Bijlage 4k Alternatieve werkmethode
Tekst van het document
Marti Hooijmans Hoorzik 15 5331 KG Kerkdriel Datum:
30 oktober 2024
Onderwerp:
Beoordeling t.b.v. verwijderingsmethode bronnummer 3,4 en 5 golfplaten in gebouw en A.C. buis als doorvoer.
Kenmerk:
JvO/NLA2024.189
Geachte Heer Hooijmans,
1. Inleiding In de asbestinventarisatie van Bodem en Asbest B.V. met kenmerk 222-KHo 15-ai versie 2.0 d.d. 28 oktober 2022 welke is opgesteld voor het te slopen van twee voormalige champingnonkelders en opslagen, zijn diverse asbesthoudende bronnen opgenomen die voorkomen in en rondom de te slopen gebouwen. Van bron 3 en 4, ca. 500m² asbestcement hechtgebonden golfplaat welke gebruikt als plafondbepaling in de voormalige champingnonkelders/opslag en een AC-buis (bron 5) welke heeft gediend als rookgasafvoer/doorvoer is het volgens u saneringsaannemer niet mogelijk om op basis van artikel 4.48a lid 4 uit het arbeidsomstandighedenbesluit te werken. In dit besluit is dat de verwijderingshandeling, indien technisch mogelijk, wordt verricht alvorens het bouwwerk of object waarin asbest of het asbesthoudende product zich bevindt, geheel of gedeeltelijk wordt afgebroken of uit elkaar genomen. Conform SMA-rt zouden de bronnen 3,4 en 5 aan de binnenzijde in containment gesaneerd moeten worden. Voor het verwijderen van de asbestcement hechtgebonden golfplaat en de AC-doorvoer in containment voorziet u echter aanvullende en buitenproportionele arbeidshygiënische en vooral veiligheidskundige risico’s. Deze gevaren en bijbehorende risico’s kunnen vermeden worden met een alternatieve saneringsmethode.
Omdat de opstallen in zijn geheel wordt gesloopt ontstaat namelijk de mogelijkheid om de asbestcement hechtgebonden golfplaat en de AC-doorvoer in een openluchtsituatie te saneren, waardoor de andere niet aan asbest gerelateerde risico’s voor de medewerkers kunnen worden beperkt, zonder dat daarbij een onaanvaardbaar risico op de emissie van asbestvezels naar de omgeving ontstaat. Daarom heeft u aan NLVO Arbo en Milieu BV gevraagd om de situatie conform artikel 37 van het procescertificeringsschema te beoordelen door een gecertificeerd arbeidshygiënist en veiligheidskundige die tevens in bezit is van een diploma asbestdeskundige. De certificaten zijn als bijlage 1 aan deze brief toegevoegd en in deze brief treft u de bevindingen aan. Woensdag 23 oktober 2024 is de locatie door ons bezocht in het bijzijn van de heer M. Hooijmans, eigenaar van de opstallen.
2. Situatiebeschrijving en beoogde werkwijze De voormalige opstallen, die door Bodem en Asbest B.V. zijn geïnventariseerd op de aanwezigheid van asbest, wordt gesloopt. Voorafgaand aan de sloop worden normaliter eerst alle asbesthoudende toepassingen in en rondom het pand gesaneerd, zoals dat is voorgeschreven in artikel 4.48a lid 4 uit het Arbeidsomstandighedenbesluit. In hetzelfde artikel wordt ook de uitzondering gemaakt in het geval er een groter gevaar voor de veiligheid en gezondheid voor de medewerkers van toepassing is. Dan mag de werkvolgorde worden aangepast om niet aan asbest gerelateerde risico’s te verlagen. Artikel 37 uit het procescertificaat asbestverwijdering, zoals opgenomen in de Staatscourant 12702 van d.d. 18 april 2024, geeft hiertoe nadere voorschriften. Bronnummer 3 en 4 betreft asbesthoudende golfplafondbeplating, die toegepast is in de voormalige champignonkelders/opslagen en bron 5 die is toegepast als doordoorvoer. Om deze bronnen te verwijderen is het volgens het asbestinventarisatierapport noodzakelijk om een containment te bouwen. Op de foto’s 1 t/m 3 en op afbeelding 1 wordt een indruk gegeven van de situatie. De golfplaten kunnen vanwege de onderliggende constructie onmogelijk handmatig vanaf de onderzijde worden losgemaakt en verwijderd en het saneren hiervan in containment aanvullende risico’s met zich meebrengt.
(Afbeelding 1: bron asbestinventarisatie Asbest en Bodem BV)
Locatie: Hoorzik 15 Kerkdriel Projectnummer: 2024.186
2
Foto 1: situatie rechte schuur incl. constructie Foto 2-3: de asbestplaten als plafondbeplating op de stalen liggers.
3. Probleemstelling en suggestie m.b.t. alternatief Bij de champignonkelders/opslag is op de golfplaten een isolatielaag aangebracht. Verder zijn de golfplaten vanaf de bovenzijde in zijn geheel – zonder noemenswaardige breuk – te saneren. De golfplaten onderling plaatselijk gekit. Daarnaast is het niet (veilig) mogelijk om over de golfplaten te kruipen om een containment te bouwen of de isolatiematerialen te verwijderen. Hierbij is valgevaar aanwezig (personen die door de platen vallen). Door vervolgens handmatig de platen te moeten breken om deze in containment tussen de constructie door naar beneden te halen kan men bekneld raken door mogelijk instorten van plafonddelen. Tezamen brengt dit een onwenselijke en zeer gevaarlijke situatie met zich mee. Een alternatief is om vooraf de dakplaten (bron 6 en 8) in een RK-2 buiten te saneren waarbij de asbestplaten welke toegepast als plafondbeplating vrij komen te liggen. Die vervolgens in een RK-2(a) gesaneerd kunnen worden en zo ook voor de AC-doorvoer in de linkse schuur. Door de plafondbeplating in een RK2(a) buiten te saneren kan gevaar voor bedolven raken in containment worden vermeden en door het saneren in een buitensituatie ook het asbest vrijwel onbeschadigd kan worden verwijderen en afgevoerd, waardoor er veel minder sprake is van asbest vezelemissie. 4.
Alternatieve werkwijze Omdat de opstallen in zijn geheel wordt gesloopt kunnen de asbesthoudende bronnen3,4 en 5 toegankelijk gemaakt worden. De golfplaten van bron 3 en 4 zijn dan vanuit een hoogwerker en/of verreiker te saneren. Hierbij wordt in risicoklasse 2(a), maar dan zonder containment, gewerkt.
Locatie: Hoorzik 15 Kerkdriel Projectnummer: 2024.186
3
De werkwijze wordt daarbij op hoofdlijnen als volgt voorgesteld. -
Het vooraf saneren van de asbesthoudende golfplaten daken (bron 6 en 8); Wegnemen isolatie op de aanwezige asbesthoudende plafonds ; Wegnemen van asbesthoudend AC-doorvoer (bron 5) Voorzichtig vanuit hoogwerker/verrijker wegenemen asbesthoudende plafonds (bron 3 en 4) Schoonmaken van het werkgebied Vrijgeven van het werkgebied op basis van NEN 2990 onderdeel visuele inspectie.
Met deze alternatieve werkwijze kan het werk waarbij langdurig fysiek belastende houdingen moeten worden aangenomen en het langdurig werken in containment met aanvullende veiligheidskundige -en arbeidshygienische risico’s sterk worden gereduceerd. Beheersmaatregelen Alle reguliere beheersmaatregelen zoals deze gebruikelijk zijn bij een risicoklasse 2 sanering blijven echter wel van toepassing, zoals persoonlijke beschermingsmiddelen, de deco-unit met onderdruk en watermanagement aan de rand van het werkgebied, zodat medewerkers zich verwarmt en aan het zicht onttrokken kunnen omkleden en douchen. Ook het nemen van effectieve beheersmaatregelen om emissie van asbest te voorkomen, zoals het vooraf bevochtigen en het zo snel mogelijk na verwijderen van het asbest inpakken en afvoeren van het vrijkomende asbest blijven gerespecteerd. Vrijgave Als het asbesthoudende toepassingen zijn gesaneerd zal het werkgebied conform NEN2990 vanwege het ontbreken van een containment worden beoordeeld door een RvA geaccrediteerde instelling door middel van een visuele inspectie. Als uit de visuele inspectie is gebleken dat de werkzaamheden zorgvuldig zijn uitgevoerd en er geen asbest meer aanwezig is dan kan het werkgebied, nadat de rapportage van de eindbeoordeling is afgerond, worden ontmanteld.
5. Risicobeoordeling Om een inschatting te kunnen maken of de alternatieve werkwijze vanuit arbeidshygiënisch en veiligheidskundig perspectief ook past bij de situatie en de gezondheids- en veiligheidsrisico’s voldoende worden beheerst is het van belang om de risico’s van de traditionele containment situatie en de alternatieve werkwijze ten opzichte van elkaar te wegen. Artikel 4.2 van het Arbeidsomstandighedenbesluit biedt voor de blootstelling aan gevaarlijke stoffen een goede basis. Conform artikel 4.2 uit dit besluit is het van belang om inzicht te hebben in de aard, mate en duur van de blootstelling aan gevaarlijke stoffen, waaronder asbest. Daarnaast is het vanuit de RI&E (artikel 5 arbowet) van belang om de (prioritaire) veiligheidskundige en overige arbeidshygiënische risico’s te kennen.
Locatie: Hoorzik 15 Kerkdriel Projectnummer: 2024.186
4
5.1. Arbeidshygiënische risico’s Het belangrijkste arbeidshygiënische risico bij het verwijderen van het asbesthoudende plafonds is de blootstelling aan respirabele asbestvezels. Om te bepalen in hoeverre dit risico (on)aanvaardbaar is, is het van belang om inzicht te hebben in de aard, mate en duur van de blootstelling. Aard van de blootstelling Zowel bij het verwijderen van de asbesthoudende bronnen in containment als wanneer de alternatieve werkwijze wordt gehanteerd kan blootstelling plaatsvinden aan respirabele asbestvezels. In beide situaties is men tegen deze blootstelling beschermt door het gebruik van persoonlijke beschermingsmiddelen, maar het blijft van belang om de emissie van vezels zo laag mogelijk te houden. De werkelijke emissie van asbestvezels (mate van blootstelling) is daarbij vooral afhankelijk van de wijze waarop het asbesthoudende materiaal wordt verwijderd. De omgeving wordt tijdens de alternatieve werkwijze tegen de blootstelling aan asbestvezels beschermd door een voldoende ruime afzetting van het werkgebied. Deze afzetting is ruimer dan normaliter in een containment situatie, zodat een eventuele emissie van asbestvezels voldoende wordt verdund voordat de grens van het werkgebied wordt bereikt. Mate van blootstelling De mate van blootstelling wordt vooral bepaald door de werkwijze die men hanteert bij het verwijderen van asbesthoudende toepassingen.
In de situatie voor het verwijderen van bron 3,4 en 5 is het dus van belang om zo min mogelijk beschadigingen te veroorzaken en de toepassingen niet onnodig te beschadigen. Wat de mate van blootstelling aan asbestvezels is kan op voorhand niet exact worden vastgesteld, maar in een containmentsituatie dient men de aanwezige asbestplafonds te breken om deze tussen de aanwezige constructie te kunnen verwijderen. Bij de alternatieve werkmethode is dit niet nodig, gezien de plafonds vrij komen te liggen en ze nagenoeg zonder breuk te verwijderen zijn. Alternatieve saneringswijze Tijdens de sanering van bron 3,4,5 is het van belang om de mate waarin emissie van asbestvezels kan optreden zoveel mogelijk te beperken. Dat kan doordat het asbest met de alternatieve werkwijze veel minder beschadigd raakt. Door eerst het dak van beide opstallen te saneren kan het asbesthoudende ACkanaal en de aanwezige plafonbeplating met een verrijker/hoogwerker worden weggehaald zonder onnodig veel breuk. Aanvullend kan gebruik gemaakt worden van bevochtiging om emissie van asbestvezels verder te reduceren. Het intensief bewerken van de toepassingen is tijdens de alternatieve werkwijze niet noodzakelijk. Duur van de blootstelling De duur van de blootstelling is de derde factor die van invloed is op de schadelijkheid van de blootstelling.
In het algemeen is het zo dat hoe langer men wordt blootgesteld aan een schadelijke component en hoe hoger de concentratie hoe ernstiger het effect. Het reduceren van de duur van blootstelling is dus een effectieve maatregel om gezondheidsschade te voorkomen. Hierop is in Nederland ook de normstelling gebaseerd. Normen zijn altijd weergegeven in een tijdgewogen gemiddelde (TGG). Locatie: Hoorzik 15 Kerkdriel Projectnummer: 2024.186
5
Voor asbest is dit 2000 vezels/m3 TGG 8 uur. Omdat asbest een kankerverwekkende stof betreft heeft de werkgever overigens ook een inspanningsverplichting om de bloostelling en opname zo laag mogelijk te houden. In deze situatie voor de sanering van eerder genoemde bronnen, kan door het gebruik van de alternatieve werkwijze de duur en de mate van de potentiële blootstelling aan asbest en overige risico’s voor de medewerkers worden teruggebracht.
Overige arbeidshygiënische risico’s Fysieke belasting Het handmatig verwijderen van de asbesttoepassingen bron 3,4 en 5en het opruimen en afvoeren daarvan levert langdurig fysieke belasting op voor de betrokken medewerkers. De combinatie met de beheersmaatregelen, waaronder de persoonlijke beschermingsmiddelen, maakt de fysieke belasting nog groter. Bij het breken van de asbestplafondplaten moet bovendien voortdurend gebukt of boven hun macht worden gewerkt en kunnen geen meest gunstige werkhoudingen worden aangenomen. Gewrichten en spieren raken hierdoor gemakkelijk overbelast. Bij het werken zonder containment kunnen de asbestplafondplaten nagenoeg in zijn geheel worden weggenomen. De fysieke belasting of het werken in ongunstige houdingen kan daarmee volledig worden weggenomen.
6. Conclusie Met de alternatieve saneringsmethode kan in deze specifieke situatie beter worden tegemoetgekomen aan het voorkomen van risico’s voor de gezondheid en veiligheid van medewerkers dan bij het werken in een containment. Vooral het uitsluiten van de risico’s met betrekking tot bedolven worden en fysieke belasting dragen hieraan bij. Tevens kunnen de gezondheidskundige risico’s door blootstelling aan asbest voor de medewerkers worden uitgesloten doordat het asbest niet intensief bewerkt hoeft te worden. De risico’s voor de omgeving worden uitgesloten doordat het asbest nagenoeg niet gebroken hoeft te worden. Daardoor ontstaat er geen of slechts een geringe emissie van asbestvezels. Doordat er voldoende afstand tussen de werkzaamheden en de rand van het werkgebied wordt gehouden zullen eventueel vrijkomende asbestvezels worden “verdund” tot beneden de grenswaarde voordat zij de randen van het werkgebied bereiken 7. Aanbevelingen Op basis van deze beoordeling wil ik u nog wijzen op onderstaande aandachtspunten. -
-
Na de verwijdering van het asbest zal de werkplek door een hiertoe geaccrediteerd laboratorium op basis van NEN 2990 moeten worden vrijgegeven. Voor deze afwijkende situatie dient dat te gebeuren door middel van een zorgvuldige visuele inspectie. Het nemen van luchtmonsters in de zin van NEN2990 is niet zinvol omdat er sprake is van een risicoklasse 2(a) situatie, waarbij geen gebruik gemaakt is van een containment, maar in openlucht wordt gewerkt. De risicobeoordeling uit deze brief dient op de saneringslocatie als aanvulling op het asbestinventarisatierapport aanwezig te zijn. De risicobeoordeling moet mee worden gestuurd bij de sloopmelding.
Locatie: Hoorzik 15 Kerkdriel Projectnummer: 2024.186
6
Vertrouwende u met bovenstaande voldoende te hebben geïnformeerd Met vriendelijke groet,
4 november 2024
J.C.H. van Oosterhout
J.P. Ghijsens
Arbeidshygiënist Hoger Veiligheidskundige Asbestdeskundige
Arbeidshygiënist Gecertificeerd Hogere Veiligheidskundige Asbestdeskundige
Locatie: Hoorzik 15 Kerkdriel Projectnummer: 2024.186
7
Bijlage 1: Beroepscertificaat
Locatie: Hoorzik 15 Kerkdriel Projectnummer: 2024.186
8
Locatie: Hoorzik 15 Kerkdriel Projectnummer: 2024.186
9
Locatie: Hoorzik 15 Kerkdriel Projectnummer: 2024.186
10
Locatie: Hoorzik 15 Kerkdriel Projectnummer: 2024.186
11
Locatie: Hoorzik 15 Kerkdriel Projectnummer: 2024.186
12
Bijlage 2: Risico-Inventarisatie en Evaluatie
Locatie: Hoorzik 15 Kerkdriel Projectnummer: 2024.186
13
Project gerelateerd Situatie Werken in ongunstige werkhoudingen.
Werken in ongunstige werkhoudingen waardoor de face-fit van het masker niet optimaal is Aanwezigheid van scherpe delen tijdens het verwijderen van de plafonds .
Blootstelling aan fysieke belasting door handmatig afvoeren van de stukken asbesthoudende plafonds Blootstelling aan asbest voor de omgeving
Risico Langdurig werken in ongunstige werkhoudingen, waarbij zware werkzaamheden worden uitgevoerd, levert risico op schade aan het houding en bewegingsapparaat. Als de face-fit niet optimaal is dan bestaat eerder het risico op blootstelling asbest
E 3
K 4
R 12
Beheersmaatregel Het verwijderen van de bronnen in een buitensituatie worden medewerkers minder intensief blootgesteld.
E 3
K 2
R 6
5
3
15
5
1
5
Vanwege de ongunstige werkhoudingen is het risico op verwondingen door scherpe delen, zoals scherpe plafondbeplating Als in containment wordt gewerkt moet platen handmatig worden afgevoerd.
2
4
8
Bij het werken met een hoogwerker/verrijker is er voor de medewerkers geen stofbelasting. Door gebruik van waternevel kan de stofblootstelling voor de personen worden gereduceerd. Bij werken in de openlucht is het risico op verwondingen door contact met scherpe delen aanzienlijk lager
2
1
2
3
4
12
Als in een buitensituatie wordt gewerkt kunnen de plafonds nagenoeg in zijn geheel worden gesaneerd en afgevoerd.
2
1
2
Bij het verwijderen van asbest in een openluchtsituatie bestaat het risico dat zich asbestvezels verspreiden naar de omgeving
5
2
10
Door het minder intensief bewerken van de bronnen wordt geen asbestvezelemissie boven de grensaarde verwacht. Door het voldoende ruim afzetten van het werkgebied en het hanteren van zorgvuldige werkmethoden zoals beschreven kan emissie van asbestvezels worden voorkomen of sterk worden beperkt. Aan de grens van het werkgebied heeft dan voldoende verdunning plaatsgevonden om risico’s voor derden uit te sluiten.
5
1
5
14
Project gerelateerd
Risico = Kans x Effect:
Kans (waarschijnlijkheid): 1 Zelden of nooit 2 Onwaarschijnlijk 3 Mogelijk 4 Waarschijnlijk 5 Zeer waarschijnlijk
Effect (impact): 5 Catastrofaal (Eén of meedere dode en/of grote materiele schade) 4 Groot (Ernstig gewond met ziekenhuisopname) 3 Matig(gewond met ziekenhuisopname) 2 Klein (aangepast werk noodzakelijk) 1 Gering (EHBO)
15