CConstaterende datMaasdriel
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 4 - Programmabegroting 2027 VRGZ

Gemeenteraad 11 juni 2026, gemeente MaasdrielBij agendapunt: Jaarstukken en begroting VRGZ27.030 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Wat gaan we hiervoor doen in 2027? • •

•

Versterken van onze advies- en kennispositie ten aanzien van (nieuwe) risico’s van (brand)veiligheid en de fysieke leefomgeving. Handelen in lijn met landelijke en regionale programma’s zoals risicogericht werken, landelijke samenwerking industriële veiligheid (LEC), klimaatveiligheid, natuurbrandbeheersing en veilige energietransitie. Investeren in kennis en deskundigheid van de operationele- en crisisorganisatie zodat zij goed voorbereid zijn op incidenten gerelateerd aan nieuwe risico’s.

4.4 Versterking voorbereiding en paraatheid Om toekomstige rampen en/of crises beter en effectiever het hoofd te kunnen bieden streven we naar meervoudige bemensing en paraatheid op sleutelposities. Gezien alle dreigingen moeten we bereiken dat crisisfuncties waarbij 24/7 paraatheid gewenst is, enkelvoudig worden ingevuld. We moeten ons richten op vakbekwaamheid van de functionarissen, zodat de juiste mensen met de benodigde competenties op de juiste plek zitten. Om paraatheid en slagkracht te kunnen waarborgen nu en in de toekomst is het van belang dat het strategisch personeelsbeleid ook mee ontwikkelt om het weerbaarheidsvermogen van VRGZ op langdurige crises en incidenten te ondersteunen.

Programmabegroting 2027 en meerjarenraming 2028-2030

30

Wat willen we bereiken? • • •

leerklimaat, met ruimte voor het opdoen en delen van kennis, reflectie op ervaringen en leren.

Een crisisorganisatie die duurzaam inzetbaar is bij langdurige en grootschalige crises. Bovenregionale en regionale paraatheid op basis van gezamenlijke planvorming en capaciteitsplanning. Kwalitatieve besluitvorming op basis van actuele, gedeelde informatie (informatiegestuurd werken).

Wat gaan we hiervoor doen in 2027? • •

•

Doorontwikkeling crisisorganisatie, incl. borging van een operationeel kernteam en team langdurige inzet. Doorontwikkelen van het VIK) (samen met andere veiligheidsregio’s) voor betere informatiepositie over voorzienbare risico’s en ondersteuning van crisisorganisatie en partners, inclusief bijdrage aan het landelijk informatiebeeld door nauwe samenwerking met Knooppunt Coördinatie Regio’s-Rijk (KCR2). Bovenregionale samenwerking versterken en slagkracht vergroten door toe te werken naar een flexibel en adaptief brandweerstelsel (programma Toekomstbestendige Brandweerzorg) en een operationele samenwerkingsstructuur voor bovenregionale/landelijke sturing.

4.5 Bevorderen van kwaliteit, leren en professionaliteit Hulpverleners en crisisfunctionarissen worden door VRGZ opgeleid om vakbekwaam te worden en te blijven. VRGZ biedt hiervoor een veilig

Evalueren doen we niet ‘omdat het moet’ maar vooral om nog beter te worden in het monodisciplinair en/of multidisciplinair samenwerken tijdens grote incidenten. Iedereen heeft daarin een eigen rol, bijdrage en verantwoordelijkheid. Van het durven benoemen van tips en tops, tot het toepassen van leerpunten in de praktijk. Evalueren zorgt daarnaast voor de verbinding tussen theorie in de koude en lauwe fase (risicobeheersing en voorbereiding) en praktijk (de uitvoering tijdens oefeningen en incidenten). Zo zorgen we er samen voor dat we blijven leren en verbeteren. De afgelopen jaren zijn opleidingen uitgesteld en is minder frequent geoefend, vooral om financiële redenen. Het realistisch oefenen bij realistische trainingscentra is afgeschaald van één keer per jaar naar één keer per twee jaar, rijvaardigheidstrainingen zijn vervallen en complete leergangen zijn doorgeschoven. Door stijgende opleidingskosten, meer verloop onder vrijwilligers en een relatief verouderd personeelsbestand zijn de budgetten voor vakbekwaamheid meerdere jaren substantieel overschreden. Deze tekorten zijn incidenteel opgevangen door onderschrijdingen binnen andere budgetten, maar deze wijze van financiering is echter niet structureel houdbaar. Om de brandweer haar wettelijke taken veilig en professioneel te laten uitvoeren, is een structurele ophoging van de middelen voor vakbekwaamheid noodzakelijk.

Zonder aanvullende financiële middelen ontstaat een onomkeerbare kwaliteitsachterstand. De repressieve

Programmabegroting 2027 en meerjarenraming 2028-2030

31

slagkracht komt hierdoor ernstig onder druk te staan en neemt het risico snel toe dat we operationele inzet niet langer veilig kunnen waarborgen. Dit brengt niet alleen verhoogde risico’s met zich mee voor personeel en inwoners maar vergroot ook de bestuurlijke aansprakelijkheid en reputatierisico’s voor de organisatie. Wat willen we bereiken? • • •

• • • •

•

•

Eenduidig, toekomstbestendig onderwijs voor brandweer en crisisbeheersing. Vakbekwaamheid passend bij grootschalige en langdurige crises. Leren & verbeteren volgens de Plan, Do, Check, Act (PDCA)-cyclus, met evaluaties die doorwerken in beleid, oefendoelen en uitvoering. Een gezamenlijke ondergrens voor presterend vermogen van brandweer en crisisbeheersing. Herstel van oefenfrequenties en opleidingsroutes naar het gewenste niveau. Voorkomen van veiligheids- en kwaliteitsrisico’s door achterstallige opleidingen. Duurzame inzetbaarheid en toekomstbestendige skills via strategische personeelsplanning voor de gehele organisatie.

•

• • •

grootschalige en langdurige crises krijgt bijzondere aandacht, zodat mensen met de juiste competenties en professionaliteit het vak kunnen uitoefenen. Evalueren van oefeningen, incidenten, rampen en crises; geleerde lessen worden door vertaald naar de organisatie. Leerpunten uit evaluaties worden geborgd in oefendoelen en het ontwerp van nieuwe oefeningen. In samenwerking met andere veiligheidsregio’s bijdragen aan een gezamenlijke methodiek als ondergrens voor het presterend vermogen van brandweer en crisisbeheersing, door gezamenlijke normstelling, kwaliteitsbewaking en actualisatie op basis van evaluaties. Bijdragen aan een gezamenlijke methodiek als ondergrens voor presterend vermogen (normstelling, kwaliteitsbewaking en actualisatie o.b.v. evaluaties). Oefenfrequentie terugbrengen naar het vereiste niveau. Efficiënte planning en spreiding van opleidingen, zodat opleidingen tijdig en haalbaar worden uitgevoerd. Met strategische personeelsplanning investeren we in duurzame inzetbaarheid, vitaliteit en betere match tussen mensen, kennis/vaardigheden en toekomstige opgaven.

4.6 Versterken van een weerbare samenleving Wat gaan we hiervoor doen in 2027? •

In samenwerking met andere veiligheidsregio’s inzetten op uniform onderwijs (in lijn met het landelijke programma ‘Onderwijs Onderweg’). Het versterken van vakbekwaamheid passend bij

De noodzaak voor het versterken van de weerbaarheid van de samenleving wordt inmiddels breed gedragen. Dit heeft te maken met de geopolitieke spanningen, die leiden tot grotere risico’s op maatschappelijke ontwrichting door een hybride of militair conflict. Ook andere ontwikkelingen zoals netcongestie, cyberdreigingen en bijvoorbeeld risico’s

Programmabegroting 2027 en meerjarenraming 2028-2030

32

die voortvloeien uit de energietransitie doen een beroep op onze inwoners. De samenleving verwacht een nadrukkelijke rol van de veiligheidsregio. Bijvoorbeeld het faciliteren van noodsteunpunten zoals genoemd in het coalitieakkoord. Na een gezamenlijke verkenning in 2025 en besluitvorming in maart 2026, werken we samen met onze gemeenten binnen het programma Weerbaarheid en veerkracht 2025-2027 aan het versterken van de maatschappijbrede weerbaarheid en veerkracht in de regio Gelderland-Zuid. De nadruk ligt op het handelingsperspectief en het stimuleren en benutten van samenwerkingskracht van inwoners, lokale netwerken, bedrijven en maatschappelijke instellingen – voor, tijdens en na een crisis. Wat willen we bereiken? • • •

Een zelfredzame en weerbare samenleving in Gelderland-Zuid, gedragen door een sterk netwerk van gemeenten en partners. Heldere coördinatie en informatie bij verstoringen. Consistente risico- en crisiscommunicatie die mensen voorbereidt en activeert.

Wat gaan we hiervoor doen in 2027? •

•

Met veiligheidsregio’s en gemeenten organiseren van een landelijk dekkend netwerk van coördinatie- en noodsteunpunten. Realisatie is afhankelijk van landelijke en/of regionale financiering en ambitie op dit punt. Risicocommunicatie versterken (in lijn met de landelijke publiekscampagne ‘Denk Vooruit’) en zelfredzaamheid bevorderen.

•

Eigen continuïteitsmaatregelen bij partners stimuleren en koppelen aan netwerkafspraken.

4.7 Weerbare en wendbare organisatie en continuïteit In het licht van de verhoogde dreiging, moeten we als samenleving kunnen blijven functioneren en continueren wanneer er sprake is van 72 uur stroomuitval of een militair/hybride conflict. Voor VRGZ betekent dit dat wij ons voorbereiden op minimaal 96 uur operationele continuïteit zonder stroom. De realiteit is echter dat we de afgelopen jaren zo efficiënt zijn ingericht, dat we op dit moment niet in staat zijn om 96 uur te overbruggen. Veel buffers en redundantie zijn wegbezuinigd of nooit opgebouwd: - we hebben geen structurele voorraden meer; - meerdere locaties beschikken niet over noodstroom; - continuïteit van informatievoorziening is onvoldoende verzekerd. We kunnen deels leunen op flexibiliteit, adaptiviteit en creatief vermogen van de eigen organisatie. Maar het vraagt ook om aanvullende investeringen in noodzakelijke maatregelen zoals beter inzicht in kritieke processen, het opbouwen van strategische voorraden, het realiseren van noodstroomvoorzieningen en het inrichten van back up systemen. Alleen door nu gericht te investeren kunnen we onze maatschappelijke opdracht blijven waarmaken wanneer het er echt op aankomt. De komende jaren investeren we gericht in het versterken van goed werkgeverschap om een gezonde, wendbare en betrokken organisatie te blijven.

Daarbij leggen we extra nadruk op psychosociale veiligheid en

Programmabegroting 2027 en meerjarenraming 2028-2030

33

gezondheid, mede door maatschappelijke en wettelijke ontwikkelingen die deze thema’s urgenter maken. Om medewerkers na impactvolle gebeurtenissen beter te ondersteunen, bundelen we verschillende vormen van hulpverlening in één centraal aanspreekpunt. Daarnaast bereiden we ons voor op de invoering van de landelijke regeling rondom erkenning en aanspraken bij PTSS, zodat we onze zorgplicht professioneel en duurzaam kunnen invullen.

•

In een blijvend krappe arbeidsmarkt is het van groot belang dat wij een aantrekkelijke werkgever zijn en blijven. Daarom investeren we gericht in strategische personeelsplanning, zodat we tijdig kunnen anticiperen op toekomstige personeels- en competentiebehoeften.

•

Tot slot intensiveren we als veiligheidsregio’s gezamenlijk onze arbeidsmarktcommunicatie om ons werkgeversmerk ‘veiligheidsregio’ te versterken en zichtbaar te blijven voor nieuw talent. Zo zorgen we voor voldoende, competente en gemotiveerde medewerkers om onze opgaven nu en in de toekomst waar te maken.

•

•

Wat gaan we hiervoor doen in 2027? •

•

Wat willen we bereiken? • • •

Bedrijfscontinuïteit: kritieke processen kunnen minimaal 96 uur doorlopen bij ontwrichting. Afgestemde noodscenario’s voor meldkamer, incidentbestrijding en ondersteunende diensten. Een geactualiseerd continuïteitsplan VRGZ om prioriteiten te sturen en samenhang te borgen.

Versterking van goed werkgeverschap als structureel onderdeel van onze bedrijfsvoering, met extra focus op psychosociale veiligheid en gezondheid. Eén centraal, betrouwbaar aanspreekpunt waar medewerkers terecht kunnen voor alle vormen van ondersteuning bij impactvolle gebeurtenissen. We zijn een aantrekkelijke werkgever die talent weet te behouden en aan te trekken. We hebben strategisch personeelsplanning (SPP) stevig ingebed als sturingsinstrument.

•

•

Borgen van stroom/energie, brandstof, primaire behoeften, personeel en ICT om 96 uur continuïteit te garanderen (kritieke processen ambulance, brandweer en crisisbeheersing). Voor de ambulancevoorziening en brandweer zorgen we voor een gezamenlijk noodscenario voor meldkamer, incidentbestrijding en services zoals laden van apparatuur en wassen van dienstkleding. Voor crisisbeheersing en communicatie sluiten we hiervoor aan bij landelijke ontwikkelingen. In samenwerking met andere veiligheidsregio’s inzetten op goed werkgeverschap, onder andere door het binden van vrijwilligers Vrijwilligheid is van Levensbelang voor ons Allemaal (Vlam) en het strategisch personeelsbeleid. Voldoen aan landelijke zorgplicht bij PTSS en psychosociale risico’s door focus op preventie, de versterking van het Bedrijfsopvangteam, het Team Collegiale Ondersteuning en een

Programmabegroting 2027 en meerjarenraming 2028-2030

34

• •

casemanager die medewerkers van begin tot eind begeleidt bij complexe werk gerelateerde gebeurtenissen. Uitvoeren en actualiseren van SPP voor alle onderdelen van de organisatie. Gericht inzetten van campagnes, social media en storytelling met aandacht voor maatschappelijke impact.

4.8 Huisvesting en faciliteiten Een toekomstbestendige veiligheidsregio vraagt om een strategisch gespreide vastgoedportefeuille, die het primaire proces optimaal faciliteert, een gezonde omgeving voor werknemers bevordert en die voldoet aan de wettelijke vereisten rondom duurzaamheid. Daarbij staan continuïteit van de zorg- en veiligheidsketen, optimale dekking in de regio en het waarborgen van opkomsttijden centraal. Vanwege de stijging van de kosten van onze vastgoedportefeuille maar ook vanwege het ontbreken van budget voor kapitaallasten, is in 2024 en 2025 in opdracht van het Algemeen Bestuur onderzoek uitgevoerd naar de toekomst van het vastgoed van VRGZ. Naar aanleiding van het onderzoek is door het bestuur in april 2025 besloten: a. dat de huidige indeling van brandweerkazernes gehandhaafd blijft en dat het sluiten van posten geen wenselijke mogelijkheid biedt om deze stijging te dempen; b. dat het wenselijk is de huidige lokale servicecentra en magazijnen samen te brengen in één nieuw regionaal servicecentrum en magazijn;

c. dat de nieuwbouw, vernieuwing en aanpassing van gebouwen gedaan zal worden met de wettelijke eisen van duurzaamheid als uitgangspunt; d. dat waar mogelijk wordt gekeken naar het maken van ‘slimme keuzen’ door gezamenlijke huisvesting te continueren en te intensiveren met ketenpartners waar mogelijk; e. dat de financiële gevolgen van deze besluiten nopen tot de opbouw van een reserve om investeringen nu en in de toekomst mogelijk te maken en dat deze volgens de voorgestelde opbouw wordt gedaan.

We constateren dat de uitgangspunten uit het regionale huisvestingsonderzoek niet aansluiten bij de actuele inflatie- en renteontwikkelingen. Wij volgen deze ontwikkelingen zorgvuldig en blijven gericht op het realiseren van de huisvestingsplannen binnen de vastgestelde financiële kaders. Zodra de beschikbare bijdrage onvoldoende blijkt, zal dit ter besluitvorming aan het Algemeen Bestuur worden voorgelegd. De maatschappelijke opgave rondom weerbaarheid kan leiden tot noodzakelijke bouwkundige aanpassingen aan onze panden, zodat deze kunnen functioneren als regionale coördinatiepunten en de continuïteit van het primaire proces gewaarborgd blijft. Voor mogelijke investeringen in noodstroomvoorzieningen, informatie- en communicatie faciliteiten, beveiliging en toegang en basisvoorzieningen voor personeel en bezoekers zijn op dit moment geen financiële middelen beschikbaar.

Programmabegroting 2027 en meerjarenraming 2028-2030

35

Wat willen we bereiken? •

• •

Een strategisch gespreide vastgoedportefeuille die het primaire proces faciliteert, gezonde werkplekken biedt, duurzaam is en voldoet aan wet- en regelgeving. Optimale dekking in de regio, geborgde opkomsttijden en robuuste faciliteiten. Financiële wendbaarheid en voorspelbaarheid voor toekomstige investeringen.

prijsstijgingen om te kunnen beoordelen of de jaarlijkse cumulatieve bijdrage van € 410.000,- gedurende de uitvoering van het huisvestingsplan toereikend en actueel blijft.

Wat gaan we hiervoor doen in 2027? •

•

•

•

Uitvoering geven aan het in 2026 geactualiseerde strategisch Plan Vastgoed. In het kader van een strategisch gespreide vastgoedportefeuille (onderdeel van het Strategisch Plan Vastgoed) is de inzet om nieuwbouw, vernieuwing en aanpassing van VRGZgebouwen te laten voldoen aan de minimale wettelijke eisen van duurzaamheid. Uitvoering geven aan de reeds gestarte nieuwbouwplannen van de locaties Lienden, Varik en Maurik. Realisatie is afhankelijk van bestemmingsplanwijzigingen, vergunningen en beschikbare marktpartijen. Opbouwen van een egalisatiereserve om toekomstige investeringen in het vastgoed verantwoord te kunnen dekken (conform besluitvorming Algemeen Bestuur april 2025 naar aanleiding van het onderzoek naar de stijgende kosten van de vastgoedportefeuille). Voortdurend monitoren van landelijke- en regionale ontwikkelingen, wijzigingen in wet- en regelgeving en

Programmabegroting 2027 en meerjarenraming 2028-2030

36

5

Informatiestrategie en digitale weerbaarheid

Programmabegroting 2027 en meerjarenraming 2028-2030

37

5 Informatiestrategie en digitale weerbaarheid 5.1 Inleiding VRGZ staat voor grote maatschappelijke opgaven en een toenemende digitale afhankelijkheid. De uitdagingen zijn groot en de urgentie is hoog. Daarom is het nodig een duidelijke richting, versnelling en samenhang in de informatievoorziening te krijgen. Zo kunnen we niet alleen bijblijven, maar ook blijvend meegaan in de steeds veranderende digitale wereld. Er is de afgelopen jaren sprake van een digitale transformatie die veel kansen biedt, maar tegelijkertijd ook serieuze risico’s met zich meebrengt. Informatiegestuurde veiligheid, artificiële intelligentie (AI) en robotica bieden kansen voor de uitvoering van onze taken. Cyberdreigingen, datalekken, onvoldoende ketenweerbaarheid en vervlechting van systemen vormen grote risico’s voor onze organisatie. De afgelopen jaren is deze dreiging wezenlijk toegenomen. De afhankelijkheid van digitale systemen in onze hulpverlening is groot en neemt verder toe. Denk aan het realtime beschikbaar hebben van kaart- en incidentinformatie in de brandweer- en ambulancevoertuigen om adequaat te reageren op incidenten, het digitaal communiceren met ziekenhuizen vanuit de ambulance ter bevordering van acute zorg en het veilig delen en ter beschikking krijgen van informatie binnen het netwerk van crisispartners, voor coördinatie en besluitvorming tijdens crisissituaties.

Deze voorzieningen moeten altijd werken. Doen ze dat niet, dan heeft dit direct impact op het functioneren van onze hulpdiensten en

de crisisorganisatie en daarmee op de veiligheid van en hulpverlening aan onze inwoners. De informatievoorziening binnen de VRGZ, een wettelijke taak op grond van de Wet veiligheidsregio’s, moet voorbereid zijn op nieuwe ontwikkelingen (maatschappelijk, dreiging van buitenaf en technisch) en daarmee toekomstbestendig zijn. Daarom zetten wij in overeenstemming met de ambities in ons Regionaal Beleidsplan 2024-2027, de samenwerkingsagenda van het Veiligheidsberaad en het landelijke Masterprogramma IV 2025 – 2030, de komende jaren in op het ontwikkelen van een IV-architectuur die continuïteit, stabiliteit, wendbaarheid en informatieveiligheid centraal stelt en daarmee de continuïteit van onze dienstverlening waarborgt. Dit alles om beter te anticiperen op nieuwe risico’s en onvoorspelbare veiligheidsrisico’s. Dit is noodzakelijk gezien: • de continuïteit van onze kritieke processen; • de aanwijzing als vitale aanbieder; • aangescherpte eisen en nieuwe normeringen voor digitale weerbaarheid en privacy; • landelijke afspraken over datadeling en een geborgd basisniveau voor informatieveiligheid binnen de veiligheidsregio’s; • bestuurlijke verantwoordelijkheid voor cyberveiligheid.

Als vitale aanbieder krijgen we een belangrijke taak in het continueren van vitale processen, zoals crisesbestrijding, het uitoefenen van zorg- en brandweertaken en de communicatie- en informatievoorziening voor hulpdiensten en crisispartners. Daarom is het van belang dat we zicht hebben op risico’s en hier voldoende maatregelen tegen nemen: strakkere processen en eigenaarschap, structurele professionalisering van

Programmabegroting 2027 en meerjarenraming 2028-2030

38

informatievoorziening en beveiliging, redundante systemen die blijven functioneren bij internet- of clouduitval, meer interne kennis en vaardigheden en minder afhankelijkheid van externe leveranciers.

5.2 Robuuste, schaalbare en wendbare informatievoorziening Om de inrichting van de informatievoorziening (IV) van onze organisatie beter af te stemmen op wettelijke vereisten, landelijke afspraken, technologische ontwikkelingen en marktomstandigheden is in maart 2026 de IV‑strategie voor 2026–2030 bestuurlijk vastgesteld. Conform het besluit van het Algemeen Bestuur is voor de uitvoering van de IV‑strategie in 2027 een bedrag van € 2.562.000,- toegevoegd aan de gemeentelijke bijdrage. Meerjarig is hiervoor een oplopend bedrag opgenomen dat in 2030 in totaliteit uitkomt op € 4.088.000,-. De bedragen zijn na aftrek van de incidentele dekking uit de bestemde reserve BDuR ter versterking van crisisbeheersing en informatievoorziening. Daarnaast levert AZGZ naar verwachting een structurele bijdrage van € 300.000,- per jaar. Om de inrichting van onze informatievoorziening betaalbaar, robuust, schaalbaar en wendbaar te maken, kiest VRGZ er bewust voor om in de komende jaren meer werkzaamheden in eigen beheer te nemen. Deze keuze is noodzakelijk en strategisch van aard en draagt bij aan het verminderen van afhankelijkheid van externe leveranciers. Die afhankelijkheid gaat vaak gepaard met beperkte flexibiliteit, lange doorlooptijden, hoogoplopende kosten en risico’s op continuïteit.

Door kritieke onderdelen van de informatievoorziening zelf te beheren, vergroten we onze regie op kwaliteit, informatieveiligheid en continuïteit. Dit stelt ons beter in staat om snel te reageren op technologische

ontwikkelingen, veranderende wet- en regelgeving en operationele behoeften vanuit het primaire proces. Daarnaast beperken we met deze keuze de impact van prijsstijgingen en bouwen we interne kennis en expertise op, wat de weerbaarheid en slagkracht van de organisatie versterkt. Uit de dialoogrondes met potentiële leveranciers is bovendien gebleken dat het uitbesteden van deze werkzaamheden zou leiden tot structureel hogere kosten oplopend tot € 2,2 miljoen. Daarmee is het financieel en organisatorisch aanzienlijk gunstiger om deze capaciteit binnen de VRGZ te behouden en verder te professionaliseren. Wat willen we bereiken? • •

•

Een robuuste, schaalbare en flexibele informatievoorziening die continuïteit en wendbaarheid waarborgt. Meer regie op kwaliteit, informatieveiligheid en continuïteit door afhankelijkheid van externe leveranciers substantieel te verminderen. Minimaliseren van risico’s en structureel veiligstellen van de stabiliteit en continuïteit van (vitale) systemen en dienstverlening.

Wat gaan we hiervoor doen in 2027? • • •

Kritieke onderdelen van de informatievoorziening in eigen beheer nemen (inbesteden). ICT‑professionals opleiden en specialiseren voor beheer van nieuwe IV‑architectuur. Beheer uitvoeren in lijn met de IV-architectuur uit het landelijke Masterprogramma IV 2025–2030.

Programmabegroting 2027 en meerjarenraming 2028-2030

39

• •

Redundantie vergroten van systemen en processen ter borging van digitale continuïteit. Portfoliosturing en governance versterken om versnippering te voorkomen.

• • •

5.3 Informatieveiligheid, privacy en cyberweerbaarheid Als veiligheidsregio maken wij deel uit van de partijen die een dienst aanbieden waarvan de continuïteit van vitaal belang is voor de samenleving. Dit betekent dat we, naast de Baseline Informatiebeveiliging Overheid (BIO2) en de NEN 7510 (voor AZGZ), aan een groot aantal vereisten moeten voldoen die horen bij de status van vitale aanbieder. Daarom zet VRGZ in op versterking van processen, systemen en kennis om cyberdreigingen en risico’s effectief te beheersen. In dit kader zijn licenties voor kantoorautomatisering opgewaardeerd naar een hoger beveiligingsniveau. Hiervoor is een bedrag van € 130.000,- toegevoegd aan de gemeentelijke bijdrage ter dekking van deze maatregelen.

Wat gaan we hiervoor doen in 2027? • • • • •

Wat willen we bereiken? • • •

Onze digitale weerbaarheid moet aansluiten bij onze status als vitale aanbieder. Alle medewerkers moeten beschikken over actuele digitale, security‑ en privacycompetenties. AI‑geletterdheid moet binnen relevante functies een basisvaardigheid zijn om te voldoen aan de wettelijke verplichting uit de AI-verordening en om AI verantwoord toe te passen.

•

Implementeren van een Security Operations Center (SOC)6. Versterking van informatieveiligheid via uitbreiding van netwerkfunctionaliteit en licenties. Investeren in kennis, vaardigheden en risicobewustzijn van medewerkers (security & privacy). Structureel inbedden van informatiebeveiligings‑ en privacychecks binnen alle sectoren. Investeren in leveranciersmanagement en samenwerking met ketenpartners ten aanzien van informatieveiligheid. Investeren in AI‑geletterdheid in lijn met AI-verordening.

Organisatiebreed functioneren op BIO‑volwassenheidsniveau 3 is noodzakelijk. Naleving van NEN 7510 binnen de ambulancezorg moet structureel geborgd zijn. De digitale infrastructuur moet voldoen aan alle wettelijke eisen en landelijke afspraken.

6 Een Security Operations Center (SOC) is een gespecialiseerde voorziening die continu (24/7)

onze digitale omgeving bewaakt op cyberdreigingen. In de praktijk monitort een SOC de

computer- en netwerkactiviteiten in een organisatie. Loginformatie van applicaties en apparaten in het bedrijfsnetwerk wordt verzameld en onderzocht op afwijkende zaken.

Programmabegroting 2027 en meerjarenraming 2028-2030

40

5.4 Informatiegestuurde veiligheid (IGV) en informatiegestuurd werken (IGW) Informatiegestuurde veiligheid (IGV) en informatiegestuurd werken (IGW) dragen bij aan een veiliger en weerbaarder Nederland, want betrouwbare informatie ondersteunt de besluitvorming en is de basis van het handelen en de samenwerking. Door het realiseren van een goede informatiepositie in het netwerk ontstaat er een actueel beeld van kwetsbaarheden en dreigingen die tot incidenten kunnen leiden. Deze informatiepositie is essentieel om effectief en efficiënt op te treden bij incidenten, rampen, crisis en bij de voorbereiding hierop. Daarnaast is het terugdringen van risico’s en het sturen en verantwoorden daarop ook mogelijk bij een goede informatiepositie. Om informatiegestuurd werken mogelijk te maken is het van belang dat er gegevensuitwisseling plaatsvindt binnen de veiligheidsregio, met partners en landelijk, met andere veiligheidsregio’s en met de Rijksoverheid. Het Veiligheidsinformatieknooppunt (VIK) is de plek binnen VRGZ waar veel gegevens worden ontsloten. Die informatie komt van de eigen organisatie, van gemeenten en van externe partners. Door betekenis te geven aan informatie kunnen we een crisis meer zien aankomen of zelfs voorspellen en dus sneller handelen. Dit betekent dat we constant monitoren wat er gebeurt in de maatschappij.

staat om sneller en adequater te reageren, risico’s nauwkeuriger in te schatten en veiliger en efficiënter op te treden. Variërend van alarmering en aanrijroutes tot inzetkeuzes, opschaling en samenwerking met ketenpartners. AI speelt een steeds grotere rol bij het analyseren van informatie. Hierdoor kunnen we processen slimmer inrichten en capaciteit beter benutten. Denk aan voorspellingen van drukte, inzetplanning en het minimaliseren van responstijden door betere positionering van repressieve medewerkers en voertuigen. We zijn daarbij proactief en innovatief en we oriënteren ons op de wereld om ons heen. Wat willen we bereiken? •

•

•

•

VRGZ-brede, betrouwbare en actuele informatie als basis voor onder andere incidentbestrijding, voorbereiding op crises en het nemen van snellere, effectievere maatregelen. Vroegtijdige signalering en alertering door informatie via het VIKportaal aan te bieden binnen de veiligheidsregio en aan netwerkpartners. Regionale en landelijke beeldvorming versterken door informatieuitwisseling met en aansluiting op het landelijke KCR2 en VIK’s van de andere veiligheidsregio’s. De paraatheid moet worden vergroot door datagedreven inzet van mensen en voertuigen.

Binnen de operationele processen van zowel de ambulancezorg als de brandweer is informatiegestuurd werken structureel verankerd. Hulpverleners beschikken in voertuigen en tijdens incidenten over realtime informatie via digitale systemen en kaartlagen. Deze werkwijze stelt hen in

Programmabegroting 2027 en meerjarenraming 2028-2030

41

Wat gaan we hiervoor doen in 2027? • • •

•

andere ICT-apparatuur zoals laptops, telefoon en tablets. Zo kunnen we efficiënt blijven werken en informatiebeveiliging op orde houden.

Inbedden van onderdelen uit de landelijke IGV‑architectuur (Masterprogramma IV 2025–2030). Doorontwikkeling van het VIK-portaal tot een robuust en veilig ICT‑systeem. Afspraken maken over het verzamelen, opslaan, verwerken en delen van vertrouwelijke informatie binnen de organisatie en binnen het netwerk van crisispartners. Informatiegestuurd optreden binnen de brandweer en ambulancezorg versterken door informatie te laten aansluiten op de werkpraktijk (bijvoorbeeld door het aanbieden van dashboards en kaartlagen) en te investeren in datavaardigheid van medewerkers.

Wat willen we bereiken? •

•

Wat gaan we hiervoor doen in 2027? •

5.5 Missiekritische communicatie Missiekritische communicatie is van groot belang om de veiligheid en weerbaarheid van Nederland 24/7 te waarborgen. Openbare orde- en veiligheidsdiensten moeten in de uitvoering van hun taken kunnen vertrouwen op een robuust en toekomstbestendig communicatiesysteem zodat zij zo optimaal mogelijk met elkaar kunnen communiceren, ook in tijden van crises. VMX is de opvolger van het huidige C2000-systeem. De techniek achter C2000 is verouderd en biedt geen innovatiemogelijkheden.

Betrouwbare, veilige en geïntegreerde communicatievoorzieningen moeten beschikbaar zijn voor ambulancezorg, brandweer en crisisbeheersing. Een beheerstrategie die aansluit op de trend van integratie van VMX, NCV (Noodcommunicatievoorziening), Push‑to‑Talk en mobiele apparatuur.

•

•

Landelijke ontwikkelingen volgen en samen met partners toewerken naar een gezamenlijke ambitie richting 2030. Tegelijkertijd versterken we regionaal waar nodig onze eigen robuustheid om noodcommunicatie tussen hulpdiensten te blijven garanderen. Integratie van beheer van missiekritische communicatieapparatuur met beheer van andere ICT‑apparatuur.

We zien ook nu al dat missiekritische communicatieapparatuur steeds meer integreert in gecombineerde systemen. Dit vergt een meer geïntegreerde aanpak van het beheer van deze systemen en die van

Programmabegroting 2027 en meerjarenraming 2028-2030

42

6 Paragrafen

Programmabegroting 2027 en meerjarenraming 2028-2030

43

6 Paragrafen 6.1 Weerstandsvermogen en risicobeheersing In deze paragraaf komen de normering van de algemene reserve, het weerstandsvermogen en de weerstandscapaciteit aan de orde. Daarnaast worden de risico’s van VRGZ beschreven. Voor het beleid over weerstandsvermogen en risicobeheersing wordt verwezen naar bijlage 8.5 Financiële spelregels.

Algemene reserve, weerstandsvermogen en weerstandscapaciteit Programma Crisis- en Rampenbestrijding Algemene reserve Crisis- en Rampenbestrijding Bedragen * € 1.000,Streefwaarde eigen vermogen (5% van de baten)

Begroting 2027

Raming 2028

Raming 2029

Raming 2030

3.802

3.997

4.067

4.126

Algemene reserve rampenbestrijding

1.069

1.070

1.070

1.070

Percentage eigen vermogen van de baten

1,41%

1,34%

1,32%

1,30%

Tabel 6.1: algemene reserve C&R

Bestemde reserves worden niet meegenomen in deze toetsingstabel van het eigen vermogen. Indien positieve resultaten behaald worden geldt als uitgangspunt dat dit resultaat toegevoegd wordt aan de algemene reserve tot de bestuurlijke streefwaarde.

Het saldo van de algemene reserve is lager dan de streefwaarde van 5%. Door de late vaststelling van de cao valt de indexering op de gemeentelijke bijdrage relatief laag uit, waardoor in 2027 een incidenteel negatief resultaat van € 1.548.000,- ontstaat dat wordt gedekt uit de algemene reserve. Het weerstandsvermogen is de mate waarin de benodigde capaciteit wordt gedekt door de beschikbare capaciteit (algemene reserve rampenbestrijding). De verwachte beschikbare weerstandscapaciteit van het programma C&R is niet toereikend om de geïnventariseerde en gecalculeerde risico’s (zie paragraaf 6.1.2 Risico’s) te dekken. Naarmate de gecalculeerde risico’s zich daadwerkelijk voordoen zal de VRGZ hiervoor vanuit de deelnemende gemeenten gecompenseerd dienen te worden om zodoende de continuïteit van haar kerntaken te borgen dan wel vanuit het Algemeen Bestuur een opdracht krijgen tot een taakstelling die, zoals de afgelopen jaren al kenbaar is gemaakt de kerntaken zal raken. Programma RAV De reserve van de RAV ziet er als volgt uit: Reserve aanvaardbare kosten RAV Bedragen * € 1.000,-

Begroting 2027

Raming 2028

Raming 2029

Raming 2030

De minimale norm is 10% van de baten

4.083

4.083

4.083

4.083

De streefwaarde is 15% van de baten

6.124

6.124

6.124

6.124

Reserve aanvaardbare kosten RAV

2.887

2.887

2.887

2.887

7%

7%

7%

7%

Percentage eigen vermogen van de baten

Tabel 6.2: reserve aanvaardbare kosten RAV

Programmabegroting 2027 en meerjarenraming 2028-2030

44

Cijfermatig haalt AZGZ de minimale norm van 10% van de baten niet. Dit wordt veroorzaakt doordat AZGZ de afgelopen jaren niet in staat is geweest structureel positieve resultaten te behalen. De verwachte beschikbare weerstandscapaciteit (reserve aanvaardbare kosten RAV) is toereikend om de geïnventariseerde en gecalculeerde risico’s te dekken (zie paragraaf 6.1.2 Risico’s).

Risico’s In tabel 6.3 is een samenvatting van de risico’s met financiële omvang opgenomen. Bij de bepaling van de noodzakelijke risicocapaciteit is rekening gehouden met de weging van de verwachtingswaarde van de kans dat de risico’s zich voordoen. Bedragen *€ 1.000,-

Verwachtingswaarde afzonderlijke risico’s

Noodzakelijke risicocapaciteit VRGZ

Noodzakelijke risicocapaciteit RAV

Noodzakelijke risicocapaciteit C&R

1.775

469

52

417

1.025

338

107

230

Economische risico’s

2.505

527

200

326

Middelen, organisatie, medewerkers en efficiency

9.575

3.678

1.198

2.480

Totaal

14.880

5.012

1.557

3.453

Nieuwe wet- en regelgeving en politiek bestuurlijke risico’s Maatschappelijke risico’s

Om een concreter beeld te geven van de risico’s die de VRGZ loopt, worden in tabel 6.4 de tien grootste risico’s weergegeven.

Wijzigingen ten opzichte van het overzicht in de jaarrekening 2025 Ten opzichte van de jaarrekening zijn de risico’s met betrekking tot de kapitaallasten vastgoed en het verduurzamen vastgoed beoordeeld. Voor beide risico’s is het kans-percentage verlaagd, wat heeft geleid tot een lager geraamd risicobedrag. Als gevolg hiervan valt het risico met betrekking tot de kapitaallasten vastgoed niet langer binnen de top 10 van grootste risico’s. Het risico verduurzamen vastgoed is uit de lijst met risico’s gehaald omdat hiervoor jaarlijkse dekking beschikbaar is gekomen en daarmee het risico zoals eerder was opgenomen niet meer actueel is. Frauderisicoanalyse VRGZ heeft beleid opgesteld over het voorkomen van fraude en er is een frauderisicoanalyse uitgevoerd. De analyse wordt periodiek geactualiseerd en is betrokken bij het risicomanagement. Dit is tevens onderdeel van de rechtmatigheidsverklaring via het criterium misbruik en oneigenlijk gebruik.

Tabel 6.3: samenvatting risico’s

Programmabegroting 2027 en meerjarenraming 2028-2030

45

Nr

Risico en omschrijving

1

PFAS De Rijksoverheid wil inzicht krijgen in hoeverre er in Nederland PFAS vervuiling is. Zodra op onze locaties een significante hoeveelheid PFAS in de bodem wordt gevonden, kan dit resulteren tot maatregelen die kosten met zich meebrengen voor de VRGZ en/of de individuele gemeenten.

2

Bedrag x kans

PTSS, Verzuim, Arbo Door verzuim om verschillende redenen geen inzetbaarheid van personeel maar wel (op)lopende kosten. PTSS bekend bij aantal medewerkers en gezien de aard van de organisatie zijn nieuwe gevallen in de toekomst niet uit te sluiten.

2.500 x 0,3

Risico bedrag 750

Beheersmaatregelen ▪ ▪ ▪

1.500 x 0,5

750

▪ ▪ ▪

▪

Programmabegroting 2027 en meerjarenraming 2028-2030

Locaties laten onderzoeken en uitwerken naar actieplan Landelijke ontwikkelingen volgen, met name financiering en vervolgstappen Blusmiddelen met PFAS worden niet meer gebruikt Managers meenemen in hoogte verzuim en monitoring verzuimgevallen Tevredenheidsonderzoeken onder personeel regelmatig uitvoeren Mogelijkheden interne re-integratie uitwerken, reintegratie plan per afdeling optuigen zodat per soort re-integreerder een passende oplossing (ook buiten eigen afdeling) geboden kan worden Actief arbobeleid, zoals vormgegeven in TCO en BOT teams

46

Nr

Risico en omschrijving

Bedrag x kans

3

Cybercriminaliteit/beveiligingsincident Cybercriminaliteit, beveiligingsincidenten en verstoringen van de organisatie en samenleving

1.000 x 0,5

Risico bedrag 500

Beheersmaatregelen ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪

Programmabegroting 2027 en meerjarenraming 2028-2030

Aanwezigheid CISO, FG en PO en uitbreiding functioneel beheer Continuïteitsplan in werking Vitaal verklaring bij voldoen aan Cyberbeveiligingswet Opnieuw aanbesteden kantoorautomatisering Strengere controles inrichting automatisering Verdere verbetering ISO / NEN certificering Inzet AI gestuurde monitoring software Verhogen bewustwording binnen de organisatie Tactisch- en strategisch plan om te voldoen aan wet- en regelgeving Back-up en restore Verwerkersovereenkomsten en contracten conform inkoopvoorwaarden VRGZ Ketensamenwerking Prospectieve risicoanalyse

47

Nr

Risico en omschrijving

Bedrag x kans

4

Arbeidsmarktkrapte Door arbeidsmarktkrapte niet en of niet volledig de toegewezen taken kunnen uitvoeren. Risico met name van toepassing op RAV waar op dit moment de voornaamste krapte zit. In de komende jaren door vergrijzing zowel bij de RAV als VRGZ-functies die ingevuld moeten worden.

750 x 0,5

Risico bedrag 375

Beheersmaatregelen ▪ ▪ ▪ ▪

▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪

5

6

Meerkosten ontvlechting VRGZ/GGD Door de voorgenomen ontvlechting tussen de VRGZ en de GGD op het gebied van bedrijfsvoering ontstaat een risico op kosten die moeilijke in te schatten zijn zoals frictiekosten Klimaatverandering C&R Gevolgen van klimaatverandering en energietransitie op Repressie brandweer. Dit kan leiden tot langere- en complexere uitrukken en toename in aantal uitrukken. Ook kan dit leiden tot anders- of meer opleiden en nieuwe vereisten materieel.

Tijdig bespreken met zvz Zorgcoördinatie Tijdig schakelen met ketenpartners (ziekenhuizen) om met elkaar keten sterk te houden Automatiseren van repeterende taken, inzetten van chatbots, maken van gespreksverslagen, inzet AI-tools. Aanpassing arbeidsvoorwaarden Inzet externe wervingsbureaus Extra inzet op arbeidsmarktcommunicatie Extra formatie t.b.v. werving en selectie Ontwikkelen duurzaaminzetbaarheidsbudget Extra aandacht voor binden en boeien van medewerker (o.a. richtlijn bewust belonen)

1.100 x 0,3

330

▪ ▪ ▪

Samenstellen van organisatieplan Onderzoeken verschillende scenario's Duidelijke afspraken maken overgangsperiode

500 x 0,5

250

▪ ▪

Volgen landelijke ontwikkelingen Project gebiedsgerichte aanpak natuurbrandbeheersing Trainingen en oefenen scenario’s Doorontwikkeling materieel

▪ ▪

Programmabegroting 2027 en meerjarenraming 2028-2030

48

Nr

Risico en omschrijving

7

Weerbaarheid eigen organisatie In het kader van de weerbare samenleving zijn veiligheidsregio's verplicht een weerbaarheidsplan te hebben en voorbereid te zijn op een noodsituatie om de bevolking van Nederland bij te staan. Om weerbaar te zijn als organisatie zijn vereisten gesteld, onduidelijk is nog hoe dekking van deze kosten uitvallen. Voor de organisatie betreft dit substantiële aanpassingen/werk.

8

Bedrag x kans

CAO CAO/Loonontwikkelingen

500 x 0,5

630 x 0,3

Risico bedrag

Beheersmaatregelen

250

189

▪ ▪ ▪

Continuïteitsplan eigen organisatie Uitwerken mogelijke scenario's Opstellen protocollen

▪

Tijdig het gesprek voeren met zorgverzekeraars/ Gemeentes Bij vacatureruimte afwegen of invulling noodzakelijk is Aanspreken van algemene reserve

▪ ▪ 9

10

Prijsstijgingen Prijsstijgingen, veel grote kostenuitzettingen waar niet persé dekking voor is: ▪ Cao-stijgingen, duurdere inhuur ▪ Huisvesting ▪ Meldkamerkosten en -ontwikkelingen. ▪ Stijging oefencentra ▪ Doorbelasting kosten VRGZ aan RAV BTW/VPB Construct met belastingdienst en GGD zal met het voorgenomen besluit tot ontvlechting op het gebied van bedrijfsvoering herzien moeten worden. Over de totstandkoming en hoe een dergelijke regeling uitpakt in de toekomst onzekerheid. Totaal van de 10 grootste risico’s (noodzakelijke risicocapaciteit) Overige (noodzakelijke risicocapaciteit) Totale noodzakelijke risicocapaciteit

375 x 0,5

188

▪ ▪ ▪ ▪

Langetermijn afspraken maken Tijdig bespreken met zorgverzekeraars Uitstellen of afzien van aanschaf/inhuur Toerekening model kostenverdeelsleutel voor doorbelasting VRGZ kosten aan RAV herzien

220 x 0,7

154

▪

Knelpunten tijdig bespreken met accountant en belastingdienst Meenemen in plannen ontvlechting

▪ 3.736 1.276 5.012

Tabel 6.4: overzicht 10 grootste risico’s

Programmabegroting 2027 en meerjarenraming 2028-2030

49

Investeringen in gebouwen VRGZ heeft ultimo 2026 34 brandweerkazernes en 4 ambulanceposten in eigendom. De overige kazernes en ambulanceposten zijn in eigendom van de gemeenten en worden gehuurd door VRGZ. Investeringen in gebouwen die eigendom van de gemeenten zijn komen voor rekening van de betreffende gemeenten. Investeringen in gebouwen die eigendom zijn van VRGZ worden bij VRGZ geactiveerd. De kapitaallasten zijn opgenomen in de begroting.

Kengetallen Onderstaande kengetallen zijn opgenomen conform Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV). De structurele exploitatieruimte in onderstaande tabel is in 2025 t/m 2030 nihil doordat de positieve resultaten in de exploitatie incidenteel van aard zijn. Incidentele lasten en vrijval van de bestemde reserves worden niet meegenomen in de berekening van de kengetallen. Kengetallen

Realisatie 2025

Gew. Begr. 2026

Begro- Raming Raming Raming ting 2028 2029 2030 2027

Netto schuldquote

41%

43%

60%

64%

67%

62%

Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen

41%

43%

60%

64%

67%

62%

Solvabiliteitsratio

11%

9%

6%

5%

5%

5%

Structurele exploitatieruimte

0%

0%

0%

0%

0%

0%

Tabel 6.5: kengetallen

6.2 Onderhoud kapitaalgoederen Materiële vaste activa Activeren en afschrijven In overeenstemming met het BBV wordt alle materiële vaste activa geïnvesteerd. Investeringen worden lineair afgeschreven vanaf 1 juli van het jaar van ingebruikname. Als uitgangspunt voor het activeren geldt dat dit plaatsvindt vanaf € 10.000,- per object.

Investeringen in overige kapitaalgoederen Ten aanzien van de investeringen in overige kapitaalgoederen (inventaris en installaties, automatisering, vervoersmiddelen en materiaal) hanteert VRGZ een meerjarig investeringsplan dat periodiek wordt geactualiseerd. In de begroting is een verwachting opgenomen voor kapitaallasten gebaseerd op de verwachte kapitaallasten van het betreffende begrotingsjaar. De werkelijke kapitaallasten fluctueren. Meerjarig wordt gestuurd op een sluitende investeringsbegroting, maar dit is niet haalbaar vanwege inflatie en additionele duurzaamheidseisen waardoor prijzen verder oplopen. Onderhoud Ambitieniveau VRGZ is een organisatie die sterk afhankelijk is van de inzet van haar materieel. Uitval kan niet worden gepermitteerd. Het is daarom noodzakelijk om het risico van deze uitval te beperken door garanties en zekerheden te stellen. Eén van de zekerheden wordt ontleend aan het meerjarig in beeld brengen van de onderhoudskosten van het operationeel houden van de onderhoudsobjecten. Er mag geen sprake zijn van achterstallig onderhoud.

Programmabegroting 2027 en meerjarenraming 2028-2030

50

Onderhoud gebouwen en installaties Op basis van het meerjarenonderhoudsplan (MJOP) wordt jaarlijks het planmatig onderhoud uitgevoerd. Uitgangspunten beleid ▪ Het MJOP wordt jaarlijks geactualiseerd en een keer in de vijf jaar volledig herzien door een externe partij. ▪

VRGZ middelt de lasten van het onderhoud over een periode van 10 jaar.

▪

Voor het meten en bewaken van de onderhoudsstaat wordt de landelijke NEN‐norm 2767 (Nederlands Normalisatie‐instituut) gehanteerd voor gebouwen.

Het onderhoud vertoont in absolute zin, als gevolg van werkelijk uit te voeren onderhoud, in de verschillende jaren fluctuaties. Via de voorziening groot onderhoud vertoont de feitelijke belasting van de begroting een stabiel beeld.

2027 volledig gefinancierd uit de daarvoor bestemde reserve herziening MJOP. Onderhoud materieel Het onderhoud van materieel wordt grotendeels in eigen beheer uitgevoerd via het organisatieonderdeel Materieel Techniek (servicecentrum) of uitbesteed.

6.3 Financiering Beleid t.a.v. risicobeheer en financieringsportefeuille Risicobeheer Het verstrekken van leningen en garanderen van rente en aflossing van leningen is niet toegestaan. Financieringsportefeuille

De kosten voor het beheer en onderhoud van de gehuurde panden zijn voor rekening en risico van de gemeenten. VRGZ draagt bij in de servicelasten.

De hoeveelheid geld die nodig is voor de uitvoering van de verschillende taken van de organisatie wordt beheerd door de treasuryfunctie. Werkwijze, taken en verantwoordelijkheden zijn vastgelegd in het treasurystatuut. VRGZ voert een risicomijdend beleid.

Herziening meerjarenonderhoudsplan Het MJOP van VRGZ wordt elke vijf jaar herzien door een onafhankelijke partij. In 2023 heeft Heijmans Energie Services inspecties uitgevoerd in alle panden van VRGZ en is de benodigde jaarlijkse dotatie vastgesteld. Conform besluit worden de meerkosten van € 619.000,- per jaar tot en met

Voor VRGZ geldt het schatkistbankieren voor decentrale overheden. Dit houdt in dat tegoeden worden aangehouden in de Nederlandse schatkist. Hierdoor zal de Nederlandse Staat minder geld hoeven te lenen op de financiële markten en zal de staatsschuld dalen.

Programmabegroting 2027 en meerjarenraming 2028-2030

51

Kasgeldlimiet

Rente en treasury In onderstaand renteschema worden de rentelasten, de toerekening aan taakvelden en het renteresultaat weergegeven (bedragen x € 1.000,-). Renteschema (bedragen * €1.000,-)

2027

a. De externe rentelasten over de korte en lange financiering

1.405

b. De externe rentebaten

0

Saldo rentelasten en -baten

Het Ministerie van Financiën geeft aan welk bedrag mag worden gefinancierd met kortlopende geldleningen: de kasgeldlimiet. Als de kasgeldlimiet structureel wordt overschreden moet de kortlopende schuld worden omgezet in een langlopende schuld. Op basis van navolgend schema lijkt VRGZ niet binnen de norm voor de kasgeldlimiet te blijven en zullen op het moment dat de investeringen worden gerealiseerd langlopende leningen moeten worden aangetrokken.

1.405

c. De rente die aan taakvelden moet worden doorberekend/toegerekend Aan taakvelden toe te rekenen externe rente

0

Kasgeldlimiet (bedragen * € 1.000,-)

1e kwt 2027

1.405

Omvang begroting per 1 januari (is grondslag)

116.935 116.935 116.935 116.935

d1. Rente over eigen vermogen

0

d2. Rente over voorzieningen (gewaardeerd op contante waarde)

0

Totaal aan taakvelden toe te rekenen rente

1

856

f. Renteresultaat op het taakveld treasury

-549 Tabel 6.6: renteschema

3e kwt 2027

4e kwt 2027

Toegestane kasgeldlimiet - in procenten van de grondslag

8,20%

8,20%

8,20%

8,20%

- in bedrag

9.589

9.589

9.589

9.589

2

Omvang vlottende korte schuld

25.127

25.127

25.127

25.127

3

Vlottende middelen

20.184

20.184

20.184

20.184

Totaal netto vlottende schuld (2 - 3)

4.943

4.943

4.943

4.943

Toegestane kasgeldlimiet (1)

9.589

9.589

9.589

9.589

Ruimte (+)/ Overschrijding (-) (1 – 4)

4.646

4.646

4.646

4.646

1.405

e. De werkelijk aan taakvelden toegerekende rente (renteomslag) (1,25%)

2e kwt 2027

Toets kasgeldlimiet 4

Tabel 6.7: kasgeldlimiet

Programmabegroting 2027 en meerjarenraming 2028-2030

52

Renterisiconorm Om ongewenste financiële gevolgen van rentewijzigingen te beperken geeft het ministerie ook een renterisiconorm aan. Deze renterisiconorm geeft de omvang van de schuld weer die in een jaar maximaal voor renteconversie in aanmerking mag komen. De uitkomst hiervan mag niet overschreden worden zodat een spreiding van de opgenomen leningen, looptijden en rente-aanpassingsdata en een eventueel hieruit voortvloeiende rentewijziging ontstaat. VRGZ blijft binnen de norm van de Wet Fido7. Renterisiconorm (bedragen * € 1.000,-)

Begroting 2027

Raming 2028

Raming 2029

Raming 2030

0

0

0

0

1

Renteherziening

2

Aflossingen

500

500

500

500

3

Renterisico (1+2)

500

500

500

500

4

Renterisiconorm

23.387

24.152

24.436

24.672

5a

Ruimte onder renterisiconorm

22.887

23.652

23.936

24.172

5b

Overschrijding renterisiconorm

0

0

0

0

Berekening renterisiconorm 4a

Begrotingstotaal (lasten + stortingen reserves)

4b

Percentage regeling Renterisiconorm (4a x 4b)

116.935 120.761 122.178 123.358 20%

20%

20%

20%

23.387

24.152

24.436

24.672

Tabel 6.8: renterisiconorm

7 Wet Financiering decentrale overheden

Programmabegroting 2027 en meerjarenraming 2028-2030

53

7 Financiële begroting

Programmabegroting 2027 en meerjarenraming 2028-2030

54

7 Financiële begroting In hoofdstuk 7 wordt aan de hand van de balans en de overzichten baten en lasten uiteengezet wat voor 2027 tot en met 2030 verwacht wordt. Ook wordt het verloop van de reserves en voorzieningen uiteengezet en wordt de meerjaren-investeringsplanning weergegeven.

7.1 Baten en lasten Veiligheidsregio Gelderland-Zuid Het overzicht van baten en lasten van VRGZ omvat het totaal van alle activiteiten die VRGZ heeft uitgevoerd. De cijfers worden nader gepresenteerd en toegelicht in het overzicht baten en lasten programma Crisis- en Rampenbestrijding en het programma RAV. Overzicht baten en lasten VRGZ (x € 1.000,-)

Realisatie Gewijzigde Begroting 2025 begroting 2027 2026

Raming 2028

Raming 2029

Raming 2030

Baten Budget aanvaardbare kosten

35.326

36.589

39.588

39.588

39.588

39.588

Rijksbijdragen

11.783

9.997

11.996

11.996

11.996

11.996

Gemeentelijke bijdragen

51.544

53.946

59.226

63.052

64.469

65.649

Opbrengsten bedrijfsvoering

3.654

4.249

4.457

4.457

4.457

4.457

Overige opbrengsten

2.084

1.707

1.668

1.668

1.668

1.668

104.391

106.488

116.935

120.761

122.178 123.358

Personeelslasten

76.829

80.798

87.929

88.757

89.185

89.455

Kapitaallasten

8.207

9.014

9.611

10.742

11.652

12.562

Overige bedrijfslasten

19.562

18.040

20.765

20.765

20.765

20.765

Rentebaten en -lasten

-72

287

576

576

576

576

104.526

108.139

118.881

120.840

Saldo van baten en lasten

-135

-1.651

-1.946

-79

0

0

Toevoegingen reserves

367

0

221

0

0

0

Onttrekkingen reserves

684

1.229

619

79

0

0

Geraamd resultaat

182

-422

-1.548

0

0

0

Totaal baten Lasten

Totaal lasten

122.178 123.358

Tabel 7.1: overzicht baten en lasten veiligheidsregio

Programmabegroting 2027 en meerjarenraming 2028-2030

55

7.2 Baten en lasten Crisis- en Rampenbestrijding In onderstaande tabel zijn de baten en lasten weergegeven van het programma Crisis- en Rampenbestrijding. Overzicht baten en lasten Programma C&R (x € 1.000,-)

Realisatie 2025

Gewijzigde begroting 2026

Begroting 2027

Raming 2028

Raming 2029

Raming 2030

Rijksbijdragen

10.437

9.712

11.196

11.196

11.196

11.196

Gemeentelijke bijdragen

51.544

53.946

59.226

63.052

64.469

65.649

Opbrengsten bedrijfsvoering

3.654

4.249

4.457

4.457

4.457

4.457

Overige opbrengsten

1.506

1.222

1.227

1.227

1.227

1.227

Totaal baten

67.141

69.129

76.106

79.932

81.349

82.529

Personeelslasten

48.161

51.163

56.397

57.225

57.653

57.923

Kapitaallasten

6.579

7.217

7.885

9.016

9.926

10.836

Overige bedrijfslasten

12.948

12.113

13.194

13.194

13.194

13.194

Rentebaten en -lasten

-72

287

576

576

576

576

67.616

70.780

78.052

80.011

81.349

82.529

Saldo van baten en lasten

-475

-1.651

-1.946

-79

0

0

Toevoegingen reserves

367

0

221

0

0

0

Onttrekkingen reserves

684

1.229

619

79

0

0

Geraamd resultaat

-158

-422

-1.548

0

0

0

Baten

Lasten

Totaal lasten

Tabel 7.2: overzicht baten en lasten programma C&R

Omdat ten tijde van het vaststellen van het indexpercentage 2027 voor de gemeentelijke bijdrage de nieuwe cao-afspraken nog niet bekend waren, valt de nacalculatie over 2025 negatief uit (zie ook paragraaf 2.5.3). Dit leidt in 2027 tot een lagere indexering van de bijdrage dan de indexatie van de personele en materiele kosten in de begroting, wat resulteert in een negatief resultaat van € 1.548.000,-. De nacalculatie over 2025 zal worden meegenomen in de indexering van de gemeentelijke bijdrage van 2028, waardoor de meerjarige begroting weer sluitend is. Het negatieve resultaat van € 1.548.000,- wordt in 2027 ten laste gebracht van de algemene reserve.

Programmabegroting 2027 en meerjarenraming 2028-2030

56

Toelichting verschillen begroting 2027 en de gewijzigde begroting 2026 Hierna volgt een toelichting op de verschillen tussen de gewijzigde begroting 2026 en de begroting 2027. De meeste afwijkingen zijn een gevolg van de toegepaste indexering conform de financiële spelregels. Daar waar de afwijking een andere oorzaak heeft, lichten we dit toe. De toelichting die leidde tot de gewijzigde begroting 2026 is opgenomen in bijlage 8.3.1 Begrotingsverschuivingen Crisis- en Rampenbestrijding. Bedragen x € 1.000,BATEN Realisatie 2025

Gew. begr. 2026

Begroting 2027

Verschil

Subsidies Rijk

10.437

9.712

11.196

1.484

Bijdrage deelnemende gemeenten

51.544

53.946

59.226

5.280

Opbrengsten bedrijfsvoering

3.654

4.249

4.457

208

Overige opbrengsten

1.506

1.222

1.227

5

67.141

69.129

76.106

6.977

Totaal baten

Tabel 7.3: baten programma C&R

Bedragen x € 1.000,-

Subsidies Rijk

Realisatie 2025

Gew. begr. 2026

Begroting 2027

Verschil

10.437

9.712

11.196

1.484

Tabel 7.4: Subsidies Rijk

In juli 2024 is bekend geworden dat op specifieke uitkeringen, waaronder ook de BDuR valt, met ingang van 2026 een budgetkorting van 10% van toepassing is. Zie hiervoor ook paragraaf 2.5.2. In 2027 ontvangt VRGZ via de BDuR een bijdrage van € 900.000,- voor de versterking van de regionale weerbaarheid. Deze middelen zijn beschikbaar gesteld om te waarborgen dat veiligheidsregio’s zowel de nieuwe taken als hun reguliere kerntaken adequaat kunnen blijven uitvoeren. Daarnaast stelt het Rijk € 48.000,- beschikbaar voor de uitvoering van de PTSS‑regeling en de begeleiding van medewerkers met PTSS. Deze financiering geldt in eerste instantie voor de periode 2026 tot en met 2028. Het resterende verschil wordt veroorzaakt door verwachte indexeringen over 2026 en 2027.

Programmabegroting 2027 en meerjarenraming 2028-2030

57

Bedragen x € 1.000,-

Bijdrage deelnemende gemeenten

Realisatie 2025

Gew. begr. 2026

Begroting 2027

Verschil

51.544

53.946

59.226

5.280

Tabel 7.5:Bijdrage deelnemende gemeenten

De gemeentelijke bijdrage stijgt met € 5.280.000,- ten opzichte van de begroting 2026. Deze stijging wordt onder andere veroorzaakt door de indexering (€ 566.000,-). Deze bedraagt 1,05%8 conform de door het bestuur vastgestelde rekenmethodiek (zie ook bijlage 8.5 Financiële spelregels). Omdat ten tijde van het vaststellen van het indexpercentage de nieuwe cao-afspraken nog niet bekend waren, valt de nacalculatie over 2025 negatief uit. Dit leidt in 2027 tot een lagere indexering van de bijdrage dan de indexatie van de personele en materiele kosten in de begroting (zie ook paragraaf 2.5.3). De gehanteerde rekenmethodiek heeft in deze situatie een negatief effect op de algemene reserve. Het verschil tussen het indexpercentage dat op basis van de feitelijke cao‑ontwikkelingen nodig was geweest (3,92%) en het formeel vastgestelde indexpercentage (1,05%) veroorzaakt deze impact van € 1.548.236,-. De afgesproken methodiek schrijft voor dat dit verschil incidenteel opgevangen moet worden door VRGZ. In de index 2028 worden de loonontwikkelingen verrekend en zo vanaf 2028 structureel opgenomen in de gemeentelijke bijdrage. Daarnaast neemt de bijdrage toe als gevolg van stijgende kosten op het gebied van huisvesting, onderhoud, informatievoorziening, materieel, PTSS en financiering.

Deze kostenontwikkelingen zijn toegelicht in hoofdstuk 2 tot en met 5 en worden waar relevant nader uiteengezet in deze paragraaf en in paragraaf 8.1.

Bedragen x € 1.000,-

Opbrengsten bedrijfsvoering

Realisatie 2025

Gew. begr. 2026

Begroting 2027

Verschil

3.654

4.249

4.457

208

Tabel 7.6: Opbrengsten bedrijfsvoering

VRGZ verzorgt de ondersteunende dienstverlening aan GGD GZ. In 2027 stijgt de doorbelasting conform indexering met € 208.000,-. In de financiële begroting 2027 is nog geen rekening gehouden met de financiële consequenties van een eventuele ontvlechting van deze samenwerking (zie ook paragraaf 2.4.6).

8 Een gewogen percentage op basis van personele index (5,7%) en materiële index (2,5%)

+ de nacalculatie over 2025 (-3,69%)

Programmabegroting 2027 en meerjarenraming 2028-2030

58

Bedragen x € 1.000,LASTEN Realisatie 2025

Gew. begr. 2026

Begroting 2027

Verschil

Personeelslasten

48.161

51.163

56.397

5.234

Kapitaallasten

6.579

7.217

7.885

668

Overige bedrijfslasten

12.948

12.113

13.194

1.081

Rentebaten

-72

287

576

289

Totaal lasten

67.616

70.780

78.052

7.272

Tabel 7.7: bedrijfskosten programma C&R

Let op: onderstaande toelichtingen sluiten aan op de beleidsinformatie in de hoofdstukken 2 tot en met 5. Wij adviseren deze onderdelen in onderlinge samenhang te lezen en te beoordelen.

Bedragen x € 1.000,-

Personeelslasten

Realisatie 2025

Gew. begr. 2026

Begroting 2027

Verschil

48.161

51.163

56.397

5.234

Tabel 7.8: personeelslasten

De stijging van de personeelslasten wordt onder andere veroorzaakt door de indexatie van de lonen conform de vastgestelde rekenmethodiek in de financiële spelregels (zie bijlage 8.5 Financiële spelregels). Omdat VRGZ goed werkgeverschap centraal stelt, is het noodzakelijk één vast aanspreekpunt binnen de organisatie beschikbaar te hebben om medewerkers passende ondersteuning te bieden na impactvolle gebeurtenissen. Maar het is ook iemand die medewerkers van begin tot eind kan begeleiden bij werk gerelateerde complexe trajecten, zoals medische behandelingen, nazorg bij geweldsincidenten op straat, PTSS-aanvragen of verzekeringskwesties. Door deze vormen van hulpverlening te bundelen in één functie, wordt voorkomen dat medewerkers tussen wal en schip raken wanneer zij ondersteuning nodig hebben. Hiervoor is de functie van casemanager opgenomen (€ 108.000,-). Deze nieuwe functie wordt deels gedekt uit de extra BDuR-gelden voor PTSS (€ 48.000,-). De resterende uitbreiding betreft de benodigde personele capaciteit voor de uitvoering van de door het Algemeen Bestuur vastgestelde IV‑strategie (€ 2.220.000,-). Deze investering maakt de structurele versterking van de informatievoorziening mogelijk. Hiermee wordt uitvoering gegeven aan scenario 2 van de IV‑strategie (zie ook hoofdstuk 5).

Programmabegroting 2027 en meerjarenraming 2028-2030

59

Scenario 2 richt zich op het op orde brengen en houden van de basis en biedt de eerste structurele volwassenheidsstap richting voorspelbaarheid, kwaliteit en betrouwbaarheid. Dit draagt bij aan continuïteit, organisatorische stabiliteit en een solide fundament voor informatiegestuurd werken. Bedragen x € 1.000,-

Kapitaallasten

Realisatie 2025

Gew. begr. 2026

Begroting 2027

Verschil

6.579

7.217

7.885

668

Tabel 7.9: kapitaallasten

VRGZ wordt geconfronteerd met aanzienlijke prijsstijgingen, waaronder 60% voor tankautospuiten, 120% voor dienstvoertuigen en 40% voor materieelbussen over een periode van drie tot vijf jaar. Deze voorbeelden illustreren een bredere ontwikkeling, waarbij prijsstijgingen over de volle breedte worden ervaren. Als gevolg hiervan nemen de kapitaallasten toe met € 480.000,-. Als gevolg van de hoge prijsstijgingen ten opzichte van de reguliere prijsindexatie nemen de kapitaallasten de komende jaren sterker toe dan de beschikbare budgetten hiervoor (zie ook paragraaf 2.5.3). Door in eerdere jaren investeringen uit te stellen en de levensduur van materieel te verlengen, is deze ontwikkeling lange tijd niet zichtbaar geweest. Hoewel de sterke kostenstijgingen in eerdere beleidsdocumenten al zijn gesignaleerd, zijn deze tot nu toe niet financieel vertaald. Door efficiënt om te gaan met kapitaalgoederen is de financiële impact de afgelopen jaren incidenteel intern opgevangen. Deze werkwijze heeft echter zijn grens bereikt en kan niet worden voortgezet zonder onder de minimale kwaliteitsnormen uit te komen (zie ook paragraaf 2.5.4). De uitvoering van het Strategisch Plan Vastgoed leidt in 2027 tot een stijging van de kapitaallasten met € 189.000,-.

Daartegenover staat een jaarlijkse ophoging van de gemeentelijke bijdrage met € 410.000,-, conform het door het Algemeen Bestuur vastgestelde regionaal huisvestingsonderzoek. Het resterende verschil wordt toegevoegd aan de egalisatiereserve om toekomstige fluctuaties en tekorten op te vangen. Bedragen x € 1.000,-

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16983214/1