

323

342

Eigen vermogen

1.067

1.354

1.659

1.982

2.325

PASSIVA

Bouwkrediet BNG Bank

0

0

0

0

0

Lening BNG (vanaf 3e jaar)

1)

31.537

30.807

30.078

29.349

28.620

Kredietfaciliteit BNG Bank 1)

1.744

1.747

1.761

1.775

1.826

Totaal van de financiering door BNG Bank

33.281

32.554

31.839

31.124

30.446

Omzetbelasting (BTW)

57

58

59

60

61

Vennootschapsbelasting

27

81

88

94

100

Overlopende passiva

22

11

11

11

11

Overige vlottende passiva

106

150

157

165

172

Totaal passiva

34.454

34.057

33.655

33.271

32.942

1) Het bouwkrediet BNG Bank en de kredietfaciliteit BNG Bank worden in de periode van aanleg van het glasvezelnetwerk aangewend voor de financiering van de investeringsuitgaven, inclusief de op investeringsfacturen betaalde BTW. Op 6 januari 2022 wordt van het BNG-krediet een bedrag van € 35.000.000 omgezet in een lening, die in 48 jaar wordt afgelost.

27 Begroting 2026 UBRivierenland

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15604634/1