Bijlage 4 - Behandeling zienswijzen
Tekst van het document
Bijlage 4. Behandeling zienswijzen Op 24 november 2020 zijn de definitieve conceptversies van de Nota bodembeheer regio Rivierenland en de Bodemkwaliteitskaart regio Rivierenland naar de volgende instanties gestuurd: - Waterschap Rivierenland; - Provincie Gelderland; - Rijkswaterstaat; - Prorail (spoorwegbeheerder). Hieronder wordt per instantie beschreven of er zienswijzen zijn ingediend en hoe deze zijn behandeld. 1. Waterschap Rivierenland Het Waterschap heeft zienswijzen ingediend. Hieronder puntsgewijs beschreven met onze reactie: a. Geldt het beleid uit de nota voor zowel gerijpte als ongerijpte baggerspecie? Het beleid geldt voor zowel gerijpte als ongerijpte baggerspecie. b. De nota gaat niet in op de maatschappelijke opgaven van de waterschappen, zoals het hoogwaterbeschermingsprogramma en klimaatadaptatie. Voor realisatie van deze opgaven is veel grond- en baggerverzet nodig. De nota Bodembeheer is bedoeld voor de gemeenten binnen het gebied van de regio Rivierenland. De maatschappelijke opgaven van het Waterschap hebben hiermee uiteraard raakvlakken maar hoeven niet in de nota beschreven te worden. Overigens wordt de realisatie van de maatschappelijke opgaven wel vergemakkelijkt door de grotere ruimte die de nota biedt voor hergebruik van baggerspecie en niet-schone grond uit de regio. c.
In de nota staat dat het beleid rond verspreiden van baggerspecie in waterwin- en grondwaterbeschermingsgebieden wordt aangepast aan de Omgevingsverordening van de provincie. Maar de inhoud en de reikwijdte van de Omgevingsverordening staan nog niet vast. In de conceptversie van de Nota staan nu specifieke PFAS-gehaltes waar toe te passen grond en baggerspecie aan moeten voldoen in waterwin- en grondwaterbeschermingsgebieden. De specifieke gehaltes liggen inderdaad nu nog niet vast. We hebben besloten de formuleringen in de Nota te veralgemeniseren. De strekking is dat de toekomstig vastgestelde Omgevingsverordening leidend is voor de toepassingsvoorwaarden in waterwin- en grondwaterbeschermingsgebieden. d. In paragraaf 6.2 staat dat voor verspreiden van PFAS-houdende bagger dezelfde toepassingswaarden gelden als voor toepassen. Dit wijkt af van o.a. het Tijdelijk Handelingskader en van de Omgevingsverordening.
In 6.2, onder de kop Verspreiden PFAS-houdende onderhoudsbaggerspecie op het aangrenzend perceel en tijdelijke opslag in weilanddepots in het buitengebied zullen de aangegeven gehalten gewijzigd worden in de gehalten die aangegeven staan in het Tijdelijk Handelingskader (PFAS 3, PFOA 7).
e. In paragraaf 6.3.3 staat dat weilanddepots niet mogen worden opgericht in bodembeschermingsgebieden. Dat is een aanscherping van het reguliere beleid dat weilanddepots op direct aangrenzende percelen wel toestaat. Paragraaf 6.3.3 geeft onder voorwaarden de mogelijkheid weilanddepots op te richten op andere percelen dan direct aangrenzende. Met het eerste bullet onder de voorwaarden wordt bedoeld dat in bodembeschermingsgebieden geen weilanddepots buiten direct aangrenzende percelen mogen worden opgericht. f. In paragraaf 6.3.5 staat dat baggerspecie alleen in laagdiktes van max. 15 cm mag worden verspreid. De maximale laagdikte van 15 cm is met name voor stedelijke bagger van belang. Hierin komen PAK en minerale olie vaak in verhoogde gehaltes voor. De geringere laagdikte zorgt voor betere omstandigheden voor biologische afbraak van deze stoffen. We hebben besloten de laagdikte voor bagger uit het landelijke gebied te verhogen naar max. 30 cm (gerijpt).
2. Provincie Gelderland De provincie heeft een zienswijze ingediend. Men heeft geconstateerd dat in de Nota op diverse plaatsen gehaltes aan PFAS uit de ontwerp-omgevingsverordening van de provincie zijn opgenomen. Deze gehaltes staan echter nog niet vast. We hebben besloten overal waar dat van toepassing is te beschrijven dat de toekomstig vastgestelde omgevingsverordening leidend is en we hebben op die plaatsen geen specifieke PFAS-gehalten meer benoemd.
3. Rijkswaterstaat Rijkswaterstaat heeft laten weten geen gronden te zien voor een zienswijze.
4. Prorail Prorail heeft laten weten geen gronden te zien voor een zienswijze.