BIjlage 5 Advies Reactietabel adviezen Verordening jeugdhulp 2026 Cliëntenraad Sociaal Domein Bommelerwaard
Tekst van het document
Advies – Reactietabel adviezen Verordening jeugdhulp 2026 Cliëntenraad Sociaal Domein Bommelerwaard Artikel: n.v.t. – algemene opmerking Vraag/ Advies/ Opmerking: In algemene zin valt het ons op dat artikelen in de verordening en beleidsregel weinig concreet en daardoor voor velerlei uitleg vatbaar zijn. Cliënten maar ook uw medewerkers van de gebiedsteams zullen hierdoor voor situaties komen te staan waarin niet goed weten waar zij aan toe zijn, welke rechten en plichten zij hebben. Dit kan voor onnodige discussies zorgen waarbij de ervaring leert dat cliënten doorgaans langer moeten wachten op de juiste zorg. Reactie college: Dank voor uw advies en de aandacht die u vraagt voor de concreetheid en duidelijkheid van de verordening en de beleidsregels. Wij waarderen uw betrokkenheid en delen het belang van heldere kaders voor zowel cliënten als medewerkers van de gebiedsteams. U geeft aan dat artikelen in de verordening en beleidsregels naar uw oordeel weinig concreet zijn en daardoor ruimte laten voor uiteenlopende interpretaties, met mogelijk vertraging in de ondersteuning tot gevolg. Wij begrijpen deze zorg. Tegelijkertijd willen wij benadrukken dat de verordening is gebaseerd op de Jeugdwet. In deze wet is op landelijk niveau uitgebreid vastgelegd hoe hulp aan kinderen, jongeren en hun ouders wordt vormgegeven.
De Jeugdwet bevat bepalingen over de toegang tot jeugdhulp, het onderzoek naar de ondersteuningsbehoefte, de criteria voor toekenning van voorzieningen, de rechtspositie van jeugdigen en ouders en de verantwoordelijkheden van de gemeente. De verordening sluit hier rechtstreeks op aan en geeft invulling aan de gemeentelijke beleidsruimte binnen dit wettelijke kader. De keuze om in de verordening en beleidsregels met open normen te werken is bewust gemaakt. De praktijk van de jeugdhulp vraagt om maatwerk; iedere situatie van een kind of gezin is immers uniek. Een te gedetailleerde en limitatieve beschrijving kan de noodzakelijke professionele afweging en het bieden van passende ondersteuning juist belemmeren. De huidige formulering biedt ruimte om, binnen de kaders van de Jeugdwet en de algemene beginselen van behoorlijk bestuur, zorgvuldig maatwerk te leveren. Daarbij zijn zowel de verordening als de beleidsregels nadrukkelijk afgestemd met het gebiedsteam. Hun uitvoeringspraktijk en ervaring met casuïstiek zijn betrokken bij het opstellen van de bepalingen. Hiermee is beoogd te waarborgen dat de regels niet alleen juridisch correct zijn, maar ook werkbaar en uitvoerbaar in de dagelijkse praktijk. Het gebiedsteam beschikt over professionele richtlijnen en interne werkafspraken die verdere concretisering bieden bij de toepassing in individuele situaties.
Wij blijven uiteraard alert op signalen uit de praktijk. Mocht blijken dat bepalingen in de uitvoering daadwerkelijk tot onduidelijkheid of onwenselijke vertraging leiden, dan zijn wij bereid om te bezien of nadere verduidelijking in beleidsregels of werkinstructies wenselijk is.
Artikel: n.v.t. – algemene opmerking Vraag/ Advies/ Opmerking: In eerdere adviezen hebben wij als cliëntenraad vaak gewezen op de inzet van de onafhankelijk client ondersteuner (OCO). Wij missen dit, wettelijk recht voor cliënten, in beide stukken en vragen u om toe te voegen aan zowel de verordening en de beleidsregels dat cliënten en ouders gebruik kunnen maken van de OCO en dat medewerkers ouders en cliënten hierop wijzen. Reactie college: Dank voor uw advies waarin u opnieuw aandacht vraagt voor de inzet van de onafhankelijke cliëntondersteuner (OCO) en het belang om cliënten en ouders actief te wijzen op dit wettelijk recht. Wij onderschrijven het belang van onafhankelijke cliëntondersteuning en waarderen uw blijvende aandacht hiervoor. In artikel 6, lid 2 van de verordening wordt reeds verwezen naar cliëntondersteuning. In de huidige tekst werd hiervoor de term “gratis cliëntondersteuner” gehanteerd. Om beter aan te sluiten bij de terminologie uit de Jeugdwet en om mogelijke verwarring te voorkomen, hebben wij deze aanduiding aangepast naar “onafhankelijke cliëntondersteuner”. Hiermee wordt explicieter tot uitdrukking gebracht dat het gaat om een onafhankelijke en kosteloze voorziening waarop cliënten en ouders recht hebben. In de beleidsregels wordt deze bepaling nader toegelicht, waaronder de wijze waarop cliënten en ouders op deze mogelijkheid worden gewezen.
Daarnaast is in de verordening vastgelegd dat cliënten tijdig worden geïnformeerd over hun rechten en de beschikbare ondersteuning, waaronder cliëntondersteuning. Wij vertrouwen erop dat hiermee voldoende wordt geborgd dat cliënten en ouders gebruik kunnen maken van onafhankelijke cliëntondersteuning en dat medewerkers hen hier actief op attenderen.
Artikel: n.v.t. – algemene opmerking Vraag/ Advies/ Opmerking: Verder staat er in beide stukken niets meer over respijtzorg. Wij hebben dit de afgelopen jaren wel steeds zien staan in de stukken. Bestaat deze mogelijkheid niet meer voor de gezinnen in onze gemeente? We willen hierbij het belang onderstrepen voor de inzet van respijtzorg om te zorgen dat gezinnen/mantelzorgers in de regel onder grote druk staan als een kind is aangewezen op jeugdhulp. Respijtzorg kan dan een uitkomst bieden. Reactie college: Dank voor uw reactie en voor het onderstrepen van het belang van respijtzorg voor gezinnen en mantelzorgers. Wij herkennen uw signaal dat de zorg voor een kind dat is aangewezen op jeugdhulp een grote belasting kan vormen voor het gezinssysteem. Tijdelijke ontlasting kan in dergelijke situaties van wezenlijk belang zijn om overbelasting te voorkomen. Wij willen u geruststellen dat respijtzorg binnen onze gemeente nog steeds tot de mogelijkheden behoort. Hoewel de term “respijtzorg” niet expliciet als afzonderlijke voorziening in de verordening wordt benoemd, is deze inhoudelijk wel opgenomen binnen het aanbod van individuele voorzieningen. Concreet betreft dit de producten dagbesteding
en logeren, zoals opgenomen in artikel 2, lid 2, sub a, van de verordening jeugdhulp 2026. Deze vormen van ondersteuning kunnen, afhankelijk van de individuele situatie en ondersteuningsbehoefte, worden ingezet ter ontlasting van ouders en verzorgers. De verordening jeugdhulp 2026 niet is gewijzigd ten opzichte van de verordening en beleidsregels jeugdhulp 2024 op het gebied van respijtzorg. Ook daarin werd respijtzorg niet afzonderlijk benoemd, maar maakte deze onderdeel uit van de genoemde voorzieningen.
Artikel: n.v.t. – algemene opmerking Vraag/ Advies/ Opmerking: Het is niet duidelijk of de gemeente vooraf of achteraf controleert of hulp passend is. In een eerder gesprek met de wethouder werd er door haar gesproken over dat er meer vanuit vertrouwen naar de burger gewerkt wordt. Eerst toekennen en dan beoordelen. Reactie college: Het college beoordeelt voorafgaand aan de inzet van jeugdhulp welke ondersteuning passend en noodzakelijk is. Dit vindt plaats op basis van een zorgvuldig onderzoek naar de hulpvraag, op basis van de uitkomsten van dit onderzoek wordt een beschikking afgegeven, waarin wordt besloten tot het toekennen dan wel afwijzen van jeugdhulp. Gedurende het traject vindt periodiek een evaluatie plaats. Tijdens deze evaluatie wordt beoordeeld of de ingezette jeugdhulp nog aansluit bij de hulpvraag. Meer informatie hierover is te vinden in Hoofdstuk 3 en 4 van de verordening jeugdhulp en dan specifiek artikel 3 en artikel 6.
Artikel: n.v.t. – algemene opmerking Vraag/ Advies/ Opmerking: De termijnen waarin de jeugdhulp toegankelijk is wordt niet genoemd, is hier een wettelijk kader voor? Bij aanmelding bij het Gebiedsteam komt men eerst op een interne wachtlijst om een gebiedsteam medewerker toegewezen te krijgen Reactie college: Op grond van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) geldt dat een besluit op een aanvraag binnen acht weken moet worden genomen, tenzij in de verordening een andere termijn is vastgesteld. In de verordening is een termijn van 8 weken opgenomen. Dit is te vinden in artikel 3, lid 3. Als er sprake is van spoedeisende gevallen, wordt er zo spoedig mogelijk een passende individuele voorziening getroffen. Deze informatie staat in artikel 3 van de verordening en beleidsregels jeugdhulp en dan specifiek lid 3 en lid 7.
Artikel: n.v.t. – algemene opmerking Vraag/ Advies/ Opmerking: Wij missen informatie over wat er gebeurt als een medewerker van het gebiedsteam stopt, welke procedure volgt er dan? Ons is ter ore gekomen dat meerdere ouders soms vier of vijf medewerkers hebben gezien en er wel verwacht wordt van deze ouders dat ze medewerken terwijl er geen overdracht gedaan wordt van de vertrekkende medewerker naar de nieuwe. Mag van ouders verwacht worden dat ze elke keer weer een keukentafel gesprek moeten voeren? Moeten ze hierdoor extra lang wachten op hulp? Welke informatie wordt overgedragen en wordt dit met de ouders van tevoren gecommuniceerd? Wij zouden graag zien dat hier werkafspraken over gemaakt worden. Reactie college: Dank voor uw vragen en het delen van uw zorgen over de continuïteit van de begeleiding bij het Gebiedsteam. Wij willen hierbij verduidelijken dat het advies over de Verordening en de beleidsregels Jeugdhulp zich primair richt op de inhoudelijke kaders en wettelijke verplichtingen. Concrete werkafspraken en interne procedures van het Gebiedsteam, zoals de borging van continuïteit bij wisseling van medewerkers, het organiseren van keukentafelgesprekken of de overdracht van informatie, vallen hier niet onder en maken geen onderdeel uit van het adviestraject.
Deze zaken worden intern geregeld binnen het Gebiedsteam, waarbij altijd wordt rekening wordt gehouden met de continuïteit van de begeleiding en belasting van de gezinnen.
Verordening jeugdhulp 2026 Artikel: 2, lid 1, sub a Originele tekst: De volgende vormen van algemene voorzieningen zijn in ieder geval beschikbaar: a. Ondersteuning vanuit het gebiedsteam, zijnde: iii. voorlichting, cursussen en trainingen. Vraag/ Advies/ Opmerking: We missen welke voorlichting, trainingen en cursussen er zijn. We missen waar deze te vinden zijn en via welke weg deze worden aangeboden aan zorgvragers. Er is op dit moment nog weinig beschikbaar voor kind- en jeugd en gezin, we zouden hier graag een investering in zien. Reactie college: Dank voor uw advies en uw vragen over het aanbod van voorlichting, cursussen en trainingen vanuit het gebiedsteam. De verordening heeft als doel het juridisch kader vast te leggen en benoemt daarom de vormen van jeugdhulp op hoofdlijnen. Het concrete en actuele aanbod van voorlichting, trainingen en cursussen wordt niet in de verordening uitgewerkt. Dit biedt de nodige flexibiliteit om het aanbod aan te passen aan veranderende behoeften van kinderen, jongeren en gezinnen. Informatie over het beschikbare aanbod en de wijze van aanmelding wordt via de reguliere communicatiekanalen en het gebiedsteam verstrekt. Het gebiedsteam heeft hierin een actieve rol in het informeren en toeleiden van inwoners even eens als het platform OnsMaasdriel.
Uw signaal dat het aanbod voor kind, jeugd en gezin op dit moment als beperkt wordt ervaren, nemen wij serieus en betrekken wij bij de verdere ontwikkeling van het preventieve aanbod.
Artikel: 3, lid 5 Originele tekst: Het college legt de gemaakte afspraken met de verwijzers uit het medisch domein vast in werkafspraken en controleert ook regelmatig of hieraan gehouden wordt. Deze afspraken worden op lokaal niveau en waar nodig ook op regionaal niveau gemaakt Vraag/ Advies/ Opmerking: We kunnen als cliëntenraad deze werkafspraken niet terugvinden maar krijgen er wel regelmatig vragen van cliënten over. We zien graag waar deze werkafspraken te vinden zijn zodat we cliënten kunnen informeren hierover. Reactie college: Wij waarderen uw vraag en uw aandacht voor heldere communicatie richting cliënten. De werkafspraken waarnaar in dit artikel wordt verwezen, betreffen uitvoeringsafspraken tussen de gemeente en verwijzers, zoals huisartsen, jeugdartsen en medisch specialisten. Deze afspraken hebben betrekking op samenwerking, afstemming en procesmatige werkwijzen en zijn primair bedoeld voor de betrokken professionals in de uitvoering.
Om die reden maken deze werkafspraken geen onderdeel uit van de verordening en worden zij niet afzonderlijk gepubliceerd. Voor cliënten is van belang dat zij recht hebben op jeugdhulp op basis van een geldige verwijzing van een daartoe bevoegde professional, conform de geldende wet- en regelgeving. De inhoud van de werkafspraken doet geen afbreuk aan de rechten van cliënten.
Artikel: 3, lid 10 Originele tekst: Het college kan in de beleidsregels nadere stellen over de toeleiding tot jeugdhulp via gecertificeerde instelling. Vraag/ Advies/ Opmerking: We missen in de verordening of in de beleidsregels wat hiermee wordt bedoeld. Nu komt het over alsof het college op de stoel van de medicus/ verwijzer gaat zitten. We missen wie een dergelijk onderzoek uitvoert en wat de te controleren feiten zijn. Reactie college: Het college wil verduidelijken dat de Verordening en beleidsregels zich richten op de kaders en procedures voor toegang tot jeugdhulp, niet op de inhoudelijke beoordeling door medisch specialisten of verwijzers. Het uitvoeren van onderzoeken en vaststellen van medische of diagnostische gegevens blijft hun verantwoordelijkheid. In de beleidsregels kan het college wel nadere kaders stellen voor de organisatie van de toeleiding.
Artikel: 5 Originele tekst: Het college merkt een ondertekend verslag van het gesprek als bedoeld in artikel 9 aan als een aanvraag als er, gelet op het derde lid, nog geen aanvraag is ingediend en dit daarop door de belanghebbende is aangegeven. We missen hoe het opslaan van gegevens die worden verzameld en bewaard gebeurt. Vraag/ Advies/ Opmerking: We missen de kaders hierin. Wat wordt bewaard, door wie, hoe lang. Voeg toe aan de verordening en beleidsregels op welke wijze gegevens worden verwerkt, opgeslagen en beveiligd. Als cliëntenraad zijn wij vanuit het oogpunt van de AVG en de privacygevoeligheid van de informatie van cliënten tegen het onnodig documenteren en bewaren van cliëntengegevens. Reactie college: Dank voor uw vragen over de opslag, verwerking en bescherming van gegevens zoals genoemd in artikelen 5 en 9 van de verordening en de bijbehorende beleidsregels. Het college wil benadrukken dat alle verwerking van persoonsgegevens van cliënten plaatsvindt binnen de kaders van de AVG en de privacyregelgeving van de gemeente. Dit betekent onder meer dat alleen gegevens worden vastgelegd die noodzakelijk zijn voor het verlenen van jeugdhulp, dat deze gegevens zorgvuldig worden opgeslagen en beveiligd, en dat zij slechts zo lang bewaard worden als wettelijk en functioneel nodig is. Gedetailleerde beschrijvingen van de wijze van gegevensopslag, wie toegang heeft en hoe
gegevens technisch worden beveiligd, vallen onder de interne werkprocessen en het privacy- en informatiemanagement van de gemeente, vallen niet onder de verordening en beleidsregels.
Artikel: 6, lid 4, sub c Originele tekst: Vraag/ Advies/ Opmerking: We zien in de verordening niet terug hoe het gebiedsteam deze behoeften, persoonskenmerken en voorkeuren onderzoekt. Welke middelen er worden gebruikt, wie het onderzoek uitvoert en of er externe hulp wordt ingekocht om onderzoek te doen. Reactie college: Het college wil hierbij toelichten dat de verordening een juridisch kader biedt en op hoofdlijnen vastlegt dat een onderzoek moet plaatsvinden. De verordening beschrijft bewust niet de gedetailleerde methoden of middelen die het gebiedsteam gebruikt. Dit laat ruimte voor professioneel maatwerk, zodat het onderzoek kan worden afgestemd op de specifieke situatie van elk kind of gezin. In de praktijk wordt het onderzoek uitgevoerd door professionals van het gebiedsteam, eventueel ondersteund door externe deskundigen wanneer aanvullende expertise nodig is, zoals benoemd in artikel 7, lid 1 van de verordening en de beleidsregels jeugdhulp 2026.
Artikel: 6, lid 8, 9 en 11. Originele tekst: Vraag/ Advies/ Opmerking: Er wordt gesproken over het 8 en 9 en 11e lid uit de verordening, maar in de verordening gaat het maar tot lid 8. Reactie college: Dit is inderdaad niet correct en wordt gewijzigd.
Artikel: 13 Originele tekst: Vraag/ Advies/ Opmerking: Wij vragen ons af of het voldoende is om de dyslexiezorg onder te brengen bij het samenwerkingsverband als het gaat over ernstige dyslexie. Wij adviseren om in deze situaties ook steeds te bekijken of er duurzame begeleiding nodig is omdat deze beperking in dit geval zorg voor problemen met functioneren op alle levensgebieden. Wij missen een toelichting hierover in de beleidsregels. Reactie college: Wij willen graag verduidelijken dat dyslexiezorg niet is ondergebracht bij het samenwerkingsverband. Het samenwerkingsverband PO de Meierij vervult de rol van poortwachter. Dit houdt in dat zij verantwoordelijk zijn voor de toelatingsprocedure, welke
is afgestemd met het onderwijs en de zorgaanbieders. De behandeling van ernstige dyslexie wordt uitgevoerd door (gecontracteerde) zorgaanbieders en valt daarmee niet onder de uitvoering van het samenwerkingsverband. Voor een nadere toelichting verwijzen wij u naar artikel 14 van de Beleidsregels Jeugdhulp 2026. Ten aanzien van uw advies over duurzame begeleiding geldt dat maatwerk het uitgangspunt is in de ondersteuning. Indien daartoe aanleiding bestaat, wordt aanvullende ondersteuning ingezet. Dit maakt onderdeel uit van de reguliere uitvoeringspraktijk binnen de jeugdhulp. Om die reden zien wij geen aanleiding dit afzonderlijk in de beleidsregels op te nemen.
Artikel: 25 Originele tekst: Vraag/ Advies/ Opmerking: We missen informatie over hoe wordt vastgesteld dat ouders niet meewerken en welke partij dit vaststelt Reactie college: Het college wil benadrukken dat het oordeel over het niet of onvoldoende meewerken van ouders altijd een zorgvuldig afgewogen beslissing is van het college zelf. Onder het college verstaan we het gebiedsteam oftewel de jeugdconsulenten. Bij het vaststellen van niet-meewerken wordt gekeken naar de mate waarin ouders binnen hun mogelijkheden bijdragen aan het onderzoek van jeugdhulp. Het is van belang dat dit zorgvuldig en proportioneel gebeurt. Alleen als door onvoldoende medewerking de omvang van de benodigde jeugdhulp niet kan worden vastgesteld kan het college besluiten om geen individuele voorziening te verstrekken. Zie artikel 25, lid 2 van de verordening jeugdhulp 2026.