Bijlage 4 Was wordt lijst verordening waterverblijfsbelasting 2024
Tekst van het document
Wijzigingen verordening waterverblijfsbelasting 2024 Artikel 3.1
Was Belastingplichtig is degene die tegen vergoeding gelegenheid biedt tot verblijf als bedoeld in artikel 2 aan hem ter beschikking staande ligplaatsen dan wel op of met hem ter beschikking staande vaartuigen.
Wordt Belastingplichtig is degene die tegen vergoeding gelegenheid biedt tot het houden van verblijf als bedoeld in artikel 2 aan hem ter beschikking staande ligplaatsen dan wel op of met hem ter beschikking staande vaartuigen.
Reden Ruimere definitie.
3.4
Artikellid niet aanwezig
De belastingplichtige die gelegenheid biedt tot het houden van verblijf als bedoeld in artikel 2, in hem daartoe ter beschikking staande ruimten, dan wel ter beschikking staande terreinen kan ter zake van elk van die ruimten en/of terreinen afzonderlijk in de heffing worden betrokken.
Ruimere definitie.
6.
Forfaitaire berekeningswijze van de maatstaf van heffing Ter zake van vaartuigen met een vaste ligplaats wordt, indien een belastingplichtige als bedoeld in artikel 3, eerste lid, is aangewezen:
Belastingtarief
Forfataire berekening komt te vervallen.
6a.
het aantal personen die verblijf hebben gehouden, bepaald op: (2,2) bij alle vaartuigen
Artikellid vervallen
Vervallen
6b.
het aantal etmalen dat door de onder a bedoelde personen verblijf is gehouden, bepaald op: (15,0) bij alle vaartuigen
Artikellid vervallen
Vervallen
6.1
Artikellid niet aanwezig
Het tarief bedraagt per persoon per etmaal € 1,58.
Vast tarief
6.2
Artikellid niet aanwezig
Ter zake van vaartuigen met een vaste ligplaats wordt, indien een belastingplichtige als bedoeld in artikel 3, eerste lid, is aangewezen, het tarief bepaald op € 52,14 per jaar.
Vast tarief
7.
Opteren voor niet forfaitaire maatstaf van heffing In afwijking van het bepaalde in artikel 6, wordt op een door
Vervallen
Vereenvoudiging structuur van de heffing.
Artikel
Was de belastingplichtige bij de aangifte gedane aanvraag de maatstaf van heffing vastgesteld op het werkelijke aantal etmalen dat verblijf is gehouden, indien blijkt dat dit aantal lager is dan het op de voet van artikel 6 berekende aantal.
Wordt
Reden
9.
Aanslaggrens Aanslaggrens Belastingaanslagen van minder dan € 10,00 worden niet opgelegd.
Aanslaggrens Belastingaanslagen worden niet opgelegd indien het aantal overnachtingen onder de tien blijft.
Omdat het tarief kan stijgen is het beter om de grens op het aantal overnachtingen te leggen.
15.1
De belastingplichtige bedoeld in artikel 3, eerste lid, is gehouden verblijfhoudenden te registreren in een daarvoor bestemd en door gemeente verstrekt verblijfregister.
Artikellid vervallen
Verwijzing naar nachtregister komt te vervallen.
15.2
Het college van burgemeester en wethouders stelt genoemd verblijfregister kosteloos beschikbaar.
Artikellid vervallen
Idem
15.3
Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven omtrent de inrichting en gebruik van het verblijfregister.
Artikellid vervallen
Idem