CConstaterende datMaasdriel
Koppel je AI →
Document · PDF

bijlage 3, verslag ingekomen reacties inspraak zon en wind en ambtelijke wijzigingen

Gemeenteraad 10 juni 2021, gemeente MaasdrielBij agendapunt: Visie zon -en wind Maasdriel11.975 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Verslag reacties op Concept visie zon en wind Maasdriel en ambtelijke wijzigingen

d.d. 20 april 2021

1

Inhoudsopgave 1. 2. 3. 4.

pagina

Inleiding………………………………………………………………………………………. 3 Overzicht reacties vooroverlegpartners, belangenbehartigers en Inspraakreacties… 4 Samenvatting en beantwoording reacties………………………………………………… 5 Ambtshalve voorgestelde wijzigingen……………………………………………………..17 Bijlagen 1 en 2, publicaties concept visie …..……………….…………….……………..19 Bijlage 3, Consulterende memo zon en wind Maasdriel met bijlagen..........…………..21

2

Hoofdstuk 1 Inleiding In dit document wordt verslag gedaan van de ingekomen reacties over de concept visie zon en wind Maasdriel (SV0004). Deze concept visie heeft van 2 december 2020 tot en met 12 januari 2021 voor eenieder ter inzage gelegen in het gemeentehuis van de gemeente Maasdriel. Daarnaast is het plan te raadplegen op de landelijke website van www.ruimtelijkeplannen.nl.

Bekendmaking ter inzagelegging concept visie Zon en wind Maasdriel. De ter inzagelegging is op 2 december 2020 aangekondigd op de gemeentelijke website, via publicatie in Het Carillon, via publicatie in de Staatscourant en er is via Facebook aandacht besteed aan de ter inzagelegging. Ter voorbereiding op de visie is een enquête over duurzame energie, met name over zonne- en windenergie, gehouden. Bij deze enquête konden deelnemers aangegeven of ze graag mee wilden denken over de visie. Iedereen die hier zijn e-mailadres heeft achtergelaten, heeft via mail bericht ontvangen over de ter inzagelegging. Ook zijn de deelnemers van de in Maasdriel georganiseerde ruimte ateliers in het kader van de Regionale Energie Strategie (RES) (inwoners en belangenbehartigers en vooroverlegpartijen) uitgenodigd om te reageren. De ontvangen reacties zijn weergegeven in hoofdstuk 2. Hoofdstuk 3 geeft een overzicht van de binnengekomen reacties. In hoofdstuk 4 zijn alle binnengekomen reacties samengevat en voorzien van een antwoord als de reactie heeft geleid tot aanpassing van de visie, dan is dat hierna vermeld. In hoofdstuk 5 zijn de ambtshalve wijzigingen opgesomd, welke zijn verwerkt in de visie. Naar aanleiding van de ontvangen reacties en andere ontwikkelingen is een consulterende memo opgesteld welke is besproken in de raadscommissie Ruimte op 24 maart 2021.

In deze memo worden voorstellen gedaan voor aanpassing van de visie. De wijzigingen die hieruit zijn voortgekomen zijn opgenomen onder de ambtshalve wijzigingen. De consulterende memo met bijbehorende bijlagen is opgenomen als bijlage 3 van deze notitie.

3

Hoofdstuk 2 Overzicht ontvangen reacties

Reacties vooroverlegpartners en belangenbehartigers 1. Provincie Gelderland 2. Natuur en Milieu Federatie Gelderland 3. Natuurmonumenten 4. Tennet 5. Liander 6. LTO Noord afd. Bommelerwaard en ZLTO

Inspraakreacties 7. DOKK-advocaten namens Bewonerscomité Windmolenvrij Hoenzadriel en omgeving 8. Coöperatie Bommelerwaar 9. geanonimiseerd 1, Inwoner 10. geanonimiseerd 2, inwoner 11. geanonimiseerd 3, inwoner 12. geanonimiseerd 4, zonneontwikkelaar

4

Hoofdstuk 3

Hieronder wordt eerst in vet een samenvatting van de ontvangen reactie weergegeven. Daarna volgt de voorgestelde beantwoording door de gemeente. Als de reactie aanleiding geeft tot het aanpassen van de visie, wordt daarna aangegeven welke aanpassing wordt voorgesteld. Bij erg uitgebreide reacties, is de reactie opgesplitst en voorzien van een letter en wordt deze per onderwerp behandeld. 1. Provincie Gelderland A. GS hebben eind 2020 in een ontwerp-wijziging van de omgevingsverordening een extra gebied als weidevogelgebied aangewezen. Het betreft een gebied ten westen van de A2. In de conceptvisie valt dit gebied in de gebiedscategorie ‘redelijk kansrijk’. Zon- en windenergie in het weidevogelgebied worden met de wijziging van de omgevingsverordening uitgesloten. B. Op 2 december, de dag dat in Maasdriel de conceptvisie is gepubliceerd, hebben GS een brief gezonden aan alle gemeenten in Gelderland. In deze brief wordt om extra aandacht gevraagd voor de ontwikkeling en locatiekeuze voor zonne-energie, ook gelet op de provinciale belangen. Er wordt aangekondigd dat in het kader van de actualisatie van de provinciale omgevingsverordening in begin 2021, een rondetafelconferentie met verschillende partijen wordt georganiseerd om over het onderwerp zorgvuldige locatiekeuze te spreken. In het RES-traject wordt gevraagd om locatiekeuze uit te werken via een regionale zonneladder.

Gevraagd wordt naar een goede balans tussen zon en wind vanuit het oogpunt van net efficiëntie. Ook wordt gevraagd om regels goed vast te leggen in bestemmingsplannen. Tot slot wordt aandacht gevraagd voor lokaal eigendom en het betrekken van de lokale gemeenschap Antwoord gemeente A

In de visie denken we niet in beperkingen (zie p. 28). In de praktijk zijn er wel beperkingen. Daarom worden deze beperkingen benoemd en toegelicht in hoofdstuk 3 en is in Bijlage 2 een potentiekaart met beperkingen opgenomen. Het nieuwe weidevogelgebied is toegevoegd aan deze potentiekaart, en de kaart zal nader worden toegelicht.

B.

Wij zijn van mening dat wij met de visie een goede afweging maken tussen de verschillende belangen. De concrete aanpassing zoals voorgesteld onder A nemen wij op in de visie. Om meer grip te krijgen op de ligging en de oppervlakte van zonnevelden tot 2030, hebben wij, na consultatie van de commissie Ruimte verschillende aanscherpingen doorgevoerd. Deze aanscherpingen hebben ook een positieve invloed op de net-efficiëntie. Wij leggen de mogelijkheden die de visie biedt voorlopig nog niet vast in een bestemmingsplan omdat wij menen dat er sprake moet blijven van een afweging per project op basis van een goed plan. Het vastleggen van regels in bestemmingsplannen zou ook leiden tot een grond voor planschade. Wij zijn van mening dat onze visie, na het doorvoeren van de voorgestelde wijzigingen, een gedegen afwegingskader voor nieuwe initiatieven vormt.

Aanpassing Het nieuw aangewezen weidevogelgebied is toegevoegd op de kaart op de pagina waar de Natura 2000 gebieden en het Gelders Natuur Netwerk op zijn aangegeven. Deze potentiekaart wordt nader toegelicht. De visie hebben wij ten opzichte van de conceptvisie aangepast zodat er meer rekening wordt gehouden met de balans tussen zon en wind vanuit het oogpunt van net efficiëntie (maximale oppervlakte 20 hectare voor grootschalige zonprojecten in de vorm van een Tender in de A2/spoorzone. Een minimum van 50 % lokaal coöperatief eigendom en het betrekken van de lokale gemeenschap zijn als voorwaarde opgenomen.

5

2. Natuur en Milieu Federatie Gelderland Gevraagd wordt om de documenten; A) zonneladder van NMF, B) gedragscode zon op land van natuur en milieu en C) de checklist Natuurbelangen grondgebonden zonneparken te benutten in de visie.

Antwoord gemeente We hebben de genoemde documenten bekeken. Enerzijds hebben wij in de conceptvisie al verschillende aspecten benoemd zoals; Het benoemen van daken, bedrijventerreinen en de zone rondom infrastructuur als kansrijk. In Maasdriel zijn weinig ‘no regret’ locaties, zoals bedoeld in de zonneladder NMF. Verder geeft de kansenkaart een bepaalde prioritering die is opgesteld samen met bewoners en stakeholders (zie stap 2, zonneladder NMF en gedragscode zon op land). De zone rondom infrastructuur wordt als meest kansrijk beschouwd, dit is ook conform NMF. De financiële participatie (gedragscode zon op land) hebben wij ook benoemd in onze conceptvisie (op pagina 30). Wij hebben de natuurgebieden en de consequenties in beeld gebracht op pagina 17 en op pagina 22. Dit conform de checklist natuurbelangen. Zaken zoals nieuwe plasdras zones en houtwallen zijn benoemd bij de spelregels in hoofdstuk 5. Het aspect van tijdelijkheid, dus de grond na 25 jaar weer herstellen in oude staat, is opgenomen op pagina 24. Anderzijds, nemen we zaken nadrukkelijker mee, zoals; De voorkeur voor daken was al benoemd op pagina 34, maar wordt explicieter benoemd bij de kansenkaart (H4). De meerwaarde voor de omgeving zit gedeeltelijk in de algemene spelregels.

Op pagina 34 wordt biodiversiteit benoemd en een bepaald percentage van het zonneveld moet altijd worden ingezet voor landschaps- en natuurontwikkeling. Dit is verwerkt in 'algemene spelregels zon' op pagina 34 en in de inleiding. Aanpassing De voorkeur voor zonnepanelen hebben wij meer benadrukt in hoofdstuk 4. De genoemde zonneladders hebben wij toegevoegd aan de lijst gebruikte bronnen. Wij onderschrijven het belang van de meerwaarde voor de omgeving en benoemen dit nader op pagina 30. De visie hebben wij ten opzichte van de conceptvisie aangescherpt zodat de mogelijkheden voor grootschalige zonnevelden beperkt zijn tot maximaal 20 hectare in de A2/spoorzone. Hiervoor zal een tender worden uitgeschreven. Buiten deze zone blijft ruimte voor initiatieven, maar dan enkel voor kleinschalige proefopstellingen, innovatieve projecten of lokaal geïnitieerde ontwikkelingen die breed gedragen en 100% coöperatief zijn. 3. Natuurmonumenten A. Opgemerkt wordt dat een van de doelen van de visie, het leveren van input aan de RES Rivierenland, weinig wordt geconcretiseerd. B. Gevraagd wordt om kwetsbare en bijzondere gebieden -waaronder Natura 2000, GNN en weidevogelgebieden- geheel uit te sluiten van duurzame energie-opwek. C. Gevraagd wordt om het ongeschonden landschapspanorama van de uiterwaarden te behouden en buitendijks geen initiatieven m.b.t. wind en zon toe te staan. D.

Er wordt een actieplan gemist waarin de oppervlakte (bij benadering) beschikbaar dak/overig stedelijk gebied in beeld wordt gebracht. E. Er wordt min of meer al voorgesorteerd op grootschalige energieopwekking in het buitengebied. F. Benutting van de mogelijkheden om zonne-energie op bestaande daken op te wekken zou 1e prioriteit moeten hebben, evenals het combineren van zonnepanelen met geluidswallen, infrastructuur, verkeersknopen en vergelijkbare objecten. G. Gebieden met bijzondere cultuurhistorische waarden worden nauwelijks concreet benoemd. Ook deze gebieden zouden bij voorkeur gevrijwaard moeten blijven van wind en zon. Een zorgvuldige belangenafweging met betrekking tot de cultuurhistorische waarden ontbreekt in de visie.

Antwoord gemeente 6

A. Het beleid van de gemeente Maasdriel (dus deze visie) draagt bij aan de RES. Wij hebben dit nadrukkelijker toegelicht in de inleiding. B. De visie gaat niet uit van beperkingen, zoals toegelicht in hoofdstuk 3, maar kijkt vooral naar de mogelijkheden in de verschillende landschappen. Overigens genieten de Natura 2000-, het Gelders Natuur Netwerk- en weidevogelgebieden bescherming op basis van wet- en regelgeving zoals de provinciale omgevingsverordening. C. De uiterwaarden zijn in de verschillende ateliers zowel als kansrijk (veel ruimte, geen bebouwing) als niet-kansrijk (natuur, recreatie) aangemerkt. Daarom zijn deze in de kansenkaart als beperkt gemarkeerd. D. Zon op dak heeft ook voor ons de voorkeur. Wij nemen dit explicieter op in deze visie. Er is sprake van een stevige autonome groei van zon op dak. De belangrijkste stimulans voor grote zonnedaken zijn rijkssubsidies. De mogelijkheden voor grote zonnedaken zijn in het kader van de RES in het eerste kwartaal 2021 in beeld gebracht. In Maasdriel verwachten wij dat de oppervlakte zon op grote daken van circa 4 hectare nu zal groeien naar 21 hectare in 2030. Als de groei achterblijft bij deze verwachting dan wordt de komende jaren gekeken of nog aanvullende maatregelen moeten worden genomen. E. Grootschalige energieopwekking, meer dan alleen op daken, is noodzakelijk.

Het gebied rondom de snelweg en spoor zien wij daarbij als kansrijk zoekgebied voor zon en wind tot 2030. De visie hebben wij ten opzichte van de conceptvisie aangescherpt zodat de mogelijkheden voor grootschalige zonnevelden beperkt zijn tot maximaal 20 hectare in de A2/spoorzone. Hiervoor zal een tender worden uitgeschreven. Buiten deze zone blijft ruimte voor initiatieven, maar dan enkel voor kleinschalige proefopstellingen, innovatieve projecten of lokaal geïnitieerde ontwikkelingen die breed gedragen en 100% coöperatief zijn. Meerwaarde voor de omgeving is daarbij een van de voorwaarden. F. Zie het antwoord onder D. G. Cultuurhistorische elementen staan benoemd in de landschappelijke analyse. De insteek van de visie is behoud van landschappelijke karakteristieken, daaronder vallen ook deze waarden. Aanpassing In de inleiding hebben wij de relatie tot de RES nadrukkelijker toegelicht. Het nieuw aangewezen weidevogelgebied voegen wij toe aan de kaart op pagina 17.B. Het nieuw door de provincie aangewezen weidevogelgebied wordt opgenomen in de kaart op pagina 17.C. In de visie zal meer nadruk worden gelegd op zon op dak. De visie hebben wij ten opzichte van de conceptvisie aangescherpt zodat de mogelijkheden voor grootschalige zonnevelden beperkt zijn tot maximaal 20 hectare in de A2/spoorzone. Hiervoor zal een tender worden uitgeschreven.

Buiten deze zone blijft ruimte voor initiatieven, maar dan enkel voor kleinschalige proefopstellingen, innovatieve projecten of lokaal geïnitieerde ontwikkelingen die breed gedragen en 100% coöperatief zijn. Meerwaarde voor de omgeving is daarbij een van de voorwaarden. 4. TenneT Gevraagd wordt om vroegtijdige afstemming over de mogelijkheden tot aansluiten met de regionale netbeheerder en TenneT. Voor het toestaan van zonneparken is het van belang dat binnen de belemmerde strook aanvullende voorwaarden door TenneT worden gesteld. En dat zonnepanelen niet bovenop een kabelbed van een ondergrondse verbindingen mogen worden geplaatst. Wanneer windturbines (welke hoogte dan ook) in de nabijheid van een hoogspanningsverbinding mogelijk worden gemaakt, dan verzoeken wij u om bij de aan te houden afstand rekening te houden met het Handboek Risicozonering Windturbines. Antwoord gemeente Wij hebben in hoofdstuk 3 aandacht besteed aan de netcapaciteit en de beperkingen door wet- en regelgeving, waaronder de regelgeving voor hoogspanningskabels en leidingen. Initiatiefnemers moeten in een vroeg stadium alle mogelijke beperkingen in het desbetreffende gebied onderzoeken. Aanpassing 7

Het Handboek Risicozonering Windturbines is toegevoegd aan de lijst gebruikte bonnen voor deze visie. 5. Liander Gevraagd wordt om in paragraaf 3.1 en 3.3 de status van het huidig energienetwerk in overleg bij te stellen. Dit omdat hier onbedoeld een momentopname is weergegeven wat voor deze visie tot 2030 niet handig is. Verder wordt gevraagd om de aanbevelingen voor systeem efficiëntie FruitDelta Rivierenland, welke Liander in het kader van de RES heeft opgesteld, nadrukkelijker te betrekken. In deze aanbevelingen wordt met name geadviseerd om projecten te clusteren, in te zetten op windenergie, en om samen met de verwachte autonome groei van zon op dak, tot de meest efficiënte verhouding voor zon en wind te komen. Antwoord gemeente De onder paragraaf 3.1 en 3.3 opgenomen teksten zijn aangepast zodat er geen sprake meer is van een momentopname. Hierover heeft inmiddels overleg met u plaatsgevonden. De aanbevelingen die zijn opgesteld in het kader van de RES waren bekend en betrokken, maar zijn niet als leidend gebruikt. Dit omdat er meerdere belangen moeten worden afgewogen in een ruimtelijke visie. Vanwege de voorkeur voor windenergie, de concrete vraag om landbouwgronden uit te sluiten voor zonne-energie en omdat in de RES ook maar wordt uitgegaan van een kleine oppervlak zon op land, hebben wij de visie aangepast.

Ten opzichte van de conceptvisie is deze aangescherpt zodat de mogelijkheden voor grootschalige zonnevelden beperkt zijn tot maximaal 20 hectare, geconcentreerd in de A2/spoorzone. Hiervoor zal vanaf 2023 een tender worden uitgeschreven. Buiten deze zone blijft ruimte voor initiatieven, maar dan enkel voor kleinschalige proefopstellingen, innovatieve projecten of lokaal geïnitieerde ontwikkelingen die breed gedragen en 100% coöperatief zijn. Met deze aanpassingen komen wij ook tegemoet aan uw vraag voor een betere verhouding zon en wind en clustering van de opweklocaties.

Aanpassing Een tekstuele aanpassing is in overleg voorbereid. In de bronvermelding nemen wij de website www.resrivierenland.nl op. Op deze website zijn de aanbevelingen van Liander opgenomen onder het tabblad Bibliotheek. De visie is ten opzichte van de conceptvisie aangescherpt zodat de mogelijkheden voor grootschalige zonnevelden beperkt zijn tot maximaal 20 hectare in de A2/spoorzone. Hiervoor zal vanaf 2023 een tender worden uitgeschreven. Buiten deze zone blijft ruimte voor initiatieven, maar dan enkel voor kleinschalige proefopstellingen, innovatieve projecten of lokaal geïnitieerde ontwikkelingen die breed gedragen en 100% coöperatief.

6. LTO Noord afd. Bommelerwaard en ZLTO Partijen zijn voorstander voor duurzame energie rond de agrarische bedrijfsvoering. Dit met name voor windenergie met zowel grote als kleine turbines. Door opstellingen achter de elektriciteitsmeter kan een netvriendelijke invulling van de opgave worden geboden. Naast wind worden ook mogelijkheden gezien voor zon op dak en zon op erven, op silo’s en als teelt ondersteunende voorziening. Gevraagd wordt om zon op landbouwgrond uit te sluiten. Dit omdat er voldoende alternatieven worden gezien, vanwege de huidige aansluitproblematiek, vanwege de door het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) geadviseerde verhouding wind/zon van 4/1. Ook wordt aangegeven dat de landbouwgronden nodig zijn voor de extensivering van de landbouw. Gevraagd wordt om een beter sturingsinstrument. Verwezen wordt naar gemeente West Betuwe waar landbouwgrond wordt uitgesloten. Antwoord gemeente 8

Maasdriel heeft ook de voorkeur voor zon op dak. Gebleken is dat deze voorkeur niet duidelijk genoeg is opgenomen in de visie. Wij zullen dit daarom meer benadrukken. Wij verwachten dat de oppervlakte dak van 4 hectare nu zal groeien naar ruim 21 hectare in 2030. Wij onderschrijven ook de voorkeur voor windenergie. Kleine windmolens kunnen bij agrarische bedrijven worden geplaatst. De geldende bestemmingsplannen bieden hier mogelijkheden voor en deze visie sluit dat niet uit. Voor windturbines zien wij de meeste kansen in de zone langs de A2 en het spoor. Hetzelfde geldt voor zonnevelden. Wij hebben deze visie opgesteld om de kansen van energieopwekking in het landschap in beeld te brengen en om per type landschap te bezien onder welke randvoorwaarden en spelregels, ontwikkelingen zouden kunnen worden toegestaan. In Maasdriel zijn niet veel ‘no regret’ gronden of braakliggende terreinen met een andere bestemming die tijdelijk zouden kunnen worden ingezet. Daar is in de genoemde gemeente West Betuwe wel sprake van en er is daar gekozen om deze gronden specifiek aan te wijzen. Door landbouwgrond in Maasdriel volledig uit te sluiten, menen wij dat de mogelijkheden voor zon op land voor de komende 10 jaar te veel zouden worden ingeperkt.

Vanwege de voorkeur voor windenergie, uw vraag om landbouwgronden uit te sluiten voor zonne-energie en omdat in de RES ook maar wordt uitgegaan van een kleine oppervlak zon op land, hebben wij de visie aangepast. Ten opzichte van de conceptvisie is deze aangescherpt zodat de mogelijkheden voor grootschalige zonnevelden beperkt zijn tot maximaal 20 hectare, geconcentreerd in de A2/spoorzone. Hiervoor zal vanaf 2023 een tender worden uitgeschreven. Buiten deze zone blijft ruimte voor initiatieven, maar dan enkel voor kleinschalige proefopstellingen, innovatieve projecten of lokaal geïnitieerde ontwikkelingen die breed gedragen en 100% coöperatief zijn. Aanpassing De voorkeur voor zon op dak wordt meer benadrukt. De visie is ten opzichte van de conceptvisie aangescherpt zodat de mogelijkheden voor grootschalige zonnevelden beperkt zijn tot maximaal 20 hectare in de A2/spoorzone. Hiervoor zal vanaf 2023 een tender worden uitgeschreven. Buiten deze zone blijft ruimte voor initiatieven, maar dan enkel voor kleinschalige proefopstellingen, innovatieve projecten of lokaal geïnitieerde ontwikkelingen die breed gedragen en 100% coöperatief. Inspraakreacties 7. DOKK-advocaten namens Bewonerscomité Windmolenvrij Hoenzadriel en omgeving A.

Gemeend wordt dat er sprake is van belangenverstrengeling door inhuur van het bureau Feddes/Olthof, omdat dit bureau ook bij de RES betrokken is en veel voor overheden werkt. B. In paragraaf 1.1 wordt de opgave uit de klimaatwet toegelicht. Vervolgens staat er: “Dat is in de wet vastgelegd en ieder kabinet moet zich hier dus aan houden.” Dit is te kort door de bocht en onjuist omdat wetten kunnen worden aangepast. C. Windturbines zouden op zee moeten komen volgens de grootste regeringspartij en de ambitie van RES-Regio Rivierenland wordt als te groot gezien in verhouding tot de RES- Metropoolregio Eindhoven. D. In de conceptvisie moet benoemd worden in hoeverre initiatiefnemers en omwonenden rekening moeten houden met ruimtelijke ontwikkelingen zoals de uitbreiding van de A2, een nieuw bedrijventerrein en het herstructureringsgebied voor de glastuinbouw. E. De conceptvisie gaat te allen tijde uit van een combinatie van zon en wind. F. In de visie wordt een vergelijking gemaakt tussen een windpark in Deil en een zonnepark in Veendam. Dit klopt niet, er wordt gewerkt met achterhaalde gegevens waardoor een onrealistisch beeld wordt geschetst.

Tegenwoordig zijn zonnepanelen van 525 Wattpiek gangbaar waardoor de opbrengstverhouding tussen zon en wind veel positiever is dan in de visie wordt aangegeven (verwezen wordt naar https://www.duurzaambedrijfsleven.nl/energie/massaproductie-zonnepaneel34425/massaproductie-zonnepaneel ). G. De visie benoemt de grootste beperkingen voor windparken maar niet alle beperkingen en wet- en regelgeving worden benoemd. Onderwerpen als slagschaduw, externe veiligheid en dijkveiligheid worden gemist. H. In de visie wordt gesteld dat windturbines onder voorwaarden dichter dan 400 meter bij woningen kunnen worden gerealiseerd als gebruik wordt gemaakt van stillere turbines. Appellanten zijn van mening dat hiermee een verkeerd signaal wordt afgegeven omdat ook rekening moet worden gehouden met externe veiligheid en ook 9

omdat er veel discussie is omtrent geluid. Ook wordt verwezen naar een recente uitspraak van het Hof van Justitie van de EU (arrest van Nevele) en de Motie Schonis en de richtlijnen van WHO en RIVM. I. Gewezen wordt naar problemen elders in het land bij de aansluiting op het elektriciteitsnetwerk en dat ontwikkelaars daar nu zelf de mogelijkheden onderzoeken om een elektriciteitsnetwerk aan te leggen. J. In paragraaf 3.4 is beschreven wat de onderlinge afstand van windturbines moet zijn bij een rotordiameter van 90 meter. In de afbeelding staat echter dat er sprake is van een rotordiameter van 180 meter en dat correspondeert niet met de toelichting en de onderlinge afstand klopt hierdoor ook niet. K. Regels voor initiatiefnemers zijn niet bindend en hier kan dan ook geen handhavingsverzoek op worden ingediend. De regels dienen daarom in de vergunningverlening te worden vastgelegd, zodat handhaving kan worden afgedwongen bij de rechter. L. In deze visie moeten initiatiefnemers worden gewezen op de verplichting die geldt voor milieueffectrapportages. Verwezen wordt naar het arrest van Nevele van het Hof van Justitie van de Europese Unie. M. Het gebied tussen Vliertseweg en Achterdijk is potentieel gebied voor windturbines. Die mogelijkheid werd bij de beoordeling van de zienswijzen voor Burgerwindpark A2 Lage Rooijen als niet relevant afgedaan.

De locatie waar nu vergunning voor is verleend wordt om diverse redenen ongeschikt geacht. N. Een burgerpanel is geen vertegenwoordiging van de omwonenden. Men zal weinig argumenten hebben tegen de energietransitie, maar wel tegen het niet betrokken worden bij concrete plannen en maatwerk waarbij wordt verwezen naar het activiteitenbesluit en de activiteitenregeling. O. In visualisaties worden windturbines gecamoufleerd door bomen? Is gewoon een spelregel die wordt toegepast. Maat en schaal van de turbines kloppen niet en er staan silhouetten van een koe en een kalf in. P. Het windaandeel voor de gemeenten en omwonenden is te verwaarlozen. Gemeenten gaan het gemis aan WOZ-belasting niet opvangen met de opbrengsten uit de windparken. Het windaandeel is een wassenneus omdat het net niet de capaciteit heeft om dit op een juiste wijze te verdelen. Energie zal alsnog worden afgevoerd. Q. In paragraaf 1.3 van de visie wordt verwezen naar de opbrengsten van de Ruimteateliers die in het kader van de RES zijn georganiseerd. Toen lag de conceptvisie nog niet ter inzage. Ook hebben inwoners van Maasdriel hier geen input kunnen leveren. De resultaten zijn ook niet bijgevoegd. R.

In de conceptvisie wordt onvoldoende stilgestaan bij de gevolgen en het ontbreken van een rechtens afdwingbare reëel rendabele compensatieregeling, of de ambitie om burgers te compenseren vanwege de nadelige effecten van de plannen. Bij andere windparken is gebleken dat planschade onvoldoende compensatie oplevert en er nog geen duidelijkheid is over een gebiedsfonds of burenregeling.

Antwoord A. Het bureau Feddes/Olthof is een onafhankelijk adviesbureau dat geen gewin heeft bij advisering over windturbines en zonneparken. Het bureau is gekozen vanwege de kennis van het gebied en de ervaring met inwoners over het onderwerp duurzame energie in het landschap binnen het traject van de RES. Wij zien deze kennis en ervaring als een meerwaarde ten opzichte van een willekeurig ander landschapskundig bureau. B. Wij delen de mening dat de zinsnede: “Dat is in de wet vastgelegd en ieder kabinet moet zich hier dus aan houden.” onjuist is. Deze tekst zullen wij verwijderen. C. Wij hebben te maken met een mondiaal probleem van het stijgen van de zeespiegel door de uitstoot van CO2 en andere broeikasgassen. In Nederland is met de Klimaatwet vastgelegd dat wordt gestreefd naar 49 % CO2 reductie in 2030. Door het kabinet en in het kader van het Klimaatakkoord, is gekozen vooral in te zetten op windenergie op zee omdat dit een duurzame energiebron is die grootschalig in ons land beschikbaar is. Maar de zee is ook nodig voor andere functies (visserij, scheepsroutes, natuur, mijnbouwactiviteiten), waardoor ook hernieuwbare opwekking op land nodig is, om deze doelstelling te bereiken (bron: rijksoverheid, windopzee.nl). Over hoe in Nederland, op land, invulling wordt gegeven aan deze opgave 10

hebben alle gemeenten, provincies en waterschappen, gezamenlijk afspraken gemaakt. In regionaal verband wordt middels Regionale Energie Strategieën, in fases, gezocht naar oplossingen voor de warmtetransitie (van het aardgas af) en de regionale mogelijkheden voor opwek van duurzame energie. Daarnaast heeft Maasdriel, net als alle andere gemeenten in Gelderland, het Gelders Energie Akkoord onderschreven. Waarin wordt gestreefd naar een hogere CO2-reductie in 2030, namelijk 55 %. Om deze doelstelling te halen, is het nodig om in te zetten op verdubbeling van het concept-RES bod dat vorig jaar aan het Nationaal Programma RES is aangeboden voor de periode tot 2030. Eindhoven maakt onderdeel uit van een andere RES-regio en is geen deelnemer aan het Gelders Energieakkoord. D. De visie zon en wind Maasdriel is een sectorale visie op hoe Maasdriel tot 2030 wil omgaan met grootschalige opwek van duurzame energie in het landschap. Deze visie is aanvullend op andere gemeentelijke beleidsdocumenten zoals bijvoorbeeld de Structuurvisie en Plan-Mer Maasdriel. Daarnaast gelden er ook de ruimtelijke plannen zoals Bestemmingsplannen en Provinciale inpassingsplannen waarin concreet is aangeven welke activiteiten en bebouwing op welke plaats is toegestaan en onder welke voorwaarden een vergunning kan worden verleend.

Ruimtelijke plannen en visies, van zowel gemeente, provincie en het rijk zijn te raadplegen via de website www.ruimtelijkeplannen.nl, ook in de voorbereidende fase. Initiatiefnemers moeten zich bij voorgenomen initiatieven vergewissen van het ter plekke geldende en in voorbereiding zijnde ruimtelijke beleid. Omwonenden kunnen deze informatie ook raadplegen. Wanneer ontwikkelingen niet passen in het ter plekke geldende bestemmingsplan, dan zal de gemeente worden verzocht, een afweging te maken. Bij de beoordeling hiervan wordt dan gekeken naar de passendheid binnen het gemeentelijke ruimtelijke beleid dat is vastgesteld en in voorbereiding is maar ook naar beleid, en regelgeving van bijvoorbeeld provincie en rijk. E. De conceptvisie gaat niet te allen tijde uit van een combinatie van zon en wind. Dit heeft wel de voorkeur en er worden -voor zowel zon als voor windenergie- de grootste kansen gezien in dezelfde zone langs de infrastructuur. Een combinatie van windturbines en zonnedaken en zonnevelden is hier daarom mogelijk. Dit heeft ook voordelen qua net efficiëntie. F. In de visie hebben wij voorbeelden aangehaald van gerealiseerde projecten in Veendam (zon) en in Deil (wind). Het vermogen van zonnepanelen is de afgelopen jaren gestegen en de panelen zijn groter geworden. Ook de gemiddelde performance gaat stapsgewijs omhoog.

In Veendam zijn panelen gebruikt van 270 Watt piek (met een rendement rond de 18%). In het door appellant aangehaalde artikel wordt verwezen naar een chinees bedrijf dat in 2020 is gestart met massaproductie van panelen van 525 Wattpiek. Te stellen dat dit soort panelen op dit moment gangbaar zijn of op grote schaal worden gebruikt, is niet juist. De meeste projectontwikkelaars werken op dit moment met 300 of 325 Wp panelen (met een rendement van rond de 20%). Vergeleken met “Veendam” levert dit inderdaad een 10-20% hogere opbrengst per m2. Daar staat tegenover dat de vermogens en opbrengst van windturbines ook met grote sprongen omhooggaan. De verhouding oppervlakte zonnepark ten opzichte van een windmolen blijf daarom in grote lijn gelijk. G. In de visie hebben wij de grootste beperkingen voor wind- en zonneparken beschreven. De lijst beperkingen is niet uitputtend. Concrete Initiatieven worden getoetst aan alle, op moment van indienen van de aanvraag, geldende wetten en regelgeving. Het aspect slagschaduw hebben wij reeds benoemd in paragraaf 3.3, onder geluidsgevoelige objecten. Wij zullen deze paragraaf aanvullen met het onderwerp externe veiligheid en dijkveiligheid. H. Er is geen wettelijke afstandsnorm voor windturbines ten opzichte van woningen. Wij hebben in de visie beschreven dat een afstand van 400 meter gebruikelijk is.

Dit is een gangbare vuistregel en wij willen verduidelijken dat dit geen norm is. Het is ons bekend dat het RIVM de uitgangspunten van het WHO-advies vergeleken heeft met de huidige wet- en regelgeving en kwalitatieve aanbevelingen doet voor het versterken van het Nederlandse geluidbeleid. RIVM stelt dat de adviezen van de WHO geen dwingende juridische status hebben, maar moeten worden gezien als aanbevelingen ter bescherming tegen negatieve gezondheidseffecten. Hoofdboodschap van het RIVM is dat het geluidbeleid versterkt kan worden door het aan te passen aan de nieuwe inzichten van de WHO en nadrukkelijker te richten op vermindering van gezondheidseffecten van geluid. Het RIVM zal nog verder onderzoek doen. Zodra er door het RIVM concrete aanbevelingen komen, zal dit aanleiding kunnen zijn voor gewijzigde wet- of regelgeving of voor het opstellen van specifiek beleid. Op dit moment is er geen aanleiding voor aanpassing van deze visie. I. Een nieuw windpark zal alleen worden ontwikkeld bij een haalbare busisnesscase. Economische uitvoerbaarheid is ook een onderwerp dat moet worden aangetoond in het kader van het voeren van een ruimtelijke procedure. In de visie besteden wij aandacht aan de 11

beperkingen van het elektriciteitsnetwerk en de voorkeur voor ontwikkeling vanuit de netbeheerder. J. Wij hebben geconstateerd dat in paragraaf 3.4 zowel een fout in de tekst als een fout in de tekening is geslopen. De rotordiameter is twee keer de wieklengte. Een rotordiameter van 90 meter is niet logisch voor een moderne windmolen. Om de windturbines bij Deil als voorbeeld aan te houden, deze turbines hebben een tiphoogte van circa 208 meter en een rotordiameter van bijna 140 meter. Wij hebben beoogd om als bouwsteen 4 keer de rotordiameter tussenruimte aan te houden, hetgeen bij een rotordiameter van 140 meter neerkomt op 560 meter. Dit is zowel in de tekst als in de toelichting in paragraaf 3.4 onjuist weergegeven. Dit zal worden aangepast. K. Het betreft hier een visie waarin bouwstenen en spelregels worden voorgesteld. De visie zal dienen als toetst en afwegingskader voor te ontvangen initiatieven. Er is altijd een ruimtelijke procedure (Bestemmingsplan of een afwijking van het bestemmingsplan én een omgevingsvergunning) nodig om initiatieven die niet passen binnen het geldende bestemmingsplan, toe te staan. Wanneer daar een positieve grondhouding (principebesluit) over wordt ingenomen, dan wordt een bestemmingsplan en/of een vergunning met afwijking voorbereid. In die documenten worden dan de regels -waaraan bij de uitvoering moet worden voldaan- opgenomen. L.

Het is wettelijk geregeld wanneer een milieueffectrapportage verplicht is en wanneer niet. Dat is niet voor alle windparken en zonnevelden het geval. Bij elk initiatief zal, afhankelijk van de specifieke kenmerken van het plan en de locatie, worden beoordeeld of een milieueffectrapportage moet worden opgesteld. Die verplichting staat los van deze visie. M. Zoals bekend zijn wij in 2020 gestart met het voorbereiden en opstellen van deze visie. Hierbij hebben wij gekeken naar het landschap, de aanwezige belemmeringen maar ook naar de reacties van inwoners. Uiteindelijk hebben wij deze concept-visie met kansenkaart om initiatieven in de toekomst te kunnen afwegen opgesteld. De potentiekaart welke is opgenomen in bijlage 2 geeft niet alle beperkingen voor windturbines weer. Op deze belemmeringenkaart zijn bijvoorbeeld geen individuele woningen opgenomen. Bij een initiatief voor een windpark zal de exacte locatie nader moeten worden onderzocht, in relatie tot het initiatief. De kansenkaart op pagina 29 is leidend. Het doel van de kaart in bijlage 2 zal tekstueel worden toegelicht. De locatiekeuze voor het Burgerwindpark A2 lage Rooijen of vergunningverlening daarover, maakt geen onderdeel uit van deze visie. De locatie ligt overigens in het gebied dat wij in deze conceptvisie hebben aangemerkt als het gebied waar wij grote kansen zien voor windturbines. N.

Voor het opstellen van deze visie is een enquête opgesteld die aan een burgerpanel en steekproefsgewijs aan 4.000 huishoudens in Maasdriel is verstuurd. Daarnaast is de enquête breed bekend gemaakt via het plaatselijke krantje, Facebook, en de gemeentelijke website. Iedere inwoner heeft zijn mening kunnen geven in deze enquête. Op dit moment wordt een visie opgesteld, hierin zijn geen concrete locaties benoemd maar kansen in het landschap beschreven. Ook hebben wij bouwstenen en spelregels opgenomen, mede op basis van de uitkomsten van de enquête (o.a. landschappelijk inpassing, meerwaarde voor de omgeving, het kunnen meeprofiteren) Vanwege het Covid-19 virus konden er geen fysieke bijeenkomsten plaatsvinden. Wij hebben, gezien de beperkingen, getracht om zo veel mogelijk mensen te laten meedenken. Het onderwerp participatie zal nog nader, buiten deze visie om, worden uitgewerkt. Of de mogelijkheid tot het opnemen van maatwerkvoorschriften, en zo ja in welke mate, kunnen wij niet vooruitlopen. O. De visualisaties zijn gemaakt op basis van bestaande foto’s. Daarbij zijn de spelregels uit de conceptvisie gehanteerd. Er is geen sprake van maskerade van windmolens om de situatie gunstiger te laten lijken. Bovendien gaat het hier niet om bestaande plannen, maar schetsen wij enkel mogelijkheden.

Zoals eerder aangegeven, is de visualisatie met de rotordiameter in paragraaf 3.4 niet correct. Het silhouet van koe met kalf op pagina 44 is niet noodzakelijk en zal worden verwijderd. P. De energie die door windturbines wordt geproduceerd, wordt aan het elektriciteitsnet geleverd. Het elektriciteitsnet wordt naar de toekomst toe uitgebreid en versterkt. Op basis van de visie dient de initiatiefnemer een omgevingsfonds op te zetten waarmee een meerwaarde voor de omgeving wordt gecreëerd. Wij hebben geen aanleiding om te denken dat OZB-inkomsten door de komst van windturbines in het landschap significant zullen dalen.

12

Q. Artikel 10.7 van het toekomstige Omgevingsbesluit gaat over “motiveringsplicht vroegtijdige publieksparticipatie omgevingsvisie” en dit artikel luidt: Bij het vaststellen van een omgevingsvisie wordt aangegeven hoe burgers, bedrijven, maatschappelijke organisaties en bestuursorganen bij de voorbereiding zijn betrokken en wat de resultaten daarvan zijn. Wij zijn van mening dat wij in deze visie voldoende hebben aangegeven hoe wij de burgers en inwoners hebben betrokken. Dat wij ook vermelden dat wij input uit eerdere ruimteateliers die in het kader van de RES hebben betrokken, doet daar niets aan af. Voor de volledigheid nemen wij de link op naar de pagina over de RES waar alle relevante documenten zijn gepubliceerd. R. In de Wet ruimtelijke ordening is op dit moment vastgelegd dat bij planschade, minimaal een drempel van 2 % normaal maatschappelijk risico wordt gehanteerd. Onder de omgevingswet zal die drempel naar verwachting hoger worden. Als er sprake is van planschade dan klopt het dat deze nooit 100 % door de planschaderegeling wordt vergoed. De schade wordt gedeeltelijk tegemoetgekomen. Het is bekend dat een compensatieregeling of “burenregeling” voor omwonenden op dit moment niet rechtens afdwingbaar is. In de conceptvisie hebben wij een dergelijke regeling dan ook niet opgenomen.

Een dergelijke regeling is wel in de lijn van het in 2019 genomen principebesluit voor het eerste windpark in Maasdriel, om die reden nemen wij een “compensatieregeling” voor direct getroffenen op als verplicht onderdeel bij windturbines.

Aanpassing b.

Paragraaf 1.1. is de zin “Dat is in de wet vastgelegd en ieder kabinet moet zich hier dus aan houden.” geschrapt.

g.

Paragraaf 3.3 is aangevuld met de onderwerpen externe veiligheid en dijkveiligheid.

j. m. n.

Zowel de tekst als in de toelichting in paragraaf 3.4 zijn gecorrigeerd. Het doel van de kaart in bijlage 2 is tekstueel toegelicht. Het onderwerp participatie zal nog nader, buiten deze visie om, worden uitgewerkt. De afbeelding op pagina 23 met de afstanden tussen de windmolens is aangepast en het silhouet van koe met kalf op pagina 44 is verwijderd. In de bronvermelding is de website www.resrivierenland.nl opgenomen. In hoofdstuk 4 hebben wij de voorwaarde opgenomen om bij windturbines een compensatieregeling voor direct getroffenen (binnen 1 km) op te stellen. Dit in de lijn van de regeling zoals deze is opgesteld bij het Burgerwindpark.

q. r.

8. Coöperatie Bommelerwaar A. B. C. D.

E.

Gevraagd wordt om het “50% lokaal” eigendom in de spelregels aan te passen naar “meer dan 50%, coöperatief lokaal eigendom” of een andere vorm waarbinnen een brede vertegenwoordiging van lokale stakeholders zich verenigd heeft. Met betrekking tot het omgevingsfonds wordt gevraagd om ter voorkoming van meerdere kleine omgevingsfondsen, met elk eigen overheadkosten, te streven naar 1 lokaal beheerd omgevingsfonds waar alle initiatieven op aansluiten. Gevraagd wordt om te bevorderen dat bij alle initiatieven sprake is van meervoudige waarde creatie en een positieve bijdrage aan de biodiversiteit. Gevraagd wordt om de voorkeur van benutting van daken te benadrukken door bijvoorbeeld voorzieningen die subsidie ontvangen van de gemeente, te verplichten om het dak beschikbaar te stellen voor (collectieve) zonedaken. De Coöperatie wil hier graag aan bijdragen en wil de duurzaamheidsambities van de gemeente Maasdriel graag ondersteunen door een intensieve samenwerking, bijvoorbeeld door het sluiten van een “deal voor duurzaamheid”. Gevraagd wordt om, wanneer zonnevelden op grote schaal in de komgronden worden toegestaan, de spelregel die is opgenomen op pagina 42, dat binnen de landschapskamer langs de wetering, maar aan één zijde, zonnepanelen mogen worden geplaatst, te laten vervallen.

13

Antwoord gemeente A.

Om te bevorderen dat de revenuen van de energieprojecten breder terecht komen dan alleen bij betrokken grondeigenaren, vinden wij een aanpassing op zijn plaats. De vorm van een coöperatie is het duidelijkst. Wij stellen nemen waarom “minimaal 50 % coöperatief lokaal eigendom” op. De suggestie voor één omgevingsfonds lijkt ons vanuit het oogpunt van (kosten)efficiëntie een goede stap. Of en hoe dit kan worden gerealiseerd en welke aspecten er nog specifiek aandacht behoeven zal nader moeten worden onderzocht. In de komende jaren zal een omgevingsfonds in het kader van het Burgerwindpark A2 Lage Rooijen worden vormgegeven. Wij stellen voor om de mogelijkheden te onderzoeken om dit fonds breder in te zetten dan alleen ten dienste van het Burgerwindpark A2 Lage Rooijen en de mogelijkheid voor alle initiatieven om bij dit fonds aan te sluiten, op te nemen in de visie. In de algemene spelregels voor zon hebben wij opgenomen dat gestreefd moet worden naar een vergroting van de biodiversiteit en de bodemkwaliteit. Wij hebben al eerder opgemerkt dat de voorkeur voor zon op dak kennelijk niet duidelijk genoeg spreekt uit de conceptvisie en zullen dit meer benadrukken.

Wij zien echter in juridische en in praktische zin bezwaren bij het opleggen van de verplichting dat bij ontvangst van een subsidie van de gemeente, organisaties verplicht zouden moeten worden om dakoppervlak beschikbaar te stellen voor een (collectief) zonnedak. Dakeigenaren, ook waar het gaat om stichtingen en verenigingen of andere organisaties, dienen zelf te kunnen beslissen over de maatregelen die zij treffen en de investeringen die zij willen doen in hun vastgoed en op welk moment zij dit doen. De bouwkundige staat, de oriëntatie op de zon, de omgeving en onderhoudstoestand van panden is niet voor elk pand hetzelfde en dat geldt ook voor de financiële draagkracht en toekomstplannen van organisaties. Het sluiten van een deal voor duurzaamheid is een onderwerp dat buiten deze visie valt. De visie is er niet op gericht om de kommen vol te bouwen met zonneparken. Wij hebben daarom ook bouwstenen en spelregels opgenomen ter bescherming van het landschap, ook van het kommenlandschap nabij de wetering. De spelregel dat er maar aan één zijde van de wetering een zonnepark mag worden gerealiseerd, geldt per “landschapskamer” (een in het landschap zichtbaar afgebakend deelgebied, omzoomd door wegen, bomenrijen en watergangen). Dit juist ter behoud van de openheid van de kommen. Ook hebben wij een minimale tussenafstand tussen parken van 2 kilometer opgenomen.

Er mag dus wel aan beide zijden van de wetering een zonnepark worden ontwikkeld, maar in één landschapskamer moet die dan aan één zijde liggen. Overigens hebben wij de mogelijkheid voor het ontwikkelen van grootschalige zonneparken in de visie ingeperkt naar aanleiding van andere ontvangen reacties.

B.

C. D.

E.

Aanpassing a. In paragraaf 4.2 wordt het “50% lokaal” eigendom in de spelregels aangepast naar “minimaal 50 %, coöperatief lokaal eigendom”. b. Opgenomen is dat moet worden afgedragen aan een omgevingsfonds en dat wij met u in overleg treden over het zodanig inrichten van het omgevingsfonds dat voor het Burgerwindpark wordt opgericht dat dit fonds voor alle energieprojecten gebruikt kan worden. d

De voorkeur van zon op dak is in de visie nadrukkelijker opgenomen.

9. geanonimiseerd 1, inwoner Gevraagd wordt om de ontwikkelingen op het gebied van innovatie energieopwekking nauw te blijven volgen en de raadscommissie Ruimte te informeren over de alternatieve mogelijkheden

14

voor wind en zon omdat niemand echt zit te wachten op windmolens en zonnepanelen in onze mooie natuur. Antwoord Wij delen de mening dat, wanneer er nieuwe ontwikkelingen zijn die een alternatief kunnen bieden voor zon of wind of er andere relevante ontwikkelingen zijn, de raad hiervan op de hoogte moet worden gebracht. Omdat het ingewikkelde materie is en er al veel partijen verschillende mogelijkheden onderzoeken, zien wij hier vooral ook een meerwaarde in de regionale samenwerking. Wij leren van proefprojecten die in andere gemeenten in de regio (en daarbuiten) worden uitgevoerd. In het traject van de RES wordt beschikbare informatie hierover gedeeld. Naast de RES wordt ook in regionaal verband gewerkt aan oplossingen voor klimaatvraagstukken en CO2-reductie. Dit onder meer met de Regiodeal die in 2020 is voorbereid en welke in januari 2021 is gesloten met het rijk. 10. geanonimiseerd 2, inwoner Een inwoner geeft aan dat de notitie, met de bijlage, een erg lijvig document is geworden met veel tekst en daardoor niet eenvoudig leesbaar. Antwoord Wij begrijpen dat de visie, ondanks dat wij veel met toelichtende afbeeldingen hebben gewerkt, niet voor iedereen eenvoudig te lezen is. Wij hebben de visie daarom aangevuld met een korte samenvatting van de belangrijkste punten. Aanpassing De visie wordt aangevuld met een korte samenvatting van de belangrijkste punten. 11.

geanonimiseerd 3, inwoner Geadviseerd wordt om de opdracht om de landelijke opdracht tot verduurzaming/ CO2 vermindering te komen (middels de RES) terug te geven aan het rijk. Ervaringen uit Duitsland en de Verenigde Staten leren dat stroomvoorziening op basis van zon en wind niet altijd gegarandeerd kan worden en dat daarom toch gas/steenkool nodig is. Omdat de centrales dan niet optimaal branden geeft dit een verhoging van de CO2-uitstoot. Oplossingen moeten binnen bedrijven gezocht worden. Subsidie remt innovatie, grondeigenaren worden gek gemaakt door vergoedingen en denken niet meer na. Denk aan afvoer zonnepanelen en windmolens als ze op zijn.

Antwoord Nederland heeft met de Klimaatwet de ambitie voor wat betreft de CO2-reductie vastgelegd en ook besloten dat wordt afgeschakeld van fossiele brandstoffen. Wereldwijd wordt gewerkt aan oplossingen. Deze ontwikkeling staat niet stil. Wanneer er nieuwe, betere oplossingen voorhanden komen, dan zullen deze zorgvuldig worden overwogen en wanneer mogelijk worden toegepast. Tot 2030 zal echter met name worden ingezet op zonne- en windenergie. Wij zijn blij dat wij met de regiogemeenten de gelegenheid krijgen om regionaal een strategie te kiezen, hoe wij de komende jaren zullen overschakelen.

12. geanonimiseerd 4, projectontwikkelaar zon Na afloop van de inspraakperiode is nog een mail ontvangen van een ontwikkelaar van zonnevelden met enkele concrete suggesties/ aanbevelingen ten aanzien van de visie. Om deze reden hebben wij deze reactie meegenomen in deze inspraaknotitie. De reactie bevatte de volgende punten.

15

a. Gevraagd wordt om enkele termen zoals korrelgrootte, plangebied, bebouwing en besluitgebied nader uit te leggen en de meetmethode duidelijker te omschrijven. b. Gevraagd wordt of de landschappelijke en natuurontwikkeling zoals dat bij grote zonnevelden voor een bepaald percentage verplicht is aansluitend moet of dat dit ook op een perceel in de nabijheid mag. c. Tot slot wordt gevraagd om de maximale hoogte van zonnepanelen aan te passen naar maximaal 1,5 meter vanaf de naastgelegen weg. Dit is nu “vanaf het maaiveld”. Een bouwhoogte vanaf maaiveld tussen de 1,7 en 1,9 meter is beter omdat hierdoor een hogere energieproductie per ha kan worden bereikt omdat er dan 3 i.p.v. 2 panelen per tafel geïnstalleerd kunnen worden. Omdat de weg vaak hoger ligt wordt voorgesteld om de maximale hoogte aan te passen naar 1,5 meter vanaf de naastgelegen weg. Antwoord a. Het is in ieders belang dat de visie eenduidig wordt uitgelegd. Kennelijk laat de huidige beschrijving ruimte voor interpretatie. Wij hebben daarom de definities en de manier van meten nader toegelicht. b. Het is juist de bedoeling dat de landschappelijke en natuurontwikkeling plaatsvindt direct bij/aansluitend aan het zonneveld, binnen het besluitgebied en niet op andere locaties of de overzijde van de weg. Dit lijkt ons duidelijk genoeg verwoord in de conceptvisie. c.

In de open kommen willen wij de openheid van het landschap waarborgen. Als de panelen tot 1,5 meter hoog ten opzichte van de naastgelegen weg zouden worden toegestaan kan dat tot erg hoge bebouwing leiden. Denk hierbij maar aan een perceel langs een dijk met een weg er op. In de komgebieden houden wij daarom vast aan de opgenomen hoogte van 1,5 meter ten opzichte vanaf het maaiveld. Op de oeverwallen zien wij, vanwege de in deze gebieden al aanwezige bebouwing en de hogere landschappelijke inpassing die wordt geëist, mogelijkheden om beperkt een hogere bouwhoogte toe te staan. Gelet op de eerdere opmerking over optimalisatie, stellen wij voor een hoogtebegrenzing van 2 meter t.o.v. het maaiveld op de oeverwallen mits het park aansluit bij reeds aanwezige bebouwing. Met deze 2 meter is er voldoende ruimte voor een efficiënte businesscase. Voor, niet aan bebouwing grenzende parken wordt een maximum van 1,5 meter opgenomen. Met deze toevoeging op de visie wordt gestimuleerd dat er wordt aangesloten bij reeds bestaande bebouwde oppervlakten. Voor wat betreft innovatieve projecten en proefopstellingen, waarbij een combinatie van zonnepanelen met specifieke teelten eronder, kan wanneer aangetoond wordt dat een hogere bouw voor de teelt noodzakelijk is, afgeweken worden van de spelregels. In deze specifieke gevallen is maatwerk op zijn plaats. Aanpassing A

Er zijn definities opgenomen en de manier van meten is nader toegelicht.

C Wij hebben een maximale hoogte van 2 meter op voor zonnepanelen op de oeverwallen opgenomen (t.o.v. het maaiveld) mits het park aansluit bij reeds aanwezige bebouwing. Met deze 2 meter is er voldoende ruimte voor een efficiënte businesscase. Voor, niet aan bebouwing grenzende parken, wordt een maximum van 1,5 meter opgenomen. Met deze toevoeging op de visie wordt gestimuleerd dat wordt aangesloten bij reeds bestaande bebouwde oppervlakten. Voor wat betreft de eventuele innovatieve ontwikkelingen waarbij een combinatie wordt gemaakt met teelten kan, wanneer gemotiveerd wordt dat een hogere bouw voor de teelt noodzakelijk is, een uitzondering worden gemaakt.

16

Hoofdstuk 4

   

 

   

 

Ambtshalve wijzigingen ten opzichte van de concept-visie.

Het gebied (en de plassen) van de Zandmeren wordt uitgesloten van zonnevelden omdat hier recreatie prevaleert. Dit is verwerkt in de visie. Pagina 16, hier is een fout geconstateerd in de afbeelding. De tekst “Natura 2000” stond hier onterecht ten zuiden van Hedel. Dit is aangepast. Pagina 22, de laatste alinea is tekstueel aangepast voor wat betreft de verwijzing naar de potentiekaart. De potentiekaart (bijlage 2) is nader toegelicht. Pagina 22, hier stond in de tweede kolom dat de 400 meter kan worden verkleind bij toepassing van een stillere turbine en bij een functionele binding tussen de turbine en de molen. Dit is niet onjuist maar het verkleinen van de afstand kan maar in zeer beperkte mate. Het aanwijzen van zogenaamde “molenaarswoningen” waardoor woningen als bedrijfswoning dichterbij kunnen worden toegestaan is op basis van jurisprudentie ook maar in beperkte mate mogelijk. Deze tekst is daarom aangepast. Pagina 25, in alinea 3.6 stond onbedoeld dat Waterstof een energiebron is, dat is niet zo, dit is een energiedrager. Dit is gecorrigeerd. Pagina 25, in paragraaf 3.6 stond dat voor geothermie een aparte visie wordt opgesteld. Dit is niet correct. Hier wordt bedoeld dat een aparte visie voor warmte, de Transitievisie Warmte wordt opgesteld. Dit is gecorrigeerd. Pagina 30, hier stond in de tweede rij Coörperatie in plaats van Coöperatie, dit is gecorrigeerd.

Pagina 30, hier stond het woord “stilte voorziening” terwijl er “stilstand voorziening” wordt bedoeld. Dit is gecorrigeerd. Pagina 30, in de tweede kolom onder het derde bolletje stond één keer het woord “in” te veel. Dit is gecorrigeerd. Pagina 32, hier stond in de tweede kolom onder het laatste bolletje dat de transformatorkast in de turbine wordt weggewerkt. Gebleken is dat dit niet bij alle types turbines mogelijk is. De eis is daarom omgezet in een wens. De kaarten zijn nu enkel in pdf en de exacte locatie/ grens van gebieden is soms niet helemaal duidelijk. De definitieve vastgestelde visie wordt voorzien van een digitale (geo)kaart. Op verschillende plaatsen in de tekst zijn nog ondergeschikte verschrijvingen gecorrigeerd.

n.a.v. bespreking in de commissie Ruimte d.d. 24 maart 202,1 zie voor toelichting de memo in bijlage 3)      

 

Grootschalige ontwikkeling zon en wind wordt beperkt tot de zone “grote kans”, langs A2 en spoor. Er wordt voor dit gebied een totaal-maximum van 20 hectare oppervlakte voor zon op land en water opgenomen Deze 20 hectare wordt uitgegeven in een tender (aanbesteding) vanaf 2023 De visie zon en wind Maasdriel heeft een looptijd tot 2030 met een evaluatie in 2029 Een notitie uitgangspunten participatie energieprojecten en coöperatief lokaal eigendom wordt uitgewerkt in 2021/2022 Voor grootschalige zon en windprojecten geldt dat jaarlijks moet worden afgedragen aan één centraal omgevingsfonds in Maasdriel (in plaats van dat voor ieder project een nieuw omgevingsfonds moet worden ingesteld. Voor windturbines wordt een compensatieregeling voor direct omwonenden (binnen 1 km) verplicht. De hoogte van zonnepanelen op de oeverwallen wordt maximaal 2 meter, mits wordt aangesloten op aangrenzende, bestaande bebouwing. Wordt niet aangesloten, dan is maximaal een bouwhoogte van 1,5 meter toegestaan. Er zijn geen zonneparken (op land of water) toegestaan in de zandmeren

17

Naar aanleiding van de consulterende memo ontvingen wij een vraag “of projectontwikkelaars niet meerdere kleine zonnevelden zullen ontwikkelen, om zo onder de beperkingen en Ons antwoord op deze vraag was en is nog steeds “dat hiervan voor een ontwikkelaar geen busisnesscase te maken is”. Om zon op dak zo veel mogelijk te stimuleren en versnipperde kleine (niet coöperatieve en breed gedragen) initiatieven te voorkomen, hebben wij een voorwaarde toegevoegd aan de regels voor kleine zonne- initiatieven. Wij hebben in de visie de regel opgenomen dat deze kleine zonnevelden enkel binnen de woonbestemming of binnen het agrarische bouwperceel mogen worden gerealiseerd. Hiervoor geldt dan ook weer de uitzondering dat dit niet geldt voor de kleinschalige proefopstellingen, innovatieve projecten of lokaal geïnitieerde ontwikkelingen die breed gedragen en 100% coöperatief zijn.

18

Bijlage 1

aankondiging in Het Carillon

19

Bijlage 2 aankondiging in de Staatscourant

20

Bijlage 3 Consulterende memo behandeld in de raadscommissie Ruimte van 24 maart 2021 Aan

: Commissie Ruimte

Van Team

: Ruimtelijke Ontwikkeling

Opsteller

: A. Zweerus

Datum Onderwerp

: 1 maart 2021 : Bespreekpunten visie zon en wind voor consultatie in commissie van 18 maart 2021

Concept visie zon en wind Maasdriel ter inzage In december 2020 hebben wij de Concept visie zon en wind Maasdriel, een ruimtelijk perspectief op duurzame energie” ter inzage gelegd. Deze concept-visie is opgesteld vanuit een ruimtelijk perspectief. We hebben de mogelijkheden voor zonne- en windenergie vanuit landschappelijk oogpunt in beeld gebracht. Hierbij hebben wij de nadruk gelegd op de mogelijkheden en niet op de beperkingen. Er is gekeken naar de maximale draagkracht van het landschap. Daarbij zijn de conclusies van de gehouden enquête en de inbreng tijdens twee digitale bijeenkomsten over dit onderwerp betrokken. Reacties vragen om aanscherping We hebben diverse inspraak- en andere reacties ontvangen naar aanleiding van de concept visie. Deze reacties hebben wij gebundeld in de geanonimiseerde concept inspraaknotitie. Wij zijn gewezen op enkele onvolkomenheden in teksten en in een enkele of afbeelding. Een aantal reacties vraagt op onderdelen om een aanvulling of toelichting in de tekst. Deze punten willen wij graag herstellen en wij willen de visie aanvullen met een samenvatting. Wij hebben echter ook een aantal reacties ontvangen waarvan de beantwoording een beleidskeuze vraagt waarover wij u graag consulteren. Wij hebben met de concept-visie vooral de mogelijkheden voor zonne- en windenergie vanuit landschappelijk oogpunt in beeld gebracht.

Hierbij hebben wij de nadruk gelegd op de mogelijkheden en niet op de beperkingen. Er zijn meerdere reacties binnengekomen die vragen om inperking van de mogelijkheden van zonne-energie. Vanuit het proces van de RES weten we nu dat - bij voldoende windenergie en voldoende groei van zon op dak - er tot 2030 geen noodzaak is voor grote oppervlakten zonnevelden. Dit is voor ons aanleiding om de mogelijkheden voor zon op land te beperken. Deze denkrichting willen wij graag met u bespreken. Onderstaande punten waarop wij de visie zouden willen aanpassen (aanscherpen) bespreken wij graag met u tijdens de vergadering van de commissie Ruimte op 18 maart. Daarna zullen wij de visie aanpassen om hem vervolgens in aangepaste vorm aan de commissie Ruimte van mei en de raadsvergadering van 10 juni 2021 aan te bieden. Onderwerpen die wij graag met u bespreken zijn: 1. Beperking tot grootschalige ontwikkeling zon en wind tot de zone “grote kans”, langs A2 en spoor 2. Maximale oppervlakte voor zon op land opnemen 3. Fasering en /koppeling met eerst windenergie 4. Looptijd visie tot 2030 5. Notitie participatie energieprojecten en coöperatief lokaal eigendom 6. Omgevingsfonds 7. Compensatieregeling 8. Hoogte zonnepanelen op de oeverwallen 9. Geen zonneparken in de zandmeren

21

1.

Beperking tot grootschalige ontwikkeling zon en wind tot de zone “grote kans”, langs A2 en spoor

De concept visie geeft onder andere de kansen voor zon en wind in het landschap van Maasdriel weer. Op pagina 29 van de concept-visie is de kansenkaart opgenomen. Deze kansenkaart weerspiegelt de voorkeurslocaties voor de ontwikkeling van zon en wind. De visie sluit ontwikkelingen in gebieden met kleinere kansen echter niet uit. Bij nadere beoordeling, mede gelet op de inspraakreacties, concluderen wij dat de visie nog onvoldoende stuurt op ontwikkeling in het voorkeursgebied langs de A2 en het spoor. Omdat zowel uit landschappelijk oogpunt als vanuit de enquête, de zone langs A2 en het spoor als voorkeursgebied wordt gezien, stellen wij voor om de visie op dit punt aan te scherpen. 1.A

Wij stellen voor om ontwikkelingen in andere gebieden dan de voorkeurszone langs spoor en A2 voor de looptijd van deze visie uit te sluiten, met uitzondering van;

1.B

Kleinschalige proefopstellingen en innovatieve projecten of lokaal geïnitieerde ontwikkelingen die breed gedragen én 100 % coöperatief zijn. Hierbij kan gedacht worden aan gecombineerd ruimtegebruik in de agrarische sector, zonnedaken als teelt-ondersteunende voorzieningen of een zonne-akker in de vorm van een natuurpark/speeltuin aangrenzend aan een van de kernen. Deze bijzondere initiatieven moeten niet alleen voldoen aan de spelregels uit de visie, maar vooral ook een aantoonbare meerwaarde hebben voor het landschap en de biodiversiteit en onderdeel uitmaken van een levensvatbaar en werkend agrarische bedrijf of van de sociale leefomgeving. De meerwaarde moet in het eerste stadium van het (principe-)verzoek door de aanvrager worden gemotiveerd en dit zal ambtelijk worden getoetst. Wanneer daarvoor extern deskundig advies nodig is zullen de kosten van de beoordeling hiervan, conform de legesverordening worden doorberekend aan de aanvrager.

2. Maximale oppervlakte voor zon op land opnemen Bij zonne-energie staat voorop dat zon op dak de voorkeur geniet boven zon op land of water. Dak eigenaren kunnen echter niet worden verplicht om hun daken vol te leggen met zonnepanelen. Met name vanwege (SDE) subsidies stijgt de oppervlakte zon op dak wel autonoom Door de uitfasering van aardgas en andere fossiele brandstoffen, stijgt het elektriciteitsgebruik de komende jaren en is er meer duurzame energie nodig dan dat op daken alleen kan worden opgewekt. Naast zon op dak hebben we ook andere energiebronnen, zoals windturbines en zonneparken, nodig. Vanwege de vele wettelijke beperkingen voor windturbines en de randvoorwaarden die wij hebben opgenomen in deze visie zijn de mogelijkheden voor windturbines in Maasdriel beperkt. Wij zien mogelijkheden voor enkele turbines aansluitend aan de vergunde turbines of in een andere opstelling in het voorkeursgebied. Voor zon op water hebben wij een maximum van 10 % van de oppervlakte van de desbetreffende plas opgenomen, maar voor zon op land gelden veel minder harde beperkingen. Voor zonnevelden gelden veel minder harde beperkingen. Uit een analyse van het landschap blijkt dat inpassing van zonnevelden, mits goed ingepast en mits wordt voldaan aan spelregels, goed mogelijk is. Vanuit de agrarische sector wordt gevraagd om landbouwgronden uit te sluiten voor zonnevelden.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10086885/1