CConstaterende datMaasdriel
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 4 Buitengebied herziening 2021, 150kV Zaltbommel-Zuilichem Bijlagen bij toelichting

Gemeenteraad 9 december 2021, gemeente MaasdrielBij agendapunt: Vaststellen bestemmingsplan 'Buitengebied herziening 2021, 150kV Zaltbommel-Zuilichem29.775 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

Buitengebied Herziening 2021, 150kV ZaltbommelZuilichem Gemeente Maasdriel ontwerp Projectnr. 0456452.100 Revisie 00 Datum 07-07-2021

Auteur(s): R. Michiels S. Hammink

datum vrijgave

beschrijving revisie ontwerp

goedkeuring L. de Jong-van Twisk

vrijgave A. de Jong

Copyright © 2014 Antea Nederland B.V. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar worden gemaakt door middel van druk, fotokopie, elektronisch of op welke wijze dan ook, zonder schriftelijke toestemming van de auteurs.

ontwerp bestemmingsplan Buitengebied herziening 2021, 150kV Zaltbommel-Zuilichem Gemeente Maasdriel Projectnummer 0456452.100

Inhoudsopgave

blad 3 van 459

Bijlagen bij toelichting

5

Bijlage 1

Archeologisch bureauonderzoek

7

Bijlage 2

Archeologisch veldonderzoek

57

Bijlage 3

Historisch vooronderzoek milieu

99

Bijlage 4

Verkennend (water)bodem- en asbestonderzoek kabelverbinding

143

Bijlage 5

Natuurtoets

311

Bijlage 6

Stikstof

367

Bijlage 7

Explosieven onderzoek

425

Bijlage 8

Watertoets

455

ontwerp bestemmingsplan Buitengebied herziening 2021, 150kV Zaltbommel-Zuilichem Gemeente Maasdriel Projectnummer 0456452.100

blad 4 van 459

ontwerp bestemmingsplan Buitengebied herziening 2021, 150kV Zaltbommel-Zuilichem Gemeente Maasdriel Projectnummer 0456452.100

Bijlagen bij toelichting

blad 5 van 459

ontwerp bestemmingsplan Buitengebied herziening 2021, 150kV Zaltbommel-Zuilichem Gemeente Maasdriel Projectnummer 0456452.100

blad 6 van 459

ontwerp bestemmingsplan Buitengebied herziening 2021, 150kV Zaltbommel-Zuilichem Gemeente Maasdriel Projectnummer 0456452.100

Bijlage 1

blad 7 van 459

Archeologisch bureauonderzoek

Antea Group Archeologie 2019/138 Bureauonderzoek Aanleg 150 kV kabeltracé ZuilichemZaltbommel, netverzwaring westelijk deel Bommelerwaard

projectnummer 456452 revisie 03 26 juni 2020

Antea Group Archeologie 2019/138 Bureauonderzoek Aanleg 150 kV kabeltracé Zuilichem-Zaltbommel, netverzwaring westelijk deel Bommelerwaard projectnummer 456452 documentnummer 456452-ARCH-01 revisie 03 26 juni 2020

Auteurs I. Fleuren R.L. Fens

Opdrachtgever Reddyn B.V. Utrechtseweg 68 6812 AH Arnhem

datum vrijgave

beschrijving revisie 03 Inclusief tracéwijzigingen

goedkeuring L. de Jong-van Twisk

vrijgave A. de Jong

Inhoudsopgave

Blz.

Samenvatting

2

1

Inleiding

4

2

Beschrijving onderzoekslocatie

5

2.1 2.2 2.3 2.4 2.5 2.6

Begrenzing onderzoeks- en plangebied Huidig en toekomstig gebruik Archeologisch beleid en regelgeving Landschappelijke situatie Bewoningsgeschiedenis en historische situatie Mogelijke verstoringen

5 5 8 8 10 11

3

Bekende waarden

13

3.1 3.2

Archeologische waarden Ondergrondse bouwhistorische waarden

13 20

4

Archeologische verwachting

21

4.1 4.2

Bestaande verwachtingskaarten Gespecificeerde archeologische verwachting

21 22

5

Conclusies en advies

24

5.1 5.2

Conclusies (Selectie)advies

24 24

Literatuur en geraadpleegde bronnen

26

Lijst van afbeeldingen en bijlagen

28

Bijlagen 1 2

Archeologische perioden AMZ-cyclus

Kaartbijlagen 456452-ARO1 456452-ARO2 456452-ARO3 456452-ARO4 456452-ARO5 456452-ARO6 456452-ARO7 456452-ARO8 456452-ARO9 456452-ARO10 456452-ARO11 456452-ADVIES

Gegevens uit ARCHIS Hoogtekaart op basis van het Actueel Hoogtebestand Nederland Geomorfologische Kaart van Nederland 1.50.000 (met separate legenda) Bodemkaart van Nederland Topografische en Militaire Kaart circa 1850 Bonneblad, circa 1900 Topografische kaart, circa 1975 Stroomgordelkaart (naar Cohen et al. 2012) Zanddieptekaart 2010 KLIC-gegevens Dubbelbestemmingen archeologie in bestemmingsplan Advieszones IVO-O, karterend booronderzoek

Antea Group Archeologie 2019/138 Bureauonderzoek projectnummer 456452 26 juni 2020 revisie 03 Reddyn B.V.

Administratieve gegevens Projectnummer Antea Group OM-nummer Provincie Gemeente Plaats Toponiem Kaartblad Coördinaten Opdrachtgever Uitvoerder Datum uitvoering Projectteam

456452 4728954100 Gelderland Zaltbommel-Maasdriel Zaltbommel, Rossum, Bruchem, Kerkwijk, Gameren, Zuilichem Zaltbommel, Rossum, Bruchem, Kerkwijk, Gameren, Zuilichem 44F en 45A W. 137.269/423.724 O. 147.399/423.587 Reddyn B.V. Antea Group augustus 2019 L. de Jong-van Twisk (projectleider) I. Fleuren (archeoloog) R.L. Fens (KNA-archeoloog) A.J. Brokke (senior KNA-archeoloog)

Vrijgave conform KNA A.J. Brokke (senior KNA-archeoloog) Bevoegd gezag Gemeente Zaltbommel en gemeente Maasdriel Deskundige bevoegd gezag M. Sanders (gemeente Zaltbommel) Huib-Jan van Oort (gemeente Maasdriel) Beheer documentatie Antea Group

Afbeelding 1. Uitsnede topografische kaart met ligging plangebied (niet op schaal). (bron: Esri & partners)

Blad 1 van 29

Antea Group Archeologie 2019/138 Bureauonderzoek projectnummer 456452 26 juni 2020 revisie 03 Reddyn B.V.

Samenvatting Antea Group heeft in opdracht van Reddyn B.V. een archeologisch bureauonderzoek uitgevoerd in het kader van toekomstige vermogensontwikkelingen in de gemeenten Zaltbommel en Maasdriel. Het voorgenomen werk betreft het realiseren van een nieuw 150 kV-station in Zuilichem; het leggen van een dubbele 150 kV kabelverbinding tussen transformatorstation Zaltbommel en toekomstig transformatorstation Zuilichem; en de aanpassingen van transformatorstation Zaltbommel. Het plangebied ligt in het Midden-Nederlandse rivierengebied en doorsnijdt verschillende stroomgordels. De vroegste prehistorische en historische bewoning in de omgeving moet gezocht worden op deze hoger gelegen stroomgordels en crevassecomplexen: voor deze gebieden geldt dan ook een hoge archeologische verwachting. Voor de komgebieden geldt een lage archeologische verwachting. Deze gebieden waren tot in de late middeleeuwen of nieuwe tijd weinig geschikt voor bewoning. Op grond van de beschikbare gegevens is gebleken dat alle in het plangebied voorkomende stroomgordels zich binnen de ontgravingsdiepte van maximaal 2,05 m kunnen bevinden. Op de oudste stroomgordels (Brakel, Spelwerd en Broek) zijn tot op heden nog geen archeologische sporen aangetroffen, maar in theorie kunnen hier sporen vanaf de periode neolithicum tot en met de bronstijd worden aangetroffen.

Op de Zaltbommel-Nederhemertstroomgordel zijn resten uit de periode bronstijd-ijzertijd aangetroffen. De Molenveld, Oensel, Gameren en Bruchem-stroomgordels zijn gezien de einddatering van hun actieve fase bewoonbare locaties geweest in de ijzertijd, Romeinse tijd en in de vroege tot late middeleeuwen. Op de stroomgordel van Gameren liggen diverse vindplaatsen uit de (laat) Romeinse tijd. Geadviseerd wordt om archeologisch vervolgonderzoek uit te voeren op de locaties waar stroomgordels worden verwacht (bedding en oeverafzettingen). Hierbij zijn de archeologische beleidskaarten en de doorvertaling hiervan in de bestemmingsplannen van de gemeentes Zaltbommel en Maasdriel leidend. De basis voor deze kaarten vormen de stroomgordels die in het gebied te vinden zijn. Zones waar stroomgordels worden doorkruist, worden beschouwd als een advieszone (zie kaartbijlage 456452-ADVIES). Het advies is in eerste instantie om in deze zones een karterend booronderzoek uit te voeren. Gebieden waar geen sprake is van stroomgordels en gebieden de werkzaamheden door middel van gestuurde boringen plaats zullen vinden worden vrijgesteld van archeologisch onderzoek. Een karterend archeologisch booronderzoek bestaat voor vlakken uit een 20 x 25 m-grid en voor tracé-onderzoeken uit één boring op elke 25 m van het tracé.

De boringen worden minimaal tot de verstoringsdiepte doorgezet en waar nodig wat dieper om de stroomgordels beter in kaart te brengen. Karterende fase houdt in dat het onderzoek dient om vindplaatsen op te sporen, waarbij de verkennende fase van onderzoek wordt overgeslagen. De aanwezigheid van de stroomgordels binnen verstoringsdiepte is immers bekend: de onderzoeksvraag betreft daarom of zich binnen het tracé archeologische vindplaatsen (kunnen) bevinden. Circa 5,9 km van het tracé in open ontgraving alsmede de locatie van het nieuw te realiseren station Zuilichem (circa 2,6 ha) bevinden zich in een gebied waar een dubbelbestemming archeologie van kracht is (zie kaartbijlage 456452-ADVIES en tabel 5). We adviseren om dit advies nader af te stemmen met de archeologisch adviseurs van de gemeente Zaltbommel en gemeente Maasdriel. Voorafgaand aan het booronderzoek dient daarna een Plan van Aanpak te worden opgesteld dat aan de gemeenten in hun rol als bevoegd gezag wordt voorgelegd.

Blad 2 van 26

Antea Group Archeologie 2019/138 Bureauonderzoek projectnummer 456452 26 juni 2020 revisie 03 Reddyn B.V.

Revisiebeheer en contact bevoegde overheid Eerdere revisies 0A (d.d. 20-09-2019), 00 (d.d. 17-10-2019), 01 (d.d. 25-11-2019) en 02 (d.d. 2404-2020) van dit bureauonderzoek zijn aangeboden aan de opdrachtgever. Omwille van het feit dat het project zich in de planvoorbereidingsfase bevond en er destijds nog geen sprake was van een ruimtelijke procedure, is het bureauonderzoek nog niet aangeboden ter beoordeling aan het bevoegde overheid. In het kader van de veldonderzoeken is een Plan van Aanpak (conform BRL4000 en KNA4.1) opgesteld1 dat conform ons advies aan de bevoegde overheden is voorgelegd, waarna op verzoek ook dit bureauonderzoek (te weten revisie 01) ter kennisgeving aan de bevoegde overheden is gezonden. Op de werkwijze zoals omschreven in het Plan van Aanpak is akkoord ontvangen van zowel de gemeente Zaltbommel (M. Sanders, telefonisch) als van de gemeente Maasdriel (namens deze H.J. van Oort, per e-mail). De werkwijze behelst in het kort dat 1.) het veldonderzoek zich beperkt tot alle plaatsen waar stroomgordels zich binnen verstoringsdiepte kunnen bevinden, en 2.) een boorpuntsafstand van 25 m wordt aangehouden conform de richtlijnen voor het Midden-Nederlands rivierenlandschap. Hierbij is door H.J.

van Oort de kanttekening geplaatst dat relevante boringen die zijn geplaatst voor een evenwijdig gelegen tracé2 zoveel mogelijk moeten worden betrokken om dubbele boringen te voorkomen.3 Het archeologisch booronderzoek op het tracé (ARCHIS3-zaaknummer 4777076100) is inmiddels gedeeltelijk uitgevoerd en het resterende gedeelte is reeds ingepland in het najaar van 2020 waarna ook de rapportage zal plaatsvinden, in separate rapporten voor de gemeente Zaltbommel en voor de gemeente Maasdriel. Het rapport voor het perceel van het toekomstig schakelstation bij het onderstation Zuilichem (gemeente Zaltbommel) aan de Mertstraat is inmiddels al opgesteld (revisie 0A, met selectieadvies tot het uitvoeren van nadere karterende boringen in verband met de mogelijkheid op een vindplaats uit de Romeinse tijd).4

Fens, 2020. En gerapporteerd in Overmars, 2018. 3 De resultaten van dat onderzoek worden in dit rapport samengevat besproken in paragraaf 3.1 4 Fens & Fleuren, 2020. 1 2

Blad 3 van 26

Antea Group Archeologie 2019/138 Bureauonderzoek projectnummer 456452 26 juni 2020 revisie 03 Reddyn B.V.

1

Inleiding In november 2019 heeft Antea Group in opdracht van Reddyn B.V. een archeologisch bureauonderzoek uitgevoerd in het kader van toekomstige vermogensontwikkelingen in het westelijke deel van de Bommelerwaard. Het voorgenomen werk betreft het realiseren van een nieuw 150 kV-station in Zuilichem; het leggen van een dubbele 150 kV kabelverbinding tussen transformatorstation Zaltbommel en toekomstig transformatorstation Zuilichem; en de uitbreiding van transformatorstation Zaltbommel. Het doel van het uitvoeren van een archeologisch bureauonderzoek is het opstellen van een gespecificeerde archeologische verwachting voor het plangebied. Waar kunnen we wat verwachten? Voor het opstellen van een dergelijke verwachting wordt gebruik gemaakt van reeds bekende archeologische waarnemingen, historische kaarten, bodemkundige gegevens en informatie over de landschappelijke situatie. Een gespecificeerde verwachting gaat in op de mogelijke aanwezigheid, het karakter, de omvang, datering en eventuele (mate van) verstoring van archeologische waarden binnen het plangebied. Dit onderzoek is uitgevoerd conform de BRL 4000, protocol 4002 met daarin besloten de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA), versie 4.1. Revisiebeheer en contact bevoegde overheid Eerdere revisies 0A (d.d. 20-09-2019), 00 (d.d. 17-10-2019), 01 (d.d. 25-11-2019) en 02 (d.d.

2404-2020) van dit bureauonderzoek zijn aangeboden aan de opdrachtgever. Omwille van het feit dat het project zich in de planvoorbereidingsfase bevond en er destijds nog geen sprake was van een ruimtelijke procedure, is het bureauonderzoek nog niet aangeboden ter beoordeling aan het bevoegde overheid. In het kader van de veldonderzoeken is een Plan van Aanpak (conform BRL4000 en KNA4.1) opgesteld5 dat conform ons advies aan de bevoegde overheden is voorgelegd, waarna op verzoek ook dit bureauonderzoek (te weten revisie 01) ter kennisgeving aan de bevoegde overheden is gezonden. Op de werkwijze zoals omschreven in het Plan van Aanpak is akkoord ontvangen van zowel de gemeente Zaltbommel (M. Sanders, telefonisch) als van de gemeente Maasdriel (namens deze H.J. van Oort, per e-mail). De werkwijze behelst in het kort dat 1.) het veldonderzoek zich beperkt tot alle plaatsen waar stroomgordels zich binnen verstoringsdiepte kunnen bevinden, en 2.) een boorpuntsafstand van 25 m wordt aangehouden conform de richtlijnen voor het Midden-Nederlands rivierenlandschap. Hierbij is door H.J.

van Oort de kanttekening geplaatst dat relevante boringen die zijn geplaatst voor een evenwijdig gelegen tracé6 zoveel mogelijk moeten worden betrokken om dubbele boringen te voorkomen.7 Het archeologisch booronderzoek op het tracé (ARCHIS3-zaaknummer 4777076100) is inmiddels gedeeltelijk uitgevoerd en het resterende gedeelte is reeds ingepland in het najaar van 2020 waarna ook de rapportage zal plaatsvinden, in separate rapporten voor de gemeente Zaltbommel en voor de gemeente Maasdriel. Het rapport voor het perceel van het toekomstig schakelstation bij het onderstation Zuilichem (gemeente Zaltbommel) aan de Mertstraat is inmiddels al opgesteld (revisie 0A, met selectieadvies tot het uitvoeren van nadere karterende boringen in verband met de mogelijkheid op een vindplaats uit de Romeinse tijd).8

Fens, 2020. En gerapporteerd in Overmars, 2018. 7 De resultaten van dat onderzoek worden in dit rapport samengevat besproken in paragraaf 3.1 8 Fens & Fleuren, 2020. 5 6

Blad 4 van 26

Antea Group Archeologie 2019/138 Bureauonderzoek projectnummer 456452 26 juni 2020 revisie 03 Reddyn B.V.

2

Beschrijving onderzoekslocatie

2.1

Begrenzing onderzoeks- en plangebied Het is van belang een onderscheid te maken tussen onderzoeksgebied enerzijds en plangebied anderzijds. Het plangebied wordt het gebied bedoeld waarop de in de inleiding genoemde plannen betrekking hebben. Binnen dit gebied kunnen eventueel aanwezige archeologische resten worden verstoord. Het onderzoeksgebied omvat het gebied waarover informatie is verzameld om een goed beeld te krijgen over de mogelijk aanwezige archeologische sporen in het plangebied. Het onderzoeksgebied is veelal groter dan het plangebied en verschilt al naar gelang het te onderzoeken aspect. Een onderzoeksgebied van 250 m rondom het gehele plangebied wordt daarom voldoende geacht om een indruk te krijgen van het archeologisch potentieel van het plangebied. Verreweg het grootste gedeelte van het plangebied bevindt zich in de gemeente Zaltbommel. Een klein gedeelte van het tracé is gelegen in de gemeente Maasdriel. Het plangebied doorkruist verschillende plaatsen, namelijk Zuilichem, Gameren, Kerkwijk, Bruchem, Rossum en Zaltbommel, voornamelijk buiten de bebouwde kom. Het huidige verdeelstation van Liander ligt ten zuiden van de bebouwde kom van Zuilichem aan de Mertstraat 1035T. De omvang van het station zal mogelijk vergelijkbaar worden met het huidige station Zaltbommel aan de Bommelsekade 10.

De totale oppervlakte van het station gaat volgens de huidige inzichten circa 2,6 ha bedragen. De gezamenlijke lengte van het tracé is circa 12 km lang en loopt grotendeels parallel aan de provinciale weg N322, waarbij het afwisselend de noordzijde en de zuidzijde van de weg volgt. Vrijwel het gehele tracé loopt door (de rand van) weilanden. Ter plaatse van de vele sloten in het gebied worden zinkers geplaatst of vinden gestuurde boringen plaats. Tevens vinden de werkzaamheden ter plaatste van wegkruisingen en bosschages door middel van HDD gestuurde boringen (sleufloos) plaats. Op de locaties waar een open ontgraving plaatsvindt zal de totale sleufbreedte ongeveer 8 meter zijn. Zie figuur 1.1.

2.2

Huidig en toekomstig gebruik Huidig gebruik plangebied en consequenties toekomstig gebruik Liander is voornemens om het huidige 20/10kV verdeelstation aan de Mertstraat 1035T te Zuilichem uit te breiden naar een 150/20kV onderstation. Het transformatorstation wordt in fasen gerealiseerd tot een volwaardig transformatorstation en gaat bestaan uit transformatoren, een schakelgebouw, een schakelveld, verharding en andere algemene voorzieningen. Op het moment van schrijven zijn er geen nadere gegevens bekend met betrekking tot de exacte werkzaamheden en bijkomende bodemverstoringen (verstoringsdiepte). De oppervlakte van het nieuwe station zal circa 2,6 ha bedragen (zie afbeelding 2 t/m 4). Op het station Zaltbommel (Bommelsekade) bestaan de werkzaamheden uit een uitbreiding aan de voorzijde van het station met transformatoren en een schakelstation. De kabelverbinding zal ongeveer 12 km lang worden. Deze verbinding wordt dubbel (met 2 circuits) uitgevoerd. Een circuit bestaat uit 3 kabels (3 fasen) die doorgaans op een diepte van circa 1,8 m-mv in agrarisch gebied en op een diepte van 1,2 m-mv in stedelijk gebied worden gelegd. Hierbij wordt er tot een maximale diepte van circa 2,05 m-mv ontgraven. De totale

Blad 5 van 26

Antea Group Archeologie 2019/138 Bureauonderzoek projectnummer 456452 26 juni 2020 revisie 03 Reddyn B.V.

sleufbreedte bij twee circuits gaat bij open ontgraving circa 7 à 8 meter bedragen (exclusief werkstrook, zie afbeelding 4). Uitgangspunt van dit bureauonderzoek is dat de werkstrook circa 25 tot 30 m breed wordt en grondroerende werkzaamheden tot maximaal 0,5 m-mv uitgevoerd worden. Op een aantal locaties in het tracé vinden de werkzaamheden d.m.v. gestuurde boring plaats (in totaal circa 3,2 km). Een groot gedeelte van het tracé bevindt zich in de particuliere agrarische percelen noordelijk of zuidelijk van de N322. Hierbij worden ook meerdere sloten doorkruist (op deze locaties worden zinkers geplaatst). Door de graafwerkzaamheden die voor de aanleg benodigd zijn kunnen archeologische resten worden verstoord.

Afbeelding 2. 150kV verbinding Zaltbommel-Zuilichem. Noordgericht niet op schaal. In rood de open ontgravingen en in zwart de HDD gestuurde boringen.

Afbeelding 3. Luchtfoto van de huidige situatie ter plaatse van het te realiseren nieuwe 150 kV-station in Zuilichem (rood omkaderd). Bron: Reddyn B.V.

Blad 6 van 26

Antea Group Archeologie 2019/138 Bureauonderzoek projectnummer 456452 26 juni 2020 revisie 03 Reddyn B.V.

Afbeelding 4. Sleufprofiel bij aanleg 2 circuits in plat vlak (exclusief werk- en ZRO-strook) in agrarisch gebied. Bron: Reddyn B.V.

Op kaartbijlage 456452-ARO10 is te zien dat er in verschillende soorten kabels en leidingen aanwezig zijn in de buurt van het huidige plangebied. Hierdoor zal de bodem plaatselijk reeds verstoord zijn. Echter, de omvang van de huidige werkzaamheden zijn zodanig (een werksleuf van circa 8 meter breed en 2 meter diep) dat de bodem in het plangebied niet volledig verstoord zal zijn. Opgemerkt wordt dat veel agrarische percelen in dit gebied gedraineerd zijn.

Blad 7 van 26

Antea Group Archeologie 2019/138 Bureauonderzoek projectnummer 456452 26 juni 2020 revisie 03 Reddyn B.V.

2.3

Archeologisch beleid en regelgeving Het tracé loopt in gebieden waarvoor verschillende archeologische dubbelbestemmingen van kracht zijn. Gemeente Zaltbommel Op www.ruimtelijkeplannen.nl is te zien dat merendeel van het plangebied onderdeel is van het Bestemmingsplan Buitengebied Zaltbommel (vastgesteld 2014). Voor de zones waarbij een dubbelbestemming archeologie 2 van kracht is geldt dat archeologisch onderzoek noodzakelijk is bij het aanbrengen van ondergrondse leidingen, indien de bodem op grotere diepte dan 0,3 m –mv verstoord wordt, de oppervlakte groter is dan 100 m2 en de breedte breder is dan 1,25 m (zie kaartbijlagen 456452-ARO11-13). Circa 1100 m van het tracé in open ontgraving is onderdeel van deze dubbelbestemmingszone. Voor de zones waarbij een dubbelbestemming archeologie 3 van kracht is geldt dat archeologisch onderzoek noodzakelijk is bij het aanbrengen van ondergrondse leidingen, indien de bodem op grotere diepte dan 0,3 m –mv verstoord wordt, de oppervlakte groter is dan 2500 m2 en de breedte breder is dan 1,25 m (zie kaartbijlagen 456452-ARO11-13). Circa 2500 m van het tracé in open ontgraving is onderdeel van deze dubbelbestemmingszone.

Voor de zones waarbij een dubbelbestemming archeologie 4 van kracht is geldt dat archeologisch onderzoek noodzakelijk is bij het aanbrengen van ondergrondse leidingen, indien de bodem op grotere diepte dan 1,5 m –mv verstoord wordt, de oppervlakte groter is dan 2500 m2 en de breedte breder is dan 1,25 m (zie kaartbijlagen 456452-ARO11-13). Circa 1500 m van het tracé in open ontgraving is onderdeel van deze dubbelbestemmingszone. Gemeente Maasdriel Op www.ruimtelijkeplannen.nl is te zien dat een klein gedeelte van het plangebied gelegen is in de gemeente Maasdriel en onderdeel is van het Bestemmingsplan Buitengebied herziening 2016. Voor dit gedeelte is een dubbelbestemming archeologie 5 van kracht (zie kaartbijlage 456452ARO13). Hierbij geldt dat dat archeologisch onderzoek noodzakelijk bij een oppervlakte groter dan 1000 m2 en een grotere diepte dan 0,3 m-mv. Dit geldt ook voor het aanbrengen van ondergrondse leidingen. Circa 975 m van het tracé in open ontgraving is gelegen in deze dubbelbestemmingszone .

2.4

Landschappelijke situatie Geologie Het plangebied ligt in de Bommelerwaard in het Midden-Nederlands rivierengebied. Het landschap is grotendeels tot stand gekomen tijdens het Holoceen in de rivierendelta. In het landschap en de ondergrond komt dit tot uiting in een afwisseling van smalle en kleiige oeverwallen, verlande beddingen of stroomruggen en uitgestrekte komgronden van rivierklei (Formatie van Echteld) met veen (Formatie van Nieuwkoop). Het veen is echter veelal opgeruimd door overstromingen maar is soms in de klei nog herkenbaar aan ingeschakelde veenlagen of moerige lagen, die naderhand door een pakket jonge, zware rivierklei zijn bedekt. In dit tijdens het Holoceen gevormde landschap komen echter ook pleistocene rivierduinen voor die vaak op geruime diepte liggen, maar in de komgronden wel als verhogingen aanwezig kunnen zijn (donken). De rivierduinen en donken behoren op grond van hun ontstaanswijze tot de Formatie van Boxtel, Laagpakket van Delwijnen.

Blad 8 van 26

Antea Group Archeologie 2019/138 Bureauonderzoek projectnummer 456452 26 juni 2020 revisie 03 Reddyn B.V.

De geologische basis (diepere ondergrond) van het gebied bestaat uit veelal grofzandige afzettingen in het pleistocene Rijndal, de Formatie van Kreftenheye. In de benedenloop van de Holocene rivieren was het verhang gering waardoor het riviersysteem bestond uit een vlechtend en vertakt netwerk van rivierbeddingen (anastomoserend systeem). Dit systeem heeft geresulteerd in een groot aantal verlande beddingen die bestaan uit smalle, diepe en zandige stroomgordels. In de actieve fase zijn langs de beddingen bovendien oeverwallen gevormd. Daarbij zijn tijdens doorbraken door deze oeverwallen crevasses ontstaan. Dit zijn geulen met een korte bestaansperiode en ondiepe insnijding die relatief snel weer sedimenteerden. De stroomgordelsystemen zijn in latere perioden veelal weer bedekt geraakt met veen en klei. De stroomgordels zijn voor het gehele Midden-Nederlandse rivierengebied in kaart gebracht door Berendsen en Stouthamer, met latere aanvullingen.9 De stroomgordels met ID nummers 27, 30, 32, 48, 113, 124 ,156 en 191 (inclusief hun bekende crevasses) doorsnijden het huidige plangebied (zie kaartbijlage 456452-ARO8). ID 27

Stroomgordel Brakel

Actieve fase en archeologie 6515 – 5590 BP (geen archeologische sporen aangetroffen) 156 Spelwerd 5788 – 5360 BP (geen archeologische sporen aangetroffen; mogelijk neolithicum) 30 Broek 5590 – 4800 BP (geen archeologische sporen aangetroffen) 113 Molenveld 4820 – 4160 BP (ijzertijd – Romeinse tijd) 191 Zaltbommel – 4820 – 4160 BP Nederhemert (ijzertijd – Romeinse tijd) 124 Oensel 2590 – 2000 BP (geen archeologische sporen aangetroffen)10 48 Gameren 2950 – 1860 BP (geen archeologische sporen aangetroffen)11 32 Bruchem 2560 – 1760 BP (vroege ijzertijd, Romeinse tijd, middeleeuwen) Tabel 1. Stroomgordels in het plangebied (zie kaartbijlage 456452-ARO8).

Verwachte diepte 2,1 – 0 m - NAP 0,6 – 0,5 m - NAP

0 – 0,5 m + NAP 1,4 m – NAP – 0,2 m + NAP 0,1 – 1,7 m + NAP 0 – 2,2 m + NAP 0,3 -2,2 m + NAP 1,4 – 2,7 m + NAP

Op basis van de gegevens op de zanddieptekaart Gelderland (2010; zie kaartbijlage 456452-ARO9) liggen de jongste drie van bovengenoemde stroomgordels, namelijk de Oensel, Gameren en Bruchem stroomruggen, plaatselijk binnen de maximale verstoringsdiepte van ruim 2 m- mv. Dit geldt ook voor de oudere Zaltbommel-Nederhemert-stroomgordel. De zanddieptekaart correspondeert echter niet geheel met de dieptewaarden zoals te vinden in de catalogus bij digitale basiskaart van het Rijn-Maas deltagebied.12 Daarnaast is bij nader archeologisch bodemonderzoek in de omgeving gebleken dat ook de diepere stroomgordels (o.a. de Brakel) soms hoger liggen dan is aangegeven op de zanddieptekaart (zie verder paragraaf 3.1). De relatief jonge stroomgordels vormen in het huidige cultuurlandschap soms kenmerkende verhogingen en vormden daarmee in de middeleeuwen de belangrijkste woonplaatsen.

Cohen & Stouthamer, 2012. Mogelijk vroege ijzertijd, Romeinse tijd en middeleeuwen. 11 Deze informatie is vermoedelijk onvolledig, aangezien de AMK-terreinen met resten van (laat) Romeinse bewoning qua ligging opvallend goed te relateren zijn aan de Gameren stroomgordel (Fens & Riddersma,2018). 12 Cohen & Stouthamer, 2012. 9

10

Blad 9 van 26

Antea Group Archeologie 2019/138 Bureauonderzoek projectnummer 456452 26 juni 2020 revisie 03 Reddyn B.V.

Zie bijvoorbeeld de ligging van Bruchem op de kaartbijlage 456452-ARO5: het dorp is omgeven door lichtere gronden waarop akkerbouw plaatsvindt, met buiten de stroomrug moerassige komgronden (Het Broek). De hogere, vaak relatief jonge stroomgordels vormden daarmee in de middeleeuwen de belangrijkste woonplaatsen. In de late middeleeuwen werd het potentiële woonareaal vergroot door de aanleg van wateringen en dijken, alsook werden hiermee vruchtbare polders voor de beweiding verkregen. De komgebieden buiten de stroomruggen waren lager gelegen en worden gekenmerkt door een (relatief) hoge grondwaterstand en waren tot in de late middeleeuwen of nieuwe tijd weinig geschikt voor bewoning.13 Geomorfologie en AHN Het tracé ligt volgens de Geomorfologische Kaart van Nederland in verschillende geomorfologische gebieden (zie kaartbijlage 456452-ARO3). Het grootste gedeelte van het tracé ligt in een rivieroeverwal (code 3K25, licht groen), een rivierkom- en oeverwalachtige vlakte (code 2M22, mat groen) en een rivierkomvlakte (code 1M23, donker groen). Het gebied begint in het westen op een doorbraakwaaier, fluviatiel (code 3G7, heel donker groen/grijs). Op de hoogtekaart op basis van het Actueel Hoogtebestand Nederland is het zien dat het plangebied met name in het westen relatief laag gelegen is (circa 1,4 m +NAP) en verder naar het oosten oploopt tot een hoogte op tot circa 2,6 m+ NAP.

Tevens zijn een aantal stroomgordels (met name de Bruchem en de Gameren) duidelijk zichtbaar in het landschap (zie kaartbijlage 456462-ARO2). Ook vallen de lager gelegen gebieden op waar geen stroomgordels aanwezig zijn (circa 1,1 – 1,2 m +NAP). Ten hoogte van het nieuw aan te leggen station Zuilichem bedraagt de hoogte circa 1,6 – 1,7 m +NAP en het bestaande station in Zaltbommel ligt op een hoogte van circa 3,7 m +NAP. Bodem en grondwater In het plangebied komen vrijwel alleen (relatief) jonge rivierkleibodems voor. Op de bodemkaart (zie kaartbijlage 456462-ARO4) is te zien dat het grootste gedeelte van het tracé zich bevind in kalkloze poldervaaggronden met zware klei en een slechte ontwatering (code Rn44C en Rn47C), afgewisseld met poldervaaggronden met zavel en lichte klei (code Rn67C en Rn62C; grondwatertrap IV). In het meest westelijke gedeelte van het plangebied alsmede in het oosten zijn daarentegen kalhoudende poldervaaggronden (bestaande uit zware zavel en lichte klei) te vinden (code Rn95A). De poldervaaggronden zijn over het algemeen gelegen in de lager gelegen (kom)gebieden. Het tracé wordt omringd door rivierterpen die in het roze zijn weergegeven op de bodemkaart (zie kaartbijlage 456462-ARO4).

2.5

Bewoningsgeschiedenis en historische situatie Bewoningsgeschiedenis De vroegste prehistorische en historische bewoning in de omgeving moet vooral gezocht worden op de hoger gelegen stroomgordels en crevassecomplexen. De oudste stroomgordels in het gebied zijn de Brakel, (crevasses van) de Spelwerd, de Broek en de Zaltbommel-Nederhemert. Op de eerste drie zijn tot op heden nog geen archeologische sporen aangetroffen, maar in theorie kunnen hier sporen vanaf de periode neolithicum tot en met de bronstijd worden aangetroffen. Zaltbommel-Nederhemert zijn sporen uit de periode bronstijd-ijzertijd aangetroffen.14

13 14

Goossens et al., 2010. Cohen & Stouthamer, 2012; zie ook hoofdstuk 3.1.

Blad 10 van 26

Antea Group Archeologie 2019/138 Bureauonderzoek projectnummer 456452 26 juni 2020 revisie 03 Reddyn B.V.

De Molenveld, Oensel, Gameren en Bruchem-stroomgordels zijn gezien de einddatering van hun actieve fase bewoonbare locaties geweest in de ijzertijd, Romeinse tijd en in de vroege tot late middeleeuwen. Op de stroomgordel van Gameren liggen diverse vindplaatsen uit de (laat) Romeinse tijd. De huidige dorpen in het gebied zijn over het algemeen in de vroege middeleeuwen ontstaan op de oeverwallen van deze stroomgordels. In de late middeleeuwen werd het rivierengebied op grote schaal ontgonnen, waarbij de natte gebieden geschikt werden gemaakt voor agrarisch gebruik.15 Historische situatie Zowel het grondgebruik zoals beschreven bij het kadastraal minuutplan uit 1811-1832 als de weergave op de Topografische Militaire Kaart (zie kaartbijlage 456452-ARO5) laten zien dat het gehele plangebied in gebruik is als weiland of akkerland. Het tracé doorsnijdt diverse polders met veelal smalle en noord-zuid gerichte percelen. Van west naar oost betreft het de volgende polders: Reekers Blok, Achterste Blok, Waalmen, Welker en Berends Kampen, Hoeven en Middel Kampen, Oude Weide, Midden Weiden en Het Broek. Het toponiem ‘blokken’ duidt doorgaans op ter ontginning uitgegeven blokvormige kavels (19e eeuw), terwijl het toponiem weiden mogelijk teruggaat op de tijd van gemeenschappelijk bezit (vóór de 19e eeuw). Het toponiem kampen duidt doorgaans op kleinschalige of individuele ontginners.

Ten noorden van Bruchem wordt de weg overgestoken. Op deze locatie is bebouwing te zien op het oude kaartmateriaal (nabij ‘De Draaiboom’ en ‘De Lindenboom’). Als het plangebied wordt geprojecteerd op de Bonnebladen van rond 1900 (ze kaartbijlage 456452-ARO6) is te zien dat het enkele wateringen en wegen doorsnijdt die in de huidige topografie zijn verdwenen. De wateringen zijn gegraven sloten die dienden om van wateroverlast lijdende (kom)gronden af te wateren. Het plangebied doorsnijdt van west naar oost de Nieuw en Gaai Boezem (tevens een weg), de Bommelsche Noorder Wetering (met Achterdijk) en de Bommelsche Zuider Wetering. Deze wateringen zijn in het huidige landschap niet meer aanwezig (gedempt). Het plangebied doorsnijdt verder de straten Lange Mert Steeg, Knapendries, Staartsteeg (nu Willem Alexanderstraat) en de spoorlijn van Geldermalsen naar ’s Hertogenbosch (nog bestaand). Bij de ‘Berends Kampen’ ligt het plangebied, afgaande op de projectie van het Bonneblad, op de plaats van een voormalige eendenkooi. Op de topografische kaart uit 1975 is de nieuwe aanleg van de provinciale weg (N322) te herkennen (zie kaartbijlage 456452-ARO7). De N322 betreft een nieuwe verbindingsweg die niet teruggaat op een historische weg.

2.6

Mogelijke verstoringen De landontginning en het gebruik van (een gedeelte van) het gebied als bouwland, alsmede de aanleg van de N322 kunnen hebben geleid tot een plaatselijke verstoring van de bodem. Tevens zijn er in de nabijheid van het plangebied verstoringen te verwachten door welke veroorzaakt zijn door eerdere bodemingrepen voor ondergrondse infrastructuur (bestaande kabel- en leidingstroken) en van wegwerkzaamheden. De N322 fungeert immers ook als route voor diverse transportleidingen en kabels. De verstoringen door de aanleg daarvan zijn met name in de berm van de weg te verwachten. Hierbij dient te worden opgemerkt dat het huidige tracé grotendeels in weilandgebied gesitueerd is (en niet in de berm). Ook in de weilanden zijn plaatselijk al kabels en leidingen aanwezig (zie kaartbijlage 456452-ARO10) en is drainage toegepast. 15

Fens & Riddersma, 2018.

Blad 11 van 26

Antea Group Archeologie 2019/138 Bureauonderzoek projectnummer 456452 26 juni 2020 revisie 03 Reddyn B.V.

De aanleg daarvan kan plaatselijk tot verstoringen hebben geleid, waarbij echter moet worden opgemerkt dat de huidige werkzaamheden waarschijnlijk een groter gebied beslaan dan vele van de voorgaande bodemingrepen.

Blad 12 van 26

Antea Group Archeologie 2019/138 Bureauonderzoek projectnummer 456452 26 juni 2020 revisie 03 Reddyn B.V.

3

Bekende waarden

3.1

Archeologische waarden Uit het Archeologische Informatie Systeem (ARCHIS) van de Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed zijn de bekende archeologische waarden in een omtrek van ongeveer 250 m rondom het tracé opgevraagd. Het betreft archeologische monumenten (AMK-terreinen), archeologische waarnemingen (zoals vondsten) en meldingen van eerdere archeologische onderzoeken (zie kaart 456452–ARO1 in de kaartenbijlage). Gegevens uit ARCHIS: AMK-terreinen Het tracé doorsnijdt geen AMK-terreinen maar binnen een straal van 250 m vanaf het tracé, van west naar oost gerekend, liggen een aantal AMK terreinen. Veelal zijn dit terreinen met sporen van bewoning en verdediging uit de late ijzertijd tot de Romeinse tijd waarbij verschillende vondsten zijn gedaan uit deze periodes. AMK-terreinen 4279 en 4280 bevinden zich direct ten noorden van het tracé. Het betreft terreinen met sporen van bewoning uit de late ijzertijd en / of Romeinse tijd, inclusief vondstmateriaal. Daarnaast zijn bij AMK-terrein 4280 ook sporen uit de late middeleeuwen / nieuwe tijd aangetroffen. Daarnaast bevindt AMK-terrein 15674 zich ook niet ver van het tracé. Het betreft een vindplaats uit de periode neolithicum – bronstijd. In de top van de oeverafzettingen (0,85 – 1,2 m-mv) zijn houtskool, verbrande leem en een fragmentje vuursteen aangetroffen. AMK-nr

Status

Complex

Aard

4279

Hoge archeologische waarde

Bewoning inclusief verdediging

4280

Hoge archeologische waarde

Bewoning inclusief verdediging

4210

Hoge archeologische waarde

3999

Hoge archeologische waarde

15674

Archeologische waarde

Terrein met sporen van bewoning uit de Late IJzertijd en/of Romeinse tijd. Terrein met sporen van bewoning uit de Late IJzertijd en/of Romeinse tijd en de Late Middeleeuwen / Nieuwe tijd. Terrein met sporen van bewoning uit de Romeinse tijd. Terrein met sporen van bewoning uit de Laat Romeinse tijd en de Vroege Middeleeuwen. Terrein met sporen van bewoning uit de Neolithicum – Bronstijd.

Bewoning inclusief verdediging Bewoning inclusief verdediging Bewoning inclusief verdediging

Tabel 2. AMK terreinen in de buurt van het plangebied (Bron: ARCHIS).

De genoemde AMK-terreinen lijken op grond van hun ligging gerelateerd te zijn aan de diverse aanwezige stroomgordels in het gebied. Gegevens uit ARCHIS: archeologische waarnemingen Het overgrote deel van de waarnemingen binnen een straal van 250 m gerekend vanaf het tracé kunnen in verband worden gelegd met de aanwezige AMK-terreinen. Alle waarnemingen bestaan in ieder geval uit aardewerk uit de ijzertijd en/of Romeins aardewerk en in sommige gevallen dierlijk bot. Waarneming 2442128100 is in een opgravingscontext aangetroffen buiten een AMKterrein.16 Dit geldt ook voor waarneming 2040319100 (proefsleuvenonderzoek). Het betreft hier een opgraving waarbij drie nederzettingsterreinen zijn aangetroffen en een grafveld daterend van de late ijzertijd tot de Romeinse tijd.

16

Zie ook hieronder: Gegevens uit ARCHIS: eerdere onderzoeken.

Blad 13 van 26

Antea Group Archeologie 2019/138 Bureauonderzoek projectnummer 456452 26 juni 2020 revisie 03 Reddyn B.V.

De vondsten bestaan uit menselijk botresten (uit de crematiegraven), en verder uit vondsten uit huishoudelijke context van metaal, glas en aardewerk. Waarnemingsnr.

Locatie

3139611100

Zuilichem

3139522100

Zuilichem

3139644100

Zuilichem

3140818100

Zuilichem

2934066100

Kievitsheuvel

2442128100 3x

Zaltbommel

3062053100

De Tol

2046224100

Steenweg

2040319100

De Wildeman

Vondsten en Datering Keramiek: handgevormd en gedraaid aardewerk gedateerd om de Romeinse tijd. Keramiek: ruwwandig gedraaid aardewerk, handgevormd, terra sigillata gedateerd vanaf de late ijzertijd tot de midden Romeinse tijd. Bot, gedateerd in de late ijzertijd tot midden Romeinse tijd. Onbekend Keramiek: geglazuurd steengoed gedateerd in de late middeleeuwen tot de nieuwe tijd. Bot gedateerd in de late middeleeuwen tot nieuwe tijd. Keramiek: onbekend type, gedateerd in de nieuwe tijd. Sporen/structuren: opgehoogd rechthoekig terrein gedateerd in de nieuwe tijd. Keramiek: pot Natuursteen gedateerd van de vroege bronstijd tot late ijzertijd. Vuursteen afslag gedateerd in het neolithicum tot ijzertijd. Bot gedateerd in de bronstijd/ijzertijd. Sporen: paalgat, kuil, grondspoor een ronde verkleuring, een sporen cluster van palen en kuilen welke mogelijk op een gebouw wijzen. Vuursteen afval gedateerd in laat neolithicum tot bronstijd. Houtskool gedateerd in laat neolithicum. Keramiek: hutteleem gedateerd in het laat neolithicum. Sporen/structuren: greppel of sloot gedateerd in de nieuwe tijd. Keramiek: ruwwandig gedraaid aardewerk, gladwandig gedraaid aardewerk, hutteleem, keramisch bouwmateriaal, weefgewicht, spinklos, gedateerd in de ijzertijd en Romeinse tijd Bot: menselijk bot (crematie resten) gedateerd in de Romeinse tijd. Dierlijk bot Glas gedateerd in de Romeinse tijd.

Metaal: bronzen munt, slak gedateerd in de Romeinse tijd Steen: mortel, tefriet maalsteen gedateerd in de midden Romeinse tijd. Sporen/structuren: crematiegraf, inhumatiegraf, kuil, kringgreppel/sloot, paalgat gedateerd in de ijzertijd en Romeinse tijd. De graven komen uit de Romeinse tijd.

Tabel 3. Archeologische waarnemingen binnen onderzoeksgebied (bron: ARCHIS)

Gegevens uit ARCHIS: eerdere onderzoeken In de omgeving van het plangebied hebben in het verleden meerdere archeologische onderzoeken plaatsgevonden. De resultaten van de verschillende onderzoeken zijn wisselend. De bouwvoor (30 cm) is verploegd en in sommige gevallen is dit dieper dan 30 cm en zijn archeologische grondsporen aangeploegd. De aangetroffen perioden beslaan de ijzertijd, Romeinse tijd en vroege middeleeuwen. In de meeste onderzoeken zijn de stroomgordels aangeboord zoals de stroomgordel van Gameren, van Zaltbommel-Nederhemert en de Brakelse en Broekse rivierloop, hetgeen betekent dat deze op geringe diepte aan te treffen zijn. Ook het onderhavige tracé doorsnijdt deze stroomgordels. Voor de ligging van de stroomgordels in het tracé en van de hieronder samengevatte onderzoeken wordt verwezen naar de kaartbijlagen (456452-ARO8 en 456452-ARO1). De voor het huidige plangebied meest relevant vooronderzoeken betreft een tweetal (boor)onderzoeken van Sweco en Antea Group. Deze onderzoeken hebben deels in de directe

Blad 14 van 26

Antea Group Archeologie 2019/138 Bureauonderzoek projectnummer 456452 26 juni 2020 revisie 03 Reddyn B.V.

nabijheid van het onderhavige plangebied plaatsgevonden en de resultaten worden hieronder kort besproken. Sweco, perswatertransportleiding Aalst-Zaltbommel In 2017-2018 heeft Sweco een archeologisch bureau- en verkennend booronderzoek17 uitgevoerd in de directe nabijheid van het huidige plangebied voor een tracé van een geplande perswaterleiding. Het perswaterleidingtracé loopt globaal gezien grotendeels parallel aan het huidige hoogspanningstracé en is ook langs de N322 gericht, maar ook deels in de berm van de N322 of aan de andere zijde van de weg. Naar aanleiding van het bureauonderzoek werd aanbevolen om de gebieden waar de werkzaamheden de Oenselse-, Gamerense- en Zaltbommel-Nederweert-stroomgordels raken nader archeologisch te onderzoeken door middel van een verkennend booronderzoek.18 Het veldonderzoek is uitgevoerd op een zestal locaties (Deelgebieden 1 t/m 6) waarbij de boringen met een boorpuntsafstand van 50 m zijn uitgevoerd. Naar aanleiding van de resultaten is vervolgonderzoek geadviseerd (in de vorm van een archeologische begeleiding) ten hoogte van Deelgebied 2’ en Deelgebied 5. Deelgebied 2 komt overeen met het gebied direct in de zuidoosthoek van de rotonde Maas-Waalweg – N322. Hier is de bedding van de Brakel-stroomgordel aangetroffen op een diepte van 2,65 - 2,9 m-mv / 0,85 1,1 m – NAP.

Bovenop het pakket is een oeverafzetting aangetroffen (2,25 – 2,5 m-mv / 0, 35 – 0,6 m - NAP). In de top van deze oeverafzettingen heeft zich een vegetatieniveau ontwikkeld. Het huidige tracé bevindt zich ten zuiden van dit binnen de ontgravingsdiepte kunnen worden aangetroffen (circa 1,75 - 2 m-mv). gebied en is iets lager gelegen (circa 1,4 m + NAP). Dit houdt in dat binnen het huidige plangebied de oeverafzettingen Tijdens hetzelfde onderzoek van Sweco is daarnaast in Deelgebied 5 (ten plaatse van de Middelsteeg) beddingzand van de Zaltbommel-Nederhemert-stroomgordel aangetroffen, met hierboven een oeverafzetting op een diepte varieert tussen 0,6 – 1,45 m-mv / 1,05 – 1,9 m + NAP. Binnen de oeverafzetting is komklei aanwezig tot in de bouwvoor. In de komklei bevindt zich een vegetatieniveau. Het gedeelte van het huidige tracé dat zich in de buurt van Deelgebied 5 bevindt is gelegen op circa 2 – 2,2 m +NAP. Ook hier kunnen oeverafzettingen worden verwacht binnen de ontgravingsdiepte - en vrijwel direct onder het maaiveld beginnend.19 Opvallend is dat de Brakelstroomgordel is aangetroffen terwijl deze buiten de verwachting viel. Deze stroomgordel werd in bureauonderzoek verwacht op een grotere diepte dan 3 m -mv, maar werd al op geringere diepte aangetroffen.

Antea Group, tracé N322 In 2018 heeft Antea Group een archeologisch bureau- en booronderzoek (verkennend) uitgevoerd voor een kabeltracé tussen Zuilichem en Zaltbommel. Het tracé bevindt zich hoofdzakelijk aan de noordkant (berm) van de N322 en ter plekke van de stations Zuilichem en Zaltbommel. Bij het booronderzoek zijn diverse kom-, crevasse- en beddingafzettingen aangetroffen, behorende tot diverse stroomgordels. Ter plaatse van het te realiseren regelstation Zuilichem is lokaal de Gameren-stroomgordel aangetroffen op een diepte beginnend bij 1 – 1,3 m-mv (boringen H19 en H21). Tevens is ter plaatse van het station Zaakid. 4567294100 & 4612142100. Van Rooij, 2017. 19 Overmars, 2018. 17 18

Blad 15 van 26

Antea Group Archeologie 2019/138 Bureauonderzoek projectnummer 456452 26 juni 2020 revisie 03 Reddyn B.V.

Zaltbommel lokaal de Oensel en/of Zaltbommel-Nederhemert-stroomgordel aangetroffen op een diepte van 0,3 – 2,2 m-mv. Bij boringen HB04 en HB05 zijn oever en/of crevasse afzettingen aangetroffen (op 0,4 – 0,9 m-mv). De berm langs de N322 bleek te zijn opgehoogd. O.a. op basis van de relatief geringe ontgravingsdiepte en het aanwezige ophoogpakket werd besloten het gedeelte langs de berm vrij te geven. Op een diepte van circa 2 m-mv zijn echter oeverafzettingen aangetroffen (boring HB15).20 Deze resultaten zijn voor onderhavige onderzoek van belang, omdat deze diepte bij de geplande werkzaamheden wèl bereikt wordt.

20

Zaakid. 4593562100 & 4591148100; Teekens, 2018.

Blad 16 van 26

Antea Group Archeologie 2019/138 Bureauonderzoek projectnummer 456452 26 juni 2020 revisie 03 Reddyn B.V.

In 2009 heeft ADC uitgebreid onderzoek verricht op de locatie en in de omgeving van het nieuwe sportpark ten zuiden van de Tijnnigen plas (booronderzoeken21, proefsleuven, archeologische begeleiding en een opgraving; zie ook afbeelding 5 en 6).22 Hierbij is niet alleen de ZaltbommelNederhemert-stroomgordel aangetroffen, maar zijn ook meerdere vindplaatsen ontdekt. Vindplaats 3 ligt direct naast het huidige tracé en vindplaats 2 is tevens nabij gelegen : ‘Het is te verwachten dat in de directe omgeving van de onderzochte percelen van vindplaats 2 en 3 huisplattegronden voorkomen. Ook de bijgebouwen van vindplaats 3 wijzen op de nabijheid van een erf uit de Midden-Bronstijd’.23

Afbeelding 5. Resultaten van het verkennend booronderzoek (ADC 2009). Het toekomstige tracé (bij benadering) is weergegeven in paars. Bron: Nijdam, 2009: p. 20, afb. 5. (Noordgericht, niet op schaal).

Vanaf circa 1,4 m-mv zijn oeverafzettingen aangetroffen die overgaan in zandige beddingafzettingen. Deze afzettingen zijn waarschijnlijk onderdeel van de Zaltbommel-Nederhemert (Nijdam, 2009). 22 Zaakid. 2250417100, 244128100, 2372047100, 2442177100, 2470649100. 23 Kodde & Roessingh, 2018. 21

Blad 17 van 26

Antea Group Archeologie 2019/138 Bureauonderzoek projectnummer 456452 26 juni 2020 revisie 03 Reddyn B.V.

Afbeelding 6. Overzicht proefsleuven en boringen plangebied sportcomplex/ uitbreiding N322. Het toekomstige tracé is bij benadering toegevoegd in paars. Bron: Kodde & Roessingh (red.), 2018: p. 14, afb. 2.1. (Noordgericht, niet op schaal).

Daarnaast vallen de volgende onderzoeken ook binnen het onderzoeksgebied: 

Aan de zuidzijde van de provinciale weg heeft ARC een booronderzoek uitgevoerd (zaakid. 2279773100). Uit het booronderzoek is gebleken dat op de hele onderzoekslocatie direct onder de bouwvoor oeverafzettingen van de stroomgordel van Gameren voorkomen. In het noordelijk deel liggen deze oeverafzettingen op beddingzand. In het zuidwestelijk deel liggen de oeverafzettingen op komafzettingen. In het oostelijk deel van de locatie is een crevasse van de stroomgordel van Gameren aangetroffen.

Aan de noordzijde van de provinciale weg heeft BAAC een booronderzoek uitgevoerd (zaakid. 4035171100). Hieruit bleek dat de top van de oeverafzettingen niet meer intact is en dat eventuele archeologische sporen verdwenen zijn. Dit is gebaseerd op de abrupte overgangen tussen de bouwvoor en de oeverafzettingen en afwezigheid van een cultuurlaag. Andere archeologische indicatoren, zoals fosfaat of aardewerk, die wijzen op (intensieve) bewoning zijn evenmin aangetroffen.

Ten noorden van de provinciale weg, grenzend aan het tracé heeft BAAC archeologische begeleiding uitgevoerd (zaakid. 2046224100). De archeologische begeleiding heeft in profiel en vlak geen archeologische indicatoren opgeleverd. Wel kon de bestaande geologische informatie worden bevestigd. De zandige afzettingen die in het vlak van gebied 2 werden waargenomen kunnen aan Brakelse en Broekse rivierloop worden gerelateerd. De aangetroffen greppels komen ten dele overeen met de bestaande topografie en met de kadasterkaart van 1832. Aanwijzingen voor een middeleeuwse oorsprong van deze greppels werden niet gevonden.

Blad 18 van 26

Antea Group Archeologie 2019/138 Bureauonderzoek projectnummer 456452 26 juni 2020 revisie 03 Reddyn B.V.

Tevens aan de noordzijde van de provinciale weg heeft BAAC een proefsleuvenonderzoek uitgevoerd (zaakid. 2040319100). Hier zijn vier vindplaatsen aangetroffen daterend uit de Romeinse tijd en de ijzertijd: drie nederzettingsterreinen en een grafveld waar de bewoners van de drie nederzettingen vermoedelijk hun doden begroeven. Een connectie tussen de vindplaatsen is niet aangetroffen. De ligging van de vindplaatsen is waarschijnlijk bepaald door hun landschappelijke context; zij liggen op een stroomrug, direct naast een laagte/restgeul, waarschijnlijk in verband met de gunstige waterhuishouding ter plaatse.

Aan de noordzijde van de provinciale weg heeft BAAC een booronderzoek gedaan (zaakid. 2051270100). Er zijn twee vindplaatsen aangetroffen uit de Romeinse tijd. Daarbij zijn op vindplaats A enkele scherven aangetroffen die duiden op een vroeg middeleeuwse component. Uit het booronderzoek is gebleken dat het bodemprofiel over het algemeen in tact is. Wel is meestal de eerste 30-40 cm verploegd. De gedane oppervlaktevondsten geven aan dat door het ploegen grondsporen zijn aangeploegd.

Zaakid. (ARCHIS3)

Jaar

Uitvoerder

Sweco

Type onderzoek

4567294100

2017

Bureauonderzoek

2014950100

2001

2279773100

2010

ARC

Booronderzoek

4011884100

2016

BAAC

Bureauonderzoek

4035171100

2017

BAAC

Booronderzoek

2280793100

2010

Econsultancy

Bureauonderzoek

4569335100 4009616100

2017 2016

2372047100

2012

2442128100

2014

2250417100

2009

2470649100 2013346100

2015 2001

Booronderzoek

Bureauonderzoek Bureauonderzoek

ADC

Booronderzoek

Proefputten en opgraving ADC Archeoprojecten

Booronderzoek Opgraving Booronderzoek

Blad 19 van 26

Conclusies Voor de delen waar de geplande werkzaamheden de overafzettingen van de Oenselse, de Gamerense (inclusief crevasse) en de Zaltbommel-Nederhemert meandergordels raken wordt geadviseerd archeologisch vervolgonderzoek uit te voeren door middel van een verkennend booronderzoek. Onbekend Op basis van de resultaten van het karterend booronderzoek wordt geconcludeerd dat de hoge trefkans op archeologische resten voor de onderzoekslocatie behouden blijft. De stroomgordel van Gameren heeft hoge verwachting voor de midden-bronstijd B tot en met de middeleeuwen. De oeverzone en crevassegeul heeft een middelhoge verwachting voor de midden bronstijd B tot volle middeleeuwen. Voor het komgebied geldt een lage verwachting. Voor de late middeleeuwen en nieuwe tijd geldt een lage verwachting Archeologisch vervolgonderzoek wordt niet geadviseerd wegens verstoring in de bodem. Gebied is vrijgegeven omdat met de geplande werkzaamheden de archeologierijke laag niet zal worden aangetast. Onbekend Onbekend Geadviseerd werd in de gebieden met een hoge archeologische verwachting een inventariserend veldonderzoek uit te voeren door proefsleuven (IVOP), teneinde gaafheid, omvang, datering en conservering van archeologische resten te onderzoeken.

Geen specifiek advies, wel verwachting voor meer archeologische sporen in de directe omgeving In een zone rondom de rivierduin en een deel van de stroomgordel van Zaltbommel-Nederhemert wordt geadviseerd een karterend booronderzoek uit te voeren om archeologische indicatoren op te sporen om vindplaatsen te kunnen begrenzen. Onbekend Onbekend

Antea Group Archeologie 2019/138 Bureauonderzoek projectnummer 456452 26 juni 2020 revisie 03 Reddyn B.V.

2146754100

2005

Opgraving

2046224100

2004

BAAC

Begeleiding

2040319100

2003

BAAC

Proefsleuven

2085704100 2469726100

2004 2015

2051270100

2002

2192487100

2008

Opgraving Bureauonderzoek

BAAC

Booronderzoek

Booronderzoek

Onbekend De archeologische verwachting voor een dieper niveau is laag. De kans dat bij de aanleg van de rabatten het bodemarchief wordt aangetast is nihil. Van verdere begeleiding van deze grondwerkzaamheden wordt afgezien. Drie nederzettingsterreinen aangetroffen en een grafveld. Onbekend Onbekend Gezien de onderzoeksresultaten en het feit dat een groot deel van het oude rivierlandschap binnen het plangebied archeologisch hoog wordt gewaardeerd zullen zowel de vindplaatsen als het landschap moet worden onderzocht. Voor alle drie vindplaatsen (A, B en C) wordt een vervolgonderzoek voorgesteld in de vorm van proefsleuven. Onbekend

Tabel 4. Eerder uitgevoerde onderzoeken binnen onderzoeksgebied (bron: ARCHIS).

3.2

Ondergrondse bouwhistorische waarden Op het historische kaartmateriaal is ten noorden van Bruchem bebouwing te zien (zie paragraaf 2.5). Verder zijn er geen specifieke aanwijzingen voor ondergrondse bouwhistorische waarden.

Blad 20 van 26

Antea Group Archeologie 2019/138 Bureauonderzoek projectnummer 456452 26 juni 2020 revisie 03 Reddyn B.V.

4

Archeologische verwachting

4.1

Bestaande verwachtingskaarten Provinciale verwachtingskaart Het plangebied ligt in een door de provincie Gelderland aangewezen archeologisch aandachtsgebied (parelgebied Bommelerwaard; deelgebied A-9). De provincie stelt in dergelijke gebieden een gemeentegrensoverschrijdend belang. Zij kan desgewenst aanvullende regelgeving eisen ter bescherming van haar belang. Gemeentelijke verwachtingskaarten Gemeente Zaltbommel De gemeentelijke verwachtingskaart van Zaltbommel is in 2010 door RAAP opgesteld.24 De beleidskaart is een samenvatting van de archeologische inventarisatie vanuit divers onderzoek, waarnemingen en monumenten en van de archeolandschappelijke eenhedenkaart. Deze eenheden betreffen gestapelde (ondergrondse) landschappelijke elementen, zoals oeverzones, meandergordels (stroomgordels) ingedeeld naar (potentieel) archeologische datering, rivierduinen, crevasses en komafzettingen. De stroomruggen en crevasses komen qua ligging en datering vrijwel overeen met de stroomruggen zoals behandeld in paragraaf 2.4.

Afbeelding 7. Uitsnede archeologische beleidskaart gemeente Zaltbommel. Noordgericht, niet op schaal. Bron: Goossens et al., 2010.

24

Goossens et al., 2010.

Blad 21 van 26

Antea Group Archeologie 2019/138 Bureauonderzoek projectnummer 456452 26 juni 2020 revisie 03 Reddyn B.V.

Gemeente Maasdriel De gemeentelijke verwachtingskaart van Maasdriel is in 2013 door RAAP opgesteld.25 Het gedeelte van het tracé dat binnen de grens van deze gemeente valt heeft een Waardearcheologie 5 (lichtoranje op afbeelding 8). Onder deze categorie vallen gebieden met een (zeer) hoge archeologische verwachting In deze gebieden wordt de hoogste dichtheid aan archeologische vindplaatsen verwacht. De hoge verwachting is voornamelijk gebaseerd op de aanwezigheid van diverse stroomgordels en bijhorende crevasses in de ondergrond.

Afbeelding 8. Uitsnede archeologische beleidskaart gemeente Maasdriel. Noordgericht, niet op schaal. Bron: Goossens & Van der Veen, 2013.

4.2

Gespecificeerde archeologische verwachting Datering, locatie en diepteligging In de ondergrond van het plangebied bevinden zich meerdere stroomgordels. De archeologische verwachting van het gebied is sterk verbonden met deze (verlande) stroomgordels, de bijbehorende oeverwallen en crevasses. Op grond van de beschikbare gegevens is gebleken dat alle in het plangebied voorkomende stroomgordels zich binnen de ontgravingsdiepte van maximaal 2,05 m kunnen bevinden. Het gaat hier om de volgende stroomgordels: Brakel, (crevasses van) Spelwerd, Broek, Molenveld, Zaltbommel-Nederhemert, Oensel, Gameren en Bruchem. Op de oudste stroomgordels (Brakel, Spelwerd en Broek) zijn tot op heden nog geen archeologische sporen aangetroffen, maar in theorie kunnen hier sporen vanaf de periode neolithicum tot en met de bronstijd worden aangetroffen. Op de Zaltbommel-Nederhemertstroomgordel zijn resten uit de periode bronstijd-ijzertijd aangetroffen. De Molenveld, Oensel, Gameren en Bruchem-stroomgordels zijn gezien de einddatering van hun actieve fase bewoonbare locaties geweest in de ijzertijd, Romeinse tijd en in de vroege tot late middeleeuwen. Op de stroomgordel van Gameren liggen diverse vindplaatsen uit de (laat) Romeinse tijd.

25

Goossens & Van der Veen, 2013.

Blad 22 van 26

Antea Group Archeologie 2019/138 Bureauonderzoek projectnummer 456452 26 juni 2020 revisie 03 Reddyn B.V.

Complextype en omvang Huisplaatsen of nederzettingen uit de neolithicum, bronstijd (op de oude stroomgordels, oeverzones en crevasses) en uit de ijzertijd, Romeinse tijd, vroege en late middeleeuwen (op de jonge stroomgordels, oeverzones en crevasses). Nederzettingen op de stroomruggen kunnen een omvang hebben van naar schatting 1000-2500 m2; op crevasses en langs geulen kan de ruimte beperkter zijn geweest en het woonvlak van een nederzetting of huisplaats daarmee ook geringer. Uiterlijke kenmerken Een bewoningsniveau kan in boringen herkenbaar zijn als een humeuze band in de gerijpte klei (laklaag) met ophogingskenmerken of een veraarde en mogelijk verbrande laag in (de top van) het veen, vaak rijk aan vondstmateriaal zoals aardewerk, huttenleem, metaalslakken, bot en hout of houtskool. In het algemeen kan ook de intacte bovenzijde van de stroomrug (oeverafzetting) een mogelijk bewoningsniveau of loopvlak zijn. Een bewoningsniveau kenmerkt zich verder als een vondststrooiing. Mogelijke verstoringen Zie paragraaf 2.6.

Blad 23 van 26

Antea Group Archeologie 2019/138 Bureauonderzoek projectnummer 456452 26 juni 2020 revisie 03 Reddyn B.V.

5

Conclusies en advies

5.1

Conclusies Het plangebied ligt in het Midden-Nederlandse rivierengebied en doorsnijdt verschillende stroomgordels. De vroegste prehistorische en historische bewoning in de omgeving moet gezocht worden op deze hoger gelegen stroomgordels en crevassecomplexen: voor deze gebieden geldt dan ook een hoge archeologische verwachting. Voor de komgebieden geldt een lage archeologische verwachting. Deze gebieden waren tot in de late middeleeuwen of nieuwe tijd weinig geschikt voor bewoning. Op grond van de beschikbare gegevens is gebleken dat alle in het plangebied voorkomende stroomgordels zich binnen de ontgravingsdiepte van maximaal 2,05 m kunnen bevinden. Op de oudste stroomgordels (Brakel, Spelwerd en Broek) zijn tot op heden nog geen archeologische sporen aangetroffen, maar in theorie kunnen hier sporen vanaf de periode neolithicum tot en met de bronstijd worden aangetroffen. Op de Zaltbommel-Nederhemertstroomgordel zijn resten uit de periode bronstijd-ijzertijd aangetroffen. De Molenveld, Oensel, Gameren en Bruchem-stroomgordels zijn gezien de einddatering van hun actieve fase bewoonbare locaties geweest in de ijzertijd, Romeinse tijd en in de vroege tot late middeleeuwen. Op de stroomgordel van Gameren liggen diverse bekende vindplaatsen uit de (laat) Romeinse tijd.

Op de KLIC-kaart (kaartbijlage 456452-ARO10) is te zien dat er in de directe nabijheid van het tracé kabels en leidingen aanwezig zijn. Het onderhavige onderzoek loopt echter over het algemeen niet door een bestaand tracé en is gelegen in de rand van de weilanden. Daarnaast zullen de te ontgraven breedte en diepte over het algemeen omvangrijker zijn dan de werkzaamheden die reeds in de omgeving van het plangebied hebben plaatsgevonden.

5.2

(Selectie)advies Geadviseerd wordt om archeologisch vervolgonderzoek uit te voeren op de locaties waar stroomgordels worden verwacht (bedding en oeverafzettingen). Hierbij zijn de archeologische beleidskaarten en de doorvertaling hiervan in de bestemmingsplannen van de gemeentes Zaltbommel en Maasdriel leidend. De basis voor deze kaarten vormen de stroomgordels die in het gebied te vinden zijn. Zones waar stroomgordels worden doorkruist, worden beschouwd als een advieszone (zie kaartbijlage 456452-ADVIES). Het advies is in eerste instantie om in deze zones een karterend booronderzoek uit te voeren. Gebieden waar geen sprake is van stroomgordels en gebieden de werkzaamheden door middel van gestuurde boringen plaats zullen vinden worden vrijgesteld van archeologisch onderzoek. Een karterend archeologisch booronderzoek bestaat voor vlakken uit een 20 x 25 m-grid en voor tracé-onderzoeken uit één boring op elke 25 m van het tracé. De boringen worden minimaal tot de verstoringsdiepte doorgezet en waar nodig wat dieper om de stroomgordels beter in kaart te brengen. Karterende fase houdt in dat het onderzoek dient om vindplaatsen op te sporen, waarbij de verkennende fase van onderzoek wordt overgeslagen.

De aanwezigheid van de stroomgordels binnen verstoringsdiepte is immers bekend: de onderzoeksvraag betreft daarom of zich binnen het tracé archeologische vindplaatsen (kunnen) bevinden.

Blad 24 van 26

Antea Group Archeologie 2019/138 Bureauonderzoek projectnummer 456452 26 juni 2020 revisie 03 Reddyn B.V.

Circa 5,9 km van het tracé in open ontgraving alsmede de locatie van het nieuw te realiseren station Zuilichem (circa 2,6 ha) bevinden zich in een gebied waar een dubbelbestemming archeologie van kracht is (zie kaartbijlage 456452-ADVIES en tabel 5). Advieszone26

Stroomgordels

Oppervlakte

Lengte tracé

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10732131/1