Bijlage 5 - Bodemonderzoek
Tekst van het document
Verkennend bodemonderzoek Oude Kruisstraat ong. te Rossum (Gld.) Project 2019-0212
projectnummer versie
auteur
2019-0212 2.0 De heer B. Franke
project datum
controle
Oude Kruisstraat ong. te Rossum (Gld.) 22 december 2020 De heer R. Fieten
opdrachtgever
Van Rooij Bouwontwerp & Adviesburo
Inhoudsopgave 1.
Aanleiding ................................................................................................................................................. 4
2.
Vooronderzoek .......................................................................................................................................... 5 Werkwijze.......................................................................................................................................................... 5 Locatiegegevens ................................................................................................................................................ 5 Historische informatie ....................................................................................................................................... 6 Geohydrologische gegevens ............................................................................................................................. 9
3.
Uitvoering onderzoek .............................................................................................................................. 10 3.1
Hypothese ....................................................................................................................................................... 10
3.2
Onderzoeksstrategie ....................................................................................................................................... 10
3.3
Uitvoering veldwerk ........................................................................................................................................ 10
3.4
Zintuigelijke waarnemingen ............................................................................................................................ 11
3.5
Uitvoering laboratoriumonderzoek ................................................................................................................ 11
4.
Resultaten ............................................................................................................................................... 13 4.1
Analyseresultaten grond ................................................................................................................................. 13
4.2
Analyseresultaten grondwater ........................................................................................................................ 14
5.
Uitvoering en resultaten aanvullend onderzoek ...................................................................................... 15 5.1
Hypothese ....................................................................................................................................................... 15
5.2
Onderzoeksstrategie ....................................................................................................................................... 15
5.3
Uitvoering veldwerk ........................................................................................................................................ 15
5.4
Zintuigelijke waarnemingen ............................................................................................................................ 16
5.5
Uitvoering laboratoriumonderzoek ................................................................................................................ 16
5.6
Analyseresultaten ........................................................................................................................................... 17
6.
Conclusies ................................................................................................................................................ 19 6.1
Resultaten grond ............................................................................................................................................. 19
6.2
Resultaten grondwater ................................................................................................................................... 20
6.3
Conclusies en aanbevelingen .......................................................................................................................... 20
7.
Pagina
2 van 21
Betrouwbaarheid onderzoek ................................................................................................................... 21
Datum
22-12-2020
Bijlagen
Pagina
1.
Locatiekaart
2.
Situatieschets
3.
Boorprofielen
4.
Toetsing analyseresultaten
5.
Analyserapporten laboratorium
6.
Achtergrond-, streef- en interventiewaarden
7.
Onderzoeksstrategie NEN 5740 ‘niet verdachte’ locaties
8.
Historische informatie
3 van 21
Datum
22-12-2020
1.
Aanleiding
In opdracht van Van Rooij Bouwontwerp & Adviesburo heeft Lycens B.V. een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd op een ongenummerde locatie aan de Oude Kruisstraat te Rossum (Gelderland). Voor de ligging van deze locatie wordt verwezen naar bijlage 1, de locatiekaart.
De aanleiding voor het onderzoek is de geplande bestemmingsplanwijziging, de geplande herinrichting van de locatie en de geplande aanvraag van een omgevingsvergunning, activiteit bouwen.
Het doel van het onderzoek is het bepalen van de bodemkwaliteit op de locatie en daarmee mogelijke verontreinigingen in grond en grondwater te signaleren welke consequenties kunnen hebben voor de geplande bestemmingsplanwijziging, de geplande herinrichting van de locatie en de geplande aanvraag van een omgevingsvergunning (activiteit bouwen). Hiervoor is de milieuhygienische kwaliteit van de grond en het grondwater beoordeeld door het verrichten van een aantal boringen en het analyseren van een aantal grond- en grondwatermonsters.
Het onderzoek is conform de Nederlandse Norm "Onderzoeksstrategie bij verkennend bodemonderzoek" (NEN 5740) uitgevoerd.
Opgemerkt dient te worden dat onderhavig rapport versie 2.0 betreft en daarmee versie 1.0 van 4 juli 2019 vervangt. Rapportageversie 1.0 is beoordeeld door de gemeente waarbij de volgende punten zijn aangegeven: •
Het vooronderzoek dient uitgebreid te worden met informatie ten aanzien van de kans op de aanwezigheid van asbest in de bodem en een mogelijk voormalige watergang. Hierover is aanvullende informatie opgenomen in hoofdstuk 2;
•
Er dient aanvullend verkennend bodemonderzoek te worden verricht naar de aangetroffen slibhoudende zandlaag in de ondergrond. De opzet en resultaten van dit aanvullend verkennend bodemonderzoek zijn opgenomen in hoofdstuk 5.
In hoofdstuk 2 worden de resultaten van het vooronderzoek beschreven. De opzet van het onderzoek wordt in hoofdstuk 3 beschreven en de verrichte veld- en laboratoriumwerkzaamheden worden in hoofdstuk 4 beschreven. In hoofdstuk 5 zijn de opzet en resultaten van het aanvullend verkennend bodemonderzoek beschreven. Tot slot worden in hoofdstuk 6 de resultaten en conclusies van het uitgevoerde onderzoek weergegeven en worden aanbevelingen geformuleerd.
Pagina
4 van 21
Datum
22-12-2020
2.
Vooronderzoek Werkwijze
Het vooronderzoek is uitgevoerd conform NEN 5725:2017. Conform deze norm bepaald de aanleiding van het onderzoek de minimale onderzoeksaspecten. In onderstaande tabel zijn deze onderzoeksaspecten per aanleiding weergegeven. In onderhavige situatie is sprake van aanleiding A (bodemonderzoek). Tabel 2.1: Onderzoeksaspecten in relatie tot aanleiding van het onderzoek
Locatiegegevens
2
Bodemopbouw en geohydrologie
3
Verwachting t.a.v. de bodemkwaliteit
4
Gebruik en beïnvloeding van de locatie, verdachte situatie, activiteiten, ongewoon voorval Terreinverkenning
5
G: Tijdelijke uitplaatsing
F: Ontgraven of toepassen van grond
E: Opstellen bodemkwaliteitskaart
D: Partijkeuring
B: Nul-/eindsituatie onderzoek
A: Bodemonderzoek
1
C: Toepassen grond of baggerspecie
Aanleiding tot vooronderzoek
Onderzoeksaspecten
Eigendomssituatie Hoogteligging Bodemopbouw Antropogene lagen in de bodem Geohydrologie Geval van ernstige bodemverontreiniging? Kwaliteit o.b.v. Bodemkwaliteitskaart O.b.v. uitgevoerde bodemonderzoeken Voormalig Huidig Toekomst Asbestverdacht?
Optioneel
Verplicht
Het doel van het vooronderzoek is om op basis van minimaal de verplichte aspecten in tabel 2.1 inzicht te verkrijgen in de bodemopbouw, het (historische) gebruik van de locatie, de aanwezigheid van potentieel bodembedreigende activiteiten c.q. situaties en de mogelijke aanwezigheid van bodemverontreiniging.
Locatiegegevens De onderzoekslocatie bevindt zich in de bebouwde kom in het noordelijk deel van Rossum. De onderzoekslocatie is momenteel braakliggend. De Oude Kruisstraat bevindt zich ten zuidoosten van de onderzoekslocatie. In de directe omgeving bevinden zich hoofdzakelijk woningen. In tabel 2.2 op de volgende pagina zijn de algemene locatiegegevens weergegeven. Op basis van de door de opdrachtgever beschikbaar gestelde gegevens verklaart Lycens B.V. dat de onderzoekslocatie geen eigendom is van Lycens B.V. of een aan Lycens B.V. gerelateerd bedrijf.
Pagina
5 van 21
Datum
22-12-2020
Tabel 2.2: Locatiegegevens Locatie
Oude Kruisstraat ong. te Rossum
Ligging locatie
In de bebouwde kom in het noordelijk deel van Rossum
Kadastrale gegevens
Gemeente Rossum, sectie F, nummer 509
Oppervlakte
Circa 765 m2
Topografische aanduiding
Coördinaten: X: 151.373, Y: 423.741
Gebruik locatie - voormalig
Bebouwing en/of boomgaard
- huidig
Braakliggend
- toekomstig
Woning met tuin
Opdrachtgever
Van Rooij Bouwontwerp & Adviesburo
Overige belanghebbenden
Geen
Historische informatie Onderstaand is een overzicht gegeven van de geraadpleegde bronnen. Er is van uitgegaan dat de geleverde informatie juist en volledig is. Lycens B.V. is niet aansprakelijk voor onjuiste of onvolledige informatie die door derden is verstrekt. Bron: •
Omgevingsdienst Rivierenland, de heer H. Pasmans
•
Opdrachtgever: Van Rooij Bouwontwerp & Adviesburo
•
Rapport: Verontreinigingssituatie autowrakkenterreinen in de provincie Gelderland, door Grontmij N.V., Ge/000/04, 1985
•
Rapport: Verkennend bodemonderzoek Hogeweg 7 te Rossum, door Verhoeven Milieutechniek B.V., 96.0358, d.d. 19 maart 1996
•
www.bodemloket.nl
•
https://bagviewer.kadaster.nl
•
www.topotijdreis.nl
Historisch gebruik Uit historisch kaartmateriaal valt te herleiden dat de onderzoekslocatie en directe omgeving tot minimaal in de jaren ’60 in gebruik is geweest als boomgaard. Rondom de onderzoekslocatie is op dat moment al geruime tijd bebouwing aanwezig. Vanaf eind jaren ’60 van de vorige eeuw is de contour van de huidige Oude Kruisstraat zichtbaar. In de periode tot eind jaren ’70 is aan beide zijden van deze straat bebouwing gerealiseerd. Ook ter plaatse van de huidige onderzoekslocatie is bebouwing zichtbaar. Tot in de jaren ’90 is de terreinindeling niet significant gewijzigd. Vanaf eind 20e eeuw is de huidige terreinindeling zichtbaar en is het terrein onbebouwd en braakliggend.
Pagina
6 van 21
Datum
22-12-2020
Door de omgevingsdienst is een topografische kaart uit 1984 onder de huidige kadastrale situatie gelegd. Daarop lijkt een watergang zichtbaar op het overwegend oostelijke terreindeel. Op basis van het kaartmateriaal op de website van topotijdreis wordt echter geconcludeerd dat de in 1984 zichtbare lijn de kavelgrens met het oostelijk gelegen perceel moet betreffen. Betreffende lijn bevindt zich namelijk direct tegen de oostelijk gelegen bebouwing. Bovendien heeft de lijn een zwarte kleur terwijl watergangen op kaartmateriaal uit 1984 blauw waren gekleurd. Op de door de omgevingsdienst geleverde kaart uit 1984 is eveneens zichtbaar dat de veronderstelde watergang zich direct ten westen van bebouwing bevindt. Dit betreft vermoedelijk de bebouwing welke zich aan de oostzijde van de onderzoekslocatie bevindt. Dit komt daarmee overeen met de situatie zoals te zien op de website van topotijdreis. Verwacht wordt dat er een kleine (zuidwestelijke) verschuiving is opgetreden bij het projecteren van het historisch kaartmateriaal ten opzichte van de huidige kadastrale situatie. Aangezien tijdens het verkennend bodemonderzoek, zoals reeds beschreven in hoofdstuk 1, wel een slibhoudende zandlaag in de ondergrond is aangetoond is het historische kaartmateriaal nader bestudeerd.
Vanaf eind jaren ’80 is ter plaatse van het centrale deel van de huidige onderzoekslocatie een nieuwe (zwarte) lijn zichtbaar. Opgemerkt dient te worden dat andere watergangen op dat moment eveneens zwart ingekleurd zijn, daar waar deze eerder nog blauw waren ingetekend. De contour van de lijn die zich vanaf eind jaren ’80 binnen de huidige onderzoekslocatie bevindt is geprojecteerd onder de huidige onderzoekslocatie. Daaruit blijkt dat deze zich (bij benadering) ter hoogte van de boring bevindt waarin tijdens het verkennend bodemonderzoek de sliblaag is aangetroffen in de ondergrond. Het is daarmee aannemelijk geacht dat de lijn die vanaf eind jaren ’80 zichtbaar is mogelijk een voormalige watergang betreft en dat de vermoedelijke kavelgrens met de oostelijk gelegen bebouwing geen voormalige watergang betreft. Informatie Omgevingsdienst Rivierenland Door de omgevingsdienst zijn een tweetal bodemonderzoeksrapporten aangeleverd. Deze zijn verderop in dit hoofdstuk samengevat beschreven. Verder is een overzicht aangeleverd van beschikbare informatie (opgenomen in bijlage 8). Hieruit blijkt samengevat het volgende: •
Op de locatie is geen boven- of ondergrondse tank bekend;
•
Op de locatie zijn geen bedrijfsactiviteiten bekend;
•
Het perceel is in zijn geheel in gebruik geweest als boomgaard. Dit heeft in de periode van 1950 tot 1970 plaatsgevonden. Als gevolg hiervan is de toplaag van de bodem als verdacht te beschouwen ten aanzien van bestrijdingsmiddelen;
•
Voor zover bekend heeft op de locatie geen bodemonderzoek plaatsgevonden;
•
Voor zover bekend is geen grond en/of baggerslib op het perceel toegepast;
•
Branden en/of calamiteiten op de locatie zijn niet bekend;
•
In het verleden is een deel van het perceel bebouwd en/of verhard geweest. Dit bevond zich op het oostelijk deel van de locatie;
•
Op basis van de asbestkansenkaart van de Provincie Gelderland is de locatie gelegen in een gebied waarbij een matige tot grote kans aanwezig is op asbest in de bodem. Dit is vermoedelijk op basis van de voormalige bebouwing ter plaatse van en/of rondom de onderzoekslocatie. Een direct verontreinigingsbeeld is niet te herleiden. Aan de directe oostzijde van de onderzoekslocatie bevindt zich een schuurtje met een asbestverdacht dak. Deze schuur is voorzien van een dakgoot waardoor als gevolg van deze schuur geen sprake is van een asbestverdachte druppelzone binnen de huidige onderzoekslocatie.
Pagina
7 van 21
Datum
22-12-2020
Tot slot is het milieudossier van de locatie Kerkstraat 21, op circa 30 meter ten oosten van de huidige onderzoekslocatie, aangeleverd. Gezien de afstand van deze locatie tot de huidige onderzoekslocatie is het milieudossier niet volledig doorgenomen. Uit een vluchtige beoordeling valt wel te herleiden dat op het terrein een autobedrijf aanwezig is geweest. Op de locatie bevonden zich vijf ondergrondse brandstoftanks. Deze tanks bevonden zich allen direct rondom de aanwezige bebouwing op ruim 60 meter afstand van de huidige onderzoekslocatie. Ter plaatse van meerdere tanks en bijhorende componenten is in grond en grondwater een (lichte tot sterke) verontreiniging met olieproducten aangetoond. In het milieudossier is een plan van aanpak uit 1995 opgenomen voor het saneren van de olieverontreinigingen. Als saneringsdoelstelling is daarin het saneren tot de streefwaarde opgenomen. Een evaluatierapport is echter niet aanwezig in de geleverde stukken. Wel zijn de certificaten aanwezig van de sanering van drie ondergrondse tanks. Deze tanks zijn in 1997 gesaneerd door middel van reinigingen en verwijdering. Uit een notitie valt op te maken dat twee tanks aan de noordzijde van het terrein enkel gespoeld zijn.
Hoewel niet bekend is of de olieverontreinigingen zijn gesaneerd, wordt op basis van de afstand tot de huidige onderzoekslocatie (ruim 60 m) en doordat de omvang van de verontreinigingen tijdens eerdere onderzoeken binnen het perceel Kerkstraat 21 in beeld zijn gebracht niet verwacht dat de (voormalige) verontreinigingen een negatief effect hebben op de bodemkwaliteit ter plaatse van de huidige onderzoekslocatie. Rapport: Verontreinigingssituatie autowrakkenterreinen in de provincie Gelderland, door Grontmij N.V., Ge/000/04, 1985 Het onderzoeksrapport heeft betrekking op twee (voormalige) autowrakkenterreinen in en/of in de directe omgeving van Rossum. Hiervan bevindt één locatie (Kerkstraat 21) zich op circa 30 meter ten oosten van de huidige onderzoekslocatie. De tweede locatie ligt op circa vier kilometer van de kern Rossum en is derhalve niet relevant. Ter plaatse van de Kerkstraat 21 is sinds circa 1875 een autowrakkenterrein aanwezig (geweest). Per jaar werden circa 50 wrakken verwerkt. Tijdens de uitvoering van het onderzoek zijn zintuiglijk geen bijzonderheden waargenomen. Analytisch zijn enkele zware metalen licht verhoogd gemeten in de toplaag van de bodem. Minerale olie werd niet verhoogd gemeten. Verder onderzoek en/of bodemsanering werd niet noodzakelijk geacht.
Rapport: Verkennend bodemonderzoek Hogeweg 7 te Rossum, door Verhoeven Milieutechniek B.V., 96.0358, d.d. 19 maart 1996 De onderzochte locatie bevindt zich direct ten noorden van de huidige onderzoekslocatie. Op de locatie bevond zich een woning met smederij. Tot een diepte van circa 1,0 m-mv is zintuiglijk een puin- en kolengruis bijmenging waargenomen. In de bovengrond is analytisch een lichte verontreiniging met koper, lood, zink en PAK aangetoond. In de ondergrond en in het grondwater zijn geen parameters verhoogd gemeten. Conclusie Op de locatie is sprake geweest van een boomgaard. Als gevolg hiervan is de onderzoekslocatie ten aanzien van bestrijdingsmiddelen als verdacht te beschouwen. De voormalige bodem van de watergang is aanvullend onderzocht en potentieel verdacht op parameters uit het standaardpakket en bestrijdingsmiddelen. Ten aanzien van overige chemische parameters en ten aanzien van asbest is geen verontreinigingsbeeld af te leiden en is de onderzoekslocatie derhalve als onverdacht te beschouwen.
Pagina
8 van 21
Datum
22-12-2020
Geohydrologische gegevens Uit de Grondwaterkaart van Nederland (Dienst Grondwaterverkenning TNO) zijn de volgende (hydro)geologische gegevens afkomstig:
Ter plaatse van de onderzoekslocatie bestaat de bodem tot ruim 70 m-mv uit (fijne) zandlagen. Vervolgens is tot circa 90 m-mv sprake van een zandige kleilaag waarna tot circa 100 m-mv opnieuw sprake is van (grof) zand.
De stroming van het freatische grondwater in het eerste watervoerende pakket is ter plaatse van de onderzoekslocatie niet eenduidig te herleiden maar globaal in oostelijke richting, richtin de Maas. Lokaal kan de grondwaterstroming van deze richting afwijken. De onderzoekslocatie bevindt zich voor zover bekend niet in een grondwaterbeschermingsgebied, waterwingebied en/of boringsvrije zone.
Pagina
9 van 21
Datum
22-12-2020
3.
Uitvoering onderzoek
3.1
Hypothese
In het kader van de NEN 5740 is een hypothese gesteld over het karakter van de onderzoekslocatie. Op basis van de resultaten van het vooronderzoek (hoofdstuk 2) wordt de locatie beschouwd als "verdacht" ten aanzien van bestrijdingsmiddelen en beschouwd als “onverdacht” ten aanzien van overige chemische parameters. De hypothese vormt het uitgangspunt van de gevolgde onderzoeksstrategie tijdens dit onderzoek.
3.2
Onderzoeksstrategie
Aangezien ten aanzien van bestrijdingsmiddelen geen verontreinigingsbeeld valt af te leiden en de locatie ten aanzien van overige chemische parameters als onverdacht wordt beschouwd, wordt de locatie onderzocht conform de strategie voor een ‘onverdachte niet-lijnvormige locatie’ (ONV-NL). In aanvulling op deze onderzoeksstrategie wordt de toplaag van de bodem (tot circa 0,3 m-mv) aanvullend onderzocht op de aanwezigheid van bestrijdingsmiddelen. De oppervlakte van de onderzoekslocatie bedraagt circa 765 m2. Conform de gehanteerde onderzoeksstrategie kan afgeleid worden dat in totaal vier boringen tot 0,5 meter diepte, één boring tot circa 2,0 m-mv of de heersende grondwaterstand en één boring tot circa 1,5 meter onder de heersende grondwaterstand uitgevoerd moeten worden. De boring tot onder de grondwaterspiegel zal met een peilbuis worden afgewerkt voor het grondwateronderzoek.
3.3
Uitvoering veldwerk
Het veldwerk is uitgevoerd op 12 juni 2019 door de heer E.C. Karperien van Lycens B.V.. De veldwerkzaamheden zijn onder certificaat (K46918/09) uitgevoerd conform de BRL SIKB 2000: ‘veldwerk bij milieuhygiënisch bodemonderzoek’ en de daarbij behorende protocollen. Voor aanvang van de veldwerkzaamheden is een maaiveldinspectie uitgevoerd. De inspectie-efficiency wordt in verband met de aanwezige vegetatie geschat op 70-90%.
Vervolgens zijn in totaal zes boringen verricht. Hiervan zijn vier boringen verricht tot circa 0,5 m-mv, één boring tot circa 2,0 m-mv en één boring tot circa 3,5 m-mv welke is afgewerkt met een peilbuis. Het filter van de peilbuis staat op een diepte van circa 2,5 tot 3,5 m-mv. De peilbuis is na plaatsing op 12 juni 2019 en voor bemonstering conform NEN 5744:2011 op 19 juni 2019 door de heer E.C. Karperien doorgepompt. De posities van de onderzoekspunten zijn op de tekening in bijlage 2 weergegeven.
Het vrijkomende materiaal is zintuiglijk beoordeeld op samenstelling, geur, kleur en overige bijzonderheden die kunnen duiden op een mogelijke bodemverontreiniging. De resultaten zijn samengevat beschreven in paragraaf 3.4. De uitgetekende bodemprofielen zijn opgenomen in bijlage 3.
Pagina
10 van 21
Datum
22-12-2020
3.4
Zintuigelijke waarnemingen
Tijdens de maaiveldinspectie zijn op het maaiveld van de locatie geen asbestverdachte materialen of overige bijzonderheden waargenomen die duiden op een mogelijke verontreiniging.
Uit de bodemprofielen blijkt dat de bodem ter plaatse van de onderzoekslocatie hoofdzakelijk uit (zandig) klei bestaat. In de ondergrond is plaatselijk een dunne matig fijne zandlaag aanwezig. Aan het vrijkomende materiaal zijn tijdens het uitvoeren van de veldwerkzaamheden zintuiglijk geen waarnemingen gedaan die duiden op een mogelijke bodemverontreiniging. Er zijn tevens geen waarnemingen gedaan welke duiden op een mogelijk verontreiniging met asbest in de bodem.
Tijdens het uitvoeren van het veldwerk is een gemiddelde grondwaterstand waargenomen van circa 2,0 m-mv. De grondwaterstand kan afhankelijk van seizoen en positie op de locatie variëren.
3.5
Uitvoering laboratoriumonderzoek
Bij de uitvoering van het laboratoriumonderzoek is de gehanteerde onderzoeksstrategie in de NEN-5740 als leidraad gebruikt (bijlage 7). Het onderzoek is uitgevoerd door het laboratorium "Eurofins Analytico B.V." te Barneveld dat geaccrediteerd is volgens de AS3000. Voor het inschatten van de risico's van eventueel aanwezige verontreinigingen zijn de analyseresultaten (meetwaarden) van het laboratorium gestandaardiseerd (GSSD) en vervolgens getoetst aan de streef-, achtergrond- en interventiewaarden bodemsanering (bijlage 6). Het toets resultaat wordt weergegeven als index en geeft de verhouding weer tussen het gemeten gehalte en de streef-, achtergrond- en interventiewaarden.
Voor de beoordeling van de kwaliteit van de grond en het grondwater is één mengmonster van de bovengrond, één mengmonster van de ondergrond en één grondwatermonster chemisch-analytisch onderzocht op het standaardpakket (bijlage 7). Verder is van de toplaag van de bodem één mengmonster onderzocht op de aanwezigheid van bestrijdingsmiddelen (OCB). In tabel 3.1 op de volgende pagina is de monstercodering, de samenstelling en het doel van het (samengestelde meng-) monster weergegeven.
Pagina
11 van 21
Datum
22-12-2020
Tabel 3.1: Samenstelling van de (meng)monsters Monstercode
Monsters
Diepte (m-mv)
Analysepakket
Doel
01-1 02-1 03-2 04-2 05-2 06-2 01-3 01-4 01-6 02-2 02-3 02-4 01-2 02-5 03-1 04-1 05-1 06-1
0,00-0,50 0,00-0,50 0,00-0,50 0,00-0,50 0,00-0,50 0,00-0,50 0,50-1,00 1,00-1,50 1,70-2,00 0,50-1,00 1,00-1,50 1,50-1,90 0,00-0,30 0,00-0,30 0,00-0,30 0,00-0,30 0,00-0,30 0,00-0,30
Standaardpakket grond
Vaststellen milieuhygienische kwaliteit bovengrond
Standaardpakket grond
Vaststellen milieuhygienische kwaliteit ondergrond
Bestrijdingsmiddelen (OCB)
Vaststellen milieuhygienische kwaliteit toplaag ten aanzien van bestrijdingsmiddelen
2,50-3,50
Standaardpakket grondwater
Vaststellen milieuhygienische kwaliteit grondwater
Grond MM BG
MM OG
MM TL
Grondwater 01-1-1
Opgemerkt wordt dat de ondergrond bestaande uit zand ter plaatse van de boringen 01 en 02 niet onderzocht is. Dit aangezien het niet toegestaan is monsters met afwijkende texturen te mengen. Aangenomen wordt dat de chemische kwaliteit van de zintuiglijk vergelijkbare ondergrond bestaande uit zand vergelijkbaar is met of zelfs beter is dan de onderzochte ondergrond bestaande uit klei.
Pagina
12 van 21
Datum
22-12-2020
4.
Resultaten
De laboratoriumrapporten zijn opgenomen in bijlage 5. In bijlage 4 zijn de analyseresultaten getoetst aan de streef-, achtergrond- en interventiewaarden.
4.1
Analyseresultaten grond
Tabel 4.1 geeft een volledig overzicht van de interpretatie van de analyseresultaten van de grond(meng)-monsters. Indien er gestandaardiseerde gehalten zijn aangetoond groter dan de achtergrondwaarde, zijn tevens de meetwaarden vermeld in milligram per kilogram droge stof (mg/kg ds). Naast de meetwaarde is tevens het gestandaardiseerde gehalte (GSSD) en de index weergegeven. De niet weergegeven parameters overschrijden de achtergrondwaarde niet.
Tabel 4.1: Interpretatie van de analyseresultaten van de grond(meng)monsters (Meng)monster
Parameter
Meetwaarde
GSSD
Index
Monsterconclusie
MM BG
Barium
*
-
-
Overschrijding van de achtergrondwaarde
Koper
32
44
0,03
Zink
170
245
0,18
Cadmium
0,62
0,82
0,02
Kwik
0,15
0,18
0
Lood
74
92
0,09
Barium
*
-
-
Nikkel
33
36
0,02
DDE
0,12
0,23
0,06
DDD
0,011
0,020
0
MM OG
MM TL ≤0 ≥0<0.5 ≥0.5<1 ≥1 *
: : : : : :
Voldoet aan de achtergrondwaarde
Overschrijding van de achtergrondwaarde
niet bepaald kleiner dan of gelijk aan de achtergrondwaarde groter dan de achtergrondwaarde, kleiner dan ½(achtergrondwaarde+interventiewaarde) gelijk aan of groter dan ½(achtergrondwaarde+interventiewaarde) gelijk aan of groter dan de interventiewaarde de normwaarden voor barium zijn tijdelijk buiten werking gesteld, met uitzondering van duidelijk antropogene verontreinigingen
Bespreking resultaten In de bovengrond zijn diverse zware metalen in licht verhoogde gehalten gemeten. De gemeten gehalten overschrijden de achtergrondwaarden in geringe mate en worden gerelateerd aan het gebruik van de locatie door de jaren heen. In de directe omgeving van de onderzoekslocatie zijn dergelijke gehalten eerder gemeten.
Pagina
13 van 21
Datum
22-12-2020
In de ondergrond is verder een licht verhoogd gehalte aan nikkel aangetoond. Het gemeten gehalte wordt eveneens gerelateerd aan het gebruik van de locatie door de jaren heen. Aangezien minimaal 7 parameters zijn onderzocht, het gehalte aan nikkel kleiner is dan tweemaal de voor deze parameter geldende achtergrondwaarde en tevens de maximale waarde voor de kwaliteitsklasse wonen niet wordt overschreden, is geen sprake van een overschrijding van de achtergrondwaarde.
In de toplaag van de bodem zijn tot slot licht verhoogde gehalten aan de bestrijdingsmiddelen DDD en DDE gemeten. De gemeten gehalten overschrijden de achtergrondwaarden in geringe mate en worden gerelateerd aan het voormalige gebruik van de locatie als boomgaard.
Aangezien in de boven- en ondergrond hooguit licht verhoogde gehalten zijn gemeten vormt de kwaliteit van de boven- en ondergrond geen belemmering voor de geplande bestemmingsplanwijziging, de geplande herinrichting van de locatie en de geplande aanvraag van een omgevingsvergunning, activiteit bouwen.
4.2
Analyseresultaten grondwater
Tabel 4.2 geeft een overzicht van de peilbuisspecificaties en de analyseresultaten van het grondwatermonster. Indien er concentraties zijn gemeten hoger dan de streefwaarde, dan zijn de betreffende parameters en concentraties vermeld in microgram per liter (µg/l). Tevens zijn de index en de monsterconclusie weergegeven.
Tabel 4.2: Interpretatie van de analyseresultaten van het grondwatermonster Peil-
Filter-
Grondwater-
buis
stelling
stand (m-mv)
Parameter
Meetwaarde/
Index
GSSD
Monster-
Troebelheid
Zuurgraad
Geleidings-
conclusie
(NTU)
(pH)
vermogen
Overschrijding
23#
(m-mv) 01-1-1
(µS/cm)
2,50-3,50
2,05
Barium
140
0,16
7,1
755
streefwaarde ≤0 >0≤0.5 >0.5<1 ≥1 #
: : : : : :
niet onderzocht kleiner dan of gelijk aan de streefwaarde groter dan de streefwaarde, gelijk aan of kleiner dan ½(streefwaarde+interventiewaarde) groter dan ½(streefwaarde+interventiewaarde) gelijk aan of groter dan de interventiewaarde de gemeten troebelheid is hoger dan 10 NTU. Tijdens monstername is vastgesteld dat het maximale onttrekkingsdebiet 500 ml/min bedroeg, de verlaging van het waterniveau in de peilbuis niet meer dan 50 centimeter bedroeg en het filterdeel niet belucht is. Tevens was tijdens de bemonstering sprake van een constante EGV. Aangezien aan de eisen uit de NEN 5744:2011 is voldaan, is ondanks de hoger gemeten NTU overgegaan tot bemonstering. De gemeten troebelheid wordt niet van invloed geacht op de analyseresultatenok
Bespreking resultaten Uit de analyseresultaten blijkt dat het grondwater een licht verhoogde concentratie aan barium bevat. Aangezien met betrekking tot de verhoogde concentratie geen antropogene bron bekend is, is barium vermoedelijk van nature in een verhoogde concentratie in het grondwater aanwezig. De gemeten concentratie overschrijdt de streefwaarde in geringe mate en vormt geen belemmering voor de geplande bestemmingsplanwijziging, de geplande herinrichting van de locatie en de geplande aanvraag van een omgevingsvergunning, activiteit bouwen.
Pagina
14 van 21
Datum
22-12-2020
5.
Uitvoering en resultaten aanvullend onderzoek
5.1
Hypothese
De slibhoudende bodem van de voormalige watergang wordt als potentieel verdacht beschouwd ten aanzien van parameters uit het standaardpakket en bestrijdingsmiddelen. Een direct verontreinigingsbeeld valt echter niet af te leiden. Ten aanzien van asbest wordt de slibhoudende laag, doordat tijdens het verkennend bodemonderzoek geen bijmengingen met puin en/of asbestverdacht materiaal is aangetroffen, als onverdacht beschouwd. De hypothese vormt het uitgangspunt van de gevolgde onderzoeksstrategie tijdens dit onderzoek.
5.2
Onderzoeksstrategie
Het sloottracé wordt onderzocht conform de strategie voor een verdachte locatie met een plaatselijke bodembelasting met een duidelijke verontreinigingskern (VEP). Als uitgangspunt is aangehouden dat het voormalige sloottracé een breedte heeft van maximaal circa 3 meter. Daarmee bedraagt de oppervlakte binnen de huidige onderzoekslocatie circa 90 m2. Conform de gehanteerde onderzoeksstrategie dienen drie boringen te worden verricht waarvan één boring afgewerkt wordt met een peilbuis. Tijdens het verkennend bodemonderzoek is de boring waarin de sliblaag is aangetroffen echter reeds afgewerkt met een peilbuis. Om die reden wordt geen nieuwe peilbuis geplaatst. Om het sloottracé zo goed mogelijk in kaart te brengen worden in afwijking op de gehanteerde strategie twee raaien van drie boringen verricht. Dit betekent dat in totaal zes boringen worden verricht.
Verder wordt in aanvulling op bovengenoemde strategie één aanvullende boring verricht ter plaatse van boring 01 uit het verkennend bodemonderzoek en wordt één aanvullende boring verricht op het door de omgevingsdienst veronderstelde sloottracé en waarvan in hoofdstuk 2 is beschreven dat dit vanwege vermoedelijke verschuiving van het kaartmateriaal de gevelgrens aan de oostzijde van de onderzoekslocatie betreft. Laatstgenoemde boring dient ter vaststelling of ter hoogte van deze boring sprake is van een slibhoudende bodemlaag en daarmee een demping van een watergang.
5.3
Uitvoering veldwerk
Het veldwerk is uitgevoerd op 10 november 2020 door de heer E.C. Karperien en N. Ruiter (boormeester in opleiding) van Lycens B.V.. De veldwerkzaamheden zijn onder certificaat (K46918/09) uitgevoerd conform de BRL SIKB 2000: ‘veldwerk bij milieuhygiënisch bodemonderzoek’ en de daarbij behorende protocollen.
In totaal zijn acht boringen verricht tot circa 2,0 m-mv. De boringen 50 t/m 52 zijn op het noordelijk deel van het sloottracé verricht. De boringen 53 t/m 55 zijn verricht op het zuidelijk deel van het sloottracé. Boring 56 verricht ter plaatse van het door de omgevingsdienst veronderstelde sloottracé en waarvan in hoofdstuk 2 is beschreven dat dit vanwege vermoedelijke verschuiving van het kaartmateriaal de gevelgrens aan de oostzijde van de onderzoekslocatie betreft. Boring 57 is tot slot ter plaatse van boring 01 verricht ter monstername van de slibhoudende bodemlaag.
Pagina
15 van 21
Datum
22-12-2020
De posities van de onderzoekspunten zijn op de tekening in bijlage 2 weergegeven. Het vrijkomende materiaal is zintuiglijk beoordeeld op samenstelling, geur, kleur en overige bijzonderheden die kunnen duiden op een mogelijke bodemverontreiniging. De resultaten zijn samengevat beschreven in paragraaf 5.4. De uitgetekende bodemprofielen zijn opgenomen in bijlage 3.
5.4
Zintuigelijke waarnemingen
Uit de bodemprofielen blijkt dat de bodem ter plaatse van het aanvullend onderzochte terreindeel hoofdzakelijk uit (zandig) klei bestaat. In de ondergrond is plaatselijk een dunne matig fijne zandlaag aanwezig. Ter plaatse van de boringen 50 t/m 52 op het noordelijk voormalig sloottracé zijn van circa 1,8 tot 2,0 m-mv sporen slib en een zwakke bijmenging met kooldeeltjes waargenomen. Ter plaatse van de drie boringen op het zuidelijk deel van het sloottracé (53 t/m 55) alsmede de boring ter plaatse van het door de omgevingsdienst veronderstelde sloottracé (boring 56) zijn geen slibhoudende bodemlagen aangetroffen. Ter plaatse van boring 57, verricht ter plaatse van boring 01 uit het verkennend bodemonderzoek, is opnieuw een zwak slib- en plantenrestenhoudende bodemlaag aangetroffen. De diepte van deze bodemlaag bedraagt circa 1,6 tot 1,8 m-mv terwijl deze laag eerder van circa 1,5 tot 1,7 m-mv werd aangetroffen. Waar het hoofdbestandsdeel van de bodem eerder uit zand bestond is deze nu als klei beoordeeld. Aangezien de veldwerkzaamheden van het verkennend en aanvullend bodemonderzoek door dezelfde veldwerker zijn uitgevoerd kan geen directe verklaring voor dit verschil gegeven worden.
Verder zijn er overeenkomstig het eerdere onderzoek geen waarnemingen gedaan welke duiden op een mogelijke verontreiniging met asbest in de bodem. Ook in de slibhoudende bodemlagen is geen asbestverdacht materiaal aangetroffen. Aanvullend asbestonderzoek van de slibhoudende lagen is om die reden niet noodzakelijk. Tijdens het uitvoeren van het veldwerk is de grondwaterstand waargenomen tussen circa 1,5 en 2,0 m-mv. De grondwaterstand kan afhankelijk van seizoen en positie op de locatie variëren.
5.5
Uitvoering laboratoriumonderzoek
Bij de uitvoering van het laboratoriumonderzoek is de gehanteerde onderzoeksstrategie in de NEN-5740 als leidraad gebruikt. Het onderzoek is uitgevoerd door het laboratorium "Eurofins Analytico B.V." te Barneveld dat geaccrediteerd is volgens de AS3000. Voor het inschatten van de risico's van eventueel aanwezige verontreinigingen zijn de analyseresultaten (meetwaarden) van het laboratorium gestandaardiseerd (GSSD) en vervolgens getoetst aan de streef-, achtergrond- en interventiewaarden bodemsanering (bijlage 6). Het toetsresultaat wordt weergegeven als index en geeft de verhouding weer tussen het gemeten gehalte en de streef-, achtergrond- en interventiewaarden. Voor de beoordeling van de kwaliteit van de slibhoudende grond is één mengmonster van de slibhoudende ondergrond uit de boringen 50 t/m 52 samengesteld en is het slibhoudende monster uit de ondergrond ter plaatse van boring 57 geselecteerd voor analyse. Beide (meng)monsters zijn chemisch-analytisch onderzocht op het standaardpakket (bijlage 7) aangevuld met bestrijdingsmiddelen. In tabel 5.1 op de volgende pagina is de monstercodering, de samenstelling en het doel van het (samengestelde meng-) monster weergegeven.
Pagina
16 van 21
Datum
22-12-2020
Tabel 5.1: Samenstelling van de (meng)monsters Monstercode
Monsters
Diepte (m-mv)
Analysepakket
Doel
MM OG 1
50-1 51-1 52-1 57-1
1,80-2,00 1,80-2,00 1,80-2,00 1,60-1,80
Standaardpakket grond, OCB
Vaststellen milieuhygienische kwaliteit slib- en kolengruishoudende ondergrond Vaststellen milieuhygienische kwaliteit slibhoudende ondergrond
MM OG 2
5.6
Standaardpakket grond, OCB
Analyseresultaten
Tabel 5.2 geeft een volledig overzicht van de interpretatie van de analyseresultaten van de grond(meng)monsters. Indien er gestandaardiseerde gehalten zijn aangetoond groter dan de achtergrondwaarde, zijn tevens de meetwaarden vermeld in milligram per kilogram droge stof (mg/kg ds). Naast de meetwaarde is tevens het gestandaardiseerde gehalte (GSSD) en de index weergegeven. De niet weergegeven parameters overschrijden de achtergrondwaarde niet. De laboratoriumrapporten zijn opgenomen in bijlage 5. In bijlage 4 zijn de analyseresultaten getoetst aan de streef-, achtergrond- en interventiewaarden.
Tabel 5.2: Interpretatie van de analyseresultaten van de grond(meng)monsters (Meng)monster
Parameter
Meetwaarde
GSSD
Index
Monsterconclusie
MM OG 1
Barium
*
-
-
Voldoet aan de achtergrondwaarde
Cadmium
0,5
0,7
0,01
Zink
150
185
0,08
Barium
*
-
-
Cadmium
0,6
0,8
0,02
Koper
38
49
0,06
Nikkel
28
36
0,02
Zink
170
221
0,14
MM OG 2
≤0 ≥0<0.5 ≥0.5<1 ≥1 *
: : : : : :
Overschrijding van de achtergrondwaarde
niet bepaald kleiner dan of gelijk aan de achtergrondwaarde groter dan de achtergrondwaarde, kleiner dan ½(achtergrondwaarde+interventiewaarde) gelijk aan of groter dan ½(achtergrondwaarde+interventiewaarde) gelijk aan of groter dan de interventiewaarde de normwaarden voor barium zijn tijdelijk buiten werking gesteld, met uitzondering van duidelijk antropogene verontreinigingen
Bespreking resultaten In het mengmonster van de slibhoudende ondergrond op het noordelijk sloottracé zijn licht verhoogde gehalten aan cadmium en zink aangetoond. De gemeten gehalten overschrijden de achtergrondwaarden in geringe mate. De gemeten gehalten zijn echter kleiner dan twee maal de voor deze parameters geldende achtergrondwaarde en overschrijden niet de maximale waarde voor de kwaliteitsklasse wonen. Omdat meer dan zeven parameters zijn onderzocht voldoet de grond aan de achtergrondwaarde. Bestrijdingsmiddelen zijn niet verhoogd gemeten.
Pagina
17 van 21
Datum
22-12-2020
In de slibhoudende ondergrond ter plaatse van boring 01/57 zijn licht verhoogde gehalten aan diverse zware metalen aangetoond. De gemeten gehalten overschrijden de achtergrondwaarden in geringe mate. Bestrijdingsmiddelen zijn niet verhoogd gemeten. De licht verhoogde gehalten worden gerelateerd aan het gebruik van de locatie door de jaren heen en/of de aanwezigheid van slibhoudende materialen in de ondergrond. Tijdens het verkennend bodemonderzoek (hoofdstuk 4) zijn in de boven- en ondergrond eveneens diverse zware metalen licht verhoogd gemeten. De milieuhygienische kwaliteit van de slibhoudende grond wijkt daarmee niet significant af van de bodemkwaliteit op het overig terreindeel. Aangetoond is dat de slibhoudende ondergrond niet sterk verontreinigd is. De milieuhygienische kwaliteit van de slibhoudende ondergrond vormt overeenkomstig de eerdere resultaten geen belemmering voor de geplande bestemmingsplanwijziging, de geplande herinrichting van de locatie en de geplande aanvraag van een omgevingsvergunning, activiteit bouwen.
Pagina
18 van 21
Datum
22-12-2020
6.
Conclusies
In opdracht van Van Rooij Bouwontwerp & Adviesburo heeft Lycens B.V. een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd op een ongenummerde locatie aan de Oude Kruisstraat te Rossum (Gelderland).
De aanleiding voor het onderzoek is de geplande bestemmingsplanwijziging, de geplande herinrichting van de locatie en de geplande aanvraag van een omgevingsvergunning, activiteit bouwen.
Het doel van het onderzoek is het bepalen van de bodemkwaliteit op de locatie en daarmee mogelijke verontreinigingen in grond en grondwater te signaleren welke consequenties kunnen hebben voor de geplande bestemmingsplanwijziging, de geplande herinrichting van de locatie en de geplande aanvraag van een omgevingsvergunning (activiteit bouwen).
Op grond van de beschikbare gegevens (resultaten vooronderzoek, zintuiglijke waarnemingen gedaan tijdens het veldwerk en de analyseresultaten) kan het volgende worden geconcludeerd:
6.1
Resultaten grond
In de bovengrond zijn diverse zware metalen in licht verhoogde gehalten gemeten. De gemeten gehalten overschrijden de achtergrondwaarden in geringe mate en worden gerelateerd aan het gebruik van de locatie door de jaren heen.
In de ondergrond is een licht verhoogd gehalte aan nikkel aangetoond. Op basis van de rekenregels voldoet de grond aan de achtergrondwaarde. In de slibhoudende ondergrond zijn licht verhoogde gehalten aan diverse zware metalen aangetoond. De gemeten gehalten overschrijden de achtergrondwaarden in geringe mate. De gemeten gehalten worden eveneens gerelateerd aan het gebruik van de locatie door de jaren heen en/of de aanwezigheid van het slibhoudende materiaal. Bestrijdingsmiddelen zijn niet verhoogd gemeten in de slibhoudende ondergrond.
In de toplaag van de bodem zijn tot slot licht verhoogde gehalten aan de bestrijdingsmiddelen DDD en DDE gemeten. De gemeten gehalten overschrijden de achtergrondwaarden in geringe mate en worden gerelateerd aan het voormalige gebruik van de locatie als boomgaard.
Aangezien in de boven- en ondergrond hooguit licht verhoogde gehalten zijn gemeten vormt de kwaliteit van de boven- en ondergrond geen belemmering voor de geplande bestemmingsplanwijziging, de geplande herinrichting van de locatie en de geplande aanvraag van een omgevingsvergunning, activiteit bouwen.
Pagina
19 van 21
Datum
22-12-2020
6.2
Resultaten grondwater
In het grondwater is een licht verhoogde concentratie aan barium aangetoond. De gemeten concentratie overschrijdt de streefwaarde in geringe mate en vormt geen belemmering voor de geplande bestemmingsplanwijziging, de geplande herinrichting van de locatie en de geplande aanvraag van een omgevingsvergunning, activiteit bouwen. Aangezien met betrekking tot de licht verhoogde concentratie aan barium geen antropogene bron bekend is, is barium vermoedelijk van nature in een verhoogde concentratie in het grondwater aanwezig.
6.3
Conclusies en aanbevelingen
De opzet van het uitgevoerde onderzoek heeft geleid tot een goed beeld van de bodemkwaliteit ter plaatse van de onderzoekslocatie. Uit de resultaten van het verkennend bodemonderzoek kan worden geconcludeerd dat er, ons inziens, milieuhygiënisch gezien geen belemmeringen zijn voor de geplande bestemmingsplanwijziging, de geplande herinrichting van de locatie en de geplande aanvraag van een omgevingsvergunning, activiteit bouwen.
De gestelde hypothese dat de locatie als "verdacht" beschouwd kan worden ten aanzien van bestrijdingsmiddelen is op basis van de gemeten licht verhoogde gehalten aan DDD en DDE juist gebleken. De gestelde hypothese dat het sloottracé als "verdacht" beschouwd kan worden ten aanzien van chemische parameters is op basis van de gemeten licht verhoogde gehalten aan zware metalen juist gebleken. De gestelde hypothese dat het overige deel van de locatie ten aanzien van overige chemische parameters als "onverdacht" beschouwd kan worden is op basis van de licht verhoogde gehalten cq. concentraties aan enkele zware metalen in grond en grondwater niet juist gebleken. De gevolgde onderzoeksstrategie geeft een representatief beeld van de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem ter plaatse van de onderzoekslocatie. Bovendien vormen de gemeten gehalten (grond) en concentraties (grondwater) geen belemmering voor de geplande bestemmingsplanwijziging, de geplande herinrichting van de locatie en de geplande aanvraag van een omgevingsvergunning, activiteit bouwen.
Pagina
20 van 21
Datum
22-12-2020
7.
Betrouwbaarheid onderzoek
Het onderhavige onderzoek is op zorgvuldige wijze verricht volgens de algemeen gebruikelijke inzichten en methoden. Lycens B.V. streeft bij elk bodemonderzoek naar een optimale representativiteit.
Hoewel voldaan wordt aan de wettelijke verplichtingen, is onderhavig onderzoek gebaseerd op het verrichten van een beperkt aantal boringen en het nemen en analyseren van een beperkt aantal monsters. Hierdoor blijft het mogelijk dat plaatselijke afwijkingen in de samenstelling van grond en/of grondwater aanwezig zijn welke tijdens het onderzoek niet naar voren zijn gekomen. Lycens B.V. is niet aansprakelijk voor hieruit voortvloeiende schade of gevolgen van welke aard ook.
Hierbij wordt er tevens op gewezen dat het uitgevoerde bodemonderzoek een momentopname is. Beïnvloeding van grond- en grondwaterkwaliteit zal ook plaats kunnen vinden na uitvoering van dit onderzoek (bijvoorbeeld door bouwrijp maken of aanvoer van grond van elders). Naarmate er een langere tijd is verlopen na uitvoering van het onderzoek, dient meer voorzichtigheid/voorbehoud te worden betracht bij het gebruik van de onderzoeksresultaten.
Pagina
21 van 21
Datum
22-12-2020
BIJLAGE I LOCATIEKAART
Onderzoekslocatie
Onderdeel Schaal Projectnummer Opdrachtgever
: : : :
Locatiekaart 1:25.000 (Bron: Topografische kaart van Nederland) 2019-0212 Van Rooij Bouwontwerp & Adviesburo
BIJLAGE 2 SITUATIETEKENING
N W
13
O
9
Z Legenda Boring tot 0,5 m-mv Boring tot 2,0 m-mv Boring met peilbuis
11
Onderzoekslocatie Perceelgrens Bebouwing Gedempte sloot Door omgevingsdienst verondersteld sloottracé 02
Kadastraal bekend Gemeente: Maasdriel Sectie: F Nummer(s):509
2
03
50
51
52
06 57 01 04 56
53
54
55
1
05
de Ou
3
t raa sst i u Kr
5
10
7
12
Opdrachtgever
Van Rooij Bouwontwerp & Advies
14 9
16
18
11
Type onderzoek
Verkennend bodemonderzoek
Locatie
Oude Kruisstraat te Rossum (Gld.)
Fase
Definitief
Tekening
Situatietekening
Projectleider
B. Franke
info@lycens.nl T 0541 570 730
Uitvoeringsdatum
2019-2020
Copyright © Lycens BV
Projectnummer Bladnummer Getekend Schaal 0
2
2019-0212 1/1 H. Pit 1 à 200 4
6
8
10m.
BIJLAGE 3 BOORPROFIELEN
Bijlage 3
Boring: 01
Boring: 02 0
0
gras Klei, zwak zandig, zwak humeus, donkerbruin, Edelmanboor
2
0
0
Klei, matig zandig, matig humeus, donkerbruin, Edelmanboor
5
1
gras
1
50
50
3
2
100
100
Klei, zwak zandig, zwak roesthoudend, roestbruin, Edelmanboor
100
100
4
Klei, zwak zandig, zwak humeus, zwak roesthoudend, roestbruin, Edelmanboor 3
150
150 5
170
Zand, matig fijn, uiterst siltig, zwak plantenhoudend, matig slibhoudend, donkergrijs, Edelmanboor
150
4
Klei, matig siltig, matig roesthoudend, neutraal roestgrijs, Edelmanboor
6 200
200
Klei, matig zandig, sterk roesthoudend, bruinroest, Edelmanboor
195 200
200
Zand, uiterst fijn, sterk siltig, grijs, Edelmanboor
250
250
Klei, matig siltig, neutraalgrijs, Edelmanboor
300
350
350
Boring: 03
Boring: 04 0
0
gras Klei, matig zandig, matig humeus, donkerbruin, Edelmanboor
1
0
0
2
50
50
50
50
Boring: 05
Boring: 06 0
0
gras Klei, matig zandig, matig humeus, donkerbruin, Edelmanboor
1
0
0
gras Klei, matig zandig, matig humeus, donkerbruin, Edelmanboor
1
2
50
Klei, matig zandig, matig humeus, donkerbruin, Edelmanboor
1
2
gras
2
50
50
50
Projectcode: Opdrachtgever:
2019-0212 Van Rooij Bouwontwerp & Adviesburo
Boormeester: Projectleider:
E. Karperien Rob Fieten
Projectnaam:
Oude Kruisstraat te Rossum
Schaal:
1: 30
getekend volgens NEN 5104
Bijlage 3
Boring: 50
Boring: 51 0
0
tuin Klei, sterk zandig, donkerbruin, Edelmanboor
50
50
Klei, matig zandig, sporen roest, licht beigebruin, Edelmanboor
100
100
Klei, matig zandig, zwak roesthoudend, licht beigebruin, Edelmanboor
150
150
Klei, matig zandig, zwak roesthoudend, licht beigebruin, Edelmanboor
0
0
Klei, sterk zandig, donkerbruin, Edelmanboor
50
50
Klei, matig zandig, sporen roest, licht beigebruin, Edelmanboor
100
100
Klei, matig zandig, zwak roesthoudend, licht beigebruin, Edelmanboor
150
150
Klei, matig zandig, zwak roesthoudend, licht beigebruin, Edelmanboor
180
1 200
200
180
Klei, matig zandig, zwak roesthoudend, sporen slib, zwak kooldeeltjes houdend, licht grijsbruin, Edelmanboor
Boring: 52
1 200
200
Klei, matig zandig, zwak roesthoudend, sporen slib, zwak kooldeeltjes houdend, licht grijsbruin, Edelmanboor
Boring: 53 0
0
tuin Klei, sterk zandig, donkerbruin, Edelmanboor
50
50
Klei, matig zandig, sporen roest, licht beigebruin, Edelmanboor
100
100
Klei, matig zandig, zwak roesthoudend, licht beigebruin, Edelmanboor
150
150
Klei, matig zandig, zwak roesthoudend, licht beigebruin, Edelmanboor
0
0
1 200
Klei, matig zandig, zwak roesthoudend, sporen slib, zwak kooldeeltjes houdend, licht grijsbruin, Edelmanboor
gras Klei, zwak zandig, zwak humeus, donkerbruin, Edelmanboor
50
100
150
100
Klei, zwak zandig, zwak roesthoudend, roestbruin, Edelmanboor
150
Zand, matig fijn, uiterst siltig, donkergrijs, Edelmanboor 170
Klei, matig siltig, matig roesthoudend, neutraal roestgrijs, Edelmanboor
180
200
tuin
200
200
Projectcode: Opdrachtgever:
2019-0212 Van Rooij Bouwontwerp & Adviesburo
Boormeester: Projectleider:
E. Karperien Rob Fieten
Projectnaam:
Oude Kruisstraat te Rossum
Schaal:
1: 30
getekend volgens NEN 5104
Bijlage 3
Boring: 54 0
Boring: 55 0
gras Klei, matig zandig, matig humeus, donkerbruin, Edelmanboor
50
100
150
200
100
Klei, zwak zandig, zwak humeus, zwak roesthoudend, roestbruin, Edelmanboor
150
Klei, sterk zandig, zwak humeus, zwak roesthoudend, roestbruin, Edelmanboor
200
Klei, matig zandig, matig humeus, donkerbruin, Edelmanboor
100
100
Klei, zwak zandig, zwak humeus, zwak roesthoudend, roestbruin, Edelmanboor
150 160
Klei, sterk zandig, zwak humeus, zwak roesthoudend, roestbruin, Edelmanboor
200
200
Boring: 57 0
gras Klei, matig zandig, matig humeus, donkerbruin, Edelmanboor
50
100
gras
50
Boring: 56 0
0
0
0
0
gras Klei, zwak zandig, zwak humeus, donkerbruin, Edelmanboor
50
100
Klei, zwak zandig, zwak humeus, zwak roesthoudend, roestbruin, Edelmanboor
150
100
100
Klei, zwak zandig, zwak roesthoudend, roestbruin, Edelmanboor
150 160 170
1 Klei, sterk zandig, zwak humeus, zwak roesthoudend, roestbruin, Edelmanboor
200
200
180
200
200
Klei, sterk zandig, zwak humeus, zwak slibhoudend, zwak plantenresten houdend, zwak roesthoudend, neutraal grijsbruin, Edelmanboor Klei, sterk zandig, zwak humeus, zwak roesthoudend, neutraal roestbruin, Edelmanboor
Projectcode: Opdrachtgever:
2019-0212 Van Rooij Bouwontwerp & Adviesburo
Boormeester: Projectleider:
E. Karperien Rob Fieten
Projectnaam:
Oude Kruisstraat te Rossum
Schaal:
1: 30
getekend volgens NEN 5104
Legenda (conform NEN 5104)
grind
klei Grind, siltig
geur Klei, zwak siltig
geen geur zwakke geur
Grind, zwak zandig
matige geur
Klei, matig siltig
sterke geur Grind, matig zandig
Klei, sterk siltig
Grind, sterk zandig
Klei, uiterst siltig
uiterste geur
olie geen olie-water reactie zwakke olie-water reactie Grind, uiterst zandig
Klei, zwak zandig
matige olie-water reactie sterke olie-water reactie
Klei, matig zandig
Klei, sterk zandig
zand
uiterste olie-water reactie
p.i.d.-waarde >0
Zand, kleiïg
>1 >10
Zand, zwak siltig
>100
leem
>1000 Zand, matig siltig
Leem, zwak zandig
Zand, sterk siltig
Leem, sterk zandig
Zand, uiterst siltig
>10000
monsters
geroerd monster
overige toevoegingen
ongeroerd monster
zwak humeus volumering
veen Veen, mineraalarm
matig humeus
Veen, zwak kleiïg
sterk humeus
Veen, sterk kleiïg
zwak grindig
Veen, zwak zandig
matig grindig
Veen, sterk zandig
sterk grindig
overig bijzonder bestanddeel Gemiddeld hoogste grondwaterstand grondwaterstand Gemiddeld laagste grondwaterstand slib
water
peilbuis
blinde buis
casing
hoogste grondwaterstand gemiddelde grondwaterstand laagste grondwaterstand zand afdichting bentoniet/mikoliet/klei afdichting
grind afdichting filter
BIJLAGE 4 TOETSING ANALYSERESULTATEN
Tabel 1: Gemeten gehalten in grond met beoordeling conform de Wet Bodembescherming Grondmonster Grondsoort Zintuiglijke bijmengingen
MM BG Klei
Certificaatcode Boring(en) Traject (m -mv) Humus Lutum Datum van toetsing Monsterconclusie
2019085221 01, 02, 03, 04, 05, 06 0,00 - 0,50 4,90 13,30 20-6-2019 Overschrijding Achtergrondwaarde Meetw GSSD Index
% ds % ds
METALEN Kobalt Nikkel Koper Zink Molybdeen Cadmium Barium Kwik Lood
mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds
8,4 21 32 170 <1,5 0,62 130 0,15 74
13,2 32 44 245 <1,1 0,82 209 (6) 0,18 92
PAK Naftaleen Anthraceen Fenanthreen Fluorantheen Chryseen Benzo(a)anthraceen Benzo(a)pyreen Benzo(k)fluorantheen Indeno-(1,2,3-c,d)pyreen Benzo(g,h,i)peryleen PAK 10 VROM
mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds
<0,05 <0,05 0,14 0,28 0,13 0,12 0,11 0,071 0,12 0,11
<0,04 <0,04 0,14 0,28 0,13 0,12 0,11 0,071 0,12 0,11 1,20
<0,010
GECHLOREERDE KOOLWATERSTOFFEN PCB (som 7) mg/kg ds Hexachloorbenzeen (HCB) mg/kg ds PCB 28 mg/kg ds <0,001 PCB 52 mg/kg ds <0,001 PCB 101 mg/kg ds <0,001 PCB 118 mg/kg ds <0,001 PCB 138 mg/kg ds <0,001 PCB 153 mg/kg ds <0,001 PCB 180 mg/kg ds <0,001 BESTRIJDINGSMIDDELEN trans-Heptachloorepoxide Endosulfansulfaat cis-Heptachloorepoxide DDT,DDE,DDD (som, 0.7 factor) HCH (som, 0.7 factor) Heptachloorepoxide (som, 0.7 factor DDT (som, 0.7 factor) DDD (som, 0.7 factor) DDE (som, 0.7 factor) OCB (som, 0.7 factor) OCB (0,7 som, waterbodem) Hexachloorbutadieen alfa-HCH beta-HCH gamma-HCH delta-HCH Isodrin
-0,01 -0,05 0,03 0,18 -0 0,02
MM OG Klei zwak roesthoudend, matig roesthoudend 2019085221 01, 01, 01, 02, 02, 02 0,50 - 2,00 3,10 22,3 20-6-2019 Voldoet aan Achtergrondwaarde Meetw GSSD Index
12 33 21 86 <1,5 0,2 140 <0,05 19
13 36 25 99 <1,1 0,3 153 (6) <0,04 21
<0,05 <0,05 <0,05 <0,05 <0,05 <0,05 <0,05 <0,05 <0,05 <0,05 -0,01
<0,04 <0,04 <0,04 <0,04 <0,04 <0,04 <0,04 <0,04 <0,04 <0,04 <0,35
-0,03
-0,01
<0,016
-0
0 0,09
MM TL Klei
2019085221 01, 02, 03, 04, 05, 06 0,00 - 0,30 5,40 10,00 20-6-2019 Overschrijding Achtergrondwaarde Meetw GSSD Index
-0,01 0,02 -0,1 -0,07 -0 -0,02 -0 -0,06
<0,001
<0,001
mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds
<0,001 <0,002 <0,001 0,17
<0,001 <0,003 (6) <0,001
mg/kg ds mg/kg ds
0,0021 0,0014
mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds
0,042 0,011 0,12 0,18 0,18
mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds
<0,001 <0,001 <0,001 <0,001 <0,001 <0,001
<0,001 <0,001 <0,001 <0,001 <0,001 <0,001 <0,001
<0,001 <0,001 <0,001 <0,001 <0,001 <0,001 <0,001
-0
<0,002 <0,002 <0,002 <0,002 <0,002 <0,002 <0,002
<0,001 <0,001 <0,001 <0,001 <0,001 (6) <0,001
0 -0 -0
Grondmonster Grondsoort Zintuiglijke bijmengingen
MM BG Klei
Certificaatcode Boring(en) Traject (m -mv) Humus Lutum Datum van toetsing Monsterconclusie Telodrin Heptachloor Heptachloorepoxide Aldrin Dieldrin Endrin DDE (som) 2,4-DDE (ortho, para-DDE) 4,4-DDE (para, para-DDE) DDD (som) 2,4-DDD (ortho, para-DDD) 4,4-DDD (para, para-DDD) DDT (som) 2,4-DDT (ortho, para-DDT) 4,4-DDT (para, para-DDT) alfa-Endosulfan beta-Endosulfan Chloordaan (cis + trans) cis-Chloordaan trans-Chloordaan Drins (Aldrin+Dieldrin+Endrin) Som 21 Organochloorhoud. bestrijdingsm
2019085221 01, 02, 03, 04, 05, 06 0,00 - 0,50 4,90 13,30 20-6-2019 Overschrijding Achtergrondwaarde
% ds % ds
mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds
Droge stof Lutum Organische stof (humus)
---------< 8,88 <=T 8,88 8,88 6 # GSSD Index
MM TL Klei
2019085221 01, 02, 03, 04, 05, 06 0,00 - 0,30 5,40 10,00 20-6-2019 Overschrijding Achtergrondwaarde <0,001 <0,001 <0,001 <0,001 0 <0,0026 0 <0,001 <0,001 <0,001 <0,001 <0,001 <0,001 0,23 0,06 0,0021 0,0039 0,12 0,22 0,020 0 0,0025 0,0046 0,0085 0,0157 0,076 -0,08 0,0062 0,0115 0,035 0,065 <0,001 <0,001 0 <0,001 0,001 (6) <0,0026 0 <0,001 <0,001 <0,001 <0,001 <0,0039 -0
mg/kg ds
0,34
OVERIGE (ORGANISCHE) VERBINDINGEN Minerale olie C10 - C12 mg/kg ds <3 Minerale olie C10 - C40 mg/kg ds <35 Minerale olie C12 - C16 mg/kg ds <5 Minerale olie C16 - C21 mg/kg ds <5 Minerale olie C21 - C30 mg/kg ds <11 Minerale olie C30 - C35 mg/kg ds 8,8 Minerale olie C35 - C40 mg/kg ds <6 OVERIG Gloeirest
MM OG Klei zwak roesthoudend, matig roesthoudend 2019085221 01, 01, 01, 02, 02, 02 0,50 - 2,00 3,10 22,3 20-6-2019 Voldoet aan Achtergrondwaarde
% (m/m) ds % m/m % %
4 (6) <50 7 (6) 7 (6) 16 (6) 18,0 (6) 9 (6)
94,1 85,3 13,3 4,9
: Geen toetsnorm aanwezig : kleiner dan de detectielimiet : <= Achtergrondwaarde : Kleiner of gelijk aan Tussenwaarde : <= Interventiewaarde : > Interventiewaarde : Heeft geen normwaarde : verhoogde rapportagegrens : Gestandaardiseerde meetwaarde : (GSSD - AW) / (I - AW) - Getoetst via de BoToVa service, versie 3.0.0 -
-0,03
<3 <35 <5 <5 <11 <5 <6
7 (6) <79 11 (6) 11 (6) 25 (6) 11 (6) 14 (6)
95,3 85,3 (6)
79,6 22,3 3,1
-0,02
93,9 79,6 (6)
84,5 10 5,4
84,5 (6)
Tabel 1: Gemeten gehalten in grond met beoordeling conform de Wet Bodembescherming Grondmonster Grondsoort Zintuiglijke bijmengingen
MM OG 1 Klei zwak roesthoudend, sporen slib
Certificaatcode Boring(en) Traject (m -mv) Humus Lutum Datum van toetsing Monsterconclusie
2020179129 50, 51, 52 1,80 - 2,00 1,70 20,1 19-11-2020 Voldoet aan Achtergrondwaarde Meetw GSSD Index
% ds % ds
METALEN Barium Cadmium Kobalt Koper Kwik Molybdeen Nikkel Lood Zink
mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds
270 0,5 11 31 <0,05 <1,5 30 21 150
321 (6) 0,7 13 39 <0,04 <1,1 35 25 185
PAK Naftaleen Fenanthreen Anthraceen Fluorantheen Benzo(a)anthraceen Chryseen Benzo(k)fluorantheen Benzo(a)pyreen Benzo(g,h,i)peryleen Indeno-(1,2,3-c,d)pyreen PAK 10 VROM
mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds
<0,05 <0,05 <0,05 <0,05 <0,05 <0,05 <0,05 <0,05 <0,05 <0,05
<0,04 <0,04 <0,04 <0,04 <0,04 <0,04 <0,04 <0,04 <0,04 <0,04 <0,35
GECHLOREERDE KOOLWATERSTOFFEN PCB (som 7) Hexachloorbenzeen (HCB) PCB 28 PCB 52 PCB 101 PCB 118 PCB 138 PCB 153 PCB 180
mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds
BESTRIJDINGSMIDDELEN alfa-HCH beta-HCH gamma-HCH delta-HCH Isodrin Telodrin Heptachloor Heptachloorepoxide Aldrin Dieldrin Endrin DDE (som) 2,4-DDE (ortho, para-DDE) 4,4-DDE (para, para-DDE) DDD (som) 2,4-DDD (ortho, para-DDD) 4,4-DDD (para, para-DDD) DDT (som) 2,4-DDT (ortho, para-DDT)
mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds
Projectcode: 2019-0212
<0,001 <0,001 <0,001 <0,001 <0,001 <0,001 <0,001 <0,001
<0,001 <0,001 <0,001 <0,001 <0,001 <0,001 <0,001 <0,001 <0,001 <0,001 <0,001 0,0013 <0,001 <0,001 <0,001
<0,025 <0,004 <0,004 <0,004 <0,004 <0,004 <0,004 <0,004 <0,004
0,01 -0,01 -0,01 -0 -0 0 -0,05 0,08
MM OG 2 Klei zwak slibhoudend, zwak roesthoudend 2020179129 57 1,60 - 1,80 3,60 17,50 19-11-2020 Overschrijding Achtergrondwaarde Meetw GSSD Index
350 0,6 10 38 <0,05 <1,5 28 11 170
462 (6) 0,8 13 49 <0,04 <1,1 36 13 221
0,02 -0,01 0,06 -0 -0 0,02 -0,08 0,14
<0,05 <0,05 <0,05 <0,05 <0,05 <0,05 <0,05 <0,05 <0,05 <0,05
<0,04 <0,04 <0,04 <0,04 <0,04 <0,04 <0,04 <0,04 <0,04 <0,04 <0,35
-0,03
-0,03
0,01 -0
<0,004 0 <0,004 0 <0,004 0 <0,004 (6) <0,004 <0,004 <0,004 0 <0,0070 0 <0,004 <0,004 <0,004 0,010 -0,04 <0,004 0,0065 <0,0070 -0 <0,004 <0,004 <0,0070 -0,13 <0,004
<0,001 <0,001 <0,001 <0,001 <0,001 <0,001 <0,001 <0,001
<0,001 <0,001 <0,001 <0,001 <0,001 <0,001 <0,001 <0,001 <0,001 <0,001 <0,001 <0,001 <0,001 <0,001 <0,001
<0,014 <0,002 <0,002 <0,002 <0,002 <0,002 <0,002 <0,002 <0,002
-0,01 -0
<0,002 0 <0,002 0 <0,002 -0 <0,002 (6) <0,002 <0,002 <0,002 0 <0,0039 0 <0,002 <0,002 <0,002 <0,0039 -0,04 <0,002 <0,002 <0,0039 -0 <0,002 <0,002 <0,0039 -0,13 <0,002
Grondmonster Grondsoort Zintuiglijke bijmengingen
MM OG 1 Klei zwak roesthoudend, sporen slib
Certificaatcode Boring(en) Traject (m -mv) Humus Lutum Datum van toetsing Monsterconclusie 4,4-DDT (para, para-DDT) alfa-Endosulfan beta-Endosulfan Chloordaan (cis + trans) cis-Chloordaan trans-Chloordaan Drins (Aldrin+Dieldrin+Endrin) Hexachloorbutadieen OCB (0,7 som, waterbodem) DDT,DDE,DDD (som, 0.7 factor) HCH (som, 0.7 factor) Heptachloorepoxide (som, 0.7 factor DDT (som, 0.7 factor) DDD (som, 0.7 factor) DDE (som, 0.7 factor) OCB (som, 0.7 factor) cis-Heptachloorepoxide trans-Heptachloorepoxide Endosulfansulfaat Som 21 Organochloorhoud. bestrijdingsm
2020179129 50, 51, 52 1,80 - 2,00 1,70 20,1 19-11-2020 Voldoet aan Achtergrondwaarde <0,001 <0,004 <0,001 <0,004 0 <0,001 0,004 (6) <0,0070 0 <0,001 <0,004 <0,001 <0,004 <0,011 -0
OVERIGE (ORGANISCHE) VERBINDINGEN Minerale olie C10 - C12 Minerale olie C12 - C16 Minerale olie C16 - C21 Minerale olie C21 - C30 Minerale olie C30 - C35 Minerale olie C35 - C40 Minerale olie C10 - C40 OVERIG Droge stof Lutum Organische stof (humus) Gloeirest